Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:10955

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-09-2015
Datum publicatie
22-09-2015
Zaaknummer
C/09/493286 / KG ZA 15-1123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen werken al tientallen jaren samen in verband met de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus Passion en het Weihnachts Oratorium in de Pieterskerk te Leiden. Zij hebben op 8 oktober 2014 afspraken gemaakt over het sluiten van een nieuwe overeenkomst. Nadien is er gecorrespondeerd over de samenwerking en de vastlegging van de gemaakte afspraken. Geoordeeld wordt dat er 8 oktober 2014 overeenstemming is bereikt over de voortzetting van de samenwerking en dat terecht nakoming wordt gevorderd van de inmiddels op 28 mei 2015 2015 ondertekende overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/493286 / KG ZA 15-1123

Vonnis in kort geding van 21 september 2015

in de zaak van

de stichting Stichting Bachkoor Holland,

gevestigd te Leiden,

eiseres,

advocaat mr. F. Sepmeijer te Den Haag,

tegen:

de stichting Stichting Pieterskerk Leiden,

gevestigd te Leiden,

gedaagde,

advocaat mr. drs. C.A. de Weerdt te Leiden.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘het Bachkoor’ en ‘de stichting Pieterskerk’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de stichting Pieterskerk overgelegde conclusie van antwoord met producties;

- de door beide partijen overgelegde aanvullende producties;

- de op 9 september 2015 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Het vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Het Bachkoor, dan wel zijn rechtsvoorgangers, maken ruim dertig jaar gebruik van de Pieterskerk te Leiden voor de uitvoeringen van de Matthäus Passion en het Weihnachts Oratorium. Deze uitvoeringen worden georganiseerd door het Bachkoor, in samenwerking met de gemeente Leiden. De in dat kader door het Bachkoor gebruikte ruimten worden door stichting Pieterskerk aan het Bachkoor verhuurd.

2.2.

De afspraken over het gebruik van de Pieterskerk ten behoeve van deze jaarlijkse uitvoeringen zijn door partijen steeds vastgelegd in huurovereenkomsten van tien jaar. Partijen hebben laatstelijk in 2004 een huurcontract gesloten voor een periode van tien jaar, derhalve tot en met 2013 (hierna: het contract uit 2004). In het najaar van 2013 hebben partijen een eenjarig contract gesloten voor het jaar 2014, waarbij het contract uit 2004 met één jaar werd verlengd. In het jaar 2014 zijn de Matthäus Passion en het Weihnachts Oratorium uitgevoerd op basis van de voorwaarden als beschreven in het contract van 2004.

2.3.

Op 8 oktober 2014 hebben partijen en de gemeente Leiden ten kantore van de heer drs. H.J.J. Lenferink, burgemeester van Leiden, gesproken over de voortzetting van hun samenwerking. Hierbij is afgesproken dat de samenwerking werd voortgezet voor de duur van drie jaren (periode 2015 tot en met 2017), met handhaving van de prijzen uit het contract uit 2004 en het overgangsjaar 2014, met uitvoering van de Matthäus Passion op Witte Donderdag en op Goede Vrijdag en van het Weihnachts Oratorium op een jaarlijks in goed overleg te bepalen dag in de tweede helft van december. Tijdens deze bespreking is tevens gesproken over de vormgeving van de agenda ‘Leiden Klassiek’ met ingang van 2015. Voorts is afgesproken dat de stichting Pieterskerk de gemaakte afspraken op schrift zou stellen en aan het Bachkoor zou toezenden. Van de zijde van het Bachkoor waren bij die bespreking aanwezig de voorzitter van het bestuur van het Bachkoor, de heer [A] , en de zakelijk leider van het Bachkoor, de heer [B] . Van de zijde van de stichting Pieterskerk waren aanwezig haar directeur-bestuurder, mevrouw [C] , en de heer [D] , lid van de Raad van Toezicht van de stichting Pieterskerk. Tevens waren bij deze bespreking aanwezig de burgemeester van Leiden, de heer [E] , directeur van Leiden City Marketing, de heer [F] , aankomend chef kabinet van de gemeente Leiden, de heer [G] , chef kabinet van de gemeente Leiden en de heer [H] , senior sales-manager van de stichting Pieterskerk.

2.4.

