Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:12341

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-09-2015
Datum publicatie
30-10-2015
Zaaknummer
C/09/475727 / HA ZA 14-1196
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. IE merkenrecht. Ongerechtvaardigd voordeel trekken uit bekend woordmerk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2016/13

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/475727 / HA ZA 14-1196

Vonnis van 23 september 2015

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

ALPARGATAS S.A.,

gevestigd te Saõ Paulo, Brazilië,

eiseres,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRANDS & CONCEPTS B.V.,

gevestigd te Baambrugge,

gedaagde,

advocaat: mr. M.C.S. de Boer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Alpargatas en Brands & Concepts genoemd worden. Voor Alpargatas is de zaak behandeld door mrs. S.A. Klos en J. Klopper, advocaten te Amsterdam, en voor Brands & Concepts door haar advocaat voornoemd en mr. A.A. Simpe, advocaat te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 september 2013;

  • -

    de akteoverlegging producties 1 tot en met 6 zijdens Alpargatas;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van 4 december 2013, met producties 1 tot en met 14;

  • -

    het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 23 juli 2014 (zaaknummer / rolnummer: C/16/355128/ HA ZA 13-801) en de daarin genoemde stukken (hierna ook: het verwijzingsvonnis);

  • -

    het betekenings- en oproepingsexploot van 14 oktober 2014;

  • -

    het tussenvonnis van 7 januari 2015 waarin een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de brief van mr. De Boer van 9 maart 2015;

  • -

    de brief van mr. Klos van 23 maart 2015;

  • -

    de namens partijen op 24 maart 2015 aan de rechtbank gezonden overzichten van proceskosten ex artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 maart 2015;

  • -

    de door mrs. Klos en Klopper ter comparitie gehanteerde pleitnotities;

  • -

    de door mrs. De Boer en Simpe ter comparitie gehanteerde pleitnotities, tevens houdende akte eisvermeerdering;

  • -

    de brief van mr. Klos van 22 april 2015;

  • -

    de brief van mr. Simpe van 29 april 2015.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis nader bepaald op heden.

2 Verwijzing rechtbank Midden-Nederland

2.1.

Bij vonnis van 23 juli 2014 heeft de rechtbank Midden-Nederland Brands & Concepts in conventie onder last van een dwangsom veroordeeld de inbreuk op de auteursrechten van Alpargatas te staken en gestaakt te houden, onder toewijzing van nevenvorderingen en schadevergoeding, op te maken bij staat. De rechtbank heeft de zaak in conventie, voor zover gegrond op de door Alpargatas ingeroepen Gemeenschapsmerken en een daarop gebaseerde inbreuk, verwezen naar de rechtbank Den Haag. In reconventie heeft de rechtbank Midden-Nederland voor recht verklaard dat de ‘Hollandaisas’ slippers van Brands & Concepts geen inbreuk maken op het Benelux-woordmerk HAVAIANAS van Alpargatas, en dat de door Alpargatas op 26 augustus 2013 (in het licht van r.o. 4.30. van het vonnis zal bedoeld zijn: 27 augustus 2013 – Rb.) ten laste van Brands & Concepts gelegde derdenbeslagen nietig zijn. De rechtbank Midden-Nederland heeft het anders of meer gevorderde in conventie en reconventie afgewezen en de tot dan toe gemaakte proceskosten gecompenseerd.

2.2.

Nu de rechtbank Midden-Nederland in het dictum van haar vonnis slechts de zaak in conventie voor wat betreft de gestelde inbreuk op de Gemeenschapsmerken van Alpargatas heeft verwezen, zal de rechtbank zich thans tot beoordeling van dat deel van de zaak beperken. Wat betreft de bij conclusie van antwoord door Brands & Concepts ingestelde vorderingen in reconventie, verwijst de rechtbank naar r.o. 5.14.

3 Feiten

3.1.

De rechtbank gaat uit van de feitenvaststelling in het verwijzingsvonnis - hier als herhaald en ingelast beschouwd - met de navolgende aanvullingen.

3.2.

Alpargatas is houdster van het Gemeenschapswoordmerk HAVAIANAS, aangevraagd op 11 augustus 2008 en geregistreerd op 23 maart 2009 onder nummer 7156128 voor kleding, schoeisel en hoofddeksels (klasse 25) (hierna: het woordmerk).

Tevens is Alpargatas houdster van het Gemeenschapsbeeldmerk

aangevraagd op 16 november 2012 en geregistreerd op 27 maart 2013 onder nummer 11350857 voor onder meer kleding, schoeisel en hoofddeksels (klasse 25) (hierna: het beeldmerk). De merken worden hierna ook gezamenlijk de Havaianas-merken genoemd.

3.3.

Brands & Concepts biedt op haar website slippers aan voorzien van het teken Hollandaisas. Een schermafdruk is hierna weergegeven:

3.4.

Hieronder zijn enkele (detail)foto’s van door Brands & Concepts aangeboden slippers (hierna: de Hollandaisas-slippers) afgebeeld:

4 Het geschil

4.1.

Alpargatas vordert in deze procedure thans nog dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Brands & Concepts zal bevelen met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden in de Europese Unie iedere verdere inbreuk op de Havaianas-merken, meer in het bijzonder te staken en gestaakt te houden de vervaardiging, verkoop, verhandeling, aflevering, ter verkoop aanbieding, aanprijzing, afbeelding, tentoonstelling, gebruik en/of voor een of meer van deze doeleinden in voorraad houden van de in het lichaam van de dagvaarding afgebeelde Hollandaisas slippers en alle daarmee overeenstemmende producten (hierna: "Inbreukmakende Producten”);

2. Brands & Concepts zal veroordelen binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis een door een onafhankelijke registeraccountant - op basis van een zelfstandig door die registeraccountant te verrichten onderzoek - gecertificeerde verklaring te verstrekken aan de raadsman van Alpargatas, mr. S.A. Klos, vergezeld van alle relevante documenten ter staving van die verklaring, betreffende:

a. het totale aantal Inbreukmakende Producten dat Brands & Concepts heeft geproduceerd, alsook het totale aantal van Inbreukmakende Producten dat Brands & Concepts in voorraad heeft;

b. het totale aantal Inbreukmakende Producten dat Brands & Concepts heeft verkocht;

c. de prijs die is berekend voor de verkoop van de Inbreukmakende Producten;

d. de totale winst die Brands & Concepts heeft behaald met de verhandeling van de Inbreukmakende Producten;

e. de volledige naam/namen en adres/adressen van de leverancier(s) en/of producten(en) (bedoeld zal zijn: producenten, Rb) en/of eventuele derde(n) die betrokken zijn (geweest) bij de verhandeling van de Inbreukmakende Producten;

3. Brands & Concepts te veroordelen om aan Alpargatas een dwangsom te betalen van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro) voor iedere dag, daaronder begrepen een dagdeel, waarop Brands & Concepts in gebreke blijft geheel of gedeeltelijk aan de sub 1 en/of 2 gevorderde bevelen te voldoen of - ter keuze van Alpargatas - voor iedere handeling die een overtreding van een van de sub 1 en/of 2 gevorderde bevelen oplevert;

4. Brands & Concepts te veroordelen om aan Alpargatas te vergoeden het totale bedrag van de door haar geleden schade als gevolg van het inbreukmakend dan wel onrechtmatig handelen van Brands & Concepts, op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet;

5. Brands & Concepts te veroordelen aan Alpargatas af te geven alle bij haar in bezit zijnde exemplaren van de Indrukmakende Producten of onderdelen daarvan, de in het lichaam van de dagvaarding genoemde, thans onder beslag rustende voorraad producten daaronder begrepen;

6. Brands & Concepts te veroordelen in de volledige door Alpargatas gemaakte kosten van deze procedure inclusief advocaatkosten dan wel een ander door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ter vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten die Alpargatas heeft gemaakt als bedoeld in artikel 1019h Rv.

4.2.

Alpargatas legt, na wijziging van de grondslag van de eis, aan haar vorderingen primair ten grondslag dat Brands & Concepts door (onder meer) het aanbieden en verkopen van de Hollandaisas-slippers gebruik maakt van een met de Havaianas-merken overeenstemmend teken voor identieke waren waardoor bij het publiek gevaar voor verwarring kan ontstaan omtrent de herkomst van die waren, hetgeen inbreuk op de Havaianas-merken oplevert onder artikel 9 lid 1 onder b van Verordening (EG) 207/2009 van de Raad inzake het Gemeenschapsmerk (GMVo). Subsidiair legt Alpargatas aan haar vorderingen ten grondslag dat Brands & Concepts door (onder meer) het aanbieden en verkopen van de Hollandaisas-slippers, op de manier waarop zij dit doet, ongerechtvaardigd voordeel trekt uit de reputatie/het onderscheidend vermogen van de Havaianas-merken, welke bekende merken zijn, dit alles in de zin van artikel 9 lid 1 sub c GMVo.

4.3.

Brands & Concepts voert verweer, waarop in het navolgende - voor zover relevant - wordt ingegaan.

5 De beoordeling

Bevoegdheid

5.1.

De rechtbank is gelet op het verwijzingsvonnis van de rechtbank Midden-Nederland bevoegd kennis te nemen van de op de Gemeenschapsmerken gebaseerde vorderingen van Alpargatas.

Inbreuk?

5.2.

De vraag of in casu sprake is van gevaar voor verwarring bij het publiek omtrent de herkomst van de Hollandaisas-slippers als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder b GMVo, kan onbeantwoord blijven omdat naar het oordeel van de rechtbank Brands & Concepts door het (onder meer) aanbieden en verkopen van de Hollandaisas-slippers, ongerechtvaardigd voordeel trekt uit het onderscheidend vermogen van het woordmerk HAVAIANAS in de zin van artikel 9 lid 1 onder c GMVo, en derhalve inbreuk maakt op dat woordmerk.

5.3.

Zoals weergegeven in de pleitnota van Alpargatas, heeft Het Hof van Justitie in zijn arrest van 18 juni 2009, ECLI:EU:C:2009:378 (L’Oréal/Bellure), over ongerechtvaardigd voordeel trekken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van een merk onder meer het volgende overwogen:

“41 Het begrip „ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk”, ook aangeduid als „meeliften” en „free riding”, verwijst niet naar de schade die het merk wordt berokkend, maar naar het profijt dat de derde haalt uit het gebruik van het teken dat daaraan gelijk is of daarmee overeenstemt. Het omvat met name alle gevallen waarin, dankzij de afstraling van het imago van het merk of de door dit merk opgeroepen kenmerken op de waren die worden aangeduid door het teken dat daaraan gelijk is of daarmee overeenstemt, duidelijk sprake is van exploitatie van de bekendheid van het merk. (…)

43 Hieruit volgt dat het voordeel dat een derde haalt uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk, ongerechtvaardigd kan blijken, ook al wordt door het gebruik van het teken dat daaraan gelijk is of daarmee overeenstemt, noch het onderscheidend vermogen, noch de reputatie van het merk aangetast, noch, meer algemeen, de houder ervan schade berokkend.

44 Om uit te maken of door het gebruik van het teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk, moet een globale beoordeling worden gemaakt met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, waaronder met name de mate van bekendheid en de mate waarin het merk onderscheidend vermogen heeft, de mate van overeenstemming van de conflicterende merken alsmede de aard van en de mate waarin de betrokken waren en diensten gerelateerd zijn. Met betrekking tot de mate van bekendheid en de mate waarin het merk onderscheidend vermogen heeft, heeft het Hof reeds geoordeeld dat hoe groter het onderscheidend vermogen en de bekendheid van dat merk zijn, des te gemakkelijker een inbreuk zal kunnen worden vastgesteld. Uit de rechtspraak volgt ook dat hoe directer en sterker het merk door het teken in gedachten wordt opgeroepen, hoe groter de kans is dat door het gebruik van het teken op dat ogenblik of in de toekomst ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk (…)

48 In dit verband zij gepreciseerd dat wanneer een derde door het gebruik van een teken dat overeenstemt met een bekend merk, in het kielzog van dit merk probeert te varen om van de aantrekkingskracht, de reputatie en het prestige ervan te profiteren alsmede om zonder enige financiële vergoeding en zonder daarvoor passende inspanningen te moeten leveren, voordeel te halen uit de commerciële inspanning die de houder van het merk heeft gedaan om het imago van dat merk te creëren en te onderhouden, het uit dat gebruik voortvloeiende voordeel moet worden geacht ongerechtvaardigd te zijn getrokken uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van dat merk.”

5.4.

Het verweer van Brands & Concepts dat bij gebreke van (voldoende) overeenstemming tussen merk en teken geen sprake is van verwarringsgevaar en mitsdien ook niet van ongerechtvaardigd voordeel trekken, slaagt niet aangezien verwarringsgevaar geen vereiste is voor inbreuk onder artikel 9 lid 1 sub c GMVo. Vereist is slechts dat het publiek een verband tussen merk en teken legt. Voor zover Brands & Concepts met haar verweer heeft bedoeld dat het publiek geen (enkel) verband zal leggen tussen merk en teken vanwege het ontbreken van enige vorm van overeenstemming, slaagt dit betoog ook niet omdat de rechtbank van oordeel is dat op zijn minst enige overeenstemming bestaat tussen het woordmerk HAVAIANAS en het teken Hollandaisas. Indien enige overeenstemming bestaat tussen merk en teken, zelfs als deze overeenstemming gering is, dient de rechter op grond van een globale beoordeling aan de hand van alle relevante factoren, uit te maken of het relevante publiek een verband tussen merk en teken legt en van ongerechtvaardigd voordeel trekken in de zin van artikel 9 lid 1 sub c GMVo sprake is (vergelijk HR 20 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:397 inzake Ajax). De rechtbank overweegt hierover als volgt.

5.5.

Woordmerk en teken bestaan beide uit vier lettergrepen, die op één uitzondering na allen een ‘a’ bevatten (ha-va-ia-nas/ holl-an-dai-sas). De respectievelijke uitgangen ‘-aisas’ en ‘-anas’ hebben beide een gelijksoortige (exotische, althans niet-Nederlandse) klank, waarbij merk en teken beide eindigen op de lettergreep -as. Het betoog van Brands & Concepts dat het publiek ‘-daisas’ zou uitspreken als [-dèzzus] (zoals in hollandaise-saus), is door Alpargatas gemotiveerd bestreden en door Brands & Concepts niet (verder) onderbouwd zodat de rechtbank ervan uitgaat dat de gemiddelde (Nederlandse) consument/eindgebruiker van de slippers de uitgang ‘-daisas’ min of meer fonetisch zal uitspreken, in elk geval voor wat betreft de uitgang -as. De visuele overeenstemming tussen merk en teken is terug te voeren op de begin ‘-h’, het door de ‘a’ gedomineerde ritme en de gemeenschappelijke uitgang ‘-as’. Dat tussen merk en teken begripsmatige overeenstemming bestaat, is door Brands & Concepts gemotiveerd bestreden, en door Alpargatas niet (verder) onderbouwd. Dit laatste doet er evenwel niet aan af dat, gezien de hiervoor genoemde auditieve en visuele elementen, van enige mate van overeenstemming tussen merk en teken sprake is. In visueel opzicht wordt die overeenstemming bovendien versterkt door de gelijkenis tussen het voor merk en teken gebruikte lettertype, zoals hierna besproken onder r.o. 5.8.

5.6.

Niet bestreden is dat het woordmerk HAVAIANAS een bekend merk is in de zin van artikel 9 lid 1 sub c GMVo. Meer in het bijzonder is niet bestreden dat Havaianas het meest bekende slippermerk ter wereld is en een grote reputatie heeft. Het merk heeft dan ook een ruime beschermingsomvang.

5.7.

Met Alpargatas is de rechtbank van oordeel dat het merk ook een (inherent) sterk onderscheidend vermogen heeft, nu het niet (een) eigenschap(pen) van de waren, in dit geval kunststof teenslippers, kan beschrijven. Brands & Concepts heeft - in een fase van de procedure waarin Alpargatas zich nog op diverse beeld- en vormmerkregistraties beriep - betoogd dat de slippers van Alpargatas en de door haar gestelde beschermde elementen daarvan, een gering onderscheidend vermogen hebben1, omdat ten aanzien van die elementen sprake is van verwatering/ verwording tot een gebruikelijke aanduiding van de betrokken waar. Voor zover Brands & Concepts daarmee ook heeft bedoeld te stellen dat dit geldt voor het thans aan de orde zijnde woordmerk, wordt zij daarin niet gevolgd. Brands & Concepts heeft ter ondersteuning van haar betoog enkele foto’s overgelegd van andere, kennelijk in de handel zijnde teenslippers, maar daaruit volgt geenszins dat Havaianas een generieke aanduiding voor teenslippers is geworden. Ook anderszins ontbreekt hiervoor een onderbouwing.

5.8.

