Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:1460

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-02-2015
Datum publicatie
13-02-2015
Zaaknummer
09/857217-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van afpersing met geweld (317 Sr) en bedreiging met brandstichting (285 Sr.). Afpersing door dreigen met geweld (brandstichting) van een clubhuis van een motorclub door leden van een andere motorclub. Middels een uitgevoerd vooropgezet plan hebben die leden in dat clubhuis gedreigd met brandstichting, daarbij ondersteund door een groep van 20-30 personen die zich langs de wanden hadden opgesteld. Verdachte was één van de personen die zich in het clubhuis hadden opgesteld en aldus de afpersing en bedreiging op zodanige wijze heeft ondersteund dat zulks leidt tot het medeplegen van die feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857217-13

Datum uitspraak: 13 februari 2015

Tegenspraak

(Promis vonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],

BRP-adres: [adres 1].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 23 en 30 januari 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren en van justitie

mrs. L.E. van der Leeuw en P.M. Gruppelaar, en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. G.R. van der Plas, advocaat te Katwijk, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld en/of brandstichting [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een clubhuis/pand, gelegen op of aan de [adres 2] en/of een sleutel van dat/een clubhuis/pand, gelegen op of aan de [adres 2], in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of motorclub [motorclub 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

(op 11 januari 2013:)

- creëren van een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" dat clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] binnen te gaan en/of

- bewaken en/of afschermen en/of blokkeren van de deur van dat clubhuis/pand en/of

- rondom verspreid in dat clubhuis/pand met de ruggen tegen de wand(en) te gaan staan en/of

- die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] apart te nemen en/of af te schermen van de overige aanwezigen en/of

- met een grote overmacht van personen om die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] te gaan staan, althans die [slachtoffer] en/of die twee andere leden van motorclub [motorclub 1] van de overige aanwezigen te scheiden en/of af te schermen en/of een cordon rondom die [slachtoffer] en/of die twee andere personen te vormen en/of

- die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezig(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] op dreigende/dwingende toon mede te delen dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis/pand afgefakkeld worden en/of

(op 18 januari 2013:)

- een/de sticker(s) van motorclub [motorclub 3], bevestigd op een deur van dat clubgebouw/pand, te verwijderen en/of

- plaatsen van een nieuw/ander slot op dat clubhuis/pand en/of

- creëren van een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" naar dat clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] te gaan en/of

- die [slachtoffer] apart te nemen en/of af te schermen, althans een ander (aspirant) lid van motorclub [motorclub 1] dat dit clubhuis/pand binnen wilde gaan, tegen te houden en/of

- op dreigende/dwingende toon die [slachtoffer] mede te delen (zakelijk weergegeven) dat zij net in Heiloo een vergadering van 8 motorclubs hebben gehad, dat Zuid Holland aan de [motorclub 2] is toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder valt, dat het clubhuis/pand van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] is en dat die [slachtoffer] de sleutel van het clubhuis/pand moet inleveren en/of dat de [motorclub 2] het over zou nemen en dat die [slachtoffer] zich bij die [motorclub 2] aan kon sluiten, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard;

en/of

hij op of omstreeks 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of brandstichting, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

(op 11 januari 2013)

- een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] gecreëerd door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" het clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] binnen te gaan en/of

- de deur van dat clubhuis/pand bewaakt en/of afschermd en/of geblokkeerd en/of

- rondom verspreid in dat clubhuis/pand met de ruggen tegen de wand(en) gestaan en/of

- die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] apart genomen en/of afgeschermd van de overige aanwezigen en/of

- met een grote overmacht van personen om die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] gestaan, althans die [slachtoffer] en/of die twee andere leden van motorclub [motorclub 1] van de overige aanwezigen gescheiden en/of afgeschermd en/of een cordon rondom die [slachtoffer] en/of die twee andere personen gevormd en/of

- die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezig(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] op dreigende/dwingende toon medegedeeld dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis/pand afgefakkeld worden en/of

(op 18 januari 2013:)

- een/de sticker(s) van motorclub [motorclub 3], bevestigd op een deur van dat clubgebouw/pand, verwijderd en/of

- een nieuw/ander slot op dat clubhuis/pand geplaatst en/of

- een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] gecreëerd door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" naar dat clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] te gaan en/of

- die [slachtoffer] apart genomen en/of afgeschermd, althans een ander (aspirant) lid van motorclub [motorclub 1] dat dit clubhuis/pand binnen wilde gaan, tegen gehouden en/of

- op dreigende/dwingende toon die [slachtoffer] medegedeeld (zakelijk weergegeven) dat zij net in Heiloo een vergadering van 8 motorclubs hadden gehad, dat Zuid Holland aan de [motorclub 2] was toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder viel, dat het clubhuis/pand van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] was en dat die [slachtoffer] de sleutel van het clubhuis/pand moest inleveren en/of dat de [motorclub 2] het over zou nemen en dat die [slachtoffer] zich bij die [motorclub 2] aan kon sluiten,

althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een clubhuis/pand, gelegen op of aan de [adres 2], heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat clubhuis/pand wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk uit de opbrengst van (een) door misdrijf verkregen een clubhuis/pand voordeel heeft getrokken, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk, althans terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof, gebruik gemaakt van dit clubhuis/pand en/of de daarbij behorende voorzieningen.

3 Vormverzuimverweer

3.1

Het standpunt van de verdediging


Door de verdediging is aangevoerd dat de aanhouding van verdachte en de doorzoeking van zijn woning onrechtmatig hebben plaatsgevonden, namelijk zonder dat een redelijk vermoeden van schuld aan het plegen van enig strafbaar feit bestond. Meer in het bijzonder heeft de verdediging in dit verband dat de naam van verdachte tot het moment waarop de aanhouding en doorzoeking plaatsvonden in het onderzoek nog niet voren was gekomen. De naam van verdachte was tot het moment waarop de aanhouding en doorzoeking plaatsvonden in het onderzoek nog niet voren gekomen. Enkel het lidmaatschap van verdachte van motorclub [motorclub 2], een niet verboden motorclub, was toen bekend. Dat alleen echter vormt onvoldoende grond voor aanhouding en doorzoeking, aldus de verdediging. Gezien de aard van het verzuim en de doelbewustheid van het handelen Openbaar Ministerie dat hierin besloten ligt, moet het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van verdachte. In ieder geval moeten de onderzoeksresultaten die door de vormverzuimen zijn verkregen volgens de verdediging worden uitgesloten van het bewijs, zodat vrijspraak van de gehele tenlastelegging moet volgen.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de doorzoeking wel rechtmatig heeft plaatsgevonden. Daartoe is aangevoerd dat de afpersing door een grote groep personen was gepleegd waarbij de identiteit van nagenoeg niemand bekend was, behalve dat duidelijk was dat het ging om leden van motorclub [motorclub 2]. De informatie die de politie had over personen die vermoedelijk lid waren van die motorclub is verzameld en mede ten grondslag gelegd aan de aanvraag voor een machtiging tot doorzoeking aan de rechter-commissaris. Van verdachte was bekend dat hij reeds voorafgaande aan de aanhouding en doorzoeking had verklaard dat hij lid was van motorclub [motorclub 2]. Voor de officieren van justitie en – blijkens de verstrekte machtiging van de rechter-commissaris – ook voor de rechter-commissaris was het daardoor voldoende duidelijk dat verdachte ook lid was op van 11 januari 2013. De doorzoeking vond plaats in het kader van de afpersing en er werd tevens gezocht naar kleding om het lidmaatschap van de motorclub aan te tonen. Gelet op de toets van de rechter-commissaris die ten grondslag heeft gelegen aan de machtiging tot doorzoeking is verdachte op goede grond aangehouden en heeft ook de doorzoeking op goede grond plaatsgevonden. Het verweer van de raadsman kan dan ook volgens de officieren van justitie niet tot niet-ontvankelijkheid leiden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank


In de onderhavige zaak heeft de rechter-commissaris een machtiging verstrekt voor de doorzoeking van de woning van verdachte. De rechtbank moet, gelet hierop, de vraag beantwoorden of de rechter-commissaris in redelijkheid tot het verlenen van die machtiging heeft kunnen komen (vgl. onder meer Hoge Raad 10 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4351 en Hoge Raad 21 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9673). Met een oordeel hierover is ook een oordeel gegeven over de rechtmatigheid van de aanhouding van verdachte. De aanhouding en doorzoeking vonden plaats op dezelfde dag (26 maart 2013).