Nadat het Bachkoor de stichting Pieterskerk had verzocht om een schriftelijke vastlegging van de gemaakte afspraken, heeft de stichting Pieterskerk op 21 november 2014 de door haar opgestelde tekst van het contract in tweevoud aan het Bachkoor toegezonden met het verzoek één exemplaar ondertekend te retourneren. Op 28 november 2014 is aan het Bachkoor een aangepaste contractstekst toegezonden.

2.5.

De uitvoering van het Weihnachts Oratorium in december 2014 heeft doorgang gevonden.

2.6.

Bij e-mailbericht van 10 februari 2015 heeft [I] , secretaris van het Bachkoor het navolgende, voor zover relevant, aan mevrouw [C] bericht:

“Naar aanleiding van de bestuursvergadering van gisterenavond, breng ik u als secretaris van de stichting, op verzoek van het voltallige bestuur, onderstaand verslag uit van hun reactie op het voorstel van de Pieterskerk.

Graag begin ik met excuus voor de vertraagde reactie, mede als gevolg van ongelukkige samenloop van de agenda’s. Het bestuur, inmiddels uitgebreid in samenstelling, hecht er grote waarde aan zorgvuldig om te gaan met meerjaren verplichtingen.

Allereerst schrijft u in het gecorrigeerde voorstel (de vorige bevatte onjuiste huurprijzen) over de periode 2015-2018. Zoals ook door uzelf meerdere keren aangeduid zou het een drie-jaren contract zijn; de periode 2015-2018 omvat vier kalenderjaren.

(…)

Voorts neemt u in uw voorstel een jaarlijkse indexatie op. Deze, veelal algemeen gebruikelijk toegepaste indexatie gedurende de verstreken decennia, wordt dezer dagen kritischer bezien. De economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren nopen binnen alle sectoren tot gepaste terughoudendheid in prijsstelling, dit in het belang van stabiliteit en continuïteit van bedrijfsvoering van zowel klant als leverancier. Binnen Europa dreigt zelfs een ontwikkeling van deflatie in plaats van inflatie (en dus indexatie). Het bestuur van de stichting Bachkoor Holland roep daarom uw bestuur(op dit in heroverweging te nemen, met als alternatief een zogenaamde nullijn toe te passen voor de komende drie jaren tot het economisch herstel inzicht komt.

Een ander aspect is het feit dat er bij de Matthaus Passion sprake is van een vervolguitvoering, waarvoor een zaalinrichting en voorbereiding niet aanvullend nodig is. Dit zou een gematigder tarief rechtvaardigen voor de tweede (of volgende reeks van) uitvoeringen. Dit wordt ook zo toegepast door andere concertzalen en zelfs concertorkesten! Het bestuur roep u in dat kader ook op hier in meer/ruimere mate in tegemoet te komen.

(…)

Het bestuur verzoekt u daarom om de volgende aanpassingen in het voorstel/contract. Het finaal contractueel vastleggen van de concertdata voor het seizoen 2014-2015 (eindigend op 30 juni 2015) en 2015-2016 (eindigend op 30 juni 2016) en het in optie contractueel vastleggen van de concertdata voor de seizoenen 2016-2017 en 2017-2018 (eindigend per 30 juni 2018). Deze laatste concertdata telkens te bevestigen uiterlijk 6 maanden voor aanvang van het desbetreffende concertseizoen. Het bestuur voet zich, op basis van de huidige financiële stand van zaken en in het kader van good governance geroepen prudent op te treden, vandaar dit verzoek.

Wij hopen van harte dat wij samen met het bestuur van de Pieterskerk op een zonder meer constructieve wijze invulling kunnen (blijven) geven aan onze wederzijdse samenwerking gericht op de instandhouding van een decennia lange traditie in de stad Leiden. Ook omdat wij anderszins genoodzaakt worden op termijn om te zien naar andere concertlocaties.”

2.7.

