Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12535

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
C-09-486207-HA ZA 15-417
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitoefening retentierecht tegenover derde met een ouder recht. Onvoldoende blijkt van een vordering in verband waarmee retentierecht kan worden ingeroepen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2016, afl. 1, p. 37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C09/486207 / HA ZA 15-417

Vonnis van 4 november 2015

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

NORIDANE FOODS A/S,

gevestigd te Oslo, Noorwegen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. V.R. Pool,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FRIGOMUNDO COLDSTORE B.V.,

gevestigd te Zoeterwoude,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. F. Langelaar.

Partijen worden hierna aangeduid als “NoriDane” en “Frigomundo”.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van 13 maart 2015;

- de akte overlegging producties van NoriDane;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

- het vonnis waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de conclusie van antwoord in reconventie met producties;

- het proces-verbaal van de op 22 september 2015 gehouden comparitie van partijen en de daarin genoemde stukken.

1.2

Tot slot is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1

NoriDane heeft met de in Namibië gevestigde Witvlei Meat (Pty) Ltd (hierna: Witvlei) op 7 mei 2012 een overeenkomst gesloten, uit hoofde waarvan NoriDane van Witvlei daarna partijen diepgevroren Namibisch vlees kocht en die – voor zover hier van belang – het volgende inhield:

“Ownership will pass to NoriDane on delivery of goods into custom control in the harbour of Walvis Bay / Cape Town, as a CIF paid consignement to NoriDane.”

2.2

Het op grond van de overeenkomst door Witvlei voor haar rekening verzorgde vervoer van het vlees liep onder meer via Nederland. Daar werd het vlees tijdelijk opgeslagen, onder meer bij Frigomundo, tot het op instructie van NoriDane werd vrijgegeven en doorgezonden naar een door NoriDane opgegeven adres. Op 16 april 2014 heeft Witvlei hierover geschreven aan Frigomundo:

“You can invoice the costs to Witvlei Meat, and take instructions from NoriDane as and when they need the loads.”

2.3

Op 1 oktober 2014 heeft een e-mailwisseling plaatsgehad, waarbij Frigomundo desgevraagd een overzicht heeft verstrekt aan NoriDane van de voorraad bij haar opgeslagen, van Witvlei afkomstig vlees en Witvlei desgevraagd aan NoriDane heeft bevestigd dat NoriDane de eigenaar was van dit vlees:

“Of course it’s yours – you’re proud owner !”.

Frigomundo heeft, nadat NoriDane aan Witvlei had gevraagd om een bevestiging van haar eigendom van de kant van Frigomundo, aan Noridane laten weten:

“Confirmed”

2.4

Op 9 december 2014 heeft Frigomundo een bijgewerkt overzicht van bij haar opgeslagen, van Witvlei afkomstig vlees aan NoriDane gestuurd, waarop Witvlei in een e-mailbericht van 11 december 2014 aan NoriDane heeft meegedeeld:

“We confirm NoriDane’s ownership of the goods”

Dit overzicht vermeldt opgeslagen vlees met de volgende referentienummers: 351, 354, 355, 357, 358, 359, 361, 365, 368, 371, 373, 376, 377 & 379 – welk vlees hierna wordt aangeduid als ‘de goederen’. Alle op dit overzicht vermelde goederen zijn:

“Frozen/Frozen for storage”

2.5

Op 17 december 2014 heeft Witvlei vanwege een geschil tussen haar en de moedermaatschappij van NoriDane, Nortura, besloten om Nortura en NoriDane aansprakelijk te stellen en dat in verband daarmee:

“an IMMEDIATE HOLD be affected on ALL STOCK on route, in cold store or in transit and that the title and ownership be retained in (Witvlei)”

2.6

Witvlei heeft dit besluit op 17 december 2014 meegedeeld aan Frigomundo, die daarop heeft geweigerd vlees vrij te stellen en uit te leveren aan NoriDane.

