Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:11224

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
C-09-479814-HA ZA 14-1400
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ANWB tegen Consumentenbond. Onrechtmatige publicatie. Vrijheid van onderzoek. Heeft de Consumentenbond met de publicatie in de Geldgids van november 2014 inzake vergelijkend prijsonderzoek onder pechhulpverleners gehandeld in strijd met de hem toekomende vrijheid van onderzoek ? Is deze publicatie onrechtmatig jegens de ANWB?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C09/479814 / HA ZA 14-1400

Vonnis van 30 september 2015 (bij vervroeging)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANWB B.V,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

procesadvocaat mr. D. Knottenbelt te Den Haag

behandelend advocaat mr. P.L. Reeskamp te Amsterdam,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

CONSUMENTENBOND,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde,

advocaat voorheen mr. J.L. Naves, thans mr. C.B. Vreede te Den Haag.

Partijen worden hierna de ANWB en de Consumentenbond genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt, voor zover van belang, uit:

- de dagvaarding van de ANWB van 11 december 2014;

- de akte overlegging producties van de ANWB van 24 december 2014;

- de conclusie van antwoord van de Consumentenbond met producties van 4

februari 2015;

- het tussenvonnis van 4 maart 2015 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

- de akte houdende nadere productie van de ANWB van 10 juni 2015;

- de akte overlegging producties van de Consumentenbond van 25 juni 2015;

- de verwijzing naar de meervoudige kamer;

- het proces-verbaal van de zitting van 14 september 2015 en de reacties daarop

van beide partijen van 28 september 2015, die aan het proces-verbaal zijn

gehecht.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

1.3.

Bij de voorbereiding van dit vonnis heeft de rechtbank rekening gehouden met de opmerkingen van partijen over het proces-verbaal van de zitting van 14 september 2015. Uit die opmerkingen blijkt dat partijen het niet eens zijn over wat precies ter zitting is verklaard. De rechtbank kan dit, gelet op het navolgende, in het midden laten.

2. De feiten

2.1.

De ANWB is een belangenorganisatie van wielrijders. De ANWB heeft omstreeks 3,9 miljoen leden. De ANWB heeft de ANWB Wegenwacht opgericht welke aan automobilisten hulp bij pech onder weg aanbiedt. In 2014 waren 3,5 miljoen mensen bij de ANWB Wegenwacht aangesloten.

2.2.

De Consumentenbond is een vereniging zonder winstoogmerk, die zich tot doel stelt een verbindend platform te zijn voor de Nederlandse consument. De Consumentenbond heeft omstreeks 500.000 leden en gebruikers en geeft onder meer invulling aan zijn doel door waren en diensten te vergelijken en daarover te publiceren. De Consumentenbond is uitgever van de Geldgids, die acht keer per jaar verschijnt en een oplage heeft van omstreeks 60.000 en beschikbaar is voor leden op de website van de Consumentenbond.

2.3.

De Consumentenbond heeft met de ANWB gecorrespondeerd over de voorgenomen publicatie van een vergelijkend prijsonderzoek betreffende pechhulpverzekeringen, waarin ook de ANWB Wegenwacht werd betrokken. De ANWB heeft er, onder verwijzing naar het vonnis van deze rechtbank inzake ANWB/Route Mobiel van 25 oktober 2006 (ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ0793), op gewezen dat bij het vergelijken van de prijzen van de diverse pechhulpdiensten de kwaliteit van de verleende dienst moet worden vermeld en dat de kwaliteit van de pechhulpdienst het reparatiepercentage is. Dit moet haars inziens dus in het artikel worden vermeld.

2.4.

Op 2 september 2014 heeft de Consumentenbond een aangepast concept van het artikel aan de ANWB gezonden voor feedback. In dit concept was de volgende passage opgenomen:

“Afwegingen

Al met al is het onmogelijk te adviseren welke pechhulpverzekering u het best kunt afsluiten. Mede doordat we niet hebben onderzocht wat de kwaliteit van de pechhulp is, zoals welk percentage van de auto’s ter plekke gerepareerd wordt of hoe tevreden bestaande klanten zijn over de geboden hulp.”

2.5.