Bij e-mailbericht van 12 februari 2015 heeft mevrouw [C] als volgt, voor zover relevant, gereageerd op het hiervoor bedoelde e-mailbericht:

”Allereerst wil ik een misverstand wegnemen. Er is geen sprake van een voorstel vanuit de Stichting Pieterskerk Leiden. Het contract dat door mij is gestuurd aan het Bachkoor Holland, is de uitwerking van de mondelinge contract afspraken die op 8 oktober 2014 zijn gemaakt tussen de heer [A] en mijzelf. Deze contract afspraken zijn, op het stadshuis van Leiden, gemaakt in het bijzijn van

(…)

De Stichting Pieterskerk Leiden heeft tijdens de laatste onderhandelingen de handreiking gedaan het tot nu geldende contract te continueren en derhalve géén noodzakelijke prijsverhoging toe te passen. Dit laatste is aangeboden indien er een meerjarencontract zou worden afgesloten. Eenjarige contracten bevatten zoals gebruikelijk, hogere bedragen. Een verdere tegemoetkoming door de Pieterskerk Leiden zou onverantwoord zijn en staat niet in geen enkele verhouding tot de mogelijkheden en kwaliteit die de Pieterskerk Leiden biedt. Ter tafel is de heer [A] , in het bijzijn van bovengenoemde personen, akkoord gegaan met het aanbod van de Pieterskerk. De afspraak was dat de Pieterskerk het meerjarencontract zou opstellen, zoals ook is gebeurd.

Ik ga ervan uit dat het bovenstaande het een en ander verhelderd. Tevens ga ik ervan uit dat de voorzitter de mondeling gemaakte afspraken nakomt.

U geeft aan dat over de uitvoering van de komende Matthaus Passion geen twijfel bestaat, dit dient echter met een getekend contract te worden bevestigd.”

2.8.

Partijen hebben voor de uitvoering van de Matthäus Passion op 2 en 3 april 2015 een afzonderlijk contract gesloten, waarna ook deze uitvoeringen doorgang hebben gevonden.

2.9.

In een e-mailbericht van 5 mei 2015 heeft de heer [I] namens het bestuur van het Bachkoor zijn grote verbazing geuit over de uitvoering van de Matthäus Passion door ‘Ex Animo’ op woensdag 1 april 2015 in de Pieterskerk. In dit bericht is voorts meegedeeld:

“Afgesproken is dat er een vervolgafspraak komt waarin nieuwe afspraken gemaakt worden voor gebruik/huur van de kerk, daarbij rekening houdend onder meer met de door de gemeente bevestigde deflatie en andere aspecten van langdurige samenwerking. Wij zijn nog in afwachting van datum/tijd voorstellen”.

2.10.

Op 28 mei 2015 heeft een bespreking plaats gevonden tussen partijen, waarbij door de aanwezige leden van de Raad van Toezicht van de stichting Pieterskerk aan het Bachkoor is meegedeeld dat de stichting Pieterskerk had besloten met ingang van het nieuwe seizoen de volledige artistieke en zakelijke leiding van de Bachconcerten over te nemen, waarbij zou worden gekozen voor andere muzikale partners. Aan het Bachkoor werd de mogelijkheid geboden zijn koor ter beschikking te stellen voor deze nieuwe invulling van de Bachconcerten in de Pieterskerk.

2.11.

Bij brief van 28 mei 2015 heeft de heer [I] namens het Bachkoor aan de Raad van Toezicht van de stichting Pieterskerk bericht dat het Bachkoor in de veronderstelling verkeerde dat tijdens de bespreking op 28 mei 2015 verder gesproken zou worden over het meerjarencontract en dat de eerdere mededeling van die dag zeer onverwachts kwam. Het Bachkoor stelt zich op het standpunt dat partijen een overeenkomst hebben gesloten en dat het enkel nog ging om de ‘finetuning’ daarvan. Het Bachkoor heeft de op 28 november 2014 aan hem toegezonden overeenkomst ondertekend en meegezonden met deze brief.

2.12.

Bij brief van 1 juni 2015 heeft de stichting Pieterskerk het Bachkoor bericht dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen en dat er geen afspraken meer zouden liggen en er evenmin een basis zou zijn om de samenwerking te continueren.

2.13.

Bij brief van 25 juni 2015 heeft de advocaat van het Bachkoor de stichting Pieterskerk gesommeerd de gemaakte afspraken na te komen en de Pieterskerk ter beschikking te stellen aan het Bachkoor op de tussen partijen afgesproken data. Aan deze sommatie heeft de stichting Pieterskerk niet voldaan.

3 Het geschil

3.1.

