Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:14426

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
19-01-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 300
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

X heeft verzocht om herziening van twee voorlopige aanslagen. De inspecteur heeft het verzoek van X om het voordeel uit hennepteelt te laten vervallen terecht afgewezen. X heeft in zijn verzoeken geen feiten en omstandigheden aangedragen op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat de voordelen uit hennepteelt bij de (definitieve) aanslagen vermoedelijk niet in aanmerking zouden worden genomen. Het beroep is ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet inkomstenbelasting 2001 9.5
Algemene wet bestuursrecht 7:1a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/213
V-N 2016/16.14.10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 15/300

uitspraak van de meervoudige kamer van 3 november 2015 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. C.P. Zwaanswijk),

en

[P] , verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2012 opgelegd. Voorts heeft verweerder aan eiser een voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2012 opgelegd.

Eiser heeft verweerder verzocht de aanslagen te herzien.

Verweerder is bij brief van 23 september 2014 gedeeltelijk aan het verzoek van eiser tegemoetgekomen.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2015. Eiser is daarbij verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] . Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting geschorst en de zaak verwezen naar een meervoudige kamer. Het onderzoek ter zitting heeft daarna plaatsgevonden op 22 september 2015. Eiser is daarbij verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] en [naam 3] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiser heeft verzocht om herziening van de hierboven vermelde voorlopige aanslagen. Eiser heeft daarbij aangevoerd dat er geen aanleiding is tot enige bijtelling vanwege voordelen uit hennepteelt.

2. Verweerder is met toepassing van artikel 9.5, eerste lid, van de Wet IB 2001 bij brief van 23 september 2014 gedeeltelijk aan de verzoeken van eiser tegemoetgekomen en heeft daarbij aangegeven de correctie voordelen uit hennepteelt te zullen verminderen tot € 14.202.

Geschil
3. In geschil is of verweerder terecht het verzoek van eiser om het in de aanslag begrepen voordeel uit hennepteelt te laten vervallen, heeft afgewezen.

Beoordeling van het geschil

4. Eiser heeft tegen de beslissing van verweerder van 23 september 2014 geen bezwaarschrift ingediend, maar heeft daartegen rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank. Partijen hebben ingestemd met een inhoudelijke behandeling door de rechtbank van het beroep met toepassing van artikel 7:1a Algemene wet bestuursrecht.

5. Op grond van artikel 9.5, eerste lid, van de Wet IB 2001 wordt een voorlopige aanslag door de inspecteur op verzoek herzien voor zover die voorlopige aanslag op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, vermoedelijk zal worden vastgesteld.

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij zijn beslissing van

23 september 2014 terecht het verzoek van eiser afgewezen om het voordeel uit hennepteelt te laten vervallen en de voorlopige aanslagen in zoverre te herzien. Eiser heeft in zijn verzoeken geen feiten en omstandigheden aangedragen op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat de voordelen uit hennepteelt bij de (definitieve) aanslagen vermoedelijk niet in aanmerking zouden worden genomen. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren.

Proceskosten

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr.dr. N. Djebali, voorzitter, en mr. R.C.H.M. Lips en

mr. T.A. de Hek, leden, in aanwezigheid van mr. S.R.M. Dekker, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,

2500 EA Den Haag.