Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:14257

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-12-2015
Datum publicatie
15-12-2015
Zaaknummer
C/09/493063 / HA ZA 15-852
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Nederland Erfolgsort art. 7 lid 2 EEX-II Vo. Schadelijke gevolgen op Nederlandse markt voor betrokken geneesmiddel. Grondslag onrechtmatige tenuitvoerlegging vernietigd vonnis, misbruik machtspositie, ongerechtvaardigde verrijking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/493063 / HA ZA 15-852

Vonnis in incident van 9 december 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SANDOZ B.V.,

gevestigd te Weesp,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het bevoegdheidsincident,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Den Haag,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

LEO PHARMACEUTICAL PRODUCTS LTD A/S,

gevestigd te Ballerup (Denemarken),

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het bevoegdheidsincident,

advocaat mr. A.E. Heezius te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Sandoz en Leo Pharma genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 26 juni 2015, met producties 1 tot en met 18;

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring met productie 25, tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 24;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord met productie 19.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Vorderingen en grondslagen in de hoofdzaak

2.1.

Sandoz vordert in de hoofdzaak – zakelijk weergegeven – Leo Pharma te veroordelen aan Sandoz te betalen bedragen van € 8.289.544,-, € 74.935,63 en € 500.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede tot vergoeding van de volledige redelijke en evenredige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

2.2.

Sandoz legt aan haar vordering – zakelijk weergegeven en voor zover van belang voor deze beslissing – de volgende stellingen ten grondslag.

2.2.1.

Sandoz is een producent van generieke geneesmiddelen. Zij is gevestigd in Nederland. Leo Pharma is een geneesmiddelenproducent uit Denemarken.

2.2.2.

Leo Pharma was de houder van het (inmiddels verlopen) Nederlandse deel van Europees octrooi 679 154 (hierna EP 154). EP 154 beschermde calcipotriolmonohydraat, een kristallijne vorm van calcipotriol. Calcipotriol is het actieve ingrediënt in geneesmiddelen tegen psoriasis.

2.2.3.

In de periode van 2007 tot en met 2014 zijn partijen verwikkeld geweest in een geschil met betrekking tot de beweerdelijke inbreuk door Sandoz op EP 154. Volgens Leo Pharma maakte het generieke calcipotriolproduct van Sandoz inbreuk op EP 154.

2.2.4.

Bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van 11 februari 2009 (hierna: het Vonnis) heeft de rechtbank Den Haag op vordering van Leo Pharma aan Sandoz met betrekking tot EP 154 een inbreukverbod voor Nederland opgelegd. Nadat het Vonnis op 12 februari 2009 aan haar was betekend heeft Sandoz al haar calcipotriolproducten van de markt gehaald. Bij arrest1 van 9 april 2013 heeft het Gerechtshof Den Haag (hierna: het hof) het Vonnis vernietigd. In datzelfde arrest heeft het hof ook EP 154 vernietigd en voor recht verklaard dat Leo Pharma onrechtmatig heeft gehandeld door het Vonnis ten uitvoer te leggen en Leo Pharma veroordeeld tot vergoeding aan Sandoz van de daardoor door haar geleden schade. Bij arrest2 van 3 oktober 2014 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Leo Pharma verworpen. Daarmee heeft het arrest van 9 april 2013 kracht van gewijsde verkregen.

2.2.5.

Aan haar vordering heeft Sandoz ten grondslag gelegd dat het hof heeft geoordeeld dat Leo Pharma aansprakelijk is jegens haar voor vergoeding van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige tenuitvoerlegging van het Vonnis. Daarnaast heeft Sandoz zich op het standpunt gesteld dat Leo Pharma zich ten opzichte van Sandoz ongerechtvaardigd heeft verrijkt, aangezien Leo Pharma haar op onrechtmatige wijze van de markt heeft verdreven, waardoor zij een tijdelijk monopolie heeft verkregen op de calcipotriolmarkt. Ten slotte heeft Sandoz gesteld dat Leo Pharma ook overigens jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door na het wijzen van het Vonnis haar monoproducten van de Nederlandse markt te halen, zodat de gehele Nederlandse markt zonder medische noodzaak was aangewezen op combinatieproducten, waarop Leo Pharma tot 2020 octrooibescherming geniet. Na de opheffing van het verbod was Sandoz ten gevolge van die handelwijze van Leo Pharma niet meer in staat haar monoproduct opnieuw in Nederland op de markt te brengen. De door Sandoz geleden (vermogens-)schade (bestaande uit gederfde winst) bedraagt – na correctie voor kapitaalkosten en rente – € 8.289.544,-, te vermeerderen met € 74.935,63 aan kosten ter vaststelling van de schade en € 500.000,- ter zake van immateriële schade.

