Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11916

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-10-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
09/777286-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee voltooide woninginbraken alsook een poging daartoe.

Door woninginbraken wordt - vaak grote - materiële schade toegebrachte aan de slachtoffers. Ook worden er vaak goederen gestolen, waaraan het slachtoffer op gevoelsgronden sterk is gehecht en waarvan de affectieve waarde niet in geld kan worden uitgedrukt. De verdachte en zijn mededaders hebben zich niets gelegen laten liggen aan deze omstandigheden en alleen maar aan hun eigen geldelijk gewin gedacht.

Bovendien wordt door een woninginbraak ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer en omwonenden. De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, wederspannigheid en belediging en bedreiging van politieambtenaren, al dan niet in functie.

Door zich te verzetten bij het maken van vingerafdrukken en een foto en ook een politieambtenaar te beledigen bij zijn aanhouding heeft de verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor het gezag van de politie. Dergelijke feiten betekenen een ondermijning van het openbaar gezag.

De bedreiging van een politieambtenaar, die niet in functie was, met enig misdrijf tegen het leven gericht en het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer], zijn zeer agressieve gedragingen. Slachtoffers van dergelijke gewelddadige delicten kunnen hiervan nog gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen ondervinden.

De schuldheling van het paspoort is ten slotte een verwerpelijk feit, omdat de diefstal van goederen wordt bevorderd door het kennelijke gemak waarmee gestolen goederen worden geheeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/777286-14; 09/818181-15 (t.t.g.); 09/777132-15 (t.t.g.);

09/777119-15 (t.t.g.);

Tul 09/777109-14

Datum uitspraak: 15 oktober 2015

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

adres: [woonplaats]

thans preventief gedetineerd in het Forensisch Centrum Teylingereind te

Sassenheim.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 23 april 2015, 19 mei 2015, 8 juni 2015 en 1 oktober 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.C. Stolk en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte mr. L. Windhorst, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

09/777286-14

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 december 2014 tot en met 26 december 2014 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres 1] heeft weggenomen diverse/een siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een breekvoorwerp een openslaand raam open te breken/wrikken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 december 2014 tot en met 26 december 2014 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan de [adres 2] heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone) en/of diverse/een pasje(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde 2] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door met een breekijzer het kozijn van het keukenraam te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 29 december 2014 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeigening in/uit een woning

aan het [adres 3] heeft weggenomen een horloge en/of een (klik)oorbel,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te

hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik te hebben

gebracht door met een breekvoorwerp het raam open te breken en de woning in te klimmen;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 december 2014 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan het [adres 3] weg te nemen

diverse/een goed(eren) van hun/zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen zich naar die woning hebben/heeft begeven en/of met een schroevendraaier/breekijzer het keukenraam heeft opengebroken en/of de woning in is geklommen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 29 december 2014 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan het [adres 4] weg te nemen

diverse/een goed(eren) van hun/zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen zich naar die woning hebben/heeft begeven en/of met een schroevendraaier/breekijzer het keukenraam heeft opengebroken en/of de woning in is geklommen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 09 december 2014 te [plaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Nexus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het uit de handen rukken van die telefoon;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

09/818181-15

1.

hij op of omstreeks 30 april 2015 te [plaats 1] openlijk, te weten op of aan de openbare weg, op de brug aan de [straat 1] in elk geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6] , welk geweld bestond uit

het duwen tegen die [slachtoffer 6] en/of

het trekken aan die [slachtoffer 6] en/of

het slaan van die [slachtoffer 6] op het achterhoofd en/of

het vasthouden van die [slachtoffer 6] tijdens het duwen/trekken/slaan en/of

het op de schoen van die [slachtoffer 6] gaan staan, ten gevolge waarvan de schoen uitviel toen die [slachtoffer 6] wegliep en/of het vervolgens in de sloot gooien van die schoen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 08 mei 2015 te [plaats 1] , zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, [agent 1] , hoofdagent, en/of [agent 2] , hoofdagent, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, bij het vaststellen van de identiteit van verdachte door middel van progis, door met zijn gewicht tegen de beweging van die

ambtenaren in te hangen toen zij hem naar de progisruimte geleidden en/of door zijn armen en/of vingers weg te trekken toen die ambtenaren zijn vingerafdrukken wilden vastleggen en/of door zijn hoofd zo te bewegen dat deze niet door de camera van progis kon worden vastgelegd;

art 180 Wetboek van Strafrecht

09/777132-15

1.

hij op of omstreeks 21 december 2014 te [plaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan het [adres 5] heeft weggenomen een geldbedrag van 150 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te hebben gebracht door met een breekvoorwerp een draairaam open te breken en/of de woning in te klimmen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks een periode van 16 maart 2015 tot en met 28 maart 2015 te [plaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paspoort ( [nummer] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2015 tot en met 28 maart 2015 te [plaats 1] , althans in Nederland, een paspoort ( [nummer] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat paspoort wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 29 december 2014 te [plaats 1] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [agent 3] , hoofdagent, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "mongool, ik vind je een mongool" en/of "Ik ga niet tegen de muur staan, ik heb niets gedaan kankermongool.", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

09/777119-15

1.

hij op of omstreeks 04 september 2015 te [plaats 2] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, een voordeur heeft getracht te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 september 2015 te [plaats 2] tezamen en in vereniging [agent in burger] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte en/of zijn mededader opzettelijk voornoemde [agent in burger]

dreigend de woorden toegevoegd :"knal hem af" en/of "trek hem maar" en/of "als je mij achtervolgt, maak ik je dood" terwijl hij en/of zijn mededader (vervolgens) een hand in zijn jas stak en/of een breekijzer heeft getoond, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 04 september 2015 te [plaats 2] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen enig goed en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] ( [adres 6] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, heeft/hebben aangebeld,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van parketnummer 09/777286-14

3.1

Inleiding

Op 29 december 2014 is bij de politie een melding binnengekomen van een vermoeden van inbraak in vereniging in een of meerdere woningen gelegen in een flat aan het [straat 2] te [plaats 1] . Ter plaatse werd onder meer verdachte in de flat aangetroffen.

Er bleek inderdaad ingebroken te zijn in twee woningen in de flat (feiten 3 en 4). Ook heeft er op 9 december 2014 te [plaats 1] een straatroof plaatsgevonden waarbij een mobiele telefoon is weggenomen (feit 5).

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte, die terzake van deze feiten is aangehouden, bij deze feiten betrokken is geweest en zo ja, hoe deze betrokkenheid dient te worden gekwalificeerd.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken

van de feiten 1 en 2 en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de feiten 3 primair, 4 en 5 heeft begaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 vrijspraak betoogd, nu de verdachte ontkent zich aan deze feiten schuldig te hebben gemaakt en ook zijn medeverdachten niets over een eventueel aandeel van de verdachte bij het plegen van deze feiten hebben verklaard. Weliswaar heeft medeverdachte [medeverdachte 1] bekend betrokken te zijn geweest bij de ten laste gelegde feiten, hij heeft echter niets over een eventuele rol van de verdachte hierbij verklaard.

