Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11856

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
C-09-494868-KG ZA 15-1292
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot verbod om eisers te benaderen afgewezen, uitingen op sociale media niet onjuist, onnodig grievend of onrechtmatig.

Stalking, vrijheid van meningsuiting, recht op eer en goede naam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/494868 / KG ZA 15-1292

Vonnis in kort geding van 14 oktober 2015

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

2. [eiser sub 2] en

3. [eiseres sub 3] ,

allen wonende te [woonplaats 1] (gemeente [gemeente 1] ),

eisers,

advocaat mr. N. Wouters te Middelburg,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] (gemeente [gemeente 2] ),

gedaagde,

advocaat mr. S.M. Diekstra te Leiden.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser sub 1] . ’, ‘ [eiser sub 2] ’, ‘ [eiseres sub 3] ’ en ‘ [gedaagde] ’. Eisers gezamenlijk zullen worden aangeduid als ‘ [eisers] ’ (mannelijk enkelvoud).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 augustus 2015, met producties, inclusief cd-rom;

- de door gedaagde overgelegde producties, inclusief usb-stick;

- de op 30 september 2015 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Zwanendriften is het (uitsluitende) recht om zwanen te houden, waarbij de zwanendrifter eigenaar is van de zwanen en als zodanig de aan hem toebehorende zwanenkoppels, die zijn gekenmerkt door een tatoeage op de snavel en een ring om de poot, en de daaruit voortkomende jonge zwanen beheert. Voorts mogen de zwanen op grond van de geldende regelgeving worden geleewiekt, waarbij een middenhandsbeentje, met de slagpennen, van de vleugel wordt geamputeerd, zij het dat dit leewieken dient te worden uitgevoerd door een dierenarts. Met dit leewieken wordt voorkomen dat de zwanen wegvliegen.

2.2.

[eiser sub 1] . oefende het zwanendriften fulltime uit. Aan [eiser sub 1] . is op 8 oktober 2013 een ontheffing verleend met betrekking tot de aan hem in eigendom toebehorende ongeringde zwanen. [eiser sub 2] is muskusrattenvanger en heeft zijn vader in zijn vrije tijd geholpen bij het zwanendriften. [eiseres sub 3] is de echtgenote van [eiser sub 2] .

2.3.

[gedaagde] is dierenarts en zij houdt zich daarnaast voor zover hier van belang bezig met het aan de kaak stellen van het zwanendriften. Om te kunnen vaststellen of er sprake is van misstanden rondom het zwanendriften volgt zij (koppels) zwanen op diverse broedplaatsen in het Groene Hart en legt zij haar bevindingen vast met een camera.

2.4.

Op 17 december 2013 heeft [gedaagde] bij de politie aangifte van mishandeling gedaan tegen (onder meer) [eiser sub 2] en [eiseres sub 3] . Voorts heeft [gedaagde] op 3 juni 2014 aangifte gedaan van openlijke geweldpleging door [eiser sub 1] . en [eiser sub 2] op 30 mei 2014. De zaak tegen [eiser sub 2] is door het openbaar ministerie geseponeerd. [gedaagde] heeft hiertegen op 17 augustus 2015 een procedure in de zin van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) aanhangig gemaakt. De op de aangifte tegen [eiser sub 1] . gevolgde strafzaak zal worden behandeld door deze rechtbank.

2.5.

Op 26 augustus 2014 heeft [eiser sub 2] bij de politie aangifte gedaan van stalking door [gedaagde] . In de aangifte is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

“(…)ben ik diverse malen tijdens mijn werkzaamheden als zowel zwanendrifter als muskusrattenvanger lastig gevallen door mevrouw [gedaagde] . Met lastig vallen bedoel ik achtervolgen en hinderen. Hinderen in de vorm van haar auto zo te parkeren zodat ik er niet meer door kon met mijn auto. Ongevraagd foto’s en films van mij maken terwijl ik bezig ben met mijn werkzaamheden. Bij vele instanties, maar ook bij mensen waar ik regelmatig kom in verband met mijn werkzaamheden, heeft mevrouw [gedaagde] meldingen gemaakt van handelingen die ik niet gedaan heb. En met handelingen die ik niet gedaan heb bedoel ik, het vangen van wilde zwanen, het aandoen van ondraaglijk dierenleed, het niet voldoen aan de voorwaarde die gesteld zijn aan onze ontheffingen.

(…)”.

2.6.

Bij brief van 1 mei 2015 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken, [de staatsssecretaris] , hierna ‘de staatssecretaris’ – voor zover hier van belang – het volgende aan de Voorzitter van de Tweede Kamer meegedeeld:

“Op 26 februari jl. heb ik u toegezegd voor eind april met mijn reactie te komen over de inde brief van de werkgroep “Stop het Zwanendriften” gesignaleerde problematiek (…). Met deze brief voldoe ik daaraan.

Zwanendriften

Het zwanendriften is een extensieve en legale vorm van veehouderij. In Nederland zijn twee zwanendrifters actief. De zwanendrifters houden geleewiekte knobbelzwanen het hele jaar in de vrije natuur. De jonge knobbelzwanen worden na geboorte gevangen, geleewiekt en geringd en verkocht of verhuurd aan particulieren. Het zwanendriften strekt zich uit over meerdere provincies. De Wet dieren en de Flora- en faunawet (Ffw) zijn van toepassing op het zwanendriften. Ten aanzien van leewieken en ringplicht geldt het volgende:

Ringplicht:

  • -

    Vanaf het van kracht worden van de Flora- en faunawet in 2002 geldt een ringplicht.

  • -

    De oudere knobbelzwanen die beide houders al voor 2002 in hun bezit hadden konden niet meer geringd worden.

  • -

    Voor deze dieren is in de loop van de jaren een ontheffing afgegeven.

  • -

    Daarnaast is ook voor de dieren die nadien geboren zijn en gehouden werden als productiedier een ontheffing afgegeven.

  • -

    Geen ontheffing is afgegeven door kuikens die niet zouden worden gehouden als productiedier.

  • -

    De in 2013 afgegeven ontheffing, die geldt tot 2018, betreft de ringplicht van alle ongeringde dieren die de houder in zijn bezit had op het moment van kracht worden van de ontheffing. Voor de nakomelingen geldt deze ontheffing niet.

Vanaf 2013 is geen ontheffing meer afgegeven voor het houden van knobbelzwanen als productiedier. Voor het houden van zwanen als siervogels is geen ontheffing vereist.

