Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2015:10016

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
31-08-2015
Zaaknummer
C/09/489586 / KG ZA 15-758
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Afwijzing vorderingen. Gunningsvoornemen voldoende gemotiveerd. In verband met wijziging samenstelling beoordelingsteam had eiseres erop bedacht moeten zijn dat zij een andere score zou krijgen dan bij eerdere aanbesteding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/195
JAAN 2015/217
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 489586 / KG ZA 15-758

Vonnis in kort geding van 5 augustus 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gatsometer B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden, (Ministerie van Veiligheid en Justitie),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag,

waarin zijn tussengekomen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARS Traffic & Transport Technology B.V.,

gevestigd te Den Haag,

advocaat mr. A.C.M. Fischer-Braams te Rijswijk

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CSC Computer Sciences B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

advocaat mr. P.F.C. Heemskerk te Utrecht.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Gatsometer’, ‘de Staat’, ‘ARS’ en ‘CSC’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 juni 2015;

- de door Gatsometer overgelegde producties;

- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord, met een productie;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van de zijde van ARS;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van de zijde van CSC;

- de op 13 juli 2015 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Gatsometer, ARS en CSC pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst

2.1.

ARS en CSC hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Gatsometer en de Staat. Ter zitting hebben Gatsometer en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen tussenkomst. ARS en CSC zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Op 1 november 2011 is tussen het ‘Landelijk Parket Team Verkeer’ (thans genaamd ‘Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie’), hierna te noemen ‘CVOM’, als onderdeel van de Staat, en Gatsometer een ‘Raamovereenkomst Trajectcontrolesystemen’, hierna ‘de raamovereenkomst’, tot stand gekomen. CVOM heeft een zelfde raamovereenkomst gesloten met ARS, CSC en een derde leverancier. Gedurende de looptijd van de raamovereenkomst (vijf jaar) zullen concrete opdrachten voor de levering, het beheer en het onderhoud van Trajectcontrolesystemen op een specifiek ‘Kavel’ middels concurrentiestelling aan de vier raamcontractanten worden aangeboden, waarbij de leverancier die op basis van de dan vooraf bekend gemaakte gunningscriteria de economisch meest voordelige offerte heeft uitgebracht, de concrete opdracht gegund krijgt.

3.2.

Op 16 mei 2014 heeft CVOM aan de raamcontractanten een offerteaanvraag gezonden ten behoeve van een vijftal Trajectcontrolesystemen. Uit de gunningsbeslissing van 27 augustus 2014 blijkt dat Gatsometer de opdracht voor een nadere overeenkomst met betrekking tot het Trajectcontrolesysteem A58 heeft verworven. In een bijlage bij deze gunningsbeslissing heeft CVOM vermeld dat Gatsometer met betrekking tot het subsubgunningscriterium ‘Fotokwaliteit’ de score ‘10’ heeft behaald. Uit de in de offerteaanvraag van 16 mei 2014 opgenomen puntenverdelingstabel blijkt dat dat de maximale score is. Voorts is in paragraaf 5.6. van die offerteaanvraag vermeld dat het beoordelingsteam Kwaliteit zal bestaan uit één programmamanager, twee senior projectmanagers, één functioneel beheerder, één medewerker CJIB, één medewerker adviesbureau specificaties en één senior adviseur.

3.3.

CVOM heeft op 16 maart 2015 een offerteaanvraag aan de raamcontractanten doen uitgaan met betrekking tot Trajectcontrolesystemen voor de A2 Maastricht en de A12 Utrecht, meer in het bijzonder A2 Links, A2 Rechts, A12 Links en A12 Rechts, hierna ‘de Opdracht’. In deze offerteaanvraag, hierna ‘de offerteaanvraag’, is voor zover hier van belang het volgende vermeld:

“(…)

5.4. (

Sub)Gunningscriterium Kwaliteit

Het Gunningscriterium Kwaliteit is onderverdeeld in twee vragen ook wel SubGunningscriteria te noemen. Omdat de Kwaliteit voor alle vier de concrete opdrachten nagenoeg gelijk is wordt uw score op Kwaliteit, na te zijn vastgesteld door het beoordelingsteam, toegepast bij elke concrete opdracht voor de beoordeling van de EMVI.