Op 14 januari 2013 kwam bij de politie een melding binnen die, kort gezegd, inhield dat leden van motorclub [motorclub 2] uit Den Haag het clubhuis van motorclub [motorclub 1] in Leiden ‘vijandig’ hadden overgenomen. In de twee weken die volgden op de melding werden getuigenverklaringen afgelegd (door de melder en een tweetal anderen) waarin hierover ook werd gerept. In de melding en de verklaringen werd gemeld dat een groot aantal [motorclub 2]-leden bij de vermeende ‘vijandige’ overname betrokken zou zijn geweest. Over de identiteit van die leden konden de melder en de getuigen, op een enkele uitzondering na, geen gegevens verstrekken. Tijdens een controle op 22 januari 2013 trof de politie in het clubhuis van [motorclub 1] een aantal leden van motorclub [motorclub 2] (overigens niet verdachte) aan. Weer een aantal weken later moest het clubhuis van [motorclub 1], op last van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, worden ontruimd.
Uit onderzoek in de politiesystemen kwam naar voren dat verdachte op 30 september 2012 tegen een politieagent had gezegd dat hij sinds vier jaar ‘full member’ van motorclub [motorclub 2] was; verdachte was tijdens dat gesprek gekleed in ‘full colors’ en in het gezelschap van de president van de motorclub, [medeverdachte 3].

Uit de Basisregistratie Personen kwam naar voren dat verdachte ten tijde van de vermeende ‘vijandige’ overname van het clubhuis van motorclub [motorclub 1] stond ingeschreven in Leiden. Een politieagent bevestigde voorts dat dit adres ook de feitelijke verblijfplaats was van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de rechter-commissaris in redelijkheid tot het afgeven van vorenbedoelde machtiging heeft kunnen komen, waarmee, zoals hiervoor reeds is overwogen ook is gezegd dat de aanhouding van verdachte op goede gronden heeft plaatsgevonden. Er waren op het moment van de aanhouding van verdachte en de doorzoeking van zijn woning meerdere verklaringen afgelegd die wezen op de betrokkenheid van een groot aantal leden van [motorclub 2], gekleed in ‘full colors’ bij de ‘vijandige’ overname van het clubhuis van motorclub [motorclub 1]. Er had zich voorts een aantal gebeurtenissen voorgedaan die daarop ook wezen. De identiteit van het overgrote deel van de betrokken [motorclub 2]-leden was niet bekend, tussen motorclub [motorclub 2] en verdachte kon op basis van een recente mutatie in het politiesysteem een verband worden gelegd en verdachte bleek woonachtig te zijn in Leiden, nabij Den Haag en de plaats waar het clubhuis van [motorclub 1] is gelegen.

Het verweer van de verdediging faalt dus. Van vormverzuimen is geen sprake.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding1

In december 2012 hebben leden van motorclub [motorclub 2] (hierna: [motorclub 2]) een aantal keren een bezoek gebracht aan het clubhuis van motorclub [motorclub 1] aan de [adres 2] in Leiden. Tijdens het tweede bezoek hebben zij aan de toen aanwezige leden van [motorclub 1] gevraagd of die interesse hadden om ‘support-club’ te worden van [motorclub 2]. Hierop hebben de [motorclub 1]-leden aangegeven hierin geen interesse te hebben2.

Op 11 januari 2013 hebben leden van [motorclub 2] in de avond een bezoek gebracht aan leden van motorclub [motorclub 1] in genoemd clubhuis. Een twintig- tot dertigtal leden van [motorclub 2] betrad daarbij, gekleed in full colors, dat clubhuis. Deze leden hebben zich verspreid in het clubhuis; enkele van hen gingen langs de muren van het clubhuis staan en een aantal anderen bewaakten de toegangsdeur. Drie leden van [motorclub 2], te weten de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], hebben met drie (bestuurs)leden van [motorclub 1] een gesprek gevoerd. Dat gesprek vond plaats in een nis achter een rij van leden van de [motorclub 2], die daardoor de gespreksdeelnemers afschermden van de overige aanwezigen in het clubhuis. Tijdens dat gesprek is tegen leden gezegd dat zij zich konden aansluiten bij [motorclub 2] en als zij dat niet zouden doen dat dan het clubhuis zou worden afgefakkeld (in brand gestoken). Daarna hebben de leden van [motorclub 2] het clubhuis verlaten.

