Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:13519

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
C/09/497014 / KG ZA 15-1486
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inbreuk merk-en auteursrechten lampen. Ontoereikend boetebeding onthoudingsverklaring. Toewijzing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/497014 / KG ZA 15-1486

Vonnis in kort geding van 26 november 2015

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar buitenlands recht

SECTO DESIGN OY,

gevestigd te Kauniainen (FINLAND),

2. [betrokkene 1],

wonende te [woonplaats 1] ( FINLAND ),

eisers,

advocaat mr. D. van Eek te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] (h.o.d.n. LFORLIGHT),

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. A.A. Simpe te Amsterdam .

Partijen zullen hierna enerzijds ‘Secto’, ‘ [betrokkene 1] ’ en gezamenlijk ‘Secto c.s.’ en anderzijds ‘LforLight’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 september 2015,

  • -

    de akte overlegging producties 1 tot en met 12 van Secto c.s.;

  • -

    de akte van LforLight, met producties 1 tot en met 8;

  • -

    de brief van LforLight, met productie 9;

  • -

    de akte overlegging producties 13 en 14 van Secto c.s.;

  • -

    de akte houdende aanvullende producties 10 tot en met 17 van LforLight;

  • -

    de akte houdende aanvullende producties 18 tot en met 20, inclusief het aanvullende proceskostenoverzicht, van LforLight;

  • -

    het op 28 oktober 2015 ingekomen kostenoverzicht van Secto c.s. (productie 15);

  • -

    de mondelinge behandeling op 29 oktober 2015;

  • -

    de pleitnota van Secto c.s.;

  • -

    de pleitnota van LforLight.

1.2.

Partijen hebben op 16 november 2015 laten weten geen schikking te hebben bereikt zodat vonnis is bepaald.

1.3.

Moooi B.V. heeft ook een kort geding met zaak/rolnummer 498485 / KG 15-1607 aanhangig gemaakt tegen LforLight, dat gelijktijdig met de onderhavige procedure is behandeld en waarin gelijktijdig met deze zaak vonnis wordt gewezen.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene 1] is een Fins industrieel ontwerper die in 2005 onder andere de Octo 4240-lamp (hierna: Octo-lamp) heeft ontworpen. De lamp is voor het eerst openbaar gemaakt in een Finse krant op zondag 16 oktober 2005. [betrokkene 1] is auteursrechthebbende op het ontwerp van de Octo-lamp. De lamp ziet er als volgt uit:

2.2.

Secto is een Fins ontwerpbureau dat is mede-opgericht door [betrokkene 1] . Het bedrijf is licentiehouder van [betrokkene 1] . Secto produceert onder die licentie de Octo-lampen en brengt die op de (internationale) markt.

2.3.

Secto is houdster van de volgende merkregistraties:

a. a) Gemeenschaps(woord)merk SECTO, ingeschreven voor waren in klasse 11; apparaten voor verlichting (inschrijvingsnr. 009084427);

b) Gemeenschaps(woord)merk OCTO, ingeschreven voor waren in klasse 11: apparaten voor verlichting (inschrijvingsnr. 009084377).

2.4.

LforLight is een eenmanszaak die de “Octo-lamp” en andere producten op de (Europese) markt brengt.

2.5.

Merkenbureau Novagraaf heeft op 29 juli 2015 namens Secto c.s. LforLight gesommeerd de auteurs- en merkenrechtinbreuk op de lampen van Secto te staken en een onthoudingsverklaring te tekenen.

2.6.

LforLight heeft na ontvangst van de sommatiebrief de desbetreffende lampen van de eigen website verwijderd en heeft op 12 en 13 oktober 2015 een tweetal (door hemzelf of zijn advocaat opgestelde) onthoudingsverklaringen ondertekend waarin hij verklaart geen inbreuk meer te zullen maken op de auteurs- en merkrechten van Secto c.s. de boeteclausule van de verklaring van 12 oktober 2015 is gesteld op de onthouding van inbreuk en bedraagt € 500,- per overtreding, vermeerderd met € 250,- per dag. Voor zover hier relevant luidt de boeteclausule in punt 10 van de verklaring van 13 oktober 2015 (die niet alleen ziet op de onthouding van inbreuk maar ook op het doen van diverse opgaves) als volgt:

‘LforLight shall become due to Secto Design Oy and Seppo [betrokkene 1] an immediately payable fine of EUR 500 for each breach of any of an obligation set forth in this statement, such breach including a guarantee that proves to be incorrectly given, as well as EUR 250 for each day or part of a day, per breach, that the breach is not fully cured.’

