Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:7316

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
23-06-2014
Zaaknummer
C/09/462998 / KG ZA 14-383
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding over aanbesteding verhoging Hoornbrug. De gemeente wordt verboden over te gaan tot gunning aan de partij aan wie zij voornemens is het werk op te dragen, omdat deze beoogd winnaar een ongeldige inschrijving heeft gedaan. Deze heeft bepaalde kosten opgevoerd bij de post eenmalige kosten, terwijl de door de gemeente gekozen methodiek met zich brengt dat deze kosten bij de integrale projectkosten hadden moeten worden vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/724
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/462998 / KG ZA 14-383

Vonnis in kort geding van 23 mei 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B] en [C] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats] en kantoorhoudende te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KWS Infra B.V.,

statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudende te Vianen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Volkerrail Nederland B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Vianen,

eisers,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE RIJSWIJK,

zetelende te Rijswijk,

gedaagde,

advocaat: mr. G. Verberne te Amsterdam,

waarin zijn tussengekomen:

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STRABAG B.V.,

statutair gevestigd te Vlaardingen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ [A] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats],

advocaat: mr. J. Haest te Den Haag.

Eisers worden hierna tezamen aangeduid als ‘de combinatie [BC]’. Gedaagde wordt hierna aangeduid als ‘de gemeente’. De interveniënten worden hierna tezamen aangeduid als ‘de combinatie Strabag’.

1 Het procesverloop

De combinatie [BC] heeft de gemeente op 31 maart 2014 doen dagvaarden om op 9 mei 2014 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld, gelijktijdig met de zaak met nummer C/09/462958 / KG ZA 14-379 betreffende dezelfde aanbestedingsprocedure. Vonnis is bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst

De combinatie Strabag heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen de combinatie [BC] en de gemeente dan wel subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente. Ter zitting van 9 mei 2014 hebben de combinatie [BC] en de gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. De combinatie Strabag is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 9 mei 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De gemeente heeft een Europese niet-openbare aanbesteding georganiseerd ten behoeve van de opdracht betreffende de verhoging Hoornbrug (hierna: onderdeel Hoornbrug) en de verbetering van de Haagweg en de verbreding van Tramlijn 15 (hierna: onderdeel Haagweg/Tramlijn).

3.2.

Nadat er aanmeldingen zijn ingediend in de selectiefase van de aanbestedingsprocedure, zijn onder meer voor deelname aan de inschrijvingsfase geselecteerd: de combinatie [BC], de combinatie Strabag en enkele anderen.

3.3.

In de inschrijvingsfase van de procedure zijn door de gemeente onder meer gepubliceerd de Inschrijvingsleidraad en drie Nota’s van Inlichtingen. Hierin staat onder meer, voor zover thans relevant, vermeld:

In de inschrijvingsleidraad:

“(…)

1. Algemeen

(…)

1.3

Korte omschrijving van de opdracht

De opdracht betreft het project verhoging Hoornbrug, verbetering leefbaarheid Haagweg, verbreding Tramlijn 15. De opdracht is ontstaan uit de integrale aanpak van drie projecten: De verhoging van de Hoornbrug, verbetering leefbaarheid Haagweg en de verbreding van Tramlijn 15.

(…)

De plannen voor de Haagweg vallen samen met de plannen voor tramlijn 15.

(…)

2. Procedure

(…)

2.3.2.

In te dienen stukken bij inschrijving

(…)

Onderdeel Prijs:

(…)

Inschrijvingsstaat, conform bijlage 2 van deze inschrijvingsleidraad, volledig ingevuld en ondertekend.

(…)

3. Beoordeling en gunning

3.1.

Gunningscriterium EMVI

De beoordeling van de inschrijvingen en de uiteindelijke gunning zal plaatsvinden op grond van het gunningscriterium ‘Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI). (…)

Het gunningscriterium bestaat uit de onderdelen Prijs en Kwaliteit waarbij de prijs bestaat uit de inschrijvingssom. De inschrijvingssom voor het onderdeel Verhoging Hoornburg is gelimiteerd tot een plafondbedrag van € 12.100.000,- excl. BTW (…). Inschrijvingen boven dit bedrag zijn ongeldig. De Kwaliteit dient te blijkens uit de betreffende door de inschrijver bij inschrijving in te dienen stukken.