Op 18 januari 2013 heeft een aantal leden van [motorclub 2] omstreeks 22:00 uur opnieuw het clubhuis van [motorclub 1] bezocht. Het clubhuis was op dat moment niet geopend; er bevond zich toen een hangslot aan de deur dat niet van [motorclub 1] was. De voorzitter van [motorclub 1], [slachtoffer], verscheen op een gegeven moment bij het clubhuis. Tegen hem werd toen gezegd dat er in Heiloo net een vergadering van acht motorclubs was geweest, dat Zuid-Holland aan [motorclub 2] was toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder valt en dat het clubhuis van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] was en dat [slachtoffer] zich bij [motorclub 2] kon aansluiten. [slachtoffer] heeft, na daartoe te zijn aangesproken door leden van [motorclub 2], het clubhuis geopend. Later die avond is de sleutel van het clubhuis afgegeven.3

Over het bovengenoemde, waarvan onderdelen in de tenlastelegging zijn terug te vinden, bestaat geen discussie. De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging in zoverre wettig en overtuigend kan worden bewezen en grondt dat oordeel op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen waarnaar in de voetnoten wordt verwezen.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte als medepleger heeft deelgenomen aan deze feiten. Indien dat niet het geval is, dient de rechtbank te beoordelen of hij zich schuldig heeft gemaakt het subsidiair tenlastegelegde.

4.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich, zakelijk weergegeven, op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. De rechtbank begrijpt, nu beide primair tenlastegelegde feiten zien op dezelfde feitelijke handelingen, dat de officieren hiermee zowel op het eerste als tweede cumulatief alternatief hebben gedoeld. De officieren hebben daartoe aangevoerd dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde full-member was van [motorclub 2] en dat hij op 11 januari 2013 aanwezig is geweest bij [motorclub 1] en daar deel heeft uitgemaakt van de groep die zich daar intimiderend heeft opgesteld terwijl het bestuur van [motorclub 2] een afgescheiden gesprek met [motorclub 1] had. Hoewel verdachte wellicht niet op de hoogte was van de exacte bewoordingen van het gesprek, kan hem de strekking en de bedreigende setting ervan niet zijn ontgaan, aldus de officieren van justitie.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Hij heeft daartoe primair aangevoerd dat verdachte op 11 januari 2013 niet aanwezig is geweest in het clubhuis. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat ook als aangenomen wordt dat verdachte toen wel aanwezig is geweest, er onvoldoende bewijs is voor een bewuste en nauwe samenwerking van verdachte bij de afpersing, nu er geen verklaringen zijn dat verdachte het oogmerk had het clubhuis wederrechtelijk in bezit te nemen dan wel dat hij leden heeft bedreigd. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat niet gebleken is dat verdachte het clubhuis heeft verworven dan wel voorhanden heeft gehad.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Bedreiging met geweld in de zin van artikel 317 Sr?

Het geweld als bedoeld in artikel 317 Sr hoeft niet gericht te zijn tegen de persoon die tot afgifte wordt gedwongen. Het geweld kan gericht zijn tegen andere personen of tegen goederen. In dit geval is gedreigd met het affakkelen van het clubhuis. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit zonder meer worden aangemerkt als bedreiging met geweld als bedoeld in artikel 317 Sr.

Was verdachte in het clubhuis aanwezig op 11 januari 2013?
Verdachte heeft verklaard dat hij full-member was van [motorclub 2]4. Medeverdachte [medeverdachte 4], die ten tijde van het tenlastegelegde al geruime tijd in de kringen van [motorclub 2] verkeerde, heeft, geconfronteerd met de foto van verdachte, verklaard dat verdachte op 11 januari 2013 in het clubhuis aanwezig was en hij hem nog heeft gebeld toen hij even weg was geweest van het clubhuis5. Deze verklaring wordt ondersteund door gegevens over het telefoonverkeer van verdachte die avond6, zodat de rechtbank deze verklaring betrouwbaar acht. Nu er geen aanwijzingen zijn dat verdachte die avond niet in het clubhuis aanwezig is geweest, gaat de rechtbank er op basis van de verklaring van [medeverdachte 4] en de telefoongegevens van uit dat verdachte op 11 januari 2013 één van de mannen is geweest die onderdeel heeft uitgemaakt van de grote groep [motorclub 2]-ers die, gekleed in clubkleding van [motorclub 2], onverwacht het clubhuis van [motorclub 1] is binnengekomen.

Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte niet één van de [motorclub 2]-leden was die deelnam aan het gesprek met de (bestuurs)leden van [motorclub 1].