Bij de verdachte zijn voorts, aldus de raadsvrouw, geen spullen aangetroffen die van diefstal afkomstig zijn en het vergelijkend sporenonderzoek van de schoen van de verdachte levert onvoldoende overtuigend bewijs voor een eventuele veroordeling. Er lopen immers veel jongens van de leeftijd van de verdachte met Prada schoenen rond. Uit het vergelijkend schoenspooronderzoek volgt slechts dat het schoenspoor waarschijnlijk veroorzaakt is door de linkerschoen van de verdachte. Dat is niet voldoende. Voorts is het bedrag van € 410,- dat bij de verdachte tijdens zijn fouillering is aangetroffen, zijn eigen geld. De verdachte wil dit geld dan ook zo spoedig mogelijk terug hebben, evenals zijn Louis Vutton tas.

Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsvrouw eveneens vrijspraak bepleit, nu de verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd en zichzelf ook niet herkent in de persoon die op pagina 163 van het dossier wordt getoond. Kennelijk hebben de verbalisanten gedacht dat zij verdachte herkenden, terwijl het vermoedelijk iemand is herkend die op de verdachte lijkt.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. 1

Feiten 1 en 2

In de periode van 24 december 2014 tot en met 26 december 2014 is er in [plaats 1] ingebroken in een tweetal woningen, gelegen aan de [adres 1]2 en de [adres 2]3. Met een breekvoorwerp zijn er ramen van de woningen verbroken, de woningen zijn overhoop gehaald en er zijn veel goederen, waaronder geld weggenomen.

De verdachte heeft ontkend bij deze woninginbraken betrokken te zijn geweest.

Naar het oordeel van de rechtbank is in het dossier geen bewijs voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte een rol heeft gespeeld bij deze inbraken.

In navolging van het standpunt van de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank dan ook van oordeel dat de verdachte van de feiten 1 en 2 dient te worden vrijgesproken.

Feit 3 en 4

Op 29 december 2014 omstreeks 17.00 uur komt er bij de politie een melding van getuigen binnen van een vermoeden van inbraak door vier personen in een flat aan het [straat 2] te [plaats 1] .

Getuige [getuige 1]4 en [getuige 2]5 zien op 29 december 2014 rond 16.30 uur vanuit hun woonkamer dat er aan de overkant, op de galerij van de flat aan het [straat 2] te [plaats 1] , vier jongens heen en weer lopen.

[getuige 1] ziet dat het vier jongens met donkere jassen zijn, waarvan er één een bontkraag heeft. Ze ziet dat de jongens op de 17e en op de 13e verdieping bij verschillende woningen aan bellen en vervolgens ziet ze dat één jongen bij een woning op de 13e etage, waar was aangebeld, een beweging maakt alsof hij iets gebruikt om zo binnen te komen door middel van verbreken. Drie jongens gaan de woning in waarbij het lijkt alsof zij door het raam naar binnen klimmen. Eén van de jongens gaat op de uitkijk staan. [getuige 1] belt 112.

Als de politie ter plaatse komt, ziet zij dat de jongens uit de woning komen, wordt er door één van de jongens over de reling gekeken en rennen ze weg. De jongens splitsten zich op en vanaf de 12e of 13e verdieping worden meerdere spullen naar beneden gegooid.

Ook [getuige 2] ziet dat vier jongens op de 13e etage een raam of een deur aan het open wrikken zijn en dat er drie jongens de woning inklimmen. De jongen die op de uitkijk staat, is licht getint. Deze jongen waarschuwt de anderen als de politie de straat inrijdt. De jongens rennen weg en gooien allerlei goederen naar beneden.

De politie, die kort na de meldingen bij de flat aan het [straat 2] arriveert, ziet over de galerij personen rennen en spullen naar beneden gooien over de balustrade.

Op dat moment is de gehele flat door diverse politie-eenheden middels een zogenaamde binnen- en buitenring afgezet waarbij er tevens een politiehelikopter in de lucht is die goed zicht heeft op de gehele flat en galerijen. Naast de verdachte en zijn drie hierna te noemen medeverdachten zijn, anders dan de aangetroffen bewoners van de flat, geen personen meer in de flat aangetroffen die aan het door de getuigen opgegeven signalement voldeden.6

Na onderzoek treft de politie in de struiken gelegen direct naast de flat diverse goederen aan, waaronder handschoenen, een bivakmuts, een koevoet en een betonschaar.7

In het trappenhuis van de 9e naar de 8e etage wordt de verdachte aangehouden.8

Ook medeverdachten [medeverdachte 2]9, [medeverdachte 3]10 en [medeverdachte 1]11 worden in de flat aan de [straat 2] te [plaats 1] aangehouden.

Vervolgens doet [slachtoffer 4] aangifte van diefstal met braak uit haar woning, gelegen aan het [adres 3] te [plaats 1] op 19 december 2014.12 Er is ingebroken door het keukenraam te forceren en de woning is overhoop gehaald, waarna er een horloge en oorbellen blijken te zijn weggenomen.

Via de sociale media en billboards in de wijk Voorhof te [plaats 1] probeert de politie de eigenaars van diverse weggenomen goederen die bij de flat en in de fouillering van enkele verdachten zijn aangetroffen, te vinden.

Aangeefster [slachtoffer 4] herkent een goudkleurige klipoorbel en een goudkleurig horloge als haar eigendom .13 De oorbel is aangetroffen in de fouillering van medeverdachte [medeverdachte 2] .14

In de woning gelegen aan het [adres 3] te [plaats 1] is na forensisch onderzoek een fragment van schoenafdrukken op de vensterbank in de slaapkamer van de aangeefster aan de galeriezijde aangetroffen.15

Blijkens het proces-verbaal vergelijkend sporenonderzoek is het schoenzoolspoor (spoor A;

SIN AAHX2840NL) waarschijnlijk veroorzaakt met de linkerschoen van de verdachte

en is het schoenzoolspoor (spoor B; SIN AAHX2837 NL) veroorzaakt met een linker schoenzool soortgelijk aan de zool van de linkerschoen van de medeverdachte [medeverdachte 3] .16

Voorts doet [slachtoffer 5] doet aangifte van diefstal met braak uit zijn woning gelegen aan het [adres 4] te [plaats 1] op 29 december 2014.17 Er is ingebroken door het keukenraam te forceren. De schade aan de post van het keukenraam zat er eerder niet. Er is blijkt niets te zijn weggenomen.

In de raamlijst van het keukenraam worden meerdere in- en tegendruksporen aangetroffen en veilig gesteld.18

De breedte van de twee geschikte tegendruksporen (SIN:AAHV6484NL en SIN:AAHV6485NL) komen overeen met de breedte van de beitel- en spijkerstrekkerzijde van het roodgekleurde breekijzer, welke door de verbalisanten diezelfde dag ter plaatse in de bosjes naast de flat gelegen aan het [straat 2] werd aangetroffen, SIN: AAHV7386NL Rood Breekijzer.19

De verdachte heeft bij de politie, de rechter-commissaris en ook ter terechtzitting ontkend zich aan voormelde feiten schuldig te hebben gemaakt.

Hij heeft verklaard dat hij op 29 december 2014 in de flat aan het [straat 2] aanwezig was om een vriend te bezoeken. Bij de rechter-commissaris20 en ook ter terechtzitting21 heeft de verdachte de naam van zijn vriend niet willen noemen.

