Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:15051

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
15/4516
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toets rechtmatigheid inverzekeringstelling ex 59a Sv door rechter-commissaris op verzoek van de verdachte. De verdachte is niet-ontvankelijk in zijn verzoek, nu de wet in een dergelijke toets op verzoek van de verdachte niet voorziet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RG04

beschikking

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Rechter-commissaris

RC-nummer: 15/4516

Beschikking op een verzoek getiteld ‘verzoek rechtmatigheidstoets ex artikel 59a Sv’

Aan de rechter-commissaris is op 4 november 2015 om 12:15 uur een verzoek ter hand gesteld, afkomstig van mr. M.H. Meulemeesters, raadsman van:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedag] 1989

(hierna: de verdachte).

Inhoud van het verzoek.

Het verzoek strekt tot toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling van de verdachte. De inverzekeringstelling is volgens de raadsman in strijd met het legaliteitsbeginsel, nu deze is gebaseerd op een wetsartikel dat toepassing van dit dwangmiddel niet mogelijk maakt (artikel 447e Wetboek van Strafrecht).

Procesgang.

De rechter-commissaris heeft het faxbericht van de raadsman direct na ontvangst daarvan ter hand gesteld aan de piketofficier van justitie, mr. D.J. Laman. De piketofficier van justitie heeft haar om 15:04 uur een inhoudelijke reactie gestuurd.

Vanwege het spoedeisende karakter van deze zaak, heeft de rechter-commissaris afgezien van het horen van de verdachte en diens raadsman.

Overweging.

De rechter-commissaris overweegt dat het Nederlandse stelsel van strafvordering niet voorziet in een toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling anders dan op verzoek van de officier van justitie. Zij verwijst hiertoe naar de letterlijke tekst van artikel 59a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (“De rechter-commissaris bepaalt, na daartoe van de officier van justitie een verzoek te hebben ontvangen, onverwijld tijd en plaats van het verhoor”), naar de literatuur (Melai/Groenhuijsen, artikelsgewijs commentaar bij artikel 59a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, aantekeningen 7 en 8) en naar de parlementaire geschiedenis bij het betreffende wetsartikel (Kamerstukken II, 21225, nr. 12, p. 3-4).

Uit deze bronnen blijkt, dat er bij de invoering van artikel 59a van het Wetboek van Strafvordering door de wetgever uitdrukkelijk niet voor is gekozen om toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling door de rechter-commissaris op verzoek van de verdachte mogelijk te maken. Het verzoek moet om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

Overweging ten overvloede.

De rechter-commissaris overweegt ten overvloede dat uit de schriftelijke reactie van de piketofficier van justitie kan worden afgeleid dat hem uit navraag bij de politie is gebleken dat de inverzekeringstelling van verdachte heeft plaatsgevonden op verdenking van overtreding van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht, zijnde een artikel waarvoor inverzekeringstelling is toegelaten bij een verdachte van wie geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland vast te stellen is.

Beslissing.

De rechter-commissaris verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven te Den Haag op 4 november 2015 om 16:50 uur door mr J.Th.W. van Ravenstein, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken.