Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12373

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-10-2015
Datum publicatie
29-10-2015
Zaaknummer
C-09-496668-KG ZA 15-1450
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

contactverbod voor grootouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/496668 / KG ZA 15/1450

Vonnis in kort geding van 29 oktober 2015

in de zaak van

1 [de vader] ,

2. [de moeder] ,

beiden wonende te [woonplaats 1] ,

eisers,

advocaat mr. C.G.A. van Stratum te Den Haag,

tegen:

1 [de grootvader] ,

2. [de grootmoeder] ,

beiden wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagden,

advocaat mr. M.N.G.N.H. Brech te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk ook aangeduid als ‘de vader’, ‘de moeder’ (eisers gezamenlijk: ‘de ouders’) ‘de grootvader’ en ‘de grootmoeder’ (gedaagden gezamenlijk: ‘de grootouders’).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de op 29 september 2015 betekende dagvaarding met veertien producties;

- de door de grootouders bij brief van 19 oktober 2015 overgelegde producties;

- de door de grootouders op de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2015. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Eiseres sub 2 is de dochter van gedaagden. Eisers hebben gezamenlijk drie thans nog minderjarige kinderen, [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] en [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] . De affectieve relatie tussen eisers is in 2009 beëindigd.

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader en zijn door hem erkend. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over hen. [minderjarige 3] heeft zijn woonplaats bij de moeder en zij is belast met het eenhoofdig gezag over hem.

2.3.

De moeder heeft in 2010 besloten het contact met de grootouders te verbreken.

2.4.

In 2014 hebben de grootouders een verzoekschrift ingediend tot het treffen van een omgangsregeling met de kinderen. De rechtbank Rotterdam heeft de grootouders bij beschikking van 6 mei 2014 niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek.

3 Het geschil

3.1.

De ouders vorderen, zakelijk weergegeven:

I. de grootouders te verbieden om zich na de betekening van dit vonnis te begeven of op te houden:

a. binnen een straal van 300 meter rondom de kinderen;

b. binnen een straal van een halve kilometer rondom [de sportvereniging] ;

c. binnen een straal van 200 meter rondom het adres [adres 1] te [plaats 1] , het adres van de ouders van de vader;

d. in een gebied rondom de adressen van de ouders en de school waar de kinderen naartoe gaan, zoals aangegeven op een bijlage bij de dagvaarding;

II. de grootouders te verbieden om na de betekening van dit vonnis, anders dan via hun advocaat, direct of indirect, persoonlijk, telefonisch, schriftelijk, per e-mail of op andere wijze in contact te treden met de ouders, de kinderen, personen werkzaam bij Basisschool [de basisschool] te [plaats 2] , personen werkzaam bij […] B.V., personen werkzaam bij [de sportvereniging] en de ouders van de vader, de heer en mevrouw [A] ;

III. de grootouders te verbieden om zich na de betekening van dit vonnis via (sociale) media, internetfora of op andere publieke wijze negatief of diskwalificerend uit te laten over de ouders en de kinderen;

IV. de ouders te machtigen om naleving van de hiervoor verzochte verboden te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

V. aan de ouders verlof te verlenen om dit vonnis ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang, dan wel te bepalen dat de grootouders een dwangsom verbeuren voor iedere keer dat zij voornoemde verboden niet nakomen.

3.2.

Daartoe voeren de ouders – samengevat – het volgende aan. De ouders hebben een verleden van drugsgebruik en het plegen van strafbare feiten. De laatste jaren hebben zij hun leven op de rit en zijn zij niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. De onderlinge verstandhouding met de kinderen is goed. De grootouders zijn de enige negatieve factor in hun leven. Zij blijven teruggrijpen op het verleden om de moeder verwijten te maken. Pogingen om de verstandhouding te verbeteren zijn op niets uitgelopen. In 2014 hebben de grootouders de verblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten te achterhalen. Sindsdien zijn zij daar meermaals aan de deur geweest. Ook is de grootvader onaangekondigd verschenen bij voetbalwedstrijden van de kinderen en bij de school van de kinderen, waardoor de kinderen angstig worden. De grootmoeder heeft een grote stapel aantijgingen richting de ouders, waaronder oude aangiftes en klachten van de grootouders tegen Jeugdzorg, gebundeld en met een begeleidend schrijven toegezonden aan de werkgever van de vader. Vervolgens heeft zij nog telefonisch contact opgenomen met de werkgever van de vader. Ook de ouders van de vader hebben meermaals dikke brieven ontvangen en zijn aan de deur lastig gevallen door de grootouders.

