Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:9621

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2014
Datum publicatie
05-08-2014
Zaaknummer
09/767176-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot een jonge vrouw en een minderjarig meisje. Verdachte valt aan te rekenen dat hij, puur uit persoonlijk winstbejag, deze twee jonge vrouwen die uit liefde voor hem handelden, heeft uitgebuit en misbruik heeft gemaakt van hun kwetsbaarheid. Het minderjarige slachtoffer was pas vijftien jaar oud toen zij onder invloed van verdachte in de prostitutie belandde en ook het andere slachtoffer was extra kwetsbaar, vanwege een verstandelijke beperking.

Gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/767176-13

Datum uitspraak: 5 augustus 2014

(Vonnis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum ] 1986 te [plaats 2],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17 januari 2014, 3 april 2014 en 20 juni 2014 (alle pro forma) en ter terechtzitting van 22 juli 2014 (inhoudelijk).

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr. H.A.C. Banning heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] tot een bedrag van € 23.750,00, te vervangen door 153 dagen hechtenis en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering. Zij heeft tevens verzocht om vergoeding van de wettelijke rente over voormeld bedrag en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De tenlastelegging.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van van 1 februari 2013 tot en met 23 mei 2013 in Den Haag en/of Delft, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

een persoon genaamd [slachtoffer 1] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] (in de prostitutie)

en/of

die [slachtoffer 1] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan

hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

die [slachtoffer 1], (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer 1] met of voor een derde

immers heeft/is verdachte en/of hebben/zijn verdachtes mededader

- een (seksuele) relatie met die [slachtoffer 1] aangegaan en/of

- die [slachtoffer 1] voorgesteld en/of op het idee gebracht om (teneinde haar schulden te kunnen betalen) in de prostitutie te gaan werken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat het geld dat zij zou verdienen met de prostitutie bedoeld was om samen een bedrijf op te richten en/of

- die [slachtoffer 1] als prostituee laten werken in Den Haag, althans in enige plaats in Nederland, en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, hem, verdachte, op de hoogte te houden van het aantal klanten dat zij had en haar daarmee (voortdurend) onder toezicht en/of controle gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] voorgesteld en/of op het idee gebracht om mee te doen aan (een) gangbang(s) en/of

-voor woonruimte gezorgd danwel woonruimte beschikbaar gesteld ten behoeve van de gangbang(s) en/of

- die [slachtoffer 1] bewogen tot het gebruik van GHB en/of

- die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden en/of gangbangs aan hem, verdachte, af te staan en/of af te dragen;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot 14 september 2011 te Zoetermeer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [datum ] 1993) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] (in de prostitie), terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 2]

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

- van die [slachtoffer 2] foto's ten behoeve van (seks)advertenties gemaakt en/of

- voor die [slachtoffer 2] (een) advertentie(s) opgesteld ten behoeve van een sekssite en/of

- die [slachtoffer 2] als escort laten werken en/of

- zijn en/of zijn mededaders woning beschikbaar gesteld voor de ontvangst van thuisescorts en/of

- die [slachtoffer 2] vanuit Zoetermeer, althans vanuit enige plaats in Nederland, naar een escortadres (over)gebracht en/of

- die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan en/of af te dragen.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt als bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 1 (slachtoffer [slachtoffer 1]):

1.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 juli 2014, voor zover luidende - zakelijk weergegeven - :

Heel veel mensen noemen mij [X]. Ik heb [slachtoffer 1] opgehaald en weggebracht naar de Doubletstraat in Den Haag. Terwijl zij in de Doubletstraat werkte, ben ik in Den Haag gebleven. Ik heb [slachtoffer 1] wel eens geholpen bij het opstellen van een advertentie. U houdt mij voor dat er naaktfoto’s van [slachtoffer 1] in mijn computer zijn aangetroffen. Er stonden inderdaad foto’s van [slachtoffer 1] in mijn computer.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden, nr. PL1609-2013069944-11, d.d. 8 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 356, AH/33): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Verdachte heeft vrijwillig verklaard: “Ik heb drie of vier vriendinnen welke de hoer spelen. Dit zijn snollen. Ik rijd ze wel eens rond.”

3.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie Hollands Midden, PL1609/RP-1390223, d.d. 9 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 93 tot en met 104, V/01-02): als de op 9 oktober 2013 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van verdachte:

Op de sites “[site 1]” en “[site 2]” plaatse ik voor [slachtoffer 1] wel eens advertenties. Er staan foto’s van haar op mijn computer in het mapje “Hoer”. Ik heb [slachtoffer 1] rond januari 2013 via de site Badoo leren kennen. Haar emailadres was [email]@hotmail.com. Ik heb haar twee keer naar de Doubletstraat gebracht. Ik heb haar ook twee keer naar een feestje in Delft gebracht. Als zij klaar was, belde zij mij op en haalde ik haar vervolgens op. [slachtoffer 1] had een werkruimte gehuurd in de Doubletstraat. Toen [slachtoffer 1] in de Doubletstraat ging werken, hebben wij afgesproken dat zij moest sms’en als er een klant bij haar was. Als er problemen waren, dan kon ik snel naar haar toe gaan. Ik deed dit voor haar veiligheid. Zij had gevraagd of ik bij haar in de buurt wilde blijven voor haar veiligheid. Het zou goed kunnen dat ik haar wel eens naar een gangbang in Delft heb gebracht en dat ik de advertentie voor de gangbang heb opgesteld. [medeverdachte] stelde hiervoor de ruimte beschikbaar. Volgens mij heb ik [slachtoffer 1] twee of drie keer naar een gangbang gebracht.