Het Bachkoor vordert – zakelijk weergegeven –:

- primair: de stichting Pieterskerk te veroordelen de op 8 oktober 2014 gemaakte afspraken volledig en onvoorwaardelijk na te komen en medewerking te verlenen aan het opstellen en ondertekenen van een (huur)overeenkomst met inachtneming van de op 8 oktober 2014 gemaakte afspraken;

- subsidiair: de stichting Pieterskerk te veroordelen de als productie 19 aan de inleidende dagvaarding gehechte (huur)overeenkomst te ondertekenen en volledig en onvoorwaardelijk na te komen;

- meer subsidiair: de stichting Pieterskerk te veroordelen, met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid en te goeder trouw, met het Bachkoor door te onderhandelen over het sluiten van een (huur)overeenkomst voor de periode 2015-2017, waarbij als uitgangspunt voor deze verdere onderhandelingen hebben te gelden de in 3.2. van de inleidende dagvaarding genoemde en op 8 oktober 2014 tussen partijen overeengekomen essentialia;

- alsmede om de stichting Pieterskerk te verbieden met derden afspraken te maken inzake het gebruik van de Pieterskerk ten behoeve van de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus Passion op Witte Donderdag en Goede Vrijdag in de periode 2015-2017 en het Weihnachts Oratorium op 19 december 2015, 17 december 2016 en 16 december 2017,

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de stichting Pieterskerk in de kosten van deze procedure.

3.2.

Daartoe voert het Bachkoor – samengevat – het volgende aan.

Partijen hebben op 8 oktober 2014 overeenstemming bereikt over de locatie, de uitvoeringsdata en de huurprijs. Deze afspraken bevatten alle essentialia van een huurovereenkomst en zijn dusdanig concreet en bepaalbaar dat partijen aan de bereikte overeenstemming redelijkerwijs slechts de zin mogen toekennen dat tussen hen een bindende huurovereenkomst tot stand is gekomen. Dat tussen partijen op 8 oktober 2014 inderdaad een overeenkomst tot stand is gekomen, blijkt onder meer uit de nadien gevoerde correspondentie tussen partijen, alsmede uit het feit dat de stichting Pieterskerk de op die datum overeengekomen concertdata voor de uitvoeringen voor de komende seizoenen bij
e-mailbericht van 16 januari 2015 aan het Bachkoor heeft bevestigd. Een rechtsgeldige beëindiging van de op 8 oktober 2014 tussen partijen gesloten (huur)overeenkomst heeft nooit plaatsgevonden. Voor zover geoordeeld zou worden dat er op 8 oktober 2014 geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, vordert het Bachkoor nakoming van de afspraken uit de huurovereenkomst van 28 november 2014, zoals deze op 28 mei 2015 door het Bachkoor is ondertekend. Door de ondertekening van het contract van 28 november 2014 op 28 mei 2015 heeft het Bachkoor het aanbod van de stichting Pieterskerk tijdig aanvaard. Dit aanbod was op dat moment immers nog niet (bevoegd) herroepen. Dat het Bachkoor het contract niet eerder had ondertekend was ook begrijpelijk, gelet op de discrepantie tussen de tekst van het aanbod en de op 8 oktober 2014 gemaakte afspraken.

In geval geoordeeld zou worden dat er nog geen sprake is van een huurovereenkomst, moet het er in ieder geval voor gehouden worden dat tussen partijen ten minste een zogenaamde rompovereenkomst bestaat, nu partijen over alle essentialia van de voort te zetten samenwerking overeenstemming hebben bereikt. Voor zover geoordeeld wordt dat deze rompovereenkomst op details nog leemten zou bevatten, waarvoor nader onderhandelen noodzakelijk is, heeft het Bachkoor belang bij een veroordeling tot dooronderhandelen. Voor zover geoordeeld wordt dat er geen rompovereenkomst tot stand is gekomen, heeft te gelden dat het eenzijdig en abrupt afbreken van de onderhandelingen door de stichting Pieterskerk onaanvaardbaar is, gelet op het gerechtvaardigd vertrouwen van het Bachkoor in het tot stand komen van de overeenkomst.

Ten gevolge van de volstrekt onverwachte aankondiging op 28 mei 2015 dat de op 8 oktober 2014 gemaakte afspraken niet zouden worden nagekomen, dreigt het Bachkoor te worden geconfronteerd met aanzienlijke schadeposten. Zo heeft het Bachkoor op grond van de met de stichting Pieterskerk gesloten overeenkomst al met meerdere partijen contractuele afspraken gemaakt voor de uitvoeringen van het Weihnachts Oratorium en de Matthäus Passion voor de seizoenen 2015-2017. Het Bachkoor heeft dan ook spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen.

