Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12563

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-10-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
09/818632-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schilderswijkrellen. Gevangenisstraf van 3 maanden voor openlijk geweld tegen politieambtenaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/818632-15

Datum uitspraak: 29 oktober 2015

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

adres: [adres] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 15 oktober 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. B. de Jonge en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.G. Eckhardt, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 juni 2015 te 's-Gravenhage openlijk, te weten op of aan de openbare weg, De Heemstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) politieambtena(a)r(en), welk geweld bestond uit het gooien van (een) ste(e)n(en) en/of andere voorwerpen in de richting van die politieambtena(a)r(en);

2.

hij op of omstreeks 30 juni 2015 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand gelegen [adres] heeft weggenomen sigaretten en/of melkpoeder en/of andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door de ruit van de toegangsdeur van voornoemde pand in te schoppen/te vernielen;

3.

hij op of omstreeks 30 juni 2015 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door

- op facebook (onder de gebruikersnaam " [gebruikersnaam] ") een video te plaatsen waarop meerdere politieambtenaren te zien zijn en/of daarbij de tekst de plaatsen: "kiyk ze dan stelletje moordenaars en natuurlijk zoals je ziet wordt er altijd een uncle tom bij betrokken" en/of

- op facebook de tekst de plaatsen: "gister stonden we dr vandaag moeten we er weer staan en die dag daarna ook. Totdat er justice is voor [slachtoffer] " en/of

- op Facebook een foto van een politieambtenaar, kennelijk betrokken bij de aanhouding van [slachtoffer] , te plaatsen met bij die foto de tekst "dit is hem dan. de "held die het nodig vond om [slachtoffer] zolang te wurgen tot hij niet meer bewoog. Om vervolgens samen met zijn leugenachtige en racistische politiemaatjes te beweren dat hij pas in het busje onwel werd "en/of

- Op facebook, naast voornoemde foto, een foto van een andere politieambtenaar (te weten [benadeelde] ) te plaatsen en daarbij de volgende tekst te plaatsen "gues what! Delen!!!! Share!!!

3. Bewijsoverwegingen 1

3.1

Inleiding

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de volgende feiten op grond van de gebezigde bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 29 juni 2015 vond een demonstratie plaats voor het politiebureau De Heemstraat te Den Haag. De demonstratie werd gehouden naar aanleiding van het overlijden van [slachtoffer] , die werd aangehouden op 27 juni 2015, tijdens het evenement Night at the Park in het Zuiderpark te Den Haag. De demonstratie escaleerde en er ontstonden ongeregeldheden in de wijk van het politiebureau De Heemstraat. Onder meer werd met stenen en vuurwerk gegooid naar de geüniformeerde politie en Mobiele Eenheid en er werd een Albert Heijn winkel geplunderd.2

Op 30 juni 2015 heeft verdachte op zijn vrij toegankelijke Facebookpagina, onder de naam [gebruikersnaam] , een drietal berichten geplaatst. Het eerste bericht betreft een video, waarop meerdere politiemedewerkers te zien zijn, die toezicht houden voor het politiebureau De Heemstraat te Den Haag, waarbij de volgende tekst is geplaatst: “Kyk ze dan stelletje moordenaars en natuurlijk zoals je ziet wordt er altijd een uncle tom bij betrokken.” Het tweede bericht bevat onder meer de tekst: “Gister stonden we dr vandaag moeten we er weer staan en die dag daarna ook. Totdat er Justice is voor [slachtoffer] .” Het derde bericht betreft een foto, waarop een van de toezicht houdende politiemedewerkers voor bureau De Heemstraat in Den Haag wordt vergeleken met een van de politiemedewerkers die betrokken was bij de aanhouding van [slachtoffer] . Bij deze foto is de volgende tekst geplaatst: “Gues what! Delen!!!! Share !!!!” Deze foto is meer dan 8500 keer gedeeld door overige Facebookgebruikers.3

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij zich – kort gezegd – heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging richting politieambtenaren (feit 1), diefstal in vereniging bij een Albert Heijn (feit 2) en opruiing (feit 3). Gelet op de ontkenning van verdachte ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte zich hieraan heeft schuldig gemaakt.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van feit 3 op het standpunt gesteld dat de twee eerste in de tenlastelegging opgenomen uitlatingen niet opruiend van aard zijn en uit de bewezenverklaring dienen te worden gestreept.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft de raadsman, met verwijzing naar de ‘Vakbijlage Algemene onderzoeksmethode vergelijking van gezichtsbeelden’ van het NFI, verzocht om de processen-verbaal van herkenning uit te sluiten van het bewijs, gelet op het gebrekkige onderzoek dat eraan ten grondslag ligt.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen opzet had tot opruien. De gebezigde teksten zetten niet aan tot het plegen van strafbare feiten of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Verdachte heeft bovendien de tekst die in de tenlastelegging onder het derde gedachtestreepje is vermeld, niet geschreven en de filmpjes zijn niet door hem gemaakt.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Feit 1

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij bij de ongeregeldheden aanwezig is geweest en dat hij openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd. Verdachte heeft voorts ontkend zichtbaar te zijn op de in het dossier genoemde en ter zitting bekeken camerabeelden.

