Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11657

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-09-2015
Datum publicatie
09-10-2015
Zaaknummer
09/820279-13 (dagvaarding I) en 09/144797-15 (dagvaarding II)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

“Verdachte is onder meer veroordeeld tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens het begaan van een groot aantal oplichtingen van personen en bedrijven gedurende een periode van ongeveer twee jaren.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/820279-13 (dagvaarding I) en 09/144797-15 (dagvaarding II)

Datum uitspraak: 22 september 2015

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 8 september 2015.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Baas en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. B.A.F. van Drimmelen, advocaat te Hilversum, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

dagvaarding I

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 december 2012 tot en met 21 mei 2013 te Den Hoorn, gemeente Midden-Delfland, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één of meer geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 16.000 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te hebben gebracht door gebruik te maken van een pinpas met pincode (horende bij bankrekeningnummer [rekeningnummer] ), tot welk gebruik hij, verdachte, niet gerechtigd was en/of geen toestemming had, in elk geval door gebruik te maken van een valse sleutel;

2.

hij op of omstreeks 17 mei 2013 te Rijswijk met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere schoonmaakartikelen (met een waarde van in totaal 651,75 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de [bedrijf 1] te Den Hoorn) en/of op naam van [bedrijf 1] een factuur laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft, waardoor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2013 tot en met 7 oktober 2013 te Rijswijk, in elk geval in Nederland, opzettelijk meerdere schoonmaakartikelen (met een waarde van in totaal 651,75 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als koper (op factuur/rekening), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij op of omstreeks 14 april 2013 te Aalsmeer met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van voedsel en/of drinken (met een totale waarde van 500 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 1] te Den Hoorn) en/of op naam van [bedrijf 1] een factuur/rekening laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft, waardoor [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 augustus 2012 tot en met 21 augustus 2012 te 's-Gravenhage (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van voedsel en/of drinken en/of sigaretten (met een totale waarde van 259,65 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (telkens) voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 2] te 's-Gravenhage) en/of de afspraak gemaakt met [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] dat hij, verdachte, de openstaande rekening(en) (via de bankrekening van [bedrijf 2] ) zou overmaken naar de bankrekening van [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] (wat hij, verdachte, niet heeft gedaan), waardoor [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 augustus 2012 tot en met 25 september 2012 te 's-Gravenhage en/of te Amersfoort, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten één of meerdere limousinerit(ten) (met een totale waarde van 1245 euro), in elk geval van enige dienst, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (telkens) voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 2] te 's-Gravenhage) en/of op naam van [bedrijf 2] één of meerdere factu(u)r(en) laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft, waardoor [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op of omstreeks 12 juni 2013 te Boven-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van een schoonmaaksysteem (met kenteken [kenteken] ) (met een totale waarde van 10.310,66 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 3] te Schiphol-Rijk) en/of op naam van [bedrijf 3] een factuur laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft (terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 11] (voor het overschrijven van het kenteken van het schoonmaaksysteem op naam van [bedrijf 3] ) had medegedeeld dat hij, verdachte, het aankoopbedrag op de factuur reeds had overgemaakt), waardoor [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 juni 2011 tot en met 1 november 2013 te Amsterdam en/of 's-Gravenhage en/of Lisse en/of Amersfoort en/of Almere, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Koninklijke KPN B.V. heeft bewogen tot de afgifte van een (groot) aantal (zakelijke) gsm abonnementen (met bijbehorende gsm toestellen) (te weten ongeveer 39 abonnementen en/of 37 toestellen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (telkens) voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 1] te Den Hoorn en/of [bedrijf 3] te Den Hoorn en/of [bedrijf 4] te Blaricum en/of [bedrijf 5] te ’s-Gravenhage en/of [bedrijf 6] te Hilversum en/of [bedrijf 7] te Almere) en/of op naam van (een van) die bedrijven dat/die (zakelijke) gsm abonnement(en) afgesloten en/of (daarbij) een bankrekeningnummer voor automatische incasso opgegeven, waardoor Koninklijke KPN B.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2013 tot en met 14 november 2013 te Delft en/of Bussum en/of Hilversum en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, T-Mobile heeft bewogen tot de afgifte van een (groot) aantal (zakelijke) gsm abonnementen (met bijbehorende gsm toestellen) (te weten ongeveer 17 abonnementen en/of 10 toestellen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (telkens) voorgedaan als bonafide ondernemer en/of kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 8] te 's-Gravenhage en/of [bedrijf 4] te Blaricum en/of [bedrijf 1] te Den Hoorn) en/of op naam van (een van) die bedrijven dat/die (zakelijke) gsm abonnement(en) afgesloten en/of (daarbij) een bankrekeningnummer voor automatische incasso opgegeven, waardoor T-Mobile werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

dagvaarding II

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2013 tot en met 01 december 2013 in de gemeente Zandvoort, althans in Nederland, een- of meerma(a)l(en) (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 12] (telkens) heeft bewogen tot het verlenen van een dienst en/of tot het aangaan van een schuld (te weten schoonmaakwerkzaamheden op grond van een arbeidsovereenkomst), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als goed en/of betrouwbaar werkgever en/of

- ( daarbij) een arbeidsovereenkomst (schoonmaakwerk) met die [slachtoffer 12] aangegaan (waarin onder meer is overeengekomen dat medewerkster [slachtoffer 12] telkens voor het einde van de loonperiode uitbetaald krijgt) en/of (middels de aan die [slachtoffer 12] voorgelegde arbeidsovereenkomst) doen voorkomen dat Schoonmaakbedrijf de " [bedrijf 1] " was gevestigd aan de [adres] te Den Hoorn en/of rechtsgeldig stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en/of