3.3.

Stichting Pieterskerk voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Partijen verschillen van mening over de vraag of er op 8 oktober 2014 een overeenkomst is gesloten met betrekking tot de voortzetting van de samenwerking tussen partijen (voor een periode van drie jaar) voor het gebruik/de huur van de Pieterskerk ten behoeve van het Weihnachts Oratorium en de Matthäus Passion.

4.2.

De stichting Pieterskerk erkent weliswaar dat er op 8 oktober 2014 afspraken zijn gemaakt over de voortzetting van de samenwerking. Zij stelt in dat kader dat er echter op een cruciaal punt geen overeenstemming is bereikt, namelijk over de prijs, nu partijen het niet eens zijn geworden over de indexering.

4.3.

Dit standpunt wordt verworpen, nu de stichting Pieterskerk zich onder meer in de e-mail van 12 februari 2015 expliciet op het standpunt stelt dat er op 8 oktober 2014 een mondelinge overeenkomst is gesloten en dat het aan het Bachkoor toegezonden contract daarvan de schriftelijke uitwerking vormt. De stichting Pieterskerk is er zelf kennelijk vanuit gegaan dat op alle punten overeenstemming was bereikt en een overeenkomst is gesloten. Dit volgt tevens uit het feit dat de stichting Pieterskerk de gemaakte afspraken heeft vastgelegd in het op 21 november 2014 aan het Bachkoor toegezonden contract, welk contract is aangepast en op 28 november 2014 nogmaals aan het Bachkoor is toegezonden, zonder dat er op het punt van de indexering een aanpassing is gemaakt. Het door de Pieterskerk in deze procedure gevoerde verweer dat er geen overeenstemming bestond over de duur en de prijs en daarom geen sprake is van een rechtens afdwingbare verplichting wordt dan ook verworpen.

4.4.

De stichting Pieterskerk heeft voorts betoogd dat er niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste, terwijl partijen zulks wel zijn overeengekomen. Dit standpunt wordt verworpen. Het schriftelijkheidsvereiste is op zichzelf geen constitutief vereiste voor de totstandkoming van een overeenkomst als de onderhavige. Partijen zijn ook geen schriftelijkheidsvereiste overeengekomen. Zij hebben weliswaar afgesproken dat de op 8 oktober 2014 gemaakte mondelinge afspraken op schrift zouden worden gesteld door de stichting Pieterskerk, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat de totstandkoming van de overeenkomst daarvan afhankelijk is gesteld. Uit de door partijen in het geding gebrachte correspondenties blijkt niet dat partijen een dergelijk voorbehoud hebben gemaakt, zodat ook dit punt de totstandkoming van de overeenkomst niet in de weg staat.

4.5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er voorshands vanuit moet worden gegaan dat er op 8 oktober 2014 een overeenkomst tussen partijen is gesloten, zoals met name blijkt uit de inhoud van de e-mailwisseling tussen partijen van 10 en 12 februari 2015, bedoeld onder 2.6 en 2.7. Gesteld noch gebleken is dat de stichting Pieterskerk nadien voor 28 mei 2015 aan het Bachkoor te kennen heeft gegeven zich niet aan de gemaakte afspraken te zullen houden. De stichting Pieterskerk heeft in dat kader betoogd dat het Bachkoor het aan zichzelf te wijten heeft dat de stichting Pieterskerk heeft besloten niet verder te willen met het Bachkoor, in de eerste plaats doordat het pas in februari 2015 heeft gereageerd op het reeds in november 2014 toegezonden contract. Dit standpunt wordt verworpen, nu de stichting Pieterskerk zich op 12 februari 2015 nog uitdrukkelijk op het standpunt heeft gesteld dat er een overeenkomst tot stand is gekomen op 8 oktober 2014. Dit standpunt verhoudt zich evenmin met de stelling van de Pieterskerk dat de fatale termijn voor het aangaan van de overeenkomst is verstreken, omdat het Bachkoor niet heeft voldaan aan de uitdrukkelijke sommatie op 7 januari 2015 om vóór 31 januari 2015 het contract ondertekend te retourneren. Vaststaat bovendien dat partijen nadien in overleg zijn getreden over de uitvoering van de Matthäus Passion op 2 en 3 april 2015, waarna zij nader zouden spreken over het op 8 oktober 2014 gesloten meerjarencontract. Het Bachkoor heeft verzocht de gemaakte afspraken (op enkele punten) aan te passen. In dat kader geldt dat het partijen vrij staat om voor te stellen om te onderhandelen over aanpassing van een reeds gesloten overeenkomst. Partijen hebben echter geen overeenstemming bereikt op die betreffende punten, zodat de oorspronkelijke overeenkomst van 8 oktober 2014 niet is gewijzigd.