De grootouders hebben zich daarnaast op publieke media op diskwalificerende wijze uitgelaten over de ouders. Hoewel dit niet recent is voorgevallen, bestaat de vrees bij de ouders dat de grootouders zich tot de media zullen wenden als het contact- en omgevingsverbod wordt toegewezen, als de enige manier om de ouders nog schade te berokkenen en hun ongenoegen te uiten.

3.3.

De grootouders voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

De grootouders hebben ter zitting verklaard bereid te zijn zich te houden aan de verboden als genoemd onder I tot en met III. Toewijzing van (een deel van) de vordering als genoemd onder I zal evenwel onvermijdelijk leiden tot executieproblemen. De wijze waarop die vordering is geformuleerd, heeft daarnaast tot gevolg dat ook toevallige ontmoetingen tussen de grootouders en de kinderen verboden zijn, hetgeen uitdrukkelijk niet de bedoeling is van de ouders. Daarbij komt dat toewijzing van de vordering als genoemd onder II toewijzing van de vordering als genoemd onder I overbodig maakt. Die vordering verbiedt de grootouders immers onder meer met de ouders en de kinderen in contact te treden, waar dan ook, en zal op de wijze als hierna vermeld, voor de gebruikelijke periode van één jaar, worden toegewezen. Daaronder zal expliciet het bezoeken van de voetbalwedstrijden en de school van de kinderen worden begrepen. De vordering als genoemd onder I zal gelet hierop worden afgewezen. De vordering als genoemd onder III zal worden toegewezen, nu de grootouders ook daarmee hebben ingestemd. Gelet op de instemming van de grootouders, zal geen machtiging worden verleend om naleving van de hiervoor verzochte verboden te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie. Een dergelijke machtiging lijkt ook niet in het belang van de kinderen.

4.2.

De grootouders hebben verweer gevoerd tegen de gevorderde lijfsdwang en dwangsommen. De gevorderde lijfsdwang zal worden afgewezen. Immers, toepassing van lijfsdwang betekent beneming van de persoonlijke vrijheid, zodat dit dwangmiddel slechts aan de orde komt als ultimum remedium. Niet is gebleken dat andere dwangmiddelen niet (meer) baten.

4.3.

Gelet op het feit dat de grootouders – zoals zij hebben erkend – recent contact hebben gezocht met de ouders en de kinderen en de grootmoeder de werkgever van de vader een brief heeft gestuurd, is oplegging van een dwangsom bij overtreding van het onder II gevorderde, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. Voorts zal er worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan. Voor het stellen van een dwangsom op overtreding van het onder III gevorderde bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding. De enkele vrees van de ouders dat dit zich in de toekomst zal voordoen, is – nu geen sprake is van recente voorvallen – daarvoor onvoldoende.

4.4.

In de familierechtelijke relatie tussen partijen wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verbiedt de grootouders om gedurende één jaar na de betekening van dit vonnis, anders dan via hun advocaat, direct of indirect, persoonlijk, telefonisch, schriftelijk, per e-mail dan wel op andere wijze (i) in contact te treden met de ouders en/of de kinderen (het bezoeken van voetbalwedstrijden van de kinderen en de school van de kinderen daaronder begrepen) en (ii) over de ouders en de kinderen in contact te treden met personen werkzaam bij Basisschool [de basisschool] te [plaats 2] , personen werkzaam bij […] B.V. en/of [de sportvereniging] en/of de ouders van de vader, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,-- per overtreding, met een maximum van € 2.000,--;

5.2.

bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 4.3. is vermeld;

5.3.

verbiedt de grootouders zich na de betekening van dit vonnis via (sociale) media, internetfora of op andere publieke wijze negatief of diskwalificerend uit te laten over de ouders en de kinderen;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2015.

hvd