-(telkens) (via de zoon van die [slachtoffer 12] ) gezegd/medegedeeld/doen voorkomen dat het salaris van die [slachtoffer 12] (van juni, augustus, september, oktober en/of november 2013) zal worden overgeboekt/overgemaakt en/of dat het salaris (snel) zal worden geregeld en/of dat het salaris naar een andere/verkeerde rekening was overgeboekt en/of dat nog geen salaris was overgemaakt wegens

ontbreken van een factuur en/of het salaris wordt overgeboekt als het er opstaat en/of dat het salaris nog niet is overgeboekt doordat (zijn) klanten (hem) niet betalen en/of dat hij, verdachte, geld gaat lenen bij de bank en dan (salaris) zal storten en/of dat een loonstrook aan die [slachtoffer 12] zou worden gegeven en/of aan account was gevraagd om een loonstrook te regelen,

waardoor die [slachtoffer 12] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven verlening van een dienst of aangaan van een schuld;

en/of

" [bedrijf 1] ." en/of " [bedrijf 3] " in of omstreeks de periode van 01 juni 2013 tot en met 01 december 2013 in de gemeente Zandvoort, althans in Nederland, een- of meerma(a)l(en) (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 12] (telkens) heeft/hebben bewogen tot het verlenen van een dienst en/of tot het aangaan van een schuld (te weten schoonmaakwerkzaamheden op grond van een arbeidsovereenkomst), hebbende " [bedrijf 1] " en/of " [bedrijf 3] " met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als goed en/of betrouwbaar werkgever en/of

- ( daarbij) een arbeidsovereenkomst (schoonmaakwerk) met die [slachtoffer 12] aangegaan (waarin onder meer is overeengekomen dat medewerkster [slachtoffer 12] telkens voor het einde van de loonperiode uitbetaald krijgt) en/of (middels de aan die [slachtoffer 12] voorgelegde arbeidsovereenkomst) doen voorkomen dat Schoonmaakbedrijf de " [bedrijf 1] " was gevestigd aan de [adres] te Den Hoorn en/of rechtsgeldig stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en/of

-(telkens) (via de zoon van die [slachtoffer 12] ) gezegd/medegedeeld/doen voorkomen dat het salaris van die [slachtoffer 12] (van juni, augustus, september, oktober en/of november 2013) zal worden overgeboekt/overgemaakt en/of dat het salaris (snel) zal worden geregeld en/of dat het salaris naar een andere/verkeerde rekening was overgeboekt en/of dat nog geen salaris was overgemaakt wegens

ontbreken van een factuur en/of het salaris wordt overgeboekt als het er opstaat en/of dat het salaris nog niet is overgeboekt doordat de klanten niet betalen en/of dat er geld geleend gaat worden bij de bank en dan (salaris) zal worden gestort en/of dat een loonstrook aan die [slachtoffer 12] zou worden gegeven en/of aan account was gevraagd om een loonstrook te regelen,

waardoor die [slachtoffer 12] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven verlening van een dienst of aangaan van een schuld,

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte ( [verdachte] ) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte ( [verdachte] ) (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Verdachte heeft in een periode van ruim twee jaren van een groot aantal personen en/of bedrijven goederen en diensten afgenomen, voor welke goederen en diensten hij, ondanks de toezeggingen daartoe, telkens niet of slechts deels heeft betaald.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of het handelen van verdachte telkens kan worden gekwalificeerd als oplichting en in het bijzonder of het handelen van verdachte kan worden gekwalificeerd als het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (dagvaarding I feiten 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 en dagvaarding II). Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij in de periode van 15 december 2012 tot en met 21 mei 2013 in totaal ongeveer € 16.000,- van zijn toenmalige vriendin heeft gestolen door middel van gebruikmaking van haar pinpas met pincode (dagvaarding I feit 1). Verdachte heeft erkend dat hij wel eens geld van de bankrekening van zijn toenmalige vriendin heeft gepind. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of daarbij ook sprake is geweest van diefstal.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van de bij dagvaarding I onder 1 ten laste gelegde diefstal dient te worden vrijgesproken, omdat verdachte en aangeefster T.S. Koop een relatie met elkaar hadden en het onvoldoende duidelijk is of verdachte de geldbedragen telkens daadwerkelijk zonder medeweten van aangeefster van haar bankrekening heeft gepind en in hoeverre hij die geldbedragen van aangeefster heeft gestolen. De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de bij dagvaarding I en II ten laste gelegde oplichtingen heeft begaan, doordat hij zich telkens in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide en kredietwaardige ondernemer dan wel betrouwbaar werkgever (het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit) die de rekeningen en het loon wilde en zou gaan betalen en derhalve telkens een valse hoedanigheid heeft aangenomen waardoor de aangevers tot afgifte van goederen dan wel diensten werden bewogen.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie gepleit tot vrijspraak van het bij dagvaarding I onder 1 ten laste gelegde feit. De raadsvrouw heeft voorts bepleit verdachte van de bij dagvaarding I ten laste gelegde oplichtingen vrij te spreken. Hiertoe heeft zij ten eerste aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide en kredietwaardige ondernemer. Verdachte was daadwerkelijk ondernemer en er kan niet worden vastgesteld dat hij niet kredietwaardig was. Hij had derhalve geen valse hoedanigheid aangenomen. Verdachte heeft nog altijd de intentie om de openstaande rekeningen te betalen, aldus de raadsvrouw. Mocht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen verklaren dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide en kredietwaardige ondernemer, dan heeft de raadsvrouw subsidiair bepleit verdachte van de bij dagvaarding I ten laste gelegde oplichtingen vrij te spreken, omdat het vaste jurisprudentie is dat dit enkele gegeven geen valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert en zich geen bijkomende omstandigheden hebben voorgedaan. De raadsvrouw heeft als laatste bepleit verdachte tevens van het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit vrij te spreken, omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als goed/betrouwbaar werkgever. Verdachte heeft wel degelijk salaris betaald aan aangeefster en er is een andere maand salaris uitgekeerd aan aangeefster door de VVE die dat bedrag heeft verrekend met hun betaling aan het bedrijf van verdachte. Volgens de raadsvrouw betreft deze zaak een civiel-/arbeidsrechtelijke kwestie en levert dit geen oplichting in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

3.4.1

Feit 1 dagvaarding I

Met de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het bij dagvaarding I onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, nu op grond van het dossier onvoldoende duidelijk is dat verdachte zich de geldbedragen daadwerkelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend. Verdachte zal derhalve van dit feit worden vrijgesproken.

3.4.2

Feiten 2 tot en met 8 dagvaarding I en dagvaarding II

3.4.2.1 Vaststaande feiten

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.1

dagvaarding I feit 2

Verdachte heeft op 17 mei 2013 voor zijn schoonmaakbedrijf [bedrijf 1] in totaal voor € 651,75 aan schoonmaakartikelen op rekening gekocht bij groothandel [slachtoffer 2] te Rijswijk, welke artikelen verdachte direct heeft meegenomen. Van de artikelen is een factuur opgemaakt op naam van het schoonmaakbedrijf van verdachte welke aan verdachte is meegegeven. Hierbij is verdachte medegedeeld dat de factuur binnen dertig dagen na afname dient te zijn voldaan. Verdachte heeft de factuur niet betaald.2

dagvaarding I feit 3

Verdachte heeft op 14 april 2013 met een groep van 15 personen in totaal voor € 500,- op rekening van zijn bedrijf [bedrijf 1] gegeten en gedronken bij [slachtoffer 4] te Aalsmeer. Hiervan is een rekening opgemaakt welke ter attentie van verdachte naar het bedrijf [bedrijf 1] is gestuurd. Verdachte heeft de rekening niet betaald.3

dagvaarding I feit 4

Verdachte heeft op 20 augustus 2012 en 21 augustus 2012 in totaal voor € 259,65 op rekening van zijn zaak [bedrijf 2] gegeten en gedronken en sigaretten gekocht bij [slachtoffer 6] te Den Haag. Met de eigenaar van het restaurant heeft verdachte bij het bestellen de afspraak gemaakt dat hij de openstaande rekeningen naar de bankrekening van het restaurant zou overmaken. Verdachte heeft de openstaande rekeningen niet betaald.4

dagvaarding I feit 5

Op 24 augustus 2012, 26 augustus 2012 en 24 september 2012 zijn door [slachtoffer 8] te Amersfoort op rekening limousineritten met een totale waarde van € 1.245,- voor verdachte verzorgd, welke limousineritten door verdachte vooraf bij dochteronderneming [slachtoffer 8] waren gereserveerd. De facturen hiervan zijn naar het door verdachte opgegeven factuuradres van [bedrijf 2] gestuurd. Voor de facturen geldt een betalingstermijn van veertien dagen. Verdachte heeft de facturen niet betaald.5

dagvaarding I feit 6

Verdachte heeft op 12 juni 2013 voor zijn schoonmaakbedrijf [bedrijf 3] een schoonmaaksysteem ter waarde van € 10.310,66 gekocht bij [slachtoffer 10] te Boven Leeuwen. Begin juni 2013 had de eigenaar [slachtoffer 11] op verzoek van verdachte reeds een offerte voor het schoonmaaksysteem opgesteld. Verdachte is akkoord gegaan met de prijs en de levering. Op 12 juni 2013 is er een factuur op naam van [bedrijf 3] opgemaakt en is het kenteken van het schoonmaaksysteem overgeschreven op naam van het schoonmaakbedrijf van verdachte. Op 20 september 2013 heeft verdachte een bedrag van € 50,- betaald. Het overige deel van de factuur heeft hij niet betaald.6

dagvaarding I feit 7

Verdachte heeft in de periode van 24 juni 2011 tot en met 1 november 2013 op naam van verschillende van zijn bedrijven in totaal 39 zakelijke gsm abonnementen afgesloten bij verschillende telecom providers van het moederbedrijf Koninklijke KPN BV. Hierbij zijn in totaal 37 gsm toestellen aan verdachte verstrekt. Verdachte heeft bij de afsluiting van de abonnementen telkens het bankrekeningnummer van het betreffende bedrijf voor automatische incasso opgegeven. Van één van de abonnementen is incasso van één van de in totaal vier rekeningen gelukt. Bij de overige abonnementen is automatische incasso in het geheel niet mogelijk geweest en is betaling uitgebleven.7

dagvaarding I feit 8

Verdachte heeft in de periode van 17 januari 2013 tot en met 14 november 2013 op naam van verschillende van zijn bedrijven in totaal 17 zakelijke gsm abonnementen afgesloten bij T-Mobile. Hierbij zijn in totaal 12 gsm toestellen aan verdachte verstrekt.

