Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:10095

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-08-2015
Datum publicatie
16-09-2015
Zaaknummer
C/09/491603
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Einde distributieovereenkomst medisch hulpmiddel. Onrechtmatig uitlaten over inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. Rectificatie onduidelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/491603 / KG ZA 15/970

Vonnis in kort geding van 25 augustus 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

Assistive Innovations B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiser,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

Microgravity Products B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaten mrs. E.C. Bos en D.H.S. Donk te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘AI’ en ‘MGP’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 juli 2015;

- de bij brief van 10 juli 2015 bezorgde akte overlegging producties tevens vermeerdering van eis door AI;

- de bij brief van 6 augustus 2015 bij de rechtbank bezorgde akte houdende voorwaardelijke eis in reconventie, alsmede de producties 1 t/m 14 door MGP;

- de bij brief van 7 augustus 2015 bezorgde akte houdende overlegging aanvullende producties 15 en 16 door MGP;

- de mondelinge behandeling, gehouden op 11 augustus 2015, ter gelegenheid waarvan namens AI de zaak is bepleit door mr. F.I.S.A.L. van Velsen en namens MGP door haar advocaten, aan de hand van overhandigde pleitnota’s.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

AI is distributeur voor armondersteuningen, eetapparatuur en robotmanipulatoren.

2.2.

MGP is producent en ontwikkelaar van armondersteuningsproducten onder het merk ‘Armon’, waaronder de ‘Edero’, een mechanische armondersteuning. AI en MGP hebben een niet-exclusieve overeenkomst voor de distributie van Armon-producten.

2.3.

Naast AI zijn ene “ [distributeur 1] ” en “ [distributeur 2] ” ‘volledig distributeur’ van armondersteuningsproducten in de zin dat zij een compleet productenpallet (met derhalve ook MGP-producten) voeren en bij zorgverzekeraars kunnen aanbieden.

2.4.

In 2011 heeft AI aan MGP te kennen gegeven haar productportfolio in het buitenland te willen uitbreiden (met MGP-producten). Hierop is door AI afwijzend gereageerd.

2.5.

In 2013 heeft AI op de Rehacare-beurs gestaan met electrische ondersteuningsproducten van haar zusterbedrijf en een prototype mechanisch ondersteuningsproduct uit Japan. Dit prototype werd later “iFloat” genoemd.

2.6.

AI heeft op 28 april 2015 aan MGP aangekondigd de iFloat buiten Nederland op de markt te willen brengen.

2.7.

Dezelfde dag, op 28 april 2015, heeft MGP een e-mail aan AI gestuurd waarin MGP de leveringsovereenkomst met betrekking tot Armon-producten met onmiddellijke ingang opzegt.

2.8.

Op 7 mei 2015 heeft AI een email aan MGP gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

Op 29 april 2015 hebben we Microgravity Products per email geïnformeerd, dat we voornemens zijn verschillende armondersteuning te gaan exporteren. Als reactie op bovengenoemde email, kregen we op 30 april per email bericht dat alle leveringen en service vanuit Microgravity Products per onmiddellijke ingang worden stopgezet. Als reactie op deze email heeft ondergetekende vanaf die dag meerdere keren geprobeerd telefonisch contact met u te krijgen, wat uiteindelijk gisteren pas gelukt is.

Helaas is het ons gisteren niet gelukt om u te doen afzien van uw eerder genomen besluit tot beëindiging van onze overeenkomst. Wij begrijpen dit nog steeds niet en betreuren dat onze jaren lange relatie zo moet eindigen.

Toen gisteren duidelijk werd dat we in de toekomst de rol van Nederlandse distributeur van Microgravity Products niet langer mogen blijven vervullen, hebben we gesproken over de manier waarop de relatie beëindigd kan worden. Ik heb aangegeven dat dat niet met onmiddellijke ingang kan. U heeft mij gevraagd een voorstel op te sturen.

Zoals bij u bekend, zijn wij in Nederland afhankelijk van contracten met Zorgverzekeraars. In deze contracten zijn productleveringen en service op de producten vastgelegd. Dit contract is tussen Assistive Innovations en de Zorgverzekeraars, maar om dit te kunnen uitvoeren is Assistive Innovations afhankelijk van haar toeleveranciers. Afhankelijk van de zorgverzekeraar, worden contractafspraken gemaakt voor 1 of 2 jaar, met verlenging per kalenderjaar.

In dit kader stellen wij voor om per 1-1-2016 de leveringsrelatie voor nieuwe producten te beëindigen. De verantwoordelijkheid en verplichtingen van Microgravity Products ten aanzien van garanties en reparaties blijven, conform de wet, ook na 1-1-2016 gewoon bestaan.

Graag ontvangen we op korte termijn, doch uiterlijk 21-5-2015, of jullie met bovenstaande akkoord gaan. Een en ander uiteraard onder ons strikte voorbehoud van alle rechten en weren in de meeste ruime zins des woords.

2.9.

Eveneens op 7 mei 2015 heeft MGP een email aan [distributeur 1] gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

Met onmiddellijke ingang hebben wij de levering van Armon producten en diensten aan Assistive Innovations te Didam gestaakt wegens inbreuk, doen copieren en of laten copieren en het in het handelsverkeer brengen of laten brengen van Armon gerelateerde producten.

Wij gaan dit op korte termijn kenbaar maken bij de zorgverzekeraars en andere

relevante bedrijven/instellingen.

In ons laatste gesprek hebben jullie laten weten alles m.b.t. armondersteuningen via Assistive Innovations te willen laten lopen. Dit is vanaf heden dus niet meer mogelijk. Wij kunnen direct aan jullie gaan leveren of alles kan via [distributeur 2] lopen. Wij zouden graag op korte termijn van jullie willen weten wat jullie standpunt hierin is zodat wij dit aan iedereen kenbaar kunnen maken.

2.10.

Op 13 mei 2015 bracht AI een bezoek aan [distributeur 1] aangaande een mogelijke samenwerking. AI werd daarbij door [distributeur 1] geconfronteerd met de inhoud van de e-mail als in de vorige rechtsoverweging 2.9.

2.11.

Na te zijn herinnerd door AI op 22 mei en 1 juni 2015, heeft MGP op 8 juni 2015 een email aan AI gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

Middels deze bevestig ik akkoord te gaan met uw voorstel per 31-12-20015 de levering van Armon producten te beëindigen.

Voorts houden wij ons altijd aan de wet.

2.12.

Op 15 juni 2015 heeft MGP een email aan zorgverzekeraar CZ gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

Graag willen wij u op de hoogte stellen over het volgende:

Per 31 -12-2015 beëindigen wij, vanwege inbreuk op het intellectueel eigendom van Armon Products

en het in het handelsverkeer brengen of laten brengen van Armon gerelateerde producten, de levering van Armon producten aan Assistive Innovations b.v. te Didam. Hiermede wordt Assistive Innovations b.v. geschrapt van onze distributeurs lijst. Garantievoorwaarden worden uiteraard gerespecteerd.

Leveranciers en of gebruikers van de op onze octrooien inbreukmakende producten zullen worden

vervolgt. Hieruit voorkomende schade en kosten zullen op partijen worden verhaald.

Nadere informatie wordt op verzoek verstrekt.

2.13.

Naar aanleiding van een sommatie door AI op 24 juni 2015, heeft MGP op 30 juni 2015 een onthoudingsverklaring getekend met onder meer de volgende inhoud:

NEEMT IN AANMERKING:

A. dat Microgravity Products zich onder meer bezig houdt met de productie en exploitatie van mechanische armondersteuningen;

B. dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Assistive Innovations B.V. ("Al") een distributeur is van Microgravity Products;

C. dat Al in 2013 aan Microgravity Products in Wisseldorf, Duitsland een mechanische armondersteuning heeft getoond, welke een exacte kopie was van de armondersteuning welke door Microgravity Products onder de naam "Armon Edero" wordt verhandeld;

D. Dat Microgravity Products op 28 april 2015 van AI het bericht heeft ontvangen dat Al de mechanische armondersteuning als bedoeld onder C alsnog zal produceren en exporteren;

E. Dat Microgravity Products ervan uit is gegaan dat mechanische armondersteuning als bedoeld onder D inbreuk zal maakt op de octrooirechten van Microgravity Products en derden daaromtrent heeft geïnformeerd;

F. Dat Microgravity Products inmiddels heeft vernomen dat mechanische armondersteuning als bedoeld onder C niet door Al verhandeld zal worden en Al de mechanische armondersteuning als bedoeld onder D niet in Nederland zal verhandelen;

G. Dat Microgravity Products gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden er vanuit gaat dat er mede als gevolg van de mededeling als bedoeld onder C sprake is geweest van een misverstand; en

H. Dat Microgravity Products ten behoeve van Al zekerheid wenst te verstrekken dat de mededeling van Microgravity Products als bedoeld onder E volledig is gerectificeerd.