(…)

De uiteindelijke score voor het Gunningscriterium Kwaliteit wordt als volgt vastgesteld:

  1. De individuele beoordelaar van het beoordelingsteam kent een puntenscore per vraag toe als hierboven genoemd;

  2. Daarna zal een plenaire sessie plaatsvinden waarbij eventuele grote afwijkingen tussen de verschillende beoordelaars besproken zullen worden en een beoordelaar de mogelijkheid heeft om naar aanleiding van deze bespreking zijn individuele score eventueel bij te stellen.

  3. Tijdens de plenaire sessie wordt de definitieve puntenscore per vraag vastgesteld d.m.v. middeling over de beoordelaars, afgerond op één decimaal. Alsdan wordt tevens bepaald of aan de Minimumeis is voldaan van een minimale score van 6,0 voor vraag 8. Degene met een puntenscore lager dan hier aangegeven wordt uitgesloten van Gunning voor alle concrete opdrachten;

  4. De puntenscore per vraag wordt vermenigvuldigd met de weegfactor bij de betreffende vraag. Dit leidt tot een score per vraag;

  5. De scores van beide vragen wordt bij elkaar opgeteld waardoor een totaal score voor het Gunningscriterium Kwaliteit kan worden vastgesteld;

  6. De totaal score op Kwaliteit wordt gedeeld door 4, hierdoor ontstaat een eindscore tussen 0 en 10, welke wordt afgerond op één decimaal.

  7. Degenen die hebben voldaan aan de minimumeis voor kwaliteit worden vervolgens meegenomen in de beoordeling van EMVI per concrete opdracht als beschreven in paragraaf 5.1. van deze offerte aanvraag.

(…)

5.6.

Beoordelingsteam

Voor de beoordeling van de Inschrijvingen stelt het parket CVOM twee beoordelingsteams samen, het beoordelingsteam ‘Kwaliteit’ en het beoordelingsteam ‘Minimumeisen/Prijs/EMVI NOK’.

Het beoordelingsteam ‘Kwaliteit’ bestaat uit de volgende functies en beoordeelt Stap 4 van paragraaf 5.5. van deze Offerte aanvraag:

  • -

    1 (één) Programmamanager

  • -

    1 (één) Functioneel beheerder

  • -

    1 (één) medewerker CJIB (verwerkende instantie)

  • -

    1 (één) zittingsvertegenwoordiger CVOM

  • -

    1 (één) Sr. Adviseur

(…)

5.7.

Vragen met betrekking tot de gunningscriteria

(…)

5.7.3.

Vragen Kwaliteit

Vraag 8. Fotokwaliteit-1

Betreft: SubGunningscriterium Kwaliteit

Het is voor het parket CVOM van belang dat overtredingen ondubbelzinnig zijn vast te stellen door een betrokkene. Dat betekent dat een betrokkene of een bevoegd opsporingsambtenaar (BOA) het betrokken voertuig dusdanig goed herkent op de foto dat de juistheid van de overtreding niet in twijfel wordt getrokken.

Het parket CVOM stelt onder verwijzing naar requirement nr. 32, nr. 33, en 33a uit de Systeemspecificaties (Bijlage 1.1 PvE) eisen aan de kwaliteit van de afbeelding. In deze offerteaanvraag zijn deze eisen aan de kwaliteit van de afbeelding aangescherpt. Het blijkt immers dat de kwaliteit van de foto’s sterk verschilt, afhankelijk van de licht- en weerscondities. Hierdoor wordt de handmatige herkenning door BOA’s bemoeilijkt en trekken betrokkenen mogelijk de juistheid van de overtreding in twijfel, met een procesgang en/of extra WOB verzoeken tot gevolg.

U dient voor elk van de volgende situaties één passagefoto met personenvoertuig van uw oplossing te tonen. Deze foto zal worden beschouwd als het minimum kwaliteitsniveau van uw oplossing. Dat betekent dat uw oplossing op dit punt niet geaccepteerd zal worden als tijdens de acceptatietesten blijkt dat de kwaliteit van afbeeldingen bij de hieronder aangegeven gevraagde situaties lager is dan de afbeeldingen die u in antwoord op deze vraag inzendt. U dient hiermee rekening te houden met de keuze van de afbeelding.