Verdachte heeft bij de afsluiting van de abonnementen telkens het bankrekeningnummer van het betreffende bedrijf voor automatische incasso opgegeven, waarna automatische incasso onmogelijk bleek. Betaling van de rekeningen is grotendeels uitgebleven.8

dagvaarding II

Op 1 juni 2013 is aangeefster [slachtoffer 12] na een gesprek met verdachte op diezelfde datum middels een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als schoonmaakster in dienst getreden bij [bedrijf 1] , een bedrijf van verdachte. Het salaris dat is overeengekomen bedroeg € 901,50 bruto per maand. Volgens de arbeidsovereenkomst zou het salaris telkens worden uitbetaald voor het einde van de loonperiode. Aangeefster heeft tot 27 november 2013 voor het bedrijf van verdachte gewerkt. Met uitzondering van de maand juli 2013 is door verdachte geen loon aan aangeefster uitbetaald.9

3.4.2.2 Valse hoedanigheid

3.4.2.2.1 Bonafide ondernemer/werkgever

De rechtbank ziet zich ten eerste voor de vraag gesteld of verdachte zich telkens ten tijde van het aangaan van de koop- dan wel dienstverleningsovereenkomst in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide en kredietwaardige ondernemer dan wel werkgever die wilde en zou gaan betalen.

De rechtbank stelt hierbij voorop dat verdachte, met uitzondering van het bij dagvaarding I onder 6 ten laste gelegde feit, telkens betalingsverplichtingen is aangegaan waarbij het gebruikelijk is dat betaling ofwel onmiddellijk ofwel achteraf middels een factuur, overboeking of middels machtiging geschiedt. Door het vermelden van zijn bedrijfsnaam en door te handelen vanuit zijn hoedanigheid als ondernemer en uit naam van zijn bedrijf heeft hij bij de aangevers telkens het vertrouwen gewekt dat hij kredietwaardig was en dat de rekeningen zouden worden betaald.

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 2 ten laste gelegde feit heeft verdachte zich via de internetsite van [slachtoffer 2] aangemeld en daarbij de gegevens van zijn bedrijf [bedrijf 1] vermeld. Deze gegevens zijn door [slachtoffer 2] gecontroleerd en bleken in orde te zijn.10 Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 3 ten laste gelegde feit heeft verdachte voorafgaand aan het dineren afgesproken dat de rekening naar zijn bedrijf [bedrijf 1] zou worden gestuurd en heeft hij in het restaurant een uitdraai van de gegevens van zijn bedrijf van de Kamer van Koophandel overgelegd alsmede een visitekaartje waarop stond dat hij de directeur was van het bedrijf.11 Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 4 ten laste gelegde feit heeft verdachte beide keren bij het bestellen aangegeven dat hij het geld via de bankrekening van zijn bedrijf [bedrijf 2] naar de bankrekening van [slachtoffer 6] wilde overmaken en heeft hij een visitekaartje van zijn bedrijf aan de eigenaar overgelegd, waarop onder de naam van verdachte ‘directie’ stond vermeld.12 Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 5 ten laste gelegde feit heeft verdachte als correspondentie e-mailadres en factuuradres de adressen van zijn bedrijf [bedrijf 2] opgegeven13 en met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 7 en 8 ten laste gelegde feiten heeft hij de gsm abonnementen telkens op naam van verschillende van zijn bedrijven afgesloten en kopieën van de uittreksels van zijn bedrijven van de Kamer van Koophandel overgelegd.14 Met betrekking tot het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit is verdachte, zoals hiervoor reeds vastgesteld, als eigenaar van zijn bedrijf de arbeidsovereenkomst met aangeefster aangegaan.

Voorts blijkt uit het dossier dat verdachte met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 2 tot en met 6 en dagvaarding II ten laste gelegde feiten omtrent het uitblijven van de betalingen tal van niet nagekomen toezeggingen aan aangevers heeft gedaan, smoezen en excuses heeft verteld en uiteindelijk niet meer bereikbaar en/of traceerbaar was.

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 2 ten laste gelegde feit heeft aangeefster op 21 mei 2013 met verdachte gebeld en gevraagd naar de betaling van de factuur. Verdachte deelde mee dat hij alleen nog maar de tancodes moest invoeren en de betaling dan zou zijn gedaan. Toen de betaling daarna uitbleef, heeft aangeefster drie brieven naar het bedrijf van verdachte gestuurd met het verzoek de factuur te betalen. Hierop werd niet gereageerd. Aangeefster heeft geprobeerd het bedrijf te bellen, maar zij kreeg geen gehoor meer.15 Verdachte heeft bevestigd dat hij aangeefster heeft gesproken en dat hij tegen haar had gezegd dat hij nog enkel de tancodes moest invoeren. Hij heeft verklaard dat het een stukje uitstel betrof. Ook heeft hij verklaard dat hij een mail van Haagclean had gekregen met het verzoek te betalen. Tijdens het verhoor op 22 november 2013 heeft verdachte verklaard dat hij voor 15 december 2013 de rekening van [slachtoffer 2] wilde gaan betalen.16

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 3 ten laste gelegde feit heeft aangeefster op 16 april 2013 de rekening naar het bedrijf van verdachte gestuurd. Toen zij deze twee weken later terug kreeg heeft zij geprobeerd contact op te nemen met het bedrijf en met verdachte. Zij kreeg geen reactie. Op de avond van het etentje had zij ter controle het telefoonnummer dat op het visitekaartje stond gebeld in het bijzijn van verdachte. Toen klopte dat telefoonnummer wel.17 Verdachte heeft hierover op 23 november 2013 verklaard dat hij begrijpt dat er een rekening openstaat en dat hij die voor 20 december 2013 gaat betalen.18

