Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:16030

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
24-03-2016
Zaaknummer
C/09/493643 / FT RK 15/1633 en C/09/493644 / FT RK 15/1634
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopige voorziening ingediend op 30 juli 2015 om 17:00 uur inzake ontruiming op 31 juli 2015 in de ochtend. Gelet op deze termijn is het voor de rechtbank niet mogelijk geweest om nog op 30 juli 2015 —en derhalve de dag voor de geplande uitzetting- uitspraak te doen.

Verzoek is in de inventarisatiefase, dus geen schuldenlijst. Dus ook geen minnelijk traject gestart, niet duidelijk of het minnelijk traject binnen afzienbare tijd gestart zal worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
prof. mr. A.W. Jongbloed annotatie in UDH:TvCu/13161

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team insolventies – enkelvoudige kamer

rekestnummers: C/09/493643 / FT RK 15/1633 en C/09/493644 / FT RK 15/1634

uitspraakdatum: 31 juli 2015

[verzoeker],

wonende te [adres],

[postcode en woonplaats],

verzoeker,

heeft een verzoek ingediend waarin gevraagd wordt om een voorlopige voorziening als bedoeld

in artikel 267b eerste lid van de Faillissementswet. Verzoeker heeft tevens een verzoek tot

toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.

In het verzoek voorlopige voorziening wordt een verbod tot ontruiming door BoitenLuhrs

Incasso Gerechtsdeurwaarders, in opdracht van Stichting Vestia gevestigd te Rotterdam,

gevraagd van de woning van verzoeker. De ontruiming staat thans gepland voor 31 juli 2015 in

de ochtend.

De rechtbank oordeelt als volgt.

De thans gevraagde voorziening is gegrond op artikel 287b eerste lid van de Faillissementswet.

Deze regeling is er op gericht om een adempauze te creëren die verzoek(st)er in staat moet

stellen het minnelijk traject voort te zetten om met zijn schuldeisers een regeling voor zijn

schulden te bereiken c.q. af te ronden. Mocht het niet tot een minnelijke regeling komen, dan

dient verzoek)er de gelegenheid te krijgen om toepassing van de wettelijke schuldsanering aan te

vragen, zonder daarbij gehinderd te worden door dreiging van executie van de in het tweede lid

van art. 287b van de Faillissementswet genoemde maatregelen.

Het verzoek tot toepassing van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 287b eerste lid

van de Faillissementswet is op 30 juli 2015 om 17:00 uur bij de rechtbank ingediend. Het

verzoek betreft een woningontruiming op 31juli2015 in de ochtend. Gelet op deze termijn is

het voor de rechtbank niet mogelijk geweest om nog op 30 juli 2015 —en derhalve de dag voor

de geplande uitzetting- uitspraak te doen.

Uit het verzoekschrift voorlopige voorziening dat is opgesteld door de gemachtigde van

verzoeker, mr M.N.R. Nasrullah, advocaat te Rotterdam komt naar voren dat de

schuldhulpverlener thans de openstaande vorderingen aan het inventariseren is en dat er geen

minnelijk voorstel tot schuldsanering aan de schuldeisers is aangeboden. Het is niet duidelijk of

het minnelijk traject binnen afzienbare tijd gestart zal worden.

Gelet hierop biedt artikel 287b eerste lid Fw geen ruimte voor het verlenen van een voorlopige

voorziening. Het minnelijk traject vangt immers eerst aan nadat na een volledige inventarisatie

van de schulden, een voorstel voor een buitengerechtelijke schuldregeling aan de schuldeisers is

gedaan. Nu hier geen sprake van is, zal de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het

verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Ook zal het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk worden

verklaard, omdat het verzoek, zonder een afgeronde minnelijke regeling, niet aan de wettelijke

vereisten voldoet.

Verzoeker zal niet-ontvankelijk verklaard worden in onderhavige verzoeken.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om een voorlopige

voorziening als bedoeld in art. 287b Fw;

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om toelating tot de
schuldsaneringsregeling.

Gewezen door mr. C.M. Derijks lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare

terechtzitting van 31 juli 2015 in tegenwoordigheid van A. van Groningen Schinkel, griffier.