2.7

NoriDane heeft Witvlei en Frigomundo in kort geding gedagvaard. In het daarop gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 31 december 2014 is Frigomundo veroordeeld om de goederen onverwijld aan NoriDane vrij te stellen en uit te leveren, tegen betaling door NoriDane aan Frigomundo van de door Witvlei onbetaald gelaten kosten die op die goederen rusten, die voorlopig werden begroot op € 50.000. Witvlei is veroordeeld om dit te gehengen en gedogen en tot betaling aan NoriDane alle door Witvlei onbetaald gelaten kosten die op de goederen rusten, die voorlopig werden begroot op € 50.000.

2.8

Frigomundo heeft daarop te kennen gegeven dat zij alleen zou meewerken aan het vrijstellen en uitleveren van de goederen als NoriDane al haar kosten, die zij stelde op

€ 210.469, zou voldoen. Deze kosten staan opgesomd in een overzicht, getiteld “Financial summary mutal project NoriDane – [X] (Witvlei product), dat vermeldt:

- € 50.511 “ Chilled products from Norway – Results # 356, 360, 364, 367, 369, 370, 372, 374 & 378”

- € 149.958 “ Frozen products to Norway – Results # 351, 354, 355, 357, 358, 359, 361, 365, 368, 371, 373, 376, 377 & 379”

en € 10.000 aan voorlopig begrote kosten van juridische bijstand.

2.9

NoriDane heeft hierop in totaal € 149.958 aan Frigomundo betaald, met het verzoek om te bevestigen dat de deze kosten daadwerkelijk door Witvlei verschuldigd waren aan Frigomundo.

2.10

Frigomundo heeft op 6 en 7 januari 2015 goederen onder de referentienummers 351, 354, 355 en 357 documentair afgehandeld en vrijgesteld aan NoriDane. Zij weigerde de rest van de goederen vrij te stellen.

2.11

Op 9 januari 2015 heeft Frigomundo aan Witvlei geschreven:

“In April 2014 (Frigomundo) on behalf of the sister companies: [X1] BV, [X2] BV and (Frigomundo) agreed a new project with (Witvlei) to receive goods, store goods and finance corresponding logistic costs for final delivery to (NoriDane).

For practical purposes, correspondens between you and our company have been effected by the [X] companies, because also the logistic counter parts like the shipping line MACS, haulers like Roadfeeders Holland, the checkpoints in Rotterdam (like Eurofrigo and Frigocare) are charging the several above mentioned sister companies from (Frigomundo).

However can you please confirm that the following historica land actual costs should be paid to (Frigomundo) as stated below. These costs are all related tot he logistical services provided by (Frigomundo) and should orginally be paid before shipment to Norway.”

Daarna volgt de opsomming van de onder 2.8 bedoelde kosten van in totaal € 210.469.

2.12

Witvlei heeft hierop bevestigd dat zij de onder 2.8 bedoelde kosten aan Frigomundo verschuldigd is.

2.13

Toen Frigomundo niet meewerkte aan vrijgave van de resterende goederen, heeft NoriDane haar opnieuw in kort geding gedagvaard. In het daarop gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van 14 februari 2015 is Frigomundo veroordeeld om op straffe van een dwangsom van € 25.000 per dag te voldoen aan het vonnis van 31 december 2014 en is de door Frigomundo ingestelde reconventionele vordering tot betaling van € 210.469 afgewezen.

2.14

Frigomundo heeft daarna de resterende goederen vrijgesteld en afgegeven.

3 Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1

NoriDane vordert dat Frigomundo bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt veroordeeld tot het betalen van:

i) € 149.958 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente over € 50.000 vanaf 2 januari 2015 en over € 99.958 vanaf 7 januari 2015;

ii) € 2.842 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

iii) € 1.285,37 aan beslagkosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

een en ander met veroordeling van Frigomundo in de proceskosten.

3.2

Frigomundo voert verweer in conventie en vordert in reconventie dat NoriDane bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt veroordeeld tot het betalen van in totaal

€ 116.238,33, te weten:

i) € 50.511 aan kosten voort afhandeling van aan NoriDane geleverd gekoeld vlees;

ii) € 40.727,33 aan kosten voor juridische bijstand;

iii) € 25.000 aan door Frigomundo gemaakte kosten/geleden schade in verband met verkeerde betekeningen en ten onrechte gelegde beslagen;

een en ander met veroordeling van NoriDane in de proceskosten.