3 Het geschil

3.1.

Secto c.s. vordert dat de voorzieningenrechter LforLight zal veroordelen om:

A. met onmiddellijke ingang iedere inbreuk, waar dan ook in de Europese Unie, op:

I. de auteursrechten van Seppo [betrokkene 1] op de Octo-lampen en andere producten;

II. de Gemeenschapsmerken “SECTO” met inschrijvingsnummer 009084427 en “OCTO” met inschrijvingsnummer 009084377;

te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere wijze van exploitatie, waaronder mede begrepen het (doen) vervaardigen, (doen) importeren, (doen) promoten, (doen) aanbieden, in de handel (doen) brengen en/of daartoe in voorraad (doen) hebben van Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers;

B. binnen een week een schriftelijke en volledige en juiste opgave te verstrekken aan de advocaat van eisers, mr. D. van Eek te Amsterdam, van de namen, adressen, telefoon-, faxnummers en emailadressen van de leveranciers, makers, producenten en distributeurs waarvan LforLight de Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers;

C. binnen één maand een schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en geaccordeerde en door LforLight betaalde, volledige en juiste opgave te verstrekken aan de advocaat van eisers, mr. D. van Eek te Amsterdam, van:

I. de namen, adressen, telefoon-, faxnummers en emailadressen van de leveranciers, makers, producenten en distributeurs waarvan LforLight de Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers heeft verkregen;

II. het aantal Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers dat door LforLight is geproduceerd, dan wel is laten produceren, dan wel het totaal aantal van de Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers dat aan LforLight is aangeboden en dat LforLight vervolgens heeft ingekocht, onder vermelding van de namen en adresgegevens van de betrokken producten(en) en distributeur(s);

III. het aantal Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers dat door LforLight is verkocht, onder vermelding van namen en adresgegeven van alle distributeurs en afnemers niet zijnde eindconsumenten;

IV. het aantal Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers dat door LforLight in voorraad wordt gehouden, onder vermelding van de locatie waar de producten zich bevinden;

V. de met de Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijk gedetailleerde schriftelijke bewijsstukken;

dit alles onder vermelding van de inkoop- en verkoopprijs, leverdata en onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en/of andere documenten;

D. binnen twee maanden de totale hoeveelheid bij LforLight aanwezige voorraad van Inbreukmakende Lampen en andere producten die op enigerlei wijze inbreuk maken op de rechten van eisers ter vernietiging door LforLight af te staan aan eisers, en alle kosten van de vernietiging te vergoeden;

E. aan eisers een onmiddellijk opeisbare dwangsom te voldoen van € 10.000 (zegge: tienduizend EURO) per dag of gedeelte van een dag dat LforLight één van de hiervoor vermelde geboden niet, niet tijdig of niet volledig nakomt, of – ter keuze van eisers – voor iedere handeling die een overtreding van de hiervoor vermelde geboden oplevert;

F. aan eisers te voldoen de gerechtskosten en andere kosten van dit geding met toepassing van artikel 1019h Rv, alsmede de wettelijke rente daarover vanaf de 14e dag nadat het vonnis is gewezen.

3.2.

Daartoe heeft Secto c.s. het volgende gesteld. De verhandeling van de inbreukmakende lampen door LforLight maakt inbreuk op de merk- en auteursrechten van Secto c.s. Dat er een inbreuk heeft plaatsgevonden wordt door LforLight erkend. De eenzijdig opgestelde onthoudingsverklaringen van LforLight zijn echter niet acceptabel voor Secto c.s. In de onthoudingsverklaring staat bijvoorbeeld geen duidelijke omschrijving van de inbreukmakende lampen en de boete van € 500,-- is te laag. Secto c.s. heeft een spoedeisend belang bij de door haar gevorderde voorzieningen teneinde de inbreuk te beëindigen. Secto c.s. wenst voorts direct actie te ondernemen teneinde de verdere verhandeling van de inbreukmakende lampen tegen te gaan. Van Secto c.s. kan niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure of eventuele schadestaatprocedure moet afwachten voordat zij de door LforLight onrechtmatig verkregen winst, of althans een voorschot daarop, ontvangt.

3.3.

