Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11593

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
VK-15_16517
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

China, christen, huiskerk, bekering en asielrelaas ongeloofwaardig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 15/16517 (voorlopige voorziening) en 15/16516 (beroep)

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 1 oktober 2015 in de zaak tussen

[naam] (alias [naam]), eiseres,

gemachtigde mr. R.P.M. Ngasirin,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. J.A.C.M. Prins.

Procesverloop

Bij besluit van 1 september 2015 (hierna: het bestreden besluit), genomen in de zogeheten algemene asielprocedure (AA-procedure), is de asielaanvraag van eiseres van 4 maart 2015 afgewezen als kennelijk ongegrond.

Op 7 september 2015 heeft eiseres tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt rechtmatig verblijf en recht op opvang te behouden.

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 september 2015. Eiseres is ter zitting verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig G.S. Nie, tolk in het Mandarijn. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Aangezien nader onderzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zal met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onmiddellijk op het beroep worden beslist. Daartoe wordt als volgt overwogen.

2. Eiseres heeft gesteld te zijn geboren in de plaats [geboorteplaats] (provincie [naam provincie]) op [geboortedatum] en de Chinese nationaliteit te bezitten. Zij is op 20 januari 2015 in Nederland aangekomen en heeft tot 1 maart 2015 bij een Chinese familie in Groningen gewerkt als oppas. Op 4 maart 2015 heeft eiseres een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres door het bewust verstrekken van onjuiste personalia en het zich eerst op 2 maart 2015 melden voor het indienen van een asielaanvraag afbreuk heeft gedaan aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen.

4. Volgens verweerder bevat het asielrelaas van eiseres de volgende relevante elementen:

- Eiseres is in juli 2013 in China bekeerd tot het katholieke geloof. Zij bezocht in China

een officiële kerk en ook bijeenkomsten bij geloofsgenoten thuis.

- In december 2014 liep eiseres met een geloofsgenoot op straat. De geloofsgenoot werd opgepakt door de politie. Eiseres zag kans te ontsnappen en is tot aan haar vertrek uit China op verschillende adressen ondergedoken.

- Eiseres vreest dat zij bij terugkeer naar China de doodstraf zal krijgen vanwege haar geloofsovertuiging.

Verweerder acht op basis van het visumdossier de identiteit en de Chinese nationaliteit van eiseres geloofwaardig, ondanks het verstrekken van valse personalia bij de aanvraag en de omstandigheid dat eiseres haar Chinese paspoort heeft verscheurd.

Niet geloofwaardig heeft verweerder geacht dat eiseres het rooms-katholieke geloof in China aanhangt en dat zij hierdoor problemen heeft ondervonden of zal ondervinden.

Verweerder acht evenmin geloofwaardig dat de politie de geloofsgenoot van eiseres heeft gearresteerd en heeft getracht eiseres te arresteren, maar dat eiseres kans zag te ontkomen en is ondergedoken op het adres waar zij officieel geregistreerd staat en ook nog in haar eigen woning waar haar echtgenoot nog steeds woonachtig is.

Voorts heeft eiseres op basis van een toeristenvisum haar land van herkomst legaal verlaten. Dit visum is vertrekt op basis van haar paspoort, dat op 19 januari 2015 door de Chinese autoriteiten is afgegeven en kennelijk zonder enige problemen is aangevraagd. Verweerder acht het daarom ongeloofwaardig dat eiseres persoonlijk in de negatieve aandacht van de autoriteiten zou staan vanwege haar geloof.

5. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen op grond artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw 2000. Eiseres wist niet dat zij ervan uit kon gaan dat de Nederlandse autoriteiten haar personalia niet door zouden geven aan de Chinese autoriteiten. Pas na de indiening van haar asielaanvraag op 4 maart 2015 kreeg zij een advocaat toegewezen, die haar heeft aangeraden haar echte naam te noemen.

Voorts heeft verweerder ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres in China gevaar loopt na haar bekering tot het katholieke geloof. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat zij behoort tot de rooms-katholieke kerk. Eiseres bezocht de officiële rooms-katholieke kerk in [plaats] alleen tijdens hoogtijdagen, terwijl zij haar huiskerk twee keer per week bezocht. Het is daarom onredelijk dat van haar kennis wordt verlangd over de organisatiestructuur van de rooms-katholieke kerk.

Verder heeft eiseres op het adres van haar ouders durven onderduiken, omdat op het platteland minder politie aanwezig is dan in de stad.

Tot slot heeft zij gesteld dat zij bij terugzending naar China door de Chinese autoriteiten op een met artikel 3 van het EVRM strijdige wijze zal worden behandeld. De positie van niet erkende christenen, dat wil zeggen van de christenen die huiskerken (niet-geregistreerde/ ondergrondse kerken) bezoeken, in China slecht is. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft eiseres een brief van 11 september 2015 van het Landelijke Bureau van VluchtelingenWerk en een jaarrapport van 1 april 2015 van China Aid overgelegd.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

6. Nu het bestreden besluit dateert van na 20 juli 2015 en het onderzoek ook na deze datum is gesloten, is het recht zoals dit geldt sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van de herziene Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (Procedurerichtlijn) en Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (Opvangrichtlijn) van toepassing.