De ANWB heeft niet met deze tekst ingestemd, maar onder meer geadviseerd aan deze passage nog toe te voegen:

“Zo worden bij ANWB 9 van de 10 pechgevallen meteen wee[r, rb] op weg geholpen.”

2.6.

In de, in november 2014 uitgegeven, Geldgids is het navolgende artikel op pagina 10 en 11 opgenomen (hierna: het artikel). Op de voorpagina van de Geldgids is het artikel als volgt aangekondigd:

“Wegenwacht

Betaal niet dubbel”

2.7.

De ANWB heeft op 20 oktober 2014 per e-mail aan de Consumentenbond bericht

dat het uiteindelijk gepubliceerde artikel volledig afwijkt van de laatste versie van de Consumentenbond, waarover de ANWB nog een paar opmerkingen had.

2.8.

De Consumentenbond heeft daarop op 21 oktober 2014 per e-mail gereageerd met de mededeling dat de verbazing daarover voorstelbaar is, maar dat dit niet wegneemt dat de eindverantwoordelijkheid voor de uiteindelijk te publiceren teksten bij de Consumentenbond blijft berusten.

2.9.

De Consumentenbond heeft desgevraagd geweigerd het artikel te rectificeren.

2.10.

De kosten van een reparatie die niet ter plaatse kan worden verricht, worden niet gedekt onder een pechhulpverzekering.

3 Het geschil

3.1.

De ANWB vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

zakelijk:

1. te verklaren voor recht dat de publicatie van het artikel “Snel weer op weg” in de Geldgids van november 2014, alsmede de voortdurende beschikbaarheid van dit artikel op de website van de Consumentenbond, onrechtmatig is jegens de ANWB;

2.a.1. de Consumentenbond te verbieden de pechhulpdienst van de ANWB in

het openbaar te vergelijken met andere aanbieders van pechhulpdiensten zonder

daarin het reparatiepercentage van de in de vergelijking betrokken

pechhulpaanbieders te betrekken;

2.a.2. althans - indien betrouwbare informatie omtrent het reparatiepercentage van

die andere pechhulpaanbieders redelijkerwijs niet beschikbaar is - de

Consumentenbond te verbieden een dergelijke vergelijking te publiceren zonder

daarin te vermelden dat:

i. de ANWB 9 van de 10 gevallen ter plekke weer op weg helpt en dus een

reparatiepercentage van 90% heeft;

ii. het reparatiepercentage van de andere pechhulpaanbieders onbekend is;

iii. het reparatiepercentage van essentieel belang is voor de kosten aangezien de

kosten van een reparatie die niet ter plaatse kan worden verricht niet gedekt worden

onder de pechhulpverzekering;

3. de Consumentenbond te gebieden om op zijn website het in de dagvaarding

vermelde rectificatiebericht te plaatsen, zonder toevoegingen of weglatingen;

4. de Consumentenbond te gebieden om in de eerstvolgende editie van de Geldgids hetzelfde rectificatiebericht te plaatsen;

5. op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per dag of per uiting - naar keuze

van de ANWB - op schending van de onder 2 tot en met 4 genoemde bevelen;

6. de Consumentenbond te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

De ANWB stelt daartoe, zakelijk, onder verwijzing naar Hof Den Haag 29 januari 2013, Consumentenbond (Geldgids)/Matrix, ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6001, dat de Consumentenbond bij zijn publicaties aan een strenge zorgvuldigheidsnorm moet voldoen “gezien het gegeven dat door het in aanmerking komende publiek aan publicaties van de Consumentenbond groot gezag wordt toegekend en dat deze grote invloed hebben. Daarom mag van de Consumentenbond worden verwacht dat zijn publicaties zowel procedureel als inhoudelijk zorgvuldig tot stand komen.” Ook met inachtneming van de vrijheid die de Consumentenbond heeft om de vergelijking te beperken tot de prijs, had het reparatiepercentage in de vergelijking moeten worden betrokken, omdat dit percentage wezenlijk is voor een prijsvergelijking van pechhulpdiensten. Nu de Consumentenbond dit niet heeft gedaan, terwijl hij daarop al in 2011 door de ANWB was gewezen en ook in 2014 meermalen daarop is geattendeerd, heeft hij, door het artikel toch te publiceren, jegens de ANWB de op hem rustende strenge zorgvuldigheidsnorm geschonden, omdat de ANWB, anders dan andere pechhulpdiensten, aantoonbaar een reparatiepercentage van 90% heeft. De Consumentenbond had zich behoren te realiseren dat de publicatie voor de ANWB schadelijk is. Daarmee heeft de Consumentenbond jegens de ANWB onrechtmatig gehandeld. De in het artikel opgenomen zinsnede ”Verder is de kwaliteit van de pechhulp natuurlijk ook belangrijk.” kan de Consumentenbond niet baten, nu deze mededeling a. weinigzeggend is (in het geheel wordt niet vermeld wat dat betekent en wat daarvan de relevantie is voor de prijsvergelijking) en b. de consument niet geacht kan worden zelf de kwaliteit van de pechhulpaanbieders te vergelijken en daarom zal afgaan op de mededeling van de Consumentenbond verschafte informatie dat de “ANWB de duurste aanbieder is van pechhulp”. Bovendien heeft de Consumentenbond aldus de consument misleid.

3.3.

De Consumentenbond voert gemotiveerd verweer. Hij betoogt zakelijk dat het hem in beginsel vrijstaat te bepalen wat hij wel of niet onderzoekt en op welke wijze hij zijn onderzoeken vormgeeft, mits de gemaakte keuze binnen de grenzen van het redelijke blijft en aldus jegens degenen om wier producten het gaat niet als onrechtmatig aangemerkt kan worden (vgl. HR 9 oktober 1987, NJ 1988, 537 Consumentenbond/Westerkamp). De Consumentenbond heeft louter een prijsvergelijking willen maken en niet de kwaliteit van de pechhulpdiensten daarbij willen betrekken. De uit de rechtspraak voortvloeiende zorgvuldigheidsnorm is verwerkt in artikel 3 van de Gedragscode Vergelijkend Onderzoek, welke code de Consumentenbond in samenspraak met VNO-NCW en MKB-Nederland heeft opgesteld. De onderzoeksvrijheid van de Consumentenbond is gestoeld op de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM. De gevorderde ver- en geboden en rectificaties vormen een inperking op die vrijheid van de Consumentenbond en daarmee dient terughoudend te worden omgegaan (HR 21 oktober 1994, NJ 1996, 346). Gelet op de inhoud van de publicatie heeft de Consumentenbond jegens de ANWB niet onrechtmatig gehandeld. De publicatie bevat geen onjuistheden en is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dat de ANWB nog steeds een reparatiepercentage van 90% heeft, wordt betwist, en heeft de ANWB niet onderbouwd. Bovendien hoeft de Consumentenbond niet van de cijfers van de ANWB uit te gaan; hij zal in de regel een eigen onafhankelijk onderzoek willen doen. Dat andere pechhulpdiensten slechter scoren is niet onderbouwd. Het reparatiepercentage is slechts relevant voor pechhulp in Nederland, terwijl het artikel ook de pechhulp in de rest van Europa betreft. De ANWB heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door de publicatie van het artikel schade heeft geleden. Tot slot voeren de gevorderde ver- en geboden en rectificaties te ver.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Centrale vraag

4.1.

De Consumentenbond heeft een vergelijkend prijsonderzoek verricht onder een zestal pechhulpdiensten, waaronder de ANWB Wegenwacht. Hij heeft in het onderzoek, ondanks het herhaaldelijk daartoe door de ANWB aan hem gedane verzoek, niet het reparatiepercentage van de ANWB en dat van de andere pechhulpverleners betrokken. Partijen strijden over de vraag of de Consumentenbond, op straffe van onrechtmatig handelen, verplicht was dit wel te doen, of op zijn minst het door de ANWB gestelde reparatiepercentage in zijn publicatie te vermelden.

Uitgangspunt en toetsingscriterium

4.2.