Wil een bewezenverklaring van het medeplegen van afpersing en/of bedreiging met geweld kunnen volgen, dan moet opzet op het grondfeit en opzet op de bewuste en nauwe samenwerking worden vastgesteld.

Opzet op het grondfeit?

Uit de hiervoor aangehaalde verklaringen van [slachtoffer], [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4] en [medeverdachte 4] komt naar voren dat op 11 januari 2013 een grote groep [motorclub 2]-leden onverwacht en gekleed in full-colors zijn opwachting heeft gemaakt in het clubhuis van [motorclub 1]. Een drietal bestuursleden van [motorclub 2] is in dat clubhuis het gesprek aangegaan met (bestuurs)leden van [motorclub 1]. Een aantal van de overige [motorclub 2]-leden hebben zich langs de muren van het clubhuis opgesteld, een aantal heeft bedoeld gesprek tussen de bestuursleden van [motorclub 2] en (bestuurs)leden van [motorclub 1] afgeschermd en een aantal heeft de toegangsdeur bewaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank is de uiterlijke verschijningsvorm van deze gedragingen dusdanig dat op basis daarvan kan worden aangenomen dat daaraan een vooraf gemaakt plan ten grondslag heeft gelegen en ook dat dit plan op niets anders gericht kan zijn geweest dan dat het clubhuis van [motorclub 1] kwaadschiks zou worden afgenomen. Bij dit laatste neemt de rechtbank ook in aanmerking dat uit het dossier naar voren komt dat enkele [motorclub 2]-leden eerder gesprekken hadden gevoerd met (bestuurs)leden van [motorclub 1] over een vorm van samenwerking tussen de twee motorclubs, maar dat deze gesprekken tot niets hadden geleid. Bij de deelname aan de uitvoering van vorenbedoeld plan is sprake van zodanige belastende feiten en omstandigheden dat het op de weg ligt van de betreffende deelnemer om uit leggen waarom hij in het [motorclub 1]-clubhuis aanwezig was. Een dergelijke uitleg van de zijde van verdachte is , hoewel hij daartoe ruimschoots de gelegenheid heeft gehad, echter uitgebleven. Verdachte heeft zich immers zowel tijdens de politieverhoren als bij de rechter-commissaris als ter terechtzitting op zijn zwijgrecht beroepen.

Uit de aanwezigheid van verdachte in het clubhuis en zijn proceshouding leidt de rechtbank dan ook af dat hij opzet heeft gehad op het grondfeit, te weten de afpersing van het clubhuis door bedreiging met geweld (in de zin van brandstichting) en de bedreiging met brandstichting. Dat verdachte (mogelijk) niet heeft gehoord wat er exact is gezegd in het gesprek tussen ‘de mannen in de nis’ staat aan een bewezenverklaring niet in de weg, nu voor een deelnemer aan een strafbaar feit globaal opzet op het grondfeit volstaat.

Opzet op nauwe en bewuste samenwerking?

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling of sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking belang toekomt aan de intensiteit van de samenwerking, de taakverdeling, de rol van verdachte in de voorbereiding, uitvoering en afhandeling, het belang van die rol en de aanwezigheid van verdachte op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. (ECLI:NL:HR:2014:3474). De rechtbank overweegt in dat verband in deze zaak als volgt.

Uit de verklaringen van de getuigen die op 11 januari 2013 aanwezig waren is af te leiden dat tijdens de inval van [motorclub 2] duidelijk sprake was van een taakverdeling. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte niet één van de [motorclub 2]-leden was die deelnam aan het gesprek met de (bestuurs)leden van [motorclub 1].

De rechtbank is van oordeel dat de op 11 januari 2013 door leden [motorclub 2] geuite woorden dat het clubhuis van [motorclub 1] zou worden afgefakkeld als de leden van [motorclub 1] geen lid zouden worden van [motorclub 2] de dreiging met geweld vormt die ertoe heeft geleid dat [motorclub 1] het clubhuis aan [motorclub 2] heeft overgedragen. De overige tenlastegelegde gedragingen op 11 januari 2013 hebben de kracht van die woordelijke bedreiging sterk vergroot en op 18 januari 2013 bijgedragen aan de voltooiing van de afpersing. Door op 11 januari 2013 deel te nemen aan die (overige) gedragingen heeft verdachte dan ook een wezenlijke bijdrage aan de uitvoering van het tenlastegelegde geleverd. Uit het dossier volgt ook niet dat verdachte zich op enigerlei wijze van de gebeurtenissen heeft gedistantieerd.