Leewieken:

  • -

    Het leewieken van knobbelzwanen is een toegestane handeling die alleen door een dierenarts mag worden uitgevoerd, dus niet door de houder zelf.

  • -

    Dit verbod op het leewieken door de houder zelf geldt sinds het van kracht worden van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, dus vanaf 1996.

  • -

    Er is vanaf 1996 geen ontheffing afgegeven voor het mogen leewieken van zwanen door de houder zelf.

  • -

    Vanaf 2018 geldt een algeheel verbod op het leewieken, ook door dierenartsen.

Handhaving

De handhaving gebeurt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de politie. In de afgelopen jaren zijn wel controles uitgevoerd, maar is mede door een omissie onvoldoende handhavend opgetreden.(…)

In april 2014 is een groot strafrechtelijk onderzoek gestart door de Politie Midden-Nederland, recherche Milieuteam.(…)

Nu het strafrechtelijk opsporingsonderzoek is afgesloten wordt op basis van de bestuurlijke rapportage het toezicht door de NVWA en RVO.nl geïntensiveerd en worden maatregelen opgelegd. Waar gebleken is dat de zwanendrifters handelen in strijd met de wet en voorschriften die aan de ontheffing voor de ringplicht zijn verbonden wordt een last onder dwangsom of bestuursdwang opgelegd. Ook wordt op basis van de bevindingen de ontheffing voor de ringplicht ingetrokken.

(…)

Gelet op bovenstaande en de constateringen uit het strafrechtelijk onderzoek bezie ik op korte termijn de wettelijke mogelijkheid om het zwanendriften te verbieden, waarbij het houden van gehouden dieren in de vrije natuur wordt verboden.(…)”.

2.7.

Op 6 mei 2015 is aan [eiser sub 1] . door de NVWA een last onder dwangsom opgelegd voor het overtreden van de Wet dieren door eigenhandig knobbelzwanen te leewieken of te tatoeëren.

2.8.

Bij besluit van 7 mei 2015 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de ontheffing voor de ringplicht van gefokte zwanen van [eiser sub 1] . ingetrokken op grond van schending van de aan die ontheffing verbonden voorwaarden, bestaande uit het tatoeëren van nieuwe zwanen, het zich toeëigenen van uit het wild afkomstige zwanen, het houden van zwanen waarvoor geen ontheffing is afgegeven en het niet voeren van een administratie. [eiser sub 1] . heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en heeft voorts aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, sector bestuursrecht, een voorlopige voorziening gevraagd.

2.9.

Bij beschikking van 19 juni 2015 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, sector bestuursrecht, het verzoek van [eiser sub 1] . om een voorlopige voorziening afgewezen, daarbij (samengevat) overwegend dat – behoudens tegenbewijs – moet worden uitgegaan van een door de politie opgestelde bestuurlijke rapportage van 18 maart 2015, waaruit volgt dat [eiser sub 1] . zich door het niet ringen van jonge zwanen en het niet bijhouden van een administratie niet aan de voorwaarden van de ontheffing heeft gehouden en dat reeds daarom tot intrekking van de ontheffing kon worden overgegaan.

2.10.

In reactie op een brief van de advocaat van [gedaagde] van 6 mei 2015, waarin hij namens [gedaagde] (samengevat) meedeelt dat [gedaagde] jarenlang heeft gestreden om ernstige strafbare feiten en misstanden rond het zwanendriften aan de kaak te stellen en dat deze praktijken jarenlang hebben kunnen plaatsvinden omdat er door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de politie niet handhavend tegen werd opgetreden en waarin hij voorts heeft verzocht [gedaagde] als ‘klokkenluidster’ te beschermen, heeft de staatssecretaris bij brief van 22 juni 2015 – voor zover hier van belang – het volgende aan de advocaat van [gedaagde] meegedeeld:

“(…)

De bijdrage van mevrouw [gedaagde] middels beeldmateriaal van en kennis over het zwanendriften heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het inzichtelijk krijgen van de praktijk van het zwanendriften, ook bij een breder publiek.

Bovenstaande laat echter onverlet dat indien de zwanen door de houder aantoonbaar zelf gefokt en op de juiste wijze geringd en getatoeëerd zijn, het zwanendriften thans een legale vorm van het houden van gefokte knobbelzwanen in de vrije natuur is. De Wet dieren biedt vooralsnog de ruimte voor het houden van deze dieren. Het verbieden van alle handelingen van de zwanendrifters behoort momenteel niet tot de mogelijkheden.

(…)

Juist vanwege de door haar gemaakte beelden in samenhang bezien met de bestuurlijke rapportages van de politie heb ik besloten om het zwanendriften via drie ingangen aan te pakken:

1. Het per direct intrekken van de ontheffingen van de ringplicht. De ontheffing betrof de op 8 oktober 2013 in het bezit zijnde geleewiekte, getatoeëerde en ongeringde zwanen. Doordat deze nu is ingetrokken, kunnen alleen de geringde nakomelingen uit 2013 en 2014 en uit 2015 indien afkomstig van geleewiekte, getatoeëerde en geringde ouderparen, bestempeld worden als legaal gehouden. De vogelbonden hebben laten weten geen ringmaat 27 mm meer af te geven voor het ringen van zwanen.

2. Het intensiveren van het toezicht door NVWA

Het toezicht door de NVWA op de naleving van de flora- en fauna en dierenwelzijnswetgeving is geïntensiveerd. De houder moet kunnen aantonen dat geringde dieren afkomstig zijn van legaal gehouden ouderparen. Daarnaast heeft de NVWA beide zwanendrifters een last onder dwangsom opgelegd voor het zelf leewieken en tatoeëren. Deze ingrepen mogen alleen door een dierenarts uitgevoerd worden. De dwangsommen worden verbeurd als door de NVWA overtredingen worden geconstateerd van het verbod om zelf te leewieken of te tatoeëren.

3. Wettelijk verbod

Teneinde ook op de lange termijn het houden van gefokte zwanen in de vrije natuur te kunnen tegengaan laat ik onderzoeken op welke wijze een verbod in gang kan worden gezet.

(…)”.

De staatssecretaris heeft op 25 juni 2015 een brief van gelijke strekking gezonden aan de Expertgroep Klokkenluiders.

2.11.