LforLight voert de volgende verweren. Secto c.s. heeft de dagvaarding te laat verstuurd. Daarnaast heeft de oproeping door Secto c.s. verkeerd plaatsgevonden. Bovendien heeft Secto c.s. geen spoedeisend belang bij haar vorderingen, aangezien LforLight reeds voldaan heeft aan hetgeen door Secto c.s. wordt gevorderd. Zo heeft LforLight verklaard zich te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten en Gemeenschapsrechten van Secto c.s. Ook heeft LforLight een volledige, juiste opgave verstrekt van de gegevens die beschikbaar waren over de leverancier(s) van de lampen, het aantal ingekochte lampen, het aantal verkochte lampen, het aantal lampen op voorraad en de berekening van de behaalde winst.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Ambtshalve wordt overwogen dat de voorzieningenrecht in deze rechtbank bevoegd is voor de vorderingen van Secto c.s. die zijn gebaseerd op haar Gemeenschapsmerken op grond van de artikelen 95 lid 1, 96 onder a, 97 lid 1 en 103 van Verordening (EG) 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (hierna: GMVo) in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk. Voor de door Secto c.s. ingeroepen auteursrechten geldt dat de voorzieningenrechter in deze rechtbank bevoegd is reeds omdat LforLight die bevoegdheid niet heeft bestreden.

Dagvaarding en oproeping

4.2.

LforLight heeft aangevoerd dat Secto c.s. in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, aangezien hij pas daags voor de zitting kennis heeft genomen van de inhoud van de uitgebrachte dagvaarding en bijbehorende producties. Bovendien heeft de oproeping verkeerd plaatsgevonden, aangezien de beschikking om op verkorte termijn te dagvaarden niet aan het hoofd van het exploot van de dagvaarding is vermeld.

4.3.

De voorzieningenrechter begrijpt het verweer als een beroep op nietigheid van de dagvaarding. Daargelaten de vraag of vermelding van de tekst “krachtens bevel van de voorzieningenrechter (…)” niet al voldoende is voor artikel 117 Rv, is de eventuele nietigheid van de dagvaarding gedekt door de verschijning van LforLight in het geding (artikel 122 Rv). Nu LforLight getuige de pleitnota voldoende in staat is gesteld zich tegen het in de dagvaarding te verdedigen, valt niet in te zien dat LforLight daardoor zodanig in zijn processuele belangen is geschaad dat niet-ontvankelijkheid niettemin aangewezen zou zijn. Dat heeft LforLight ook niet gesteld.

Spoedeisend belang

4.4.

Als meest verstrekkende verweer heeft LforLight aangevoerd dat de vorderingen van Secto c.s. spoedeisend belang missen. LforLight heeft in dit verband aangevoerd dat hij slechts enkele inbreukmakende lampen van Secto c.s. heeft verkocht en dat hij (tot twee maal toe) heeft toegezegd te stoppen met zijn handel, versterkt met een boetebeding. Dit verweer kan niet worden gevolgd. Secto c.s. voert terecht aan dat de door LforLight gestelde boete van € 500,- per overtreding en € 250,- per dag aan de lage kant is gelet op de waarde van de lampen (LforLight verkocht deze voor prijzen tussen € 220-550) en zo onvoldoende prikkel vormt. Verder ziet de boeteclausule in de eerste verklaring slechts op de onthouding van inbreuk en niet op de opgaves. In de tweede verklaring staan enkele onduidelijkheden in de boeteclausule, zoals de zinsnede “such breach including a guarantee that proves to be incorrectly given”. Aldus is er, gegeven de eerdere verhandeling, nog altijd sprake van een dreiging van inbreuk.

Inbreukverbod

4.5.

Niet in geschil is dat de verhandeling van de lampen inbreuk vormde op de merk- en auteursrechten van Secto c.s. Gelet op het in r.o. 4.4. overwogene, is het belang bij een inbreukverbod gegeven. Evenmin is door LforLight enig verweer gevoerd tegen de Europawijde strekking ervan.

Nevenvorderingen

4.6.

Nu de door LforLight verhandelde lampen als inbreukmakende producten moeten worden aangemerkt en een (dreigende) verdere inbreuk niet kan worden uitgesloten, is de door Secto c.s. onder B gevorderde opgave, zij het met in achtneming van het navolgende, toewijsbaar.

4.7.

De gevorderde opgave van het aantal vervaardigde, ingekochte en verkochte inbreukmakende lampen en de voorraad lampen, alsmede de gegevens van producenten, leveranciers, afnemers en andere betrokken personen zal eveneens worden toegewezen. Deze opgave dient er immers toe verdere (dreigende) inbreuken te beëindigen of te voorkomen. Indien en voor zover LforLight, zoals hij ter zitting heeft verklaard, in redelijkheid niet over deze gegevens kan beschikken zal dat blijken uit de onderbouwde opgave.