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden, nr. PL1609 2013069044-5, d.d. 17 juni 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 235 en 236, AH/02): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Wij hebben een informatief gesprek gevoerd met [slachtoffer 1]. Tijdens dit gesprek kwamen verschillende signalen naar voren dat sprake is geweest van seksuele uitbuiting. [slachtoffer 1] had [X] via internet leren kennen. Zij had schulden en [X] heeft haar bewogen om als prostituee te gaan werken. [slachtoffer 1] heeft daarna tweemaal een dag in de Doubletstraat (prostitutiestraat) in Den Haag gewerkt. Nadat zij een klant had gehad, kwam [X] het door haar verdiende geld ophalen. [X] gaf aan dat hij dit voor haar zou bewaren, zodat zij samen een bedrijfje konden oprichten. Zij heeft rond de € 800,00 tot € 900,00 per dag verdiend in de Doubletstraat. Zij heeft minder dan de helft van die verdiensten teruggekregen van [X]. Zij had ongeveer 2 maanden geleden meegedaan aan een gangbang in Delft en heeft bij die gelegenheid met ongeveer acht mannen seks gehad.1 De mannen die meededen aan de gangbang, moesten € 150,00 per persoon betalen. Zij heeft van de opbrengst van de gangbang maar € 50,00 ontvangen. De rest van de opbrengst is gegaan naar [X] en de man die zijn huis beschikbaar heeft gesteld voor de gangbang. Deze gangbang was geadverteerd op de site www.[site 1].nl, met vermelding van de naam [bijnaam 1]. [X] had de initiatieven genomen en de advertentie geregeld. [slachtoffer 1] denkt dat er mogelijk nog meer dames voor [X] werken. [X] heeft [slachtoffer 1] ervan beschuldigd loslippig te zijn geweest, ten gevolge waarvan zijn hennepkwekerij zou zijn opgerold. Hij wilde daarom nog

€ 600,00 van haar hebben. Als zij dit geld niet uit eigen zak kon betalen, dan kon zij dit geld verdienen door een dag achter de ramen te gaan zitten. Nadat ze haar relatie met [X] had beëindigd, viel hij haar telefonisch lastig. [slachtoffer 1] heeft doorgegeven dat het nummer van [X] is: 06[nummer 1].

5.

Het proces-verbaal ‘tweede gesprek [slachtoffer 1]’ van de politie Hollands Midden, ongenummerd, d.d. 4 juli 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 272 en 273, AH/08): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Op dinsdag 2 juli 2013 hebben wij nogmaals met [slachtoffer 1] gesproken. Zij heeft ons het volgende verteld. Zij had vijfmaal of zesmaal meegedaan aan een gangbang in Delft. Zij had ook onder de naam [bijnaam 2] in advertenties gestaan op internet. Ook heeft zij zich [bijnaam 3] moeten noemen van [medeverdachte] en [X]. Zij moest [bijnaam 3] wel eens vervangen. [medeverdachte] stelde zijn woning beschikbaar voor gangbangs. Zij beschikte over nog een telefoonnummer van [X], te weten: 06-[nummer 2]. In de Doubletstraat heeft zij twee dagen gewerkt van 9:00 uur tot 0:30 uur en heeft toen ongeveer € 800,00 per dag verdiend. Via een sms-bericht moest zij aan [X] doorgeven als zij een klant had en wanneer zij klaar was. Elke keer als zij in totaal

€ 250,00 had verdiend, dan kwam [X] langs om het door haar verdiende geld op te halen. Uiteindelijk heeft zij ongeveer de helft van haar verdiensten teruggekregen van [X]. Zij wil niets meer met [X] te maken hebben, omdat zij bang voor hem is.

6.

Een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], op 15 mei 2014 opgemaakt en ondertekend door de rechter‑commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, inhoudende - zakelijk weergegeven -:

[verdachte] deed zich voor als [X] (nr. 2).

Ik ben naar Jeugdzorg gegaan, omdat ik bedreigd werd door [X]. [X] werd boos en ging mij bedreigen, omdat ik het contact met hem wilde verbreken (nr. 4).

Ik was superverliefd op [X] (nr. 7).

Ik ben door [X] in de prostitutie gaan werken. Ik had geld gekregen van [X]. Dat geld moest terugbetaald worden. Ik had op dat moment geen uitkering of geld om van te leven. Ik heb toen geld gekregen van [X] (nr. 8).

Ik heb tegen [X] mijn hele levensverhaal verteld. Hij heeft misbruik gemaakt van de situatie. Ik was kwetsbaar en naïef. Hij had mooie praatjes. Hij vertelde mij dat wij samen zouden gaan wonen en samen een toekomst op zouden gaan bouwen. Ik en [X] spraken met elkaar over op welke manier er snel geld kon worden verdiend. Ik had schulden en ik moest aan [X] geld terugbetalen. Hij zei dat we samen in zijn huis zouden gaan wonen, maar dat er wel snel geld moest gaan komen. Ik moest het een keer met zijn vriend doen. Op deze wijze ben ik erin gerold. Ik heb aanvankelijk tegen hem gezegd dat ik het niet met zijn vriend wilde doen. Ik had op dat moment echter geen geld. Ik heb het toen toch maar gedaan om er sneller vanaf te zijn en gelukkig te zijn (nr. 10).

U vraagt mij hoe het verder is verlopen. Er heeft daarna een gangbang plaatsgevonden met meerdere oudere mannen van rond de zestig jaar. Vervolgens heb ik in een straat gewerkt in Den Haag. Er heeft meerdere keren een gangbang bij iemand thuis in Delft plaatsgevonden, voordat ik in die straat in Den Haag heb gewerkt (p. 11).

In die straat, de Doubletstraat, heb ik twee keer gewerkt. Ik ben daar afgezet door [X]. Tien minuten nadat ik daar was aangekomen, werd ik gebeld. Ik wilde weglopen, maar [X] heeft mij toen opgebeld en tegen mij gezegd dat ik terug moest lopen. Dit vond plaats toen ik daar de eerste keer was. [X] heeft mij in de kamer uitgelegd wat ik daar moest doen. Elke keer als ik in totaal € 250,00 had verdiend, dan kwam hij dat ophalen. Wij hadden afspraken gemaakt over hoeveel ik moest vragen. Ik moest € 20,00 vragen. Ik heb tweemaal negen uur achter elkaar gewerkt in de Doubletstraat. Twee of drie weken nadat ik voor de eerste keer in de Doubletstraat heb gewerkt, heb ik voor de tweede keer in de Doubletstraat gewerkt. Volgens mij heb ik in februari/maart van 2013 in de Doubletstraat gewerkt (nr. 12).

Ik denk dat ik daar rond de €700,00 of € 800,00 per dag heb verdiend. Ik hield daar zelf € 400,00 van over. [X] schoot de eerste keer de huur van de kamer voor. Van die € 400,00 moest er nog € 175,00 kamerhuur vanaf. De tweede keer heb ik de kamerhuur zelf moeten betalen (nr. 13).

Er hebben vier of vijf gangbangs plaatsgevonden. De gangbangs vonden plaats in de woning van [medeverdachte] in Delft. De gangbangs hebben ook plaatsgevonden, nadat ik in de Doubletstraat had gewerkt (nr. 14).

[medeverdachte] had klanten geregeld via een website. [X] deed dit ook. Op die site werd aangekondigd dat er een gangbangparty zou gaan plaatsvinden, waarvoor mannen zich vervolgens konden aanmelden. De mannen moesten € 150,00 per persoon betalen. De laatste keer dat ik had deelgenomen aan een gangbang, moesten ze

€ 100,00 per persoon betalen. Ik hield daar zelf weinig aan over, omdat [medeverdachte] veel inhield (nr. 15).

U vraagt mij of [X] hier ook een rol in had. Ja. Hij beschermde mij. Op het politiebureau ontdekte ik dat er foto’s waren gemaakt (nr. 16).

Ik kreeg geld van [X], als ik naar een gangbang was geweest. Ik neem aan dat [medeverdachte] dat geld aan [X] had gegeven en dat de mannen aan [medeverdachte] betaalden (nr. 17).

[X] wilde dat ik het met een vriend van hem zou doen. Ik stond onder druk om dat te doen, omdat [X] die vriend al had meegenomen (nr. 19).

U vraagt mij hoe het is gegaan met die gangbangs. [X] had mij erover verteld en hij beschikte over een paar nummers die ik moest bellen. Ik heb die nummers gebeld en toen heb ik een datum doorgegeven. Het waren nummers van mannen die een gangbang organiseerden. Ik vond het geen goed idee. [X] wilde snel geld verdienen, zodat ik uit de schulden zou komen en wij samen konden gaan wonen. (nr. 21).

Ik heb met [medeverdachte] besproken dat ik mee wilde doen met gangbangs. Ik had [X] meegenomen, terwijl dit eigenlijk niet mocht van [medeverdachte] (nr. 22).

[X] deed wel eens mee met een gangbang, als ik niet goed mijn best deed. De laatste keer dat ik meedeed aan een gangbang, had ik er geen zin meer in. [X] zag dat en zei dat ik door moest gaan (nr. 23).

Ik heb wel eens gezien dat mannen die te laat kwamen, geld aan [medeverdachte] hebben gegeven. Na afloop kreeg ik geld van [X] (p. 24).

7.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden, nr. PL1609 2013069044-8, d.d. 13 juni 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 238 tot en met 245, AH/03): als relaas van deze opsporingsambtenaar:

Naar aanleiding van een informatief gesprek dat heeft plaatsgevonden met [slachtoffer 1] (zie onder 4.), heb ik op 24 mei 2013 op internet gezocht op de trefwoorden: “[bijnaam 1]”, “gangbang” en “Delft”. Dit leverde als resultaat het volgende IP-adres op: http://www[ip-adres]. Een afdruk van het zoekresultaat is als bijlage gevoegd bij dit proces-verbaal. Hierop staat een uitnodiging vermeld van [bijnaam 1], 21 jaar, 1,60 meter lang, blond haar, voor een gangbang in Delft op zaterdag 11 mei. De kosten bedragen € 125,00 per persoon. Het telefoonnummer dat bij deze uitnodiging staat vermeld is: 06-[nummer 3].

8.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden, nr. PL1609/RP-1390223, d.d. 19 september 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 382, AH/40): als relaas van deze opsporingsambtenaar:

Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar het telefoonnummer dat bij de advertentie van [bijnaam 1] stond vermeld. Dit betreft het nummer: 06-[nummer 3]. Uit onderzoek is gebleken dat vanaf dit nummer op 19 april 2013 een sms-bericht is verstuurd naar het telefoonnummer van [slachtoffer 1]. Vanaf dit nummer werd op 29 maart 2013 gebeld naar het telefoonnummer dat in gebruik is bij verdachte. Vanaf het telefoonnummer dat in gebruik is bij [medeverdachte] is, in de periode van 3 mei 2013 tot en met 22 mei 2013, vijfmaal gebeld naar het onderzochte nummer.

9.

Het proces-verbaal van bevindingen contacten 06[nummer 1] van de politie Hollands Midden, nr. PL1609/RP-1390223, d.d. 24 september 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 325 tot en met 328, AH/22): als relaas van deze opsporingsambtenaar:

In informatieve gesprekken die [slachtoffer 1] heeft gevoerd met de politie heeft zij verklaard dat [X] gebruik maakte van de telefoonnummers: 06-[nummer 2] en

06[nummer 1] (zie 4. en 5.). Uit onderzoek naar deze nummers is het volgende gebleken.

In de periode van 6 april 2013 tot en 16 mei 2013 zijn 21 contacten geweest tussen het telefoonnummer: 06-[nummer 2] en het telefoonnummer van [slachtoffer 1]. Vanaf het telefoonnummer: 06-[nummer 2] is 14 keer naar het telefoonnummer van [slachtoffer 1] gebeld en is vanaf het telefoonnummer van [slachtoffer 1] 7 keer naar het nummer: 06-[nummer 2] gebeld. In de periode van 21 april 2013 tot en met 28 april 2013 is vanaf het telefoonnummer: 06[nummer 1], 15 keer gebeld naar het telefoonnummer van [slachtoffer 1].

10.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Eenheid Den Haag, ongenummerd, d.d. 22 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 441 tot en met 451, AH/49): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Op de computer van verdachte is een bestandsmap aangetroffen getiteld “Hoer” waarin 41 pornografische afbeeldingen waren opgeslagen. Wij zagen dat de foto’s pornografische afbeeldingen betroffen van een vrouw die seksuele handelingen verrichtte met één of meerdere mannen. Ik, verbalisant [verbalisant], herkende de vrouw op de foto’s als [slachtoffer 1].

11.

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Eenheid Den Haag, ongenummerd, d.d. 31 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 521 tot en met 524, AH/59): als relaas van deze opsporingsambtenaar:

Uit onderzoek van de telefoon van verdachte van het merk Blackberry is gebleken dat er twee foto’s van een handgeschreven tekst waren opgeslagen in zijn telefoon, waarin het volgende stond vermeld:

“[a] 28-3-13 verplaatsen naar zaterdag of na 22.00

06 [nummer] –

vragen hoelang!!

[...] 28-3-13

[medeverdachte] gb voor zaterdag

Vragen hoeveel?

Uren?

Hoeveel man.

[nummer 4]

[b]

Prijs?

Plaats?

Hoelang”

12.

Het proces-verbaal van bevindingen relevante tapgesprekken van de politie Den Haag, ongenummerd, d.d. 26 februari 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 1752 tot en met 1886, AH/118)): als relaas van deze opsporingsambtenaar:

In de bijlage van dit proces-verbaal is een tapgesprek opgenomen dat op 30 augustus 2013 tussen [C] en verdachte heeft plaatsgevonden, inhoudende:

[verdachte] zegt: Ik ga minderen met al die andere dingen want ik . ..(OVS)... worden,

snap je wat ik bedoel

[C]: Hoe bedoel je

[verdachte]: Dat dadelijk een onderzoek tegen me is via die vrouwen en zo, weet ik veel wat, je hebt van die labiele wijven ertussen zitten

[C]: Heb je ook van die jonkies dan, nee toch?

[verdachte]: Nee, tuurlijk niet joh,

[C]: Ik wou net zeggen

[verdachte]: Ik heb er wel eentje die is stapelgek op mij en weet ik veel, die heb ik wel een keer een tik gegeven ja met ...(OVS)...

[C]: Is wel gevaarlijk hoor

[verdachte]: Ja, daarom

[C]: Ja, ...(OVS)... gevaarlijk, als je haar nu gaat dumpen dan ben je ook de lul, haha

[verdachte]: Begrijp ie

(…)

13.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands Midden, PL1609/RP-1390223, d.d. 9 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 796 tot en met 833, G/03): als de op 9 oktober 2013 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [C]:

Ik heb halverwege augustus [verdachte] leren kennen. Ik heb [verdachte] bij [medeverdachte] in Delft leren kennen. [medeverdachte] maakte foto’s. Ik werk als escort in Eindhoven. Ik werk sinds anderhalf jaar in de prostitutie. Ik heb een seksuele relatie met [verdachte]. Toen ik foto’s nodig had voor een advertentie, raadde [verdachte] [medeverdachte] uit Delft aan. Ik heb aan [verdachte] gevraagd of hij mij naar Antwerpen wilde brengen omdat ik daar wilde werken. Ik kan me voorstellen dat [verdachte] met meisjes werkt.

14.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Eenheid Den Haag, PL1609/ RP 13900223, d.d. 10 februari 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2341 tot en met 2347, G/24): als de op 10 februari 2014 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [D]:

Ik heb in de prostitutie gewerkt. Ik heb ongeveer vanaf februari 2012 tot augustus 2013 bij [medeverdachte] gewerkt. [medeverdachte] woont op de [adres]. Er werden met name gangbangs gehouden bij [medeverdachte]. Als er een gangbang plaatsvond dan betaalden de klanten vooraf aan [medeverdachte] of [E].

15.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van de Politie Eenheid Den Haag, PL 1609/ RP13 90223, d.d. 5 februari 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2295 tot en met 2308, G/20): als de op 5 februari 2014 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [F]:

Ik ken[medeverdachte] ongeveer 2 jaar. [medeverdachte] organiseerde feestjes. Ik ben daar ook wel eens bij aanwezig geweest. Hij nodigde mensen uit via de website “[site 1]”. Hij plaatste erotische foto’s op die site, waarop mensen konden reageren. De feestjes betroffen feestjes voor mannen. Ik moest € 50,00 betalen om mee te doen, de andere mannen moesten € 100,00 per persoon betalen. Bij zo’n feestje betaalden de mensen aan [medeverdachte]. Het is wel eens voorgekomen dat er foto’s zijn gemaakt tijdens zo’n feestje, terwijl ik daarbij aanwezig was. Er waren toen vijf mensen aanwezig op dat feestje, waaronder het meisje dat had gereageerd op een advertentie van [medeverdachte]. De vriend van het meisje dat had gereageerd, was daar ook bij aanwezig. U toont mij een foto 1 (blz. 2302). Dit is de vriend van dat meisje. U toont mij foto 2 (blz. 2303) en foto 3 (blz. 2304). Op deze foto’s staat het meisje afgebeeld, over wie ik zojuist heb verklaard. U toont mij foto 4 (blz. 2305). Volgens mij sta ik op deze foto afgebeeld. Links op de foto is volgens mij de vriend te zien van het meisje met wie ik op de foto sta. Ik weet niet hoe dit feestje is georganiseerd maar, [medeverdachte] kennende, zou het meisje hier wel iets voor hebben gekregen. Ik heb met een stuk of 6 feestjes meegedaan. Ik ben misschien bij meer feestjes aanwezig geweest.

16.

Het proces-verbaal van verhoor getuige, PL 1609/ RP 1390223, d.d. 17 februari 2014, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2360 tot en met 2372, G/26): als de op 17 februari 2014 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [F]:

Als er een gangbang plaatsvond, dan betaalden de mannen aan [medeverdachte].

U toont mij foto 5 (blz. 2370). Op deze foto is het meisje te zien van de gangbang. Ik heb over haar verklaard in mijn vorige verklaring. U vraag mij wat ik vind van de foto. Ik herken mezelf op de foto. Grover dan dit kon niet. De vriend van dat meisje was bij de gangbang aanwezig. Zij was verliefd op hem. Op deze foto ziet ze er niet echt vrolijk uit.

U toont mij foto 6 (blz. 2371). Dat ziet er niet vrolijk uit. Ze moest ook nog even kokhalzen. Haar vriend gaf aanwijzingen over de foto’s. Volgens mij is de hand van haar vriend te zien op de foto. Er zijn ook foto’s gemaakt waarop is te zien dat ik haar beet heb aan haar haar en haar hoofd omhoog houdt. Haar vriend vroeg hier om. Ik heb voor deze gangbang € 50,00 betaald aan [medeverdachte].

17.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands Midden, PL1609/RP-13900223, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2374 tot en met 2384, G/27): als de op 4 maart 2014 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [G]:

Ik heb [medeverdachte] in maart 2013 leren kennen als klant van het escortbureau waar ik voor werkte. Hij geeft feestjes. Je kunt daar geld verdienen. [medeverdachte] regelde klanten en ik werkte bij hem thuis in een slaapkamer. Met een feestje bedoel ik een gangbang. Een gangbang is een soort seksparty waarbij meerdere mannen aanwezig zijn en één of twee vrouwen. Eenmaal in de twee weken organiseerde [medeverdachte] een dergelijk feest. Hij regelde de klanten en de verdeling van het geld. [medeverdachte] ontving € 25,00 per klant van een gangbang.

U toont mij foto 6 (blz. 2384). Ik ken deze man als [X]. Hij kwam bij [medeverdachte] over de vloer. Hij bracht ook wel eens meiden mee. Bij een gangbang had hij twee meiden uit Eindhoven meegenomen. Hij haalde die meiden na afloop weer op. Volgens mij werkten die meiden achter het raam in Eindhoven.

[D] kwam ook bij [medeverdachte] over de vloer en ontving daar klanten.

[medeverdachte] adverteerde op de site “[site 1]”. [medeverdachte] regelde de advertentie, de klanten, de condooms, glijmiddel en dergelijke. Hij regelde eigenlijk alles. Als meisje hoefde je alleen de klant te ontvangen.

18.

Het proces-verbaal van bevindingen gesprek BJZ Katwijk van de politie Hollands Midden, ongenummerd, d.d. 11 juli 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 277 en 278, AH/10): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Op donderdag 11 juli 2013 hebben wij een gesprek gevoerd met [... 1] van Bureau Jeugdzorg in Katwijk (BJZ). Hermans heeft het volgende omtrent [slachtoffer 1] verklaard. [slachtoffer 1] is een vrouw met een verstandelijke beperking. Zij is zeer naïef en beïnvloedbaar, zeker als mensen aardig voor haar zijn. Zij is daarom kwetsbaar voor misbruik. De twee kinderen van [slachtoffer 1] zijn uit huis geplaatst via BJZ, nadat [slachtoffer 1] had aangegeven dat zij bang was voor [X]. [slachtoffer 1] had aangegeven dat zij zich niet veilig voelde omdat [X] haar bedreigde en dat zij voor [X] in de prostitutie had gewerkt. [slachtoffer 1] had toegegeven dat zij zich had geprostitueerd en aan verschillende gangbangs had meegedaan. Dit was via [X] geregeld. [slachtoffer 1] heeft schulden.

19.

Het proces-verbaal van de politie Hollands Midden, ongenummerd, d.d. 22 juli 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 296 en 297, AH/15): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Op maandag 22 juli 2013 hebben wij gesproken met [... 2]. Zij is namens de stichting MEE de begeleidster van [slachtoffer 1]. De Stichting MEE Zuid-Holland Noord ondersteunt mensen met een beperking.

[... 2] heeft het volgende verklaard. [slachtoffer 1] heeft verstandelijke beperkingen. [slachtoffer 1] zit dik in de schulden. [slachtoffer 1] is een jonge vrouw die door haar naïviteit, goedgelovigheid en beïnvloedbaarheid zeer kwetsbaar is.

Ten aanzien van feit 2 (slachtoffer [slachtoffer 2]):

1.

Het proces-verbaal van bevindingen, nr. PL15J2-2013168424-4, d.d. 4 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 351 tot en met 354, AH/32): als relaas van deze opsporingsambtenaren:

Op 1 oktober 2013 hebben wij een intakegesprek gevoerd met [slachtoffer 2]. Zij heeft toen het volgende verklaard:

Op haar veertiende had zij voor het eerst seks met [verdachte]. Ze is op haar vijftiende begonnen in de prostitutie. Zij is prostitutiewerk gaan doen omdat [verdachte] dat wilde. Zij deed dit werk omdat ze verliefd was op [verdachte]. Soms werkte ze vijf dagen per week in de prostitutie. [verdachte] had [slachtoffer 2] naar [H] (verder: [H]) gebracht. [H] had tegen haar gezegd dat het prostitutiewerk het idee van [verdachte] was. Soms werkte ze elke dag. Soms werkte ze om de dag. [slachtoffer 2] stond op verschillende sekssites zoals “[site 1]” en “[site 2]”. [H] had de advertentie opgesteld. In de advertentie stond een telefoonnummer van [H] vermeld. Nadat [slachtoffer 2] had gewerkt, werden haar verdiensten verdeeld tussen haar, [H] en [verdachte]. [H] kreeg geld omdat het plaatsvond in haar woning. [verdachte] had gezegd dat het geld bedoeld was om een BV op te richten. [slachtoffer 2] ontving haar klanten in de woning van [H]. Later heeft [slachtoffer 2] nog een paar keer escortwerkzaamheden verricht met [verdachte]. Als zij € 1000,00 had verdiend, hield zij daar zelf € 300,00 van over. Het overige deel van haar verdiensten ging naar [verdachte] en [H]. Ze heeft tot haar zeventiende prostitutiewerk gedaan. [verdachte] heeft tegen haar gezegd dat er meerdere meisjes voor hem werken.

2.

Het proces-verbaal verhoor aangeefster, nr. PL15J2-2013168424-5, d.d. 9 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 358 tot en met 366, AH/34): als de op 8 oktober tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]:

Kort nadat ik [verdachte] voor het eerst had ontmoet, zijn we naar de Doubletstraat gegaan. Hij ging daar naar toe om geld op te halen. [verdachte] vertelde mij dat hij daar meisjes achter het raam had staan. Toen hij terugkwam, vertelde hij dat hij geld had opgehaald. Op mijn veertiende hebben ik en [verdachte] voor het eerst seks met elkaar gehad. [I], die op dat moment 13 jaar oud was, was daar ook bij aanwezig en heeft toen ook seks met [verdachte] gehad. Ik vond hem heel erg leuk. [verdachte] begon op mijn vijftiende voor het eerst over prostitutiewerk. Hij vroeg of ik geld wilde verdienen. Ik zei dat ik dat wel wilde. Toen vroeg hij of ik het dan met een vriend van hem wilde doen en gaf aan dat ik daar geld voor kon krijgen. Ik maakte hieruit op dat ik seks met die vriend van hem moest hebben. We kregen ruzie. [verdachte] zei dat we geld konden verdienen en dat hij meer meisjes kende die dat deden. Hij zei dat hij met mij geld kon verdienen en dat we samen later een BV konden oprichten. Ik wist eigenlijk niet wat hij daar mee bedoelde. Ik weet nog steeds niet wat een BV is. U vraagt mij wanneer het prostitutiewerk daarna weer ter sprake is gekomen. Hij heeft me gewoon bij [H] afgezet. Ik moest aan haar mijn telefoonnummer geven. Zij liet mij op haar laptop zien hoe mensen konden bieden via de site “[site 1]”. Twee weken later heb ik seks gehad met mijn eerste klant. U vraagt mij hoe ik wist wat ik moest doen als prostituee. [H] heeft mij uitgelegd wat ik moest zeggen, wat ik moest vragen en wat ik moest bespreken met een klant. Het geld dat ik zou gaan verdienen was bedoeld voor die BV.

3.

Het proces-verbaal verhoor aangeefster, nr. PL15J2-2013168424-6, d.d. 21 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 426 tot en met 436, AH/47): als de op 21 oktober tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [slachtoffer 2], geboren op [datum ] 1993:

U vraagt mij hoe het prostitutiewerk is begonnen. Ik heb één klant of twee klanten ontvangen in de woning van [H], toen zij met vakantie was. Toen zij terugkwam heeft zij het verder geregeld. [H] heeft mijn advertentie opgesteld voor de site [site 1].nl. U vraagt mij of [H] wel eens afspraken voor mij maakte, op welke afspraken ik vervolgens niet op kwam dagen. Ja, dat is mogelijk. Ik flashte wel eens dat ik niet kon komen. [verdachte] heeft foto’s gemaakt voor de advertentie. Ik heb met [H] afgesproken dat ik € 150,00 per uur zou krijgen en dat de rest in een spaarpot zou gaan. U vraagt mij wat [verdachte] zei over het geld. [verdachte] zei dat we gingen sparen, dat ik € 150,00 per uur zou krijgen en dat ik de rest aan [H] moest geven. Ik had seks in de slaapkamer van [H]. [H] vertelde mij op een gegeven moment dat ik was genaaid door haar en [verdachte] en dat het geld op was. Ik ontving 3 keer per week klanten. Zij verdiende altijd meer aan een klant dan ik. Ik denk dat dit ongeveer 3 maanden heeft geduurd. Nadat [H] had verteld dat mijn verdiende geld was verdwenen, ben ik nog twee maanden doorgegaan. Ik sprak een keer per week met [verdachte] af. We hadden dan ook seks. [verdachte] vertelde dat hij weg zou gaan bij zijn vriendin en wij een relatie met elkaar zouden krijgen als hij haar aan de kant had gezet. Hij zei ook altijd dat hij mij voor zou gaan stellen aan zijn ouders als ik 18 jaar was. Aangezien ik echt verliefd op hem was, hoopte ik dat hij weg zou gaan bij zijn vriendin en dat wij wat met elkaar zouden krijgen. Hij beloofde het altijd, maar het is nooit gebeurd. Hij is wel vaker beloftes niet nagekomen. [verdachte] had nooit tijd voor mij, behalve als ik zei dat ik een klant had. Als ik dat zei, dan was hij binnen twee seconden bij me om me weg te brengen vanuit mijn huis in [plaats 1] naar het huis van [H]. In januari/februari 2010 ben ik gestopt bij [H]. Ik ging zelf klanten werven. [verdachte] heeft me toen tweemaal naar een klant gebracht. Ik was op dat moment 16 jaar oud.

[verdachte] liet mij een keer een foto van een meisje zien, zei dat zij gek op hem was en dat hij geld bij haar kon halen. Er zou in ieder geval een meisje voor hem werken in de Doubletstaat. Toen ik een keer bij [verdachte] in de auto zat, hebben we twee meisjes opgehaald bij het station: Leiden Centraal. [verdachte] zei tegen mij dat we een van die meisjes in moesten palmen en haar moesten vertellen hoe makkelijk prostitutiewerk is.

Ik weet dat [verdachte] altijd bang was om voor een minderjarig meisje vast te komen zitten. U vraagt mij wat [verdachte] ervan vond dat ik niet met hem verder wilde. Hij zei het volgende tegen me als ik niet deed wat hij wilde: ”Ik ga een betonblok aan je poten doen en dan gooi ik je in een sloot”. Hij reed dan vervolgens naar een sloot toe. Ik moest dan uit de auto stappen. Dit gaf mij geen fijn gevoel. U vraagt mij wat er gebeurde bij de sloot. Ik moest dan uit de auto stappen, omdat hij zei dat hij mij ging straffen. Dit was ook gebeurd, toen hij wilde dat ik dit werk ging doen. Hij somde redenen op waarom het niet gek was om dit werk te gaan doen. Ik ging vervolgens schreeuwen en moest uit de auto stappen. U vraagt mij waarmee hij me nog meer heeft bedreigd. Hij heeft vaak genoeg gezegd dat hij mijn kop eraf zou schieten. Hij pakte mij ook wel eens stevig bij mijn armen beet. Dat was niet vriendelijk bedoeld.

4.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, nr. PL1609/ RP 13-90223, d.d. 19 november 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 148B tot en met 148G, V/02-02): als de op 19 november 2013 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [H]:

Ik ben zo bang dat [verdachte] opeens voor mijn deur staat. Zijn vriendin stond drie weken geleden voor mijn deur en zei tegen mij wat ik wel en niet kon vertellen als ik opgepakt zou worden voor verhoor. Ik mocht wel vertellen dat ik [slachtoffer 2] kende. [verdachte] vertelde mij dat hij een meisje kende die seks had in de kelder van haar vader. Hij wilde dat ik haar zou helpen totdat hij woonruimte had geregeld. Hij wilde haar in mijn huis laten werken, als ik niet thuis was. Dit gesprek vond plaats rond augustus 2009. Ik heb toen mijn huissleutel aan [verdachte] gegeven. Hij kwam twee of drie keer per week naar mijn huis om dat te doen. Zij had tegen mij verteld dat [verdachte] had gezegd dat hij een bedrijf ging openen en dat zij daar voor moest sparen. Hij had tegen haar gezegd dat ik het geld bewaarde dat zij verdiende. Ik zag dat zij heel erg verliefd was op die jongen. Zij had ook seks met hem.

Ik denk dat [slachtoffer 2] ongeveer 25 keer bij mij thuis is geweest. Zij kwam altijd samen met [verdachte] naar mijn woning. [verdachte] plaatste advertenties op sites, voornamelijk op de site www.[site 1].nl. [slachtoffer 2] had mij een keer huilend opgebeld en verteld dat zij had gewerkt en dat ze al haar geld kwijt was. Ik ging toen twijfelen of het allemaal wel zo vrijwillig was. Ze was best een naïef meisje en ze was verliefd. Ik denk dat [verdachte] haar geld heeft gehouden. Ze had dat tegen meerdere mensen gezegd. Hij had tegen haar verteld dat ik geld spaarde voor hun bedrijf. Ik heb een keer

€ 100,00 gekregen van [verdachte], als dank voor mijn hulp. Zij heeft ongeveer 2 maanden bij mij thuis gewerkt, van juli tot oktober. Ik weet niet hoeveel mannen er dan langskwamen. Misschien kwamen er dan vier of vijf mannen per dag langs. Volgens mij rekende zij € 100,00 per uur.

5.

Het proces-verbaal van verhoor getuige, nr. PL1609/RP 1390223, d.d. 22 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 850 tot en met 854, G/05): als de op 22 oktober 2013 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [I]:

Ik ging met [slachtoffer 2] om in het schooljaar 2007/2008. Ik was toen 13 jaar en [slachtoffer 2] was 14 jaar. Wij hebben [verdachte] leren kennen bij het winkelcentrum De Vlieger in Zoetermeer. Ik en [slachtoffer 2] hebben seks met [verdachte] gehad. [verdachte] wist dat ik toen 13 jaar oud was en [slachtoffer 2] 14 jaar oud. In die tijd had [slachtoffer 2] seks met [verdachte]. [verdachte] heeft mij nooit benaderd om in de prostitutie te gaan werken. Ik heb gehoord dat [slachtoffer 2] wel voor hem werkte. Ik ben een keer samen met [slachtoffer 2] naar [verdachte] gegaan in Den Haag. [verdachte] had toen gezegd dat hij een pooier was en dat er meisjes voor hem werkten. Die meisjes werkten in een straat in Den Haag achter de ramen. [verdachte] moest geld ophalen in de buurt waar wij hadden afgesproken. Ik vernam op een gegeven moment dat [slachtoffer 2] voor [verdachte] in de prostitutie werkte. [verdachte] heeft zelf tegen mij verteld dat hij samen met [slachtoffer 2] naar een stel toeging, dat zij met z’n vieren seks hadden en dat hij en [slachtoffer 2] daarvoor betaald kregen. Hij vertelde dit eind 2010, begin 2011.

6.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands Midden, PL1609/ 1390223, d.d. 8 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 780 tot en met 790, G/01): als de op 8 oktober 2013 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [J]:

Ik heb [verdachte] via [slachtoffer 2] leren kennen. Vanaf mijn zestiende tot mijn negentiende heb ik een relatie met hem gehad. [slachtoffer 2] heeft gewerkt op haar veertiende. [verdachte] heeft haar naar mannen gebracht, met wie zij seks moest hebben. Hij heeft tegen mij gezegd dat ze dat zelf wilde. [slachtoffer 2] was echter pas veertien jaar oud. Een meisje van veertien heeft nog niet zo’n sterke mening. Ik denk dat hij en anderen [slachtoffer 2] onder druk hebben gezet om in de prostitutie te gaan werken. Dit heeft [slachtoffer 2] mij verteld. Hij vertelde dat zij dat zelf wilde doen en dat hij daar wel wat aan kon verdienen. Ik heb van [slachtoffer 2] vernomen dat [verdachte] en zijn vriendin mannen gingen flashen. Ze deden alsof ze seks zou gaan hebben met mannen. Zij pakte vervolgens geld, zonder dat zij daarvoor iets had gedaan.

Ik denk dat er meisjes voor [verdachte] werkten. [slachtoffer 2] vertelde dat ze via de site [site 1] aan klanten kwam voor de prostitutie.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2013 tot en met 23 mei 2013 in Den Haag, een persoon genaamd [slachtoffer 1] door dwang en misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] in de prostitutie

en

die [slachtoffer 1] telkens met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten in de prostitutie en seksuele handelingen met een derde tegen betaling,

en

die [slachtoffer 1], telkens met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen

en bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele

handelingen van die [slachtoffer 1] met een derde

immers heeft/is verdachte

- een seksuele relatie met die [slachtoffer 1] aangegaan en

- die [slachtoffer 1] voorgesteld en op het idee gebracht om (teneinde haar schulden

te kunnen betalen) in de prostitutie te gaan werken en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat het geld dat zij zou verdienen met de

prostitutie bedoeld was om samen een bedrijf op te richten en

- die [slachtoffer 1] als prostituee laten werken in Den Haag en

- die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, hem, verdachte, op de hoogte te

houden van het aantal klanten dat zij had en haar daarmee (voortdurend) onder

toezicht en controle gehouden en

EN

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2013 tot en met 23 mei 2013 in Delft,

telkens tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting in de prostitutie van een persoon genaamd [slachtoffer 1][slachtoffer 1]

immers hebben/zijn verdachte en zijn mededader

- die [slachtoffer 1] voorgesteld en op het idee gebracht om mee te doen aan

gangbangs en

-voor woonruimte gezorgd dan wel woonruimte beschikbaar gesteld ten behoeve van de gangbangs en

- die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen, om een deel van de opbrengst uit de gangbangs aan hem, verdachte, en zijn mededader af te staan en af te dragen;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2009 tot 31 januari 2010 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander, een persoon genaamd [slachtoffer 2][slachtoffer 2][slachtoffer 2] (geboren op [datum ] 1993) heeft geworven, vervoerd en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] in de prostitutie, terwijl deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 2]

immers hebben verdachte en zijn, verdachtes, mededader

- van die [slachtoffer 2] foto's ten behoeve van seksadvertenties gemaakt en

- voor die [slachtoffer 2] advertenties opgesteld ten behoeve van een sekssite en

- die [slachtoffer 2] als escort laten werken en

- zijn mededaders woning beschikbaar gesteld voor de ontvangst van thuisescorts en

- die [slachtoffer 2] naar een escortadres overgebracht en

- die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen, om een deel van de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan en af te dragen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot een jonge vrouw en een minderjarig meisje. Verdachte heeft hiermee ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffers. Verdachte valt aan te rekenen dat hij, puur uit persoonlijk winstbejag, deze twee jonge vrouwen die uit liefde voor hem handelden, heeft uitgebuit en misbruik heeft gemaakt van hun kwetsbaarheid. Het minderjarige slachtoffer was pas vijftien jaar oud toen zij onder invloed van verdachte in de prostitutie belandde en ook het andere slachtoffer was extra kwetsbaar, vanwege een verstandelijke beperking. De feiten zijn des te ernstiger nu ze grotendeels door verdachte samen met een ander zijn gepleegd. Verdachte heeft beide slachtoffers daarmee in een situatie gebracht welke veelal leidt tot langdurige, psychische schade. Van dergelijke schade is ook daadwerkelijk gebleken, getuige de schriftelijke verklaring van het minderjarige slachtoffer, dat zij door toedoen van verdachte mensen niet meer vertrouwt en meer op afstand houdt.

De rechtbank houdt er verder in strafverzwarende zin rekening mee dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie van 10 oktober 2013, in de afgelopen vijf jaar voorafgaand aan de onderhavige feiten al meermalen is veroordeeld wegens het plegen van strafbare feiten, waaronder meerdere geweldgerelateerde. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich wederom schuldig te maken aan strafbare feiten.

De rechtbank heeft kennis genomen van een reclasseringsadvies van 4 november 2013, waaruit blijkt dat de reclassering momenteel geen meerwaarde ziet in verplicht reclasseringscontact voor verdachte aangezien hij daarvoor niet is gemotiveerd en de reclassering ook geen onoverzichtelijke problemen op de diverse leefgebieden bij verdachte heeft geconstateerd. Indien de rechtbank komt tot strafoplegging, wordt geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank heeft ten slotte kennis genomen van een Pro Justitia rapportage van 30 december 2013, opgesteld door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog. Uit deze rapportage blijkt dat verdachte heeft geweigerd om zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn persoon en Bullens om die reden geen conclusies heeft kunnen trekken omtrent de toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te noemen duur passend. Gelet op het reclasseringsadvies ziet de rechtbank geen aanleiding om een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen. Gelet voorts op de ernst van de feiten die verdachte heeft gepleegd, ziet de rechtbank aanleiding om een gevangenisstraf van langere duur op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd.

De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 2], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 33.800,00.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post materiële schade/misgelopen en afgenomen inkomsten, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 7.500,00 als vergoeding van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij, met betrekking tot de post ‘immateriële schade obv jurisprudentie’, voor het overige afwijzen.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van

€ 7.500,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 31 januari 2010 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 7.500,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2010 (zijnde de dag dat de schade is ontstaan) tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2].

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

mensenhandel

en

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 2:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt

en

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

bepaalt dat de benadeelde partij voor een bedrag ter hoogte van € 18.800,00 niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding, en dat zij dit gedeelte van de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan: [slachtoffer 2], per adres: [adres], een bedrag van € 7.500,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2010 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

met bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voor het overige af;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 7.500,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2010 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd[slachtoffer 2];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 72 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Rabbie, voorzitter,

mr. T.L. Fernig-Rocour en mr. Y.C. Bours, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.Th. Boeter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 augustus 2014.

1 Het informatieve gesprek heeft op 23 mei 2013 plaatsgevonden.