Bij beslissing van 14 juli 2015 heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beslist op het door [eiser sub 1] . ingediende bezwaarschrift en de bezwaren van [eiser sub 1] . ongegrond verklaard, aangezien gebleken is dat hij heeft gehandeld in strijd met de voorwaarden zoals beschreven in de ontheffing, zodat geconcludeerd moet worden dat de ontheffing terecht is ingetrokken.

2.12.

Op 15 juli 2015 heeft [eiser sub 2] bij de politie aangifte tegen [gedaagde] gedaan wegens smaad en laster.

2.13.

Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie heeft in een persbericht van 17 juli 2015 bekend gemaakt dat [eiser sub 1] . zal worden vervolgd voor het overtreden van de Wet dieren en de Flora- en faunawet. Tevens is in het persbericht vermeld dat [eiser sub 1] . zwanendrifter is, dat hij ervan wordt verdacht dat hij zich bij de uitoefening van het zwanendriften niet aan de wettelijke bepalingen heeft gehouden (onder meer door het zich toeëigenen van wilde zwanen en het zelf (in plaats van door een dierenarts laten) tatoeëren en leewieken van zwanen) en dat het onderzoek onder meer is gestart naar aanleiding van meldingen van [gedaagde] .

2.14.

In de periode sinds 24 juli 2015 heeft [gedaagde] – voor zover hier van belang – de volgende mededelingen op Facebook gedaan:

- op 24 juli 2015, 1.05 uur:

“Foto reportage van de wijze waarop zwanendrifters [eisers] al jarenlang ongemoeid zich wilde (niet geleewiekte, ongeringde) ouderparen en hun jongen illegaal toeëigenen en mishandelen. Zij voorzien de wilde ouderzwanen van een illegale snaveltatoeage “ [cijfers] ” en/of “ [initialen] ”. bij de jongen van de wilde ouderparen knippen zij – veelal op zeer hoge leeftijd – met een vieze schaar circa de helft van de vleugel door het bot af. Zij ringen de wilde zwanenjongen illegaal met een gesloten p…

Lees verder”

- op 25 juli 2015, 19.42 uur:

“Wie is hier nou werkelijk “het aangeschoten wild”?

Ik ben letterlijk VOGELVRIJ verklaard zolang mijn mishandelaars c.q. zwanendrifters [A ] en zijn vrouw [B] (alias “De Koningin van de Jacht”), [C] , [D] en [E] ongemoeid met wapens en munitie op zak blijven lopen!(…)

Waarom heeft de korpschef of de Minister van Veiligheid en Justitie nog steeds niet hun wapens, munitie en jachtakte ingetrokken? Of wachten die totdat IK word afgeschoten?”

- op 28 juli 2015, 19.35 uur:

“(…)

Op onderstaande foto (uit het artikel in “Het Kontakt”) had zwanendrifter [E] op 22 juni 2013 een wild ouderpaar gevangen en droeg hij hen aan hun (gedraaide en gekruiste) vleugels als een boodschappentas naar achteren. Hij had tevoren de helft van de rechtervleugel van de zes wilde jongen van dit wilde broedpaar op een leeftijd van 8 tot 9 weken met een vieze schaar door het bot afgeknipt, waarvan ik een foto in de achtergrond van mijn FB-profiel plaatste. Hij kerfde illegaal met een zelf gemaakt tatoeëer-instrumentje en inkt zijn initialen “ [initialen] ” in de rechterzijde van de snavel van het wilde vrouwtje en de cijfers “ [cijfers] ” zijn geboortejaar “ [geboortejaar] ” in de snavel van het mannetje. Op deze wijze eigende hij zich deze gehele zwanenfamilie illegaal aan zich toe. Hij ving enkele weken later de zes wilde jongen – zonder pootring – weg en verhandelde die illegaal.

In 2014 kreeg hetzelfde wilde – inmiddels illegaal getatoeëerde broedpaar – 9 witte jongen. [E] bracht op 23 juni 2014 bij de 9 jongen van dit wilde broedpaar illegaal een gesloten pootring aan, waarmee hij zich dus ook deze wilde jongen illegaal aan zich toe-eigende.(…)

Toen ik daarna verder reed (ik had niet gezien welke richting [E] was uitgereden), zag ik dat [E] inderdaad 50 meter verderop de wilde jongen van een ander wild broedpaar illegaal aan het leewieken en ringen was. Vervolgens greep hij weer iets verderop 6 wilde jongen van een ander wild broedpaar en knipte van deze jongen ook de helft van de vleugels op een leeftijd van circa 8 weken af. Daarna ving hij twee wilde witte jongen van weer een ander wild broedpaar waarvan hij de halsen met een touw aan elkaar vast bond, welke jongen – zo bleek later – ter plekke stierven. Hij ving van hetzelfde wilde broedpaar ook nog 5 grijze jongen, waarvan hij de vleugels op circa 4 maanden leeftijd (!) met een schaar door het bot afknipte. De jonge knobbelzwanen waarvan hij 10 cm (!!!) van de vleugels door het bot af knipte hadden nota bene het formaat van een middelgrote hond. Ik vond afgeknipte bloedende vleugels van 10 cm daarna in het weiland. [E] bracht tevens illegaal gesloten pootringen om de poten van deze vijf wilde grijze jongen aan, waarbij hij dusdanig grof geweld gebruikte dat de verminkte jongen nog dagenlang kreupel liepen en verwondingen aan hun poten hadden.(…)

Op 1 september 2014 ving [E] de 9 wilde jonge knobbelzwanen van het eerder genoemde wilde broedpaar (dat hij in mijn bijzijn een jaar tevoren illegaal getatoeëerd had) en gooide die in zijn wagen. Hij gebruikte daarbij dusdanig grof geweld dat ter plekke ten minste 1 jonge zwaan in zijn wagen stierf, hetgeen tijdens de uitzendingen van EenVandaag te zien was.(…)

Ik legde daarnaast vast dat de zwanendrifters al jarenlang een in beginsel bij wet verboden gesloten pootring met ringmaat 27 mm (een te grote ringmaat) gebruikten, die hij zowel om de poten van wilde jonge knobbelzwanen met geweld trokken c.q. nog steeds trekken (vaak nog zelfs ter plekke in het weiland, in hun wagen of op opslag).(…)Inmiddels hebben in de afgelopen maanden – n.a.v. mijn verzoek – een aantal NVWA inspecteurs in in het veld, in verschillende gemeentes in verschillende provincies, onderzoek gedaan en gecontroleerd of de door de zwanendrifters getatoeëerde ongeringde broedparen eigenlijk wel geleewiekt waren. Deze NVWA inspecteurs kwamen tot dezelfde conclusie als ik: praktisch alle door de zwanendrifters in de vrije natuur gehouden getatoeëerde broedparen zijn NIET geleewiekt (op een enkele individuele zwaan na) en vielen dus nimmer onder de (inmiddels ingetrokken) ontheffing!(…) Nu vast staat – en de zwanendrifters beamen dat ook zelf op camera – dat praktisch geen van die broedparen geleewiekt zijn, is dus het standpunt van het ministerie en de NVWA dat de zwanendrifters ook zonder hun ingetrokken ontheffing nog steeds “hun eigen” zwanen mogen vangen en verhandelen apert onjuist en onwaar!(…)

Zolang Staatssecretaris [de staatsssecretaris] dus niet alsnog alle handelingen met knobbelzwanen door zwanendrifters met onmiddellijke ingang verbiedt, maakt de Nederlandse regering flagrant inbreuk op Europees recht!(…)”

- op 30 juli 2015, 19.33 uur:

“(…)

Ik ontdekte en legde de afgelopen jaren op camera vast dat praktisch alle door de zwanendrifters met een snaveltatoeage gemerkte broedparen/ouderkoppels helemaal NIET geleewiekt zijn en dus allemaal WILDE broedparen zijn waarbij zwanendrifters [E] en zijn zonen [A ] , […] en [D ] & zwanendrifters [F] en [G] op een eerder moment een illegale snaveltatoeage en/of een illegale pootring hadden aangebracht, waarvan zij de WILDE jongen jarenlang illegaal leewiekten en/of illegaal ringden en vervolgens illegaal verhandelden!(…)”

- op 3 augustus 2015, 1.03 uur:

“Leeuwenbeulen door de overheid in Afrika gefaciliteerd. Zwanen- en mensenbeulen door de overheid in Nederland gefaciliteerd.” Bij dit bericht zijn twee foto’s geplaatst. Op de eerste foto is een jonge knobbelzwaan te zien. Op de tweede foto, waarvan de afbeelding in de overgelegde stukken slecht zichtbaar is, luidt het bijschrift: “Getrapt en geslagen door zwanendrifters [E] en [A ] , 30 mei 2014”.

- op 5 augustus 2015:

“(…)Staatssecretaris [de staatsssecretaris] , de RVO, de NVWA, de locale politie eenheden, de provincies Zuid-Holland en Utrecht, het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden hebben jarenlang toerekenbaar tekort geschoten en schieten tot op heden nog steeds tekort bij het “toezicht” (dat woord kun je het niet eens geven) op het zwanendriften, ten gevolge waarvan duizenden wilde broedzwanen en hun jongen ruim 50 jaar lang door de zwanendrifters [eisers] & [F] en [G] illegaal gevangen, stelselmatig zwaar mishandeld, illegaal toegeëigend en illegaal verhandeld konden worden.(…)Hoewel de NVWA in 2012 een veelheid aan ernstige strafbare feiten – op nota bene een aangekondigde controle – bij beide zwanendrifters constateerde en die aan Staatssecretaris [de staatsssecretaris] rapporteerde, lieten [de staatsssecretaris] en de NVWA na om ter zake handhavend op te treden en de toenmalige ontheffingen in te trekken.(…)”

- op 10 augustus 2015:

“Zwanendrifters & jagers [A ] en zijn vrouw [B] c.s.: de Nederlandse versies van Trophy Hunter Walter Palmer, Boegbeelden van de Jagersvereniging en de NOJG.

[B] , bewierookt als “Koningin van de Jacht” in het [dagblad] van [datum] en als toonbeeld van een vrouwelijke jager in het tijdschrift “ [het tijdschrift] ”. Misselijkmakend citaat van [B] in “ [het tijdschrift] ”: “Laatst hebben mijn man ( [A ] ) en ik in Duitsland zes wilde zwijnen doodgeschoten. Daarna voelde ik mij heel voldaan.”

Een ander citaat van [B] in “ [het tijdschrift] ”, met welk citaat zij op haarzelf, haar man [A ] en de zwanendrifters/jagers-familie [eisers] doelt: “Helaas heb je ook stropers die alle regels aan hun laars lappen. Ze zetten de jacht in een negatief daglicht, maar gelukkig zijn de straffen voor deze rotte appels hoog”.

Ondanks mishandelingen en bedreigingen van velen (waaronder mijzelf) en ondanks een veelheid aan misdrijven inzake de Flora- en Faunawet, Wet Dieren en aanverwante wet- en regelgeving, zijn de zwanendrifters [eisers] en [B] c.q. nog steeds in het bezit van hun wapens, munitie en jachtakte.”

- op 12 augustus 2015, 16.55 uur:

“Het Openbaar Ministerie (OM) deed aan mijn advocaat gisteren een “mediation-voorstel”, waarbij de valse aangifte wegens stalking van zwanendrifter [A ] zou worden “weg gestreept” tegen de ECHTE mishandeling door [A ] en zijn vader [E] van 30 mei 2014. Je moet maar durven als OM!

Vooralsnog blijkt het zo te zijn dat het OM enkel zwanendrifter [E] wegens mishandeling heeft gedagvaard en gaat vervolgen, maar niet [A ] waarvan o.a. mijn beelden bewijzen dat hij mij op 30 mei 2014 over de grond sleurde, mijn camera uit mijn handen probeerde te trekken en mij daarna in de sloot sloeg.(…)

Mijn advocaat heeft het OM laten weten dat ik NIET akkoord ga met dit “mediation-voorstel”. Ik wil dat de strafrechter over de valse aangifte van stalking door [A ] oordeelt. Ik wil ook dat de strafrechter zich uitspreekt over de mishandeling van 30 mei 2014 door zowel [E] als [A ] . Indien mocht blijken dat [A ] inderdaad niet als verdachte in de mishandelingszaak van 30 mei 2014 wordt vervolgd, zal mijn advocaat het Gerechtshof middels een zgn. art. 12-SV-procedure verzoeken om hem alsnog te laten vervolgen.

