Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12562

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
11-11-2015
Zaaknummer
C/09/493897
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omgangsregeling in het belang van de minderjarigen. Onvoldoende objectieve aanwijzingen dat de vader de minderjarigen in een onveilige situatie brengt.

Een omgangsregeling wordt vastgesteld met een korte overgangsperiode.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-6103

Zaaknummer: C/09/493897

Datum beschikking: 28 oktober 2015

Omgang

Beschikking op het op 3 augustus 2015 ingekomen verzoek van:

[verzoekster]

de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. M.T. Wensen te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[verweerder] ,

de vader,

wonende te [woonplaats]

Als informant wordt aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west,

de gezinsvoogdijinstelling,

hierna: Jeugdbescherming west.

Procedure

Bij beschikking van 15 september 2015 van deze rechtbank is, voor zover thans van belang, bepaald dat de minderjarigen vanaf die datum voorlopig bij de vader verblijven in de oneven weken op zaterdag van 08.30 uur tot 19.00 uur (na het avondeten), waarbij de vader de minderjarigen ’s ochtends ophaalt bij de moeder en de moeder de minderjarigen

’s avonds ophaalt bij de vader. Voorts is bepaald dat de behandeling van het verzoek ten aanzien van de omgangsregeling zal worden voortgezet op de zitting van 21 oktober 2015 om 10.15 uur en dat Jeugdbescherming west Haaglanden uiterlijk voor die datum informatie aan de rechtbank en partijen doet toekomen over de volgende onderwerpen: het contact tussen de vader en de minderjarigen, waarbij naar de thuissituatie van de vader wordt gekeken, en de draagkracht van de moeder voor het vormgeven van contact tussen de vader en de minderjarigen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgangsregeling is aangehouden.

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:

  • -

    het faxbericht d.d. 19 oktober 2015 met bijlage van de zijde van Jeugdbescherming west;

  • -

    de brief d.d. 20 oktober 2015, overhandigd voorafgaand aan de zitting d.d. 21 oktober 2015, van de zijde van de moeder.

Op 21 oktober 2015 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader, bijgestaan door de heer [naam] , tolk in de Engelse taal, en namens Jeugdbescherming west: mevrouw [naam] .

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.

De rechtbank heeft bij genoemde beschikking overwogen dat de omgang tussen de vader en de minderjarigen voorlopig wordt beperkt omdat het zicht op het verblijf van de minderjarigen bij de vader geheel ontbreekt en omdat, ondanks de ondertoezichtstelling, de uitvoering van de omgangsregeling de afgelopen periode niet is verbeterd. Voorts is Jeugdbescherming west verzocht om informatie over de wijze waarop de interactie plaatsvindt tijdens het contact tussen de vader en de minderjarigen, waarbij ook de thuissituatie van de vader van belang is, en de draagkracht van de moeder voor het vormgeven van het contact tussen de vader en de minderjarigen. Daarbij dient de vraag te worden betrokken hoe het contact tussen de vader en de minderjarigen vormgegeven kan worden op het moment dat de vader naar Canada zou vertrekken.

Jeugdbescherming west heeft de rechtbank bij faxbericht d.d. 19 oktober 2015 geïnformeerd.
Er zijn twee begeleide bezoeken van twee uur op het kantoor van Jeugdbescherming west geweest, waarbij de interactie tussen de vader en de minderjarigen is geobserveerd. De minderjarigen reageren ontspannen en liefdevol op de vader. Ze lachen veel en hebben plezier. Ze zijn blij om de vader te zien, omhelzen de vader en vragen om een knuffel door op schoot te kruipen of om een hand te vragen bij het buitenspelen. Tijdens de bezoeken kan de vader zorgen voor activiteit, sluit hij aan op de belevingswereld van de minderjarigen, gaat in op de behoeften van beide minderjarigen, kan grenzen stellen en is consequent. De beide bezoeken zijn ontspannen en plezierig verlopen.
Verder heeft er op 19 oktober 2015 een huisbezoek bij de vader plaatsgevonden. De vader woont in een woning waarin op dit moment wordt geklust. De woning is wel opgeruimd en schoon. Duidelijk is dat de vader rekening houdt met de minderjarigen en zorgt voor voldoende ruimte. De vader heeft aangegeven graag om het weekend en de woensdagmiddag omgang met de minderjarigen te willen hebben, zoals de regeling in het verleden is geweest. Hij wil niet terug naar Canada, maar indien hij zijn kinderen niet meer mag zien, heeft hij geen enkele reden om in Nederland te blijven. Geconcludeerd wordt dat het in het belang van de minderjarigen is dat er omgang is tussen hen en de vader. Voorts wordt nog door Jeugdbescherming west vermeld dat de moeder voldoende draagkracht bezit om zelfstandige beslissingen te nemen en vorm te geven aan de omgang tussen de vader en de minderjarigen. Zij vraagt wel advies aan en overlegt graag met de gezinsvoogd. De moeder erkent dat er contact moet zijn tussen de vader en de minderjarigen, maar zij heeft moeite om dit contact onbegeleid te laten plaatsvinden. Er zijn volgens Jeugdbescherming west echter geen feitelijke gebeurtenissen waaruit blijkt dat de vader de veiligheid van de minderjarigen in gevaar brengt. Daarbij wordt nog wel opgemerkt dat de recente politiemelding naar aanleiding van een incident in de woning van de vader op 18 september jl. in het kader van de veiligheid van de minderjarigen zorgen zou kunnen baren.

Naar aanleiding van die politiemelding, waarin staat aangegeven dat de vader op vrijdagavond 18 september 2015 is aangehouden wegens mishandeling, heeft de moeder beslist de minderjarigen niet langer volgens de vastgestelde omgangsregeling onbegeleid en zonder toezicht bij de vader te laten verblijven. Zij heeft er geen vertrouwen in dat de kinderen bij de vader veilig zijn. Zij heeft de omgangsregeling daarom stopgezet en wil in overleg met de gezinsvoogd begeleid contact tussen de vader en de minderjarigen realiseren. Deze begeleide omgang kan dan op het kantoor van Jeugdbescherming west of bij de vader thuis plaatsvinden, zoals dat inmiddels tweemaal is gebeurd.

In haar brief d.d. 20 oktober 2015 stelt de moeder de volgende tijdelijke regeling voor: de vader heeft in de oneven weken op de zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur omgang met de minderjarigen in het Kidseiland van de Mega Stores, waarbij de vader met de minderjarigen luncht en de moeder de minderjarigen haalt en brengt. Uitbreiding van die omgangsregeling naar enkele uren bij de vader thuis en vervolgens een gehele zaterdag in de oneven weken is volgens de moeder mogelijk indien de vader telkens meewerkt aan een drugstest en de uitslag inhoudt dat hij geen drugs heeft gebruikt. Ter zitting heeft de moeder haar voorstel verduidelijkt en aangegeven dat deze omgang op de zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur onbegeleid – maar wel bij Kidseiland – plaatsvindt. Zij verzoekt deze regeling als definitieve regeling vast te leggen. De vader krijgt dan vervolgens kansen om deze omgangsregeling in de toekomst uit te breiden.

De rechtbank is met Jeugdbescherming west van oordeel dat omgang tussen de vader en de minderjarigen in het belang van de minderjarigen is. Gebleken is dat de minderjarigen gebaat zijn bij contact met de vader. Zij reageren ontspannen en liefdevol op hem. Voorts is gebleken dat de vader rekening houdt met de minderjarigen en thuis voor voldoende ruimte zorgt. Beide minderjarigen hebben hun eigen kamer bij hem thuis. Er zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende objectieve aanwijzingen dat de vader de minderjarigen in een onveilige situatie zou brengen. Hoewel het meest recente incident van 18 september 2015, waarbij de politie betrokken is geweest, zorgelijk is te noemen, zijn de minderjarigen hierdoor niet in gevaar gebracht; zij waren bij dit incident niet in de woning van de vader aanwezig. Dit neemt niet weg dat de vader, in het belang van de minderjarigen, het oplopen van conflicten met als gevolg bemoeienis van overheidsinstanties – in het bijzonder de politie –, dient te vermijden. Het is van belang dat hij zich realiseert dat hij er zelf aan kan bijdragen dat de moeder weer vertrouwen in hem krijgt.

De rechtbank zal, met wijziging in zoverre van de beschikking van 11 december 2014 en zoals ter zitting besproken, een omgangsregeling bepalen met een korte overgangsperiode, in die zin dat sprake zal zijn van omgang op:

  • -

    de zaterdag van 08.30 uur tot 19.00 uur (na het avondeten) in de oneven weken, voor het eerst op 24 oktober 2015, alsmede op

  • -

    de vrijdagmiddag na school tot 19.00 uur (na het avondeten) in de even weken.

Vervolgens zal de omgangsregeling worden uitgebreid, in die zin dat de kinderen bij de vader zullen zijn van:

  • -

    vrijdagmiddag na school tot zondag 19.00 uur (na het avondeten) in de oneven weken, voor het eerst op 21 november 2015, alsmede op de

  • -

    vrijdagmiddag na school tot 19.00 uur (na het avondeten) in de even weken.

In alle gevallen haalt de vader de kinderen op (op zaterdagochtend bij de moeder en op vrijdagmiddag uit school) en haalt de moeder de kinderen bij de vader op.

De rechtbank is van oordeel dat deze omgangsregeling het meest in het belang van de minderjarigen is. Bij dit alles wordt nog aan de vader en de moeder meegegeven dat de overdrachtsmomenten niet in conflicten mogen resulteren. Zij dienen zich, in het belang van hun nog zeer jonge kinderen, op die momenten van kritische opmerkingen naar elkaar te onthouden.
De beschikking van 11 december 2014 zal voor zover het de regeling van de vakanties en de bijzondere dagen betreft niet worden gewijzigd, nu niet is gebleken dat die regeling niet naar behoren verloopt en de eerstvolgende vakantie pas over twee maanden is.

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat de vader en de moeder zich in het kader van de ondertoezichtstelling, welke in ieder geval nog tot 15 april 2016 loopt, kunnen richten tot Jeugdbescherming west, indien zij problemen ervaren bij het uitvoeren van de te bepalen omgangsregeling.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank
d.d. 11 december 2014 – :

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , en [minderjarige] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

bij de vader zullen zijn:

  • -

    in de oneven weken, voor het eerst op 23 oktober 2015, op de zaterdag van 08.30 uur tot 19.00 uur (na het avondeten);

  • -

    in de even weken op de vrijdag na school tot 19.00 uur (na het avondeten);

en vervolgens

  • -

    in de oneven weken, voor het eerst op 21 november 2015, van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur (na het avondeten);

  • -

    in de even weken op de vrijdag na school tot 19.00 uur (na het avondeten),

waarbij de vader de kinderen op zaterdagochtend bij de moeder ophaalt en op vrijdagmiddag uit school en de moeder de kinderen telkens bij de vader ophaalt,

en verklaart deze omgangsregeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, N.B. Verkleij en J. Visser, kinderrechters, bijgestaan door mr. I. van der Kamp als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2015.