3.3

NoriDane voert verweer in reconventie.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1

NoriDane stelt dat zij € 149.958 onverschuldigd heeft betaald aan Frigomundo, omdat niet is komen vast te staan dat Frigomundo een vordering heeft op Witvlei tot (minstens) dit bedrag.

4.2

De weigering van Frigomundo om de goederen aan NoriDane uit te leveren en af te geven in verband met de door haar gestelde vordering op Witvlei, geldt als de uitoefening door Frigomundo van retentierecht tegen NoriDane als derde. Dit retentierecht wordt beheerst door het recht dat de onderliggende rechtsverhouding beheerst (artikel 10:129 BW). Nu Frigomundo onweersproken heeft gesteld dat de overeenkomst waarop zij haar vordering op Witvlei baseert wordt beheerst door Nederlands recht, wordt het retentierecht van Frigomundo beheerst door Nederlands recht.

4.3

Niet in geschil is dat Frigomundo in beginsel bevoegd was haar jegens Witvlei toekomend retentierecht uit te oefenen jegens NoriDane, die onweersproken heeft gesteld dat zij een derde met een ouder recht is als bedoeld in artikel 3:291 lid 2 BW. Dat strookt met het gegeven dat de vordering van Frigomundo bestaat uit kosten voor onder meer vervoer en opslag die steeds werden gemaakt nadat de eigendom van de zending in kwestie in de laadhaven was overgegaan op NoriDane.

4.4

Uit de tekst van artikel 3:291 lid 2 BW en de wetgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat het inroepen van een retentierecht tegen een derde met een ouder recht in beperktere mate is toegestaan dan jegens de schuldenaar zelf of derden met een jonger recht. De strekking van artikel 3:291 lid 2 BW is dat het retentierecht jegens een derde met een ouder recht alleen kan worden uitgeoefend indien (voldoende) verband bestaat tussen de vordering van de schuldeiser en de zaak die het betreft. Zie HR 5 maart 2004, NJ 2004, 548.

4.5

De overeenkomst met Witvlei, waar Frigomundo haar vordering op Witvlei op baseert, is niet in het geding gebracht. Evenmin zijn de aan Witvlei gerichte facturen van Frigomundo in het geding gebracht.

4.6

Frigomundo stelt dat zij de handling van de door Witvlei aan NoriDane verkochte goederen verrichtte en dat haar vordering op Witvlei daarop betrekking heeft. Deze handling omvat verschillende activiteiten, die werden uitgevoerd door of in opdracht van verschillende entiteiten binnen de [X] Groep, waar Frigomundo deel van uitmaakt. Frigomundo heeft ter onderbouwing van haar vordering op Witvlei onder meer facturen overgelegd van andere entiteiten binnen de [X] Groep. Zij heeft ook facturen overgelegd van door derden uitgevoerde activiteiten, zoals vervoer over zee en de weg. Deze derden hebben gefactureerd aan [X2] en [X1] .

4.7

Frigomundo stelt onder verwijzing naar de onder 2.11 bedoelde brief, in het bijzonder de tweede en derde alinea daarvan, dat al deze kosten intern zijn doorbelast aan Frigomundo en dat dienovereenkomstig intern is afgerekend binnen de [X] Groep. Frigomundo stelt dat zij steeds de totale kosten voor handling in rekening bracht bij Witvlei. Volgens Frigomundo kende NoriDane de hiervoor geschetste werkwijze; dat zou blijken uit de mededeling van NoriDane dat zij tevreden was met “de service die Frigomundo tezamen met haar zustervennootschappen bood”.

4.8

Tot slot stelt Frigomundo dat de vennootschappen die hun diensten hebben verleend hun vorderingen aan haar hebben gecedeerd, teneinde elke discussie in deze procedure te voorkomen en te voorkomen dat de gerechtvaardigde facturen onbetaald zouden blijven. De door Frigomundo in het geding gebrachte cessieakte vermeldt dat [X1] B.V. en [X2] B.V., die tezamen als “ [X] ” worden aangeduid, hun vorderingen cederen aan Frigomundo, waarbij in aanmerking wordt genomen:

“Dat [X] uit hoofde van geleverde diensten onder andere bestaande uit het verzorgen van transporten, het doen verrichten van inspecties, het verzorgen van importen, het opslaan van goederen et ceterea een vordering heeft op (Witvlei) per 15 Mei 2015 groot in hoofdsom € 210.469 (...)”.