Verder wil ik dat het OM ook [B] (vrouw van [A ] ) en [C] (dochter van [E] ) wegens zware mishandeling d.d. 3 december 2013 vervolgt, waarbij [H] (man van [C] ) een handje geholpen heeft en [A ] instructies heeft gegeven. Ik deed in dec. 2013 tegen [B] , [C] , [H] en [A ] aangifte van zware mishandeling, openlijke geweldpleging, poging tot diefstal met geweld en vernieling, met welke aangifte tot op heden ten onrechte NIETS is gedaan. Indien het OM hen niet alsnog daarvoor gaat vervolgen, zal mijn advocaat het Gerechtshof – middels een art. 12 SV-procedure – verzoeken om alsnog vervolging tegen hen in te stellen.”

  • -

    op 14 augustus 2015: mededelingen dat EenVandaag aandacht besteedt, respectievelijk heeft besteed aan het “mediation-voorstel”. De namen van [eiser sub 1] . , [eiser sub 2] en [eiseres sub 3] worden daarin genoemd.

  • -

    op 18 augustus 2015 plaatst [gedaagde] een link naar een video met de titel “Patagonia’s ‘Substainable Wool’ Supplier EXPOSED: Lambs Skinned Alive, Throats Slit, Tails Cut Off”. Zij plaatst daarbij het bericht:

“Afgrijselijk! Onderstaande bebloede afgeknipte staarten doen mij denken aan de duizenden jonge wilde knobbelzwanen waarvan de zwanendrifters [eisers] en [F] & [G] afgelopen jaren de vleugels ongemoeid en tot op zeer hoge leeftijd (tot zelfs 5 tot 6 maanden leeftijd) met een vieze schaar zonder verdoving illegaal afknipten. Ik heb bijvoorbeeld soortgelijke beelden van wilde jonge knobbelzwanen van 4 maanden leeftijd, waarvan [E] en zijn zonen illegaal circa de helft van de rechtervleugel door het bot hadden afgeknipt welke bloedende zwanen ik daarna aantrof en/of hun afgeknipte bebloede vleugels van circa 10 cm in het weiland.”

2.15.

In de periode vanaf 14 juli 2015 heeft [gedaagde] – voor zover hier van belang – het navolgende op Twitter geplaatst:

- op 14 juli 2015:

“Tijdens werktijd en met toestemming @HSDR_waterschap vangen en mishandelen zwanendrifters al jarenlang wilde zwanen!”

en

“Ziet u [A ] , [D ] en […] nog ergens #zwanendriften? Film en meld dat aan @HSDR_waterschap ! hdsr.nl/actueel/nieuws …”

- op 24 juli 2015:

“#Zwanendrifters [eisers] gebruiken v @HDSR_waterschap illegaal rattenkooien-clips voor pootringen van wilde zwanen”

- op 25 juli 2015:

““Onder schot” van mijn mishandelaren c.q. #zwanendrifters waarvan nog steeds niet wapens en munitie zijn ingetrokken”

en

““Vogelvrij verklaard” zolang mijn mishandelaren c.q. #zwanendrifters [eisers] hun wapens en munitie nog hebben”

en

“Ben ik straks “het afgeschoten wild” omdat de #zwanendrifters nog steeds hun wapens hebben? Twitter.com/search?src=typ…”

- op 2 augustus 2015:

“Leeuwenbeulen in Afrika gefaciliteerd. Zwanen- &mensenbeulen door overheid in NL gefaciliteerd binnenland.eenvandaag.nl/blogs/60933/do…” Voorts heeft van [gedaagde] een tweetal foto’s getweet. Op de eerste foto is een jonge knobbelzwaan te zien; het bijschrift luidt: “Wilde jonge – illegaal geringde – knobbelzwaan gestorven t.g.v. brute mishandeling door zwanendrifter [E] en zijn medewerker [1] ”. Op de tweede foto, waarvan de afbeelding slecht zichtbaar is, luidt het bijschrift: “Getrapt en geslagen door zwanendrifters [E] en [A ] , 30 mei 2014”

en

“Ook de #zwanendrifters [eisers] weten dier EN mens goed te raken!”

- op 9 augustus 2015:

“#Zwanendrifters / #jagers [A ] en [B] c.s.: boegbeelden #TrophyHunting van @KNJVdirecteur en NJOG”

en

“Nevenactiviteit #TrophyHunting v # zwanendrifters [eisers] bij @HDSR_waterschap wel toegestaan? hdsr.nml/vast/zoeken/@2...”

- op 10 augustus 2015:

“#fail @KNJVdirecteur Je liet ten onrechte veldonderzoek #zwanendrifters/jagers [eisers] na, waarbij je het vangen v wilde zwanen had gezien”

en

“#fail @KNJVdirecteur Het is #zwanendrifters/jagers [eisers] & [F] sinds 1996 VERBODEN om zelf te leewieken! Rda.nl/home/files/rda…”

en

“Als @KNJVdirecteur zijn RDAwerkbezoek #zwanendrifters/ […] deugdelijk had gedaan had hij wildvang&mishandeling wilde zwanen gezien”

- op 12 augustus 2015:

“VALSE aangifte v stalking v [A ] tegen een ECHTE mishandeling door [E] en [A ] wegstrepen? #fail”

en

“Op verhoor-blad @Pol_Krwrd over #zwanendrifter [A ] stond handgeschreven notitie “Sepot”, die niet in systeem staat”.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert – zakelijk weergegeven – (1) [gedaagde] te verbieden om mondeling, schriftelijk, per e-mail of sms, althans op enige andere wijze, [eisers] te benaderen; (2) [gedaagde] te verbieden om via internet (social media), schriftelijk, per e-mail, sms of op andere wijze negatieve, onnodig grievende of onware uitingen over [eisers] te doen en (3) [gedaagde] te verplichten alle publicaties/berichtgeving op internet met betrekking tot [eisers] en waar [eisers] in voor komen te verwijderen en verwijderd te houden, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, inclusief de kosten van betekening van het vonnis aan [gedaagde] .

3.2.

Daartoe stelt [eisers] – samengevat – het volgende. Partijen verschillen van inzicht met betrekking tot het beroep van zwanendrifter. Inmiddels loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar het zwanendriften. Hoewel [eisers] heeft besloten zich hangende het strafrechtelijk onderzoek niet meer bezig te houden met het zwanendriften en [eiser sub 1] . daar bovendien vanwege gezondheidsklachten reeds enige maanden feitelijk niet meer toe in staat is, wenst [gedaagde] de uitkomsten van het strafrechtelijke onderzoek en de beslissing van de Eerste en Tweede Kamer naar aanleiding van de ingediende motie voor een verbod op zwanendriften niet af te wachten. Zij blijft [eisers] stalken en publiceert voortdurend uitlatingen over [eisers] op internet, zonder dat zij daarbij handelt vanuit een maatschappelijk belang en terwijl haar voor [eisers] minder schadelijke wegen ten dienste staan, namelijk door middel van de gerechtelijke procedures. Het strafrechtelijk onderzoek naar de vermeende misstanden die [gedaagde] aan de kaak wenst te stellen loopt immers nog. [eisers] stelt zich op het standpunt dat de goede naam van [eisers] en van personen in zijn omgeving wordt geschaad en dat [eisers] en zijn naasten als gevolg van de uitlatingen van [gedaagde] worden bedreigd. [gedaagde] handelt onrechtmatig jegens [eisers] en zij dient haar gedragingen dan ook zo spoedig mogelijk te staken. Herhaalde daartoe strekkende sommaties van de zijde van [eisers] hebben geen effect gehad, zodat [eisers] belang heeft bij de gevraagde voorzieningen.

3.3.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Allereerst heeft [gedaagde] bestreden dat [eisers] een spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen. Echter, nu [eisers] aan zijn vorderingen ten grondslag heeft gelegd dat [gedaagde] door haar uitlatingen zijn eer en goede naam aantast en hij als gevolg van die uitlatingen door derden wordt bedreigd, acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang gegeven.

4.2.

Anders dan [gedaagde] is de voorzieningenrechter van oordeel dat de onderhavige zaak zich leent voor behandeling in kort geding. Aan de orde is thans immers niet de vraag in hoeverre [eisers] zich in de uitoefening van het zwanendriften schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten en evenmin of sprake is van de door [gedaagde] gestelde mishandeling door [eisers] . Die kwesties zullen worden beoordeeld door de strafrechter. Het onderhavige geschil heeft betrekking op de wijze waarop partijen zich – hangende de strafrechtelijke procedures – ten opzichte van elkaar dienen te gedragen. Niet valt in te zien waarom de voorzieningenrechter – uitgaande van de relevante feiten en omstandigheden en rekening houdend met de belangen van beide partijen – die vraag niet zou kunnen beantwoorden. Aan het standpunt van [gedaagde] dat [eisers] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, dan wel dat de voorzieningenrechter onbevoegd is van het geschil tussen partijen kennis te nemen, wordt dan ook voorbij gegaan.

De vordering zoals vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder (1)

4.3.

Deze vordering strekt tot een verbod aan [gedaagde] om [eisers] mondeling, schriftelijk, per e-mail of sms, althans op enige andere wijze, te benaderen. Ter zitting is van de zijde van [eisers] erkend dat [gedaagde] geen brieven, e-mails of sms-berichten aan [eisers] heeft gestuurd. Bij een verbod daarop heeft hij naar voorlopig oordeel dan ook onvoldoende belang. De advocaat van [eisers] heeft ter zitting betoogd dat het [eisers] vooral gaat om een verbod op het volgen en aanspreken van [eisers] door [gedaagde] . [gedaagde] heeft in dit verband onbetwist naar voren gebracht dat zij [eisers] niet volgt, maar dat zij de broedplaatsen waar de zwanenkoppels zich bevinden naloopt en dat partijen elkaar daar kunnen treffen. Reeds daarom is niet met voldoende zekerheid vast te stellen dat aannemelijk dat de confrontaties tussen [gedaagde] en [eisers] zijn aan te merken als “stalken” door [gedaagde] . Daar komt bij dat [eisers] zelf heeft gesteld dat [eiser sub 1] . vanwege zijn gezondheid feitelijk niet meer tot zwanendriften in staat is en dat [eiser sub 2] het zwanendriften – hangende het strafrechtelijk onderzoek – heeft gestaakt, zodat zonder nadere toelichting niet duidelijk is dat deze confrontaties thans nog plaatsvinden. Hiermee stemt overeen dat [eiser sub 2] ter zitting heeft verklaard dat [gedaagde] weliswaar nog af en toe langs de woning van [eiser sub 1] . rijdt, maar dat zij niet stopt en [eisers] ook niet aanspreekt, zodat – anders dan [eisers] heeft gesteld – voorshands onvoldoende is gebleken dat [gedaagde] zich schuldig maakt aan het stalken van [eisers] . Een verbod daarop is bij deze stand van zaken naar voorlopig oordeel dan ook niet gerechtvaardigd, zodat de vordering wordt afgewezen.

De vordering zoals vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder (2)

4.4.

Met betrekking tot het gevorderde verbod aan [gedaagde] om via internet (social media), schriftelijk, per e-mail, sms of op andere wijze negatieve, onnodig grievende of onware uitingen over [eisers] te doen, wordt het volgende overwogen. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] brieven, e-mails of sms-berichten met daarin negatieve of onjuiste uitlatingen over [eisers] in de openbaarheid heeft gebracht. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [eisers] zich ook enkel beroepen op door [gedaagde] op Facebook en Twitter geplaatste berichten. Voor zover de vordering strekt tot een verbod aan [gedaagde] om zich – anders dan via sociale media – negatief (schriftelijk) over [eisers] uit te laten, wordt deze bij gebrek aan belang afgewezen. Met betrekking tot de door [gedaagde] op Facebook en Twitter geplaatste berichten wordt als volgt overwogen.

4.5.

In deze zaak gaat het om een botsing van twee fundamentele rechten. Enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting van [gedaagde] en anderzijds het recht op eer en goede naam van [eisers] . Het antwoord op de vraag welke van deze rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt berust op een afweging van alle relevante omstandigheden. Daarbij dient rekening te worden gehouden met (a) de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben, (b) de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, (c) de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, (d) de inkleding van de verdenkingen, gezien in verhouding tot de onder a tot en met c bedoelde factoren, (e) de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de verweten publicatie via de pers, in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op spoedig succes bereikt had kunnen worden, en (f) een mogelijke beperking van het door de publicatie te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen, in verband met de kans dat het betreffende stuk, ook zonder de verweten bekendmaking op internet, in de publiciteit zou zijn gekomen.

4.6.