(…)

3.4.

EMVI criteria

De inschrijver dient ten behoeve van de beoordeling op kwaliteit van de aanbieding een Plan van Aanpak aan te bieden. (…)

Onderstaand is per criterium omschreven waarom de aanbesteder gekozen heeft voor dit gunningscriterium. Daarnaast is aangegeven wat de minimale eis is waaraan voldaan moet worden en is beschreven wat dan de wens is van de aanbesteder waarop beoordeeld wordt.

(…)

3.4.1

Criterium 1: Omgevingshinder (maximale kwaliteitsbonus van € 4.000.000,00)

(…)

3.4.2

Criterium 2: Verkeershinder (maximale kwaliteitsbonus van € 3.000.000,00)

(…)

3.4.3

Criterium 3: Onderhoudbaarheid Hoornbrug (maximale kwaliteitsbonus van € 2.500.000,00)

(…)

3.4.4

Criterium 4: Projectleider (maximale kwaliteitsbonus van € 500.000,00)

(…)

3.5.

Beoordeling en bepaling EMVI

(…)

De maximaal te behalen fictieve korting voor het Plan van Aanpak is € 10.000.000,00. (…)

De economisch meest voordelige inschrijving is die inschrijving die voor het totaal van de onderdelen prijs en kwaliteit de laagste fictief inschrijvingsprijs heeft.

Deze wordt als volgt bepaald:

Fictieve inschrijvingsprijs = inschrijvingsprijs – fictieve korting.

(…)

In de bijlagen

Bijlage 2

Inschrijvingsstaat

INSCHRIJVINGSSTAAT

PROJECT : Verhoging Hoornbrug, Verbetering Leefbaarheid Haagweg, Verbreding Tramlijn 15

CONTRACTDEEL : Integrale projectkosten

Kosten

Werk

pakket

Object

Kosten per onderdeel [in Euro’s exclusief btw]

Projectmanagement en Projectbeheersing

Projectmanagement en Projectbeheersing

P10

n.v.t.

Kwaliteit

P11

n.v.t.

Tijd

P12

n.v.t.

Geld

P13

n.v.t.

Informatie

P14

n.v.t.

Organisatie

P15

n.v.t.

Risico’s

P16

n.v.t.

Veiligheid en gezondheid

P17

n.v.t.

Omgeving

Vergunningen

P21

n.v.t.

Kabels en Leidingen

P22

n.v.t.

Conventionele explosieven

P23

n.v.t.

Archeologie

P24

n.v.t.

Communicatie

P25

n.v.t.

Verkeer

P26

n.v.t.

Vrijkomende materialen

P27

n.v.t.

Staartkosten

Algemene kosten

… %

Uitvoeringskosten

… %

Winst en Risico

… %

Subtotaal INTEGRALE PROJECTKOSTEN €

Excl. BTW

INSCHRIJVINGSSTAAT

PROJECT : Verhoging Hoornbrug, Verbetering Leefbaarheid Haagweg, Verbreding Tramlijn 15

CONTRACTDEEL : Verhoging Hoornbrug

Kosten

Werk

pakket

Object

Kosten per onderdeel [in Euro’s exclusief btw]

Ontwerp

Ontwerp

P31

n.v.t.

Verificatie

P32

n.v.t.

Realisatie

Voorbereiding

P41

n.v.t.

Uitvoering

P42

n.v.t.

Oplevering en overdracht

P43

n.v.t.

Weginfrastructuur

n.v.t.

1

Haagweg

n.v.t.

1.1.

Aansluitende wegen

n.v.t.

1.2

Traminfrastructuur

n.v.t.

2

Tractie en energievoorziening

n.v.t.

2.1

Spoorconstructie

n.v.t.

2.2

Hoornbrug

n.v.t.

3

Sloop bestaande brug

n.v.t.

3.0

Trambrug

n.v.t.

3.1

Verkeersbruggen

n.v.t.

3.2

Fietsbrug

n.v.t.

3.3

Grondkeringen

n.v.t.

3.4

Vaarweg

n.v.t.

