Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11248

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
C/09/482555 / HA ZA 15-164
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen leverancier en distributeur over beëindiging/wijziging van tussen hen bestaande distributierovereenkomst en daaruit voortvloeiende schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/482555 / HA ZA 15-164

Vonnis van 16 september 2015

in de zaak van

de naamloze vennootschap naar Belgisch recht

FERYN NEW INTERNATIONAL N.V.,

gevestigd te Willebroek, België,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.G.J.M. Boonen te Sittard,

tegen

de besloten vennootschap

TACX B.V.,

gevestigd te Wassenaar,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim.

Partijen zullen hierna Feryn en Tacx genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 29 januari 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 8 april 2015 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 7 juli 2015 met de daarin vermelde stukken;

  • -

    de brief van 14 juli 2015 van de zijde van Tacx met aanvullingen op en opmerkingen over het proces-verbaal;

  • -

    de op 28 juli 2015 ingezonden (kopie van de) e-mail van de zijde van Feryn, met daarin aanvullingen op en opmerkingen over het proces-verbaal;

  • -

    de brief van 28 juli 2015 van de zijde van Tacx waarin bezwaar wordt gemaakt tegen voormelde e-mail van 28 juli 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

in conventie

2.1.

Feryn is een Belgische groothandelaar in racefietsen en fietsaccessoires.

2.2.

Tacx ontwikkelt, produceert en verkoopt fietsaccessoires, waaronder rollerbanken voor fietstraining.

2.3.

Feryn en Tacx hebben op 12 juni 2012 een partner-distributieovereenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst), ingaande op 1 augustus 2012 en, behoudens verlenging, eindigend op 31 juli 2015. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden Tacx B.V. (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing.

2.4.

Artikel 8 lid 1 van de overeenkomst luidt als volgt:

Artikel 8. Orders en levering

Lid 1. Op alle transacties tussen partijen zijn de alsdan geldende algemene leveringscondities [van toepassing, toevoeging rechtbank], aangehecht als bijlage E;

2.5.

Op het voorblad van bijlage E bij de overeenkomst is de volgende tekst afgedrukt:

“BIJLAGE E - Algemene Verkoopvoorwaarden Tacx B.V.

Behorende bij de partner distributieovereenkomst tussen Tacx (…) en Feryn (…).

Partijen zijn voor de contractsperiode overeengekomen dat Tacx goederen levert aan Feryn aan de hand van de door Tacx bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde verkoopvoorwaarden.

De Algemene verkoopvoorwaarden van Tacx B.V. zijn als appendix toegevoegd. (…)”

Het voorblad is door de heer [A] en door de heer [B] voor akkoord ondertekend.

2.6.

In artikel 18 van de overeenkomst is onder meer bepaald dat het in de overeenkomst gestelde prevaleert bij strijdigheid van één of meer bepalingen uit de overeenkomst met die in de algemene voorwaarden.

2.7.

Artikel 1 lid 1 en artikel 14 leden 6, 7 en 8 van de algemene voorwaarden luiden als volgt:

Artikel 1 Definities en toepassing: 1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle rechtsbetrekkingen, met inbegrip van overeenkomsten en aanbiedingen, tussen Tacx (…) en de wederpartij. Tenzij hieronder anders bepaald worden al dergelijke rechtsbetrekkingen hierna ‘overeenkomsten’ genoemd.

Artikel 14 Aansprakelijkheid:

6. De verplichting tot vergoeding van geleden schade zal in geen geval betrekking kunnen hebben op eventuele omzetderving of eventuele andere bedrijfsschade en/of gevolgschade.

7. De verplichting tot vergoeding van schade zal in alle gevallen nimmer meer belopen dan tot ten hoogste creditering van het factuurbedrag (exclusief omzetbelasting) terzake van het niet of onjuist uitgevoerde gedeelte.

8. In ieder geval is Tacx nimmer aansprakelijk voor schade uit welke hoofde dan ook, voor zover deze schade meer bedraagt dan € 10.000,--.

2.8.

International Cycle Connection B.V. te Terneuzen (hierna: ICC) is de onafhankelijke verkoopagent van Tacx. De heer [C] (hierna: [C] ) is werkzaam voor ICC.

2.9.

Bij e-mail van 14 mei 2014 van de heer [D] van Feryn aan ( [naam 3] van) ICC stuurt Feryn haar “eerste voororder voor het komende winterseizoen”.

2.10.

