Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11888

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-10-2015
Datum publicatie
16-10-2015
Zaaknummer
C/09/493617 / KG ZA 15-1157
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; auteursrecht; pluchen knuffelhond Boo niet auteursrechtelijk beschermd, aangezien zijn trekken enerzijds een natuurgetrouwe weergave van de bestaande hond Boo betreffen en anderzijds voor pluchen dieren gebruikelijke uitvoeringsvormen zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/493617 / KG ZA 15-1157

Vonnis in kort geding van 13 oktober 2015

in de zaak van

de vennootschap naar Amerikaans recht

ENESCO LLC,

gevestigd te Itasca, Illinois, Verenigde Staten van Amerika,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DINO TRADING B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. W.E. Pors te Den Haag.

Partijen zullen hierna ook wel Enesco en Dino Trading genoemd worden. De zaak is voor Enesco behandeld door mrs. S.A. Klos en A. Ringnalda, advocaten te Amsterdam. De zaak is voor Dino Trading behandeld door haar advocaat voornoemd en door mr. F. Douwenga, advocaat te Den Haag.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 augustus 2015, met producties 1 tot en met 15;

  • -

    de op 1 september 2015 ingekomen brief van Dino Trading houdende akte overlegging producties tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 48;

  • -

    de op 8 september 2015 ingekomen akte overlegging producties van Enesco met producties 16 tot en met 23;

  • -

    de op 21 september 2015 ingekomen aanvullende kostenopgaves van Enesco en Dino Trading;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 22 september 2015 met de daarbij door Enesco en Dino Trading overgelegde pleitnota’s.

1.2.

Ten slotte is vonnis nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Enesco houdt zich, middels haar Amerikaanse dochteronderneming Gund, bezig met de productie en distributie van speelgoedproducten. Een van die producten is de pluchen knuffelhond met de naam ‘BOO The World’s Cutest Dog’ (hierna: de Boo Knuffelhond). Een afbeelding van de Boo Knuffelhond is hierna weergegeven:

de Boo Knuffelhond

2.2.

Het ontwerp van de Boo Knuffelhond is gebaseerd op de bestaande dwergkeeshond Boo, die een specifiek kapsel heeft en eigendom is van [A] (hierna: [A] ), wonende in [woonplaats] (VS). Boo heeft sinds 2007 een eigen facebookaccount met, in augustus 2015, meer dan 17.000.000 likes. Hierna is een afbeelding van Boo weergegeven zoals opgenomen op het facebookaccount. Daarnaast is opgenomen de profielfoto van Boo, waarop Boo rechts is afgebeeld en zijn zusje die ongekapt is links:

2.3.

[A] heeft de onderneming Buddy Boo Inc. opgericht en verschillende merchandising producten ontwikkeld die worden aangeboden onder de aanduiding ‘BOO the world’s cutest dog’.

2.4.

Buddy Boo Inc. en Enesco hebben op 1 augustus 2013 een licentieovereenkomst gesloten op grond waarvan Buddy Boo Inc. Enesco (ten behoeve van Gund) het exclusieve recht heeft verleend om met ingang van 1 januari 2014 voorwerpen, waaronder pluchen knuffels, met de naam en de gelijkenis van Boo te (doen) produceren en te (doen) verhandelen.

2.5.

Gund brengt verschillende producten met betrekking tot Boo op de markt. Het gaat hierbij onder meer om de Boo Knuffelhond in diverse maten en gekleed (in afneembare kleding) en ongekleed.

2.6.

Buddy Boo Inc. heeft op 21 augustus 2014 onder registratienummer VA 1-925-352 bij de United States Copyright Office een Certificate of Registration verkregen voor het werk met de titel ‘Boo – World’s Cutest Dog – 8” Version’ met de omschrijving ‘Plush respresentation of a living dog’. Op het certificaat staat 1 maart 2012 als eerste publicatiedatum vermeld.

2.7.

Dino Trading is een onderneming die zich onder meer bezighoudt met de handel in en de in- en verkoop van (pluchen) speelgoed. Dino Trading verkoopt onder meer een pluchen knuffelhond onder de naam Pom (hierna: de Pom Knuffelhond). Zij verkoopt de Pom Knuffelhond in diverse maten, gekleed (in afneembare kleding) en ongekleed, onder meer via haar eigen website en via Amazon. Een afbeelding van de Pom Knuffelhond is hierna weergegeven:

de Pom Knuffelhond

2.8.