De uitlatingen die [gedaagde] heeft gedaan vallen uiteen in een viertal categorieën:

  1. uitlatingen met betrekking tot het zwanendriften/het mishandelen van zwanen;

  2. de mishandeling van [gedaagde] ;

  3. uitlatingen met betrekking tot de jachtvergunningen van [eisers] ;

  4. e vergelijkingen met de leeuwenjacht en het slachten van lammeren.

In het navolgende zal per categorie worden beoordeeld of de uitlatingen van [gedaagde] al dan niet gerechtvaardigd zijn.

Uitlatingen met betrekking tot zwanendriften/mishandelen van zwanen

4.7.

Ter onderbouwing van zijn stelling dat [gedaagde] zich op onrechtmatige wijze uitlaat over het zwanendriften/het mishandelen van zwanen heeft [eisers] zich beroepen op de op 24 juli 2015, 28 juli 2015, 30 juli 2015 en 5 augustus 2015 door [gedaagde] op Facebook geplaatste berichten en op de op 14 juli 2015, 24 juli 2015 en 10 augustus 2015 door [gedaagde] op Twitter geplaatste berichten. Ter zitting heeft [eisers] zich op het standpunt gesteld dat hij geen bezwaar heeft tegen berichten over het zwanendriften zelf, maar dat hij – hangende de strafrechtelijke procedure en de besluitvorming met betrekking tot de ingediende motie voor een algeheel verbod op zwanendriften – niet in die berichten vermeld wenst te worden.

De bovenstaande berichten geven (samengevat) een beschrijving van eigen waarnemingen van [gedaagde] , met name in de jaren 2013 en 2014, die zij heeft vastgelegd met een camera. Daarbij gaat het voor zover hier van belang om het zich illegaal toeëigenen van zwanen door [eisers] , het illegaal tatoeëren van zwanen door [eisers] , het zelf leewieken van zwanen door [eisers] , het illegaal ringen van de zwanen door [eisers] , alsmede mededelingen over het onvoldoende handhavend optreden tegen het zwanendriften door de staatssecretaris en de NVWA. Mede tegen de achtergrond van de inhoud van de brief van 1 mei 2015 van de staatssecretaris, de inmiddels ingediende motie voor een algeheel verbod op zwanendriften, de door de NVWA aan [eiser sub 1] . oplegde last onder dwangsom voor het overtreden van de Wet dieren door eigenhandig knobbelzwanen te leewieken of te tatoeëren, het besluit tot intrekking van de ontheffing voor de ringplicht van gefokte zwanen van [eiser sub 1] . op grond van schending van de aan die ontheffing verbonden voorwaarden (bestaande uit het tatoeëren van nieuwe zwanen, het zich toeëigenen van uit het wild afkomstige zwanen, het houden van zwanen waarvoor geen ontheffing is afgegeven en het niet voeren van een administratie), de beslissing op bezwaar d.d. 14 juli 2015 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de erkenning van de zijde van de staatssecretaris dat [gedaagde] een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het in kaart brengen van het zwanendriften en dat door een omissie jarenlang onvoldoende handhavend is opgetreden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door [gedaagde] geplaatste berichten op zodanige wijze steun vinden in de feiten dat van onrechtmatigheid van die berichten naar voorlopig oordeel geen sprake is. Onder die omstandigheden acht de voorzieningenrechter dergelijke uitlatingen – ook hangende de strafrechtelijke procedure met betrekking tot het zwanendriften en de besluitvorming omtrent een algeheel verbod op zwanendriften – toelaatbaar en hoeft [gedaagde] zich daarvan niet te onthouden.

Het bericht op Twitter van 14 juli 2015, waarin [gedaagde] vermeldt dat [eisers] de zwanendrift beoefent onder werktijd en met instemming van de werkgever, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de door [eisers] overgelegde producties kan worden afgeleid dat een door de werkgever ingesteld onderzoek geen overtredingen aan het licht heeft gebracht en dat dit door middel van een artikel in het [dagblad] van [datum 2] aan het publiek bekend is gemaakt, hetgeen door [gedaagde] overigens niet is weersproken. Hoewel de mededeling van [gedaagde] op Twitter gelet op het voorgaande feitelijk onjuist is gebleken, betekent dit echter niet zonder meer dat die uitlating onrechtmatig is geweest jegens [eisers] . De door [gedaagde] geuite beschuldiging is immers veeleer gericht tegen de werkgever, zodat naar voorlopig oordeel niet valt in te zien dat de eer of goede naam van [eisers] hierdoor wordt aangetast.

Mishandeling van [gedaagde]

4.8.

Op 12 en 14 augustus 2015 heeft [gedaagde] op Facebook berichten geplaatst met betrekking tot (samengevat) het mediation-voorstel van de zijde van het Openbaar Ministerie, waarbij zij kanttekeningen plaatst met betrekking tot de wijze waarop wordt omgegaan met haar aangiftes tegen [eisers] . Op 12 augustus 2015 heeft [gedaagde] zich op Twitter uitgelaten over het mediation-voorstel en over de vraag of de strafzaak tegen [eiser sub 2] al dan niet geseponeerd is. Ter zitting heeft [gedaagde] in dit verband naar voren gebracht dat zij van mening is dat [eisers] valselijk aangifte tegen haar heeft gedaan van ‘stalken’, dat zij naar aanleiding daarvan lichtvaardig wordt vervolgd, dat politie en justitie onvoldoende rekening houden met haar verhaal en dat zij de berichten op Facebook en Twitter plaatst om die gang van zaken aan de kaak te stellen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze mededelingen in essentie slechts zien op [gedaagde] zelf en op haar ongenoegen over de wijze waarop wordt omgegaan met de aangiftes van mishandeling die zij tegen [eisers] heeft gedaan en dat deze derhalve op zichzelf niet onrechtmatig zijn jegens [eisers] . Dat [gedaagde] in het kader van die mededelingen de naam van [eisers] noemt leidt niet tot een ander oordeel. Dat partijen over en weer aangifte tegen elkaar hebben gedaan staat immers vast en datzelfde geldt voor de beslissingen om naar aanleiding van de aangiftes al dan niet tot vervolging over te gaan, dan wel een mediation-voorstel te doen. Voorshands valt dan ook niet in te zien op grond waarvan [gedaagde] haar mening over de gang van zaken met betrekking tot deze aangiftes niet openbaar zou mogen maken. Dat in de strafzaak tegen [eiser sub 1] . en in de aanhangig gemaakte artikel 12 Sv-procedures nog niet is beslist, maakt het voorgaande niet anders.