Een e-mail van 26 mei 2014 heeft de volgende inhoud:

“From: Tacx – [C] < [naam 1] @tacx.eu>

To: ‘ [E] ’ (…)

Beste [naam 2] ,

Verwijzende naar ons telefoongesprek van deze middag en de gesprekken van afgelopen weken, bevestig ik hierbij dat de firma Feryn vanaf heden door Tacx beleverd zal worden als zijnde distributeur en niet meer als partnerdistributeur. De hierbij horende inkoopvoorwaarden tref je in de bijlage aan.

(…)

Het spijt mij je voor het moment niet anders te kunnen berichten maar laten we in contact met elkaar blijven voor eventuele ontwikkelingen in de toekomst.

(…)

[C]

Tacx bv

Sales Department

(…) Terneuzen (…)”

2.11.

De reactie van de heer [E] van 26 mei 2014, 14.30 uur, luidt als volgt:

“(…) Het is wat het is, no hard feelings.

Who knows what the future will bring ! (…)”

2.12.

Bij e-mail van 26 mei 2014, 10.29 uur heeft mevrouw [F] van Tacx de factuur met nummer 14003710 naar Feryn gestuurd. De reactie op deze e-mail van de heer [G] van Feryn heeft de volgende inhoud:

“(…) Geachte Mevrouw [F] ,

Met verbijstering en ontgoocheling vernamen wij vandaag –via dhr. [C] van ICC b.v. – dat U éénzijdig beslist heeft om de facto, zonder enige motivering en met onmiddellijke ingang de tussen U en ons al bijna 20 jaren bestaande samenwerking in de vorm van een (exclusief en bevoorrecht) distributeurschap te beëindigen.

Het spreekt voor zich dat wij ons hierbij niet eenvoudig kunnen en zullen neerleggen. Wij beraden ons desbetreffende bij onze raadsman die U eerstdaags zal contacteren.

Gelet op uw beslissing heeft het uiteraard geen zin dat U nog toeleveringen doet. Minstens dient de aangekondigde leveringen crf. Uw factuur 14003710 d.d. 26.05.2014 on hold gesteld te worden. Om die reden kunnen wij voornoemde factuur evenmin aanvaarden. (…)”

De e-mail is cc naar [C] gestuurd.

2.13.

De bestelling waarop de hiervoor bedoelde factuur ziet is bij Feryn aangeboden. Feryn heeft geweigerd de bestelling in ontvangst te nemen, waarna deze door de transporteur is geretourneerd naar Tacx. Tacx heeft in verband met deze bestelling een creditfactuur gestuurd naar Feryn.

2.14.

Een brief van de advocaat van Feryn aan Tacx van 11 juni 2014 heeft, voor zover in deze zaak relevant, de volgende inhoud:

“(…) Ten gevolge van deze voortijdige en eenzijdige beëindiging van de distributieovereenkomst maakt cliënte dan ook met recht aanspraak op een schadevergoeding, rekening houdende met de door haar over zeer lange termijn geleverde bijzondere inspanningen, gedane investeringen en geboekte resultaten. (…)”

2.15.

Een brief van 27 juni 2014 van Tacx aan Feryn luidt, voor zover in deze zaak van belang, als volgt:

“(…) Ondanks vele gesprekken met [C] en diverse aanvaringen blijkt Feryn zich niet aan die spelregels te houden, hetgeen wij zeer betreuren.

(…)

Voorts, indien en voor zover deze (voorwaardelijke) opzegging geen effect sorteert (hetzij omdat de tekortkomingen zullen zijn hersteld, hetzij om enige andere reden) geldt dat Tacx hoe dan ook het recht heeft de jaarlijks vast te stellen prijzen en de andere financiële condities per 1 augustus 2014 te herzien en zich er serieus op beraadt dat inderdaad te doen. U zult tijdig voordien hierover worden geïnformeerd.

Wij wijzen er met klem op dat de heer [C] (daartoe ook niet bevoegd) de partner-distributieovereenkomst niet heeft opgezegd, anders dan waarvan uw advocaat in zijn hierboven genoemde brief kennelijk per abuis wel uitgaat. De heer [C] heeft de inkoopkorting voor categorie A-producten aangepast van 56 naar 48% per 26 mei 2014. Wij zijn bereid, onverplicht en onder voorbehoud van alle rechten en weren, die aankondiging van de heer [C] in te trekken en doen dat bij deze. (…)”

2.16.