Andere omstandigheden die bij de hier te verrichten globale beoordeling een rol spelen, zijn de mate van soortgelijkheid tussen de waren alsmede de wijze waarop merk en teken worden gebruikt en de respectievelijke waren worden aangeboden. Niet in geschil is dat de waren waarvoor Alpargatas zich op haar merkinschrijving beroept identiek zijn aan de waren waarvoor het teken wordt gebruikt (kunststof teenslippers). Voorts is niet in geschil dat Alpargatas voor het woordmerk op deze waren het lettertype van haar beeldmerk (nr. 11350857) gebruikt. Het lettertype dat wordt gebruikt voor het teken Hollandaisas vertoont hiermee gelijkenis, omdat beide lettertypes een onregelmatige vormgeving hebben, gekenmerkt door een dwarsstreepje onder een volgende letter (tussen de l en de a, respectievelijk de a en de n). Verder is onbetwist dat op het meest bekende/succesvolle model van de slippers van Alpargatas, naast het woordmerk een afbeelding van een Braziliaanse vlag in één lijn met de letters op een van de bandjes is geplaatst en dat Brands & Concepts dit op een vergelijkbare wijze met een Nederlandse vlag heeft gedaan, zoals de presentatie op haar website en de foto’s onder r.o. 3.4. laten zien. Genoemde omstandigheden, in het licht van de overeenstemming tussen merk en teken en de bekendheid en onderscheidende kracht van het merk, leiden de rechtbank bij een globale beoordeling niet alleen tot de conclusie dat het publiek een verband zal leggen tussen merk en teken, maar ook dat Brands & Concepts in het kielzog van het woordmerk probeert te varen om te profiteren van de aantrekkingskracht, reputatie en/of prestige van het bekende merk en om te profiteren van de inspanningen die Alpargatas als marktleider heeft geleverd om het imago van het merk te creëren en onderhouden. Brands & Concepts maakt op die wijze inbreuk op het woordmerk HAVAIANAS ingevolge artikel 9 lid 1 sub c GMVo. De enkele stelling van Brands & Concepts dat zij niet de intentie heeft om aan te haken bij de bekendheid van het woordmerk van Alpargatas, kan in het licht van voornoemde feiten en omstandigheden aan deze conclusie niet afdoen.

5.9.

De rechtbank wijkt daarmee af van het oordeel van de rechtbank

Midden-Nederland ten aanzien van de gestelde inbreuk op het Benelux-woordmerk van Alpargatas onder artikel 2.20 lid 1 onder c Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE). Daarover kan het volgende worden opgemerkt. Ten eerste is, anders dan Brands & Concepts meent, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland op basis van het Benelux-woordmerk van Alpargatas niet bindend voor deze rechtbank bij haar beoordeling van de gestelde inbreuk op het Gemeenschapswoordmerk van Alpargatas. Voorts hebben partijen na genoemde uitspraak, hun standpunten ter zitting van deze rechtbank verder bepleit, bij welke gelegenheid van de zijde van Alpargatas met name het standpunt ten aanzien van de gestelde inbreuk op haar Gemeenschapswoordmerk nader is toegelicht. Gelet op wat aldus is aangevoerd en in het licht van de rechtspraak van het Europese Hof aangehaald onder r.o. 5.3. en het arrest van de Hoge Raad genoemd in r.o. 5.4. is de rechtbank tot het onderhavige oordeel gekomen.

Vorderingen in conventie

5.10.

Nu de conclusie luidt dat Brands & Concepts inbreuk maakt op het woordmerk HAVAIANAS, zijn de daarop gegronde vorderingen in beginsel toewijsbaar. Alpargatas heeft zich ten aanzien van het onder r.o. 3.2. weergegeven beeldmerk slechts op het daarin opgenomen lettertype beroepen. Verder heeft zij, zoals door Brands & Concepts terecht betoogd, niets gesteld omtrent inbreuk door Brands & Concepts op dit merk. Dat zij bij een oordeel daarover nog belang zou hebben, valt gelet op het oordeel over de inbreuk op haar woordmerk ook niet in te zien. Gelet hierop zullen de vorderingen van Alpargatas op deze grondslag niet worden toegewezen.

5.11.

