Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11590

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
C/09/493028 / KG ZA 15-1100
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Verzetsprocedure. Auteursrecht op lampenkappen. Inbreukverbod en opgave toegewezen. Verstekvonnis grotendeels in stand gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/493028 / KG ZA 15-1100

Vonnis in verzet in kort geding van 8 oktober 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BIGLIGHT NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Duiven,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. G.S.P. Vos te Amsterdam,

tegen

[A] h.o.d.n. SPINLIGHT,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

eiser in het verzet,

advocaat mr. T.L.V. de Jong te Almelo.

Partijen zullen hierna Biglight en [A] genoemd worden.

De zaak is voor Biglight behandeld door haar advocaat en diens kantoorgenoot mr. J. Klopper. Voor [A] is de zaak behandeld door haar advocaat.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de inleidende dagvaarding van 13 mei 2015, met producties 1 tot en met 7;

  • -

    het tussen partijen onder zaak- en rolnummer C/09/487871 KG ZA 15-596 gewezen verstekvonnis in kort geding van 25 juni 2015 (hierna: het verstekvonnis);

  • -

    de verzetdagvaarding van 24 juli 2015, met producties 1 tot en met 3;

  • -

    de op 27 augustus 2015 ontvangen akte van [A] met productie 4;

  • -

    de op 16 september 2015 ontvangen akte overlegging producties van Biglight met producties 8 tot en met 13;

  • -

    de op 21 september 2015 per e-mail binnengekomen geactualiseerde kostenopgave van [A] ;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 24 september 2015;

  • -

    de pleitnota van Biglight;

  • -

    de pleitnota van [A] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Biglight behoort tot het Besselink familieconcern dat zich toelegt op de productie van en de handel in verlichtingsartikelen. In haar catalogus 2014 biedt Biglight onder meer lampenkappen aan waarvan zij de volgende grafische weergaven (door partijen aangeduid als ‘renderings’) heeft opgenomen:

2.2.

Sinds 2004 drijft [A] een eenmanszaak onder de naam Spinlight. Hij is eveneens actief in de verlichtingsbranche. In 2015 bediende [A] zich van een catalogus met als opschrift ‘Spinlight Interior Lighting. The Light Factory 2014’. Deze catalogus is opgenomen op de website van [A] met de domeinnaam Spinlight.nl. De in deze procedure relevante afbeeldingen in de catalogus zullen hierna in r.o. 4.5 worden weergegeven.

2.3.

Bij brief van 3 april 2015 heeft mr. J. Klopper namens Biglight aan [A] meegedeeld dat 13 door [A] in zijn catalogus weergegeven lampenkappen inbreuk maken op de aan Biglight toekomende auteursrechten op de betreffende lampenkappen en hun grafische weergaven (de rendering). In deze brief heeft de advocaat [A] gesommeerd iedere inbreuk op de auteursrechten van Biglight te staken, om een door een registeraccountant gecertificeerde opgave te doen van (onder meer) de door [A] geproduceerde en verkochte inbreukmakende producten en om over te gaan tot betaling van € 5.000,- als vergoeding van de door Biglight gemaakte kosten.

[A] heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

2.4.

Bij dagvaarding van 13 mei 2015 heeft Biglight – verkort weergegeven – gevorderd [A] te veroordelen a) iedere inbreuk op de auteursrechten van Biglight te staken en gestaakt te houden; b) een door een onafhankelijke registeraccountant op basis van een eigen onderzoek gecertificeerde verklaring te verstrekken met betrekking tot de productie, voorraad, verkoop en winst van de inbreukmakend producten alsmede van het aantal verstrekte (inbreukmakende) catalogi; een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag dan wel per overtreding en met veroordeling van [A] in de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

2.5.

Bij verstekvonnis van 25 juni 2015 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Biglight grotendeels toegewezen. De beslissing in het verstekvonnis luidt als volgt:

“3.1. gebiedt [A] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten van Biglight met betrekking tot de in het lichaam van de dagvaarding genoemde ontwerpen van lampenkappen, alsmede de grafische weergave daarvan (Renderings) te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder de vervaardiging, aflevering, ter verkoop aanbieding, aanprijzing, afbeelding en tentoonstelling van de inbreukmakende producten alsmede de inbreukmakende catalogus te staken en gestaakt te houden;

3.2.

