Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:16013

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-02-2015
Datum publicatie
21-03-2016
Zaaknummer
33770779 RL EXPL 14-26694
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2017:649, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet rechtsgeldig gegeven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/836
AR-Updates.nl 2016-0293
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Team kanton Den Haag

B

Rolnr.: 3377079 / RL EXPL 14-26694

12 februari 2015

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap

NV Haagse Milieuservices,
gevestigd te Den Haag,
eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. L.V. Claassens.

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. D. Maats.

Partijen worden hierna respectievelijk nader aangeduid als “HMS” en “ [gedaagde] ”.

1 Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 21 augustus 2014, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte tot wijziging/vermeerdering van eis;

  • -

    de brief van met producties, afzien conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek.

Na de conclusie van antwoord is bij mondeling tussenvonnis een comparitie van partijen gelast voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Deze heeft plaatsgevonden op 1 december 2014. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. [AB] , [CG] , [WW] en [RH] zijn verschenen namens HMS, vergezeld van de gemachtigde van HMS. Namens [gedaagde] is verschenen zijn echtgenote, [RM] , vergezeld van de gemachtigde.

2 Feiten

2.1.

[gedaagde] was met ingang van [1980] in loondienst van HMS als [functie] , met werkgebied Den Haag.

2.2.

HMS is een publiek private samenwerking tussen Van Gansewinkel – Overheidsdiensten en de gemeente Den Haag. De aandelen in het aandelenkapitaal van HMS worden gehouden door de gemeente Den Haag. Van Gansewinkel voert de statutaire directie van HMS op basis van een managementovereenkomst. In feite exploiteert Van Gansewinkel de onderneming van HMS.

2.3.

HMS verzorgt binnen de gemeente Den Haag (onder meer) de inzameling van huishoudelijk restafval, gft-afval, grof huishoudelijk afval, glas, papier en textiel. Het ophalen van bedrijfsafval wordt feitelijk uitgevoerd door van Gansewinkel. Voor het uitvoeren van deze activiteiten maakt Van Gansewinkel gebruik van medewerkers die door HMS bij Van Gansewinkel zijn gedetacheerd op basis van een detacheringsovereenkomst.

2.4.

Van Gansewinkel heeft een veiligheids- en gedragsboekje opgesteld, waarin in hoofdstuk 4.4. onder meer het volgende is opgenomen:

De medewerker zal door de werkgever ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen (…) gebruiken voor het doel waarvoor deze bestemd zijn, zonder daarvan misbruik te maken. De medewerker zal hierbij handelen conform de toepasselijke werkinstructies en voorschriften (…).

Zonder voorafgaande uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van werkgever is het de medewerker niet toegestaan werkzaamheden te verrichten voor derden en/of voor eigen rekening.

2.5.

In een aan medewerkers overhandigde brief van 20 april 2010 heeft Van Gansewinkel onder meer het volgende geschreven:

De laatste tijd wordt helaas steeds vaker vastgesteld dat onze medewerkers afval meenemen bij de klant waarvoor geen contract is afgesloten en/of waar geen betaling tegenover staat. Denk hierbij ondermeer aan het legen van 2 of 3 containers, terwijl er maar 1 container op de route / het contract staat. (…)

De medewerkers die wij hiermee confronteren geven in sommige gevallen aan dit te doen uit service overwegingen naar de klant en daarmee het verhogen van de klanttevredenheid. Hoewel wij het enerzijds waarderen dat u aandacht aan de klant besteed (dat is een van de uitgangspunten die wij van onze medewerkers verwachten) kan het anderzijds niet zo zijn dat de binnen onze organisatie geldende regels niet worden nageleefd. We lopen door dit soort overtredingen omzet mis en in andere gevallen komen onze organisatie en u in een verkeerd daglicht te staan.

Wij vertrouwen erop, dat u begrijpt dat de duidelijke regels, waarvan de meeste vastgelegd zijn in het aan u overhandigde handboek, strikt dienen te worden nageleefd. In de toolbox van de maand maart is de essentie van deze boodschap nog eens mondeling aan u toegelicht.

(…)

Indien wij vanaf heden constateren, dat er nog steeds regels worden overtreden, zullen wij hiervoor maatregelen treffen die consequenties kunnen hebben voor uw dienstverband.

2.6.

Als gevolg van signalen dat medewerkers van HMS/Van Gansewinkel betrokken zouden zijn bij het (structureel) aannemen van bovenmatige volumes afval van klanten van Van Gansewinkel, zonder dat daaraan een overeenkomst tussen Van Gansewinkel en deze klanten ten grondslag ligt, en bij het aannemen van beloningen voor deze activiteiten, heeft de Manager Integrity van Van Gansewinkel, de heer [RH] (hierna: “ [RH] ”), een onderzoek ingesteld.

2.7.