Voor de rechtbank is uitgangspunt dat de Consumentenbond beoogt een neutrale instelling te zijn, op wier oordeel consumenten kunnen vertrouwen. Publicaties van de Consumentenbond hebben een groot gezag en aan dergelijke publicaties komt veel invloed toe. Gegeven die invloed dienen de informatieverstrekking en advisering deskundig, objectief en duidelijk te zijn. De wijze waarop de Consumentenbond met die standpunten naar buiten treedt moet voldoen aan hoge eisen van zorgvuldigheid, duidelijkheid en neutraliteit, omdat het publiek eerder dan wanneer informatie van andere bronnen afkomstig is, zal aannemen dat de berichtgeving van de Consumentenbond juist is.

4.3.

De Hoge Raad heeft in de door de Consumentenbond aangehaalde procedure betreffende vergelijkend warenonderzoek (HR 9 oktober 1987, NJ 1988, 537, m.nt. CJHB, ECLI:NL:HR:1987:AC1068), voor zover van belang, het volgende overwogen:

“Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een vergelijkend warenonderzoek en de publikatie daarvan door een instelling als de Consumentenbond gaat het in beginsel om een afweging tegen elkaar van twee maatschappelijke belangen van zwaarwegende aard. Aan de ene kant is er het belang van hen die de vergeleken produkten op de markt brengen en die, naar degene die een dergelijk onderzoek onderneemt kan voorzien, belangrijk economisch nadeel kunnen lijden, wanneer hun produkt ongunstig wordt beoordeeld. Aan de andere kant is er het belang van een deskundige, objectieve en voor ieder duidelijke voorlichting van het kopend publiek door neutrale instellingen waarin het vertrouwen kan stellen.

(…) [Het, rb.] eerste belang [brengt, rb.] mee dat bij een dergelijk onderzoek aan de daarbij in acht te nemen zorgvuldigheid, hoge eisen moeten worden gesteld. Dit geldt zowel voor het onderzoek in eigenlijke zin en de daarbij te hanteren maatstaven en methoden als voor de wijze waarop de resultaten ervan onder de aandacht van het publiek worden gebracht.

Het tweede voormelde belang brengt mee dat aan de instelling die het onderzoek verricht, in beginsel de vrijheid toekomt om zelf uit te maken welke produkten zij met elkaar vergelijkt, welke eigenschappen van die produkten in de vergelijking dienen te worden betrokken en welke methoden en maatstaven zij daarbij bezigt, telkens mits de gemaakte keuze binnen de grenzen van de redelijkheid blijft en aldus jegens degenen om wier produkten het gaat, niet als onzorgvuldig aangemerkt kan worden. Een op overeenkomstige wijze begrensde vrijheid komt, mede gelet op de vrijheid van meningsuiting, aan de instelling toe om de publikatie van de resultaten van het onderzoek zodanig in te kleden als zijn geboden voorkomt teneinde het publiek waaraan de vergeleken produkten worden aangeboden, zo effectief mogelijk voor te lichten en aan ieder die daaraan behoefte heeft, op een voor hem zo duidelijk mogelijke wijze inzicht in de betekenis van die resultaten te geven. Opmerking verdient in dit verband nog dat hier andere maatstaven gelden dan bij vergelijkende handelsreclame, reeds omdat het daarbij niet gaat om neutrale voorlichting.

(…) Indien bij een vergelijkend onderzoek door een instelling als de Consumentenbond testcriteria worden gekozen die op zichzelf binnen de grenzen van het redelijke blijven, is het in beginsel niet in strijd met de jegens de belanghebbenden bij de produkten in acht te nemen zorgvuldigheid, wanneer bij de publikatie van het onderzoek wordt nagelaten melding te maken van de mogelijkheid van andere, eveneens binnen die grenzen blijvende criteria (…)”

4.4.

In lijn met deze uitspraak heeft het Hof Den Haag, in zijn uitspraak van 21 oktober 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BH1623, NJF 2009, 179 (Eye Center Europe B.V.) onder meer overwogen:

“Het hof stelt voorop dat het de Consumentenbond vrij staat niet de kwaliteit van de geboden behandeling, maar alleen de randvoorwaarden voor het bieden van kwalitatief goede laserbehandelingen in commerciële klinieken te onderzoeken.”

Vrijheid inrichting van het onderzoek

4.5.