EN VERKLAART DAT:

I. Microgravity Products op 30 juni 2015 aan iedere ontvanger van de mededeling als bedoeld onder E de navolgende rectificatie heeft toegestuurd.

'Geachte heer/mevrouw,

Bij e-mail van 15 juni 2015 hebben wij u reeds bericht dat wij de samenwerking met Assistive Innovations per 31-12-2015 hebben beëindigd. Wij hebben u daarbij gemeld dat de reden van de beëindiging gelegen is in inbreuk op het intellectueel eigendom van Armon Products. De eerlijkheid gebiedt ons u mede te delen dat wij de producten nog niet van Assistive Innovations op inbreuk hebben kunnen controleren en dat de inbreuk thans niet is komen vast te staan. Het leek ons goed om u hiervan volledigheidshalve op de hoogte te stellen.

Mocht u omtrent het bovenstaande vragen hebben, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Met vriendelijke groet’

II. dat Microgravity Products voor iedere ontvanger waaraan Microgravity Products

bovengenoemde rectificatie niet heeft toegestuurd, ten behoeve van Al een direct

opeisbare boete van € 5000,— verbeurt.

2.14.

AI heeft de ‘beëindigingsovereenkomst’ van 8 juni 2015 op 9 juli 2015 buitengerechtelijk vernietigd met een beroep op wilsgebreken ex artikelen 3:44 en 6:228 BW.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

AI vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. gedaagde te bevelen om met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis te staken en gestaakt te houden het doen van mededelingen aan (enige) derde(n) met de inhoud en/of strekking:

- dat eiseres door de productie en/of verhandeling van haar armondersteuningsinrichtingen inbreuk maakt op NL-C-I 038025 en/of enig intellectueel eigendomsrecht van gedaagde (al dan niet op de armondersteuningsinrichting van het type Armon Edero), zonder voor die mededelingen voldoende concrete, op deskundig onderzoek gebaseerde aanwijzingen te hebben; en/of

- dat eiseres na 31-12-2015 niet meer in staat is om een volledig assortiment armondertsteuningsproducten te leveren (al dan niet aan verzekerden); en/of

- dat het die derde(n) en/of enige distributeur van Armon-producten niet zijnde eiseres, niet is toegestaan om Armon-armondersteuningsproducten (al dan niet welke reeds regelmatig in het economisch verkeer zijn gebracht) aan eiseres te verkopen en/of te leveren;

2. gedaagde te gebieden om met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis de distributierelatie met eiseres in stand te houden door het (blijven) leveren van de gehele collectie Armon-producten, althans door het (blijven) leveren van de collectie Armon-producten zoals ook beschikbaar is voor andere distributeurs (zoals [distributeur 2] of [distributeur 1] ), tegen de gebruikelijke marge-afspraken, een en ander totdat de distributieovereenkomst door een der partijen rechtsgeldig zal zijn opgezegd;

3. gedaagde te gebieden binnen zeven dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis opgave te doen aan de advocaat van eiseres van de namen en adressen van alle natuurlijke of rechtspersonen aan wie brieven of emails zijn gestuurd of anderszins mededelingen zijn gedaan met vergelijkbare inhoud als de e-mails van 7 mei 2015 (aan [distributeur 1] ) en 15 juni 2015 (aan CZ);

4. gedaagde te gebieden binnen zeven dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis voor de duur van zes maanden een rectificatietekst op te nemen op de website http://www.armonproducts.nl/verkooppunten.html. naast Assistive Innovations (door middel van een link bereikbaar), met uitsluitend de volgende tekst::

