Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11841

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-09-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
C/09/494398 / JE RK 15-1584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en machtiging tot uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz

Zaaksgegevens: C/09/494398 / JE RK 15-1584

Datum uitspraak: 28 september 2015

Beschikking van de kinderrechter

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van de op 12 augustus 2015 en 22 september 2015 ingekomen verzoekschriften van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),

betreffende:

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats], hierna ook te noemen: [minderjarige],

belanghebbende jeugdige in deze procedure,

advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen, te Leiden.

De kinderrechter merkt verder als belanghebbenden aan:

[Dhr. A],

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

[Mevr. B.]

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- de verzoekschriften met bijlagen;

- de instemmingsverklaring d.d. 24 september 2015 van een gedragswetenschapper als

bedoeld in artikel 6.1.4, vierde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop

kort tevoren heeft onderzocht;

- het mailbericht d.d. 24 september 2015 van de zijde van de gecertificeerde instelling.

Op 28 september 2015 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn gehoord:

- [Mevr. C.] namens de gecertificeerde instelling;

- de moeder;

- [minderjarige], bijgestaan door zijn advocaat.

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de vader.

Feiten

- Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.

- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

- [minderjarige] verblijft feitelijk in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp de Horizon te

Harreveld.

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 31 maart 2015 de

ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 22 mei 2015 tot 22 mei 2016.

- Bij dezelfde beschikking d.d. 31 maart 2015 heeft de kinderrechter een machtiging

verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en

te doen verblijven van 31 maart 2015 tot 1 oktober 2015

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat

aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoeken en verweer

Op 10 augustus 2015 heeft de gecertificeerde instelling verzocht om verlening van een machtiging voor de duur van de ondertoezichtstelling om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen, te weten in Horizon Prisma te Harreveld. Zodra er plek is zal [minderjarige] van daaruit worden geplaats in Lucertis De Fjord, te Capelle aan den IIssel.

Op 24 september 2015 heeft de gecertificeerde instelling wegens nieuwe ontwikkelingen haar verzoekschrift gewijzigd. Thans wordt verzocht een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 22 september 2015 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is de jeugdige op te nemen. Tevens is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.

De gronden voor de verzoeken zijn gelegen in het navolgende. [minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis, waarbij voornamelijk in zijn eerste jaren levensjaren sprake was een onveilige leefsituatie. Door zijn impulsiviteit en ervaringen uit het verleden heeft [minderjarige] last van ernstige agressie- en emotieregulatie- en hechtingsproblematiek. Daarbij is [minderjarige] gediagnosticeerd op ODD en ADHD. De afgelopen periode heeft [minderjarige] een positieve ontwikkeling doorgemaakt waar hij binnen een gestructureerde en voorspelbare omgeving goed functioneert. De gecertificeerde instelling acht de gesloten plaatsing dan ook niet langer dan tot 30 september 2015 noodzakelijk. Het is belangrijk dat [minderjarige] verder leert in een open setting, waar hij meer prikkels en onvoorspelbaarheid te verwerken zal krijgen. Derhalve mag [minderjarige] een overstap maken naar de open groep Atlantis te Harreveld. Zodra er plek is, zal hij doorstromen naar de behandelsetting de Fjord waarbinnen hij verder zal blijven werken aan dezelfde doelen. Het is noodzakelijk dat [minderjarige] leert om zijn zelfcontrole over zijn agressieve gedrag te beheersen, sociale vaardigheden aanleert ter voorkoming van conflicten en dat zijn besef over gangbare normen en waarde wordt vergroot.

[minderjarige] is in augustus reeds overgeplaatst naar een open groep. Binnen deze groep hebben zich echter reeds verschillende incidenten voorgedaan waarin [minderjarige] buitenproportioneel verbaal agressief heeft gereageerd. Het is noodzakelijk dat de veiligheid op de groep te allen tijde wordt gewaarborgd. Wanneer [minderjarige] echter herhaaldelijk agressief gedrag binnen de open groep blijft tonen, komt deze veiligheid in het geding en kan hij op grond van de voorwaardelijke machtiging gesloten worden geplaatst. De voorwaardelijke machtiging tot uithuisplaatsing is aldus een stok achter de deur voor [minderjarige] om de positieve lijn in zijn ontwikkeling voort te zetten zodat hij optimaal kan profiteren van de geboden begeleiding.

De moeder heeft ingestemd met het verzochte.

[minderjarige] en zijn advocaat hebben geen verweer gevoerd en ingestemd met het verzochte.

Beoordeling

De kinderrechter overweegt als volgt. Het is de bedoeling dat [minderjarige] de komende periode nog in Horizon Prisma in Harreveld blijft en dat hij wordt overgeplaatst naar Lucertis De Fjord in Capelle aan den IJssel zodra er een plek vrijkomt. Zowel aan zijn verblijf in Horizon Prisma als aan het verblijf in Lucertis De Fjord moet een machtiging tot plaatsing ten grondslag liggen. Een voorwaardelijke machtiging tot gesloten plaatsing voldoet daartoe niet, nu deze immers wordt verleend ter machtiging van een onzekere toekomstige gesloten plaatsing en niet als grondslag voor een directe plaatsing van een andere vorm van uithuisplaatsing. Derhalve heeft de kinderrechter - met instemming van de gecertificeerde instelling en de belanghebbenden - zowel het oorspronkelijke als het gewijzigde verzoekschrift behandeld.

Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die is belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden.

De kinderrechter is van oordeel dat aan bovenstaande vereisten is voldaan. Bij [minderjarige] is er sprake van ernstige externaliserende problematiek waarbinnen zijn agressie vaak centraal staat. Omdat [minderjarige] binnen de gesloten kaders zijn doelen heeft behaald, is het gesloten verblijf van weinig toegevoegde waarde voor zijn leerproces. De kinderrechter vindt het daarom van belang dat de hulpverlening in een open groep wordt voortgezet. [minderjarige] heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om zijn verblijf bij Atlantis succesvol af te ronden zodat hij kan doorstromen naar de Fjord. De kinderrechter overweegt dat door strenge en duidelijke voorwaarden, welke zijn opgenomen in het hulpverleningsplan, [minderjarige] extra kan worden gemotiveerd om zijn agressie onder controle te houden en daarmee kan voorkomen dat zijn gedrag de veiligheid van de groep in gevaar brengt. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting neemt de kinderrechter redelijkerwijs aan dat [minderjarige] deze voorwaarden zal naleven.

Gelet op hetgeen uit het dossier en de terechtzitting naar voren is gekomen is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn.

Voorts vindt de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging voor de duur van zes maanden geïndiceerd. Daarbij is het noodzakelijk dat het verblijf van [minderjarige] in de open groep wordt geformaliseerd. De kinderrechter zal de gewone machtiging tot uithuisplaatsing dan ook verlenen.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder van 28 september 2015 tot 22 mei 2016, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;

en

verleent een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 28 september 2015 tot uiterlijk 28 maart 2016, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte hulpverleningsplan zijn gesteld en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van C.M.M. van Leeuwen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2015.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.