Een brief van 16 oktober 2014 van de advocaat van Tacx aan Feryn heeft, voor zover voor deze zaak van belang, de volgende inhoud:

“(…) Cliënte heeft u geregeld zaken verkocht en u daarvoor gefactureerd. U bent structureel in gebreke met tijdige betaling van die facturen. Ik wijs op de contractuele betalingstermijn van zestig dagen na factuurdatum. Ondanks dat u van rechtswege in verzuim was (en bent) bent u, ten overvloede, meermaals in gebreke gesteld.

Gelet op uw verzuim ontbindt cliënte de partner-distributieovereenkomst – indien en voor zover nog bestaand – met u en wel bij deze. (…)”

in reconventie

2.17.

Tacx heeft Feryn de volgende facturen gestuurd:

datum

factuurnummer

bedrag

25 februari 2014

14001905

€ 14.015,93

26 februari 2014

14001933

€ 30,00

7 mei 2014

14003394

€ 30,00

9 mei 2014

14003437

€ 818,00

9 mei 2014

14003438

€ 195,00

9 mei 2014

14003439

€ 104,38

9 mei 2014

14003440

€ 268,60

19 mei 2014

14003605

€ 4.188,29

26 mei 2014

14003710

€ 9.648,06

26 augustus 2014

14005201

-€ 6.321,98

2.18.

In artikel 9 van de overeenkomst is bepaald dat betaling van facturen binnen 60 dagen na de factuurdatum moet plaatsvinden.

2.19.

In artikel 6 lid 4 van de algemene voorwaarden is bepaald dat bij overschrijding van de betalingstermijn een contractuele rente van 12 % per jaar verschuldigd wordt.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Feryn vordert – samengevat − bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. een verklaring voor recht dat Tacx toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis door de overeenkomst eenzijdig te wijzigen althans op te zeggen althans te ontbinden;

  2. een verklaring voor recht dat Tacx aansprakelijk is voor de door Feryn geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;

  3. veroordeling van Tacx in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Feryn legt, zakelijk weergegeven, aan de vordering ten grondslag dat Tacx ten onrechte en op onjuiste gronden de overeenkomst heeft opgezegd, althans dat Tacx is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst. Volgens Feryn is Tacx als gevolg daarvan schadeplichtig en verkeert zij in verzuim.

3.3.

Tacx heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Tacx vordert − na eisvermeerdering − bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Feryn tot betaling van € 23.884,56 vermeerderd met 12 % rente over de bedragen die blijken uit productie 3 vanaf de vervaldata en over € 9.648,06 vanaf 25 juli 2014 tot de dag van voldoening en met de proceskosten en de nakosten.

3.5.

Tacx legt aan haar vordering ten grondslag dat Feryn toerekenbaar is tekortgeschoten in de tijdige betaling van facturen en in verzuim verkeert. Het gevorderde bedrag betreft € 22.976,28 aan openstaande facturen en € 908,28 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.6.

Feryn heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

De rechtbank stelt vast dat zij gelet op artikel 20 van de overeenkomst bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen. Het geschil dient te worden beoordeeld aan de hand van Nederlands recht. Daaronder valt in deze zaak niet het Weens Koopverdrag, nu toepasselijkheid van dat verdrag in artikel 17 van de algemene voorwaarden is uitgesloten.

en voorts in conventie

4.2.

De e-mail van [C] van 26 mei 2014 vormt de aanleiding van het geschil zoals thans voorgelegd aan de rechtbank. Partijen verschillen van mening over de juridische kwalificatie van deze e-mail. Feryn heeft de e-mail opgevat, primair, als opzegging van de overeenkomst en, subsidiair, als een eenzijdige wijziging daarvan die een tekortkoming in de nakoming in het leven roept. Volgens Feryn bestond voor de opzegging noch de wijziging een valide grondslag.

4.3.

Tacx, die de boodschap van [C] in de e-mail van 26 mei 2014 aanmerkt als een wijziging van de contractvoorwaarden, heeft aangevoerd dat [C] onbevoegd was tot die (rechts)handeling. Tacx heeft de e-mail van 26 mei 2014 in haar brief van 27 juni 2014 ook ingetrokken. Dit betekent, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van Tacx, dat de e-mail van 26 mei 2014 in juridisch opzicht geen gevolgen heeft (gehad).

4.4.