4

Beschoeiing

n.v.t.

4.1

Geleidewerken

n.v.t.

4.2

Omgeving

n.v.t.

5

Grondwerk

n.v.t.

5.1

Subtotaal VERHOGING HOORNBRUG €

Excl. BTW

Ratio INTEGRALE PROJECTKOSTEN €

TOTAAL VERHOGING HOORNBRUG €

TOTAAL VERHOGING HOORNBRUG =

Subtotaal VERHOGING HOORNBRUG / (Subtotaal VERHOGING HOORNBRUG + Subtotaal HAAGWEG EN TRAMBAAN) * Subtotaal INTEGRALE PROJECTKOSTEN + Subtotaal VERHOGING HOORNBRUG

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

| Let op: de inschrijvingssom voor het onderdeel Verhoging Hoornbrug is gelimiteerd tot een |

| plafondbedrag van € 12.100.000,- excl. BTW (zegge: twaalf miljoen honderdduizend euro).” |

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

INSCHRIJVINGSSTAAT

PROJECT : Verhoging Hoornbrug, Verbetering Leefbaarheid Haagweg, Verbreding Tramlijn 15

CONTRACTDEEL : Verbetering Leefbaarheid Haagweg en Verbreding Trambaan 15

Kosten

Werk

pakket

Object

Kosten per onderdeel [in Euro’s exclusief btw]

Realisatie

Aannemingssom uit inschrijvingsstaat bestek (is vanaf volgende pagina toegevoegd, 9 pagina’s)

Subtotaal HAAGWEG en TRAMBAAN €

Excl. BTW

Ratio INTEGRALE PROJECTKOSTEN €

TOTAAL HAAGWEG en TRAMBAAN €

TOTAAL HAAGWEG EN TRAMBAAN = Subtotaal HAAGWEG EN TRAMBAAN / (Subtotaal VERHOGING HOORNBRUG + Subtotaal HAAGWEG EN TRAMBAAN) * Subtotaal INTEGRALE PROJECTKOSTEN + Subtotaal HAAGWEG EN TRAMBAAN

In de nota’s van inlichtingen

Als vraag 7 in de tweede nota van inlichtingen:

“Onderdeel Prijs, 3e bullet: Het niet volledig zijn van de door de opdrachtgever verstrekte inschrijfstaat is voor risico van de opdrachtnemer. Betekent dit dat wij de vrijheid hebben posten aan deze staat toe te voegen?”

Als antwoord op deze vraag:

“Nee, alle kosten dienen te worden ondergebracht in de bestaande posten van de inschrijfstaat. Zie bijlage 1 voor de aangepaste bijlage 2 van de inschrijvingsleidraad zoals die bij deze nota is toegevoegd. Deze bijlage moet ingevuld worden.”

Als antwoord op diverse vragen over de plaats waar bepaalde kosten moeten worden opgenomen: “Zie bijlage 1 voor de aangepaste bijlage 2 van de inschrijvingsleidraad zoals die bij deze nota is toegevoegd. Deze bijlage moet ingevuld worden.”

Als vraag 8 in de derde nota van inlichtingen:

“Wij vragen u het plafondbedrag af te stemmen op de gestelde vraag?”

Als antwoord op deze vraag:

“De inschrijvingssom als genoemd in paragraaf 3.1 van de inschrijvingsleidraad (p.10) voor het onderdeel Verhoging Hoornbrug wordt naar boven bijgesteld. Deze inschrijvingssom wordt gewijzigd van € 12.100.000,- excl. BTW (…) naar een limiet van het plafondbedrag van € 12.596.000,- excl. BTW (…)”

3.4.