Allereerst moet worden nagegaan of de keuze van de Consumentenbond om het reparatiepercentage niet in het vergelijkend prijsonderzoek te betrekken, gelet op de aan hem toekomende vrijheid om “zelf uit te maken welke produkten hij met elkaar vergelijkt, welke eigenschappen van die produkten in de vergelijking dienen te worden betrokken en welke methoden en maatstaven hij daarbij bezigt”, binnen de grenzen van de redelijkheid blijft.

4.6.

Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt. Tussen partijen staat vast dat pechhulpverleners bij pech in Nederland trachten de automobilist direct weer op weg te helpen en dat de kosten van een reparatie die niet ter plaatse kan worden verricht, niet worden gedekt onder een pechhulpverzekering. Dit betekent dat de automobilist die niet ter plekke kan worden geholpen aanvullende, mogelijk aanzienlijke, kosten bij bijvoorbeeld een garagebedrijf kan verwachten, die hij zal moeten voldoen. Om te kunnen beoordelen bij welke pechhulpdienst hij bij pech in Nederland uiteindelijk het duurste uit is, is voor de automobilist dus, naast de pakketvoorwaarden van de verschillende pechhulpdiensten, van wezenlijk belang welk reparatiepercentage de betrokken diensten hebben. Daarmee ligt het in beginsel voor de hand om het reparatiepercentage bij een prijsvergelijkend onderzoek als het onderhavige te betrekken. Echter, het staat de Consumentenbond in redelijkheid vrij zich op het standpunt stellen dat hij zich slechts baseert op na eigen onderzoek verkregen, objectieve, gegevens en niet op gegevens die door belanghebbende marktpartijen als de ANWB aan hem zijn verstrekt, noch op van belanghebbende marktpartijen afkomstige, door een onderzoeksbureau geverifieerde, gegevens. Nu de Consumentenbond ter zitting nader heeft toegelicht hoe een door hem te verrichten onderzoek naar de kwaliteit van de pechhulpdiensten zou moeten worden ingericht, dat dit zeer omvangrijk en kostbaar en daarmee niet praktisch uitvoerbaar is, welk betoog ANWB op zichzelf niet heeft bestreden, blijft de keuze van de Consumentenbond om het reparatiepercentage niet in zijn vergelijkend prijsonderzoek te betrekken in dit geval binnen de grenzen van het redelijke.

Publicatie onrechtmatig?

4.7.

Van het onderzoek heeft de Consumentenbond verslag gedaan in het onder 2.6. geciteerde artikel, dat is gepubliceerd in de Geldgids van november 2014 en ook op het besloten, uitsluitend voor zijn leden bestemde, gedeelte van zijn website. Naar het oordeel van de rechtbank is de ANWB hierin (in de onderzochte situatie van een zes jaar oude auto, en de uitgebreidste dekking van vervangend vervoer) als de duurste aanbieder van pechhulp gekwalificeerd. Zo is het artikel op de voorkant van de Geldgids aangekondigd met de tekst “Wegenwacht, Betaal niet dubbel”, terwijl de gemiddelde consument bij de term Wegenwacht eerst en vooral aan de ANWB (als de eerste in Nederland actieve pechhulpverlener, die ook de term Wegenwacht in zijn naam bezigt) zal denken. Verder is boven het artikel vermeld de kop “Snel weer op weg”: “De ANWB wijzigt per 1 januari zijn wegenwachtpakketten. Valt er nog wat te kiezen?”. Het artikel vangt aan met het voorbeeld van iemand die overweegt over te stappen van de ANWB Wegenwacht naar een andere pechhulpverlener omdat in het nieuwe Wegenwachtpakket vervangend vervoer is inbegrepen en hij daarop al gratis aanspraak kan maken via Kia Internationale Wegenhulp. Vervolgens is onder de kop “Meer dan de helft goedkoper” onder meer vermeld: “De tabel rechts laat zien dat de ANWB de duurste aanbieder is van pechhulp met Nederland- en woonplaatsdekking (€95).”. De tekst vermeldt verder dat de “service (…) bij de verschillende aanbieders grotendeels overeen [komt]”. Door de keuze voor het woord ‘service’ wordt de suggestie gewekt dat niet slechts de prijs maar ook kwaliteit van de pechhulp in het onderzoek is betrokken. Ook al wordt de mededeling dat de ANWB de duurste aanbieder van pechhulp is op een aantal plaatsen in het artikel enigszins genuanceerd, gezien de voorgaande passages kan er gevoeglijk van worden uitgegaan dat na lezing het beeld beklijft dat de ANWB de duurste aanbieder van pechhulp is.