"In het recente verleden hebben wij aan een aantal partijen meegedeeld, althans de indruk gewekt, dat Assistive Innovations B.v. inbreuk maakt en/of heeft gemaakt op een of meerdere intellectuele eigendomsrechten van Microgravity Products B.v. Bij vonnis d.d .... heeft de voorzieningenrechter in

de rechtbank Den Haag geoordeeld dat wij daardoor onrechtmatig hebben gehandeld omdat wij redelijkerwijs niet hebben kunnen menen dat van inbreuk op enige van onze intellectuele eigendomsrechten sprake is. Als gevolg daarvan heeft ook aan de beëindiging van de distributierelatie met Assistive Innovations de redelijke grond ontbroken en de distributierelatie met haar zal dan ook tot

nader order worden voortgezet.

Hoogachtend,

Microgravity Products B.V."

5. gedaagde te verbieden om gedaagde te veroordelen om aan eiseres ten titel van dwangsommen bedragen te betalen volgens onderstaand overzicht vooriedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft/blijven aan de in dit petitum sub 1 tot en met 4 genoemde bevelen te voldoen dan wel dwangsommen te betalen voor iedere mededeling en/of brief/e-mail waarmee het ingevolge de onderdelen 1 tot en met 4 van dit petitum bevolene wordt overtreden, zulks ter keuze van eiseres:

petitum sub 1: EUR 5.000 per dag(deel) dat het bevel wordt overtreden

EUR 25.000 per mededeling

petitum sub 2: EUR 5.000 per dag(deel)

EUR 25.000 per niet-geleverd product.

petitum sub 3: EUR 2.500 per dag(deel)

EUR 5.000 per brief/e-mail

petitum sub 4: EUR 5.000 per dag(deel)

6. gedaagde te veroordelen in de volledige kosten van deze procedure overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv waar het de IE-aspecten aangaat, overigens te veroordelen in de reguliere kosten van de procedure.

3.2.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In voorwaardelijke reconventie

3.3.

Indien zou worden geoordeeld dat de beëindiging van de leveringsrelatie rechtsgeldig door AI zou zijn vernietigd en de vordering tot instandhouding daarvan in conventie zou worden toegewezen, vordert MGP dat de voorzieningenrechter:

I. bepaalt dat de leveringsrelatie (en/of ieder andere rechtsverhouding) ter zake van de

levering van producten door Microgravity aan Assistive Innovations per 1 januari 2016 is

beëindigd; en

II. gedaagde in reconventie - Assistive Innovations - veroordeelt tot betaling van de kosten

van het geding, een en ander te voldoen, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van het

te deze te wijzen vonnis, en - voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de

gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten te

rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

In conventie

Bevoegdheid

4.1.

Voor zover nodig, overweegt de voorzieningenrechter dat hij internationaal bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen op grond van artikel 4 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheden, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX II-Vo), omdat gedaagde in Nederland gevestigd is en gedaagde verschenen is zonder de bevoegdheid te bestrijden.

Spoedeisend belang

4.2.

Het spoedeisende belang bij de gevraagde voorzieningen vloeit voort uit de gestelde (dreiging van) voortdurende onrechtmatige uitingen alsmede wanprestatie door MGP en is overigens niet bestreden.

Onrechtmatigheid mededelingen MGP/rectificatie

4.3.

AI is van mening dat de mededeling door MGP aan [distributeur 1] (r.o. 2.9) en aan zorgverzekeraars (r.o. 2.12) dat de verhandeling van de iFloat inbreuk maakt op intellectueel eigendom van MGP onjuist en daarom onrechtmatig is en gerectificeerd dient te worden. Tegen dat standpunt als zodanig is door MGP geen verweer gevoerd en daartoe diende ook volgens MGP de door haar ondertekende onthoudingsverklaring (zie r.o. 2.13). MGP heeft bovendien geen inbreuk op enig recht van intellectueel eigendom gesteld in dit kort geding, zodat van de onrechtmatigheid en rectificatieplicht kan worden uitgegaan.

4.4.

