Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:8472

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-05-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
AWB-13_10625
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2015:1056, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WOZ

X draagt de economische eigendom van een woning aan haar ex-echtgenoot over. Volgens X dient de WOZ-waarde op die verkoopprijs te worden vastgesteld.

In geschil is de waarde van de woning. De rechtbank oordeelt dat verweerder de door hem gestelde waarde aannemelijk heeft gemaakt.

De verkoopprijs tussen de ex-echtgenoten kan niet als WOZ-waarde in aanmerking worden genomen. De overeenkomst tussen twee ex-echtgenoten is geen in de vrije markt tot stand gekomen transactie. Ook gaat het om overdracht van alleen de economische eigendom. Het beroep is ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 22
Wet waardering onroerende zaken 30
Wet gemeenschappelijke regelingen 63
Gemeentewet 232
Wet waardering onroerende zaken 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 13/10625

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2014 in de zaak tussen

[X], wonende te [Z], eiseres

(gemachtigde: [A]),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking van 31 juli 2013 (hierna: de beschikking) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [a-straat] [huisnummer 1] te [plaats] (hierna: de woning), op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) op waardepeildatum 1 januari 2012 (hierna: de waardepeildatum) voor het kalenderjaar 2013 vastgesteld op € 646.000.

Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiseres opgelegde aanslag onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2013 (hierna: de aanslag).

Eiseres heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. Gelet op artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ wordt dit bezwaar geacht mede te zijn gericht tegen de aanslag.

Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft hiertegen beroep aangetekend.

Verweerder heeft een verweerschrift en op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

Eiseres heeft een pleitnota overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2014.

Namens eiseres is verschenen [A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden [B] en [C].

Overwegingen

Feiten

1.

Eiseres is genothebbende krachtens eigendom van de woning. De woning is een rijwoning met twee dakkapellen en een berging/schuur. De inhoud van de woning is ongeveer 580 m³. De oppervlakte van het perceel is ongeveer 261 m².

2.

Op 9 januari 2012 heeft eiseres de economische eigendom van de woning aan haar ex-echtgenoot overgedragen (hierna: de overdracht) voor een koopprijs van € 580.000.

Geschil

3.

In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum. Eiseres bepleit een waarde van € 580.000. Voorts is in geschil of de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (hierna: BSGR) bevoegd is tot het heffen van OZB en waterschapsbelastingen.

4.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verweerder een taxatieverslag en een matrix overgelegd. In dit verslag en de matrix is de waarde van de woning bepaald op respectievelijk € 646.000 en € 646.840. Naast gegevens van de woning, bevat het gegevens van een aantal vergelijkingsobjecten.

Beoordeling van het geschil

Bevoegdheid BSGR

5.

Eiseres betwist dat verweerder tijdig en op de juiste wijze is gemachtigd om namens de gemeente Wassenaar aanslagen op te leggen en in rechte op te treden.

6.

Artikel 63 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) luidt:

1. Aan het bestuur van het openbaar lichaam of aan het gemeenschappelijk orgaan kunnen bij de regeling ten aanzien van de belangen ter behartiging waarvan zij wordt getroffen en voor het gebied waarvoor zij geldt, zodanige bevoegdheden van regeling en bestuur worden overgedragen als aan de besturen van de deelnemende gemeenten en waterschappen toekomen, met dien verstande dat:

a. aan het nieuwe bestuur van het openbaar lichaam niet de bevoegdheid kan worden overgedragen andere belastingen te heffen dan de rioolheffing, bedoeld in artikel 228a van de Gemeentewet en de rechten, bedoeld in artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet en de rechten waarvan de heffing krachtens bijzondere wetten geschiedt;

b. aan het gemeenschappelijk orgaan niet de bevoegdheid kan worden overgedragen belastingen te heffen of anderszins algemeen verbindende voorschriften te geven.

2. Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid wordt daarbij tevens de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van de besturen van de deelnemende gemeenten en waterschappen geregeld. (…)

7.