4.8.

Nu de ANWB een vereniging is met 3,5 miljoen bij de ANWB Wegenwacht aangesloten leden, en zij zich (naar de Consumentenbond bekend is) op het standpunt stelt meer dan andere pechhulpverleners investeringen te hebben gedaan in een kwalitatief hoogstaande en snelle pechhulpverlening en tevens een hoger reparatiepercentage te hebben, en het reparatiepercentage bovendien van wezenlijk belang is voor de bij pech in Nederland uiteindelijk door de automobilist te betalen prijs, was het de Consumentenbond kenbaar dat de AWNB een groot belang had bij een volledige voorstelling van zaken. Temeer daar aan de publicaties van de Consumentenbond een groot gewicht pleegt te worden toegekend. Daarom mocht van de Consumentenbond worden gevergd in het bewuste artikel nadrukkelijk aandacht te besteden aan het wezenlijke belang van het reparatiepercentage voor de bij pech in Nederland uiteindelijk door de automobilist te betalen prijs, zoals de Consumentenbond overigens in het op 2 september 2014 aan de ANWB toegezonden concept wèl had gedaan. De opname van de zin: “Natuurlijk is de kwaliteit van de pechhulp ook van belang” volstaat in dit geval niet. Immers, deze zin maakt niet duidelijk wat het effect is van de kwaliteit van de pechhulp op de prijs. Bovendien wordt hierdoor niet toegelicht dat er (mogelijk grote) verschillen kunnen zijn in de reparatiepercentages van de onderzochte pechhulpdiensten en dat dat (ook weer mogelijk grote) consequenties kan hebben voor de bij pech in Nederland uiteindelijk door de automobilist te betalen prijs. Hieraan doet niet af dat het reparatiepercentage niet vereenzelvigd kan worden met de kwaliteit van de pechhulp (omdat van kwaliteit meer aspecten deel uitmaken), dat het reparatiepercentage geen vastomlijnde term is, dat de verschillende pechhulpdiensten deze term verschillend kunnen hanteren, dat ook in een deel van de gevallen waarin de ANWB Wegenwacht stelt de automobilist direct weer op weg te helpen mogelijk nog nadere kosten bij een garage zullen moeten worden gemaakt en dat het direct weer op weg helpen alleen van belang is bij pech in Nederland en niet bij pech in het buitenland. De (vele) in Nederland “onvoorwaardelijk” direct weer op weg geholpen leden van de ANWB Wegenwacht (en van de andere pechhulpdiensten) zullen immers in elk geval niet met (mogelijk hoge) aanvullende kosten worden geconfronteerd.

4.9.

De ANWB kon in verband met de onder 4.5. genoemde vrijheid van inrichting van het onderzoek in redelijkheid niet van de Consumentenbond verlangen dat het door haar gestelde reparatiepercentage van 90% in het artikel werd opgenomen, net zo min als zij nu opname daarvan in een rectificatie kan eisen. De Consumentenbond hoeft niet af te gaan op door de ANWB verschafte informatie, ook niet als het systeem van gegevensverwerking van de ANWB in 2006 door Ernst & Young is gevalideerd en ook nu nog op dezelfde manier en op basis van dezelfde protocollen door medewerkers van de ANWB wordt gewerkt. Daarmee blijft immers sprake van gegevens die door ANWB-medewerkers in een systeem zijn ingevoerd. Bovendien kan in redelijkheid niet van de Consumentenbond worden verlangd dat hij “reclame” maakt voor de ANWB, noch dat hij, zonder dat hij daarnaar eigen onderzoek heeft gedaan, bericht dat het reparatiepercentage van de andere pechhulpverleners onbekend is.

4.10.

Nu, gezien het voorgaande, voldoende aannemelijk is dat de ANWB reputatieschade heeft geleden door het artikel, heeft zij bij de gevorderde verklaring voor recht voldoende belang en kan deze op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.