Vervolgens is de vraag aan de orde of hetgeen door MGP ter onthouding is toegezegd en is gerectificeerd voldoende is. Voorshands kan met AI daarbij worden aangenomen dat de rectificatie die door MGP is gestuurd onvoldoende duidelijk is. De gehanteerde tekst (zie r.o. 2.13) is voor tweeërlei uitleg vatbaar:

De eerlijkheid gebiedt ons u mede te delen dat wij de producten nog niet van Assistive Innovations op inbreuk hebben kunnen controleren en dat de inbreuk thans niet is komen vast te staan.

Ofwel zou de lezer kunnen begrijpen dat MGP de producten nog steeds niet op inbreuk heeft kunnen controleren waarmee de mogelijkheid open wordt gelaten dat daarop in een later stadium kan worden teruggekomen. Ofwel kan “thans” – zoals MGP kennelijk wilde – worden opgevat als “achteraf” of “bij nader inzien” of iets dergelijks, maar dan klopt de tegenwoordige tijd eerder in de zin niet meer.

AI heeft onbetwist gesteld dat er bij in elk geval één verzekeraar nog onduidelijkheid heerst(e). Hierbij is voorts van belang dat MGP – als gezegd – ook in dit geding op geen enkele wijze heeft toegelicht dat van inbreuk op enig recht sprake is of zou kunnen zijn. Indien gelezen als “slag om de arm” heeft deze voorshands dan ook geen grond en zorgt ten onrechte, zoals AI aanvoert, voor onduidelijkheid. Evenmin legt daarbij gewicht in de schaal dat MGP in de mening verkeerde dat de eerder in 2013 getoonde armsteun zou worden verhandeld, omdat ook daarvan niet in dit geding (onderbouwd) is gesteld dat deze inbreuk zou zijn op enig MGP toekomend recht van intellectuele eigendom. Dat betekent dat MGP te snel, zonder deugdelijk onderzoek en zonder nader juridisch advies een onjuiste mededeling aan derden (waaronder afnemers) heeft gedaan. Omdat tevens onvoldoende duidelijk is of de gestuurde rectificatie alle personen heeft bereikt die mogelijk de onjuiste mededeling hebben gezien, zal een rectificatietekst op de website van MGP als gevorderd worden toegewezen, evenwel met inachtneming van hetgeen hierna is te overwegen over de beëindiging van de distributierelatie.

Beëindiging distributieovereenkomst

4.5.

AI stelt dat zij de tussen partijen overeengekomen beëindiging van hun distributierelatie per 31 december 2015 op juiste gronden buitengerechtelijk vernietigd heeft bij brief van 9 juli 2015 (r.o. 2.14). AI doet daarbij een beroep op bedrog en misbruik van omstandigheden (artikel 3:44 lid 3 of 4 BW) dan wel dwaling (artikel 6:228 lid 1 sub a of c BW). AI voert daartoe aan dat zij “zich geconfronteerd [zag] met een opzegging zonder enige opzeggingstermijn en een volhardende producent die zich op het standpunt bleef stellen dat spraken was van een ‘nepper’.” (pleitnota nr. 42 AI).

4.6.

De voorzieningenrechter vermag niet in te zien dat sprake is van enig bedrog door MGP. Daargelaten de vraag of de opzegging zonder opzegtermijn juridisch door de beugel kon, is niet door AI aannemelijk gemaakt dat MGP AI willens en wetens heeft geprobeerd te misleiden. Anders gezegd, er is geen aanwijzing dat MGP wist dat een opzegtermijn – zo al juist – diende te worden aangehouden of dat geen sprake was van inbreuk op haar IE-rechten. Het had verder op de weg van AI gelegen, zoals zij later wel heeft gedaan, om over een en ander juridisch advies in te winnen na de opzegging. AI stelde na die opzegging zelf voor de beëindiging per 31 december 2015 in te laten gaan (op 7 mei 2015). Voorts had AI ook nadien nog ruime gelegenheid juridisch advies in te winnen nu de aanvaarding door MGP eerst plaatsvond op 8 juni 2015 na een tweetal herinneringen door AI. Ten tijde van de laatste herinnering en ook op 8 juni 2015 wist AI voorts ook al van de door MGP aan verzekeraars en [distributeur 1] gestuurde emails. Dit alles geldt eens temeer indien de impact op de onderneming voor AI zo groot is als zij stelt. Op dezelfde gronden valt niet in te zien dat MGP misbruik van omstandigheden zou hebben gemaakt. Van dwaling is geen sprake nu deze – als zij al gedwaald zou hebben – voor rekening van AI behoort te blijven vanwege voormelde omstandigheden. Zodoende gaat voorshands het beroep op vernietiging van de beëindiging per 31 december 2015 met wederzijds goedvinden niet op.

