Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:9019

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-07-2014
Datum publicatie
22-08-2014
Zaaknummer
C-09-464914 - JE RK 14-1049
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De minderjarigen zitten hierdoor klem in de strijd tussen hun ouders. De oudergesprekken zijn gestopt nu de moeder weigert haar medewerking te verlenen. Het is de vraag of een ondertoezichtstelling onder deze omstandigheden het middel is om de strijd tussen de ouders te verminderen. Hiervoor zal in de eerste plaats de medewerking van de ouders nodig zijn. Met Bureau Jeugdzorg is de rechtbank evenwel van oordeel dat het moeizame verloop tot nu toe er niet toe dient te leiden dat de pogingen om de ouders tot een communicatie te bewegen die niet schadelijk is voor de minderjarigen moeten worden gestaakt. Dat zou immers niet in het belang van de minderjarigen zijn en de ouders des te minder prikkelen om op een redelijke manier met elkaar te communiceren. Daarbij komt dat vast staat dat de gesprekken van de minderjarigen met de kind-gezinsvoogd in elk geval door de oudste minderjarige als positief en belangrijk worden ervaren, zodat de ondertoezichtstelling in dit verband aantoonbaar positieve effecten voor de minderjarige heeft. Voor de jongste minderjarige geldt dat ook hij zijn verhaal bij de kind-gezinsvoogd kwijt kan, hetgeen door rechtbank van belang wordt geacht gelet op de omstandigheden waaronder hij moet opgroeien. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer

Rekestnummer: JE RK 14-1049

Zaaknummer: C/09/464914

Datum beschikking: 11 juli 2014

Verlenging ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 29 april 2014 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Katwijk (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarigen:

1.

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],

2.

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats],

kinderen uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:

[A],

de vader,

wonende te [woonplaats],

en

[B],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder.

Procedure

Bij beschikking d.d. 26 mei 2014 van de kinderrechter in deze rechtbank is de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling aangehouden, en is de zaak ter verdere behandeling verwezen naar de terechtzitting van de meervoudige kamer.

Bij beschikking d.d. 27 mei 2014 van de meervoudige kamer in deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd van 11 juni 2014 tot 13 juni 2014, en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

  • -

    voornoemde beschikkingen d.d. 26 mei 2014 en 27 mei 2014 waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd;

  • -

    de brief d.d. 7 juli 2014 met bijlagen, van de zijde van de vader;

  • -

    het faxbericht d.d. 9 juli 2014 met bijlagen, van de zijde van de moeder;

  • -

    stukken van de zijde van de vader, ingekomen op 10 juli 2014.

Op 11 juli 2014 is de zaak opnieuw ter terechtzitting door de meervoudige kamer van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

  • -

    mevrouw [Y] en de heer [Z], namens Bureau Jeugdzorg,

  • -

    de vader,

  • -

    de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. J.F.M. van Weegberg.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar. De grond voor het verzoek van Bureau Jeugdzorg is, blijkens de overgelegde stukken, gelegen in de omstandigheid dat sprake is van een zorgelijke situatie voor de minderjarigen door de jarenlange strijd tussen de ouders. De minderjarigen worden bewust onder druk gezet en belast met vragen en opmerkingen bedoeld om de andere ouder te diskwalificeren. De werkwijze ‘vechtscheiding’ van Bureau Jeugdzorg is ingezet in 2013. Momenteel stagneert echter het eerdere positieve verloop omdat de moeder niet meer deel wil nemen aan oudergesprekken. Bureau Jeugdzorg ziet nog mogelijkheden om de huidige werkwijze voort te zetten om de strijd tussen de ouders voor de minderjarigen hanteerbaar te maken.

In aanvulling op het verzoek is ter terechtzitting namens Bureau Jeugdzorg naar voren gebracht dat de communicatie tussen de ouders is verslechterd. Zij communiceren slechts per mail. Het lukt de ouders niet om te handelen in het belang van de minderjarigen. De oudergesprekken zijn belangrijk, maar de moeder wil daar niet meer aan deelnemen. De ondertoezichtstelling heeft meerwaarde als de ouders met elkaar in gesprek gaan. Daarnaast is het van belang dat de minderjarigen hun verhaal kwijt kunnen bij de kind-gezinsvoogd, de heer [X].

Door en namens de moeder is – in aanvulling op het verweerschrift – gepleit voor afwijzing van het verzoek. Het gaat goed met de minderjarigen. Bureau Jeugdzorg is niet geschikt als gezinsvoogd. De vader heeft veel invloed op Bureau Jeugdzorg. Er wordt niet respectvol met de moeder gecommuniceerd. De gezinsvoogd van de ouders, mevrouw [Y], spreekt tegen de afspraak in met de minderjarigen. De minderjarigen zijn gebaat bij rust. De moeder zal de vader blijven informeren over de minderjarigen. De moeder weigert echter met de vader in gesprek te gaan in het kader van oudergesprekken. Deze gesprekken hebben niets opgeleverd. Bureau Jeugdzorg speelt een negatieve rol in de jarenlange strijd tussen de ouders.

De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

De minderjarigen hebben schriftelijk gereageerd op het verzoek.

De rechtbank is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. Daarbij overweegt de rechtbank in het bijzonder dat is gebleken dat de minderjarigen opgroeien in een zorgelijke situatie waar al jarenlang strijd bestaat tussen de ouders. De minderjarigen zitten hierdoor klem tussen hun ouders. De oudergesprekken zijn gestopt nu de moeder weigert haar medewerking te verlenen. Het is de vraag of een ondertoezichtstelling onder deze omstandigheden het middel is om de strijd tussen de ouders te verminderen. Hiervoor zal in de eerste plaats de medewerking van de ouders nodig zijn. Met Bureau Jeugdzorg is de rechtbank evenwel van oordeel dat het moeizame verloop tot nu toe er niet toe dient te leiden dat de pogingen om de ouders tot een communicatie te bewegen die niet schadelijk is voor de minderjarigen moeten worden gestaakt. Dat zou immers niet in het belang van de minderjarigen zijn en de ouders des te minder prikkelen om op een redelijke manier met elkaar te communiceren. Daarbij komt dat vast staat dat de gesprekken van de minderjarigen met de kind-gezinsvoogd, de heer [X], in elk geval door de oudste minderjarige als positief en belangrijk worden ervaren, zodat de ondertoezichtstelling in dit verband aantoonbaar positieve effecten voor de minderjarige heeft. Voor de jongste minderjarige geldt dat ook hij zijn verhaal bij de kind-gezinsvoogd kwijt kan, hetgeen door rechtbank van belang wordt geacht gelet op de omstandigheden waaronder hij moet opgroeien.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen van 13 juli 2014 tot 27 mei 2015 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.J.J.M. Weijnen, M. Dam en S.M. Borkent, kinderrechters, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2014 in tegenwoordigheid van L.A. Neuman-Steenaart als griffier, en bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter ondertekend door de jongste rechter.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.