De gevorderde ge- en verboden

4.11.

Gelet op het hiervoor overwogene voert het onder a.1. gevorderde te ver en is ook het onder a.2. sub i. en ii. gevorderde niet toewijsbaar. Wel (en op de hierna weergegeven wijze) is toewijsbaar het onder a.2. sub iii. gevorderde.

Rectificatieberichten

4.12.

Gesteld noch gebleken is dat de Consumentenbond het artikel op een andere plek dan op het besloten ledengedeelte van zijn website digitaal aanbiedt. De Consumentenbond zal daarom worden geboden om op het besloten ledengedeelte van zijn website het in het dictum vermelde rectificatiebericht te plaatsen. Nu de Consumentenbond 500.000 leden en gebruikers heeft, heeft de ANWB bij haar vordering daartoe ook voldoende belang.

4.13.

Het artikel is ‘slechts’ onrechtmatig jegens de ANWB voor zover daarin niet nadrukkelijk is gewezen op het wezenlijke belang van het reparatiepercentage van de desbetreffende pechhulpdienst voor de bij pech in Nederland uiteindelijk door de automobilist te betalen prijs. In deze omstandigheid ziet de rechtbank aanleiding om het ter keuze van de Consumentenbond te laten om:

- hetzij op een in het oog springende plek op het besloten ledengedeelte van

zijn website in een tekstvak van minimaal 350 x 350 pixels, uitsluitend het in het dictum opgenomen rectificatiebericht te plaatsen, daarbij de digitale publicatie van het artikel in de Geldgids van november 2014 op het besloten ledengedeelte van de website te handhaven en voorts het genoemde rectificatiebericht op het besloten ledengedeelte van de website geplaatst te houden zolang de Geldgids van november 2014 daar te raadplegen is;

- hetzij het gehele artikel uit de Geldgids van november 2014 op het besloten ledengedeelte van de website te verwijderen.

Voorts zal de Consumentenbond alle redelijke maatregelen moet nemen

teneinde het artikel op internet onvindbaar te maken dan wel slechts vindbaar te

doen zijn nadat eerst kennis is genomen van het voormelde rectificatiebericht.

4.14.

Het artikel is in de Geldgids van november 2014 verschenen. Naar het oordeel van de rechtbank is de eerstvolgende papieren editie van de Geldgids de aangewezen plek om hetzelfde rectificatiebericht te plaatsen. Daarom zal het in het dictum vermelde bevel worden gegeven.

Dwangsom

4.15.

In rectificatiezaken wordt in de praktijk met enige regelmaat aan de Consumentenbond een dwangsom opgelegd (zie bijvoorbeeld de voormelde uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2008, waarin het vonnis van de rechtbank - onder verbetering van gronden - werd bekrachtigd; Vzr. Rb. Den Haag, 22 februari 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7240, IER 2005/42 (Tefal strijkijzers) en Vzr. Rb. Den Haag 24 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT3140 (Ten Brink & C1000 vs. Consumentenbond)). Mede gezien het (hierna te bespreken) verzoek van de Consumentenbond om commentaar te mogen leveren op een eventueel te plaatsen rectificatiebericht, acht de rechtbank ook in dit geval een prikkel tot nakoming noodzakelijk. Aan de beide bevelen tot plaatsing van een rectificatie zal een dwangsom worden verbonden. Bij overtreding van elk bevel is een eenmalige dwangsom € 25.000,- passend, zodat bij overtreding van beide bevelen in totaal € 50.000,- zal worden verbeurd.

Plaatsing rectificatieberichten zonder toevoeging, (weglating) of commentaar

4.16.

De Consumentenbond heeft betoogd dat hij in de gelegenheid wil worden gesteld commentaar te leveren op de rectificatieberichten en heeft zich daarom tegen het gevorderde gebod om deze zonder toevoeging, (weglating) of commentaar te plaatsen verzet. De ANWB deelt dit standpunt niet.

4.17.