Om een voorbeeld van bovenstaande te geven: een witte auto zal wellicht beter zichtbaar zijn op een nachtfoto dan een zwarte auto. Indien u er nu voor kiest om een afbeelding van een wit voertuig in te zenden, geldt deze afbeelding tijdens de acceptatietest ook als benchmark voor afbeeldingen van voertuigen van andere kleuren, zoals zwart.

  • -

    Daglicht, zon

  • -

    Daglicht, bewolkt

  • -

    Daglicht, regen

  • -

    Nacht, droog

  • -

    Nacht, regen

De beoordeling voor de drie onderstaande vragen vindt plaats door alle foto’s tegelijkertijd en gezamenlijk te beoordelen op onderstaande punten.

a. De relatie tussen het gefotografeerd kenteken en het betrokken voertuig: maximaal 6 punten Het kenteken is scherp gefotografeerd, goed leesbaar, niet over- of onderbelicht en is zonder tekstuele toelichting of andere bewerkingen aan de foto zoals kaders of pijlen, door de beoordelaar te relateren aan het betrokken voertuig.

Herkenbaarheid van het betrokken voertuig: maximaal 2 punten

In alle voorbeelden is de contour van het voertuig scherp gefotografeerd, niet over- of onderbelicht, in het geheel zichtbaar, en steekt duidelijk af tegen de rijweg. Kenmerkende delen van de achterzijde van het voertuig (achterlichtconsole, achterruit, stickers/belettering) zijn goed zichtbaar en scherp gefotografeerd. Het merk en type zijn op basis van de voertuigcontour ondubbelzinnig te herkennen.

Herkenbaarheid van het merkteken: maximaal 2 punten

Het merkteken achter op het voertuig is scherp gefotografeerd en goed te onderscheiden van andere merktekens.

Hierbij is de puntentelling als volgt:

Criterium

Vraag a)

Vraag b)

Vraag c)

Alle 5 de foto’s voldoen redelijk tot goed

6 punten

2 punten

2 punten

4 foto’s voldoen redelijk tot goed, 1 foto voldoet matig

3 punten

1 punt

1 punt

1 of meer foto’s voldoen niet, ofwel 2 of meer foto’s voldoen matig of slecht

0 punten

0 punten

0 punten

Uw beschrijving omvat 5 foto’s met daarbij de betreffende licht- en weersomstandigheid en is opgenomen in Bijlage 5 Annex 11 van deze offerte aanvraag. De foto’s worden tevens digitaal aangeleverd, met daarbij de betreffende licht- en weersomstandigheid in de bestandnaam van de foto.

Vraag 9. Fotokwaliteit-2

Betreft: SubGunningscriterium Kwaliteit

Van de 5 foto’s die u t.b.v. de bovenstaande vraag 8 heeft ingeleverd, worden 2 foto’s beschouwd, te weten de foto daglicht, zon en de foto nacht, droog .

Ieder lid van het beoordelingsteam maakt individueel een rangorde van kwaliteit van de foto’s van alle inschrijvers (raamcontractanten) aan, apart voor de beide foto’s. De inschrijver die bovenaan in die rangorde komt, krijgt 10 punten. De inschrijver die 2e wordt in die rangorde, krijgt 9 punten enzovoort, dit voor alle inschrijvers. Voorbeeld:

Beoordelaar 1

Inschrijver A

Inschrijver B

Inschrijver C

Inschrijver D

Foto daglicht, zon

3e dus 8 punten

1e dus 10 punten

2e dus 9 punten

4e dus 7 punten

Foto nacht, droog

2e dus 9 punten

1e dus 10 punten

3e dus 8 punten

4e dus 7 punten

Eindscore beoordelaar 1

8.5

10

8.5

7

Mochten er slechts 2 inschrijvers zijn, dan zullen deze dus altijd een 10 of een 9 als score per foto krijgen. Als er 3 inschrijvers zijn, zijn de te geven scores per foto dus 10, 9 of 8 punten.

Alle beoordelaars maken onafhankelijk van elkaar deze score.

Vervolgens wordt per inschrijver de gemiddelde score bepaald, als het gemiddelde over de beoordelaars. De gemiddelde score bij 4 inschrijvers zal dus altijd tussen de 7.0 en de 10.0 liggen; de gemiddelde score bij 3 inschrijvers altijd tussen 8.0 en 10.0 liggen en bij 2 inschrijvers zal deze tussen de 9.0 en 10.0 liggen.”

3.4.

Met betrekking tot de Opdracht zijn twee Nota’s van Inlichtingen verstrekt. In de Nota van Inlichtingen van 13 april 2015 is op vraag 3 “Kunt u aangeven wanneer een foto wordt beoordeeld als goed, redelijk, matig of slecht voor de criteria Fotokwaliteit 1a), b) en c)? het volgende geantwoord: “Dit gebeurt zoals aangegeven in de vraag, onder punt a), b) en c), op pagina 19 onderaan en pagina 20 bovenaan. De beoordeling vindt op dezelfde wijze plaats als bij de offerteaanvraag uit mei 2014 van de A4, A12, A20, A58, N62; de vraag is identiek”.

3.5.

Onder meer Gatsometer, ARS en CSC hebben een offerte ten behoeve van de Opdracht ingediend.

3.6.

Bij brief van 22 mei 2015 heeft CVOM aan Gatsometer meegedeeld dat de opdracht voor een nadere overeenkomst met betrekking tot het Trajectcontrolesysteem A2 Maastricht Links en A12 Utrecht Links aan ARS en met betrekking tot het Trajectcontrolesysteem A2 Maastricht Rechts en A12 Utrecht Rechts aan CSC wordt gegund. In een bijlage bij deze brief is opgenomen dat Gatsometer met betrekking tot ‘Vraag 7 Fotokwaliteit – 1’ de score ‘9,2’ heeft behaald en voor ‘Vraag 8 Fotokwaliteit – 2’ de score ‘8,7’. CVOM heeft de door Gatsometer behaalde score als volgt toegelicht:

Vraag 7. Fotokwaliteit – 1

Al uw foto’s hebben van de beoordelaars voor deelvraag a) de maximale score van 6 punten gekregen. Bij deelvraag b) waren enkele beoordelaars van mening dat bij de twee nachtfoto’s het voertuigcontour onvoldoende zichtbaar was en dat de achterlichtconsole en de kentekenplaat overbelicht waren. Er ontstond twijfel over de leesbaarheid van de letter ‘F’ in het kenteken; het zou mogelijk verward kunnen worden met de letter ‘P’. Voor deelvraag c) geldt dat het merkteken van foto ‘nacht regen’ door twee beoordelaars als matig onderscheidbaar van andere merktekens werd beoordeeld.

Na afloop van de beoordeling heeft het parket CVOM gezien dat u dezelfde foto’s heeft ingestuurd als bij de vorige offerte. Het verschil in score ten opzichte van de vorige offerte heeft als reden dat de foto’s zijn beoordeeld door een ander beoordelingsteam.

Vraag 8. Fotokwaliteit – 2

Ondanks de goede kwaliteit van uw foto’s zijn deze in het onderling vergelijk van de foto’s ‘dag droog’ en ‘nacht droog’ wisselend gerangschikt zijn als 2e of 3e. Overall bent u op de tweede plaats geëindigd. De foto’s van de winnaar van deze vraag waren nog iets scherper en beter belicht dan uw foto’s.”

4 Het geschil

4.1.

Gatsometer vordert – zakelijk weergegeven – primair de Staat (CVOM) te verbieden de vier opdrachten voor trajectcontrolesystemen te gunnen aan ARS, CSC of een andere onderneming en de Staat te gebieden om over te gaan tot een herbeoordeling van de ontvangen inschrijvingen, dan wel tot een heraanbesteding en subsidiair de Staat te verbieden perceel A2 Rechts, althans perceel A2 Links te gunnen aan ARS, CSC of een andere onderneming, althans de Staat te verbieden deze percelen aan een ander dan Gatsometer te gunnen, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten.

4.2.

