Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12681

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-10-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
C/09/496362 / KG ZA 15-1425
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Betreft een door de Amerikaanse autoriteiten goedgekeurde uitlevering van Nederlandse vrouw vanuit Amerika naar Nederland. Gaat erom of de door de Staat voorgenomen wijze van vervoer de toets der kritiek kan doorstaan dan wel dat aan deze vervoerswijze nadere voorwaarden moeten worden verbonden. Alle artsen van de vrouw zijn van oordeel dat de vrouw medisch gezien in staat moet worden geacht, zij het dat hieraan voorwaarden zijn verbonden. Aan deze voorwaarden wordt met het vervoer overeenkomstig het opgestelde plan van aanpak voldaan. Onder die omstandigheden is van de gestelde dreigende schending van het EVRM geen sprake. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/496362 / KG ZA 15-1425

Vonnis in kort geding van 30 oktober 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] (Verenigde Staten van Amerika),

eiseres,

advocaat mr. B.A.C. van Tuinen te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie, Openbaar Ministerie Arrondissementsparket Noord Nederland),

zetelende te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. C.M. Bitter te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Staat’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 september 2015;

- de faxbrief van mr. Bitter van 17 september 2015, met producties;

- de faxbrief van mr. Van Tuinen van 17 september 2015, met producties;

- de op 17 september 2015 gehouden mondelinge behandeling, ter gelegenheid waarvan de zaak pro forma is aangehouden;

- de faxbrief van mr. Van Tuinen van 28 oktober 2015;

- de faxbrief van mr. Bitter van 29 oktober 2015;

- de faxbrief van mr. Bitter van 29 oktober 2015, met producties;

- de faxbrief van mr. Van Tuinen van 29 oktober 2015, met producties;

- de op 30 oktober 2015 voortgezette mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Nederlandse autoriteiten hebben de autoriteiten van de Verenigde Staten verzocht om de uitlevering van [eiseres] , zulks met het oog op strafvervolging voor (mogelijk) door [eiseres] gepleegde strafbare feiten (onder meer fraude, verduistering en witwassen).

2.2.

[eiseres] heeft op 30 juni 2015 een zogenaamde ‘Affidavit Waiving Extradition’ ondertekend, waarin zij – kort gezegd – afstand doet van haar rechten onder het tussen Nederland en de Verenigde Staten gesloten uitleveringsverdrag en verzoekt haar terugkeer naar Nederland te bewerkstelligen.

2.2.1.

Meer in het bijzonder verklaart [eiseres] middels de ondertekende van de ‘Affidavit Waiving Extradition’ het volgende:

“I agree to be transported in custody, with consideration given to my medical condition as needed, to the Netherlands”

2.3.

Het ‘United States District Court, Northern District of California, San Francisco Division’ heeft op 30 juni 2015 de uitlevering [eiseres] aan de Nederlandse autoriteiten gelast.

2.4.

De huisarts van [eiseres] , mevrouw [A] , MD, verbonden aan het Petaluma Health Center te Petaluma, Californië, heeft op 5 mei 2015 schriftelijk onder meer als volgt verklaard:

“ [eiseres] has been under my medical care. She has asked me to share, to the best of my knowledge, a summary of her principal medical conditions.

(…)

Because of the extensive medical evaluation that she is undergoing, it is my belief that incarceration would pose a significant threat to her health and well-being.”

2.5.

Medio juni 2015 heeft de heer [B] , MD als ‘Western Region Chef Clinical Officer of Corizon Health’ verbonden aan de ‘Santa Rita Jail in Dublin, California’ en de ‘Glenn E. Dyer Detention Facility in Alameda, California’ op basis van de beschikbare medische gegevens van [eiseres] en een door hem op 22 juni 2015 uitgevoerd medisch onderzoek geconcludeerd dat de medische toestand van [eiseres] niet aan vervoer per vliegtuig in de weg staat.

2.6.

De behandelend cardioloog van [eiseres] , de heer [C] , MD, F.A.C.C, verbonden aan de ‘Santa Rosa Cardiology Medical Group’ te Santa Rosa, Californië, heeft op 21 augustus 2015 schriftelijk verklaard dat, gelet op het risico op ‘deep vein trombosis’ (DVT), langeafstandsvluchten in het geval van [eiseres] vermeden moeten worden.

2.7.

Op verzoek van de Amerikaanse officier van justitie heeft cardioloog [C] op 9 september 2015 als volgt verklaard over de medische conditie van [eiseres] :

“After review of lower extremity venous studies performed 8/26/15, demonstrating superficial vein reflux but no deep vein thrombosis, she is at risk for DVT related to prolonged immobility given her obesity and venous disease, but this can be adequately mitigated with a dose of aspirin 325 mg prior to prolonged air flight, use of thigh high venous compression stockings 15-30 mmHg, and walking in airplane aisle every 1-2 hours in flight.”

2.8.

Op 15 september 2015 heeft mevrouw [D] , PA-C, verbonden aan het UCSF Orthopaedic Institute Arthroplasty te San Francsico, Californië, schriftelijk onder meer als volgt verklaard:

“Ms. [eiseres] is currently under our care here at UCSF Orthopaedic Institute. She requires assistive devices for her daily activities (…) She will not be able to endure a 11 hour flight for work because of her medical condition, which limits her to sitting no more than 1.5 hours before she must lie down on a hospital bed that fits her specific needs. Thus, it is our medical opinion that she cancels this trip until her condition can be treated..”

2.9.

De Staat heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 17 september 2015 gepoogd het vervoer van [eiseres] te regelen via KLM. KLM heeft destijds echter op basis van door [eiseres] verstrekte medische gegevens te kennen gegeven vanwege de medische indicatie van [eiseres] gedurende de vlucht niet de benodigde faciliteiten te kunnen bieden.

2.10.

Op 18 september 2015 heeft voormelde mevrouw [D] onder meer als volgt verklaard:

“The stated need for the prior letter for [eiseres] was misrepresented to our office as a work accomodation request.

(…)

Provided that she can be take her pain medication during her travel period, has a seat that can recline, and can be near a bathroom facility, she is able to travel on the 11 hour flight.”

2.11.

De huisarts van [eiseres] ( [A] , MD) heeft op 27 oktober 2015 schriftelijk onder meer als volgt verklaard over de medische conditie van [eiseres] :

“She is morbidly obese and will not fit into a standard airline seat. She has a history of pulmonary embolism in the past so is higher risk for DVT especially given her limited mobility and obesity. I have learned that she has a history of recurrent thromboembolism and because of this I believe that she should be on life-long anticoagulation therapy. I would recommend against her flying at least until she is therapeutically anticoagulated as she would otherwise be high risk for thromboembolism that could be fatal.”

2.12.

Van de zijde van de Staat is overgelegd een ‘Plan van aanpak uitlevering [eiseres] vanuit de VS’ (hierna: ‘het Plan van Aanpak’). Hieruit blijkt dat de op 3 november 2015 geplande uitlevering van [eiseres] onder meer als volgt zal verlopen:

“Mevrouw [eiseres] zal worden begeleid door 4 escorts van de Koninklijke Marechaussee en een medische escort. (…) De betreffende medische escort (…) heeft meer dan 10 jaar ervaring in het begeleiden van patiënten door de lucht. Hij is op de hoogte van de voorwaarden die zijn gesteld door dr. [C] in verband met dit transport. (…)

Op dinsdag 3 november 2015 zal het team dat is doorgevlogen naar San Francisco samen met betrokkene vertrekken vanuit San Francisco naar de transitieluchthaven. (…) Op de transitieluchthaven zal de verantwoordelijkheid officieel worden overgedragen aan de Nederlandse escorts van de Koninklijke Marechaussee. De twee escorts die zijn achtergebleven op de transitieluchthaven zullen zich dan aansluiten bij de escortgroep die betrokkene begeleid. Dit alles is afgesproken in goed overleg met de Amerikaanse autoriteiten. De vier escorts van de Koninklijke Marechaussee en de medische escort zullen samen met betrokkene terug vliegen naar Amsterdam. (…)

