Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:9797

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-08-2014
Datum publicatie
12-08-2014
Zaaknummer
C-09-468004 - FA RK 14-4614
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopige machtiging en machtiging tot uithuisplaatsing; Betrokkene verblijft op dit moment in Schakenbosch op basis van vrijwilligheid met een machtiging tot uithuisplaatsing in een AWBZ instelling. De voorlopige machtiging wordt daarnaast afgegeven, de vrijwilligheid is niet daadwerkelijk vrijwillig gezien het vrijheidsberovende karakter van de plaatsing en de aard, duur en frequentie van de vrijheidsberovende maatregelen die worden toegepast.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 2
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 261
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JVGGZ 2014/42 met annotatie van Mr. dr. V.E.T. Dörenberg

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 14-4614

Zaaknummer: C/09/468004

Datum beschikking: 1 augustus 2014

P- nummer: 1064271

Voorlopige machtiging

Beschikking op het op 17 juni 2014 ingekomen verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Den Haag, met betrekking tot:

[de betrokkene],

de betrokkene,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

vrijwillig verblijvende in de inrichting voor verstandelijk gehandicapten [naam instelling] te Leidschendam,

advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.

Procedure

Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken – voor zover van belang – overgelegd: de op 12 juni 2014 ondertekende en met redenen omklede verklaring van de geneesheer-directeur van de genoemde inrichting, met bijlagen.

De rechtbank heeft de betrokkene op 31 juli 2014 gehoord. De betrokkene werd bijgestaan

door haar advocaat.

De rechtbank heeft zich in aanwezigheid van de betrokkene en haar advocaat laten voorlichten door de behandelend psycholoog J. van der Spek.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het verlenen van een voorlopige machtiging

tot het doen voortduren van het verblijf van de betrokkene in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten. Door de instelling is aangegeven dat betrokkene bij hen verblijft op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing in een AWBZ-instelling. Betrokkene ondergaat de vrijheidsbenemende maatregelen derhalve op vrijwillige basis. Door het gedrag van betrokkene, dat vooral voortkomt uit haar stoornis, wordt zij gemiddeld zes keer per maand gefixeerd en/of gesepareerd.

Betrokkene voert verweer. De advocaat heeft ter zitting betoogd dat de minderjarige verblijft op basis van een rechterlijke machtiging tot uithuisplaatsing en dat daarnaast de minderjarige ook vrijwillig wil verblijven. Voorts wordt bestreden dat het gevaar voortkomt uit de stoornis van betrokkene en is er eerder sprake van gedragsproblematiek. Betrokkene zelf geeft aan liever niet in de instelling te willen verblijven maar niet goed te weten waar zij anders naar toe kan.

Beoordeling

Op het verzoek zijn van toepassing de artikelen 2, 3, 5, 6, 8 en 9 van de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz).

De kinderrechter stelt voorop dat de verzochte machtiging slechts mag worden verleend wanneer een stoornis van de geestvermogens de betrokkene het gevaar doet veroorzaken en het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een inrichting voor verstandelijk gehandicapten, kan worden afgewend.

De kinderrechter is van oordeel dat er bij de betrokkene sprake is van een stoornis van de geestesvermogens als bedoeld in de Wet Bopz. De betrokkene is gediagnosticeerd met een verstandelijke handicap (autisme, zwakbegaafdheid en Gilles de la Tourette).

De kinderrechter is voorts van oordeel dat het hiervoor genoemde gevaar zich voordoet. De betrokkene levert door haar ziekte een gevaar op voor zichzelf en voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Anders dan namens de betrokkene is betoogd, is er een causale relatie tussen de bij betrokkene gediagnosticeerde stoornis van de geestesvermogens en dit gevaar. Uit de geneeskundige verklaring en de toelichting door de behandelend psycholoog volgt dat betrokkene vanuit haar autisme en zwakbegaafdheid zonder enige aanleiding verbale en fysieke agressie vertoont en dan geen grip meer heeft op haar woede.

De kinderrechter is ten slotte van oordeel dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een inrichting voor verstandelijk gehandicapten kan worden afgewend. Van een vrijwillig verblijf is geen sprake. Vast staat dat betrokkene thans in de instelling [naam instelling] verblijft op basis van een op grond van artikel 1:261 lid 1 BW afgegeven machtiging. Voorop staat dat een dergelijke machtiging niet gebruikt kan worden voor een plaatsing waarbij vrijheidsberovende maatregelen worden toegepast. Weliswaar heeft betrokkene bij de intake ingestemd met toepassing van vrijheidsberovende maatregelen, maar gelet op de aard, frequentie en duur van de toegepaste maatregelen kan bezwaarlijk worden aangenomen dat betrokkene hiermee destijds daadwerkelijk vrijwillig heeft willen instemmen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent voorlopige machtiging tot het doen voortduren van het verblijf in een inrichting voor verstandelijke gehandicapten, van:

[de betrokkene]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

uiterlijk tot en met 1 februari 2015.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, bijgestaan door D.A.H.J. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2014.