Met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten hebben aangevers telefonisch met verdachte gesproken. Verdachte gaf daarbij aan dat hij de rekening zou gaan betalen. Kort daarna konden zij geen telefonisch contact meer met hem krijgen.19

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 6 ten laste gelegde feit had verdachte weliswaar niet van te voren bewerkstelligd dat hij achteraf kon betalen, maar had hij voorafgaand aan de levering van het schoonmaaksysteem aan aangever telefonisch medegedeeld dat hij het geld van de factuur reeds had overgemaakt. Kort daarna merkte aangever dat het factuurbedrag nog niet was bijgeschreven op zijn zakelijke bankrekening. Vanaf die dag heeft hij diverse malen contact met verdachte over de betaling gehad, hetzij telefonisch hetzij middels Whatsapp. Verdachte vertelde telkens weer een ander excuus. Hij verklaarde dat hij het had overgemaakt en dat hij het zou controleren, vervolgens zei hij dan dat er iets niet goed was gegaan. Ook vertelde hij dat hij iemand had gevonden die een deel zou aanbetalen en vervolgens zou de accountant het gaan regelen. In september 2013 heeft aangever zijn zus contact met verdachte laten opnemen. Verdachte zei toe een aanbetaling van € 500,- te gaan doen. Dezelfde dag had verdachte slechts € 50,- overgemaakt. Vervolgens verzon verdachte wederom allerlei excuses over het uitblijven van de betaling. 20

Ook voor het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit geldt dat verdachte tal van smoezen en excuses vertelde over het uitblijven van de betaling van in dit geval het loon. De zoon van aangeefster heeft telkens via Whatsapp aan verdachte gevraagd waarom de betalingen van het loon uitbleven. Verdachte gaf dan aan dat er problemen met de bank waren of dat hij het salaris naar de verkeerde rekening had overgeboekt. Na veelvuldig aandringen door de zoon van aangeefster heeft verdachte uiteindelijk het loon van de maand juli 2013 overgemaakt. Het loon van de maand juni 2013 had aangeefster reeds van de vereniging van eigenaren, die het bedrijf van verdachte in dienst had genomen, ontvangen en de vereniging zou dat met verdachte verrekenen. Na juli 2013 heeft de zoon van aangeefster nog veelvuldig contact met verdachte gehad over het uitblijven van de betalingen. Verdachte gaf aan dat hij problemen had doordat klanten hem niet betaalden, dat hij geld zou gaan lenen en het dan zou storten en dat hij een aanvraag had gedaan bij de bank. Verdachte gaf telkens aan dat hij het zou oplossen en dat het geregeld zou worden. Ook deelde verdachte desgevraagd mee dat hij een loonstrook aan aangeefster zou geven en dat hij aan de accountant had gevraagd die loonstrook te regelen.21

Bij beide aangiften (dagvaarding I onder 6 en dagvaarding II) geldt dat aangevers uiteindelijk geen telefonisch contact meer met verdachte konden krijgen.22

Op grond van vorenstaande gedragingen van verdachte, te weten het patroon van het aangaan van een overeenkomst met uitgestelde betaling, het achteraf excuses en smoezen vertellen over het uitblijven van de betaling en het uiteindelijk niet meer bereikbaar zijn, gaat de rechtbank er met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 2 tot en met 6 en dagvaarding II ten laste gelegde feiten van uit dat verdachte de betalingsverplichtingen met aangevers is aangegaan zonder dat hij de intentie had die na te komen. De rechtbank betrekt hierbij ook het gegeven dat verdachte op 22 november 2013, naar aanleiding van de vraag hoe het kan dat hij vaker rekeningen niet betaalt, heeft verklaard dat hij geen geld heeft.23 Dit geldt tevens voor de bij dagvaarding I onder 7 en 8 ten laste gelegde feiten. Het aangaan van in totaal 56 gsm abonnementen waarvan de rekeningen niet konden worden geïncasseerd valt naar het oordeel van de rechtbank tevens binnen dit patroon. Derhalve had verdachte telkens bij het aangaan van de koop- en dienstverleningsovereenkomsten het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling en acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich telkens opzettelijk in strijd met de waarheid heeft voorgedaan als bonafide en kredietwaardige ondernemer dan wel als goed en betrouwbaar werkgever, die zijn verplichtingen wel zou en wilde nakomen. Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 6 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw ter terechtzitting bepleit dat verdachte aan haar heeft medegedeeld dat het niet juist is dat hij voorafgaand aan de levering van het schoonmaaksysteem aangever had medegedeeld dat hij de factuur reeds had betaald. Mede bezien in het licht van het vervolg op het uitblijven van de betaling en het patroon in het handelen van verdachte, ziet de rechtbank echter geen aanleiding aan de verklaring van aangever op dit punt te twijfelen.

3.4.2.2.2 Bijkomende omstandigheden

Het is vaste jurisprudentie dat het enkele zich voordoen als bonafide ondernemer/werkgever niet zonder meer het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht oplevert. Er dient zich een bijkomende omstandigheid te hebben voorgedaan waaruit die valse hoedanigheid volgt.