Aan boord van het vliegtuig zullen er per vlucht 3 stoelen voor betrokkene geboekt zijn. Dit zijn zogenoemde ‘disable seats’; stoelen aan het gangpad voor makkelijke toegankelijkheid en met extra beenruimte. Deze stoelen kunnen ook achterover en er is ook een mogelijkheid om de benen omhoog te doen. Verder is vastgesteld dat het toestel, waarmee wordt gevolgen, ook uitgerust is met een invalidentoilet. De escorts zullen betrokkene ook begeleiden bij een toiletbezoek. De escorts en de medische escort zullen te allen tijde bij betrokkene in de buurt zijn en kunnen haar dus altijd met van alles assisteren indien nodig. Ook de medische escort is dusdanig ervaren met het begeleiden van patiënten door de lucht dat dat geen problemen op moet leveren. De medische escort is ook volledig op de hoogte van de medische toestand, het medicijngebruik van betrokkene en de voorwaarden die gesteld zijn door dr. [C] . Er is voldoende werkruimte voor de medische escort, zeker aangezien betrokkene 3 stoelen tot haar beschikking heeft. Maar zelfs in kleine werkruimte heeft de medische escort voldoende ervaring. Verder is de luchtvaartmaatschappij en de crew volledig op de hoogte van dit transport. De luchtvaartmaatschappij accepteert een transport enkel als het transport professioneel wordt uitgevoerd door deskundige (medische) begeleiders. (…) Bij aankomst op de luchthaven zal een (forensisch) arts van de GGD mevrouw onderzoeken en beoordelen. De arts kan vervolgens beslissen dat zij zal worden geplaatst in het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg te Scheveningen. In het JCvSZ is inmiddels een bed gereserveerd.”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair: de Staat te verbieden om (opdracht te geven) haar vanuit de Verenigde Staten naar Nederland over (te doen) brengen zolang een onafhankelijke en deskundige arts niet heeft geoordeeld dat de thans geplande vlucht voor haar medisch verantwoord is;

subsidiair: de Staat te verbieden om (opdracht te geven) haar vanuit de Verenigde Staten naar Nederland over (te doen) brengen zolang een onafhankelijke en deskundige arts niet op basis van haar huidige complexe gezondheidssituatie een integraal onderzoek heeft uitgevoerd op basis waarvan een juiste inschatting kan worden gemaakt van de aan vervoer door de lucht verbonden risico’s, opdat vervoer slechts kan plaatsvinden als dit op basis van dit onderzoek en deze risicoanalyse verantwoord is gebleken;

alsmede subsidiair: de Staat te verbieden om haar naar Nederland over te brengen zolang niet is voldaan aan in goede justitie te stellen nadere voorwaarden;

zulks zowel primair als subsidiair op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling in de Staat in de kosten van deze procedure.

3.2.

Daartoe voert [eiseres] bij dagvaarding – samengevat – het volgende aan. Feitelijke overlevering dient achterwege te blijven indien humanitaire redenen daaraan in de weg staan, in het bijzonder als door die overlevering de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig kan worden geschaad en/of als gevolg hiervan het risico op voortijdig overlijden aanwezig is. Dergelijke risico’s doen zich gelet op haar lichamelijke gesteldheid volgens van [eiseres] voor, reden waarom het onverantwoord is haar naar Nederland over te brengen. In dat verband verwijst [eiseres] naar de verklaring van haar behandelend arts [D] van 15 september 2015, die heeft verklaard dat zij niet in staat is om een langeafstandsvlucht te maken. Cardioloog [C] heeft naar de mening van [eiseres] ten onrechte miskend dat zij lichamelijk niet in staat is om de voorgeschreven wandelingen in het gangpad van het vliegtuig te maken en heeft hij zich daarmee onvoldoende rekenschap gegeven van haar huidige lichamelijke gesteldheid. De Nederlandse zaaksofficier van justitie heeft volgens [eiseres] tot op heden geen reactie gegeven op het van haar zijde gedane voorstel tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige arts teneinde de risico’s van de voorgenomen vlucht te laten beoordelen. Bij deze stand van zaken worden naar de mening van [eiseres] met de thans voorgestelde wijze van vervoer de artikelen 2 en 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) geschonden.

3.2.1.