Bij brief van 20 februari 2015 heeft Enesco Dino Trading gesommeerd om (onder meer) de productie en verkoop van producten die inbreuk maken op de Boo Knuffelhond te staken. In antwoord hierop heeft Trading in een e-mail van 4 maart 2015 aan Enesco meegedeeld dat zij met de verkoop van de Pom Knuffelhond geen inbreuk maakt.

2.9.

Na daartoe verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft Enesco op 4 augustus 2015 onder Dino Trading conservatoir beslag tot afgifte gelegd op 15.131 stuks pluchen knuffelhonden en deze in gerechtelijke bewaring gegeven. Dit beslag strekt tot zekerheid van het recht op afgifte in de zin van artikel 28 Auteurswet (hierna: Aw).

2.10.

In discussies op internetfora van hondentrimmers zoals www.groomers.net en www.petgroomer.com werd in de periode 1999-2006 al gesproken over een kapsel voor dwergkeeshonden aangeduid als de “Teddy Bear cut”. Hierna zijn afbeeldingen opgenomen van dwergkeeshonden met dat kapsel (daterend uit 2005 en 2006):

2.11.

Ook heeft Dino Trading afbeeldingen overgelegd van een dwergkeeshond genaamd Mr Winkle waarvan ook een pluchen knuffel is gemaakt en van de dwergkeeshond Jiff, die in te huren is als acteur en ook een op zijn naam aangehouden facebookaccount heeft:

Mr Winkle

Jiff

2.12.

Voorafgaand aan de marktintroductie van de Boo Knuffelhond waren onder meer de volgende pluchen knuffeldieren op de markt, zoals door Dino Trading vermeld in haar producties en in haar pleitnota:

3 Het geschil in conventie

3.1.

Enesco vordert – zakelijk weergegeven – Dino Trading, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen (1) iedere inbreuk op de auteursrechten met betrekking tot het uiterlijk van het ontwerp van de Boo Knuffelhond in de Europese Unie te staken en gestaakt te houden; (2) tot het doen van opgave met accountantsverklaring van aantallen geproduceerde en verhandelde Pom Knuffelhonden, de prijs daarvan, de daarmee behaalde winst en informatie over betrokkenen; (3) tot het versturen aan afnemers van de in dagvaarding vermelde brief en deze te verzoeken de Pom Knuffelhond(en) te retourneren; (4) tot vernietiging van de voorraad Pom Knuffelhonden; (1) tot en met (4) op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Dino Trading in de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).

3.2.

Enesco legt aan haar vorderingen ten grondslag dat het uiterlijk van de Boo Knuffelhond een door [A] gemaakte oorspronkelijke en creatieve bewerking is van het eveneens door [A] gecreëerde – en reeds op zichzelf oorspronkelijke en creatieve – uiterlijk van de hond Boo dat niet in de natuur voorkomt. Zij stelt dat de Boo Knuffelhond het resultaat is van de combinatie van enerzijds de hierna genoemde subjectieve ontwerpkeuzes 1 t/m 7 met betrekking tot het uiterlijk van het kapsel van de hond Boo en anderzijds van een groot aantal subjectieve ontwerpkeuzes die zijn gemaakt in het kader van het maken van een bewerking van dat uiterlijk in de vorm van een pluchen speelgoed hond (de hierna opgenomen elementen 8 t/m 29). Daarmee is sprake van een auteursrechtelijk beschermd werk, aldus Enesco, ook in de andere landen van de Europese Unie omdat het ‘werk’ begrip geharmoniseerd is.

3.3.

De elementen die zien op het uiterlijk van de hond Boo:

  1. De keuze voor een relatief kort geknipte en rondom rechtopstaand geborstelde vacht op het lichaam;

  2. De keuze om in de vacht op het lichaam ronde contouren aan te brengen waardoor een gedrongen effect ontstaat;

  3. De keuze voor een langere, pluizige snit op de kop;

  4. De keuze om de haren op de kop zo te bewerken dat het lijkt alsof de hond wangen en een kin heeft;

  5. De keuze om de haren rond de snoet langer te maken, zodat de snoet kort en stomp lijkt;

  6. De keuze voor een, door het knippen van de vacht verkregen, ronde vorm van de kop, die disproportioneel groot is ten opzichte van het lijf;

  7. De keuze om de haren op en rond de oren zo te knippen dat de oren relatief kort en rond lijken.

3.4.