Met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft verdachte als factuuradres van [bedrijf 1] de [adres] te Den Hoorn opgegeven. Het bedrijf van verdachte bleek aldaar echter niet te zijn gevestigd. Aangeefster [slachtoffer 3] kreeg naar aanleiding van de door haar gestuurde betalingsherinneringen een e-mailbericht waaruit dit bleek en aangeefster [slachtoffer 5] ontving de rekening retour, waarbij op de envelop stond geschreven ‘persoon onbekend’.24 Daarnaast had verdachte op de avond van het eten in het restaurant van [slachtoffer 5] , zoals reeds hiervoor overwogen, een telefoonnummer opgegeven die op dat moment wel bereikbaar was, maar kort daarna niet meer. Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 5 ten laste gelegde feit heeft verdachte een factuuradres opgegeven waar de factuur niet kon worden bezorgd25 en met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 6 ten laste gelegde feit had verdachte, zoals reeds hiervoor overwogen, voorafgaand aan de levering van het schoonmaaksysteem aangever medegedeeld dat hij de factuur reeds had betaald terwijl dit niet zo bleek te zijn.26 Voorts heeft verdachte met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 7 en 8 ten laste gelegde feiten, zoals reeds onder 3.4.2.1 vastgesteld, telkens bankrekeningnummers voor automatische incasso opgegeven, waarna, met uitzondering van één keer, niet bleek te kunnen worden geïncasseerd.

Deze omstandigheden (leugens en onwaarheden) in combinatie met het zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide en kredietwaardige ondernemer leveren naar het oordeel van de rechtbank telkens het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op.

Voorts kan tevens sprake zijn van een valse hoedanigheid indien naast het zich voordoen als een bonafide ondernemer/werkgever tevens misbruik wordt gemaakt van een in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon (zie o.a. de conclusie van mr. Vegter bij HR 13 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX0806). Van belang is het verwachtingspatroon dat wordt gevormd door de algemeen aanvaarde gebruiken in de betreffende branche of sector in het maatschappelijk verkeer.

Met betrekking tot het bij dagvaarding I onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank misbruik gemaakt van het in het maatschappelijke verkeer geldende verwachtingspatroon dat iemand die in een restaurant eet en drinkt, nadien ook de rekeningen betaalt. Met betrekking tot het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank misbruik gemaakt van het in het maatschappelijk verkeer geldende verwachtingspatroon dat een werkgever aan het eind van de loonperiode ook daadwerkelijk het loon heeft uitbetaald.

Ook hier geldt derhalve dat de gedragingen van verdachte meer omvatten dan het enkel zich voordoen als bonafide ondernemer/werkgever en levert ook dit het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op.

3.4.2.3 Conclusie

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling door het aannemen van een valse hoedanigheid de aangevers telkens heeft bewogen tot afgifte van goederen of tot het verlenen van diensten en dat hij derhalve de bij dagvaarding I onder 2 tot en met 8 en dagvaarding II ten laste gelegde oplichtingen heeft begaan.

Met betrekking tot het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit merkt de rechtbank op dat dit feit cumulatief/alternatief is ten laste gelegd. Onder het eerste cumulatief/alternatief is ten laste gelegd dat verdachte de oplichting heeft begaan en onder het tweede cumulatief/alternatief is ten laste gelegd dat het bedrijf van verdachte de oplichting heeft begaan en dat verdachte daartoe als feitelijk leidinggevende opdracht heeft gegeven dan wel daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. De rechtbank acht in dit geval het eerste cumulatief/alternatief het meest passend en zal daarom verdachte van het tweede cumulatief/alternatief vrij spreken.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

dagvaarding I

2 primair

hij op 17 mei 2013 te Rijswijk met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere schoonmaakartikelen (met een waarde van in totaal 651,75 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 1] te Den Hoorn) en op naam van [bedrijf 1] een factuur laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft, waardoor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op 14 april 2013 te Aalsmeer met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van voedsel en drinken (met een totale waarde van 500 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 1] te Den Hoorn) en op naam van [bedrijf 1] een rekening laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft, waardoor [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 20 augustus 2012 tot en met 21 augustus 2012 te 's-Gravenhage met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid Restaurant [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van voedsel en drinken en sigaretten (met een totale waarde van 259,65 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich telkens voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 2] te 's-Gravenhage) en de afspraak gemaakt met [slachtoffer 7] dat hij, verdachte, de openstaande rekeningen via de bankrekening van [bedrijf 2] zou overmaken naar de bankrekening van Restaurant [slachtoffer 6] , wat hij, verdachte, niet heeft gedaan, waardoor Restaurant [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 24 augustus 2012 tot en met 25 september 2012 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten meerdere limousineritten (met een totale waarde van 1.245 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich telkens voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 2] te 's-Gravenhage) en op naam van [bedrijf 2] facturen laten opstellen, welke hij, verdachte, niet betaald heeft, waardoor [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op 12 juni 2013 te Boven-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van een schoonmaaksysteem met kenteken [kenteken] (met een totale waarde van 10.310,66 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 3] te Schiphol-Rijk) en op naam van [bedrijf 3] een factuur laten opstellen welke hij, verdachte, niet betaald heeft terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 11] voor het overschrijven van het kenteken van het schoonmaaksysteem op naam van [bedrijf 3] had medegedeeld dat hij, verdachte, het aankoopbedrag op de factuur reeds had overgemaakt, waardoor [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

7.