4.6.

Vaststaat dat het Bachkoor zich uiteindelijk heeft neergelegd bij de door de stichting Pieterskerk gewenste indexering, door op 28 mei 2015 alsnog tot ondertekening over te gaan van het aan haar op 28 november 2014 toegezonden contract. De stichting Pieterkerskerk heeft betoogd dat het Bachkoor veel te lang gewacht heeft met de ondertekening van het contract, zodat er geen sprake meer is van aanvaarding binnen een redelijke termijn. Met de Pieterskerk is de voorzieningenrechter van oordeel dat het lang heeft geduurd voordat het Bachkoor het contract heeft ondertekend, maar bezien in het licht van de hiervoor geschetste gang van zaken na 12 februari 2015 rechtvaardigt dit niet de conclusie dat er geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.

4.7.

De stichting Pieterskerk is naar eigen zeggen na 3 juni 2015 contacten met andere partijen gaan intensiveren, om de traditie ten aanzien van het Weihnachts Oratorium en de Matthäus Passion 2015-2016 veilig te stellen. Ook dit kan haar niet baten, nu dit voor rekening en risico van de stichting Pieterskerk komt. Het had dan op haar weg gelegen voorbehouden te maken ten aanzien van deze nieuw gemaakte afspraken. Als zij dit niet heeft gedaan en dientengevolge mogelijk schade zal lijden kan dit het Bachkoor niet worden tegengeworpen.

4.8.

Opgemerkt wordt nog dat de stichting Pieterskerk zich in deze procedure negatief heeft uitgelaten over het Bachkoor, onder andere door te stellen dat zij niet voldoet aan de voorwaarden voor de ANBI-status en dat het Bachkoor haar financiën niet op orde zou hebben. Nog daargelaten dat het Bachkoor deze stellingen uitdrukkelijk heeft betwist, gaat de voorzieningenrechter daaraan voorbij, nu deze beweringen niet van belang zijn voor de beoordeling van de onderhavige kwestie en deze aangemerkt moeten worden als stemmingmakerij, die niet terzake doet.

4.9.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de subsidiaire vordering, strekkende tot nakoming van de door het Bachkoor op 28 mei 2015 ondertekende overeenkomst, zal worden toegewezen op na te melden wijze, evenals het gevorderde verbod om afspraken met derden met te maken over het gebruik van de Pieterskerk als bedoeld onder 3.1.

4.10.

Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. Er zal worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

4.11.

De stichting Pieterskerk zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt de stichting Pieterskerk om binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis de als productie 10 aan de inleidende dagvaarding gehechte (huur)overeenkomst (versie van 28 november 2014) te ondertekenen en volledig en onvoorwaardelijk na te komen;

5.2.

verbiedt de stichting Pieterskerk om met derden afspraken te maken met betrekking het gebruik van de Pieterskerk ten behoeve van de jaarlijkse uitvoeringen van de Matthäus Passion op Witte Donderdag en Goede Vrijdag in de periode 2015-2017 en het Weihnachts Oratorium op 19 december 2015, 17 december 2016 en 16 december 2017;

5.3.

bepaalt dat de stichting Pieterskerk een dwangsom verbeurt van € 5.000,-- per dag, met een maximum van € 100.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de stichting Pieterskerk nalaat aan deze veroordelingen te voldoen;

5.4.

bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 4.10 is vermeld;

5.5.

veroordeelt de stichting Pieterskerk om binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken de kosten van dit geding aan het Bachkoor te betalen, tot dusverre aan de zijde van het Bachkoor begroot op € 1.506,84, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 613,-- aan griffierecht en € 77,84 aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw;

5.6.

bepaalt dat de stichting Pieterskerk bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is;

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2015.

hf