De elementen die zien op de bewerking van dat uiterlijk tot pluchen knuffelhond:

8. De keuze voor de proporties van de ledematen van de knuffelhond: het lijf is korter en ronder dan in de werkelijkheid, de poten zijn dikker, de kop is disproportioneel groot;

9. De keuze voor de positionering van ogen, neus en bek in het gezicht en ten opzichte van elkaar;

10. De keuze voor een licht geopende bek in “glimlachende” houding;

11. De keuze voor de karakteristieke vorm van de snoet;

12. De keuze voor kleine en korte oren in de vorm van een afgeknotte driehoek;

13. De keuze voor de plaats van de naden, waardoor een patroon op het lijf van de knuffel ontstaat, in het bijzonder de lijnen van de naden op de borst en aan de voorzijde van de voorpoten;

14. De keuze voor een ronde naad rondom de onderkant van de poten, zodat een voetbed ontstaat;

15. De keuze voor lange, pluizige vezels op de kop en kortere vezels op het lijf;

16. De keuze om de vezels rond de ogen in een waaiervormig vlak kort te houden;

17. De keuze voor een zittende pose;

18. De keuze voor gespreide achterpootjes en positionering van de voorpootjes daartussen;

19. De keuze om de vacht in fijne, zijde-achtige en glanzende vezels uit te voeren;

20. De keuze om de staart in een ander, ruwer en langer soort materiaal uit te voeren;

21. De keuze om de mond in vilt in plaats van stiksel uit te voeren;

22. De keuze om (bruinkleurige) kralen voor de ogen te gebruiken;

23. De keuze voor een plastic neusje;

24. De keuze om een kleurscheiding op het hoofd ter hoogte van de neus aan te brengen;

25. De keuze om de kleurscheiding tussen bruin en wit geleidelijk over te laten vloeien;

26. De keuze om aan de achterzijde van de kop onder de oren bruine vlakken aan te brengen;

27. De keuze om rondom de snoet en de ogen en op de wangen kleuraccenten aan te brengen;

28. De keuze om sommige BOO knuffels een blauwe trui te laten dragen;

29. De keuze om op die kleding twee rode strepen van een bepaalde breedte en met een zekere afstand tussen beide, op de voorzijde van de trui langs de poten aan te brengen.

3.5.

Enesco stelt dat het uiterlijk van de Pom Knuffelhond is ontleend aan het uiterlijk van de Boo Knuffelhond. De Pom Knuffelhond vertoont alle hiervoor genoemde ontwerpkeuzes en wekt daarmee een zelfde totaalindruk. Door het op de markt brengen van de Pom Knuffelhonden maakt Dino Trading inbreuk op de auteursrechten op de Boo Knuffelhond die [A] heeft ondergebracht in Buddy Boo Inc. Op grond van de licentieovereenkomst heeft Enesco de bevoegdheid om die rechten in eigen naam te handhaven.

3.6.

Dino Trading voert verweer.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Dino Trading vordert – samengevat – bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat het door Enesco ten laste van Dino Trading gelegde beslag en de gerechtelijke bewaring worden opgeheven en de in beslag genomen zaken aan Dino Trading worden geretourneerd op straffe van een dwangsom, en met veroordeling van Enesco in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv.

4.2.

Dino Trading legt aan haar vorderingen ten grondslag dat op het uiterlijk van de Boo Knuffelhond geen auteursrecht rust en dat Enesco die vermeende auteursrechten ook niet kan handhaven. Het uiterlijk van de Pom Knuffelhond is voorts niet ontleend aan de hond Boo of de Boo Knuffelhond maar aan het uiterlijk van de hond Jiff (zie 2.11). Van enige inbreuk op auteursrechten op de Boo Knuffelhond is derhalve geen sprake aldus Dino Trading. Het beslag is derhalve onrechtmatig gelegd en dient te worden opgeheven.

4.3.

Enesco voert verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en reconventie

Bevoegdheid

5.1.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Enesco, en daarmee ook van de reconventionele vordering van Dino Trading, reeds omdat partijen die bevoegdheid niet hebben bestreden.

Spoedeisend belang

5.2.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Enesco bij haar vorderingen spoedeisend belang heeft, gelet op haar stelling dat sprake is van voortdurende inbreuk op de auteursrechten op de Boo Knuffelhond.

Auteursrecht Boo Knuffelhond

5.3.