Volgens vaste jurisprudentie (HR 2 februari 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB7896, NJ 1991, 291, en HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3085, NJ 2007, 433 met noot E.J. Dommering) kan in het geval rectificatie wordt bevolen, ter bereiking van het doel daarvan in beginsel tevens worden bevolen deze rectificatie zonder toevoeging, weglating of commentaar te plaatsen. Een dergelijk bevel wordt beschouwd als een noodzakelijke, bij de wet voorziene (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek) en toelaatbare, inbreuk op de vrijheid van meningsuiting (zoals neergelegd in artikel 10 lid 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in artikel 11 Handvest van de Grondrechten van de EU en in artikel 7 van de Grondwet). Nu de Consumentenbond niet heeft toegelicht welk commentaar hij zou willen toevoegen, kan niet worden uitgesloten dat daarmee de strekking van de bevelen van de rechtbank zal worden ondergraven. Dit leidt ertoe dat ook het bevel de rectificatie zonder toevoeging, weglating of commentaar te plaatsen zal worden toegewezen.

Proceskosten

4.18.

Partijen zullen over en weer in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen de kosten tussen hen worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart voor recht dat de publicatie van het artikel “Snel weer op weg” in de Geldgids, editie november 2014, alsmede de voortdurende beschikbaarheid van dit artikel op het besloten ledengedeelte van de website van de Consumentenbond, www.consumentenbond.nl, onrechtmatig is jegens de ANWB;

5.2.

verbiedt de Consumentenbond in de toekomst een prijsvergelijking inzake pechhulpverzekeringen te publiceren zonder daarbij te vermelden dat het reparatiepercentage van de onderzochte pechhulpdiensten van wezenlijk belang is voor de uiteindelijk bij pech in Nederland door de automobilist te betalen prijs, aangezien de kosten van een reparatie die niet ter plaatse kan worden verricht niet gedekt worden door de pechhulpverzekering;

5.3.

beveelt de Consumentenbond om, binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis,

- hetzij op een in het oog springende plek op het besloten ledengedeelte van zijn website www.consumentenbond.nl in een tekstvak van minimaal 350 x 350 pixels, uitsluitend het hierna opgenomen rectificatiebericht zonder toevoegingen of weglatingen te plaatsen, en voorts dit rectificatiebericht geplaatst te houden zo lang de Geldgids van november 2014 aldaar te raadplegen is:

RECTIFICATIE:

Bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 september 2015 is de Consumentenbond bevolen om deze rectificatie te plaatsen:

In de Geldgids van november 2014 is een artikel gepubliceerd over pechhulpdiensten, getiteld “Snel weer op weg”. Daarin is de pechhulpverlening vergeleken van verschillende aanbieders, waaronder de ANWB. In deze vergelijking is echter niet meegewogen hoeveel procent van de pechgevallen ter plaatse wordt verholpen door de verschillende pechhulpverleners, het zogenaamde reparatiepercentage. Dit reparatiepercentage is echter van wezenlijk belang voor de uiteindelijk bij pech in Nederland door de automobilist te betalen prijs, aangezien de kosten van een reparatie die niet ter plaatse kan worden verricht, niet gedekt worden onder de pechhulpverzekering.”

- hetzij het gehele artikel uit de Geldgids van november 2014 op het besloten ledengedeelte van zijn website www.consumentenbond.nl te verwijderen;

waarbij de Consumentenbond tevens alle redelijke maatregelen moet nemen

teneinde het artikel op internet onvindbaar te maken, dan wel slechts vindbaar te

doen zijn nadat de lezer eerst heeft kennisgenomen van het voormelde

rectificatiebericht;

5.4.

beveelt de Consumentenbond om in de eerstvolgende editie van de Geldgids het in 5.3 vermelde rectificatiebericht goed leesbaar en paginagroot te plaatsen, zonder toevoegingen of weglatingen;

5.5.

bepaalt dat op schending van de onder 5.3 en 5.4 opgenomen bevelen bij overtreding een eenmalige dwangsom wordt gesteld van € 25.000,-, aldus dat bij overtreding van beide bevelen in totaal € 50.000,- wordt verbeurd;

5.6.

verklaart het onder 5.2-5.5 opgenomene uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt, mr. I.F. Dam en mr. H.F.M. Hofhuis, en

is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2015.