7. Ingevolge artikel 83a van de Vw omvat de toetsing van de rechtbank een volledig en ex nunc onderzoek naar zowel de feitelijke als de juridische gronden, met inbegrip van, indien van toepassing, een onderzoek naar de behoefte aan internationale bescherming.

8. Ingevolge artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden afgewezen als kennelijk ongegrond in de zin van artikel 32, tweede lid, van de Procedurerichtlijn, indien de vreemdeling Onze Minister heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnen hebben, achter te houden.

Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond in de zin van artikel 32, eerste lid van de Procedurerichtlijn, indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in samenhang met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.

9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder aan eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij bij haar aanvraag onjuiste personalia heeft verstrekt. De verklaring van eiseres dat zij de Chinese autoriteiten gewend was en niet wist of zij de Nederlandse autoriteiten kon vertrouwen, kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit geldt te meer nu eiseres al sinds 20 januari 2015 in Nederland verbleef en bij een Chinees gezin als oppas heeft gewerkt, zodat zij zich in die periode ervan had kunnen vergewissen dat de autoriteiten in Nederland niet zijn als de autoriteiten in China. Dat eiseres dit niet heeft gedaan, komt voor haar rekening en risico.

Ten aanzien van de relevante elementen overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

10. De voorzieningenrechter volgt verweerder in zijn motivering dat niet geloofwaardig is dat eiseres het (rooms-)katholieke geloof aanhangt. Hiertoe is van belang dat eiseres in haar verklaringen vaag en summier is gebleven. Zo heeft eiseres verklaard dat zij in de Heer is gaan geloven omdat haar zus dat aan haar heeft gevraagd. Eiseres had vaak ruzie met haar echtgenoot en zou hierdoor een beter mens worden. Eiseres is in juli 2013 voor het eerst naar de kerk gegaan en in december 2013 gedoopt. Verweerder heeft aan eiseres mogen tegenwerpen dat zij met deze verklaringen niet inzichtelijk heeft gemaakt dat zij een proces van bekering en ontwikkeling heeft doorgemaakt. Voorts heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres weliswaar kennis over het christendom heeft, maar dat zij niet weet wie aan het hoofd van de rooms-katholieke kerk staat, de naam van de priester van de kerk die zij in [plaats] bezocht niet kent, niet weet of deze priester gewijd is en geen verschillen tussen het katholieke en het protestantse geloof kan benoemen. Eiseres heeft dat niet weerlegd met haar stelling dat zij niet tot de officiële rooms-katholieke kerk behoort. Dat eiseres de officiële rooms-katholieke kerk alleen op hoogtijdagen bezocht en verder twee per week naar haar huiskerk ging, neemt niet weg dat van haar meer basale en algemene kennis over het katholieke geloof verwacht mag worden. Verder heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiseres weinig kan verklaren over de huiskamerbijeenkomsten die ook bij haar in haar winkel werden gehouden en dat zij slechts één naam van een medegelovige kan noemen. Eiseres heeft dat in haar zienswijze en gronden van beroep niet weerlegd.

11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het niet geloofwaardig is dat de geloofsgenoot van eiseres in december 2014 door de politie is gearresteerd en dat eiseres kans heeft gezien om te ontkomen. Eiseres heeft immers tegenstrijdige verklaringen afgelegd omtrent de datum van het incident. Verder heeft verweerder ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiseres na haar ontsnapping aan de politie is ondergedoken op het adres van haar ouders op het platteland, waarop zij officieel geregistreerd staat, in haar winkel en ook in haar eigen woning. De Chinese autoriteiten hadden haar op deze adressen immers eenvoudig kunnen traceren. Dat er op het platteland land minder politie aanwezig is dan in de stad, maakt dat niet anders.

12. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder eiseres heeft kunnen tegenwerpen dat zij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd omtrent de verkrijging van haar visum voor Nederland. Eiseres heeft in eerste instantie verklaard dat het visum geregeld was door een geloofsgenoot, maar heeft later tijdens het aanvullend gehoor op 7 mei 2015 -

na confrontatie met haar visumaanvraag - toegegeven dat zij de visumaanvraag zelf heeft ondertekend, maar zich dat niet meer kon herinneren. De omstandigheid dat eiseres legaal en op eigen naam met een in oktober 2014 in de provincie van geboorte [naam provincie] aangevraagd paspoort, voorzien van een toeristenvisum, China is uitgereisd wijst erop dat zij niet in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Dit zou anders zijn wanneer eiseres als gelovige huiskerkbezoekster bekend zou staan. Eiseres heeft in beroep evenmin aannemelijk gemaakt dat alleen de lokale autoriteiten van haar katholieke geloofsovertuiging op de hoogte waren.

13. Verweerder heeft, alle verklaringen van eiseres in samenhang bezien, niet geloofwaardig hoeven achten dat eiseres het katholieke geloof aanhangt en dat eiseres hierdoor in China problemen heeft ondervonden of zal ondervinden.

14. Gelet op het voorgaande komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000 nu zij, mede gelet op de legale uitreis, de gestelde problemen in het land van herkomst met de Chinese autoriteiten niet aannemelijk heeft gemaakt.

15. Het beroep is daarom ongegrond.

16. Gegeven de beslissing in de hoofdzaak bestaat er geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht.

17. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2015.

De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover het beroep ongegrond is verklaard, kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.