Enesco roept voor de Boo Knuffelhond auteursrechtelijke bescherming in voor Nederland. Op deze bescherming is op grond van artikel 5 lid 1 van de Berner Conventie Nederlands recht als lex loci protectionis van toepassing. Nederlands recht bepaalt derhalve onder meer of sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk. Beide partijen gaan overigens ook uit van toepasselijkheid van het Nederlands recht.

5.4.

Hoewel Enesco ter zitting niet langer lijkt aan toe voeren dat het uiterlijk van de hond Boo op zichzelf een auteursrechtelijk beschermd werk is, is haar stelling nog immer, zoals opgenomen in de dagvaarding, dat het ontwerp van de Boo Knuffelhond een bewerking is van het uiterlijk van de hond Boo waarbij in die vertaalslag creatieve en oorspronkelijke keuzes zijn gemaakt. Van een tardieve wijziging in de grondslag van de vorderingen is, anders dan Dino Trading heeft betoogd, zodoende voorshands oordelend geen sprake.

5.5.

Dino Trading heeft als verweer onder meer gevoerd dat de Boo Knuffelhond geen auteursrechtelijk beschermd werk is. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter slaagt dat verweer, zoals hierna zal worden toegelicht.

5.6.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, vereist is dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dit betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. De keuzes van de maker mogen niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze. Voorts geldt dat ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen, een (oorspronkelijk) werk kan zijn in de zin van de Auteurswet, mits die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt.1Het HvJEU heeft de maatstaf aldus geformuleerd dat het moet gaan om ‘een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk’.2

5.7.

Voor zover een werk een weergave vormt van de natuurlijke verschijningsvorm van een object of een dier dan is het overnemen van trekken in het werk die zo dicht mogelijk bij die verschijningsvorm aansluiten niet oorspronkelijk.3

5.8.

Het ontwerp van de Boo Knuffelhond is een natuurgetrouwe weergave van het uiterlijk van de hond Boo, zoals Enesco zelf stelt. Gelet op het voorgaande ontberen de voor het uiterlijk van de hond Boo kenmerkende trekken, door Enesco omschreven als de elementen 1 t/m 7 (hiervoor opgenomen in 3.3), die zijn overgenomen in het ontwerp van de Boo Knuffelhond voorshands oordelend oorspronkelijk karakter.

5.9.

Dit geldt temeer nu Enesco niet aannemelijk heeft gemaakt dat het specifieke uiterlijk van de hond Boo origineel is voor een dwergkeeshond of dat hij de eerste was met dit uiterlijk. Van nature hebben dwergkeeshonden lange haren (zie voor een afbeelding 2.2). Dino Trading heeft aangevoerd dat de wijze waarop de vacht van de hond Boo getrimd is, een voor dwergkeeshonden bekende wijze van trimmen is, de zogeheten ‘Teddy Bear cut’ die ook al bekend was voordat de hond Boo in 2007 dat ‘kapsel’ aangemeten heeft gekregen. Dino Trading heeft daartoe verwezen naar discussies op internetfora en zij heeft diverse afbeeldingen uit 2005 en 2006 overgelegd van dwergkeeshonden met een ‘Teddy Bear cut’ (zie 2.10). Ook heeft Dino Trading afbeeldingen overgelegd van dwergkeeshonden met ‘Teddy Bear cut’ die al vóór 2007 (enige) bekendheid genoten op internet, waaronder Mr Winkle (waarvan ook een pluchen versie is gemaakt) en Jiff (zie 2.11). Enesco heeft dit alles onvoldoende gemotiveerd betwist met haar stelling dat de ‘Teddy Bear cut’ voor zover die al bestond voordat de hond Boo zo werd getrimd, pas door Boo grote bekendheid heeft gekregen.

5.10.

Enesco heeft nog aangevoerd onder verwijzing naar haar productie 16 (met voorbeelden van knuffels en andere speelgoedobjecten die ieder zijn gebaseerd op het uiterlijk van een herdershond maar die in de uitvoering van elkaar verschillen) dat bij de vertaling van een natuurgetrouw object naar een werk, altijd keuzes worden gemaakt. Anders zouden al die objecten er hetzelfde uitzien. De enkele omstandigheid dat hetzelfde idee op uiteenlopende wijzen kan worden vormgegeven, brengt echter niet mee dat de gekozen vormgeving een eigen oorspronkelijk karakter heeft.4

5.11.