De rechtbank stelt allereerst vast dat Feryn ervan mocht uitgaan dat de boodschap van 26 mei 2014 afkomstig was van Tacx, althans dat Tacx aan [C] een toereikende volmacht had verleend op grond waarvan [C] bevoegd was tot het versturen van die boodschap. Redengevend voor dit oordeel is dat Feryn heeft verklaard dat zij in verband met de in- en verkoop van Tacx-materiaal altijd te maken had met [C] en dat [C] dan gebruik maakte van visitekaartjes van Tacx. Van de zijde van Tacx is verklaard dat haar personeel geen contact had met Feryn, dat contact was uitbesteed aan ICC. Gelet op deze verklaringen stelt de rechtbank vast dat [C] voor Feryn het gezicht van Tacx was. [C] heeft zijn e-mail van 26 mei 2014 voorts verzonden vanaf het e-mailadres [naam 1] @tacx.eu. De (standaard)opmaak van die e-mail verwijst naar Tacx (zie hiervoor onder 2.10.). De verwijzing in de e-mail naar het adres van ICC in Terneuzen legt, anders dan Tacx voorstaat, onvoldoende gewicht in de schaal om te komen tot het oordeel dat Feryn moest begrijpen dat de boodschap van 26 mei 2014 afkomstig was van ICC.

4.5.

Nu vaststaat dat Feryn ervan mocht uitgaan dat [C] namens Tacx handelde, dient de rechtbank te beoordelen hoe de boodschap van [C] juridisch moet worden gekwalificeerd. Anders dan partijen komt de rechtbank tot het oordeel dat de boodschap moet worden gezien als de mededeling van Tacx dat zij haar verplichting tot levering overeenkomstig de voorwaarden uit de overeenkomst opschort. Tacx heeft met de e-mail van 26 mei 2014 de samenwerking met Feryn immers niet geheel willen beëindigen, zodat van de door Feryn primair gestelde opzegging geen sprake is. De rechtbank heeft bij haar oordeel op dit punt voorts in aanmerking genomen dat Tacx de e-mail van 26 mei 2014 bij brief van 27 juni 2014 heeft ingetrokken.

4.6.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of een valide grond bestond voor het beroep van Tacx op opschorting. Volgens Tacx is de grondslag voor de opschorting erin gelegen dat Feryn voortdurend tekort schoot in de nakoming van diverse op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst. Volgens Tacx was bij Feryn sprake van personeelswisselingen die de adequate uitvoering van de overeenkomst nadelig beïnvloedden. Daarnaast was het personeel van Feryn onvoldoende getraind, was geen beslissingsbevoegd personeel aanwezig op bijeenkomsten met partnerdistributeurs en was de service die Feryn de detailhandel bood onvoldoende. Feryn leverde tegen afspraken in geen prefered dealers en organiseerde geen dealertrainingen. Feryn hield zich niet aan artikel 12 van de overeenkomst en de heer Feryn liet zich laatdunkend uit over Tacx. Tacx stelt over bedoelde de verwijten te hebben gesproken en gecorrespondeerd met Feryn. Tacx verwijt Feryn tot slot dat zij haar facturen stelselmatig te laat betaalde.

4.7.

De rechtbank zal bij de beoordeling van de tekortkomingen die Tacx Feryn verwijt de late betaling van facturen afzonderlijk bespreken en overweegt verder als volgt. Feryn heeft weersproken dat Tacx voorafgaand aan de e-mail van 26 mei 2014 met haar heeft gesproken of gecorrespondeerd over het verwijt dat zij, samengevat, niet handelde zoals Tacx dat mocht verwachten van een partnerdistributeur. Gelet op deze betwisting lag het op de weg van Tacx om te onderbouwen dat zij voorafgaand aan de e-mail van 26 mei 2014 met Feryn heeft gesproken en/of gecorrespondeerd over de door haar gestelde tekortkomingen en voorts om te stellen en, indien nodig, te onderbouwen dat deugdelijke nakoming door Feryn blijvend onmogelijk was. Tacx heeft dit alles nagelaten. Tacx heeft aldus onvoldoende onderbouwd dat deugdelijke nakoming door Feryn op 26 mei 2014 blijvend onmogelijk was. De enkele stelling dat over de tekortkomingen is gesproken en gecorrespondeerd met Feryn is ook onvoldoende om te worden toegelaten tot het door Tacx aangeboden bewijs. Bij deze stand van zaken behoeft het debat tussen partijen over de aard van de door Tacx gestelde tekortkomingen en de verweren van Feryn daartegen geen nadere bespreking.