In de periode van augustus 2013 tot en met januari 2014 heeft [RH] op verschillende momenten de Scheveningse route – de boulevard en de Visafslag – in observatie genomen, waarbij het laden van afval in vrachtauto´s van Van Gansewinkel is geobserveerd en hiervan cameraopnames zijn gemaakt. Visbedrijf Simonis is gehuisvest aan Visafslag 20. Vishandel Simonis had een contract voor het dagelijks legen van één 1100 liter container.

2.8.

Op 28 januari 2014 heeft [RH] gesproken met medewerkers van HMS/Van Gansewinkel, waaronder [gedaagde] , die hij in de periode van augustus 2013 tot en met januari 2014 heeft geobserveerd. Bij deze gesprekken was steeds een medewerker van Van Gansewinkel aanwezig. Bij het gesprek met [gedaagde] was aanwezig [AD] , [functie] .

2.9.

[RH] heeft zijn observaties en bevindingen neergelegd in een Rapport Feitenonderzoek van 8 februari 2014, dat hij heeft aangeboden aan de Raad van Bestuur van Van Gansewinkel en aan de directie van HMS (hierna: “het Rapport Feitenonderzoek”). In dit rapport heeft hij onder meer opgenomen dat hij bij Visbedrijf Simonis het volgende heeft geconstateerd:

( i) dat een chauffeur van Van Gansewinkel op 17 augustus 2013 zestien volle containers met een inhoud van 1100 liter in een kraakperswagen van Van Gansewinkel heeft geleegd;
(ii) dat twee medewerkers van Van Gansewinkel op 28 september 2013 zestien of zeventien volle containers met een inhoud van 1100 liter in een kraakperswagen van Van Gansewinkel hebben geleegd;

(iii) dat op 18 december 2013 twee personen, waaronder [gedaagde] , zestien volle containers met een inhoud van 1100 liter in een kraakperswagen van Van Gansewinkel hebben geleegd;

(iv) dat op 18 januari 2014, een kraakperswagen van Van Gansewinkel met draaiende motor bij Visbedrijf Simonis heeft gestaan, dat twee medewerkers van Van Gansewinkel Visbedrijf Simonis hebben verlaten, waarbij één van hen een witte plastic zak bij zich droeg en in de cabine van de kraakperswagen deponeerde, dat deze twee medewerkers met de kraakperswagen zijn weggereden en dat daarna zestien lege containers van 1100 liter achter het Visbedrijf Simonis stonden; en

( v) dat op 19 januari 2014, vanuit een Mercedesbus afval is geleegd in een kraakperswagen van Van Gansewinkel, dat twee medewerkers van Van Gansewinkel Visbedrijf Simonis hebben verlaten, waarbij één van hen twee grote witte plastic zakken bij zich droeg en in de cabine van de kraakperswagen deponeerde, dat deze twee medewerkers met de kraakperswagen zijn weggereden en dat daarna zestien lege containers van 1100 liter achter Visbedrijf Simonis stonden.

2.10.

In het Rapport Feitenonderzoek heeft [RH] ten aanzien van het gesprek met [gedaagde] op 28 januari 2014 onder meer het volgende opgenomen:

Vraag RH: Is u helder waarover ik u wil horen?

Antwoord TO: Het is mij helder. Men vraagt wel eens of je een zakje mee wil nemen.

Vraag RH: Wat is uw functie binnen van Gansewinkel?

Antwoord TO: Ik ben belader bij de vestiging Den Haag van Van Gansewinkel en gedetacheerd vanuit HMS. Ik werk in opdracht van [RB] , [functie] .

Vraag RH: Welke taken voert u uit en op welke wijze gebeurt dat?

Antwoord TO: Ik doe afvalinzameling bij vaste klanten. Ik doe ook alleen Den Haag. Ik rijd op een kraakpersauto. Via de boordcomputer krijg ik opdrachten om naar opdrachtgevers te rijden. Het kunnen ook telefonische opdrachten zijn. We rijden vaste routes. Ik rijd zo rond de honderd klanten per dag. In het weekend rijd ik niet. Er wordt in het weekend ook gereden door andere collega’s. Scheveningen is in het weekend dezelfde route als doordeweeks.

Vraag RH: Heeft u vaste partners op de auto?

Antwoord TO: Ik heb een vaste partner op mijn auto. Dat is [FS] . Hij is alleen [functie] .

Vraag RH: Uit vooronderzoek is gebleken dat u mogelijk meer afval inzamelt dan contractueel is vastgesteld. Hoe gaat u om met klanten die meer afval aanleveren dan aangegeven in uw opdrachten?

Antwoord TO: Soms vragen klanten om wel eens meer afval mee te nemen. Uit serviceoverwegingen nemen we dan extra afval mee. Soms hebben ze meer dan contractueel is vastgelegd. We leggen dat ook vast via de boordcomputer. Of de klanten dan een rekening krijgen weet ik niet. We zeggen ook wel eens als het structureel is. Vroeger ging er ook wel eens een bedrijfsbezoeker heen. Ik heb geen idee of dat nu nog gebeurd.

Vraag RH: Heeft u wel eens geld of goederen ontvangen voor uw diensten aan derden.

Antwoord TO: Ik heb wel eens een blikje limonade gekregen als het warm weer was.

Vraag RH: Kunt u aangeven welke chauffeurs er nog meer actief betrokken zijn bij deze werkwijze?

Antwoord TO: Dat zou ik echt niet weten.

Vraag RH: Heeft u toestemming van Van Gansewinkel om extra afval op te halen bij klanten waarvoor geen contract is afgesloten?

Antwoord TO: Dat weet ik niet. Als we het laten leggen gaat de gemeente moeilijk doen. Extra vuil wordt dus in de computer geregistreerd. Dat gebeurt altijd door Frank Spaans.

Vraag RH: Rijdt u de route in Scheveningen ook en zo ja op welke dagen?

Antwoord TO: Ik rijd inderdaad een route op Scheveningen. Ik mijn route zit ook boulevard. Dat is elke dag, maandag tot en met vrijdag.

(…)

Vraag RH: Uit observatieonderzoek is gebleken dat u regelmatig afval ophaalt bij Simonis aan de visafslag. Kunt u aangeven hoe vaak u daar komt en welke hoeveelheden u daar meeneemt volgens opdracht?

Antwoord TO: Elke dag in de ochtend. Doordeweeks dus. Wij nemen daar 1 bak mee en de rest is voor een ander, JT service.

Vraag RH: Uit onderzoek is gebleken dat u bijvoorbeeld op 18 december 2013 afval heeft opgehaald bij Simonis aan de Visafslag te Scheveningen. Kunt u aangeven hoeveel afval u daar heeft opgehaald?

Antwoord TO: We nemen wel eens 16 containers mee. Hoe vaak dat is gebeurd weet ik niet precies. We komen zeker al vanaf 2008 bij Simonis en daarvoor al via HMS. Hoe lang er 16 bakken worden meegenomen weet ik niet precies. Zoiets groeit in de loop van de tijd. Het is la jaren zo. Hoe de afspraken zijn gemaakt met Simonis en wie dit doet weet ik niet.

Vraag RH: Kunt u aangeven hoeveel afval uw in opdracht op moest halen en wat er contractueel is vastgelegd?

Antwoord TO: Dat staat in de boordcomputer. Zij bieden niet meer aan dan 1 container. Dat staat ook in de boordcomputer. Er is ook nog een papierbak. Die gaat ook wel eens met het restafval mee.

Vraag RH: Observatie op 18 december heeft aangetoond dat u op die datum om 08.15 uur met uw partner in totaal 15 containers hebt geleegd bij Simonis. Kunt u daar over verklaren?

Antwoord TO: We gaan altijd naar binnen bij Simonis om een sigaretje te roken en koffie te drinken.

Vraag RH: Uit onderzoek is gebleken dat chauffeurs van Van Gansewinkel regelmatig zakken met vis ontvangen van Simonis. Kunt u daar iets over verklaren?

Antwoord TO: Daar weet ik niets van. Ik heb nooit iets aangenomen. Ik weet ook niet of anderen iets aangenomen hebben.

[gedaagde] heeft het gespreksverslag ondertekend.

2.11.

De vaste partner van [gedaagde] , de heer [FS] , heeft ook met [RH] gesproken. In het Rapport Feitenonderzoek is van dit gesprek onder meer het volgende opgenomen:

Vraag RH: Uit onderzoek is gebleken dat chauffeurs van Van Gansewinkel regelmatig zakken met vis ontvangen van Simonis. Kunt u daar iets over verklaren?

Antwoord FS: Voor zover ik weet ontvang ik niks van Simonis. Ik neem geen geld aan. Over aantallen containers die we legen kan ik verder niets verklaren. U zegt mij dat er is geconstateerd dat er veel meer containers worden geleegd dan dat er is toegestaan. Het kan een keer gebeurd zijn dat er vijftien containers geleegd zijn. Dat wordt niet in de boordcomputer weergegeven. We helpen elkaar soms. Hoe vaak dit voorgekomen kan ik me niet herinneren. Het zal 1 of 2 keer geweest zijn. Daar wil ik het bij houden.

2.12.

[RH] heeft in het Rapport Feitenonderzoek ook verslag gedaan van een gesprek met een collega van [gedaagde] en [FS] . In dit verslag is onder meer het volgende antwoord van deze collega opgenomen:

Ik begrijp waar het over gaat. Ik heb inmiddels contact gehad met collega’s. Ik weet dat Andreas inmiddels heeft verklaard dat hij en ik op de film stonden. Ik denk dat dit al jaren speelt. Hoeveel jaar weet ik niet. Ik heb zelf geen contact met Simonis hierover. Ik doe net zo lang mee als Andreas. Ik denk dat iedereen wel weet wat er speelt. Ik heb ook wel eens met anderen collega’s gereden en dan waren het er ook zoveel. Dat het er vijftien waren weet ik niet precies.

En nog een andere collega:

Het aantal containers dat bij Simonis staat, staat er al zeker een jaar of 5. In de loop der jaren is het aantal gegroeid. Ik rijd al langer die zondagroute dus dat is me opgevallen. In de HMS periode speelde dit al. Toen waren het er wel minder en het aantal is langzaam gegroeid. Hoe deze containers daar gekomen zijn weet ik maar die moeten daar ooit een keer vanuit Van Gansewinkel daar terecht gekomen zijn. Hoe Simonis aan deze containers komt weet ik niet. Iedereen moet weten dat er 1 bak geleegd moet worden bij Simonis. Dat staat nu eenmaal in de boordcomputer.

Ik heb nooit melding gemaakt van dit aantal containers. Het is niet mijn route. In het weekend is er niemand bereikbaar. Waarom ik dit niet doordeweeks gemeld heb weet ik niet.

(…)

Het is wel eens vaker gebeurd dat ik extra bakken heb meegenomen die ik nooit in boordcomputer heb gezet. Ik vul daar altijd 1 container in . Simonis vraagt dat en wordt daar ook beter van. Ik kom alleen binnen bij Simonis. Bij andere klanten kom ik niet binnen.

2.13.

Na het gesprek met [RH] op 28 januari 2014 is [gedaagde] op non-actief gesteld met behoud van zijn salaris.

2.14.

[RH] heeft het Rapport Feitenonderzoek op 8 februari 2014 aangeboden aan de Raad van Bestuur van Van Gansewinkel en aan de directie van HMS.

2.15.

Op 14 februari 2014 heeft HMS [gedaagde] , samen met enkele collega’s, op staande voet ontslagen. In de brief van 14 februari 2014 waarin dit ontslag is aangezegd, is onder meer het volgende opgenomen:

Uit het onderzoek van de [functie] is gebleken dat (minimaal) 8 personen betrokken zijn geweest bij deze illegale afvalroute en meer containers hebben opgehaald dan contractueel overeengekomen. U bent er daar één van.

(…)

U bent bekend met de binnen Van Gansewinkel/HMS geldende regels en richtlijnen. U weet dat het ten strengste verboden is om bij een klant meer afval mee te nemen dan voortvloeit uit de tussen de klant en Van Gansewinkel gesloten overeenkomst.

U weet tevens dat het niet is toegestaan om afval in te zamelen zonder dat daaraan een overeenkomst tussen Van Gansewinkel en de eigenaar van het afval ten grondslag ligt.

En tenslotte weet u dat het u ten strengste verboden is om geld en/of goederen aan te nemen van een klant, en al helemaal niet als tegenprestatie voor het meenemen van (meer dan de overeengekomen hoeveelheid) afval.

Het voorgaande heeft u er niet van weerhouden om mee te doen aan de illegale afvalroute en daaraan in meer of mindere mate uw bijdrage te leveren. Daarbij heeft u zich schuldig gemaakt aan één of meer van de hierboven beschreven gedragingen, welke ieder voor zich, maar ook in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden voor ontslag opleveren.

2.16.

[gedaagde] heeft zich niet bij het ontslag op staande voet neergelegd. Hij heeft bij brieven van 15 februari en 26 februari 2014 de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.

2.17.

In een beschikking van 4 juni 2014 heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen HMS en [gedaagde] ontbonden, voor zover deze op dat moment nog bestond, en aan [gedaagde] een vergoeding toegekend van € 46.800,-.

3 Vordering

in conventie

3.1.

HMS vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

I. de verklaring voor recht dat HMS [gedaagde] op 14 februari 2014 rechtsgeldig op staande voet heeft ontslagen;

II. de veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan HMS van:

a. een bedrag van € 1.053,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014 tot de dag der algehele voldoening, althans vanaf de dag der dagvaarding;

b. een bedrag van € 12.246,48 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;

c. de kosten van het beslag;

d. de kosten van dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente en met de nakosten.

3.2.

HMS legt aan haar vordering ten grondslag dat zij [gedaagde] terecht op 14 februari 2014 op staande voet heeft ontslagen. Zij heeft [gedaagde] zijn salaris betaald voor de periode vanaf vijftien februari tot en met eind februari 2014, terwijl zij dit niet verschuldigd was. Voorts vordert zij de gefixeerde schadevergoeding, nu [gedaagde] door opzet of schuld aan HMS een dringende reden heeft gegeven om hem op staande voet te ontslaan. Gelet op de voor [gedaagde] geldende opzegtermijn van vier maanden, gaat het om een schadebedrag van € 10.240,02. Ter verzekering van verhaal van haar vorderingen heeft HMS conservatoir beslag onder zichzelf doen leggen op al hetgeen zij aan [gedaagde] verschuldigd zou zijn en zij vordert van [gedaagde] de vergoeding van de kosten van dit beslag.

in reconventie

3.3.

[gedaagde] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van HMS:

I. tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van € 16.225,37 bruto terzake achterstallig salaris, eindejaarsuitkering en vakantiedagen en een bedrag van € 8.112,68 bruto terzake wettelijke verhoging over het achterstallig salaris, deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni tot aan de dag van algehele voldoening;

II. om van de betalingen onder I. een deugdelijke loonspecificatie te verstrekken, alsmede een jaaropgave na afloop van het jaar 2014;

III. in de kosten van dit geding.

3.4.

[gedaagde] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de gestelde verwijten niet allemaal bewezen kunnen worden en dat de verwijten die wel verweten kunnen worden, geen dringende reden opleveren, waarbij HMS onder andere de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] onvoldoende heeft meegewogen. Voorts is het ontslag van [gedaagde] niet onverwijld gegeven.

in conventie en in reconventie

3.5.

Partijen voeren over en weer verweer, waarop hierna, voor zover relevant, nader zal worden ingegaan.

4 Beoordeling

in conventie

4.1.

HMS heeft in de ontslagbrief aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat [gedaagde] in meerdere of mindere mate zijn bijdrage heeft geleverd aan een illegale afvalroute. Hij heeft zich, aldus HMS, schuldig gemaakt aan één of meer van de in de ontslagbrief omschreven gedragingen, welke gedragingen ieder voor zich, maar ook in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden voor ontslag opleveren. Als gedragingen zijn in de brief, onder meer, opgenomen het bij een klant meenemen van meer afval dan voortvloeit uit de tussen de klant en Van Gansewinkel gesloten overeenkomst en het inzamelen van afval zonder dat daaraan een overeenkomst tussen Van Gansewinkel en de eigenaar van het afval ten grondslag ligt.

4.2.

Bij conclusie van dupliek heeft [gedaagde] opgeworpen dat HMS aan [gedaagde] dezelfde ontslagbrief heeft geschreven, als aan de andere werknemers die zij op dezelfde dag heeft ontslagen. Daardoor heeft zij in de ontslagbrief de feiten niet toegespitst op de situatie van [gedaagde] en was het voor [gedaagde] niet duidelijk genoeg wat hem werd verweten. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] , gelet op een goede procesorde, dit bezwaar niet pas bij conclusie van dupliek kan opwerpen. Zij had dit eerder aan orde moeten stellen, zodat HMS op dit punt verweer had kunnen voeren. Dit geldt te meer nu deze procedure niet de eerste procedure is die partijen voeren. De omstandigheid dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan, is bovendien een aanwijzing dat hij wel heeft begrepen welk verwijt hem in de ontslagbrief werd gemaakt. Aan dit verweer van [gedaagde] gaat de kantonrechter dan ook voorbij.

4.3.

HMS baseert zich, ten aanzien van de door haar gestelde feiten, grotendeels op het Rapport Feitenonderzoek. [gedaagde] voert aan dat HMS zich niet op het Rapport Feitenonderzoek kan baseren, nu niet is komen vast te staan dat [RH] ten aanzien van HMS een onafhankelijke positie inneemt, terwijl in de rechtspraak is bepaald dat dit wel zou moeten bij een dergelijk onderzoek. Voorts voert [gedaagde] aan dat [RH] onvoldoende kennis van zaken had om het onderzoek uit te voeren. Zo zou hij de van de verschillende containers die worden aangeboden niet kunnen bepalen welke van Van Gansewinkel zijn en welke van een concurrent. Aan dit verweer gaat de kantonrechter om de volgende redenen voorbij: (i) aanleiding voor het onderzoek was een, door [gedaagde] niet betwiste, melding inzake het illegaal ophalen van afval; (ii) HMS heeft, niet dan wel onvoldoende weersproken door [gedaagde] , gesteld dat [RH] – ex-rechercheur – rapporteert aan de algemeen directeur van Van Gansewinkel, dat Van Gansewinkel slechts de directie voert over HMS, maar geen aandeelhouder is in HMS en dat [RH] geen enkel belang heeft bij de uitkomst van het onderzoek en (iii) in het rapport heeft [RH] gedetailleerd omschreven wat hij bij zijn observaties heeft opgemerkt. Hij heeft ook camerabeelden gemaakt, zodat hij heeft kunnen controleren of zijn observaties juist zijn geweest. [gedaagde] heeft voorts niet aangevoerd dat de omstandigheid dat [RH] de containers van Van Gansewinkel niet zou herkennen ertoe heeft geleid dat zijn observaties niet juist zijn geweest. Gelet op dit een en ander, zal de kantonrechter het Rapport Feitenonderzoek in haar oordeelsvorming betrekken.

4.4.

Uit de in het Rapport Feitenonderzoek opgenomen verklaring van [gedaagde] volgt dat hij dagelijks de Scheveningen route reed en dat hij wist dat hij bij Vishandel Simonis één 1100 liter container moest legen. Uit het Rapport Feitenonderzoek volgt tevens dat [RH] heeft geobserveerd dat [gedaagde] bij Vishandel Simonis op 18 december 2013 vijftien extra containers afval heeft meegenomen. Hiervan zijn camerabeelden gemaakt. Ook de bijrijder van [gedaagde] , Spaans, heeft tegenover [RH] verklaard dat op 18 december 2013 meerdere containers zijn opgehaald. In de verklaring van [gedaagde] tegenover [RH] is opgenomen dat hij niet heeft ontkend, dat hij op 18 december 2013 bij Vishandel Simonis zestien extra containers heeft opgehaald. Derhalve staat tussen partijen vast dat [gedaagde] op 18 december 2013 vijftien extra bakken heeft opgehaald. De omstandigheid dat [gedaagde] de camerabeelden niet heeft gezien, doet hieraan niet af.

4.5.

[gedaagde] heeft voorts tegenover [RH] verklaard dat ze bij Vishandel Simonis wel eens zestien containers meenemen, dat hij niet weet hoe vaak dat is gebeurd, dat ze zeker al vanaf 2008 bij Simonis komen en daarvoor al via HMS, dat hij niet precies weet hoe lang er al zestien bakken worden meegenomen, dat zoiets groeit in de loop van de tijd en dat het al jaren zo is en dat hij niet weet hoe de afspraken met Vishandel Simonis zijn gemaakt en wie dat doet. Alhoewel [gedaagde] tijdens de procedure heeft aangevoerd dat zijn in het Rapport Feitenonderzoek opgenomen verklaring op punten niet klopt, heeft hij niet aangevoerd dat hetgeen hij over Vishandel Simonis en het vaker ophalen van containers heeft verklaard, niet klopt. Hij heeft in de conclusie van antwoord ook erkend dat vaker meer afval werd meegenomen. Dit staat derhalve tussen partijen vast. Gelet hierop gaat de kantonrechter voorbij aan het, door HMS weersproken, verweer van [gedaagde] dat hij met het verhoor is overvallen en dat [RH] hem tijdens het verhoor heeft geïntimideerd. Veronderstellenderwijze ervan uitgaande dat het daadwerkelijk is gegaan zoals [gedaagde] aanvoert, heeft dit er namelijk kennelijk niet toe geleid dat hij een niet juiste verklaring heeft afgelegd.

4.6.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij uit serviceoverwegingen meer afval ophaalde. Er mochten geen klachten komen, want daar werd hij direct op aangesproken. Klanten werden onderscheiden in Platina, Gouden, Zilveren en Bronzen klanten. Hoe hoger de ranking van de klant, hoe meer moeite gedaan moest worden om service te verlenen. In opdracht van de planner, de heer Buijtelaar, werd in de praktijk opdracht gegeven dat bij calamiteiten ook het overige afval meengenomen moest worden. [gedaagde] wenst Buijtelaar als getuige te horen. HMS heeft, onder verwijzing naar de huisregels en de brief van april 2010, gesteld dat het binnen het bedrijf duidelijk beleid is dat het legen van meer bakken dient te worden gemeld in de boordcomputer, zodat deze bakken bij de klant in rekening kunnen worden gebracht. Zij heeft tevens gesteld dat het legen van meerdere containers bij Vishandel Simonis nooit in de boordcomputer is gemeld.

4.7.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] , gelet op deze stellingen van HMS, zijn verweer onvoldoende heeft toegelicht. Hij heeft niet weersproken dat hij ervan op de hoogte was dat het legen van extra containers moest worden gemeld en dat de extra geleegde containers bij Vishandel Simonis nooit in de boordcomputer zijn vermeld. Zelfs indien tussen partijen zou komen vast te staan dat binnen het bedrijf wordt gehamerd op service voor klanten en dat extra afval moet worden meegenomen bij calamiteiten, doet dat niet eraan af dat bij Vishandel Simonis vaker meerdere containers werden geleegd, dat [gedaagde] heeft verklaard tegenover [RH] dat dit er zestien waren en dat deze containers niet in de boordcomputer werden gemeld, zodat ze niet bij Vishandel Simonis in rekening konden worden gebracht.

4.9.

Voor zover Buijtelaar iets zou kunnen verklaren dat een ander licht werpt op het verweer van [gedaagde] , is dit uit de overgelegde processtukken niet duidelijk geworden, zodat [gedaagde] zijn verweer op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding Buijtelaar als getuige te horen.

4.10.