Ter gelegenheid van de voortzetting van de mondelinge behandeling is van de zijde van [eiseres] – kort gezegd – aangevoerd dat de Staat weigert de naam van de luchtvaartmaatschappij die haar transport zal uitvoeren bekend te maken. Gelet hierop, valt te betwijfelen of deze luchtvaartmaatschappij wel volledig bekend is met de medische conditie van [eiseres] . Het is volgens [eiseres] aan de luchtvaartmaatschappij om op basis van alle beschikbare gegevens te beslissen of het verantwoord is haar te vervoeren. Het Amerikaanse openbaar ministerie heeft naar de mening van [eiseres] kennelijk veel druk uitgeoefend op haar Amerikaanse artsen, getuige de tegenstrijdige verklaringen die door cardioloog [C] en mevrouw [D] zijn afgelegd. Aan de verklaring van dokter [B] kan weinig waarde worden gehecht, nu volgens [eiseres] deze arts niet spreekt over de benodigde voorzieningen tijdens het vervoer door de lucht. De advocaat van [eiseres] stelt luchtvaartmaatschappij Lufthansa te hebben benaderd en de zaak van zijn cliënte te hebben voorgelegd. Volgens de advocaat van [eiseres] heeft Lufthansa gesteld dat zij niet in staat zijn om het vervoer van [eiseres] uit te voeren. Navraag bij KLM heeft volgens de advocaat van [eiseres] geleerd dat de armleuningen van de door de Staat beoogde vliegtuigstoelen niet omlaag kunnen, zodat het voor [eiseres] niet mogelijk zal zijn om in deze stoelen plaats te nemen. Van de zijde van [eiseres] wordt de noodzaak benadrukt van het inschakelen van een onafhankelijke deskundige, die de beoogde vliegreis in het licht van de medische conditie van [eiseres] zal dienen te beoordelen.

3.3.

De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Ter beoordeling ligt voor of aanleiding bestaat het geplande vervoer van [eiseres] vanuit San Francisco naar Nederland per vliegtuig te verbieden in afwachting van het oordeel van een onafhankelijk deskundige over de vraag of dit vervoer medisch verantwoord is, dan wel aan dit vervoer nadere voorwaarden te verbinden. Anders dan de Staat lijkt te betogen, keert [eiseres] zich met haar vordering niet tegen de door de Amerikaanse autoriteiten goedgekeurde uitlevering als zodanig. Indien [eiseres] dit laatste wel zou hebben betoogd, geldt – zoals de Staat stelt – dat [eiseres] zich ter zake had dienen te wenden tot de Amerikaanse autoriteiten. Thans gaat het er echter om of de wijze waarop de door de Amerikaanse autoriteiten goedgekeurde uitlevering feitelijk wordt uitgevoerd, meer in het bijzonder de wijze waarop het vervoer van [eiseres] (grotendeels onder de verantwoordelijkheid van de Staat) naar Nederland zal plaatsvinden, de toets der kritiek kan doorstaan.

4.2.

Deze laatste vraag dient naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter bevestigend te worden beantwoord. Daartoe is van belang dat de huisarts van [eiseres] , dokter [B] en de behandelend artsen [C] en [D] allen hebben verklaard dat [eiseres] medisch in staat moet worden geacht om het geplande vervoer per vliegtuig vanuit San Francisco naar Amsterdam te doorstaan, zij het dat met name cardioloog [C] hieraan de nodige voorwaarden heeft verbonden. Dat het Amerikaanse openbaar ministerie de artsen [C] en [D] onder druk zou hebben gezet hun eerdere verklaringen aan te passen, is door [eiseres] gesteld maar door haar onvoldoende aannemelijk gemaakt. Aldus mocht de Staat in het kader van de uitvoering van de uitlevering uitgaan van de juistheid van deze verklaringen. Blijkens het overgelegde Plan van Aanpak wordt met het vervoer van [eiseres] , zoals dat thans wordt vormgegeven, aan voormelde voorwaarden voldaan. Bij die stand van zaken moet de veiligheid van [eiseres] in medisch opzicht geacht worden in voldoende mate te zijn gewaarborgd. Van de gestelde dreigende schending van het EVRM is bij het geplande vervoer overeenkomstig het Plan van Aanpak dan ook geen sprake.

4.3.

Reeds uit het voorgaande volgt dat de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen. [eiseres] zal als de ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.429,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 613,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2015.

mw