hij op tijdstippen in de periode van 24 juni 2011 tot en met 1 november 2013 te Amsterdam en 's-Gravenhage en Lissen en Amersfoort en Almere, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, Koninklijke KPN B.V. heeft bewogen tot de afgifte van een groot aantal zakelijke gsm abonnementen met bijbehorende gsm toestellen (te weten 39 abonnementen en 37 toestellen), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich telkens voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 1] te Den Hoorn en/of [bedrijf 3] te Den Hoorn en/of [bedrijf 4] te Blaricum en/of [bedrijf 5] te ’s-Gravenhage en/of [bedrijf 6] te Hilversum en/of [bedrijf 7] te Almere) en op naam van die bedrijven die zakelijke gsm abonnementen afgesloten en daarbij een bankrekeningnummer voor automatische incasso opgegeven, waardoor Koninklijke KPN B.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

hij op tijdstippen in de periode van 17 januari 2013 tot en met 14 november 2013 te Delft en Bussum en Hilversum en Amsterdam, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid T-Mobile heeft bewogen tot de afgifte van een groot aantal zakelijke gsm abonnementen met bijbehorende gsm toestellen (te weten ongeveer 17 abonnementen en 10 toestellen), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich telkens voorgedaan als bonafide ondernemer en kredietwaardige ondernemer (onder de naam [bedrijf 8] te 's-Gravenhage en/of [bedrijf 4] te Blaricum en/of [bedrijf 1] te Den Hoorn) en op naam van die bedrijven die zakelijke gsm abonnementen afgesloten en daarbij een bankrekeningnummer voor automatische incasso opgegeven, waardoor T-Mobile werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

dagvaarding II

1e cumulatief/alternatief

hij in de periode van 1 juni 2013 tot en met 1 december 2013 in de gemeente Zandvoort met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid [slachtoffer 12] telkens heeft bewogen tot het verlenen van een dienst (te weten schoonmaakwerkzaamheden op grond van een arbeidsovereenkomst), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als goed en betrouwbaar werkgever en

- daarbij een arbeidsovereenkomst (schoonmaakwerk) met die [slachtoffer 12] aangegaan (waarin onder meer is overeengekomen dat medewerkster [slachtoffer 12] telkens voor het einde van de loonperiode uitbetaald krijgt) en

- telkens via de zoon van die [slachtoffer 12] gezegd/medegedeeld/doen voorkomen dat het salaris van die [slachtoffer 12] van augustus, september, oktober en november 2013 zal worden overgeboekt/overgemaakt en dat het salaris snel zal worden geregeld en dat het salaris naar een verkeerde rekening was overgeboekt en dat het salaris nog niet is overgeboekt doordat zijn klanten hem niet betalen en dat hij, verdachte, geld gaat lenen bij de bank en dan salaris zal storten en dat een loonstrook aan die [slachtoffer 12] zou worden gegeven en aan de accountant was gevraagd om een loonstrook te regelen, waardoor die [slachtoffer 12] telkens werd bewogen tot bovenomschreven verlening van een dienst.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft bepleit verdachte, indien hij wordt veroordeeld, een werkstraf op te leggen met daarbij eventueel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur. Zij heeft verzocht rekening te houden met de huidige gezinssituatie van verdachte, de gedateerdheid van de feiten en het gegeven dat verdachte de openstaande rekeningen niet betwist en graag wil betalen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer twee jaren herhaaldelijk schuldig gemaakt aan oplichting. Door het vermelden van zijn bedrijfsnaam en door te handelen vanuit zijn hoedanigheid als ondernemer en uit naam van zijn bedrijf heeft hij bij de slachtoffers telkens het vertrouwen gewekt dat hij kredietwaardig was en dat de rekeningen zouden worden betaald, wat uiteindelijk niet of slechts voor een miniem gedeelte gebeurde. Zodra de betalingen uitbleven vertelde hij tal van smoesjes en excuses over de redenen daarvan. Uiteindelijk was verdachte voor de gedupeerden telkens niet meer bereikbaar. Bij het aangaan van de overeenkomsten met de slachtoffers vertelde verdachte diverse leugens over factuuradressen of telefoonnummers waarop hij bereikbaar zou zijn of gaf hij rekeningnummers voor automatische incasso op die niet kredietwaardig bleken. Verdachte heeft het vertrouwen van de slachtoffers ernstig geschaad en heeft meerdere slachtoffers gedupeerd achtergelaten. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 23 juli 2015.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten en de hoeveelheid daarvan acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank zal daarvan een deel voorwaardelijk opleggen, als stok achter de deur, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen/ de schadevergoedingsmaatregelen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en T-Mobile Netherlands BV en tot

toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 11] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 4] met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft primair verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien zij vrijspraak van de ten laste gelegde feiten heeft bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk te verklaren omdat die vordering niet is ondertekend door de gemachtigde, de vordering van de benadeelde partij T-Mobile Netherlands BV niet-ontvankelijk te verklaren omdat de machtiging ontbreekt en die onvoldoende is onderbouwd en van de vorderingen van [slachtoffer 11] en [slachtoffer 4] de BTW van het totaal gevorderde bedrag af te trekken.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

1.

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 17.713,12.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft (dagvaarding I feit 1), zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

2.

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 500,-.

De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot

€ 471,70, zijnde de kosten voor de verzorging van het personeelsuitje. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij dagvaarding I onder 3 bewezenverklaarde feit. Het overige deel van de vordering betreft de BTW. Dit kan door de benadeelde partij fiscaal worden verrekend. De BTW betreft dan ook geen schade zodat dit gedeelte niet voor vergoeding in aanmerking komt.

De rechtbank zal de vordering dan ook tot een bedrag van € 471,70 toewijzen en voor het overige afwijzen.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens [slachtoffer 4] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 3 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 471,70, ten behoeve van [slachtoffer 4] .

3.

[slachtoffer 8] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.245,-.