Daartoe stelt Gatsometer – samengevat – het volgende. Gatsometer heeft bij haar offerte ten behoeve van de Opdracht dezelfde foto’s ingediend als bij haar offerte naar aanleiding van de offerteaanvraag van 16 mei 2014. Waar Gatsometer toen de maximale score heeft behaald met haar foto’s, heeft zij in het kader van de onderhavige Opdracht met de ingediende foto’s slechts de score 9,2 behaald. Gatsometer mocht echter gelet op het antwoord op vraag 3 in de eerste Nota van Inlichtingen verwachten dat de ingediende foto’s ‘op dezelfde wijze’ als bij de offerteaanvraag van mei 2014 zouden worden beoordeeld en derhalve opnieuw de maximale score van 10 zouden opleveren. Zij heeft daarmee bij haar prijsstelling ook rekening gehouden. Gatsometer stelt zich dan ook op het standpunt dat haar foto’s niet op de vooraf bekend gemaakte wijze zijn beoordeeld. Het oordeel van de beoordelaars met betrekking tot vraag 8-1 b) dat de contour van de voertuigen onvoldoende zichtbaar zou zijn, is feitelijk onjuist en misplaatst. De contour is immers ten minste redelijk zichtbaar en van verwarring tussen de letters ‘F’ en ‘P’ is gelet op de vormgeving van de letters op een kentekenplaat geen sprake, terwijl deze eventuele verwarring geen rol speelt bij vraag 8-1 b) maar hooguit bij vraag 8-1 a). Indien Gatsometer met betrekking tot het criterium Fotokwaliteit-1 de score 10 had behaald, had zij ten minste één perceel van Trajectcontrolesysteem A2 verworven. Hoewel Gatsometer niet beschikt over de door de overige inschrijvers ingediende foto’s, vermoedt zij dat zij ook een hogere score had moeten krijgen met betrekking tot het criterium Fotokwaliteit-2, zodat zij ook één van de Trajectcontrolesystemen A12 gegund had dienen te krijgen. De foto’s van de overige inschrijvers zijn voor Gatsometer niet controleerbaar en deze zijn wellicht gemanipuleerd of handmatig nabewerkt, zodat de inschrijvingen mogelijk in kwalitatief opzicht onvergelijkbaar zijn. Nu de foto’s van de overige inschrijvers niet aan Gatsometer ter beschikking worden gesteld, terwijl het gaat om objectieve, relevante informatie die op eenvoudige wijze verstrekt kan worden, is de gunningsbeslissing onvoldoende gemotiveerd. Gelet op het voorgaande kan het gunningsvoornemen van CVOM niet in stand blijven, althans dient een herbeoordeling van de inschrijvingen, dan wel een heraanbesteding plaats te vinden.

4.3.

De Staat, ARS en CSC voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.4.

ARS vordert – zakelijk weergegeven – de Staat te gebieden de opdrachten met betrekking tot A12 Utrecht Links en A2 Maastricht Links aan haar te gunnen, dan wel een andere passende voorziening te treffen, een en ander met veroordeling van Gatsometer of de Staat in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.5.

CSC vordert – zakelijk weergegeven – primair – voor zover CVOM haar gunningsbeslissing niet zou handhaven – CVOM te gebieden de percelen A2 Maastricht rechts en A12 Utrecht Rechts aan haar te gunnen en subsidiair – voor het geval de door Gatsometer gevorderde herbeoordeling wordt toegewezen – ook de inschrijving van CSC opnieuw te beoordelen, een en ander met veroordeling van Gatsometer in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.6.

Verkort weergegeven stellen ARS en CSC daartoe dat zij er belang bij hebben dat de opdracht definitief aan hen gegund wordt en derhalve bij afwijzing van de vorderingen van Gatsometer, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.

4.7.

Voor zover nodig zullen de standpunten van Gatsometer en de Staat met betrekking tot de vorderingen van ARS en CSC hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

5.1.

In deze procedure dient beoordeeld te worden of CVOM de door Gatsometer ten behoeve van het subgunningscriterium Kwaliteit ingediende foto’s overeenkomstig de vooraf bekend gemaakte criteria en op een juiste wijze heeft beoordeeld, of het gunningsvoornemen van CVOM in stand kan blijven, dan wel of er aanleiding bestaat voor een herbeoordeling of een heraanbesteding.

5.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van kwalitatieve criteria, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat (enigszins) op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar dat behoeft – op zichzelf – nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht c.q. die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt de rechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief (sub)gunningscriterium. Aan de aangewezen – deskundige – beoordelaars (in dit geval het beoordelingsteam) moet dienaangaande de nodige vrijheid worden gegund. Dat klemt te meer nu van de rechter niet kan worden verlangd dat hij specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Slechts indien sprake is van – procedurele dan wel inhoudelijke – onjuistheden c.q. onduidelijkheden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.

5.3.