4.7.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of het MGP, gelet op die beëindiging per 31 december 2015, vrijstaat om haar andere Nederlandse distributeur(s) te verbieden nadien met AI zaken te doen, zoals MGP kennelijk heeft gedaan. AI stelt dat dit onredelijk is omdat zij daarmee haar verplichtingen jegens een aantal zorgverzekeraars niet kan nakomen, welke tot 31 december 2016 doorlopen. Die stelling treft voorshands doel.

4.8.

Voor zover nodig de rechtsgronden aanvullend, overweegt de voorzieningenrechter dat uit artikel 6:248 lid 1 BW volgt dat een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen heeft, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Dit geldt ook voor de beëindiging met wederzijds goedvinden van een distributierelatie.

4.9.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat AI toen zij de beëindiging per 31 december 2015 voorstelde, geredelijk ervan uit mocht gaan dat zij voor leveringen nadien ter nakoming van de dan nog lopende contracten bij de andere distributeurs van MGP terecht zou kunnen. Zij zou dan wel met een lagere (of geen) marge genoegen moeten nemen, omdat haar officiële distributeurschap dan immers zou zijn afgelopen, zo heeft zij ter zitting toegelicht. In de distributierelatie tussen partijen gold dat AI leveringscontracten van één of twee jaar aanging met zorgverzekeraars met een stilzwijgende verlengingsmogelijkheid. Over de na 31 december 2015 – tot en met 31 december 2016 – nog lopende contracten (die daarna dan niet verlengd zullen worden), is klaarblijkelijk bij de beëindiging niet door partijen gesproken. Aannemelijk is dat AI de beëindiging in deze vorm niet zou hebben voorgesteld/geaccepteerd indien zij geweten zou hebben van het door MGP aan haar distributeur(s) opgelegde verbod. Voorts is van belang dat dit verbod aan haar andere distributeurs door MGP kennelijk eerst na de afspraak met AI over de beëindiging van haar distributeurschap is opgelegd, althans dit AI eerst nadien duidelijk is geworden. Het komt onder die omstandigheden niet redelijk voor dat MGP thans, wetende dat AI verplichtingen dan niet zal kunnen nakomen, zich zonder meer beroept op een leveringsstop voor dergelijke langer lopende contracten. In dit licht is ook nog van belang dat – zoals hiervoor is overwogen – MGP er debet aan is dat AI al richting een aantal zorgverzekeraars ten onrechte in een verkeerd daglicht is komen te staan. Dan zou MGP hiermee in feite zout in de wond dreigen te strooien.

4.10.

Voor zover AI eerst ter zitting een beroep heeft gedaan op strijd met het Europese mededingingsrecht omdat niet zou zijn voldaan aan de voorwaarden van Verordening EU 330/2010 (groepsvrijstelling verticale overeenkomsten), wordt dit verworpen wegens strijd met een goede procesorde. Terecht heeft MGP erover geklaagd dat zij in haar verdediging wordt geschaad omdat dit in wezen een wijziging van de grondslag van de eis betreft en voorafgaand aan de zitting door AI niet is duidelijk gemaakt op welke punten zij binnen het kader van de groepsvrijstelling problemen ziet, terwijl deze materie niet als juridisch eenvoudig kan worden gekenschetst. Daarbij komt dat in voorkomend geval een (aanzienlijk) feitelijk onderzoek vereist is zoals bepaling van de relevante markt, het marktaandeel en – ook voor de door AI genoemde hardcore-beperkingen – precieze classificering van het distributiestelsel (niet-exclusief of toch selectief dan wel exclusief en voor welk land). Overlegging door AI van (delen van) de richtsnoeren inzake verticale beperkingen van de Europese Commissie alsmede wikipedia-pagina’s over mededinging en marktmacht twee werkdagen voor de zitting maken dit niet anders.

Slotsom

4.11.