3 Vorderingen en grondslagen in het bevoegdheidsincident

3.1.

Leo Pharma vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij heeft hiertoe gesteld dat de artikelen 613 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 7 lid 2 van de Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX II-Vo) toepassing missen. Hiertoe heeft Leo Pharma gesteld dat deze zaak geen schadestaatprocedure betreft en dat de stelling van Sandoz dat Nederland Erfolgsort is onjuist is, omdat de gestelde schade van Sandoz in Nederland zuivere vermogensschade vormt. Volgens Leo Pharma heeft Sandoz in de dagvaarding geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat het arrondissement Den Haag Handlungsort of Erfolgsort van het gestelde onrechtmatig handelen is.

3.2.

De dagvaarding vermeldt dat de bevoegdheid van deze rechtbank om kennis te nemen van de vorderingen van Sandoz kan worden gebaseerd op artikel 7 lid 2 EEX II-Vo, omdat de schade van Sandoz zou zijn ontstaan in Nederland. Daarnaast vermeldt de dagvaarding dat de onderhavige procedure (deels) is aan te merken als een schadestaatprocedure, zodat de rechtbank ook op grond van artikel 613 lid 2 Rv bevoegd zou zijn.

3.3.

Sandoz heeft de incidentele vordering gemotiveerd bestreden. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat deze rechtbank niet kan worden aangemerkt als de rechtbank van de woonplaats van Leo Pharma in de zin van artikel 4 EEX II-Vo. Sandoz baseert de bevoegdheid van deze rechtbank (onder meer) op artikel 7 aanhef en onder lid 2 EEX II-Vo, als alternatief forum. De vordering in de hoofdzaak is in de eerste plaats gegrond op de stelling dat Leo Pharma onrechtmatig jegens Sandoz heeft gehandeld.

4.2.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door Sandoz gestelde onrechtmatige handelingen aan te merken als handelingen waarvan de schadelijke gevolgen zijn ingetreden in Nederland (Erfolgsort), omdat de gestelde onrechtmatige daad op de Nederlandse relevante markt zou hebben plaats gevonden. Leo Pharma zou Sandoz van de Nederlandse markt voor psoriasis geneesmiddelen hebben geweerd. Nederland is derhalve niet louter de plaats waar Sandoz de gestelde vermogensschade heeft geleden. De gestelde beïnvloeding van de markt heeft in heel Nederland plaatsgevonden en daarmee ook binnen het arrondissement van deze rechtbank. Deze rechtbank kan haar bevoegdheid voor de gestelde onrechtmatige daden derhalve ontlenen aan artikel 7 lid 2 EEX II-Vo.

4.3.

Ten aanzien van de tweede grondslag, de ongerechtvaardigde verrijking, overweegt de rechtbank als volgt. Sandoz heeft deze grondslag naast een onrechtmatige daad gesteld, kennelijk voor zover die ongerechtvaardigde verrijking niet tevens een onrechtmatige daad vormt. Op grond van het arrest Kafelis/Schröder3 geldt de alternatieve bevoegdheid van artikel 7 aanhef en onder lid 2 EEX II-vo uitsluitend voor vorderingen uit onrechtmatige daad. Volgens dat arrest moet het begrip ‘onrechtmatige daad’ echter autonoom verdragsrechtelijk worden uitgelegd. Daaronder valt elke rechtsvordering die beoogt de aansprakelijkheid van een verweerder in het geding te brengen en die geen verband houdt met een 'verbintenis uit overeenkomst' in de zin van (thans) art. 7 sub 1 EEX II-Vo. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen vorderingen uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking onder dit ruime verdragsrechtelijke begrip ‘onrechtmatige daad’ worden gerekend. De rechtbank kan dan ook tevens bevoegdheid ontlenen aan artikel 7 aanhef en onder lid 2 EEX II-Vo voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op deze tweede grondslag en geen onrechtmatige daad in de striktere Nederlandse zin vormen.

4.4.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen tegen Leo Pharma.

4.5.

In weerwil van het verzoek daartoe van Leo Pharma, ziet de rechtbank geen aanleiding om in afwijking van de hoofdregel van artikel 337 Rv van het incidenteel vonnis hoger beroep open te stellen.

4.6.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

5 De beslissing

De rechtbank:

in het incident

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

5.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 23 december 2015 voor beraad comparitie,

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2015.

1 ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6268.

2 ECLI:NL:HR:2014:2900.

3 HvJ 27 september 1988, C-189/87, NJ 1990,425.