4.8.

Feryn heeft het verwijt van Tacx dat zij haar facturen niet altijd binnen de overeengekomen termijn betaalde als zodanig niet betwist. Feryn heeft echter onweersproken aangevoerd dat Tacx daar geen probleem van maakte en dat Tacx, tot het ontstaan van het onderhavige geschil, ook geen aanspraak heeft gemaakt op de contractueel bedongen rente. De rechtbank overweegt dat is gesteld noch gebleken dat Tacx het betalingsgedrag van Feryn voorafgaand aan de e-mail van 26 mei 2014 uitdrukkelijk onder de aandacht heeft gebracht. Weliswaar werd Feryn door Tacx telefonisch en per e-mail gerappelleerd, maar daaruit hoefde Feryn naar het oordeel van de rechtbank niet te begrijpen dat het betalingsgedrag zodanig problematisch was dat het tot negatieve gevolgen voor de voortzetting van de overeenkomst zou leiden. Ook in de e-mail van 26 mei 2014 wordt met geen woord gerept over enige betalingsachterstand. Gelet op één en ander rechtvaardigt de betalingsachterstand van Feryn naar het oordeel van de rechtbank niet de opschorting door Tacx van de op haar rustende verplichtingen uit de overeenkomst.

4.9.

Uit het voorgaande volgt dat een deel van de tekortkomingen die Tacx Feryn verwijt, het niet handelen zoals dat van een partnerdistributeur verwacht mag worden, niet is komen vast te staan en aldus geen grondslag kan vormen voor het beroep op opschorting. Een ander deel van de verwijten, de betalingsachterstand, is ontoereikend om het beroep van van Tacx op opschorting te kunnen rechtvaardigen. De slotsom is dat het beroep op opschorting van Tacx op 26 mei 2014 ongegrond is.

4.10.

De omstandigheid dat voor de opschorting geen valide grond bestond betekent dat de mededeling van Tacx dat zij haar materiaal niet meer aan Feryn zou leveren conform de partnerdistributievoorwaarden moet worden gezien als een mededeling zoals bedoeld in artikel 6:83 sub c Burgerlijk Wetboek (BW); een mededeling waaruit Feryn mocht afleiden dat Tacx in de nakoming van haar verplichtingen zou tekortschieten en waarmee verzuim aan de zijde van Tacx in het leven is geroepen. De omstandigheid dat Tacx wel bereid was om materiaal te leveren tegen de voorwaarden die golden voor gewone distributeurs maakt het oordeel van de rechtbank niet anders, nu, zo is tussen partijen niet in geschil, de voorwaarden waarop distributeurs aanspraak kunnen maken in belangrijke mate verschillen van de partnerdistributievoorwaarden.

4.11.

Tacx stelt dat zij de e-mail van het 26 mei 2014 bij brief van 27 juni 2014 heeft ingetrokken en voorts dat zij met diezelfde brief de overeenkomst tussen partijen succesvol heeft opgezegd. Feryn heeft namelijk niet binnen de door Tacx in de brief van 27 juni 2014 gegeven termijn voldaan aan de verplichtingen waarin zij volgens Tacx tekortschoot.

4.12.

Tacx miskent naar het oordeel van de rechtbank dat het intrekken van de e-mail van 26 mei 2014 niet betekent dat een einde is gekomen aan haar verzuim. Met inachtneming van het voorgaande moet de intrekking van de e-mail van 26 mei 2014 worden aangemerkt als een aanbod om alsnog te leveren conform de partnerdistributievoorwaarden. Gelet op het uitblijven van een reactie van Feryn op dit aanbod, stelt de rechtbank vast dat Feryn dit aanbod heeft geweigerd. Gelet op het bepaalde in artikel 6:86 BW was Feryn naar het oordeel van de rechtbank ook bevoegd tot deze weigering, nu het aanbod van Tacx in de vorm van de intrekking van de e-mail van 26 mei 2014 niet gepaard ging met een aanbod om reeds geleden schade te vergoeden terwijl Feryn in haar brief van 11 juni 2014 wel om een schadevergoeding had gevraagd (zie onder 2.14.). De rechtbank heeft bij haar oordeel op dit punt in aanmerking genomen dat de mogelijkheid aannemelijk is dat Feryn op 27 juni 2014 al schade had geleden, althans dat schade op die datum al te voorzien was. De rechtbank zal dit laatste verderop in dit vonnis, onder 4.16., nader toelichten.

