Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:15590

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-12-2015
Datum publicatie
14-01-2016
Zaaknummer
15/9124
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging vv arbeid in loondienst, twv, herziening WAV zonder overgangsrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 15/9124

V-nummers: [V-nummers]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 december 2015 in de zaak tussen

[naam1] , eiser,

[naam2] , eiseres,

hierna te noemen: eisers,

gemachtigde: mr. J.M.M. Verstrepen,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verweerder,

gemachtigde: mr. A. Schut.

Procesverloop

Eisers hebben op 5 mei 2015 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 april 2015 (het bestreden besluit).

Verweerder heeft op 12 november 2015 een verweerschrift in gediend.

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 16 november 2015. Eisers zijn ter zitting verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig K.S. Hathie-Akkal, tolk in de Engelse taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eisers zijn geboren op [geboortedag1] 1967, respectievelijk op [geboortedag2] 1969 en bezitten de Indonesische nationaliteit. Op 27 november 2011 zijn eiser met een machtiging tot voorlopig verblijf Nederland ingereisd en op 30 november 2011 hebben zijn aanvragen ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Eiser is op 9 maart 2012 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst bij Atlas Copco Nederland BV’.

De arbeidsmarktaantekening van de verleende verblijfsvergunning luidt ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over een tewerkstellingsvergunning (twv)’.

Deze verblijfsvergunning is verleend met ingang van 31 januari 2012, met een geldigheidsduur tot 1 december 2014. Eiseres is op 9 maart 2012 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier onder beperking ‘verblijf bij echtgenoot’ en de geldigheidsduur hiervan is laatstelijk verlengd tot 1 december 2014.

2. Op 1 oktober 2014 hebben eisers aanvragen ingediend voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunningen. Deze aanvragen zijn bij afzonderlijke besluiten van 3 februari 2015 afgewezen. Op 9 februari 2015 hebben eisers hiertegen bezwaar gemaakt. Eisers zijn op 15 april 2015 bij een ambtelijke commissie gehoord.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

3. Daarbij heeft verweerder overwogen dat vanaf 1 januari 2014 artikel 4, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) zonder overgangsrecht is aangescherpt, waardoor arbeidsmigranten voortaan na vijf ononderbroken arbeid te hebben verricht vrij zijn op de arbeidsmarkt, in plaats van na drie jaar. Nu eiser niet op 1 januari 2014 gedurende drie onafgebroken jaren in het bezit is geweest van een geldige twv en een geldige verblijfsvergunning, is eiser niet vrij op de arbeidsmarkt. Zelfs onder de oude Wav zou eiser nog steeds twv-plichtig zijn, hij had immers ten tijde van indiening van onderhavige aanvraag nog niet drie onafgebroken jaren een voor arbeid geldige verblijfsvergunning. Nu in bezwaar geen stukken van eisers werkgever zijn overgelegd, waaronder een ‘verklaring referent’, hebben eisers niet voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van hun verblijfsvergunningen.

Tot slot heeft verweerder de stelling van eiser verworpen dat eiser, gelet op de hoogte van zijn salaris, als kennismigrant aangemerkt dient te worden, nu eiser noch zijn werkgever op enig moment een aanvraag hebben gedaan in het kader van de kennismigrantenregeling.

4. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat de manier waarop de wijziging van de Wav per 1 januari 2014 tot stand is gekomen, zonder overgangsrecht en zonder tijdige aankondiging, in strijd is met zowel internationaal-, Europees- en nationaalrechtelijke verplichtingen. Op basis van de Wav, zoals die gold tot 1 januari 2014, had eiser in aanmerking dienen te komen voor een verblijfsvergunning voortzet verblijf.

Dat in de Wav (nieuw) geen overgangsrecht is opgenomen is in strijd met artikel 2 in samenhang met artikel 19 van het Europees Sociaal Handvest. Tevens is het in strijd met het Unierechtelijke doeltreffendheids-, vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Voorts leidt de wetswijziging zonder overgangsrecht tot schending van artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Door de wetswijziging van de Wav is sprake van ontneming van eigendom, nu eiser daarmee rechtstreeks inkomen wordt ontnomen. De Wav (nieuw) dient daarom onverbindend verklaard te worden jegens eiser wegens strijd met artikel 1 van het EP bij het EVRM. Verder is het ontbreken van overgangsrecht in de Wav (nieuw) in strijd is met aanwijzing 166 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (de Aanwijzingen). Blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan bij ontbreken van overgangsrecht de rechtszekerheid met zich brengen dat aan reeds vervallen voorschriften moet worden getoetst wanneer deze voor de belanghebbende gunstiger zijn. De mogelijkheid voor de wetgever om te bepalen dat de Wav (nieuw) niet van toepassing is op bestaande rechtsposities is neergelegd in aanwijzing 166 van de Aanwijzingen, hetgeen voor een geval als eiser had moeten geschieden.

Subsidiair is een beroep gedaan op de kennismigrantenregeling. Eiser voert aan dat verweerder zijn werkgever na de verstrekking van zijn verblijfsvergunning en twv heeft erkend als referent en dat zijn inkomen onbetwist boven het niveau van de door verweerder gestelde inkomensgrens voor een kennismigrant heeft gelegen. Gelet hierop had verweerder ambtshalve moeten beoordelen of de aan hem verleende verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ met terugwerkende kracht aangemerkt kan worden als een verblijfsvergunning onder de beperking ‘kennismigrant’, zodat hij in aanmerking komt voor een ‘zoekperiode’ om opnieuw werk te vinden als kennismigrant.

5. Verweerder heeft zich in het verweerschrift primair op het standpunt gesteld dat eiser geen belang meer heeft bij de onderhavige procedure, omdat eiser inmiddels niet meer werkzaam is bij het bedrijf Atlas Copco, hij bezig is met solliciteren en op dit moment geen werk heeft. Subsidiair heeft verweerder zijn eerder ingenomen standpunt gehandhaafd.

De rechtbank overweegt als volgt.

6. De rechtbank is van oordeel dat eisers wel procesbelang hebben bij deze procedure, omdat door het niet verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunningen een verblijfsgat ontstaat dat nadelige gevolgen heeft voor de opbouw van de verblijfsrechten van eisers in Nederland.

7. Ingevolge artikel 2, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4, eerste lid, van zowel de Wav zoals die gold tot 1 januari 2014 (Wav oud) als de Wav, zoals die sinds 1 januari 2014 geldt (Wav nieuw), is het verbod voor een werkgever om een vreemdeling arbeid te laten verrichten zonder twv niet van toepassing, indien de desbetreffende vreemdeling krachtens de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) een vergunning is verleend, voorzien van een aantekening van de Minister van Veiligheid en Justitie, waaruit blijkt dat arbeid vrij is toegestaan.

Ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wav (oud) werd een zodanige aantekening afgegeven aan een vreemdeling die gedurende een ononderbroken tijdvak van drie jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd.

Ingevolge artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wav (nieuw) wordt een zodanige aantekening afgegeven aan een vreemdeling die gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar heeft beschikt over een het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd.

Ingevolge artikel 3.103 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) wordt de aanvraag getoetst aan het recht dat gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is.

8. De onderhavige aanvraag van eisers is op 1 oktober 2014 ontvangen door verweerder, zodat als wettelijk kader heeft te gelden het recht zoals dat gold op 1 oktober 2014. Dit betekent dat de herziene Wav op eisers van toepassing is. Uit de Vw 2000 vloeit niet anders voort. Voorts is niet gebleken dat het recht dat gold op 22 april 2015, de datum van het bestreden besluit, voor eisers gunstiger is. In hetgeen eisers hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Dat eisers onder de Wav zoals die gold tot 1 januari 2014 naar Nederland zijn gekomen en in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning betekent niet dat deze eerdere wettelijke regeling op eisers moet worden toegepast, ook al zou deze voor eisers gunstiger zijn.

9. Het beroep op het vertrouwens-en rechtszekerheidsbeginsel faalt, nu eiser ten tijde van de aanvraag, ten tijde van het primaire en het bestreden besluit nog geen drie jaar ononderbroken heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning. Ook bij toepassing van de Wav (oud) zou dus op de aan eiser verstrekte verblijfsvergunning de arbeidsmarktaantekening ‘arbeid toegestaan, mits een twv is verleend’ zijn geplaatst dan wel de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning zijn afgewezen vanwege het ontbreken van een twv. De juistheid van de ingangsdatum van de verblijfsvergunning kan niet meer aan de orde worden gesteld, omdat deze in rechte vast staat. Hetgeen eisers verder in beroep dienaangaande hebben aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden.

10. De rechtbank is voorts met verweerder van oordeel dat de aan eiser verleende verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ niet met terugwerkende kracht kan worden aangemerkt als een verblijfsvergunning onder de beperking ‘kennismigrant’. Eiser heeft immers destijds een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ en heeft deze in 2012 gekregen. Hiertegen heeft eiser geen bezwaar gemaakt. Evenmin heeft eiser of zijn werkgever op enig moment verzocht om een wijziging van de beperking naar ‘kennismigrant’. De huidige aanvraag is, evenals de vorige aanvraag, een aanvraag om het verlenen van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst”, zodat verweerder op grond van deze aanvraag evenmin een verblijfsvergunning onder de beperking ‘kennismigrant’ kan verlenen. Eiser kan zich derhalve evenmin beroepen op de zogenaamde ‘zoekperiode’ voor kennismigranten, nu hij nimmer een dergelijke vergunning heeft gehad.

11. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder de onderhavige aanvragen van eisers terecht afgewezen.

12. Het beroep is ongegrond.

13. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2015.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.