Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12850

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-11-2015
Datum publicatie
08-12-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4884
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Uit de huurovereenkomst met betrekking tot de woning xxx blijkt niet dat het gebruik van de woning naar zijn aard slechts voor korte duur bedoeld was. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden, met nog een mogelijkheid tot verlenging voor eenzelfde periode. evenmin is aannemelijk geworden dat de aard van de woonruimte noopte tot gebruik voor korte duur.

Wetsverwijzingen
Wet op de huurtoeslag 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 15/4884

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
6 november 2015 in de zaak tussen

[eiseres] , wonende te [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),

en

[P] , verweerder.

De bestreden beslissing op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 26 mei 2015 op het bezwaar van eiseres tegen de hierna onder 3 te noemen beschikking huurtoeslag voor het berekeningsjaar 2014.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2015.

Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde [gemachtigde 2] .

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de beslissing op bezwaar, voor zover deze betrekking heeft op het toeslagadres [adres] ;

- draagt verweerder op in zoverre een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de kosten van het bezwaar tot een bedrag van € 490;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in beroep tot een bedrag van € 490;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45 aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. Met dagtekening 21 mei 2014 is aan eiseres, voor zover hier van belang, een voorschot huurtoeslag voor het berekeningsjaar 2014 toegekend van € 2.711.

2. Met dagtekening 21 juni 2014 is, voor zover hier van belang, het voorschot huurtoeslag 2014 herzien naar € 813.

3. Met dagtekening 21 november 2014 heeft verweerder voor zover hier van belang, het voorschot huurtoeslag herzien naar nihil.

4. In zijn verweerschrift heeft verweerder meegedeeld dat eiseres alsnog recht heeft op een kostenvergoeding voor het indienen van het bezwaarschrift tot een bedrag van € 487 (bedoeld zal zijn € 490). Gelet hierop is thans nog slechts in geschil of verweerder terecht heeft geweigerd huurtoeslag toe te kennen voor het adres [adres] over de periode 1 april tot 1 juni 2014.

5. Ingevolge artikel 1, aanhef en onderdeel c, aanhef en onder 1˚, van de Wet op de huurtoeslag (hierna: Wht) wordt onder huurder verstaan de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in een door hem gehuurde woning, daaronder begrepen een woonwagen, tenzij de overeenkomst van huur en verhuur een gebruik van de woning betreft dat naar zijn aard slechts van korte duur is.

6. Blijkens een uittreksel uit het basisregister persoonsgegeven (BRP) van de gemeente Den Haag stond eiseres vanaf 8 april tot en met 19 mei 2014 ingeschreven op het woonadres [adres] . Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is, gelet op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wht, de inschrijving in de BRP bepalend.

Ingevolge artikel 5 van de Wet inkomensafhankelijke regelingen wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede voor de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen, een wijziging in de omstandigheden (…) die zich voordoet na de eerste dag van de maand, in aanmerking genomen vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand. Gelet op deze bepaling kan eiseres nog slechts in aanmerking komen voor huurtoeslag voor het toeslagadres [adres] over de maand mei 2014.

6.1.

Naar het oordeel van de rechtbank en anders dan verweerder stelt, blijkt uit de huurovereenkomst met betrekking tot de woning [adres] niet dat het gebruik van de woning naar zijn aard slechts voor korte duur bedoeld was. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van zes maanden, met nog een mogelijkheid tot verlenging voor eenzelfde periode. Evenmin is aannemelijk geworden dat de aard van de woonruimte noopte tot gebruik voor korte duur.

Gelet hierop heeft eiseres nog recht op huurtoeslag voor het toeslagadres [adres] voor de maand mei 2014.

7. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep gegrond verklaard en is beslist zoals hierboven is weergegeven.

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres in beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank, gelet op hetgeen partijen daaromtrent ter zitting zijn overeengekomen, vast op € 490.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens, rechter, in aanwezigheid van

mr. P.C. Stroebel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

6 november 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019,

2500 EA Den Haag. (Nadere informatie www.raadvanstate.nl)