Wat betreft de overige ontwerpkeuzes 8 t/m 29 (zie 3.4), waarmee naar zeggen van Enesco de vertaalslag is gemaakt van het uiterlijk van de hond Boo naar een pluchen ontwerp, geldt het volgende. In dit verband heeft Dino Trading onder meer verwezen naar de in 2.12 opgenomen afbeeldingen van pluchen knuffeldieren die reeds op de markt waren voor de Boo Knuffelhond verscheen. Voorshands oordelend, heeft Dino Trading terecht aangevoerd, onder verwijzing naar genoemde afbeeldingen, dat de elementen 8 t/m 29 of wel zijn terug te voeren op het uiterlijk van de hond Boo of wel voor pluchen dieren gebruikelijke uitvoeringsvormen zijn en dus banaal, dan wel technisch of functioneel bepaald zijn.

5.12.

De kop die in proportie groter is dan de ledematen, de positionering van ogen, neus en bek, de ‘glimlachende’ bek, de plaats van de naden, de waaiervorm rond de ogen, de zittende pose met gespreide poten (elementen 8 t/m 10, 13, 14, en 16 t/m 18) zijn voor pluchen dieren gebruikelijke uitvoeringsvormen. Het gebruik van kortere en langere vezels, zowel zijde-achtige glanzende als ruwe vezels, een vilten mond, bruinkleurige kraalogen, en een plastic neus (elementen 15 en 19 t/m 23) zijn technisch dan wel functioneel bepaald en komen overigens ook veelvuldig voor. De vorm van de snoet, de afgeknotte oren en de diverse kleuraccenten die zijn aangebracht (elementen 11, 12, 24 t/m 27) zijn deels terug te voeren op het zo natuurgetrouw mogelijk weergeven van de hond Boo met zijn specifieke oranje en witte vachtkleur en zijn overigens niet kenmerkend in vergelijking tot bij pluchen dieren gebruikelijke kleurstelling en uitvoeringen. Ook de kledingkeuze (elementen 28 en 29) is banaal.

5.13.

Hoewel Enesco terecht stelt dat de selectie en combinatie van op zichzelf niet oorspronkelijke elementen een auteursrechtelijk beschermd werk kan opleveren, zoals hiervoor ook is overwogen, baat dat haar in het onderhavige geval niet. In aanmerking genomen het door Dino Trading aangedragen vormgevingserfgoed, kan zonder deugdelijke toelichting (die evenwel ontbreekt), niet worden aangenomen dat de keuze voor de afzonderlijke in de Boo Knuffelhond voorkomende elementen, ook in combinatie, is terug te voeren op vrije en creatieve keuzes van de maker.5 Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit immers voort, dat de afzonderlijke in de Boo Knuffelhond voorkomende elementen te zeer voortvloeien uit enerzijds de uiterlijke kenmerken van de hond Boo die zo natuurgetrouw mogelijk zijn nagebootst en anderzijds uit de (niet creatieve keuze) voor het materiaal (pluche, vilt en plastic) en voor gebruikelijke uitvoeringsvormen van pluchen knuffeldieren en de uit het oogpunt van het gebruiksdoel (als speelgoed knuffeldier) te stellen functionele eisen. Voorshands oordelend zijn daarmee de kenmerken deels niet oorspronkelijk en deels zo banaal, dan wel zozeer functioneel bepaald, dat in de afzonderlijke elementen noch in de combinatie ervan, een persoonlijk stempel van de maker is te onderkennen.

5.14.

Concluderend, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de Boo Knuffelhond naar Nederlands recht niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt.

5.15.

Gelet hierop kan in het midden blijven of [A] haar vermeende auteursrechten op de Boo Knuffelhond rechtsgeldig heeft overgedragen aan Buddy Boo Inc. en of Enesco derhalve wel op basis van de licentieovereenkomst met Buddy Boo Inc. de auteursrechten op de Boo Knuffelhond kan handhaven, zoals Enesco stelt en Dino Trading bij gebrek aan wetenschap betwist.

Geen verbod EU

5.16.

Uit het Infopaq-I arrest6 volgt dat het auteursrechtelijke werkbegrip een geharmoniseerd begrip is. Wat betreft het recht van andere EU-landen gaat de voorzieningenrechter er dan ook van uit dat hierin geen strengere maatstaven worden aangelegd (gelijkheidsvermoeden) dan naar Nederlands recht. De vaststelling dat naar Nederlands recht geen sprake is van een werk leidt dan ook tot de conclusie dat ook in de overige EU-landen geen sprake zal zijn van een werk. Enesco heeft ook geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen volgen dat aan de Boo Knuffelhond in andere landen van de Europese Unie wél auteursrechtelijke bescherming toekomt. Daarmee valt ook het doek voor het gevorderde EU-wijde verbod op auteursrechtinbreuk.

Slotsom conventie

5.17.

De slotsom van het voorgaande is dat in conventie de vorderingen van Enesco worden afgewezen.

Reconventie: opheffing beslag

5.18.

Nu in conventie voorshands is geoordeeld dat op de Boo Knuffelhond geen auteursrecht rust en dat zodoende het gevorderde inbreukverbod (met nevenvorderingen) wordt afgewezen, zal de in reconventie gevorderde opheffing van het – op datzelfde vermeende auteursrecht gegronde – beslag tot afgifte op zaken, en daarmee van de gerechtelijke bewaring van die zaken, worden toegewezen. Enesco heeft toewijzing van die vorderingen in reconventie anders dan met haar stellingen in conventie, die zijn verworpen, ook niet bestreden. De beslagen zaken die in bewaring zijn genomen, dienen door (of in opdracht van) Enesco aan Dino Trading te worden geretourneerd. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals nader in het dictum bepaald.

Proceskosten in conventie en in reconventie

5.19.

Enesco zal, als de in het ongelijk gestelde partij, zowel in conventie als in reconventie worden veroordeeld in de kosten van het geding. Dino Trading vordert haar kosten op de voet van artikel 1019h Rv en zij heeft een gespecificeerde opgave gedaan van haar advocaatkosten tot een bedrag van € 24.116,50, te vermeerderen met € 871,33 aan verschotten. Enesco heeft tegen de gevorderde kosten geen bezwaar gemaakt, zodat deze kosten op de hierna te vermelden wijze zullen worden toegewezen.

5.20.

De opgegeven kosten hebben, zo begrijpt de voorzieningenrechter, betrekking op zowel de vorderingen in conventie als in reconventie. Mede gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie schat de voorzieningenrechter dat 95% van de kosten betrekking heeft op de vordering in conventie en 5% op de vordering in reconventie.

5.21.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de proceskosten in conventie begroten op € 22.910,68, te vermeerderen met € 871,33 aan verschotten, derhalve op € 23.782,01. In reconventie zal het salaris van de advocaat worden begroot op € 1.240,83.

5.22.

Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie:

6.1.

wijst het gevorderde af;

6.2.

veroordeelt Enesco in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Dino Trading begroot op € 23.782,01;

6.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

6.4.

heft op het door Enesco ten laste van Dino Trading gelegde beslag;

6.5.

bepaalt dat de ten verzoeke van Enesco in gerechtelijke bewaring genomen zaken door (of in opdracht van) Enesco binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis aan Dino Trading worden teruggegeven;

6.6.

veroordeelt Enesco tot betaling aan Dino Trading van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag als gehele gerekend, dat Enesco geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met het onder 6.5 gegeven bevel, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 50.000,-;

6.7.

veroordeelt Enesco in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Dino Trading begroot op € 1.240,83;

6.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.9.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.M. Loos en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2015.

1 O.m. HR 30 mei 2008 ECLI:NL:HR:BC2153 (Endstra), HR 22 februari 2013 ECLI:NL:HR:2013: BY1529 (Stokke/H3) en HR 19 september 2014 ECLI:NL:HR:2014: 2737 (Rubik’s Cube).

2 HvJEU 16 juli 2009, C-5/08, ECLI:EU:C:2009:465, Infopaq I.

3 Vgl. onder meer Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 14 juli 1992 BIE 1993/105 (diersculpturen), Rechtbank Amsterdam (vzr) 15 april 2004, (Hasbro/Intertoys) IER 2004/62, Gerechtshof Amsterdam 8 september 2005 (‘Cloggy’) IER 2006/ 6, Rechtbank Den Haag (vzr) 19 maart 2010 IEPT20100319 (rozendessin), Gerechtshof Den Haag 22 januari 2013 ECLI:NL:GHDHA2013:BY8716 (My Little Pony).

4 Vgl. HR 19 september 2014 ECLI:NL:HR:2014: 2737 (Rubik’s Cube).

5 Vgl. Gerechtshof Den Haag, 22 juli 2014, Burgers v. Basil, ECLI ECLI:NL:GHDHA:2014:4187.

6 Zie voetnoot 2.