4.9

Naar het oordeel van de rechtbank leiden de toelichting van Frigomundo en de door haar in het geding gebrachte stukken niet tot de conclusie dat zij een vordering van (minstens) € 149.958 heeft op Witvlei. Niet blijkt namelijk dat Frigomundo de (enige) opdrachtnemer/wederpartij was van Witvlei met betrekking tot de handling van de door Witvlei aan NoriDane verkochte goederen. Uit de toelichting en de in het geding gebrachte stukken blijkt dat diensten voor Witvlei (ook) werden uitgevoerd door of in opdracht van andere [X] entiteiten, die blijkens de akte van cessie zelf een vordering pretenderen op Witvlei. Dit is niet te verenigen met de stelling van Frigomundo dat zij degene is die de gestelde vordering op Witvlei heeft. Als al wordt aangenomen dat Frigomundo, zoals zij heeft toegelicht, als gevolg van de interne afrekening binnen de [X] Groep de kosten heeft gedragen en in rekening bracht bij Witvlei – wat NordiDane overigens heeft betwist en waarvan niets blijkt, afgezien van mededelingen van de kant van Frigomundo/de [X] Groep van na het ontstaan van het geschil met NoriDane – betekent dat tot slot alleen maar dat Witvlei de vorderingen van de [X] entiteiten bevrijdend kon betalen aan Frigomundo.

4.10

Mede gezien de striktere eis voor het bestaan van voldoende verband tussen de vordering waarvoor het retentierecht wordt ingeroepen en de zaak die het betreft, leidt het voorgaande tot de conclusie dat onvoldoende blijkt van een vordering van Frigomundo op Witvlei waarvoor zij jegens NoriDane een retentierecht kon inroepen. Daarmee is de onder i) bedoelde vordering in conventie niet toewijsbaar.

4.11

De rechtbank overweegt overigens en ten overvloede dat zij onderkent dat Frigomundo mogelijk een vordering heeft op Witvlei in verband met door haarzelf uitgevoerde werkzaamheden. Frigomundo, op wiens weg het ligt dit te stellen en zo nodig te bewijzen, heeft echter alleen de hiervoor verworpen stellingen ingenomen over de door haar gepretendeerde totale vordering die betrekking heeft op alle door en in opdracht van de verschillende entiteiten van de [X] Groep verrichte werkzaamheden. Die stellingen kunnen de door Frigomundo daaraan verbonden gevolgtrekkingen niet dragen en daarmee is niet komen vast te staan dat Frigomundo een vordering van (minstens) € 149.958 heeft op Witvlei.

4.12

De vordering in reconventie tot betaling van € 50.511 is gezien het voorgaande en bij gebreke van een andere grondslag niet toewijsbaar. De door Frigomundo gestelde ongerechtvaardigde verrijking is niet aan de orde, reeds omdat NoriDane afdoende heeft aangetoond dat zij de koopsommen, waarin de cif-kosten verdisconteerd zijn heeft voldaan aan Witvlei. Dat NoriDane vervolgens, zoals Frigomundo benadrukt, bij doorverkoop van de goederen grote winst zou hebben behaald, doet in dit verband niet ter zake.

4.13

Frigomundo wijst op de context waarin zij heeft geweigerd om de goederen af te geven en betoogt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is als zij ‘blijft zitten’ met de onbetaalde kosten van Witvlei. Zij benadrukt dat zij van Witvlei opdracht had gekregen de goederen niet uit te leveren en dat NoriDane haar in feite heeft gedwongen tot wanprestatie tegenover Witvlei. Frigomundo wijst er verder op dat de niet betaling door Witvlei te wijten is aan het conflict met NoriDane; daardoor heeft Witvlei onvoldoende middelen om Frigomundo te betalen. Volgens Frigomundo kan NoriDane wat zij aan Frigomundo betaalt verrekenen met Witvlei.

4.14

Deze – door NordiDame gemotiveerd betwiste stellingen – leiden niet tot het door Frigomundo gewenste resultaat. Niet ter discussie staat dat Frigomundo ‘tussen twee vuren zit’, met Witvlei die haar instrueerde om niet aan de afroep van NoriDane te voldoen en die nu – zo blijkt uit de door Frigomundo in het geding gebrachte e-mailberichten – Frigomundo aanspoort om informatie over het conflict met de moedermaatschappij van NoriDane in deze procedure in het geding te brengen en om te betogen dat NoriDane wat zij betaalt aan Frigomundo kan verrekenen. Net als de voorzieningenrechter in zijn vonnis van 31 december 2014 is de rechtbank echter van oordeel dat niet valt in te zien op grond waarvan Witvlei gerechtigd zou zijn de afgifte van de goederen aan NoriDane tegen te houden; Frigomundo kon zich dus niet tegenover NoriDane erop beroepen dat zij niet zonder toestemming van Witvlei kon overgaan tot uitlevering van de goederen aan NoriDane. De rechtbank is verder van oordeel dat het zeer de vraag is of NoriDane wat zij betaalt aan Frigomundo kan verrekenen. NordiDame heeft dit gemotiveerd en met stukken onderbouwd betwist. Daarbij komt dat dit – ook als dat zo zou zijn – op zichzelf geen reden is om NoriDane deze kosten te laten dragen en een en ander vervolgens met Witvlei af te laten wikkelen. Dat geldt eens temeer nu NoriDane de dochtermaatschappij is van de opponent van Witvlei in het conflict dat aanleiding heeft gegeven tot de instructie aan Frigomundo.

in reconventie voorts

4.15

De vordering tot betaling van de kosten van juridische bijstand strekt ertoe dat NoriDane de volledige kosten van Frigomundo vergoedt. Nog daargelaten dat Frigomundo deze kosten niet heeft gespecificeerd of onderbouwd, is gesteld noch gebleken van een grondslag voor toewijzing van de vordering tot betaling van deze kosten door NoriDane. Gesteld noch gebleken is namelijk dat NoriDane misbruik van procesrecht heeft gemaakt of onrechtmatig heeft gehandeld door de kort gedingen en deze procedure aan te spannen. Gelet op de oordelen van de voorzieningenrechter, die de vorderingen van NoriDane heeft toegewezen en gezien het hiervoor gegeven oordeel in conventie kan niet worden gezegd dat dit vorderingen waren, die zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die NoriDane als onjuist kende of behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden.

in conventie voorts

4.16

Onvoldoende blijkt dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten geen kosten zijn die in een proceskostenveroordeling plegen te worden verdisconteerd. De onder ii) bedoelde vordering wordt daarom afgewezen.

in conventie en in reconventie voorts

4.17

Het verweer van Frigomundo tegen de onder iii) in conventie gevorderde vergoeding van de beslagkosten en haar stellingen over haar onder iii) in reconventie gevorderde kosten/schade komen neer op een opsomming van de overlast die zij heeft ondervonden door het beslag. Wat daarvan ook moge zijn – en hoe vervelend het beslag ongetwijfeld zal zijn geweest voor Frigomundo – dat staat niet in de weg aan toewijzing van deze vordering in conventie en vormt geen grondslag voor toewijzing van de vordering in recoventie.

4.18

Frigomundo wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, die in conventie worden begroot op € 6.072 (€ 77,84 aan dagvaardingskosten, € 3.864 aan griffierecht en € 2.821 aan advocatenkosten, 2 punten tarief V) en die in reconventie worden begroot op € 894 (1 punt tarief IV).

5 De beslissing

in conventie

5.1

veroordeelt Frigomundo tot betaling aan NoriDane van € 149.958, vermeerderd met wettelijke rente over € 50.000 vanaf 2 januari 2015 en over € 99.958 vanaf 7 januari 2015;

5.2

veroordeelt Frigomundo tot betaling aan NoriDane van € 1.285,37, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding;

in reconventie

5.3

wijst de vordering af;

in conventie en in reconventie voorts

5.4

veroordeelt Frigomundo in de proceskosten aan de zijde van NoriDane die tot aan deze uitspraak in conventie zijn begroot op € 6.762,84 en in reconventie op € 894;

5.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2015.