Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:13907

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
4523761 RP VERZ 15-50671
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Affectieve relatie tussen werkgever en werknemer is geëindigd, geen sprake van arbeidsovereenkomst, voorwaardelijk ontbindingsverzoek en verzoek om transitievergoeding worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-1238
AR 2015/2450
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team kanton Den Haag

FJ

Zaaknr.: 4523761 RP VERZ 15-50671

Uitspraakdatum: 30 november 2015

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hardcore Holding B.V.,

gevestigd te Bleiswijk,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. H. Eijer,

tegen

[verweerster]

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. B.W. de Groot.

Partijen worden verder aangeduid als “Hardcore” en “ [verweerster] ”.

1 Het procesverloop

1.1

Hardcore heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, bij de griffie ingekomen op

14 oktober 2015, onder de voorwaarde dat in rechte mocht komen vast te staan dat de tussen partijen bestaande overeenkomst is aan te merken als een arbeidsovereenkomst, verzocht deze te ontbinden.

1.2

[verweerster] heeft een verweerschrift met producties d.d. 6 november 2015 en een brief met nadere producties d.d. 9 november 2015 ingediend, die op 10 november 2015 bij de griffie zijn ingekomen.

1.3

Op 16 november 2015 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gevonden. Verschenen zijn de heer [NW] , [functie] van Hardcore, (hierna: [NW] ) en [verweerster] in persoon, bijgestaan door de gemachtigden. Daarbij zijn door beide partijen pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden.

1.4

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verweerster] in afwijking van het bepaalde in artikel 2.2.6 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken, kantonzaken, haar verweerschrift zonder producties aan de gemachtigde van Hardcore heeft toegezonden. Gelet op de eisen van een goede procesorde zullen de door [verweerster] ingediende producties daarom buiten beschouwing blijven.

2 De feiten

2.1

[NW] en [verweerster] hebben gedurende enkele jaren een affectieve relatie met elkaar gehad die in augustus 2015 is geëindigd.

2.2

Op 13 juli 2011 hebben partijen een schriftelijke arbeidsovereenkomst ondertekend. Artikel 1 van deze arbeidsovereenkomst bepaalt dat [verweerster] op 14 juli 2011 bij Hardcore in dienst treedt op basis van een arbeidsovereenkomst voor een jaar. De functie omvat: visual merchandising voor alle bedrijven, waaronder showroom, verkoop en winkels, styling van promotieteam en modellen voor foto- en filmproducties, fotografie van producten voor online winkel en bedrijfsfotografie in het algemeen, naast het bewerken van foto’s. Het salaris bedraagt € [xx] bruto per maand, exclusief vakantietoeslag, bij een 40-urige werkweek.

3 Het verzoek

3.1

Hardcore verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] voorwaardelijk, onder de voorwaarde dat in rechte mocht komen vast te staan dat de tussen partijen bestaande overeenkomst is aan te merken als een arbeidsovereenkomst, te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g dan wel h BW.

3.2.

Aan dit verzoek legt Hardcore ten grondslag dat, indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst, de arbeidsverhouding zodanig verstoord is dat van Hardcore redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft Hardcore - samengevat - het volgende naar voren gebracht. De overeenkomst die partijen zijn aangegaan, voldoet niet aan de vereisten voor een arbeidsovereenkomst als neergelegd in artikel 7:610 BW omdat er nooit sprake is geweest van een gezagsverhouding en [verweerster] niet daadwerkelijk arbeid heeft verricht. De reden dat Hardcore [verweerster] maandelijks een salaris betaalde, bestond er uitsluitend uit dat [NW] en [verweerster] met elkaar een affectieve relatie hadden en [NW] op deze manier in het levensonderhoud van [verweerster] voorzag. In overleg met haar accountant heeft Hardcore voor deze geoorloofde constructie gekozen die meebracht dat voor [verweerster] wel loonbelasting maar geen premies sociale verzekeringen en pensioenpremies werden ingehouden en afgedragen.

4 Het verweer en zelfstandig verzoek

4.1.

[verweerster] voert verweer tegen het verzoek. Zij verzoekt om toekenning aan haar van een (transitie-)vergoeding te betalen door Hardcore. Tevens verzoekt zij te bepalen dat [verweerster] niet de status van [functie] , althans de partner van de [functie] , dient te hebben.

4.2

Zij voert daartoe - samengevat - het volgende aan. Partijen zijn een arbeidsovereenkomst met elkaar aangegaan. [verweerster] erkent dat zij tijdens de arbeidsovereenkomst feitelijk niet heeft gewerkt maar voert aan dat dat in opdracht van [NW] was en dat zij wel bereid was geweest om te werken. [verweerster] erkent dat de verstandhouding tussen partijen verstoord is nu de relatie tussen haar en [NW] tot een einde is gekomen. Zij acht het redelijk dat Hardcore haar een vergoeding betaalt gelijk aan de voormalige kantonrechtersformule doch maakt ten minste aanspraak op een transitievergoeding teneinde de periode tot het moment waarop zij een uitkering zal ontvangen, te kunnen overbruggen. [verweerster] is, zonder dat zij hiervan wist, door Hardcore bij de Belastingdienst aangemeld als partner van de [functie] terwijl niet werd voldaan aan de daarvoor geldende vereisten. Deze aanmelding dient Hardcore te corrigeren zodat [verweerster] aanspraak kan maken op een WW-uitkering of bijstandsuitkering.