Onweersproken door [gedaagde] , heeft HMS gesteld dat de brief van 20 april 2010, met de niet mis te verstane schriftelijke waarschuwing inzake het ophalen van te veel afval, aanwezig was in het personeelsdossier van [gedaagde] , met de opmerking dat deze persoonlijk aan hem was overhandigd. Tevens onweersproken door [gedaagde] heeft Van Gansewinkel gesteld dat zij de werknemers ook in maart 2010, tijdens een meeting, van deze regel op de hoogte heeft gebracht. [gedaagde] wist derhalve dat hij geen extra containers mocht meenemen, zonder hiervan melding te maken en hij wist dat Van Gansewinkel/HMS aan een dergelijke handeling consequenties zou verbinden. Hij wist tevens, of had dit kunnen weten, dat Van Gansewinkel en HMS door deze handelingen van [gedaagde] – het ophalen van meer afval bij Vishandel Simonis, zonder dit in de boordcomputer te melden – werd benadeeld.

4.11.

Samenvattend concludeert de kantonrechter het volgende:

(i) Vishandel Simonis had een contract voor het legen van één container en dat was aan [gedaagde] bekend;

(ii) [gedaagde] heeft op 18 december 2013 vijftien extra containers opgehaald zonder hiervan melding te maken in de boordcomputer en zonder hiervoor een afdoende reden te kunnen opgeven;

(iii) [gedaagde] heeft bij Vishandel Simonis vaker meerdere containers opgehaald, zonder hiervan melding te (laten) maken in de boordcomputer en zonder hiervoor een afdoende reden te kunnen opgeven;

(iv) [gedaagde] wist dat het meer ophalen van afval verboden was en dat Van Gansewinkel/ HMS hierdoor werd benadeeld;

Deze omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd, rechtvaardigen de conclusie dat HMS [gedaagde] op goede gronden op staande voet heeft ontslagen.

4.12.

Een belangafweging maakt niet dat de kantonrechter tot een ander oordeel komt. Van Van Gansewinkel en HMS kan niet worden verlangd dat zij het ophalen van vijftien extra containers tolereren. [gedaagde] en zijn partner werken met zijn tweeën, zonder directe controle op de door hen verrichtte werkzaamheden. Van Gansewinkel en ook HMS moet erop kunnen vertrouwen dat [gedaagde] en zijn bijrijder zich houden aan de afgesloten contracten. Daarmee verdienen Van Gansewinkel en HMS immers hun geld. Gelet hierop, gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] ook in 2010 nog was gewaarschuwd en gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] heeft verklaard dat zij al voor 2010 bij Vishandel Simonis meer afval ophaalden, konden Van Gansewinkel en HMS besluiten dat een disciplinaire maatregel niet voldoende was. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden – zijn leeftijd, arbeidsduur en ziekte – maken dit oordeel niet anders. [gedaagde] voert voorts nog aan dat er nauwelijks toezicht was en dat dit had kunnen worden uitgevoerd via de boordcomputer. Aan dit verweer gaat de kantonrechter voorbij. Zonder nadere toelichting, die [gedaagde] niet heeft gegeven, begrijpt zij niet hoe toezicht via de boordcomputer mogelijk was. Bovendien was [gedaagde] gewaarschuwd, en moesten Van Gansewinkel en HMS ook zonder direct toezicht er op kunnen vertrouwen dat werknemers niet vijftien extra containers ophaalden, zonder dit in de boordcomputer te melden.

4.13.

Dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] voor het extra legen van de containers een beloning heeft ontvangen, is niet relevant. [gedaagde] had, gelet op de gerechtvaardigde belangen van Van Gansewinkel en HMS, gewoon niet over mogen gaan tot het legen van de vijftien extra containers.

4.14.

HMS heeft het ontslag op staande voet onverwijld gegeven. In de zomer van 2012 ontving Van Gansewinkel een melding inzake onregelmatigheden. Deze betroffen niet alleen het meenemen van meer afval, maar ook het gebruik van softdrugs. Van Gansewinkel heeft vervolgens [RH] opdracht gegeven onderzoek te doen naar de onregelmatigheden. Dit onderzoek heeft tot eind januari 2013 geduurd. Dit is niet zodanig lang dat dit, mede gelet op de belangen van [gedaagde] , niet acceptabel meer is. [gedaagde] wist bovendien niet van de melding, zodat hij niet in onzekerheid heeft verkeerd over mogelijke acties, gedurende de periode dat het onderzoek liep. Nadat [RH] met [gedaagde] had gesproken is [gedaagde] direct op non-actief gesteld, waarna [RH] het rapport binnen afzienbare tijd aan de directies van Van Gansewinkel en van HMS heeft aangeboden. Gelet op de omvang van het rapport, konden de directies van Van Gansewinkel en HMS vier werkdagen de tijd nemen om het te bestuderen en om actie te ondernemen. [RH] was geen leidinggevende van [gedaagde] , zodat zijn kennis ten aanzien van de onderzochte feiten, niet aan het management van Van Gansewinkel en van HMS kan worden toegerekend.