4.13.

Nu de intrekking van de e-mail van 26 mei 2014 aldus het verzuim van Tacx niet heeft gezuiverd, geldt dat de in de brief van 27 juni 2014 aangekondigde opzegging van de overeenkomst geen effect heeft gesorteerd. Hetzelfde geldt voor de bij brief van 16 oktober 2014 door Tacx ingeroepen ontbinding van de overeenkomst, nu het verzuim van Tacx ook op die datum nog voortduurde.

4.14.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de onder 3.1. sub 1. bedoelde vordering zal worden toegewezen in die zin dat de rechtbank zal verklaren voor recht dat Tacx toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van op haar rustende verbintenissen uit de partnerdistributieovereenkomst.

4.15.

De weigering van Tacx om overeenkomstig de voorwaarden uit de overeenkomst materialen te leveren aan Feryn brengt in beginsel schadeplichtigheid van Tacx jegens Feryn met zich. Nu Feryn verwijzing naar de schadestaatprocedure heeft gevorderd, kan thans worden volstaan met beantwoording van de vraag of de mogelijkheid dat Feryn schade heeft geleden die het gevolg is van de weigering tot levering door Tacx conform de partnerdistributievoorwaarden aannemelijk is (vgl. Hoge Raad 17 oktober 1997, NJ 1998/241). De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende.

4.16.

Feryn heeft onweersproken gesteld dat zij Tacx-materiaal uiterlijk eind mei van ieder jaar moet bestellen, om het materiaal in september van dat jaar aan de detailhandel te kunnen leveren. In de tussengelegen periode organiseert Feryn haar verkoop door haar vertegenwoordigers op pad te sturen met de prijsopgave die Feryn van Tacx heeft ontvangen naar aanleiding van haar bestelling. De rechtbank acht aannemelijk dat Feryn (reeds op 27 juni 2014) een niet (geheel) te herstellen achterstand had opgelopen bij het organiseren van haar verkoop voor winterseizoen 2014-2015.

4.17.

Tussen partijen is voorts niet in geschil dat het partnerdistributeurschap bepaalde voordelen met zich brengt, zoals een gegarandeerde snelheid van leveringen, door Tacx gesteunde service, 56 % korting op A-producten (tegenover 48% korting voor gewone distributeurs) en een fee van maximaal 10 % van de omzet van Tacx-materialen. De rechtbank acht aannemelijk dat het voor de kleinhandel niet, althans minder interessant was om bij Feryn als gewoon distributeur af te nemen. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat het voor Feryn als gevolg van de onrechtmatige weigering van Tacx om conform de partnerdistributievoorwaarden materiaal te leveren, niet meer of in mindere mate mogelijk was om Tacx-materiaal te verkopen en dat zij als gevolg daarvan schade heeft geleden.

4.18.

De stelling van Tacx dat Feryn schade had kunnen voorkomen of beperken door haar materiaal als gewoon distributeur te verkopen aan de detaillisten en de daartegen door Feryn aangevoerde verweren zien op de vraag of factoren aanwezig zijn die aanleiding kunnen geven tot vermindering van de schade. Deze factoren dienen naar het oordeel van de rechtbank aan de orde te komen in de schadestaatprocedure.

4.19.

Dit geldt niet voor het beroep van Tacx op exoneratiebepalingen uit haar algemene voorwaarden. Een exoneratiebeding beoogt immers aansprakelijkheid uit te sluiten en ziet daarmee op de grondslag van de schadevergoedingsplicht. Derhalve zal de rechtbank dit beroep van Tacx in de onderhavige procedure beoordelen.

4.20.

Tacx stelt dat artikel 14 lid 8 van de algemene voorwaarden meebrengt dat zij ten hoogste schadeplichtig is tot een bedrag van € 10.000,=. Feryn heeft daar tegenin gebracht dat de algemene voorwaarden niet zien op de overeenkomst als geheel, maar slechts op de bestellingen van Tacx-materialen en dat het beroep van Tacx op exoneratiebedingen daarom niet kan slagen. De rechtbank overweegt het volgende.

4.21.