Dat verdachte op 18 januari 2013, toen de afpersing werd voltooid, niet in of nabij het clubhuis van [motorclub 1] was, staat in dit geval aan het aannemen van medeplegen niet in de weg. De bijdrage van verdachte op 11 januari 2013 aan de uitvoering van het delict was van zodanig gewicht dat de kwalificatie medeplegen gerechtvaardigd is.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van afpersing en het medeplegen van bedreiging met brandstichting.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

primair eerste en tweede cumulatief/alternatief.

hij in de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] en één of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een clubhuis, gelegen aan de [adres 2] en een sleutel van dat clubhuis, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of motorclub [motorclub 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke bedreiging met geweld bestond uit het

(op 11 januari 2013:)

- onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de [motorclub 2] dat clubhuis van motorclub [motorclub 1] binnen gaan en

- bewaken van de deur van dat clubhuis en

- rondom verspreid in dat clubhuis met de ruggen tegen de wanden gaan staan en

- die [slachtoffer] en twee andere leden van motorclub [motorclub 1] van de overige aanwezigen scheiden en afschermen en

- die [slachtoffer] en die twee andere leden van motorclub [motorclub 1] mededelen dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis afgefakkeld worden en

(op 18 januari 2013:)

- onverwacht met een aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de [motorclub 2]" naar dat clubhuis van motorclub [motorclub 1] gaan en

- die [slachtoffer] mededelen (zakelijk weergegeven) dat zij net in Heiloo een vergadering van 8 motorclubs hebben gehad, dat Zuid Holland aan de [motorclub 2] is toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder valt, dat het clubhuis van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] is en dat die [slachtoffer] de sleutel van het clubhuis moet inleveren en dat die [slachtoffer] zich bij die [motorclub 2] aan kon sluiten;

en

hij in de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden, tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer] en één of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] heeft bedreigd met brandstichting, immers hebben/zijn verdachte en zijn mededaders opzettelijk dreigend

(op 11 januari 2013)

- onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de [motorclub 2] het clubhuis van motorclub [motorclub 1] binnen gegaan en

- de deur van dat clubhuis bewaakt en

- rondom verspreid in dat clubhuis met de ruggen tegen de wanden gestaan en

- die [slachtoffer] en twee andere leden van motorclub [motorclub 1] van de overige aanwezigen gescheiden en afgeschermd en

- die [slachtoffer] en die twee andere leden van motorclub [motorclub 1] op medegedeeld dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis afgefakkeld worden.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van primair eerste cumulatief/alternatief:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van primair tweede cumulatief/alternatief:

medeplegen van bedreiging met brandstichting.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officieren en van justitie

De officieren en van justitie hebben gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in het voordeel van verdachte rekening dient te worden gehouden met de omstandigheid dat de eenmanszaak van verdachte door het voorarrest grote schade heeft geleden, mede doordat onterecht beslag is gelegd op geld. Voorts is het voorarrest verdachte ook zwaar gevallen, heeft hij geen relevante documentatie, is hij geen lid meer van de [motorclub 2] en zou een gevangenisstraf negatieve gevolgen hebben voor de eenmanszaak van verdachte.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan afpersing en bedreiging met brandstichting. Op 11 januari 2013, in de avond, zijn verdachte en zijn mededaders, allen lid van motorclub [motorclub 2] ([motorclub 2]), naar het clubhuis van [motorclub 1] in Leiden gegaan. De [motorclub 2]-leden waren op dat moment met twintig tot dertig mannen, gekleed in ‘full colors’. Zij gingen naar Leiden met het doel om het clubhuis van [motorclub 1] kwaadschiks in handen te krijgen, nu dat eerder, goedschiks, niet was gelukt. Op dat moment was bij [motorclub 2] bekend dat [motorclub 1] nog ongeveer tien tot twaalf leden had. Met genoemd opzet zijn de [motorclub 2]-leden, onaangekondigd, tijdens een clubavond van [motorclub 1], het clubhuis binnengevallen. Een aantal leden heeft zich strategisch in het clubhuis opgesteld langs de wanden en bij de deur. Vervolgens is een aantal bestuursleden van motorclub [motorclub 1] door een aantal (bestuurs)leden van [motorclub 2] apart genomen voor een gesprek. In dat gesprek hebben de [motorclub 2]-leden te kennen gegeven dat zij vonden dat het clubhuis van [motorclub 1] in het territorium van [motorclub 2] viel en dat er voor [motorclub 1] maar twee keuzes waren; aansluiten bij [motorclub 2] of hun clubhuis in brand laten steken. Er werd toen ook een ultimatum gesteld; [motorclub 1] moest binnen drie dagen beslissen.

Verdachte was één van de [motorclub 2]-leden die in de avond van 11 januari 2013 is meegegaan naar het clubhuis van [motorclub 1]. Hoewel hij niet één van de personen was die het gesprek met de [motorclub 1]-leden voerde, heeft zijn aanwezigheid wel bijgedragen aan de impact van het dreigement dat in dat gesprek werd geuit. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Op 18 januari 2013 is een groep [motorclub 2]-leden wederom naar het clubhuis van [motorclub 1] gegaan, dat, naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 januari 2013, op advies van de politie, niet open was. Toen de voorzitter van [motorclub 1] bij het clubhuis aankwam om de kachel te controleren, werd hem meegedeeld dat de overname door [motorclub 2] nu ook met de [motorclub 3] in Heiloo was afgekaart en dat het clubhuis dus nu van [motorclub 2] was. Hem werd verzocht de deur van het clubhuis , waar overigens ook al een ander slot op hing, open te doen. Later die avond heeft de voorzitter van [motorclub 1] het clubhuis, zonder de sleutel, verlaten.

Verdachte was niet bij de gebeurtenissen op 18 januari 2013 aanwezig, hetgeen de rechtbank, in het voordeel van verdachte, in de strafmaat heeft meegewogen.

De gebeurtenissen van een week in januari 2013 hebben grote impact gehad op de leden van [motorclub 1]. Uit verklaringen van de leden die op 11 januari 2013 in het clubhuis aanwezig waren blijkt dat zij volkomen verrast waren door het plotselinge binnenstormen van [motorclub 2]. Toen, na het vertrek van [motorclub 2], bekend was wat de reden van het bezoek was geweest, was de verslagenheid groot. Een week later werd het doel van verdachte en zijn mededaders, het in handen krijgen van het clubhuis van [motorclub 1], ook daadwerkelijk bereikt. De rechtbank kan dit alles niet anders zien dan gericht op één doel; het uitbreiden van het territorium van [motorclub 2] in Zuid-Holland. Dat deze wijze van ‘landjepik’ ook in de verdere samenleving beroering heeft teweeggebracht, blijkt uit de ruime media-aandacht voor deze zaak.

Verdachte is – blijkens een hem betreffend uittreksel uit het documentatieregister d.d. 23 december 2014 – in de afgelopen vijf jaren niet voor strafbare feiten veroordeeld.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat nader te noemen, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf passend en geboden is.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 47, 57, 285 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de primair (eerste en tweede cumulatief/alternatief) tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van primair eerste cumulatief/alternatief:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van primair tweede cumulatief/alternatief:

medeplegen van bedreiging met brandstichting;

verklaart het bewezen verklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mr. J.E. Bierling, rechter,

mr. S.L.M. Staals, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 februari 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van de processen-verbaal en rapporten uit het dossier inzake onderzoek 163Cabo.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] d.d. 28 maart 2013, Algemeen dossier, p. 37 en proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 5 april 2013, dossier [medeverdachte 4], p. 9.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] d.d. 20 januari 2013, Algemeen dossier, p. 10 en 11, proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] d.d. 28 maart 2013, Algemeen dossier, p. 35 t/m 37, proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris d.d. 10 september 2014, [getuige 1], punt 8, proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 27 maart 2013, dossier [getuige 2], p. 27 t/m 30, proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 4 april 2013, dossier [medeverdachte 1], p. 175, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 24 januari 2013, p. 15 t/m 17, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 25 januari 2013, p. 21, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 26 maart 2013, dossier [medeverdachte 1], p. 62, proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 5 april 2013, dossier [medeverdachte 4], p. 99 en 100 en proces-verbaal iPhone [medeverdachte 1], dossier [medeverdachte 1], p. 201.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris, punt 2.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 5 april 2013, p. 102.

6 Proces-verbaal bevindingen belcontacten [motorclub 2] omgeving [adres 2] Leiden, Algemeen dossier, p. 215.