Jachtvergunningen

4.9.

In haar berichten op Twitter van 25 juli 2015 en op Facebook van 25 juli 2015 en 10 augustus 2015 heeft [gedaagde] (samengevat) vermeld dat zij zich ‘aangeschoten wild’ en ‘vogelvrij verklaard’ en dat zij zich bedreigd voelt door [eisers] en dat dit gevoel versterkt wordt zolang de jachtvergunning van [eisers] niet is ingetrokken en hij nog over wapens beschikt. Hoewel [gedaagde] ter zitting heeft erkend dat van bedreiging met een wapen door [eisers] geen sprake is geweest, is de voorzieningenrechter desondanks van oordeel dat de mededelingen van [gedaagde] op Facebook en Twitter jegens [eisers] voorshands niet onrechtmatig zijn. Het staat [gedaagde] immers vrij om zich over haar angst en haar gevoel van bedreiging uit te laten. Voorts heeft [gedaagde] ter zitting naar voren gebracht dat zij van mening is dat de enkele vervolging van [eisers] voor het zwanendriften ertoe zou moeten leiden dat zijn jachtvergunning moet worden ingetrokken. Gelet op de ruime mogelijkheden tot intrekking van deze vergunning op grond van de Wet Wapens en Munitie, is een dergelijke intrekking niet op voorhand onmogelijk, te meer nu niet valt uit te sluiten dat [eisers] zich jegens [gedaagde] aan één of meer strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Het door [gedaagde] ter zitting getoonde beeldmateriaal bevat aanwijzingen in die richting.Niet valt in te zien waarom zij dit standpunt niet via de sociale media aan het publiek kenbaar zou mogen maken. Bovendien beschuldigt zij [eisers] feitelijk niet van bedreiging met wapens, maar vermeldt zij dat haar gevoel van bedreiging wordt versterkt door de wetenschap dat [eisers] over een jachtvergunning beschikt. Dat op dit punt sprake is van onjuiste, onnodig grievende of anderszins onrechtmatige uitlatingen is dan ook voorshands onvoldoende aannemelijk geworden. Hetzelfde geldt met betrekking tot de verwijzing naar publicaties rondom [eiseres sub 3] in het [dagblad] en [het tijdschrift] en de daaruit door [gedaagde] overgenomen citaten. Mede in aanmerking genomen dat deze publicaties met instemming van [eiseres sub 3] openbaar zijn gemaakt, acht de voorzieningenrechter de verwijzing daarnaar door [gedaagde] voorshands niet onrechtmatig.

Vergelijkingen

4.10.

In haar berichten op Twitter van 2 augustus 2015 en op Facebook van 3 augustus 2015 vergelijkt [gedaagde] het zwanendriften met de leeuwenjacht in Afrika en legt zij daarbij een link met haar beschuldiging van mishandeling jegens [eiser sub 2] door het plaatsen van een foto. Genoegzaam is gebleken dat [gedaagde] van mening is dat zowel het zwanendriften als de leeuwenjacht moet worden aangemerkt als een vorm van dierenleed. Dat zij deze beide gedragingen met elkaar vergelijkt is op zichzelf niet onrechtmatig en het staat haar dan ook in beginsel vrij zich daarover in het openbaar uit te laten. Voor zover zij door het plaatsen van een foto een link legt met haar beschuldiging van mishandeling door [eisers] , is de voorzieningenrechter – mede onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 4.8. is overwogen – van oordeel dat dit een en ander geen onrechtmatigheid van de uitlatingen met zich meebrengt. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat [eiser sub 2] de mishandeling onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden, terwijl deze voorshands (in ieder geval ten dele) steun vindt in het voorhanden zijnde beeldmateriaal.

Voorts vergelijkt [gedaagde] het zwanendriften in haar bericht op Facebook van 18 augustus 2015 met het levend villen en mishandelen van lammeren. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het ook hier gaat om het vergelijken van twee praktijken die in de ogen van [gedaagde] als dierenleed moeten worden aangemerkt en die in beginsel toelaatbaar is. Bovendien wordt de naam van [eisers] in het betreffende bericht niet genoemd, zodat van een ongerechtvaardigde uitlating jegens hem geen sprake is.

Voor zover [gedaagde] in deze berichten beschrijvingen geeft van het zwanendriften en dit zwanendriften in verband brengt met [eisers] , verwijst de voorzieningenrechter naar hetgeen hierover in rechtsoverweging 4.7. is overwogen. Samengevat heeft in dit verband te gelden dat de uitlatingen van [gedaagde] over het zwanendriften op zodanige wijze steun vinden in het door haar verzamelde beeldmateriaal, dat van onrechtmatigheid van die uitlatingen voorshands onvoldoende is gebleken.

4.11.

Gelet op het voorgaande is naar voorlopig oordeel onvoldoende gebleken dat de door [gedaagde] op Facebook en Twitter over [eisers] gedane uitlatingen onjuist, onnodig grievend of anderszins onrechtmatig jegens hem zijn. Derhalve valt niet in te zien waarom [gedaagde] zich van dergelijke uitlatingen zou dienen te onthouden. Tegen de achtergrond van het voorgaande prevaleert dan ook de vrijheid van meningsuiting van [gedaagde] boven het belang van [eisers] bij het beschermen van zijn eer en goede naam en van die van personen om hem heen. Voor zover [eisers] nog heeft betoogd dat hij en zijn naasten als gevolg van de uitlatingen van [gedaagde] worden door bedreigd, leidt dit niet tot een ander oordeel, met name gelet op de aannemelijkheid van de door [gedaagde] gestelde feiten zoals weergegeven onder 4.7, nu het vooral deze feiten zijn die tot reacties van derden hebben geleid.

De vordering zoals vermeld in rechtsoverweging 3.1. onder (3)

4.12.

Nu uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat van ongerechtvaardigde uitlatingen aan de zijde van [gedaagde] vooralsnog geen sprake is, bestaat thans naar voorlopig oordeel evenmin aanleiding voor een gebod aan [gedaagde] om de op [eisers] betrekking hebbende publicaties op Facebook en Twitter te verwijderen en verwijderd te houden. Ook deze vordering wordt daarom afgewezen.

Proceskosten

4.13.

Nu de vorderingen van [eisers] worden afgewezen zal hij, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eisers] in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 1.101,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 285,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.

mvt