Naar voorlopig oordeel dient een rectificatie van de onrechtmatige mededeling via de website van MGP plaats te vinden als na te melden. Tegen de termijn van zes maanden gedurende welke deze mededeling vermeld dient te blijven is door MGP geen verweer gevoerd. Voorts zal een verbod tot het verder doen van dergelijke mededelingen als gevorderd worden toegewezen nu dit niet in de onthoudingsverklaring is opgenomen. Verder geldt dat de distributierelatie weliswaar per 31 december 2015 is beëindigd maar dat MGP haar afnemer(s) niet mag verbieden tot 31 december 2016 nog de Armon Edero te leveren. Daarbij zal worden bepaald dat dit slechts heeft te gelden voor reeds thans gesloten contracten en voor zover deze, zonder nadere verlenging, tot 31 december 2016 doorlopen. Door plaatsing van de rectificatie op de website, is vooralsnog voldoende zeker gesteld dat alle ontvangers van de onjuiste mededeling worden bereikt, gegeven voorts de in de onthoudingsverklaring sub II opgenomen boete op niet zenden van de rectificatie aan ontvangers. Opgave van de namen en adressen van ontvangers, zoals AI voorts wenst, is in dat licht voorshands niet nodig, gegeven ook het bedrijfsgeheime karakter daarvan, waarop MGP heeft gewezen.

De vraag of er strijd is of was met Europees mededingingsrecht zal in het midden blijven.

4.12.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten in conventie worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze. Voor zover nodig zal de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden worden bepaald.

In voorwaardelijke reconventie

4.13.

Gelet op het voorgaande is de voorwaarde voor de vordering in reconventie niet vervuld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie

5.1.

beveelt gedaagde om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden het doen van mededelingen aan (enige) derde(n) met de inhoud en/of strekking:

- dat eiseres door de productie en/of verhandeling van haar armondersteuningsinrichtingen inbreuk maakt op NL-C-I 038025 en/of enig intellectueel eigendomsrecht van gedaagde (al dan niet op de armondersteuningsinrichting van het type Armon Edero), zonder voor die mededelingen voldoende concrete, op deskundig onderzoek gebaseerde aanwijzingen te hebben; en/of

- dat eiseres na 31-12-2015 niet meer in staat is om een volledig assortiment armondertsteuningsproducten te leveren (al dan niet aan verzekerden); en/of

- dat het die derde(n) en/of enige distributeur van Armon-producten niet zijnde eiseres, niet is toegestaan om Armon-armondersteuningsproducten (al dan niet welke reeds regelmatig in het economisch verkeer zijn gebracht) aan eiseres te verkopen en/of te leveren;

5.2.

gebiedt gedaagde binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis voor de duur van zes maanden een rectificatietekst op te nemen op de website http://www.armonproducts.nl/verkooppunten.html naast Assistive Innovations (door middel van een link bereikbaar), met uitsluitend de volgende tekst::

"In het recente verleden hebben wij aan een aantal partijen meegedeeld, althans de indruk gewekt, dat Assistive Innovations B.V. inbreuk maakt en/of heeft gemaakt op een of meerdere intellectuele eigendomsrechten van Microgravity Products B.V. Bij vonnis d.d. 25 augustus 2015 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag geoordeeld dat wij daardoor onrechtmatig hebben gehandeld omdat wij redelijkerwijs niet hebben kunnen menen dat van inbreuk op enige van onze intellectuele eigendomsrechten sprake is.

Hoogachtend,

Microgravity Products B.V."

5.3.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres ten titel van dwangsommen bedragen te betalen volgens onderstaand overzicht voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan de hiervoor bedoelde bevelen te voldoen dan wel dwangsommen te betalen voor iedere mededeling en/of brief/e-mail waarmee het hiervoor bevolene wordt overtreden, zulks ter keuze van eiseres:

5.1 :

EUR 5.000 per dag(deel) dat het bevel wordt overtreden

EUR 25.000 per mededeling

5.2: EUR 5.000 per dag(deel)

Een en ander met een maximum van € 500.000,-

5.4.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde,

5.6.

bepaalt de redelijke termijn als bedoeld in 1019i Rv op zes maanden na heden;

In voorwaardelijke reconventie

5.7.

verstaat dat de voorwaarde voor de vordering niet is vervuld.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2015.