Met betrekking tot het in 5.2. onder (iii) genoemde aspect heeft Gatsometer in het kader van vraag 9 Fotokwaliteit-2 gesteld dat het gunningsvoornemen onvoldoende is gemotiveerd, aangezien de foto’s die door de overige inschrijvers zijn ingediend niet aan Gatsometer ter beschikking zijn gesteld, zodat voor haar niet controleerbaar is op grond waarvan de foto’s van de winnaar ‘nog iets scherper en beter belicht’ zijn. Ingevolge het aanbestedingsrecht dient de mededeling van de gunningsbeslissing alle relevante redenen voor die beslissing te bevatten, opdat daartegen doeltreffend beroep kan worden ingesteld. De brief van CVOM van 22 mei 2015 (met bijlagen), waarin het gunningsvoornemen aan Gatsometer bekend is gemaakt, voldoet daar naar voorlopig oordeel aan. In een van de bijlagen worden immers de scores van Gatsometer met betrekking tot het subgunningscriterium Kwaliteit vermeld en worden vervolgens per perceel de totaalscores van Gatsometer afgezet tegen de totaalscores van de winnende inschrijvers. Bovendien wordt de score van Gatsometer in een andere bijlage per subsubgunningscriterium toegelicht en worden daarbij de aspecten genoemd op grond waarvan de foto’s van de winnaar volgens de beoordelaars ‘meerwaarde’ hebben (iets scherper en beter belicht). De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de motivering van de gunningsbeslissing als voldoende moet worden aangemerkt. Dat CVOM de foto’s van de overige inschrijvers niet aan Gatsometer heeft afgegeven maakt het voorgaande niet anders, terwijl de Staat, ARS en CSC bovendien genoegzaam aannemelijk hebben gemaakt dat deze foto’s een bedrijfsvertrouwelijk karakter dragen. Immers, uit de foto’s kunnen belangrijke kwaliteitsbepalende elementen worden afgeleid, welke inzicht kunnen geven in het door een andere inschrijver gebruikte systeem, zoals resolutie, synchronisatie of belichting. Onder die omstandigheden kan van de Staat dan ook niet worden gevergd dat hij deze foto’s aan Gatsometer ter beschikking stelt. Ten overvloede wordt overwogen dat Gatsometer haar stelling dat de foto’s van de andere inschrijvers mogelijk zijn gemanipuleerd in het geheel niet heeft onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.

5.4.

Met betrekking tot vraag 8 Fotokwaliteit-1 heeft Gatsometer zich op het standpunt gesteld dat zij voor de door haar ingediende foto’s net als bij de offerteaanvraag uit mei 2014 de score ‘10’ had moeten behalen. CVOM heeft immers door middel van het antwoord op vraag 3 in de eerste Nota van Inlichtingen bij Gatsometer de verwachting gewekt dat de beoordeling van de foto’s op dezelfde wijze zou plaatsvinden als bij de offerteaanvraag uit mei 2014, aldus Gatsometer, zodat de foto’s in strijd met de vooraf bekend gemaakte criteria zijn beoordeeld. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Uit de enkele mededeling in het antwoord op vraag 3 in de 1e Nota van Inlichtingen heeft Gatsometer als behoorlijk geïnformeerde normaal oplettende inschrijver naar voorlopig oordeel niet mogen afleiden dat zij met de door haar ingediende foto’s op het onderdeel Kwaliteit exact dezelfde score zou behalen als in mei 2014. Dat de beoordeling op dezelfde wijze plaatsvindt als bij de offerteaanvraag in mei 2014 brengt immers niet automatisch mee dat dezelfde foto’s ook dezelfde score opleveren. Zoals duidelijk omschreven in paragraaf 5.4. van de offerteaanvraag van 16 maart 2015 kennen de individuele beoordelaars van het beoordelingsteam een puntenscore per vraag toe, waarna een plenaire sessie zal plaatsvinden, waarbij grote afwijkingen tussen de verschillende beoordelaars kunnen worden besproken en eventueel kunnen worden bijgesteld. In paragraaf 5.6. van de offerteaanvraag van 16 maart 2015 is bovendien vermeld dat het beoordelingsteam uit vijf leden bestaat, terwijl het beoordelingsteam volgens de offerteaanvraag van 16 mei 2014 uit zeven leden bestond. Voorts blijkt uit de beide offerteaanvragen dat ook de samenstelling van het beoordelingsteam is gewijzigd. In 2014 maakten nog twee projectmanagers deel uit van het team en de ‘medewerker adviesbureau specificaties’ is in 2015 vervangen door een ‘zittingsvertegenwoordiger CVOM’. Reeds gelet op deze wijziging in de samenstelling en daarmee de expertise van het beoordelingsteam heeft Gatsometer er naar voorlopig oordeel niet op mogen vertrouwen dat de door haar in 2014 ingediende foto’s in het kader van de onderhavige offerteaanvraag tot dezelfde score zouden leiden. Dat zij dit wel heeft gedaan en haar aanbieding daarop heeft afgestemd, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico dient te komen.

5.5.

Ten slotte heeft Gatsometer nog gesteld dat de beoordeling met betrekking tot vraag 8-1 b) feitelijk onjuist en misplaatst is. Volgens Gatsometer is de contour van het voertuig immers ten minste redelijk zichtbaar en kan van verwarring tussen de letters ‘F’ en ‘P’, gelet op de vormgeving van de letters, geen sprake zijn. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat dergelijke constateringen bij uitstek binnen de beoordelingsvrijheid van het beoordelingsteam vallen, zodat, nu Gatsometer voorshands niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van ernstige of klaarblijkelijke fouten in de beoordeling, voor ingrijpen door de voorzieningenrechter geen plaats is. Dat Gatsometer het met het oordeel van het beoordelingsteam niet eens is, leidt niet tot een ander oordeel. Dat de eventuele verwarring tussen de letters door het beoordelingsteam ten onrechte is betrokken bij 8-1 b), zoals Gatsometer heeft gesteld, maakt dit evenmin anders. Uit de brief van 22 mei 2015 blijkt immers dat het beoordelingsteam met betrekking tot vraag 8-1 b) heeft geconstateerd dat het voertuigcontour onvoldoende zichtbaar was en dat de achterlichtconsole en de kentekenplaat overbelicht waren, zodat het beoordelingsteam reeds gelet op deze constateringen op goede gronden tot het oordeel heeft kunnen komen dat aan Gatsometer niet de maximale score op dit onderdeel toekomt.

5.6.

Slotsom van het voorgaande is dat het gunningsvoornemen van CVOM in stand kan blijven en dat voor een herbeoordeling van de inschrijvingen dan wel voor een heraanbesteding geen aanleiding bestaat. De vorderingen van Gatsometer worden dan ook afgewezen.

5.7.

Nu de Staat (CVOM) voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan ARS en CSC, brengt voormelde beslissing mee dat ARS en CSC geen belang (meer) hebben bij toewijzing van hun vorderingen, zodat deze worden afgewezen. ARS en CSC zullen worden veroordeeld in de kosten van de Staat, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Staat als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Gatsometer in haar verhouding tot ARS en CSC worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van ARS en CSC was immers te voorkomen dat de opdracht aan Gatsometer zou worden gegund, welk doel is bereikt. Gatsometer zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van ARS en CSC, zoals gevorderd vermeerderd met de wettelijke rente, een en ander op de hierna te vermelden wijze. De door Gatsometer gevorderde compensatie van proceskosten wordt afgewezen, aangezien Gatsometer een procedure tegen CVOM aanhangig heeft gemaakt en het ARS en CSC vrij stond in deze procedure op te komen om hun belangen te behartigen. Derhalve valt niet in te zien op grond waarvan zij hun eigen kosten zouden moeten dragen. Voorts zal Gatsometer, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Staat. Voor een veroordeling in de nakosten, zoals door de Staat, ARS en CSC gevorderd, bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1.

wijst het gevorderde af;

6.2.

veroordeelt ARS en CSC voor wat betreft de door hen ingestelde vorderingen jegens de Staat in de kosten van de Staat, tot dusver begroot op nihil;

6.3.

veroordeelt Gatsometer in de overige proceskosten, tot dusver begroot aan de zijde van zowel de Staat als ARS en CSC telkens op € 1.429,--, waarvan € 613,-- aan griffierecht en € 816,-- aan salaris advocaat;

6.4.

bepaalt dat de verschuldigde proceskosten dienen te worden voldaan binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken en dat – bij gebreke daarvan – daarover de wettelijke rente verschuldigd is;

6.5.

verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2015.

mvt