Op camerabeelden van de ongeregeldheden voor politiebureau De Heemstraat te Den Haag op 29 juni 2015, gemaakt door de Video Surveillance Auto, is te zien dat een manspersoon twee maal een voorwerp naar de ME gooit. Deze manspersoon heeft als signalement: blauwe spijkerboek, blauw spijkershirt, lange zwarte haren in een staart, zwarte pet en zwarte/donkere schoenen.4

Ter zitting zijn de vorenbedoelde camerabeelden getoond. De rechtbank heeft geconstateerd dat de camerabeelden in kleur en van goede kwaliteit zijn en dat het gezicht van de dader duidelijk te zien is, met voldoende specifieke en onderscheidende gezichtskenmerken. De rechtbank heeft verdachte op deze beelden herkend als de vorenbedoelde persoon die twee maal een voorwerp in de richting van de politieambtenaren gooit. Zij heeft verdachte herkend aan zijn postuur, zijn gezicht, zijn haar en zijn gehele voorkomen, welke overeenkomen met hoe de rechtbank verdachte ter terechtzitting heeft waargenomen.5

De herkenning van verdachte door de rechtbank wordt ondersteund door de omstandigheid dat een spijkershirt, pet en horloge bij verdachte thuis zijn aangetroffen. De kleding en het horloge waarvan op de beelden is te zien dat verdachte die draagt, komen op meerdere details overeen met de bij verdachte aangetroffen kleding. Zo herkent een verbalisant de spijkerblouse aan de witte knoopjes, de kleur van de wassing, de vorm van de kraag, de valere wassingen op diverse plekken van de blouse, een path met valere wassing op de ellebogen en de donkerkleurige wassing onder het borstzakje. Ook de pet wordt onder andere herkend aan het logo op de voorzijde en de ongebogen klep. Het horloge wordt herkend door de ronde vorm van de klok, de zilverkleurige rand van de klok en de donkerkleurige band.6 De rechtbank acht deze overeenkomsten zo talrijk en gedetailleerd, dat – in samenhang bezien - buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de kleding en accessoires dezelfde zijn als die verdachte op de beelden draagt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld door stenen of andere voorwerpen in de richting van de politie te gooien.

Feit 2 (vrijspraak)

Verdachte heeft ontkend dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal uit de Albert Heijn winkel.

Ter terechtzitting van 15 oktober 2015 zijn camerabeelden van deze diefstal getoond. De rechtbank stelt vast dat twee verbalisanten verklaren verdachte op deze beelden te hebben herkend van andere beelden die zij van verdachte hebben gezien. De rechtbank heeft bij het afspelen van de beelden ter terechtzitting ook een aanzienlijke gelijkenis gezien tussen de kleding die een van de mannen op de beelden draagt en de kleding die verdachte droeg ten tijde van de onder feit 1 bedoelde openlijke geweldpleging, welke kleding bij verdachte thuis is aangetroffen en die verdachte ook op een afbeelding op zijn facebookpagina lijkt te dragen. De rechtbank acht –hoewel met het vorenstaande sprake is van belangrijke aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte bij de diefstal uit de winkel van Albert Heijn– dit echter onvoldoende om te komen tot het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij die diefstal uit de Albert Heijn. Dit is met name gelegen in het feit dat de betreffende persoon op de beelden van de Albert Heijn op geen enkel moment duidelijk in het gezicht is te zien, zodat herkenning door de rechtbank op dat onderdeel niet heeft kunnen plaatsvinden. Verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

Feit 3 (vrijspraak)

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet valt op te maken dat verdachte de (volledige) onder het derde gedachtestreepje vermelde tekst op Facebook heeft geplaatst, zodat de rechtbank deze tekst verder buiten beschouwing zal laten. Verdachte heeft voor het overige bekend dat hij de ten laste gelegde berichten op Facebook heeft geplaatst. Volgens de verdediging is echter geen sprake van opruiing.

De rechtbank stelt voorop dat het plaatsen van dergelijke berichten, gericht tegen de politie in het algemeen en tegen verbalisant [benadeelde] in het bijzonder, zeer laakbaar is. In deze berichten wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat verbalisant [benadeelde] betrokken is geweest bij de aanhouding en het overlijden van [slachtoffer] en wordt hij, evenals andere politieambtenaren, ervan beticht een moordenaar te zijn. Dergelijke smadelijke uitlatingen, gedaan via een vrij toegankelijk medium, kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor het slachtoffer daarvan, zoals in dit geval ook blijkt uit de aangifte van verbalisant [benadeelde] .

Het openbaar ministerie heeft ervoor gekozen deze handelingen van verdachte als opruiing aan verdachte ten laste te leggen. Voor opruiing is echter vereist dat openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding wordt opgeroepen tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat geen van deze berichten, ook niet in onderlinge samenhang of in samenhang met de context waarin deze zijn geplaatst, aanzetten tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen de politie. Verdachte dient dan ook van dit feit te worden vrijgesproken.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij op 29 juni 2015 te 's-Gravenhage openlijk, te weten op de openbare weg, De Heemstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen politieambtenaren, welk geweld bestond uit het gooien van stenen en/of andere voorwerpen in de richting van die politieambtenaren.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest eventueel in combinatie met een voorwaardelijk op te leggen deel.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

Het overlijden van [slachtoffer] na zijn aanhouding door de politie heeft veel onrust veroorzaakt in de samenleving. Kort na zijn overlijden is er via social media, waaronder Facebook en Twitter, opgeroepen tot het houden van verschillende demonstraties in het land, waaronder ook bij politiebureau De Heemstraat in Den Haag. Aan deze oproep is door honderden mensen gehoor gegeven, waardoor er meerdere avonden achtereen grote demonstraties in de Haagse Schilderswijk hebben plaatsgevonden. Helaas zijn er daarbij ook personen geweest die hierin aanleiding hebben gevonden over te gaan tot geweldpleging en andere misdrijven, hetgeen tot ernstige ongeregeldheden heeft geleid.

Ook verdachte heeft zich op 29 juni 2015 begeven in de De Heemstraat, waar de ongeregeldheden plaatsvonden. Hij heeft daarbij onderdeel uitgemaakt van de grote menigte die op de been was. Verdachte heeft vervolgens meermalen een steen of een ander voorwerp richting de politie gegooid. Het betreft hier openlijk geweld, gepleegd tegen personen. Dat is op zichzelf reeds een ernstig misdrijf. Daarnaast wordt in het nadeel van verdachte meegewogen de aard van het gepleegde geweld, de slachtoffers daarvan, te weten politieambtenaren, en de context waarin het geweld is gepleegd. Geweld tegen politieambtenaren, belast met een publieke taak, is onacceptabel. Het gooien van voorwerpen naar personen kan zeer gevaarlijk zijn. Daarnaast kan dergelijk gedrag, gepleegd in een grote menigte die bijeen is om onvrede te uiten, escalerend werken, waardoor een legitieme demonstratie kan uitmonden in ernstige ongeregeldheden, zoals in dit geval is gebleken. Dit alles maakt dat het feit verdachte extra zwaar wordt aangerekend.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 september 2015 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet recentelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

De op te leggen straf

Bij de bepaling van de zwaarte van de straf neemt de rechtbank tot uitgangspunt de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd, neergelegd in de door de Landelijke Commissie voor Straftoemeting opgestelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting (LOVS-oriëntatiepunten). Volgens deze oriëntatiepunten zou ter zake van openlijk geweld in een andere situatie een taakstraf kunnen worden opgelegd. Gelet op de ernst van het feit zoals hiervoor is overwogen, acht de rechtbank een werkstraf echter thans niet passend en zal zij verdachte een gevangenisstraf opleggen.

Aangezien de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, zal zij een gevangenisstraf opleggen die aanzienlijk lager is dan de door de officier van justitie gevorderde straf. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.

7 De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 750,- wegens immateriële schade.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, aangezien zij vrijspraak heeft bepleit. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat onvoldoende causaal verband bestaat tussen de gestelde schade en het feit, om welke reden eveneens is verzocht om de vordering af te wijzen.

Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om de vordering te matigen tot een in goede justitie te bepalen bedrag.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Dit voorschrift is toegepast, zoals het gold ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

verklaart het bewezen verklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (DRIE) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.J. van de Kar, voorzitter,

mr. I.K. Spros, rechter,

mr. A. Dantuma-Hieronymus, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. F.M. Schreuder, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 oktober 2015.

Mr. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer [proces-verbaalnummer] , van de politie, districtsrecherche Den Haag-Centrum, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 140).

2 Proces-verbaal van relaas, p. 3.

3 Proces-verbaal van bevindingen facebook account “ [gebruikersnaam] ”, p. 40-46.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 47-50.

5 Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 15 oktober 2015.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 100 – 102.