gebiedt [A] binnen twee maanden na betekening van dit vonnis aan de raadsman van Biglight een door een onafhankelijke registeraccountant, op basis van zelfstandig door die registeraccountant verricht onderzoek, gecertificeerde verklaring te verstrekken, vergezeld van relevante documenten ter staving van die verklaring, betreffende het totaal aantal inbreukmakende producten, alsmede het totaal aantal exemplaren van de inbreukmakende catalogus dat [A] heeft geproduceerd/ laten produceren, heeft ingekocht, in voorraad heeft en/of heeft verkocht, alsmede de naam- en adresgegevens van de leveranciers en producent;

3.3.

veroordeelt [A] tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat hij in strijd handelt met een of meer van de onder 3.1. en 3.2. gegeven geboden, dan wel, zulks naar keuze van Biglight, voor iedere handeling die een overtreding van 3.1 en/of 3.2 oplevert, met een maximum van € 100.000,00;

3.4

veroordeelt [A] in de proceskosten, tot dit vonnis aan de zijde van Biglight begroot op € 8.169,49;

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

bepaalt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na dagtekening van dit vonnis;

3.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.”

Biglight heeft het verstekvonnis op 29 juni 2015 aan [A] doen betekenen.

2.6.

Bij brief van 7 juli 2015 hebben de advocaten van Biglight aan [A] meegedeeld dat hij op grond van het verstekvonnis € 60.000,- aan dwangsommen heeft verbeurd, aangezien de renderings van de inbreukmakende lampenkappen nog altijd op de website van [A] stonden.

3 Het geschil

3.1.

[A] vordert – zakelijk weergegeven – hem te ontheffen van de veroordeling in het verstekvonnis en de vorderingen van Biglight af te wijzen, met veroordeling van Biglight in de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv.

3.2.

Daartoe stelt [A] het volgende. Aan Biglight komt geen auteursrecht toe met betrekking tot de lampenkappen, aangezien de lampenkappen zeer gebruikelijke vormen betreffen die ontleend zijn aan de geometrie en die door verschillende lampenmakers worden gefabriceerd en verkocht. De renderings van de betreffende lampenkappen zijn derhalve ook geen auteursrechtelijk beschermde werken. Voorts blijkt uit niets dat Biglight schade heeft geleden door het gebruik door [A] van de betreffende afbeeldingen in zijn catalogus.

3.3.

Biglight voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Zoals reeds is overwogen in het verstekvonnis is de voorzieningenrechter op grond van artikel 102 Rv bevoegd om kennis te nemen van de op het auteursrecht gebaseerde vorderingen van Biglight, aangezien de website van [A] is gericht op heel Nederland en daarmee op dit arrondissement. De bevoegdheid is voorts niet bestreden.

4.2.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [A] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

4.3.

Van een auteursrecht op de renderings en de lampenkappen kan alleen dan sprake zijn indien deze kunnen worden aangemerkt als een werk dat een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt.1Hiervoor is vereist dat de uiterlijke vormgeving het resultaat is van creatieve keuzes. Hierbij mag het niet gaan om banale of triviale elementen en de keuzes van de maker mogen niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze. Voorts geldt dat ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen, een (oorspronkelijk) werk kan zijn in de zin van de Auteurswet, mits die selectie het persoonlijk stempel van de maker draagt.

4.4.

Biglight heeft haar vordering ter zitting verminderd tot auteursrechten ter zake van alle renderings en voorts (fysieke) lampenkappen met nrs. 4, 8, 9, 10, 11 en 12 zoals in de volgende rechtsoverweging weergegeven. Zij heeft aangegeven dat bij de renderings tal van creatieve keuzes zijn gemaakt, zoals kijkhoek, specifieke schaduweffecten en belichtingshoek. Voor wat betreft genoemde lampenkappen heeft zij gewezen op de “gelaagdheid” en de kleurstellingen daarvan. [A] stelt daarentegen dat de lampenkappen en renderings gebruikelijke geometrische vormen zouden betreffen en reeds door meerdere lampenmakers zouden zijn geproduceerd. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Zoals ter zitting reeds benoemd, wreekt zich dat [A] geen vormgevingserfgoed heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn stelling dat de ingeroepen auteursrechten niet geldig zouden zijn. Anders dan [A] in nr. 18 van de pleitnota aanneemt, is het aan hem om dit onderbouwd te stellen en bij betwisting te bewijzen. Ofschoon de lampenkappen en renderings op het eerste gezicht niet bijster creatief overkomen, gaat het de taak van de rechter te buiten om bijvoorbeeld via internet vormgevingserfgoed te verzamelen. Zodoende moeten de stellingen van [A] dat voornoemde lampenkappen en renderings gebruikelijke vormen zouden betreffen en reeds door meerdere lampenmakers zouden zijn geproduceerd, bij gebreke aan enige onderbouwing als onvoldoende aannemelijk van de hand worden gewezen. Bij deze stand van zaken moeten de lampenkappen met nrs. 4, 8, 9, 10, 11 en 12 alsmede alle renderings als auteursrechtelijk te beschermen werken worden gekwalificeerd.

4.5.

Vervolgens heeft [A] (terecht) niet bestreden dat de betreffende lampenkappen en de renderings daarvan op elkaar lijken. Zie het volgende overzicht:

4.6.

Gegeven de gelijkenis is het vermoeden dat sprake is van ontlening gegeven. [A] heeft nog aangevoerd dat hij de renderings door ene “ [X] ” heeft laten ontwikkelen – wellicht ten betoge dat geen sprake is van ontlening – maar hij heeft die stelling niet met enig bewijs onderbouwd zodat het vermoeden niet ontzenuwd is te achten. Dit geldt te minder als de volgende omstandigheid waarop door Biglight is gewezen in ogenschouw wordt genomen. De rechthoekige kap nr. 3 heeft Biglight slechts met snoeren online staan. Op aansluitingen van die snoeren lijkt bij de afbeeldingen van [A] wat te zijn weggehaald. Zie de volgende figuur:

4.7.

Uit het voorgaande volgt dat sprake is van inbreuk op de auteursrechten van Biglight. Reeds op die grond is – anders dan [A] kennelijk meent – (de mogelijkheid van) enige schade aannemelijk, voor zover dit al vereist zou zijn voor toewijzing van het gevorderde.

4.8.

De slotsom luidt dat de vorderingen grotendeels terecht zijn toegewezen, met dien verstande dat het inbreukverbod zal worden beperkt tot de lampenkappen met nrs. 4, 8, 9, 10, 11 en 12 alsmede alle renderings. De spoedeisendheid van de verbodsvordering noch de opgave is in deze oppositie bestreden. Het spoedeisende belang om die opgave te doen vergezellen van een accountantsverklaring valt evenwel zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet in te zien, indachtig dat een en ander versterkt zal worden met een dwangsom en in een bodemprocedure deze opgaaf alsnog door een accountant gecontroleerd kan worden. De dwangsom zal worden gematigd tot € 500 per dag of overtreding en gemaximeerd tot € 50.000. Voor het overige wordt het verstekvonnis bekrachtigd (waarbij “inbreukmakende producten” in 3.1 en 3.2 betrekking heeft op de lampenkappen met nrs. 4, 8, 9, 10, 11 en 12). [A] is ook in deze oppositieprocedure als de hoofdzakelijk in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten van Biglight te veroordelen, welke onbestreden zijn.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

in oppositie:

5.1.

bekrachtigt het tussen Biglight als eiseres en [A] als gedaagde onder zaak-/rolnummer C/09/487871 KG ZA 15-596 gewezen en op 25 juni 2015 uitgesproken verstekvonnis (beslissing nrs. 3.1-3.7) met dien verstande dat:

- in 3.1 “met betrekking tot de in het lichaam van de dagvaarding genoemde ontwerpen van lampenkappen, alsmede de grafische weergave daarvan (Renderings)” wordt vervangen door “met betrekking tot de in dit vonnis bedoelde ontwerpen van lampenkappen met nrs. 4, 8, 9, 10, 11 en 12, alsmede de grafische weergave van alle in dit vonnis genoemde lampenkappen (Renderings)”;

- in 3.2 “door een onafhankelijke registeraccountant, op basis van zelfstandig door die registeraccountant verricht onderzoek, gecertificeerde” wordt geschrapt; en

- in 3.3 de dwangsom van € 10.000,00 wordt vervangen door € 500,00 met een maximum van € 50.000,00;

5.2.

vernietigt het tussen Biglight als eiseres en [A] als gedaagde onder zaak-/rolnummer C/09/487871 KG ZA 15-596 gewezen en op 25 juni 2015 uitgesproken verstekvonnis voor het overige;

5.3.

veroordeelt [A] in de proceskosten van deze oppositie, tot dit vonnis aan de zijde van Biglight begroot op € 6.742,78;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2015.

1 vgl. HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, NJ 2008/556 (Endstra). Het HvJEU heeft de maatstaf aldus geformuleerd dat het moet gaan om “een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk” (HvJEU 16 juli 2009, nr. C-5/08, NJ 2011/288 (Infopaq I). Vergelijk voorts HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013: BY1529 (Stokke/H3) en HR 19 september 2014, ECLI:NL:HR:2014: 2737 (Rubik’s Cube).