In juli 2009 zijn het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland en de colleges van burgemeester en wethouders van een aantal gemeenten, waaronder de gemeente Wassenaar, een samenwerkingsverband aangegaan. Hierbij is een Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (hierna: de Regeling) getroffen. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling is er een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid ingesteld. De bevoegdheden van de BSGR tot uitvoering van de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen zijn bij wet geregeld. Ingevolge artikel 232, vierde lid, onder a en b, van de Gemeentewet is de door het openbaar lichaam aangewezen ambtenaar bevoegd tot het heffen en invorderen van gemeentelijke belastingen. Ingevolge artikel 5, tweede lid, onder 1, van de Regeling is de BSGR bevoegd onroerende zaakbelasting te heffen namens de gemeente Wassenaar. Ingevolge artikel 19 van de Regeling is het dagelijks bestuur van de BSGR bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen. Gelet hierop is verweerder bevoegd namens de gemeente Wassenaar op te treden. De stukken waarop dit oordeel is gebaseerd zijn openbare stukken.

WOZ-waarde

8.

Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ wordt de waarde van de woning bepaald op de waarde die aan de woning dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Deze waarde is naar de bedoeling van de wetgever "de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding" (Kamerstukken II 1993/94, 22 885, nr. 36, blz. 44).

9.

Verweerder dient aannemelijk te maken dat hij de waarde van de woning niet op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder, gelet op de door hem overgelegde matrix, het taxatieverslag, de foto’s en hetgeen hij overigens heeft aangevoerd, hierin geslaagd. Naar volgt uit de matrix is de waarde van de woning bepaald met behulp van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is de woning aan de [b-straat] [huisnummer 2] te [plaats] voor wat betreft bouwjaar, ligging en uitstraling een met de woning goed vergelijkbare woning. Met de matrix maakt verweerder aannemelijk dat bij de herleiding van de aan de woning toegekende waarde uit het bij de verkoop van de in die matrix genoemde vergelijkingsobject [b-straat] [huisnummer 2] behaalde verkoopprijs, in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen voor wat betreft de ligging, oppervlakte en de inhoud. Eiseres heeft met het enkele stellen niet aannemelijk gemaakt dat de stand van de huizen aan de [b-straat] beter is dan die van de huizen aan de [a-straat], en evenmin dat er bij de [a-straat] sprake is van een meer doorgaande weg, welke verdere invloed zouden moeten hebben op de vastgestelde waarde. De enkele stelling dat de huizen aan de [b-straat] in het algemeen voor hogere prijzen verkocht worden dan de huizen aan de [a-straat], leidt de rechtbank evenmin tot het oordeel dat waarde te hoog is vastgesteld, de verkoopprijs van de woning aan [b-straat] [huisnummer 3] (verkocht voor € 825.000) vormt voor de juistheid van die stelling geen aanwijzing, nu de woning aan [b-straat] [huisnummer 3] een hoekwoning is met een groter kaveloppervlak. Met deze verschillen heeft verweerder bij de waardebepaling rekening gehouden.

10.

De in 2 hiervoor vermelde koopprijs kan niet als WOZ-waarde in aanmerking worden genomen. De overeenkomst tussen (gewezen) echtgenoten is geen in de vrije markt tot stand gekomen transactie, daarbij gaat het om de overdracht van alleen de economische en niet de juridische eigendom. De rechtbank laat het verkoopcijfer van de woning aan de [a-straat] [huisnummer 2] te [plaats] buiten beschouwing nu de verkoopdatum 18 februari 2014 te ver van de waardepeildatum is gelegen. De waarde kan evenmin worden afgeleid aan de hand van cijfers van het CBS gelet op hetgeen in 8 hiervoor is overwogen.

Proceskosten

11.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kouwenhoven, rechter, in aanwezigheid van mr. S.R.M. Dekker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2014.

ter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1.

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2.

het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep