Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:8509

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-07-2014
Datum publicatie
03-02-2015
Zaaknummer
09-997111-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/997111-13

Datum uitspraak: 7 juli 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 juni 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.J.V. Spek en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. C.A. Lucardie, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot

en met 27 maart 2013,

te Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) Inkomstenbelasting/premie

volksverzekeringen

in of over het/de aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of 2009 en/of 2010 en/of 2011

en/of 2012 ten name van een groot aantal personen en/of belastingplichtigen

(AH-003 p.0161),

waaronder (in ieder geval)

- [betrokkene 1] (2008/2009/2010) (D035/AH038) en/of

- [betrokkene 2](2008/2009/2010/2011) (D046/AH050) en/of

- [betrokkene 3] (2008/2009/2010/2011) (D040/AH044) en/of

- [betrokkene 4] (2008/2009/2010) (D044/AH048) en/of

- [betrokkene 5] (2008/2009/2010) (D032/AH035) en/of

- [betrokkene 6] (2010/2011/2012)(D059/AH055) en/of

- [betrokkene 7] (2010/2011/2012) (D062/AH057),

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk

op/in het/de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te

Apeldoorn, ingezonden aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting/premie

volksverzekeringen over die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

- ( een) te hoge en/of gefingeerde aftrekpost(en) (waaronder medische kosten

en/of giften) en/of

- ( een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen uit werk en woning

en/of sparen en beleggen,

opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig

belasting werd geheven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot

en met 27 maart 2013,

te Den Haag, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander,

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

(telkens) (een) geschrift(en), zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd

is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt

en/of doen opmaken, met het oogmerk om dit/die als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) op en/of in het/de

volgende geschrift(en), te weten: (een) (elektronische) aangifte(n)

Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

in of over het/de aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of 2009 en/of 2010 en/of 2011

en/of 2012 ten name van een groot aantal personen en/of belastingplichtigen

(AH-003 p.0161), waaronder (in ieder geval)

-[betrokkene 1] (2008/2009/2010) (D035/AH038) en/of

-[betrokkene 2](2008/2009/2010/2011) (D046/AH050) en/of

-[betrokkene 3] (2008/2009/2010/2011) (D040/AH044) en/of

-[betrokkene 4] (2008/2009/2010) (D044/AH048) en/of

-[betrokkene 5] (2008/2009/2010) (D032/AH035) en/of

-[betrokkene 6] (2010/2011/2012)(D059/AH055) en/of

-[betrokkene 7] (2010/2011/2012) (D062/AH057),

(onder meer) in strijd met de waarheid vermeld of doen vermelden – zakelijk

weergegeven:

-(een) te hoge en/of gefingeerde aftrekpost(en) (waaronder medische kosten

en/of giften) en/of

- ( een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen uit werk en woning

en/of sparen en beleggen;

2.

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf] ([bedrijf]),

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en

met 1 april 2013,

te Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting in of over

het/de aangiftetijdvak(ken)

-1ste kwartaal 2008(D-061f) en/of

-2de kwartaal 2008 (D-061g) en/of

-3e kwartaal 2008(D-061h)en/of

-4de kwartaal 2008(D-061i) en/of

-1ste kwartaal 2009 (D-061j)en/of

-2de kwartaal 2009(D-061k) en/of

-3e kwartaal 2009(D-061l) en/of

-4de kwartaal 2009(D-061m) en/of

-1ste kwartaal 2010 (D-061n) en/of

-2de kwartaal 2010(D-061o) en/of

-3e kwartaal 2010(D-061p) en/of

-4de kwartaal 2010(D-061q) en/of

-1ste kwartaal 2011 (D-061r)en/of

-2de kwartaal 2011(D-061s)en/of

-3e kwartaal 2011 (D-061t) en/of

-4de kwartaal 2011 (D-061u) en/of

-1ste kwartaal 2012 (D-061v) en/of

-2de kwartaal 2012(D-061w) en/of

-3e kwartaal 2012 (D-061x) en/of

-4de kwartaal 2012(D-061y),

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk op/in het/de bij de

Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te Apeldoorn ingezonden

aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

(telkens)

-(een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan terug te vragen/krijgen

omzetbelasting en/of

-(een) te la(a)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan (af te dragen)

omzetbelasting

opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig

belasting werd geheven;

3.

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 15 juli 2012, te Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) Inkomstenbelasting/premie

volksverzekeringen

in of over het/de aangiftetijdvak(ken)

-2008 (D-053e p.823, D-053i p.857) en/of

-2009 (D-053f p.832, D-053j p.874) en/of

-2010 (D-053g p.840, D-053k p.889) en/of

-2011 (D-053h p.849, D-053k p.900),

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk op/in het/de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te Apeldoorn ingezonden

aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over

die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

(een) te la(a)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen

opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig

belasting werd geheven;

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Feiten en omstandigheden1

Over de hierna genoemde feiten, waarvan onderdelen in de tenlastelegging zijn terug te vinden, heeft ter terechtzitting geen discussie plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat deze feiten als vaststaand kunnen worden aangemerkt en dat de tenlastelegging in zoverre wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank grondt dat oordeel op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen waarnaar in de voetnoten is verwezen.

Algemeen

Op 2 maart 2011 werden 33 belastingaangiften inzake de inkomstenbelasting vanaf het IP-adres [IP-adres]ingediend waarbij een hoge aftrek specifieke zorgkosten werd opgevoerd.2 Het voornoemde IP-adres behoort toe aan [bedrijf] ([bedrijf]).3 Uit informatie van de Kamer van Koophandel volgt dat [bedrijf] een eenmanszaak betreft die op naam van verdachte staat geregistreerd.

Tijdens een doorzoeking van de woning van verdachte zijn een computer en een usb-stick inbeslaggenomen waarop 13.476 unieke aangiftebestanden stonden opgeslagen. De aangiftebestanden betroffen aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2007 tot en met 2012 die in de periode van 2008 tot en met 2013 bij de belastingdienst zijn ingediend.4

Feit 1

Vanaf voornoemd IP-adres zijn in de periode vanaf 1 oktober 2010 tot en met 31 december 2012 3.884 aangiften inkomstenbelasting ingediend over de jaren 2008 tot en met 2011 waarin aftrekposten voor Persoons Gebonden Aftrek (PGA) werden vermeld voor in totaal € 8.058.266. Aan 24 belastingplichtigen, waarvan de belastingaangifte via voornoemd IP-adres werd ingediend, zijn vragenbrieven verstuurd. Naar aanleiding daarvan is bij 21 belastingplichtigen het gehele bedrag aan specifieke zorgkosten gecorrigeerd en bij 3 belastingplichtigen zijn de specifieke zorgkosten gedeeltelijk gecorrigeerd.5

In de periode van 1 januari 2009 tot en met 27 maart 2013 zijn bij de Centrale administratie van de Belastingdienst te Apeldoorn de digitale belastingaangiften van de volgende personen binnengekomen:

- [betrokkene 1] (voor de tijdvakken 2008/2009/2010)6;

- [betrokkene 2](voor de tijdvakken 2008/2009/2010/2011)7;

- [betrokkene 3] (voor de tijdvakken 2008/2009/2010/2011)8;

- [betrokkene 4] (voor de tijdvakken 2008/2009/2010)9;

- [betrokkene 5] (voor de tijdvakken 2008/2009/2010)10;

-[betrokkene 6] (voor de tijdvakken 2010/2011/2012)11;

-[betrokkene 7] (voor de tijdvakken 2010/2011/2012)12.

De aftrekposten voor PGA zijn onjuist in deze belastingaangiften opgenomen en de belastingplichtigen hebben verklaard dat verdachte voor hen de belastingaangiften heeft ingevuld en ingediend.13141516171819

De FIOD heeft geschat dat het belastingnadeel met betrekking tot de 3.884 aangiften inkomstenbelasting € 2.823.920 bedraagt.20

De Belastingdienst heeft vragenbrieven gestuurd naar verschillende belastingplichtigen van wie de belastingaangifte via voornoemd IP-adres was ingediend. Tijdens een doorzoeking van de woning van verdachte is de computer van verdachte in beslaggenomen. Op de harde schijf van de computer van verdachte zijn bestanden aangetroffen met daarin 40 brieven. Als auteur staat in het kenmerk van deze bestanden de naam van verdachte vermeld. Deze brieven zijn in naam van de belastingplichtigen aan wie de Belastingdienst voornoemde vragenbrief had gestuurd, opgesteld.21 In de brieven van [betrokkene 8]22 en [betrokkene 9]23 wordt vermeld dat documenten ter onderbouwing van de aftrekposten bij hun verhuizing zijn zoekgeraakt. In de brief van[betrokkene 10] wordt vermeld dat de belastingadviseur de papieren gepost heeft, maar dat die nooit bij [betrokkene 10] zijn aangekomen.24

Feit 2

Namens [bedrijf] zijn de elektronische aangiften voor de omzetbelasting over de tijdvakken van het eerste kwartaal 2008 tot en met het vierde kwartaal 2012 bij de Belastingdienst ingediend.25

Verdachte heeft verklaard dat hij degene was die de aangiften omzetbelasting namens [bedrijf] vanaf zijn woonadres te Den Haag, indiende en dat hij de omzet die hij genereerde met het doen van inkomstenbelastingaangiften voor particulieren niet heeft aangegeven, met uitzondering van de omzet die hij heeft behaald met het indienen van 200 belastingaangiften inkomstenbelasting in 2012.26 Daarnaast heeft verdachte, volgens zijn eigen verklaring, 250 tot 300 aangiften per jaar kosteloos voor vrienden en bekenden ingediend.27

De FIOD heeft berekend dat hierdoor € 62.369 te weinig belasting is geheven. Daarbij is de FIOD uitgegaan van de op de computer van verdachte aangetroffen 13.476 unieke aan de Belastingdienst verstuurde belastingaangiften minus de door verdachte kosteloos ingediende belastingaangiften en de door verdachte gehanteerde tarieven.28

Feit 3

Verdachte heeft verklaard dat hij de volgende belastingaangiften voor de inkomstenbelasting digitaal vanaf zijn woonadres te Den Haag heeft ingediend bij de Belastingdienst.29

- 2008, ingediend op 3 december 2009;30

- 2009, ingediend op 3 augustus 2010;31

- 2010, ingediend op 8 september 2011;32

-2011, ingediend op 1 juli 2012.33

Verdachte heeft verklaard dat hij inkomsten uit werkzaamheden, te weten de inkomsten die hij verdiende met het indienen van belastingaangiften inzake de inkomstenbelasting, niet heeft opgenomen.34

De FIOD heeft berekend dat hierdoor € 120.789 te weinig belasting is geheven. Daarbij is de FIOD uitgegaan van de op de computer van verdachte aangetroffen 13.476 unieke aan de belastingdienst verstuurde belastingaangiften minus de door verdachte kosteloos ingediende belastingaangiften en de door verdachte gehanteerde tarieven.35

Bewijsvragen

Ten aanzien van feit 1 ziet de rechtbank zich – kort gezegd – voor de vraag gesteld of verdachte het opzet had op het doen van hiervoor genoemde onjuiste belastingaangiften en/of op het medeplegen daarvan.

Voor wat betreft de feiten 2 en 3 ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte deze door hem bekende feiten heeft begaan.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Voor wat betreft feit 1 primair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van dit feit.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. De normadressant van artikel 69 lid 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) is immers de belastingplichtige. Verdachte heeft weliswaar nauw en bewust samengewerkt met de belastingplichtigen om een belastingaangifte te toen, maar die bewuste en nauwe samenwerking zag niet op het doen van een onjuiste belastingaangifte. Immers, er was voor verdachte geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de door de belastingplichtigen aan hem verstrekte gegevens.

Daarnaast heeft de raadsvrouw ter onderbouwing aangevoerd dat de verklaringen van de gehoorde belastingplichtigen niet betrouwbaar zijn omdat zij zelf als verdachten zijn gehoord en dat hun verklaringen strijdig zijn met andere verklaringen.

Ten slotte heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om aan te nemen dat de belastingaangiften van de in de tenlastelegging niet bij name genoemde personen en niet nader onderzochte belastingaangiften onjuist zijn.

De verdachte heeft erkend dat hij de onder 2. en 3. ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

FEIT 1

3.4.1

Opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften

De rechtbank is van oordeel dat verdachte opzettelijk onjuist belastingaangiften heeft ingevuld en ingediend. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Er bevinden zich in het dossier 24 volledig uitgewerkte gevallen van belastingplichtigen ten name van wie door verdachte aangiften inkomstenbelasting met een aftrekpost voor persoonsgebonden aftrek zijn ingediend. In alle gevallen was de aftrekpost voor persoonsgebonden zorgkosten onjuist ingevuld. In 21 gevallen was die geheel onterecht opgenomen en in 3 gevallen was er een te hoge aftrekpost opgenomen.

Van deze 24 gevallen worden zeven belastingplichtigen in de tenlastelegging genoemd. Allemaal verklaren zij dat zij de aftrekpost en het bedrag dat daar is ingevuld, niet hebben doorgegeven aan verdachte en evenmin met hem hebben besproken. Zij waren er geen van allen van op de hoogte dat verdachte deze aftrekpost (in die omvang) in hun belastingaangifte opnam en dat dit ook onjuist is. Ook verklaren zij over de snelheid waarmee verdachte hun aangiften invulde, een aantal heeft het over vijf minuten, een ander over een kwartier. De verklaringen van voornoemde belastingplichtigen komen er voorts op neer dat zij geen verstand hebben van het doen van belastingaangifte, in sommige gevallen het Nederlands niet machtig zijn, in één geval niet kunnen lezen of schrijven en zich om die reden tot verdachte hadden gewend.36

Belastingplichtigen [betrokkene 8]37en [betrokkene 9]38 verklaren dat het niet klopt dat er in de door verdachte opgestelde antwoordbrief staat vermeld dat zij documenten zijn kwijtgeraakt door een verhuizing. Belastingplichtige [betrokkene 10] verklaart dat hij buiten een factuur van € 42 voor medicijnen, geen kosten heeft gemaakt ter onderbouwing van aftrekbare kosten.39

De rechtbank overweegt dat de voormelde 24 verklaringen van de belastingplichtigen nagenoeg gelijkluidend zijn voor wat betreft de omstandigheid dat verdachte in hun belastingaangifte een bedrag bij de aftrekpost Persoonsgebonden aftrek heeft ingevuld, zonder dit met hen te overleggen. Deze handelswijze – het zonder overleg met belastingplichtigen onjuiste informatie verstrekken aan de Belastingdienst – wordt bevestigd door de verklaringen van belastingplichtigen over de door verdachte namens hen verstrekte informatie naar aanleiding van de door de Belastingdienst verstrekte vragenbrieven.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij de (hoogte van de) aftrekpost invulde omdat de belastingplichtigen deze kosten bij hem hadden opgegeven, ongeloofwaardig.

De rechtbank verwerpt om deze reden het daartoe strekkende verweer en komt op die grond tot het oordeel dat verdachte met opzet ten onrechte zelf deze aftrekpost heeft opgevoerd in de belastingaangiften. De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte voor 24 belastingplichtigen, waaronder de zeven in de tenlastelegging genoemde personen, over de tijdvakken 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012 opzettelijk onjuist de belastingaangifte heeft ingevuld en ingediend.

3.4.2

Medeplegen van opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften

Verdachte heeft nauw en bewust met de belastingplichtigen samengewerkt teneinde opzettelijk onjuiste (digitale) belastingaangiften in te dienen. De nauwe en bewuste samenwerking bestond hierin dat de belastingplichtigen hun digitale identificatie code en inkomensgegevens aan verdachte verstrekten, zulks telkens met het oogmerk om, terwijl verdachte en belastingplichtige naast elkaar voor de computer van verdachte zaten, het digitale belastingaangifte formulier door verdachte te laten invullen waarna deze belastingaangifte door verdachte van zijn computer naar de Belastingdienst zou worden verstuurd. Verdachte vulde vervolgens het digitale belasting aangiftebiljet in en nam daarin opzettelijk meergenoemde onjuiste aftrekpost op. De digitale belastingaangiften werden middels de digitale identificatiecode door verdachte ingediend.

Dat de belastingplichtigen er wellicht (niet) telkens van op de hoogte waren dat zij een onjuiste belastingaangifte indienden doet, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 6 maart 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BQ8596), aan het voorgaande niet af. Vastgesteld moet immers volgens de Hoge Raad worden dat de verdachte opzet had op het gronddelict en op het medeplegen. Niet hoeft volgens de Hoge Raad vastgesteld te worden dat de belastingplichtigen die met de verdachte hebben deelgenomen eveneens dat opzet hadden.

3.4.3

Conclusie

Verdachte heeft als medepleger opzettelijk 24 onjuiste belastingaangiften inkomstenbelasting over de tijdvakken 2008 tot en met 2012 gedaan, waardoor te weinig belasting is geheven.

FEITEN 2 EN 3

Op grond van de hiervoor genoemde feiten waar in de voetnoten naar de desbetreffende bewijsmiddelen is verwezen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk onjuiste belastingaangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting over respectievelijk het eerste kwartaal van 2008 tot en met het vierde kwartaal van 2012 respectievelijk over de jaren 2008 tot en met 2011 heeft ingediend waardoor er € 62.369 en respectievelijk € 120.789 te weinig belasting is geheven.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad – dat verdachte:

1.

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot

en met 27 maart 2013,

te Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) Inkomstenbelasting/premie

volksverzekeringen

in of over het/de aangiftetijdvak(ken) 2008 en/of 2009 en/of 2010 en/of 2011

en/of 2012 ten name van een groot aantal (24) personen en/of belastingplichtigen

(AH-003 p.0161),

waaronder (in ieder geval)

- [betrokkene 1] (2008/2009/2010) (D035/AH038) en/of

- [betrokkene 2](2008/2009/2010/2011) (D046/AH050) en/of

- [betrokkene 3] (2008/2009/2010/2011) (D040/AH044) en/of

- [betrokkene 4] (2008/2009/2010) (D044/AH048) en/of

- [betrokkene 5] (2008/2009/2010) (D032/AH035) en/of

- [betrokkene 6] (2010/2011/2012)(D059/AH055) en/of

- [betrokkene 7] (2010/2011/2012) (D062/AH057),

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk

op/in het/de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te

Apeldoorn, ingezonden aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting/premie

volksverzekeringen over die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

- ( een) te hoge en/of gefingeerde aftrekpost(en) (waaronder medische kosten

en/of giften) en/of

- (een) te la(a)g(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen uit werk en woning

en/of sparen en beleggen,

opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig

belasting werd geheven.

2.

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf] ([bedrijf]),

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en

met 1 april 2013,

te Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting in of over

het/de aangiftetijdvak(ken)

-1ste kwartaal 2008(D-061f) en/of

-2de kwartaal 2008 (D-061g) en/of

-3e kwartaal 2008(D-061h)en/of

-4de kwartaal 2008(D-061i) en/of

-1ste kwartaal 2009 (D-061j)en/of

-2de kwartaal 2009(D-061k) en/of

-3e kwartaal 2009(D-061l) en/of

-4de kwartaal 2009(D-061m) en/of

-1ste kwartaal 2010 (D-061n) en/of

-2de kwartaal 2010(D-061o) en/of

-3e kwartaal 2010(D-061p) en/of

-4de kwartaal 2010(D-061q) en/of

-1ste kwartaal 2011 (D-061r)en/of

-2de kwartaal 2011(D-061s)en/of

-3e kwartaal 2011 (D-061t) en/of

-4de kwartaal 2011 (D-061u) en/of

-1ste kwartaal 2012 (D-061v) en/of

-2de kwartaal 2012(D-061w) en/of

-3e kwartaal 2012 (D-061x) en/of

-4de kwartaal 2012(D-061y),

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk op/in het/de bij de

Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te Apeldoorn ingezonden

aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

(telkens)

-(een) te ho(o)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan terug te vragen/krijgen

omzetbelasting en/of

-(een) te la(a)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan (af te dragen)

omzetbelasting

opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig

belasting werd geheven.

3.

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009

tot en met 15 juli 2012, te Den Haag, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) Inkomstenbelasting/premie

volksverzekeringen

in of over het/de aangiftetijdvak(ken)

-2008 (D-053e p.823, D-053i p.857) en/of

-2009 (D-053f p.832, D-053j p.874) en/of

-2010 (D-053g p.840, D-053k p.889) en/of

-2011 (D-053h p.849, D-053k p.900),

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk op/in het/de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te Apeldoorn ingezonden

aangiftebiljet(ten) voor de Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over

die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

(een) te la(a)g(e) en/of gefingeerd(e) bedrag(en) aan belastbaar inkomen

opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe heeft/hebben gestrekt dat te weinig

belasting werd geheven.

4 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten 1 primair, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de dagen dat verdachte in voorarrest heeft gezeten. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 25.000,- met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de geldboete niet betaalt, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 160 dagen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om verdachte een werkstraf op te leggen vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank overweegt hiertoe in het bijzonder als volgt.

Verdachte heeft in de periode van 2009 tot en met 2013 ruim 13.000 aangiften inkomstenbelasting ingediend waarvan aannemelijk is geworden dat verdachte in ruim 3.000 aangiften ten onrechte aftrekposten zorgkosten en giften heeft ingevuld teneinde de belastingplichtigen een belastingteruggaaf te bezorgen. De fiscus heeft berekend dat met betrekking tot deze ruim 13.000 aangiften het totale fiscale benadelingsbedrag meer dan

€ 2.823.920 zou kunnen bedragen. Voor zijn werkzaamheden voor derden ontving verdachte volgens eigen verklaring per aangifte in het begin € 30,- en laatstelijk € 40,-. Verdachte heeft tevens de inkomsten uit deze werkzaamheden niet in zijn eigen aangiften omzetbelasting noch in zijn aangifte inkomstenbelasting aangeven, waardoor ruim

€ 160.000 te weinig belasting van verdachte is geheven.

Door zijn handelen heeft verdachte belastingplichtigen die ten onrechte een teruggaaf ontvingen benadeeld omdat zij zich allen - naderhand - zagen geconfronteerd met een naheffing van de fiscus.

Door op zeer grote schaal en gedurende een langere periode ten onrechte een aftrekpost op te nemen in de belastingaangifte van die belastingplichtigen en zelf de door hem verschuldigde belasting niet aan te geven en af te dragen heeft verdachte de overheid en daarmee de samenleving als geheel benadeeld. En dit enkel met het oog op zijn eigen financiële gewin.

De rechtbank heeft acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 31 maart 2014, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Ter terechtzitting is naar voren gekomen dat verdachte ten aanzien van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit geen openheid van zaken heeft gegeven en de ernst van dit feit in het geheel niet lijkt in te zien. Voorts legt verdachte de oorzaak van zijn handelen (veelal) bij anderen neer en neemt hij daarmee onvoldoende zijn eigen verantwoordelijkheid in beschouwing. Verdachte lijkt dan ook niet de verwerpelijkheid van zijn handelen in te willen zien. Dit wordt ondersteund door de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij het de verantwoordelijkheid van de Belastingdienst acht om aangiften op hun juistheid te controleren. Ook heeft hij verklaard dat hij nog immer belastingaangiften voor personen invult en indient, zij het dat het om een minder groot aantal personen dan voorheen zou gaan. Hij stelt dat hij zijn werkwijze heeft veranderd, omdat de Belastingdienst strenger controleert op de aftrekbaarheid van kosten. Kennelijk komt het niet bij verdachte op dat hij, ongeacht of de Belastingdienst de door hem ingediende belastingaangiften op juistheid controleert, juist hoort in te dienen. De rechtbank acht deze houding en de omstandigheid dat verdachte zijn diensten als belastingadviseur nog steeds aanbiedt, bijzonder zorgwekkend. Daarbij is tevens van belang dat slechts door toedoen van de Belastingdienst een einde is gekomen aan zijn strafbare praktijken. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij dacht dat er toch niemand achter zou komen. Al het vorenstaande neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf passend. Het voorwaardelijke deel wordt opgelegd teneinde verdachte er van te weerhouden zich opnieuw aan (dergelijke) strafbare feiten schuldig te maken. Aan dit voorwaardelijke deel zal een proeftijd van drie jaar worden verbonden, gezien de lange pleegperiode, de zorgelijke houding van verdachte waarbij hij niet de volle verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en de omstandigheid dat hij thans nog immer zijn diensten als belastingadviseur aanbiedt. Om voormelde redenen zal hierbij eveneens de bijzondere voorwaarde worden opgenomen dat verdachte drie jaar lang zich op geen enkele wijze mag bemoeien met c.q. behulpzaam mag zijn bij het doen van belastingaangiften ten name of ten behoeve van derden. Verdachte dient er op die manier gedurende langere tijd van te worden doordrongen dat nieuwe strafbare feiten moeten worden voorkomen.

Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om de door de officier van justitie gevorderde geldboete te matigen.

Bij de vaststelling van de vermogensstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 2 en 3:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot vijf (5) MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks

onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie (3) JAREN vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich op geen enkele wijze mag bemoeien met c.q. behulpzaam mag zijn bij belastingaangiften ten name of ten behoeve van derden;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een geldboete van € 10.000,- (tienduizend euro);

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen

door hechtenis voor de tijd van vijfentachtig (85) DAGEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.J. Milius, voorzitter,

mrs. M.M. Meijers en M. Enthoven, rechters

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2014.

Mr. M. Enthoven is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 50932, van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m p. 1278).

2 Proces-verbaal van ambtshandeling van 21 maart 2013, AH-003, p. 161 en 162.

3 Proces-verbaal van ambtshandeling van 6 augustus 2012, 65-AH-002, p. 156.

4 Een geschrift zijnde een nadeelberekening van 9 juli 2013, D-063, p. 1057.

5 Proces-verbaal van ambtshandeling van 21 maart 2013, AH-003, p. 161 en 162.

6 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 1] over de tijdvakken 2008, 2009 en 2010 van 19 april 2013, D-035a tot en met D-35e, p. 609 tot en met p. 623.

7 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 2]over de tijdvakken 2008, 2009, 2010 en 2011 van 22 april 2013, D-046a tot en met D-46f, p. 795 tot en met p. 812.

8 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 3] over de tijdvakken 2008, 2009, 2010 en 2011 van 22 april 2013, D-040a tot en met D-040f, p. 688 tot en met p. 707.

9 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 4] over de tijdvakken 2008, 2009, 2010 en 2011 van 23 april 2013, D-044a tot en met D-044f, p. 757 tot en met p. 778.

10 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 5] over de tijdvakken 2008, 2009, 2010 en 2011 van 19 april 2013, D-032a tot en met D-032f, p. 534 tot en met p. 551.

11 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 6] over de tijdvakken 2010, 2011 en 2012 van 4 mei 2013, D-059d tot en met D-059h, p. 975 tot en met p. 994.

12 Een brief inhoudende de ambtsedige verklaring van [betrokkene 11] van de Belastingdienst en de bijlagen inhoudende de aangifte gegevens via DAS van [betrokkene 7] over de tijdvakken 2010, 2011 en 2012 van 17 juni 2013, D-062d tot en met D-062h, p. 1040 tot en met p. 1056.

13 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 1] van 29 mei 2013, G04-02, p. 1109.

14 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 2]van 29 maart 2013, G05-01, p. 1114.

15 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 3] van 27 mei 2013, G07-02, p. 1127.

16 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 4] van 23 mei 2013, G08-02, p. 1135.

17 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 5] van 29 mei 2013, G15-02, p. 1171.

18 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 6] van 30 mei 2013, G18-01, p. 1185.

19 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 7] van 11 juni 2013, G20-01, p. 1194.

20 Proces-verbaal van

21 Proces-verbaal van bevindingen van 8 mei 2013, AH-051, p. 316 en p. 317.

22 Een geschrift zijnde een brief op naam van [betrokkene 8] van 19 januari 2012, D-048, p. 814.

23 Een geschrift zijnde een brief op naam van [betrokkene 9] van 20 augustus 2011, D-049, p. 815.

24 Een geschrift zijnde een brief op naam van[betrokkene 10] van 31 oktober 2011, D-051, p. 817.

25 Een proces-verbaal van ambtshandeling van 21 maart 2013, AH-003 met bijlagen p. 170 tot en met p. 174.

26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 28 maart 2013, V01-02, p. 1244.

27 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 2 juli 2013, V01-04, p. 1268.

28 Een geschrift zijnde een nadeelberekening door boete-fraudecoordinator [betrokkene 12] van belastingkantoor/Den Haag van 9 juli 2013, D-063, p. 1057 en p. 1058.

29 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 29 maart 2013, V01-03, p. 1250.

30 Een geschrift zijnde aangiftegegevens over 2008 van [betrokkene 13], D-053i, p. 857 e.v.

31 Een geschrift zijnde aangiftegegevens over 2009 van [betrokkene 13], D-053j, p. 874 e.v.

32 Een geschrift zijnde aangiftegegevens over 2010 van [betrokkene 13], D-053k, p. 889 e.v.

33 Een geschrift zijnde aangiftegegevens over 2011 van [betrokkene 13], D-053k, p. 900 e.v.

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 29 maart 2013, V01-03, p. 1250.

35 Een geschrift zijnde een nadeelberekening door boete-fraudecoordinator [betrokkene 12] van belastingkantoor/Den Haag van 9 juli 2013, D-064, p. 1059 e.v.

36 Zie de verklaringen van de belastingplichtigen die onder de noten 13 tot en met 19 zijn opgenomen.

37 Proces verbaal van verhoor van [betrokkene 8] van 3 juni 2013, G16-01, p. 1176.

38 Proces verbaal van verhoor van [betrokkene 9] van 30 mei 2013, G22-01, p. 1206.

39 Proces verbaal van verhoor van[betrokkene 10] van 3 juni 2013, G24-01, p. 1216.