4.15.

Gelet op het oordeel van de kantonrechter over het gegeven ontslag op staande voet, zal zij de vordering van HMS inzake de verklaring voor recht toewijzen.

4.16.

De vordering tot terugbetaling van het te veel betaalde salaris, tot een bedrag van € 1.053,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014, zal de kantonrechter toewijzen, nu [gedaagde] tegen dit gedeelte van de vordering van HMS geen zelfstandig verweer heeft gevoerd, en zich hiertegen ook overigens niets verzet.

4.17.

Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding, is de kantonrechter van oordeel dat HMS niet heeft gesteld op welke wijze zij schade heeft geleden als gevolg van het gegeven ontslag op staande voet. Het is de kantonrechter voorts ambtshalve bekend dat HMS deze vordering heeft ingesteld, gelet op een mogelijke vordering tot nabetaling van salaris. De vordering tot nabetaling van salaris zal niet worden toegewezen. Gelet op dit een en ander ziet de kantonrechter dan ook aanleiding dit gedeelte van de vordering van HMS af te wijzen.

4.18.

Ter verzekering van verhaal van haar vordering op [gedaagde] heeft HMS beslag onder zichzelf gelegd op hetgeen zij eventueel verschuldigd is aan [gedaagde] . Zij vordert thans de veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit beslag, tot een bedrag van € 136,93. Nu HMS een vordering had op [gedaagde] , was dit beslag gerechtvaardigd en zal de kantonrechter dit gedeelte van de vordering dan ook toewijzen.

4.19.

[gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Voor zover nakosten worden gevorderd, levert dit vonnis hiervoor een titel op.

in reconventie

4.20.

Gelet op het oordeel van de kantonrechter over het gegeven ontslag op staande voet, zal zij de vordering van [gedaagde] inzake het betalen van salaris over de periode vanaf 1 maart 2014 tot 19 juni 2014 afwijzen.

4.21.

HMS heeft aangevoerd dat [gedaagde] op 14 februari 2014 nog 238,9 uur aan verlofrechten had opgebouwd, welke hij nog niet had genoten, en dat deze verlofrechten een bedrag aan loon vertegenwoordigen van € 3.939,46 bruto. [gedaagde] heeft zijn stellingen ten aanzien van de uitbetaling van vakantiedagen, tegenover deze stellingen van HMS, niet nader aangevuld, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van dit door HMS opgevoerde bedrag. De kantonrechter zal HMS veroordelen tot betaling hiervan. De vordering tot betaling van de wettelijke verhoging over deze bedragen wijst de kantonrechter af. Gelet op de omstandigheid dat het ontslag op staande voet op goede gronden is gegeven en gelet op het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de in conventie gevorderde gefixeerde schadevergoeding, acht de kantonrechter het toewijzen van een wettelijke verghoging niet redelijk. De vordering tot betaling van de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 19 juni 2014 wijst de kantonrechter toe, nu HMS op dit punt geen verweer heeft gevoerd, en zich hiertegen ook overigens niets verzet.

4.22.

De vordering tot betaling van een bedrag aan eenmalige uitkering wijst de kantonrechter af, nu HMS, onweersproken door [gedaagde] , heeft gesteld dat [gedaagde] aan het einde van het jaar nog in dienst moest zijn om in aanmerking te komen voor deze eenmalige uitkering.

4.23.

De vorderingen tot het opstellen van een deugdelijke loonspecificatie en een jaaropgave over 2014 wijst de kantonrechter af. HMS heeft aangevoerd dat zij deze documenten zal verschaffen en dat [gedaagde] geen feiten en/of omstandigheden heeft aangevoerd, waaruit volgt dat HMS hiermee mogelijk in gebreke zal blijven. Gelet hierop heeft [gedaagde] onvoldoende belang gesteld bij dit gedeelte van haar vorderingen.

4.24.

Nu beide partijen in reconventie deels in het gelijk zijn gesteld, zal de kantonrechter de proceskosten van de procedure in reconventie compenseren.

5 Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat HMS [gedaagde] op 14 februari 2014 rechtsgeldig op staande voet heeft ontslagen;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan HMS van een bedrag van € 1.053,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2014, tot de dag van de algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure in conventie, inclusief de beslagkosten, tot op heden aan de zijde van HMS vastgesteld op een bedrag van € 918,0815, waaronder € 240,- voor het salaris van de gemachtigde;

5.4.

verklaart de veroordelingen onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het anders of meer gevorderde;

in reconventie

5.6.

veroordeelt HMS tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van € 3.939,46 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

5.7.

verklaart de veroordeling onder 5.6. uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.9.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.C. Bordes en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2015.