Brands & Concepts heeft zich verzet tegen de reikwijdte van het gevorderde verbod, de opgave en de afgifte. Volgens Brands & Concepts maakt de frase “alle daarmee overeenstemmende producten” in de definitie “Inbreukmakende producten” uit het petitum in de dagvaarding, deze vorderingen te onbepaald en bovendien ongerechtvaardigd (breed) in het licht van de gelijkenis van de Hollandaisas-slippers met andere slippers die op de markt zijn. De rechtbank begrijpt dat Brands & Concepts dit laatste aspect heeft aangevoerd omdat Alpargatas zich aanvankelijk op diverse Gemeenschapsbeeld-/vormmerken beriep.2 Nu slechts het woordmerk nog aan de orde is, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Ter zitting heeft Alpargatas gespecificeerd dat de inbreukmakende producten thans nog zijn de (onderdelen van) slippers waarop het teken Hollandaisas is aangebracht. Het verbod en de daarmee samenhangende opgave en afgifte zullen daarom bij toewijzing in het eindvonnis (zie r.o. 5.13) tot die slippers worden beperkt. Ten aanzien van de afgifte wordt daarbij opgemerkt dat ter zitting is komen vast te staan dat zich onder het beslag ook daadwerkelijk slippers met bedoeld teken bevinden.3

5.12.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat Alpargatas (enige) schade heeft geleden als gevolg van het op de markt brengen van de Hollandaisas-slippers. Het verweer dat Alpargatas een internationaal groot en succesvol bedrijf is en grote omzet genereert en daarom het verhandelen van de inbreukmakende slippers niet leidt tot merkbare schade, en dat er tevens andere slippers op de markt zijn die gelijkenis vertonen met de Havaianas-slippers, zoals Brands & Concepts heeft gesteld, doet daar niet aan af. Dat betekent dat de vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure voor toewijzing gereed ligt.

5.13.

Omdat vanwege het navolgende een tussenvonnis wordt gewezen, houdt de rechtbank de beslissingen over voornoemde vorderingen, alsmede over de gevorderde dwangsommen en proceskosten, om redenen van proceseconomie tot het eindvonnis aan.

Procedure in reconventie?

5.14.

Ter comparitie van deze rechtbank is gesproken over de inhoud van de vorderingen van Brands & Concepts in reconventie, in het bijzonder over de namens Alpargatas ten laste van Brands & Concepts gelegde beslagen. Dit is met name ingegeven door r.o. 4.29. van het verwijzingsvonnis van de rechtbank Midden-Nederland, waaruit volgt dat de resterende discussie over (onder meer) de vordering tot opheffing van het beslag voor deze rechtbank dient te worden gevoerd in het kader van de inbreuk op de Gemeenschapsmerken van Alpargatas. Geconstateerd moet echter worden (zie ook r.o. 2.1. en 2.2.) dat in het dictum van het verwijzingsvonnis alleen de zaak (voor zover betrekking hebbend op de door Alpargatas ingeroepen Gemeenschapsmerken en daarop gebaseerde merkinbreuk) onder het kopje “in conventie” naar deze rechtbank is doorverwezen. Dat dictum roept de vraag op of er in deze procedure plaats is voor beoordeling van de (aan de Gemeenschapsmerken van Alpargatas gerelateerde) vorderingen van Brands & Concepts in reconventie, in de zin dat deze rechtbank bevoegd is daarover te beslissen. De rechtbank heeft partijen ter comparitie niet gevraagd zich daarover uit te laten. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen dat alsnog te doen, op de hierna te bepalen wijze. Daarna zal de rechtbank in beginsel eindvonnis wijzen. Zoals gezegd zullen de beslissingen over de vorderingen van Alpargatas om proceseconomische redenen tot die tijd worden aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

verwijst de zaak naar de rol van 7 oktober 2015 voor het nemen van een akte

door Brands & Concepts waarin zij zich uitlaat over de bevoegdheid van deze rechtbank om over haar reconventionele vorderingen te oordelen in het licht van wat is overwogen in r.o. 5.14;

6.2.

bepaalt dat Alpargatas daarop twee weken na de in 6.1. genoemde roldatum bij akte kan reageren;

6.3.

bepaalt dat de zaak vervolgens naar de rol zal worden verwezen voor vonnis;

6.4.

houdt iedere verdere beslissing aan;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.T. Aalbers en bij haar ontstentenis in het openbaar uitgesproken door mr. J.Th. van Walderveen op 23 september 2015.

1 punten 38 en 39 conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie

2 randnummer 51 conclusie van antwoord/ eis in reconventie

3 zie productie 4 (brief van 6 augustus 2013 zijdens Alpargatas) bij conclusie van antwoord/ eis in reconventie