Op 7 januari 2015 heeft de verdachte weliswaar bij de politie verklaard dat deze vriend [vriend] zou zijn genaamd en op de 11e etage zou wonen22, maar onderzoek door de politie leverde geen persoon op genaamd [vriend] en wonende op de 11e etage van de flat aan het [straat 2] te [plaats 1] .23

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op 29 december 2014 in de flat aan het [straat 2] samen met een aantal anderen, waarvan hij de namen niet wil noemen, via de brandtrap naar de 13e etage is gegaan en dat zij vervolgens hebben aangebeld om tekijken of de bewoners thuis waren. Iemand heeft toen een raam verbroken en een aantal mensen zijn de woning met nummer 155 ingegaan. In de andere woning is het raam wel verbroken, maar is er niemand naar binnen geweest. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op de uitkijk heeft gestaan en dat hij de anderen heeft gewaarschuwd toen de politie kwam. Iedereen is toen zijn eigen weg gegaan.

Het rode breekijzer, dat bij de flat is aangetroffen, is volgens [medeverdachte 1] gebruikt bij de inbraak. Hij heeft het breekijzerop 29 december 2014 meegenomen, omdat de anderen het breekijzer eerder bij hem thuis hadden laten liggen.24

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten het volgende af.

De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] die op 29 december 2014 rond 16.30 uur vanuit hun woning aan de overkant 4 jongens op de galerij van de flat aan het [straat 2] zien lopen en hen uiteindelijk zien inbreken op de 13e etage van de flat, hebben de politie gealarmeerd en zien ook dat de 4 jongens, na de snelle komst van de politie, uit elkaar gaan.

Deze getuigen hebben ook gezien dat de jongens bij diverse woningen hebben aangebeld alvorens op de 13e etage bij een flat bewegingen te maken alsof er iets werd verbroken en in deze flat te verdwijnen. Drie jongens klimmen naar binnen en de vierde blijft op de uitkijk staan.

In de woning aan het [adres 3] te [plaats 1] is een schoenspoor aangetroffen dat waarschijnlijk afkomstig is van de linkerschoen van de verdachte, terwijl er ook een schoenspoor is aangetroffen dat soortgelijk is aan de linkerschoen van medeverdachte [medeverdachte 3] .

Voorts heeft de politie, na de flat direct te hebben omsingeld, naast de verdachte en zijn medeverdachten en behoudens de bewoners van de flat geen andere personen aangetroffen die voldeden aan het opgegeven signalement.

De verdachte is op 29 december 2014 omstreeks 17.10 uur aangehouden in de flat aan het [straat 2] .

De verdachte heeft, naar het oordeel van de rechtbank, geen aannemelijk verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in deze flat.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte dat hij op 29 december 2014 in de flat aan het [straat 2] aanwezig was om een vriend te bezoeken ongeloofwaardig, temeer nu de verdachte aanvankelijk een naam noemt die niet te herleiden is naar enige woning, gelegen op de 11e etage van de flat aan het [straat 2] , en de verdachte vervolgens geen verdere informatie wil verstrekken, waardoor zijn verklaring derhalve niet (meer) kan worden gecontroleerd.

Ook de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben geen geloofwaardige verklaring afgelegd voor hun aanwezigheid in de bewuste flat.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij samen met een aantal anderen was die in een woning hebben ingebroken en dat hij op de uitkijk heeft gestaan.

Gelet op het voorgaande bestaat bij de rechtbank geen twijfel dat de verdachte op

29 december 2014 samen met medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de flat aan het [straat 2] aanwezig was met het doel om in te breken. Dit heeft geleid tot een voltooide inbraak en een poging daartoe. Wat betreft de vraag of deze feiten in vereniging zijn gepleegd en of dus sprake is geweest van medeplegen, overweegt de rechtbank als volgt.

Medeplegen

Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad is voor medeplegen van een strafbaar feit vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen, gericht op de totstandkoming van het delict. Daarnaast moet de van medeplegen verdachte persoon aan de totstandkoming van het delict een wezenlijke bijdrage hebben geleverd. Daarbij is niet doorslaggevend dat de van medeplegen verdachte persoon ook een daadwerkelijke uitvoerder is geweest of alle handelingen van het strafbare feit zelf moet hebben verricht; ook een andere rol kan leiden tot de conclusie dat de verdachte een wezenlijke bijdrage aan de voltooiing van het delict heeft geleverd.

Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat er sprake was van een bepaalde samenwerking tussen alle verdachten waaraan een plan ten grondslag lag.

De verdachten zijn systematisch te werk gegaan op zoek naar een geschikte woning om in te breken. Zij belden aan bij woningen om te controleren of de bewoners thuis waren. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op de uitkijk heeft gestaan, en getuigen hebben verklaard dat zij “de andere drie jongens” de woning in hebben zien gaan. Er zijn naast de verdachte en zijn drie medeverdachten geen andere personen aangetroffen in de flat. Onderaan de flat en bij medeverdachte [medeverdachte 2] zijn goederen aangetroffen die bij voornoemde woninginbraak en de poging daartoe zijn gebruikt danwel weggenomen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, gericht op de totstandkoming van de delicten, en heeft de verdachte daarnaast aan de totstandkoming van de delicten een wezenlijke bijdrage geleverd.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de feiten 3 primair en 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Feit 5

Op 9 december 2014 omstreeks 17.00 uur loopt [benadeelde 3] op de [straat 3] te [plaats 1] in de richting van station [plaats 1] Zuid met in zijn handen zijn telefoon en zijn koptelefoon.

Er komt een man, met een witte sportbroek en een zwarte jas, op de fiets voorbij en die trekt de telefoon en koptelefoon uit handen van [benadeelde 3] .25

Getuige [getuige 3] fietst op verzoek van [benadeelde 3] achter de dader aan en ziet dat deze in een flatgebouw aan de [adres 7] te [plaats 1] verdwijnt.26

Verbalisanten bekijken de beveiligingsbeelden van het flatgebouw aan de [adres 7] te [plaats 1] . Verbalisant [1] herkent om 16:58 uur een persoon die aan het door aangever [benadeelde 3] opgegeven signalement voldoet en herkent deze persoon voor 100% als de hem ambtshalve bekende [verdachte] .27

Aan verbalisanten [2] en [3] worden de beveiligingsbeelden ook getoond en zij herkennen, ieder voor zich, de hen ambtshalve bekende [verdachte] als zijnde de persoon op de beelden.28

De verdachte ontkent zowel bij de politie als ter terechtzitting de persoon op de beelden te zijn. Hij ontkent die dag deze telefoon te hebben gestolen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de aangifte en de processen-verbaal van bevindingen van voornoemde verbalisanten, maar heeft - nu in de processen-verbaal van de verbalisanten de specifieke kenmerken van de herkenning van de verdachte ontbreken en ook de in het dossier aanwezige kleurenprints van de beveiligingsbeelden niet dermate duidelijk zijn dat de persoon op de beelden op voldoende specifieke kenmerken, waaronder zijn gezicht te herkennen is - onvoldoende overtuiging dat het de verdachte is die op beelden te zien is, mede ook gelet op de stellige ontkenning van de verdachte.

De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van feit 5.

Ten aanzien van parketnummer 09/818181-15

3.5

Inleiding

Op 30 april 2015 is aangever [slachtoffer 6] onder meer geschopt en geslagen op de brug aan de [straat 1] te [plaats 1] . Voorts heeft de verdachte bij zijn aanhouding niet meegewerkt bij het afnemen van vingerafdrukken en het nemen van zijn foto ter registratie in het systeem.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld en wederspannigheid.

3.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft begaan.

3.7

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1 en 2 vrijspraak bepleit. Zij heeft betoogd dat de verdachte ontkent dat hij aangever [slachtoffer 6] heeft geslagen. De aangever heeft niet de waarheid verklaard. De verdachte stelt dat hij de aangever die dag niet heeft gezien en ook de vader van de verdachte heeft verklaard dat de verdachte die dag om 17.00 uur thuis was. De spiegelconfrontatie met getuige [getuige 4] draagt, aldus de raadsvrouw, ook niet bij aan het bewijs, nu zij de broer van de verdachte heeft herkend en niet heeft gezien wat het aandeel van de verdachte zou zijn geweest.

De verdachte heeft voorts de wederspannigheid ontkend. Hij was boos en geïrriteerd dat hij onschuldig werd vastgezet en wilde om die reden nergens meer aan meewerken.

3.8

De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. 29

Feit 1

Op 30 april 2015 omstreeks 18.00 uur loopt [slachtoffer 6] (verder: de aangever) samen met [getuige 5] over de [straat 1] te [plaats 1] . Hij ziet op de brug van de [straat 1] de verdachte met twee anderen zitten. De aangever kent de verdachte ongeveer zes jaar. De verdachte loopt naar hem toe en probeert hem een vuistslag te geven. De aangever weet deze te ontwijken en draait zich om om weg te lopen. Hij wordt bij zijn jas tegengehouden en hij voelt dat de verdachte met zijn vuisten tegen zijn achterhoofd slaat. Hij voelt pijn en krijgt vervolgens nog vier klappen op zijn rug en achterhoofd.

De aangever staat voorovergebogen en kan zich niet verweren. [getuige 5] duwt de verdachte weg. De broer van de verdachte komt er aan en gaat op de linkerschoen van de aangever staan. Doordat hij weg wilde lopen, ging de schoen uit waarna de verdachte de schoen in het water gooit.30

Getuige [getuige 5] ziet dat de verdachte de aangever bij zijn vest pakt en dat de verdachte de aangever duwt en aan hem trekt.31

Getuige [getuige 4] ziet dat drie of vier jongens een Nederlandse jongen vasthouden. Een van deze jongens heeft de Nederlandse jongen vast bij zijn nek; het leek er op dat hij hem naar beneden wilde drukken. Deze jongen was samen met zijn broer.32

De broer van de verdachte, [broer] , heeft verklaard dat hij heeft gezien dat zijn broertje en [slachtoffer 6] hoofd tegen hoofd stonden en dat hij ze vervolgens uit elkaar heeft getrokken.33

De verdachte heeft bij de politie en ook ter terechtzitting ontkend de verdachte te hebben geslagen en geschopt. De verdachte heeft te kennen gegeven er niets mee te maken te hebben.

Gelet op de aangifte en de verklaringen van de getuigen [getuige 4] en [getuige 5] en de broer van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Feit 2

Op 8 mei 2015 is de verdachte terzake van voornoemd feit aangehouden.34

De verdachte wilde niet meewerken aan de vaststelling van zijn identiteit door middel van het nemen van vingerafdrukken en het nemen van een foto volgens de progisprocedure.

Hij bleef staan en bleef met zijn gewicht hangen toen verbalisanten hem naar de progisruimte wilde brengen. Hij trachtte zich in een andere richting te bewegen en trok zijn armen en vingers in en zei “ik ga dat toch niet doen”. Toen het uiteindelijk gelukt was om de vingerafdrukken vast te leggen, weigerde hij mee te werken aan het maken van de foto.

De verdachte bleef proberen zijn hoofd in een andere positie te brengen. Een van de verbalisanten hield de onderkaak van de verdachte vast zodat hij in positie bleef om de foto te maken.353637

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij niet wilde meewerken aan een fouillering of het nemen van foto’s ter vaststelling van zijn identiteit omdat hij behoorlijk boos en geïrriteerd was dat hij weer voor niets was aangehouden.38

Ook ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij geïrriteerd was en zijn vingerafdrukken niet nog eens wilde laten maken.39

Gelet op de verklaringen van de verbalisanten en de verklaring van de verdachte dat hij niet wilde meewerken, acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 09/777132-15

3.9

Inleiding

Op 21 december 2014 heeft er in een woning aan het [adres 5] te [plaats 1] een inbraak plaatsgevonden. Voorts heeft verbalisant [agent 3] aangifte gedaan van belediging door de verdachte tijdens zijn aanhouding op 29 december 2014 en is er bij de verdachte bij zijn aanhouding op 28 maart 2015 een paspoort op naam van [slachtoffer 9] aangetroffen.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan woninginbraak, wederspannigheid en schuldheling.

3.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van feit 2 primair en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de feiten 1, 2 subsidiair en 3 heeft begaan.

3.11

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft algehele vrijspraak van de feiten 1, 2 en 3 bepleit.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat de verdachte mogelijk de pot, waar volgens de aangever kleingeld in zou hebben gezeten, op enig moment heeft aangeraakt toen hij bij vrienden op bezoek was. Zijn vingerafdrukken leveren derhalve geen belastend bewijs op, aldus de raadsvrouw.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw aangegeven dat de verdachte niet wist dat er een paspoort, waarvan achteraf kan worden vastgesteld dat deze gestolen blijkt te zijn, in zijn schoudertas zat en voorts ontkent de verdachte tijdens zijn aanhouding op 28 maart 2015 de verbalisant te hebben beledigd.

3.12

De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. 40

Feit 1

Op 21 december 2014 tussen 12.00 uur en 19.30 uur is er uit een woning aan het [adres 5] te [plaats 1] uit een glazen pot een bedrag van € 150,- aan kleingeld weggenomen. Aan de achterzijde van de woning is er een raam vernield kennelijk door gebruik te maken van een breekvoorwerp. Vervolgens is men de woning binnen geklommen.41

Bij het sporenonderzoek aan de glazen pot is een dactyloscopisch spoor (AAHX2436NL) veilig gesteld.42 Het spoor blijkt van de verdachte te zijn.43

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat zijn vingerafdruk misschien op de pot zit, omdat hij mogelijk ooit bij een vriend, waarvan hij de naam niet wil noemen, die pot heeft aangeraakt.44

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat op het [adres 5] te [plaats 1] een jongen woont waar hij ruzie mee heeft. Het is een vriend van een vriend en de verdachte is een keer hij hem thuis geweest. Meer concrete informatie omtrent deze persoon kan de verdachte desgevraagd niet verschaffen.45

Uit onderzoek door de politie naar de bewoners op het adres [adres 5] alsook op nummer 10 en 14 te [plaats 1] volgt dat uit informatie zoals bekend bij de politie niet volgt dat een van de bewoners op enigerlei wijze contact heeft gehad met de verdachte.46

Gelet op de aangifte en het aangetroffen dactyloscopisch spoor op de glazen pot dat aan de verdachte te linken is, acht de rechtbank feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank weegt daarbij mee dat zij de verklaring van de verdachte over de wijze waarop zijn vingerafdruk op de glazen pot zou zijn gekomen ongeloofwaardig acht en de verdachte derhalve geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn vingerafdruk op de glazen pot waarin het weggenomen geld zat.

Feit 2

Op 28 maart 2015 is de verdachte aangehouden wegens overtreding van zijn schorsende voorwaarden.47

Bij zijn fouillering voorafgaande aan zijn insluiting is er in het Louis Vutton tasje dat de verdachte bij zich heeft, een paspoort op naam van [slachtoffer 9] , geboren op 13 januari 1989, aangetroffen.4849

Op 29 maart 2015 is er door [slachtoffer 9] aangifte gedaan dat zijn paspoort tussen

16 maart 2015 te 15.00 uur en 28 maart 2015 te 15.00 uur is weggenomen uit zijn kluisje bij sportschool [naam] aan de [straat 4] te [plaats 1] .50

De verdachte heeft bij de politie51 en ook ter terechtzitting verklaard52 dat hij zijn tasje aan een vriend heeft uitgeleend en daarna niet heeft gekeken of er nog iets in zat. Het tasje is, aldus de verdachte, van zichzelf al zwaar dus je hebt niet door of het leeg is of dat er nog spullen in zitten. De verdachte heeft zijn eigen spullen erin gedaan en is vervolgens naar het politiebureau gegaan.

Nadat de verdachte ter terechtzitting is voorgehouden dat verbalisant [4] heeft opgemerkt dat zij bij het openen van het tasje het paspoort meteen zag zitten en dat zij ook heeft gezien dat de verdachte zijn legitimatiebewijs en oordopjes uit zijn tas had gepakt en er weer in had gedaan en aldus een aantal keren in het tasje heeft gekeken, heeft de verdachte geen aannemelijke verklaring waarom hij het paspoort niet eerder had opgemerkt.

De rechtbank acht, gelet op de aangifte en het aantreffen van het paspoort in de fouillering van de verdachte op 28 maart 2015 wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling, zoals onder 2 subsidiair is ten laste gelegd.

De rechtbank acht de verklaring van de verdachte over de wijze waarop het paspoort in zijn tasje terecht zou zijn gekomen onaannemelijk.

De rechtbank zal de verdachte van de diefstal van het paspoort, zoals onder 2 primair ten laste gelegd, vrijspreken, nu hiervoor in het dossier geen bewijs voorhanden is.

Feit 3

Op 29 december 2014 hoort verbalisant [agent 3] dat de verdachte de volgende woorden roept:

“Mongool, ik vind je een mongool” en “Ik ga niet tegen de muur staan, ik heb niets gedaan kankermongool”.

Verbalisant [agent 3] voelt zich in zijn goede naam en eer aangetast door de verdachte en doet aangifte van belediging.53

De verdachte ontkent verbalisant [agent 3] te hebben beledigd. Hij verklaart wel iets te hebben geroepen omdat de verbalisant hem op de grond gooide, maar heeft verklaard niet meer te weten wat hij heeft geroepen.54 Ook ter terechtzitting ontkent de verdachte de gestelde belediging en zegt hij dat de verbalisant hem heeft mishandeld.55

De rechtbank heeft geen reden om aan de op ambtseed opgemaakte verklaring van verbalisant [agent 3] te twijfelen. Alleen al deze verklaring is ingevolge artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering voldoende om tot wettig bewijs van feit 3 te komen, maar de rechtbank bezigt naast het proces-verbaal van aanhouding ook als bewijs de eigen verklaring van de verdachte bij de politie dat hij wel iets heeft geroepen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat feit 3 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van parketnummer 09/777119-15

3.13

Inleiding

Op 4 september 2015 is er geprobeerd in te breken bij een woning gelegen aan [adres 8] te [plaats 2] alsook bij een woning aan de [adres 6] te [plaats 2] .

Ook is diezelfde dag een politieagent in burger met enig misdrijf tegen het leven bedreigd.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte deze feiten heeft gepleegd.

3.14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte van feit 3 zal vrijspreken en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft begaan.

3.15

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van de feiten 1, 2 en 3 bepleit, nu de verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de pogingen inbraak in de woningen en de bedreiging.

De verdachte was, aldus de raadsvrouw, op bezoek geweest bij zijn zus in [plaats 2] en wilde vervolgens met een vriend naar een snackbar en daarna naar het huis van die vriend gaan. Tijdens het lopen werden de verdachte en zijn vriend ineens opgepakt.

3.16

De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. 56

Feiten 1, 2 en 3

Op 4 september 2015 omstreeks 18.30 uur ziet [agent in burger] (verder: [agent in burger] ), een politieambtenaar in zijn vrije tijd, twee mannen aanbellen bij de woning aan [adres 6] te [plaats 1] . Hij is op dat moment zelf op visite in de woning aan [adres 10] .

De bewoners van [adres 10] nemen contact op met de bewoner van [adres 6] en die bevestigt dat er twee mannen voor zijn deur hadden gestaan, maar dat hij niet heeft open gedaan. Wel heeft hij de mannen via de webcam bij zijn voordeur op de foto vast kunnen leggen.

Het is [agent in burger] ambtshalve bekend dat er in de woonomgeving veel inbraken worden gepleegd. Hij lijnt de hond aan en gaat kijken wat de mannen van plan zijn. Ondertussen stelt hij zijn collega’s op de hoogte, die vervolgens ter plaatse komen.

[agent in burger] ziet dat de mannen het park aan de [straat 5] te [plaats 2] in lopen en gaat achter hen aan. Hij roept: ‘stop, politie, blijf staan’ en de mannen gaan er vandoor in de richting van de [straat 6] te [plaats 1] . Er staat een burger aan de overkant van de brug en [agent in burger] roept “houd ze tegen”. De burger probeert man 1 te stoppen, maar wordt meerdere malen geslagen met een geel voorwerp, gelijkend op een koevoet. [agent in burger] hervat de achtervolging en de mannen blijven staan en kijken zijn kant op. Man 1 zegt “knal hem af, knal hem af” en kijkt naar man 2. Die stopt zijn linkerhand in zijn jas ter hoogte van zijn borst en hield zijn hand aldaar. Man 1 roept weer “knal hem af”. [agent in burger] besluit te doen alsof hij een vuurwapen onder zijn jas heeft. Man 2 zegt “trek hem maar, trek hem maar”. [agent in burger] kan niet goed inschatten of man 2 daadwerkelijk een vuurwapen onder zijn jas heeft en stapt achteruit. Beide mannen stappen ook achteruit en rennen hard weg. Man 1 zegt al kijkend naar [agent in burger] “als je mij achtervolgt, maak ik je dood”. [agent in burger] hervat de achtervolging en houdt contact met zijn collega’s. Als hij hoort dat er op de [straat 7] twee personen zijn aangehouden die voldoen aan de signalementen, gaat hij ter plaatse en ziet hij dat het eerdergenoemde mannen zijn.57

De verdachte58 en medeverdachte [medeverdachte 4] zijn aangehouden.

De politie plaats een bericht op Facebook met daarbij een foto van de gezochte mannen en met de vraag of iemand iets verdachte heeft gezien op 4 september 2015 en er volgen enkele reacties.59

Op 5 september 2015 doet [slachtoffer 8] aangifte van poging inbraak in zijn woning aan [adres 8] te [plaats 1] op 4 september 2015 tussen 19.00 uur en 19.08 uur.

De dochter en zoon van [slachtoffer 8] waren thuis en hoorden gerommel en gebeuk tegen de voordeur. Er is schade ontstaan aan de voordeur. Het slot is beschadigd en er bevindt zich een scheur boven het slot.60

De dochter van [slachtoffer 8] heeft door het keukenraam twee mannen in de voortuin zien staan. Zij omschrijft de mannen als volgt:

Man 1: een man met een bruine huidskleur (huidskleur 4 van de kleurenkaart die aan het proces-verbaal word gevoegd), een groene jas en zwart haar.

Man 2: een man met een bruine huidskleur ( huidskleur 4 van de kleurenkaart die aan het proces-verbaal word gevoegd), met een jas aan en zwart haar.

Als aan haar de foto van facebook wordt getoond verklaart ze: “dat zijn de twee mannen die in de voortuin hebben gestaan. Die met de lichte jas is met de voordeur bezig geweest”.61

De bewoner van de woning aan [adres 9] alwaar op 4 september 2015 is aangebeld, herkent de mannen op de facebookfoto niet.62

Getuige [getuige 6] heeft op 4 september 2015 tijdens het koken een man voorbij zien lopen en even later ziet hij dat deze man samen met een ander is en dat ze bij hem aanbellen. Hij doet niet open, maar zijn webcam heeft wel foto’s van de mannen gemaakt. Hij stuurt de fotoshots van zijn webcam aan [agent in burger] en stelt deze tevens ter beschikking aan de politie.63

De burger, die door man 1 met een gele moersleutel op zijn linker onderarm is geslagen, wil anoniem blijven uit angst voor represailles van de mannen, maar heeft wel verklaard dat man 1 tegen man 2 zegt ‘pak je wapen, pak je wapen’ en dat man 2 vervolgens met zijn hand een beweging maakt richting zijn binnenzak en dat man 2 zegt ‘ik maak jullie dood, ik schiet jullie neer’ of woorden van gelijke strekking.64

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij met een vriend naar een snackbar was geweest en dat ze vervolgens naar het huis van zijn vriend en daarna naar het huis van zijn zus in [plaats 2] wilden gaan en dat ze toen ineens werden aangehouden. De verdachte herkent zichzelf niet op de foto’s die aan hem zijn getoond.65

In zijn tweede verklaring verklaart de verdachte dat hij op de foto’s te zien is en dat dat het huis is waar ze aanbelden om de weg naar de snackbar te vragen. [medeverdachte 4] vraagt de weg en de verdachte staat buiten de tuin. In totaal hebben ze bij drie woningen of zo aangebeld en werd er een paar keer open gedaan. Ze vroegen de weg naar het centrum.

De verdachte ontkent te zijn achtervolgd door een man met een hond of te hebben aangebeld bij de woning aan [adres 8] .66

Op de terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat zijn vriend slechts eenmaal bij een woning heeft aangebeld omdat ze de weg naar de Albert Heijn niet wisten en er vanwege de regen niemand op straat was om het aan te vragen. De verdachte heeft voorts verklaard dat de verklaring van [agent in burger] niet juist is.67

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte en zijn medeverdachte hebben geprobeerd bij de woningen aan [adres 8] en [adres 6] in te breken. De verdachte heeft verklaard dat hij samen met zijn medeverdachte in de desbetreffende wijk heeft rondgelopen en dat er bij ten minste 1 woning is aangebeld. Wat betreft de woning gelegen aan de [adres 6] is slechts waargenomen dat de verdachte en zijn medeverdachte hebben aangebeld en vervolgens, toen er niet open werd gedaan, weer zijn weggelopen. Uit dit enkele handelen volgt geen poging tot inbraak in vereniging. Wat betreft de woning gelegen aan [adres 8] heeft de dochter van aangever [slachtoffer 8] verklaard, de verdachte en zijn medeverdachte van de foto op facebook te herkennen, maar haar eerdere beschrijving van de twee mannen strookt, in ieder geval wat betreft de (verschillen in) huidskleur van de verdachten, niet met de signalementen van de verdachten op de foto.

De rechtbank zal de verdachte dan ook van de feiten 1 en 3 vrijspreken.

Feit 2 kan naar het oordeel van de rechtbank wel wettig en overtuigen bewezen worden verklaard. De verdachte en zijn medeverdachte waren ter plekke in het park aanwezig en de aangifte van [agent in burger] , een politieambtenaar in zijn vrije tijd, wordt ondersteund door de verklaring van de anonieme getuige. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat aangever [agent in burger] in strijd met de waarheid zou hebben verklaard.

3.17

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

09/777286-14

3. primair

hij op 29 december 2014 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning aan het [adres 3] heeft weggenomen een horloge en een (klik)oorbel, toebehorende aan [slachtoffer 4] zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door met een breekvoorwerp het raam open te breken en de woning in te klimmen;

4.

hij op 29 december 2014 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning aan het [adres 4] weg te nemen goederen van hun gading en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 5] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededaders, zich naar die woning heeft begeven en met een schroevendraaier/breekijzer het keukenraam heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

09/818181-15

1.

hij op 30 april 2015 te [plaats 1] openlijk, te weten op de openbare weg, op de brug aan de [straat 1] in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 6] , welk geweld bestond uit

het duwen tegen die [slachtoffer 6] en

het trekken aan die [slachtoffer 6] en

het slaan van die [slachtoffer 6] op het achterhoofd en

het vasthouden van die [slachtoffer 6] tijdens het duwen/trekken/slaan en

het op de schoen van die [slachtoffer 6] gaan staan, ten gevolge waarvan de schoen uitviel toen die [slachtoffer 6] wegliep en het vervolgens in de sloot gooien van die schoen;

2.

hij op 08 mei 2015 te [plaats 1] , zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, [agent 1] , hoofdagent, en [agent 2] , hoofdagent, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, bij het vaststellen van de identiteit van verdachte door middel van progis, door met zijn gewicht tegen de beweging van die ambtenaren in te hangen toen zij hem naar de progisruimte geleidden en door zijn armen en vingers weg te trekken toen die ambtenaren zijn vingerafdrukken wilden vastleggen en door zijn hoofd zo te bewegen dat deze niet door de camera van progis kon worden vastgelegd;

09/777132-15

1.

hij op 21 december 2014 te [plaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning aan het [adres 5] heeft weggenomen een geldbedrag van 150 euro, toebehorende aan [slachtoffer 7] , zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door met een breekvoorwerp een draairaam open te breken en de woning in te klimmen;

2. subsidiair

hij in de periode van 16 maart 2015 tot en met 28 maart 2015 te [plaats 1] , althans in Nederland, een paspoort ( [nummer] ) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van dat paspoort redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op 29 december 2014 te [plaats 1] opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [agent 3] , hoofdagent, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "mongool, ik vind je een mongool" en "Ik ga niet tegen de muur staan, ik heb niets gedaan kankermongool";

09/777119-15

2.

hij op 04 september 2015 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander [agent in burger] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte en/of zijn mededader opzettelijk voornoemde [agent in burger] dreigend de woorden toegevoegd: "knal hem af" en "als je mij achtervolgt, maak ik je dood" terwijl hij en/of zijn mededader vervolgens een hand in zijn jas stak.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De straf/maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met begeleiding door ITB Harde Kern en alle daarbij behorende algemene en bijzondere voorwaarden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, indien de rechtbank in weerwil van het verzoek om integrale vrijspraak, toch tot veroordeling over zou gaan, bepleit dat de verdachte een straf krijgt opgelegd die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest.

De raadsvrouw heeft tevens schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte verzocht met onmiddellijke ingang, opdat de verdachte meteen met de begeleiding door ITB Harde Kern kan starten. De raadsvrouw heeft hierbij verzocht de avondklok op

19.00

uur te stellen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee voltooide woninginbraken alsook een poging daartoe.

Door woninginbraken wordt - vaak grote - materiële schade toegebrachte aan de slachtoffers. Ook worden er vaak goederen gestolen, waaraan het slachtoffer op gevoelsgronden sterk is gehecht en waarvan de affectieve waarde niet in geld kan worden uitgedrukt. De verdachte en zijn mededaders hebben zich niets gelegen laten liggen aan deze omstandigheden en alleen maar aan hun eigen geldelijk gewin gedacht.

Bovendien wordt door een woninginbraak ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer en omwonenden. De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, wederspannigheid en belediging en bedreiging van politieambtenaren, al dan niet in functie.

Door zich te verzetten bij het maken van vingerafdrukken en een foto en ook een politieambtenaar te beledigen bij zijn aanhouding heeft de verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor het gezag van de politie. Dergelijke feiten betekenen een ondermijning van het openbaar gezag.

De bedreiging van een politieambtenaar, die niet in functie was, met enig misdrijf tegen het leven gericht en het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer 6] , zijn zeer agressieve gedragingen. Slachtoffers van dergelijke gewelddadige delicten kunnen hiervan nog gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen ondervinden.

De schuldheling van het paspoort is ten slotte een verwerpelijk feit, omdat de diefstal van goederen wordt bevorderd door het kennelijke gemak waarmee gestolen goederen worden geheeld.

De rechtbank weegt in het nadeel van de verdachte mee dat hij, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 mei 2015, in het verleden reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Van deze eerdere, deels voorwaardelijke, veroordeling is kennelijk geen preventieve werking uitgegaan, nu de verdachte zich gedurende de proeftijd van deze veroordeling opnieuw schuldig heeft gemaakt aan de thans bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank heeft kennis genomen van diverse voorlichtingsrapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) betreffende de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Blijkens het rapport van Raad d.d. 31 maart 2015, maakt de Raad zich veel zorgen over het functioneren van de verdachte.

Hij moet veel gecorrigeerd worden en op momenten dat hij gecorrigeerd wordt, kan hij brutaal en verbaal agressief worden. De verdachte wil zijn eigen zin doordrijven en accepteert mogelijke sancties niet. Hij gaat dan de discussie aan en uiteindelijk volgt hij zijn sanctie wel op, maar dit kost altijd veel moeite. De verdachte is iemand die graag een leidersrol op zich zou willen nemen. Gezien zijn jonge leeftijd in combinatie met zijn lQ, acht de Raad dit zeer zorgelijk. De verdachte heeft een lQ van 59 en hierdoor handelt hij impulsiever en doorziet hij niet altijd de gevolgen van zijn gedrag. Dit bij elkaar vergroot de kans op herhaling aanzienlijk. De thuissituatie komt betrokken over, maar de ouders lijken niet altijd in staat de verdachte op een juiste manier te corrigeren.

Het is belangrijk dat de verdachte zijn sociale en probleemoplossende vaardigheden verbetert en zijn fysieke boosheid onder controle kan houden.

Samenvattend speelt het ontbreken van vaardigheden een zeer grote rol binnen alle domeinen, waaronder het belangrijke domein van school, waardoor de kans op herhaling hoog is. Daarnaast zijn er overigens wel beschermende factoren (betrokken ouders hechte band onderling, geen middelen gebruik) die de kans op recidive doet verlagen.

Het- aanvullende - advies van de Raad d.d. 30 september 2015, luidt als volgt:

In het geval dat er tussen de verdachte en de jeugdreclasseerder overeenstemming is bereikt over deelname aan het ITB Harde Kern traject en het bijhorende Plan van Aanpak voldoende houvast biedt om op enig moment van start te gaan, adviseert de Raad als volgt:

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de verdachte een (deels) voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen op te leggen, onder de algemene

voorwaarden dat de verdachte:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- zijn medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit;

- zijn medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken

daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarde(n) dat de verdachte deelneemt aan het ITB Harde Kern traject zoals omschreven in het Plan van Aanpak wat betreft duur (6 maanden) en akkoord gaat met controle op aanwezigheid/deelname van de omschreven activiteiten, uitvoer eventuele werkstraf en naleving van huisregels, waaronder een avondklok.

Waarbij aan de William Schrikker Groep, afdeling jeugdreclassering, de opdracht

wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

In het geval dat de verdachte duidelijk kenbaar heeft gemaakt tegen de medewerker van de Jeugdreclassering en/of ter zitting aan de officier van justitie en de rechtbank dat hij niet wil meewerken aan het ITB Harde Kern traject, adviseert de Raad als volgt:

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de rechtbank de verdachte een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de algemene voorwaarden dat de verdachte:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- zijn medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit;

- zijn medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken

daaronder begrepen.

[Mevrouw] , werkzaam als jeugdzorgwerker bij de William Schrikker Groep en gehoord als deskundige, heeft tijdens de behandeling ter zitting aangegeven dat de verdachte bezwaar heeft tegen de avondklok, maar dat dit een van de essentiële onderdelen van de begeleiding door ITB Harde Kern is, net als het contact tussen de hulpverlener en het buurthuis en zijn toekomstige werkgever. De verdachte wil dit liever niet. Het plan is, aldus meegedeeld, voorts dat de verdachte een dagbehandeling bij het Palmhuis zal volgen, inclusief school en MDFT-behandeling. Intensieve begeleiding is nodig, ook van het gezin. Op zijn oude school is de verdachte voorlopig niet meer welkom en ook zijn stagetraject is stopgezet. Gebleken is overigens dat de verdachte goed gedijt in een strakke structuur, zoals in F.C. Teylingereind. Als de verdachte niet wil meewerken, is afstraffen het alternatief en dan zal er zo snel mogelijk in het civiele kader een machtiging tot uithuisplaatsing in een drie milieu voorziening worden verzocht, omdat de William Schrikker Groep zich ernstig zorgen maakt over de ontwikkeling van de verdachte.

De rechtbank onderschrijft de zorgen die van de zijde van de Raad en de William Schrikker Groep zijn geuit.

De rechtbank acht het voorgestelde plan in het kader van begeleiding van de verdachte door ITB Harde Kern niet uitvoerbaar.

De verdachte is ter terechtzitting uiteindelijk akkoord gegaan met begeleiding door ITB Harde Kern, maar met de kanttekening dat hij grote moeite heeft met de avondklok. Zoals van de zijde van de William Schrikker Groep is aangegeven, is de avondklok evenwel een essentieel onderdeel van de begeleiding van ITB Harde Kern. Ook wil de verdachte niet dat de William Schrikker Groep contact opneemt met het buurthuis, alwaar hij wil gaan sporten, of met zijn eventuele werkgever.

Gelet op de bezwaren die de verdachte ter terechtzitting heeft opgeworpen, heeft de rechtbank niet de overtuiging dat de verdachte zich aan de regels van de begeleiding door ITB Harde Kern gaat houden en acht zij dit traject aldus niet haalbaar.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is.

Teneinde de verdachte in de toekomst van strafbare feiten te weerhouden, ziet de rechtbank wel aanleiding een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen.

Daarbij zal als algemene voorwaarde onder andere het meewerken aan toezicht en begeleiding door de William Schrikker Groep, afdeling jeugdreclassering, huisbezoeken inbegrepen, worden opgelegd, in combinatie met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich dient te melden bij de jeugdreclassering.

De rechtbank adviseert de resterende onvoorwaardelijke jeugddetentie ten uitvoer te leggen in de inrichting waar de verdachte momenteel verblijft, te weten het Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim.

De rechtbank gaat ervan uit dat de William Schrikker Groep, indien de situatie en houding van de verdachte niet wezenlijk verandert, voortvarend de machtiging tot uithuisplaatsing in het civiele kader zal verzoeken.

7 De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde 1] heeft zich ten aanzien van parketnummer 09/777286-14, feit 2, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 106,02.

[benadeelde 2] heeft zich ten aanzien van parketnummer 09/777286-14, feit 2, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 637,59, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde 3] heeft zich ten aanzien van parketnummer 09/777286-14, feit 5, als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 569,-, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] in hun vorderingen, gelet op de gevorderde vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 09/777286-14 onder 2 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] , met toewijzing van de gevorderde wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van alle vorderingen benadeelde partij afwijzing subsidiair niet-ontvankelijk verklaring bepleit, gelet op de bepleite vrijspraak.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]

niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vorderingen betrekking hebben, zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partijen dienen te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

Ten aanzien van feit 5

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De vordering tenuitvoerlegging

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank d.d. 14 augustus 2014 voorwaardelijk opgelegde taakstraf, te weten een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, verlenging van de proeftijd met één jaar gevorderd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens verlenging van de proeftijd bepleit.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor verlenging van de proeftijd, waartoe de verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank d.d. 14 augustus 2014, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan een soortgelijke feiten.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

45, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77v, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77cc, 77ee, 77gg, 141, 180, 266, 267, 285, 311 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/777286-14 onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde feiten, het bij dagvaarding met parketnummer 09/777132-15 onder 2 primair ten laste gelegde feit en de bij dagvaarding met parketnummer 09/777119-15 onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij - gewijzigde - dagvaarding met parketnummer 09/777286-14 onder 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten, de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/818181-15 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/777132-15 onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten en het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/777119-15 onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

09/777286-14 feit 3 primair en 09/777132-15 feit 1:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK EN INKLIMMING, MEERMALEN GEPLEEGD

09/777286-14 feit 4:

POGING TOT DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT EN/OF HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK

09/818181-15 feit 1:

OPENLIJK IN VERENIGING GEWELD PLEGEN TEGEN PERSONEN

09/818181-15 feit 2:

WEDERSPANNIGHEID

09/777132-15 feit 2 subsidiair:

SCHULDHELING

09/777132-15 feit 3:

EENVOUDIGE BELEDIGING, TERWIJL DE BELEDIGING WORDT AANGEDAAN AAN EEN AMBTENAAR GEDURENDE EN/OF TER ZAKE VAN DE RECHTMATIGE UITOEFENING VAN ZIJN BEDIENING

09/777119-15 feit 2:

MEDEPLEGEN VAN BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;


veroordeelt de verdachte tot

jeugddetentie voor de duur van 8 (acht) MAANDEN

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 2 (twee) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het

nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1

Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de (jeugd)reclassering te houden toezicht,

bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij

de (jeugd) reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling, de William Schrikker Groep, tot het

houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de

veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde jeugddetentie;

ten aanzien van feit 2:

bepaalt dat de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden begroot zijn op nihil;

ten aanzien van feit 5:

bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden begroot zijn op nihil;

de rechtbank verlengt de proeftijd van de bij vonnis van deze rechtbank d.d. 14 augustus 2014, gewezen onder parketnummer 09/777109-14, opgelegde voorwaardelijke taakstraf, met 1 (één) jaar.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.C. U-A-Sai, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.C. Bruining, kinderrechter,

en mr. J.A.H.M. Janssen, kinderrechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het vonnis is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 oktober 2015.

Mr. Janssen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal de Politie Eenheid Den Haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL1500-2014340123Z, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 1072.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] pagina 435/445.

3 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , pagina 447/455 en verhoor benadeelde [benadeelde 2] pagina 466/467.

4 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , pagina 73/75.

5 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , pagina 81/83.

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 319.

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 95/97.

8 Proces-verbaal aanhouding verdachte [verdachte] , pagina 23/25.

9 Proces-verbaal aanhouding verdachte [medeverdachte 2] , pagina 35/37.

10 Proces-verbaal aanhouding verdachte [medeverdachte 3] , pagina 45/47.

11 Proces-verbaal aanhouding verdachte [medeverdachte 1] , pagina 57/59.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] pagina 67/68.

13 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, pagina 762/763.

14 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 103/109.

15 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 774/781.

16 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 770/772.

17 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , pagina 142/143.

18 Proces-verbaal sporenonderzoek 783/785.

19 Proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, met bijlagen, pagina 786/792.

20 Verklaring verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 31 december 2014.

21 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2015.

22 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 325/333.

23 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 712.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] , pagina 394/404.

25 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3] , pagina 149/151.

26 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] , pagina 157/158.

27 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 159/163.

28 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 164.

29 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal van Politie Eenheid Den Haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL1500-2015135307, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 40 alsook delen van ambtsedige processen-verbaal de Politie Eenheid Den Haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL1500-2014340123Z, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 1072.

30 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , pagina 4/6.

31 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , pagina 9/10.

32 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , pagina 11/12.

33 Proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte [verdachte] , pagina 990/992.

34 Proces-verbaal van aanhouding, pagina 14/15.

35 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 21/22.

36 ID-staat verdachte, pagina 19.

37 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23/24.

38 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [verdachte] , pagina 33/35.

39 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2015.

40 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal de Politie Eenheid Den Haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL1500-2014340123Z, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 1072.

41 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , pagina 847/849.

42 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 858/859.

43 Proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, met bijlagen, pagina 860/867.

44 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] pagina 560/562.

45 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2015.

46 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 727.

47 Proces-verbaal aanhouding gesignaleerde, pagina 541/542.

48 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlage, pagina 546/547.

49 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 730.

50 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , pagina 892/894.

51 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] pagina 574/580.

52 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2015.

53 Proces-verbaal van aanhouding verdachte [verdachte] pagina 23/25.

54 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] pagina 116/117.

55 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2015.

56 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal van politie Eenheid Den haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL 1500-2015264760 Z, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 87.

57 Proces-verbaal van aangifte van [agent in burger] , pagina 58/61.

58 Proces-verbaal van aanhouding van de verdachte [verdachte] pagina 13/15.

59 Bericht op facebook, met bijbehorend proces-verbaal van bevindingen, pagina 70/71.

60 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , pagina 76/80.

61 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 82/86.

62 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 86.

63 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 64/69.

64 Een los ongenummerd proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1500-2015263081-27, opgemaakt op 10 september 2015 door [agent4] , hoofdagent van politie Eenheid Den Haag.

65 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [verdachte] met bijlagen, pagina 22/31.

66 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [verdachte] met bijlagen, pagina 32/35.

67 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 1 oktober 2015.