In artikel 8 lid 1 van de overeenkomst is bepaald dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op alle transacties tussen partijen. Op het voorblad bij de aan de overeenkomst gehechte algemene voorwaarden is overeengekomen dat Tacx goederen levert aan de hand van de algemene voorwaarden. Het door partijen voor akkoord ondertekende voorblad bij de algemene voorwaarden moet naar het oordeel van de rechtbank worden geacht onderdeel te vormen van de overeenkomst. Gelet op de tekst van de overeenkomst, waaronder het voorblad, zien de algemene voorwaarden naar het oordeel van de rechtbank op bestellingen en leveringen van Tacx-producten aan Feryn en niet in zijn algemeenheid op alle over en weer geldende verplichtingen van partijen uit de overeenkomst. Dat in artikel 1 van de algemene voorwaarden is bepaald dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn op alle rechtsbetrekkingen, maakt het oordeel van de rechtbank op dit punt niet anders, nu, zo is tussen partijen niet in geschil, de overeenkomst prevaleert.

4.22.

Het voorgaande betekent dat (ook) de exoneraties uit artikel 14 van de algemene voorwaarden slechts van toepassing zijn op bepaalde bestellingen van en leveringen aan Feryn. Nu de toerekenbare niet nakoming van Tacx geen verband houdt met een specifieke bestelling/levering van Tacx-materiaal, kan Tacx zich in deze zaak daarom niet met succes beroepen op de exoneraties van artikel 14 van de algemene voorwaarden.

4.23.

De rechtbank concludeert dat de mogelijkheid dat Feryn schade heeft geleden die door Tacx dient te worden vergoed aannemelijk is. De rechtbank zal daarom de vordering als bedoeld onder 3.1. 2. toewijzen en voor recht verklaren dat Tacx aansprakelijk is voor de door Feryn geleden en nog te lijden schade, waarbij de schade nader opgemaakt dient te worden bij staat.

4.24.

Tacx zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank zal deze vaststellen op € 102,66 inclusief BTW aan explootkosten, € 613,= aan griffierecht en € 904,= aan salaris advocaat (2 punten, tarief II € 452,=), totaal € 1.619,66,=. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de onweersproken gevorderde wettelijke rente vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis.

en voorts in reconventie

4.25.

Vast staat dat de bestelling waarvoor op 26 mei 2014 een factuur van € 9.648,06 is verzonden, door Feryn is geweigerd en geretourneerd naar Tacx. Tacx heeft vervolgens een creditfactuur gestuurd en, tot deze procedure, geen aanspraak meer gemaakt op betaling van de factuur. Van verschuldigdheid van het bedrag aan Tacx is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat Tacx ter comparitie heeft verklaard dat de bestelling courante producten betrof die zij “makkelijk aan een ander kan verkopen”. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

4.26.

Feryn heeft verschuldigdheid van de overige facturen, met een totale waarde van € 13.328,22 niet weersproken, zodat dit deel van de vordering zal worden toegewezen. De factuurbedragen zullen worden vermeerderd met de onweersproken gevorderde contractuele rente van 12 % per jaar vanaf 60 dagen na de afzonderlijke factuurdata (zie onder 2.17.) tot de dag van algehele voldoening en voorts met een bedrag van € 908,28 aan onweersproken gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

4.27.

Feryn zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden door de rechtbank vastgesteld op nihil aan verschotten en € 452,= (2 x 0,5 punten, tarief II, € 452,=) aan salaris advocaat. De rechtbank is bij het vaststellen van de tarief uitgegaan van het toe te wijzen bedrag.

en voorts in conventie en in reconventie

4.28.

Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordelingen ook voor deze nakosten een executoriale titel opleveren (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat Tacx toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van op haar rustende verbintenissen uit de partnerdistributieovereenkomst;

5.2.

verklaart voor recht dat Tacx aansprakelijk is voor de door Feryn geleden en nog te lijden schade, waarbij de schade nader opgemaakt dient te worden bij staat;

5.3.

veroordeelt Tacx in de proceskosten, vastgesteld op € 1.619,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de achtste dag na betekening van dit vonnis;

5.4.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

5.6.

veroordeelt Feryn tot betaling aan Tacx van een bedrag van € 13.328,22 te vermeerderen met 12 % contractuele rente, vanaf de vervaldata van de facturen tot de dag van algehele voldoening;

5.7.

veroordeelt Feryn tot betaling van een bedrag van € 908,28 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.8.

veroordeelt Feryn in de proceskosten, vastgesteld op € 452,=;

5.9.

verklaart de onderdelen 5.6., 5.7. en 5.8. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.10.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. I. Brand en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2015.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.coll: