Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:8809

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-05-2014
Datum publicatie
04-08-2014
Zaaknummer
C-09-463581
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering strekkende tot verbod strafrechtelijke ontruiming afgewezen. Geen aanleiding voor een andere dan de door de wetgever al in abstracto gemaakte afweging.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 138a
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 551a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2015/47 met annotatie van H.J. Bos
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/463581 / KG ZA 14/413

Vonnis in kort geding van 9 mei 2014

in de zaak van

1 [A],

2. [B],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. E. Tamas te Den Haag,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Veiligheid en Justitie),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland te Den Haag,

waarin zich heeft gevoegd aan de zijde van gedaagde:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NS Vastgoed B.V.,

gevestigd te Utrecht,

advocaat mr. L. Vrakking te Arnhem.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘eisers’, ‘de Staat’ en ‘NS Vastgoed’.

1 Het incident tot voeging

NS Vastgoed heeft gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting van 1 mei 2014 hebben eisers verklaard daartegen bezwaar te hebben. De Staat heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging. NS Vastgoed is vervolgens toegelaten als gevoegde partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde voeging in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 1 mei 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

NS Vastgoed is eigenaar van het pand gelegen aan het adres Boekweitkamp 25 te Den haag (hierna: het pand) en het omliggende perceel.

2.2.

In een “Convenant inzake bodemsanering NS-percelen” van 21 december 1995, dat is overeengekomen tussen de Staat en enkele vennootschappen van de Nederlandse Spoorwegen, staat onder meer vermeld:

“15.2 NS zal bij iedere (voorgenomen) vervreemding van een NS-perceel aan (een) derde (derden), niet zijnde (een) partij(en) bij het Convenant:

(1) voorafgaande aan de vervreemding Oriënterend onderzoek (doen) uitvoeren (...)

(...)

15.3

NS zal zich voorts - voorafgaande aan de vervreemding - inspannen om achtereenvolgens:

(a) te bewerkstelligen dat de sanering van het betreffende NS-perceel vóór de vervreemding (...) is of zal zijn voltooid,

en indien het sub 15.3 (a) bepaalde niet haalbaar is

(b) te bewerkstelligen dat het verdere onderzoek (indien noodzakelijk) en/of de (verdere) sanering zullen worden voorgefinancierd (...),

en indien ook voorfinanciering sub 15.3 (b) bedoeld niet haalbaar is

(c) te bewerkstelligen dat een medefinancieringsovereenkomst tot stand komt (...)”

2.3.

Op 4 oktober 2011 heeft een gemeenteraadslid van Den Haag aan het college van burgemeester en wethouders van die gemeente vragen gesteld over de locatie Boekweitkamp te Den Haag. Burgemeester en wethouders hebben daarop op 8 november 2011 geantwoord:

“Op deze locaties is sprake van een viertal gevallen van ernstige bodemverontreiniging. De Stichting Bodemsanering NS (SBNS) onderzoekt en saneert indien dit noodzakelijk is dergelijke gevallen van bodemverontreiniging op NS-percelen.

De SBNS is op 15 juli 1996 opgericht door NS Vastgoed, ProRail en de toenmalige ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat. Dit is vastgelegd in een convenant “Bodemsanering NS percelen” van 21 december 1995.

Eén van de afspraken die de convenantpartijen met elkaar hebben gemaakt is dat te verkopen percelen niet in verontreinigde staat in het maatschappelijk verkeer worden gebracht. De locaties Boekweitkamp en Het Oor moeten daarom worden gesaneerd voordat verkocht kan worden.”

2.4.

Eisers bewonen het pand sinds oktober 2006. Op 27 oktober 2006 heeft NS Vastgoed aangifte gedaan van het feit dat het pand was gekraakt. Op 1 augustus 2012 heeft NS Vastgoed daarvan opnieuw aangifte gedaan.

2.5.

Het pand maakt deel uit van het gebied “Volkstuinen Boekweitkamp, Laan van Nieuw Oost Indië te Den Haag”. Over dat gebied heeft Ingenieursbureau Oranjewoud BV op 16 mei 2013 in opdracht van de Stichting Bodemsanering NS een rapport uitgebracht met als titel “Nader bodem- en asbestonderzoek Boekweitkamp Laan van NOI te Den Haag”. In dat rapport staat onder meer vermeld:

Samenvatting

Opdracht

In opdracht van de Stichting Bodemsanering NS is door Ingenieursbureau Oranjewoud B.V. in de periode juni - juli 2012 (fase 1) en de periode november 2012 - maart 2013 (fase 2) een nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de volkstuinen Boekweitkamp, Laan van Nieuw Oost Indië te Den Haag (...). Het onderzoek is in 2 fases uitgevoerd in verband met de toestemming van de voormalige gebruikers om de percelen te kunnen betreden.

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het uitvoeren van de werkzaamheden is de voorgenomen verkoop van het terrein. De toekomstige bestemming wordt woningbouw.

Het doel van de uit te voeren werkzaamheden is de voorgenomen sanering mogelijk te maken.

(...)

Actualisatie bodemonderzoek

(...)

Opgemerkt wordt dat de locatie niet is onderzocht op minerale olie.

(...)

Aanbevelingen

Grond weiland

Aanbevolen wordt om in het kader van de toekomstige ontwikkelingen een aanvullend onderzoek uit te voeren ter plaatse van boring 433. Het vervolgonderzoek dient uitsluitsel te geven over de mate en omvang van het geval en de aanwezigheid van risico’s. Voorafgaand aan dit aanvullend onderzoek dient nagegaan te worden of er een evaluatierapport beschikbaar is van de sanering van de voormalige NAM locatie (1991) zodat nagegaan kan worden of er sprake is van een restverontreiniging. Tevens wordt aanbevolen om de grondkwaliteit op grotere diepte te onderzoeken (in verband met eventuele onderkeldering (> 2 meter)).”

2.6.

Op 19 juni 2013 heeft BK Asbest B.V. in opdracht van Ingenieursbureau Oranjewoud BV een rapport opgemaakt over de asbestinventarisatie die heeft plaatsgevonden in het pand. Daarin staat onder meer vermeld dat het onderzoek onvolledig was omdat nog geen destructief onderzoek mogelijk was.

2.7.

De Stichting Bodemsanering NS heeft op 6 maart 2014 een sloopmelding gedaan. De ontvangst daarvan is op 10 maart 2014 schriftelijk door de gemeente Den Haag bevestigd.

2.8.

Op 25 maart 2014 heeft de Stichting Bodemsanering NS een intern memo opgesteld over de bodemstatus van de locatie Boekweitkamp en Laan van Nieuw Oost Indië te Den Haag. Daarin staat onder meer vermeld:

“Het perceel ter hoogte van de voormalige (Pallas offfset bv) drukkerij aan de Boekweitkamp 25 (oostelijk deel plangebied) is gezien het gebruik nog niet onderzocht. Derhalve kan nog geen uitspraak worden gedaan ten aanzien van de bodemkwaliteit aldaar. Het onderzoek is bij beschikbaarheid van de locatie voorzien in Q2 van 2014. Op basis van deze nog onbekende bodemkwaliteit is voor dit deelgebied een drietal varianten mogelijk;

a. a) Deelgebied voldoet aan de beoogde bodemkwaliteit; geen nadere actie.

b) Deelgebied voldoet niet aan de beoogde bodemkwaliteit; er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Desgewenst kan een sanering worden uitgevoerd.

c) Deelgebied voldoet niet aan de beoogde bodemkwaliteit; er is sprake van lichte verontreinigingen (kwaliteit industrie). Deze variant is het meest aannemelijk. Een bodemverbetering kan plaats vinden in samenloop met de ontwikkeling.”

2.9.

Bij brief van 27 maart 2014 heeft NS Vastgoed de bewoners van het pand gesommeerd uiterlijk op 19 mei 2014 te vertrekken. Op 31 maart 2014 heeft het Openbaar Ministerie (OM) schriftelijk aangekondigd op 20 mei 2014 tot strafrechtelijke ontruiming te zullen overgaan indien de bewoners het pand niet uiterlijk 19 mei 2014 vrijwillig verlaten. Aan de sommatie hebben, in elk geval, eisers tot dusver geen gevolg gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen – zakelijk weergegeven – de Staat te verbieden op strafrechtelijke gronden tot feitelijke ontruiming van het pand over te (doen) gaan en te bevelen het huisrecht van eisers en hun medebewoners in het pand te beschermen tegen inbreuken door derden.

3.2.

Daartoe stellen eisers het volgende. Het pand stond al meer dan een jaar leeg toen zij het in gebruik namen en was al geruime tijd bij hen in gebruik toen de “Wet kraken en leegstand” op 1 oktober 2010 in werking trad. Die wet biedt dan ook geen wettelijke basis voor de strafrechtelijke vervolging van eisers en de als gevolg daarvan voorgenomen strafrechtelijke ontruiming.

De Staat en NS Vastgoed hebben geen concreet belang bij de ontruiming. Het doel van de ontruiming is kennelijk om het pand, althans de onbebouwde grond waarop het rust, te verkopen. Verkoop is echter enkel mogelijk indien de ondergrond van het pand vrij is van verontreiniging. In het rapport van 16 mei 2013 staat vermeld dat het gebied niet is onderzocht op minerale olie. In het verleden is het gebied in gebruik geweest van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, zodat nader onderzoek noodzakelijk is. Zolang het onderzoek niet heeft plaatsgevonden, kan het hele gebied niet worden verkocht. In andere rapporten wordt niet uitdrukkelijk vermeld wat de staat van verontreiniging van de ondergrond van het pand is. NS Vastgoed en de Staat hebben in een convenant van 21 december 1995 afgesproken dat de te verkopen percelen van het gebied niet in verontreinigde staat in het maatschappelijk verkeer zullen worden gebracht. De bewoning door eisers van het pand is geen belemmering voor het verrichten van aanvullend onderzoek, noch voor het verrichten van saneringsactiviteiten. In het verleden hebben eisers daaraan steeds hun medewerking verleend. Naast de woonfunctie van het pand voor zes mensen, die in geval van ontruiming geen voor hen betaalbare woonruimte zullen kunnen vinden, heeft het pand ook een sociale en culturele functie in de wijk. Gelet hierop prevaleert het belang van eisers bij het continueren van hun huisrecht in het pand boven het belang van de Staat en NS Vastgoed bij ontruiming.

3.3.

De Staat en NS Vastgoed voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Vooropgesteld wordt dat tussen partijen niet in geschil is dat eisers het pand bewonen zonder toestemming van de eigenaar, NS Vastgoed. Bij de wet van 24 juli 2010 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Leegstandwet en enige andere wetten in verband met het verder terugdringen van kraken en leegstand (Wet kraken en leegstand), in werking getreden op 1 oktober 2010, is een nieuw artikel 138a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ingevoerd, dat een algehele strafbaarstelling van kraken bevat. Daarnaast is artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ingevoerd, waarmee de wetgever heeft beoogd strafrechtelijke ontruimingen op grond van verdenking van overtreding van 138a Sr van een wettelijke basis te voorzien. Voor de uitoefening van de aan politie en OM verleende ontruimingsbevoegdheid van artikel 551a Sv is een (al dan niet onherroepelijke) veroordeling door de strafrechter niet noodzakelijk.

4.2.

In de Wet kraken en leegstand is niet in afzonderlijk overgangsrecht voorzien. Het overgangsrecht met betrekking tot strafbepalingen is in artikel 1 Sr opgenomen. Omdat kraken op grond van de Wet kraken en leegstand strafbaar is ongeacht de periode van leegstand, zijn krakers die een pand zijn gaan kraken dat langer dan een jaar leegstaat, strafbaar vanaf het moment dat de Wet kraken en leegstand in werking is getreden (Kamerstukken II 2008/09, 31 560, nr. 6, p. 42). Het staat vast dat eisers het pand niet voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de wet, op 1 oktober 2010, hebben verlaten, zodat de (mogelijke) strafrechtelijke gedraging ook nadien heeft voortgeduurd. De stelling van eisers dat de Wet kraken en leegstand geen grondslag biedt voor hun strafrechtelijke vervolging en daarmee samenhangende strafrechtelijke ontruiming, is dan ook onjuist.

4.3.

Bij geschillen voor de civiele rechter over de rechtmatigheid van een voorgenomen strafrechtelijke ontruiming zal onderzocht dienen te worden of de in abstracto door de wetgever gegeven voorrang aan het belang van de openbare orde, het beëindigen van strafbare feiten en de bescherming van de rechten van derden boven het huisrecht van de kraker, in het concrete geval de proportionaliteitstoets kan doorstaan. Die belangenafweging kan alleen plaatsvinden als de kraker feiten of omstandigheden aanvoert en aannemelijk maakt die in het concrete geval tot een andere dan de door de wetgever gemaakte afweging nopen, waarbij als uitgangspunt zal hebben te gelden dat een eigenaar het recht heeft om over zijn pand te beschikken zoals hij wil (HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9880). Indien de eigenaar van een woning geen enkel belang heeft bij de ontruiming en deze alleen maar zal leiden tot langdurige leegstand, zonder enig uitzicht op verandering in die situatie, kan de belangenafweging in het voordeel van de kraker uitvallen. Bij de bedoelde belangenafweging dient dan ook niet alleen het belang van de Staat bij beëindiging van strafbare feiten te worden meegewogen, maar ook het belang van de eigenaar van het pand. Anderzijds kunnen in deze zaak enkel de belangen van eisers, als procespartij in dit geding, worden meegewogen, en niet tevens de belangen van de door hen genoemde, in deze procedure niet betrokken, “medebewoners” van het pand.

4.4.

De voorzieningenrechter is met de Staat van oordeel dat het belang van eisers bij het behoud van betaalbare woonruimte bij uitstek een belang is dat reeds door de wetgever is meegewogen bij zijn beslissing om kraken strafbaar te stellen. Gesteld noch gebleken is waarom dat belang, dat in het algemeen in vrijwel alle situaties een rol speelt waarin woonruimte is gekraakt, in dit specifieke geval zwaarder zou moeten wegen. De enkele, niet toegelichte, stelling van eisers dat het pand een sociale en culturele functie heeft in de wijk kan evenmin tot het oordeel leiden dat moet worden afgeweken van de door de wetgever gemaakte afweging.

4.5.

Eisers stellen zich voorts op het standpunt dat NS Vastgoed (op korte termijn) geen enkel belang heeft bij de ontruiming, nu het pand nog niet in het economisch verkeer kan worden gebracht. Daarvoor verwijzen eisers naar het convenant van 21 december 1995. NS Vastgoed heeft niet betwist gebonden te zijn aan de bepalingen van dat convenant. Zij heeft evenwel onweersproken aangevoerd dat het in artikel 15.2 van het convenant bedoelde “Oriënterend onderzoek” reeds in 2000 heeft plaatsgevonden. Uit de overige bepalingen van het convenant kan – anders dan eisers kennelijk betogen – niet worden afgeleid dat de mogelijkheid dat de grond waarop het pand zich bevindt vervuild is, in de weg staat aan verkoop. Die bepalingen behelzen immers enkel een inspanningsverplichting om de percelen die in eigendom zijn van een van de NS-vennootschappen te saneren voordat die percelen worden vervreemd. Een verdergaande verplichting kan niet worden aangenomen op grond van de schriftelijke beantwoording van vragen uit de gemeenteraad van Den Haag, waarnaar eisers verwijzen. Die beantwoording kan op zichzelf immers geen verplichtingen voor NS Vastgoed doen ontstaan. Bovendien heeft NS Vastgoed haar belang bij ontruiming voldoende geconcretiseerd, doordat zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij juist in het kader van genoemde inspanningsverplichting in staat moet worden gesteld vrij over het pand te kunnen beschikken teneinde nader asbest- en bodemonderzoek te kunnen verrichten. Dat NS Vastgoed concrete plannen heeft met het pand, volgt in voldoende mate uit de door haar overgelegde verklaringen van betrokkenen, die een planning behelzen om tot verkoop te komen, de overgelegde verkoopbrochure en het feit dat zij een sloopmelding heeft gedaan. Uit het rapport van 19 juni 2013 van de asbestinventarisatie van het pand volgt voorts dat volledige inventarisatie nog niet heeft plaatsgevonden omdat destructief onderzoek nog niet mogelijk was. De Staat en NS Vastgoed hebben onweersproken aangevoerd dat destructief onderzoek ertoe leidt dat het pand onbewoonbaar wordt en de aanwezigheid van de krakers in het pand dat onderzoek dus verhindert. Daar komt bij dat blijkens het memo van 25 maart 2014 de bodemkwaliteit van de grond waarop het pand rust nog niet is onderzocht als gevolg van het gebruik daarvan. NS Vastgoed heeft verklaard de nadere onderzoeken kort na het vertrek van eisers te zullen laten verrichten. De Staat en NS Vastgoed hebben daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat een situatie waarin ontruiming alleen maar zal leiden tot langdurige leegstand, zonder enig uitzicht op verandering, zich hier niet voordoet. Voor een andere dan de door de wetgever gemaakt afweging, zoals genoemd onder 4.3, bestaat dan ook geen aanleiding. Gelet hierop zullen de vorderingen van eisers worden afgewezen.

4.6.

Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eisers in de kosten van dit geding aan de zijde van de Staat, tot dusver begroot op € 1.424,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 608,-- aan griffierecht;

- veroordeelt eisers hoofdelijk in de kosten van dit geding aan de zijde van NS Vastgoed, tot dusver begroot op € 1.424,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 608,-- aan griffierecht en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat, indien eisers de proceskosten niet binnen veertien dagen na heden aan NS Vastgoed hebben voldaan, zij daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd zijn.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2014.

hvd