4.8.

De vordering om de opgave te doen waarmerken door een registeraccountant zal evenwel – bij gebrek aan spoedeisend belang – worden afgewezen. De opgave zal immers worden versterkt met een dwangsom en, indien daartoe aanleiding is, kan de opgave in de bodemprocedure alsnog door een accountant worden gecontroleerd.

4.9.

Secto c.s. heeft niet onderbouwd waarom van haar niet gevergd kan worden dat zij met betrekking tot afdracht van door LforLight met de inbreukmakende lampen behaalde winst de uitkomst van de bodemprocedure afwacht, terwijl deze evenmin eenvoudig te begroten is. Het betreffende deel van haar vordering (B. onder e) mist daarmee het voor kort geding vereiste spoedeisende belang1 en zal daarom worden afgewezen.

4.10.

De gevorderde afgifte tot vernietiging van de op voorraad zijnde inbreukmakende lampen zal worden afgewezen, nu dit een onomkeerbare maatregel betreft en Secto c.s. niet heeft gesteld dat er specifieke omstandigheden zijn die een dergelijke maatregel noodzakelijk en spoedeisend maken.

Slotsom en kosten

4.11.

Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van Secto c.s. op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

4.12.

Oplegging van een dwangsom als stimulans tot nakoming van het op te leggen inbreukverbod en de geboden is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.13.

LforLight zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Secto c.s. maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv en heeft specificaties van haar kosten ten bedrage van in totaal € 17.120,67,-- overgelegd. LforLight heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de door Secto c.s. gevorderde kosten. De voorzieningenrechter overweegt dat de redelijke en evenredige kosten in een specifieke zaak kunnen afwijken van de in de Indicatietarieven in IE-zaken opgenomen bedragen, maar dan zal bij betwisting van de redelijkheid en evenredigheid de overschrijding van de indicatiebedragen zoals neergelegd in de Indicatietarieven, moeten worden toegelicht, hetgeen onvoldoende is gebeurd. Deze zaak kan worden aangemerkt als een eenvoudig kort geding (de inbreuk is immers niet in geschil) en door de overlap met de zaak tussen LforLight en Moooi B.V. zal de voorzieningenrechter de kosten aan de zijde van LforLight daarom, met toepassing van de Indicatietarieven en bij gebreke van een deugdelijke toelichting begroten op € 5.000,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 613,- aan griffierecht en € 77,84 aan explootkosten, in totaal derhalve op € 5.690,84.

4.14.

Ambtshalve zal de redelijke termijn van artikel 1019i Rv worden bepaald op 6 maanden na heden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt LforLight om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk, waar dan ook in de Europese Unie, op:

a) de auteursrechten van [betrokkene 1] op de Octo-lampen;

b) de Gemeenschapsmerken “SECTO” met inschrijvingsnummer 009084427 en “OCTO” met inschrijvingsnummer 009084377;

te staken en gestaakt te houden, waaronder mede begrepen het vervaardigen, importeren, promoten, aanbieden, in de handel brengen en/of daartoe in voorraad hebben van inbreukmakende lampen als in dit vonnis bedoeld;

5.2.

veroordeelt LforLight binnen een week na betekening van dit vonnis een schriftelijke en volledige en juiste opgave te verstrekken aan de advocaat van Secto c.s., mr. D. van Eek te Amsterdam, postbus 76789, 1017 CJ te Amsterdam, van de namen, adressen, telefoon-, faxnummers en emailadressen van de leveranciers, makers, producenten en distributeurs waarvan LforLight de in dit vonnis bedoelde lampen die op inbreuk maken op voormelde rechten van Secto c.s. heeft verkregen;

5.3.

bepaalt dat LforLight bij overtreding van de in 5.2. en 5.3. opgelegde verboden een dwangsom verbeurt van € 5.000,- per overtreding of per dag, zulks ter keuze van Secto c.s., met een maximum van € 75.000,-;

5.4.

veroordeelt LforLight in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Secto c.s. begroot op € 5.690,84.

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

bepaalt de termijn bedoeld in artikel 1019i Rv op 6 maanden na heden;

5.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2015.

1 Hoge Raad, 14 april 2000 (ECLI:NL:HR:2000:AA5519).