De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot

€ 1.174,53, zijnde de kosten voor de verzorging van het limousinevervoer. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij dagvaarding I onder 5 bewezenverklaarde feit. Het overige deel van de vordering betreft de BTW. Dit kan door de benadeelde partij fiscaal worden verrekend. De BTW betreft dan ook geen schade zodat dit gedeelte niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat de vordering niet is ondertekend door de gemachtigde, verwerpt de rechtbank dit verweer. De gemachtigde betreft [slachtoffer 9] . Zij heeft ter zake van het bij dagvaarding I onder 5 bewezenverklaarde feit aangifte gedaan. Deze bevindt zich op pagina 218-220 van het dossier. De handtekening onder die aangifte komt overeen met de handtekening onder de vordering. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat zij de vordering heeft ondertekend.

De rechtbank zal de vordering dan ook tot een bedrag van € 1.174,53 toewijzen en voor het overige afwijzen.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 25 september 2012 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens [slachtoffer 8] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 5 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 1.174,53, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [slachtoffer 8] .

4.

[slachtoffer 11] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 10.260,66.

De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot

€ 8.471,21, zijnde de kosten voor het schoonmaaksysteem met bijbehoren minus een betaling van € 50,- die door verdachte is gedaan. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij dagvaarding I onder 6 bewezenverklaarde feit. Het overige deel van de vordering betreft de BTW. Dit kan door de benadeelde partij fiscaal worden verrekend. De BTW betreft dan ook geen schade zodat dit gedeelte niet voor vergoeding in aanmerking komt.

De rechtbank zal de vordering dan ook tot een bedrag van € 8.471,21 toewijzen en voor het overige afwijzen.

Dit brengt mee, dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens [slachtoffer 11] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bij dagvaarding I onder 6 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 8.471,21, ten behoeve van [slachtoffer 11] .

5.

T-Mobile Netherlands BV heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 40.076,80.

De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat deze onvoldoende duidelijk is en in zoverre onvoldoende onderbouwd.

De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage C aan dit vonnis is gehecht) onder 2, 6, 7, 8, 9, 13, 15, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 33 en 37 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en dat de onder 1, 3, 4, 5, 10, 11, 12, 14, 16, 20, 24, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 35 en 36 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan verdachte.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1, 3, 4, 5, 10, 11, 12, 14, 16, 20, 24, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 35 en 36 genummerde voorwerpen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 2, 6, 7, 8, 9, 13, 15, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 33 en 37 genummerde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van de bij dagvaarding I onder 7 en 8 bewezenverklaarde strafbare feiten zijn verkregen.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf, bijkomende straf en maatregelen zijn gegrond op artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 33, 33a, 36f, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bij dagvaarding I onder 1 en bij dagvaarding II tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding I onder 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en bij dagvaarding II eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

oplichting, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 5 (vijf) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 11] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hen te betalen een bedrag van € 471,70 respectievelijk € 1.174,53, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, respectievelijk € 8.471,21;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vorderingen tot schadevergoeding van deze benadeelde partijen voor het overige deel af;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot

€ 471,70, ten behoeve van [slachtoffer 4] , een bedrag, groot € 1.174,53, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 september 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [slachtoffer 8] en een bedrag, groot € 8.471,21, ten behoeve van [slachtoffer 11] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichtingen - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 9 respectievelijk 21 respectievelijk 77 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en T-Mobile Netherlands BV niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij T-Mobile Netherlands BV de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt die benadeelde partijen in de kosten door verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 2, 6, 7, 8, 9, 13, 15, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 33 en 37 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 1, 3, 4, 5, 10, 11, 12, 14, 16, 20, 24, 28, 29, 30, 31, 32, 34, 35 en 36 genummerde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P. Verbeek, voorzitter,

mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, rechter,

mr. S.M. Krans, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.A. Keuter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 september 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit - tenzij anders vermeld - de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL 1563-2013099146, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 462).

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 80-81, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 24.

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 124-125, proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 30.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 132-133, visitekaartje van [bedrijf 2] en rekeningen van [slachtoffer 6] , p. 134, proces-verbaal van bevindingen, p. 154, ad 2.

5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , p. 218-220, met bijlagen, p. 222-231.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 240-241, met bijlagen, p. 244-246.

7 Processen-verbaal van aangifte van [aangever 1] , met bijlagen, p. 265-274, p. 276-287, p. 289-300, p. 302-320, p, 322-335, p. 337-354, p. 356-367, p. 369- 379, p. 381-394.

8 Processen-verbaal van aangifte van [aangever 2] , met bijlagen, p. 396-404, p. 406-426, p. 428-462.

9 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , p. 8-9, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 20-21, beiden van het proces-verbaal met nummer PL1100-2015136127, arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen [bedrijf 1] en [slachtoffer 12] , d.d. 01-06-2013, ongenummerd.

10 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 80-81.

11 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 124-125, met bijlagen p. 128-130.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 132-133, met bijlage, p. 134.

13 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , p. 219, met bijlagen, p. 222-223.

14 Processen-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 265-267, p. 276-278, p. 289-291, p. 302-304, p, 322-324, p. 337-339, p. 356-358, p. 369- 371, p. 381-383, en processen-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 396-398, p. 406-409, p. 428-431.

15 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 81.

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 24.

17 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 125.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 30.

19 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 133, proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , p. 219.

20 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 241, met bijlage p. 249-263.

21 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , p. 9, met bijlage, p. 11-19, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 21, beiden van het proces-verbaal met nummer PL1100-2015136127.

22 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 241, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 21-22, van het proces-verbaal met nummer PL1100-2015136127.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 24.

24 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 81, met bijlage p. 86, proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 125.

25 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , p. 219, met bijlage, p. 230.

26 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 241.