5 De beoordeling

Arbeidsovereenkomst?

5.1

Gelet op het - onvoorwaardelijk - zelfstandig verzoek tot toekenning van een

(transitie-)vergoeding dient allereerst beoordeeld te worden of sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Blijkens HR 14 november 1997, NJ 1998, 149 dient deze vraag te worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval, waarbij doorslaggevende betekenis toekomt aan de vraag of partijen totstandkoming van een arbeidsovereenkomst hebben beoogd. Wat tussen hen heeft te gelden, wordt bepaald door hetgeen hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.

5.2

Desgevraagd heeft [NW] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij de arbeidsovereenkomst op voorstel van zijn accountant aan [verweerster] heeft aangeboden om aldus te voorzien in haar levensonderhoud. [verweerster] ontving op dat moment een bijstandsuitkering en werd door de gemeente verplicht om (ook) te solliciteren naar niet-passende functies. Bovendien werd haar partner-alimentatie geïnd door de gemeente en verrekend met haar bijstandsuitkering. Om [verweerster] uit deze situatie te helpen, wilde [NW] haar maandelijks een salaris betalen. Daar stonden geen door [verweerster] te verrichten werkzaamheden tegenover omdat [NW] werk en privé nadrukkelijk gescheiden wenste te houden.

5.3

[verweerster] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [NW] haar de arbeidsovereenkomst heeft aangeboden toen hij bij haar introk. Het in de arbeidsovereenkomst vermelde salaris was bedoeld als tegenprestatie voor haar woonlasten en de kosten van inwoning. [verweerster] erkent dat [NW] niet wenste dat zij voor Hardcore werkzaamheden ging verrichten.

5.4

De kantonrechter concludeert dat partijen nooit de bedoeling hebben gehad aan de schriftelijke overeenkomst uitvoering te geven in dier voege dat [verweerster] werkzaamheden zou gaan verrichten voor Hardcore en dat eveneens vaststaat dat [verweerster] nimmer werkzaamheden heeft verricht. De overeenkomst had klaarblijkelijk geen andere strekking dan aan [verweerster] een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud te verschaffen. Derhalve bevat de tussen partijen gesloten overeenkomst niet de verplichting tot het verrichten van arbeid en behelst zij evenmin het element van de gezagsverhouding, zodat de overeenkomst niet als een arbeidsovereenkomst kan worden getypeerd.

Voorwaardelijke ontbinding?

5.5

Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, is de voorwaarde waaronder Hardcore haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft gedaan niet vervuld en zal dit verzoek worden afgewezen.

Vergoeding?

5.6

Dan dient te worden beoordeeld of [verweerster] aanspraak heeft op een vergoeding ten laste van Hardcore. Hardcore heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen dit verzoek en aangevoerd dat voor toekenning van een vergoeding een rechtens relevante grondslag ontbreekt.

5.7

Primair heeft [verweerster] verzocht om haar een vergoeding toe te kennen berekend op basis van de voormalige kantonrechtersformule. Deze rekenformule werd tot 1 juli 2015 in het algemeen door de kantonrechter gebruikt bij het bepalen van de hoogte van een in het kader van een ontbindingsprocedure ex artikel 7:685 BW, zoals dat gold tot 1 juli 2015, aan een werknemer toe te kennen vergoeding. Artikel 7:685 BW is vervallen en daarom wordt de voormalige kantonrechtersformule niet meer toegepast. Subsidiair heeft [verweerster] verzocht om toekenning van een transitievergoeding. Ingevolge artikel 7:673 lid 1 BW - voor zover van belang - is de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en deze op verzoek van de werkgever is ontbonden. Aangezien de overeenkomst tussen partijen, zoals hiervoor is overwogen, niet als een arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt en het ontbindingsverzoek van Hardcore zal worden afgewezen, heeft [verweerster] geen aanspraak op een transitievergoeding. Dit verzoek zal derhalve eveneens worden afgewezen.

(Partner van de) [functie] ?

5.8

Ten slotte is de vraag aan de orde of bepaald moet worden dat [verweerster] niet de status van [functie] , althans de partner van de [functie] , dient te hebben. De kantonrechter begrijpt dit verzoek aldus dat verzocht wordt om te verklaren voor recht dat [verweerster] niet de status van (partner van de) [functie] heeft. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [NW] verklaard dat hij zijn medewerking zal verlenen aan het doen beëindigen van de vermelding bij de Belastingdienst. [verweerster] heeft daarmee ingestemd. Daaruit leidt de kantonrechter af dat [verweerster] geen belang meer heeft bij dit verzoek zodat ook dit verzoek zal worden afgewezen.

5.9

Gelet op de relatie tussen [NW] en [verweerster] ziet de kantonrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de verzoeken af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. Verbeek, kantonrechter en op 30 november 2015 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.