Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12384

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-09-2015
Datum publicatie
16-11-2015
Zaaknummer
09/827137-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Meervoudige raadkamer. Bezwaar ex artikel 182 lid 6 Sv tegen de beschikking van de rechter-commissaris betreffende de afwijzing van het verzoek tot het horen van een aantal getuigen. De raadsvrouw van verdachte wenst vier verbalisanten te horen omtrent hun herkenning van verdachte op camerabeelden. De raadsvrouw wil hiermee onder andere onderzoeken of de verbalisanten zich bij hun herkenningen hebben laten beïnvloeden door andere collega’s. De rechtbank oordeelt dat voor het horen van opsporingsambtenaren slechts ruimte is indien er gegronde vermoedens bestaan dat zich onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek hebben voorgedaan. De raadsvrouw heeft haar verzoek noch in het bezwaarschrift noch in raadkamer met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd waaruit bedoelde onregelmatigheden blijken. De rechtbank ziet voorts niet in waarom de vragen van de raadsvrouw niet schriftelijk aan de verbalisanten gesteld kunnen worden, zoals de rechter-commissaris heeft bepaald. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAag

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/827137-15

Kenmerk RK: 15/3686

Beslissing van 29 september 2015

Beslissing van de rechtbank Den Haag, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het bezwaar tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 19 augustus 2015, betreffende de afwijzing van het verzoek tot het horen van een aantal getuigen ex artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ,

adres: [adres] ,

thans preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting “ [P.I.] ,

domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. P.R.L.V.M. Kruik,

Rijswijkseplein 39, 2516 EB Den Haag,

hierna: verdachte.

blijkens een daarvan opgemaakte akte op 31 augustus 2015 ter griffie van deze rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

De rechtbank heeft op 15 september 2015 dit bezwaar in raadkamer behandeld.

Verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. P.R.L.V.M. Kruik, is in raadkamer verschenen en gehoord.

De officier van justitie, mr. C.M. Offers, heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaar.

Beoordeling van het bezwaar.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaar. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.

Namens verdachte is op 14 augustus 2015 bij de rechter-commissaris een verzoek ingediend tot het horen van vier verbalisanten als getuige.

De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 19 augustus 2015 het verzoek tot het horen van de verzochte getuigen afgewezen. De raadsvrouw is in diezelfde beschikking door de rechter-commissaris in de gelegenheid gesteld binnen een week schriftelijk vragen in te dienen die in een aanvullend proces-verbaal door de betreffende verbalisanten zullen worden beantwoord.

De rechtbank is met de rechter-commissaris van oordeel dat voor het horen van opsporingsambtenaren slechts aanleiding kan zijn indien er gegronde vermoedens zijn dat zich onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek hebben voorgedaan. Een daartoe strekkend verzoek door de verdediging dient te worden onderbouwd met concrete feiten en omstandigheden waaruit bedoelde onregelmatigheden blijken.

In het bezwaarschrift en in raadkamer heeft de raadsvrouw haar oorspronkelijke verzoek nader onderbouwd. De raadsvrouw wenst de verbalisanten bij de rechter-commissaris te horen omtrent hun herkenning van haar cliënt nu twee verbalisanten niet hebben aangegeven op grond waarvan zij hem herkennen en van een andere verbalisant niet bekend is hoe vaak deze met haar cliënt contact had en welke informatie deze verbalisant werd aangereikt bij de ‘aandachtsvestiging’. Voorts wil de raadsvrouw - zo begrijpt de rechtbank - onderzoeken of de verbalisanten zich bij de herkenning op camerabeelden mogelijk door andere collega’s hebben laten beïnvloeden nu haar cliënt reeds was aangehouden voordat de herkenningen plaatsvonden.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt noch uit het bezwaarschrift noch uit het verhandelde in raadkamer dat er bij de verdediging gegronde vermoedens bestaan dat er zich onregelmatigheden in het opsporingsonderzoek hebben voorgedaan.

Nu geen sprake is van (gegronde) vermoedens dat zich onregelmatigheden hebben voorgedaan bij de opsporing, in het bijzonder bij de herkenning van verdachte, en niet valt in te zien waarom de vragen van de raadsvrouw aan de verbalisanten niet schriftelijk kunnen worden gesteld, zal de rechtbank het bezwaar tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 19 augustus 2015, betreffende de afwijzing van het verzoek tot het horen van vier verbalisanten, ongegrond verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart het bezwaar ongegrond.

Aldus beslist te Den Haag door mr. drs. E.C.M. Bouman, voorzitter, en mrs R.G.C. Veneman en J.A.J. de Ridder, rechters, in tegenwoordigheid van mrs W. Gunnewegh en R. Moese, griffiers, en uitgesproken ter zitting van 29 september 2015.

Deze beslissing is ondertekend door de voorzitter en de griffiers.