Bij brief van 25 februari 2014 heeft de gemeente aan de combinatie [BC] meegedeeld dat de combinatie [BC] niet voor gunning van het werk in aanmerking komt, omdat door de combinatie [BC] geen inschrijving is ingediend. De gemeente verklaart vervolgens voornemens te zijn om het werk op te dragen aan de combinatie Strabag. Uit het bij deze brief gevoegde overzicht blijkt van de uitslag van de beoordelingen van de EMVI-criteria van de in totaal drie door de gemeente ontvangen aanbiedingen. Hieruit blijkt dat de combinatie Strabag een fictieve korting heeft ontvangen van € 4.425.000,00, een inschrijfprijs heeft van € 21.450.000,- en een fictieve inschrijfprijs van € 17.025.000,-, waarmee de combinatie Strabag als eerste is geëindigd. De als tweede geëindigde inschrijver heeft een fictieve korting van € 3.587.500,-, een inschrijfprijs van € 21.900.000,- en een fictieve inschrijfprijs van € 18.312.500,- en deze cijfers van de als derde geëindigde inschrijver zijn respectievelijk € 5.075.000,-, € 24.487.000,- en € 19.412.000,-.

4 Het geschil

4.1.

De combinatie [BC] vordert, zakelijk weergegeven, de gemeente te verbieden over te gaan tot gunning van de opdracht aan de combinatie Strabag en de gemeente te gebieden de opdracht vanaf de selectiefase opnieuw aan te besteden, althans volledig opnieuw aan te besteden, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven, waarbij ofwel het plafondbedrag wordt losgelaten ofwel strikt de hand wordt gehouden aan het plafondbedrag, een en ander met inachtneming van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de gemeente in de kosten van deze procedure en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

Daartoe voert de combinatie [BC] onder meer, kort gezegd, het volgende aan. Een raming door de combinatie [BC] heeft uitgewezen dat er geen geldige en passende aanbieding kan worden gedaan op het onderdeel Hoornbrug beneden het plafondbedrag. Een totaalbedrag van rond € 21.000.000,- of meer is een redelijk bedrag, zo blijkt ook wel uit de totaalbedragen van de drie inschrijvers. Gezien het gehanteerde plafondbedrag voor het onderdeel Hoornbrug moeten de inschrijvers echter allemaal hebben ingeschreven met een bedrag voor het onderdeel Haagweg/Tramlijn van € 8.854.000,- of meer. Dat is beduidend meer dan dat onderdeel daadwerkelijk kost. Daaruit volgt onmiskenbaar dat de drie inschrijvers in strijd met de bedoeling van het bestek het plafondbedrag hebben ontdoken door een deel van de bieding voor het onderdeel Hoornbrug te verplaatsen naar het onderdeel Haagweg/Tramlijn. Het vorenstaande wordt bevestigd door vier onafhankelijke deskundigen, waarvan er twee door de combinatie [BC] zijn ingeschakeld en twee door een andere partij die om dezelfde reden als de combinatie [BC] niet heeft ingeschreven. Vanwege het vorenstaande is er sprake van manipulatieve inschrijvingen. Alle inschrijvers hebben kunnen begrijpen dat het niet de bedoeling is om het plafondbedrag voor het onderdeel Hoornbrug op deze manier te omzeilen. Dat is ongeoorloofd en de gemeente had daarom de inschrijvingen als ongeldig terzijde moeten leggen. Door dit niet te doen handelt de gemeente onrechtmatig jegens de Combinatie [BC]. Zou de combinatie [BC] hebben geweten dat de gemeente in zou stemmen met het verschuiven van bedragen, dan zou zij immers ook een bieding hebben ingediend.

4.3.

De gemeente en de Combinatie Strabag voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.4.

De combinatie Strabag vordert, zakelijk weergegeven, de combinatie [BC] niet-ontvankelijk te verklaren in de vorderingen dan wel de vorderingen af te wijzen en de gemeente te gebieden de opdracht, indien de gemeente deze nog wenst te vergeven, aan geen ander te gunnen dan aan de combinatie Strabag, met veroordeling van de combinatie [BC] en/of de gemeente in de proceskosten in het incident.

4.5.

Verkort weergegeven stelt de combinatie Strabag daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en derhalve bij afwijzing van de vorderingen van de combinatie [BC], nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.

4.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van de combinatie [BC] en de gemeente met betrekking tot de vorderingen van de combinatie Strabag hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

5.1.

Ter zitting is gebleken dat partijen met name verdeeld houdt de hoogte van de door de combinatie Strabag geraamde kosten voor de uit te voeren maatregelen en acties uit het plan van aanpak ad in totaal ongeveer € 2.300.000,- en wijze waarop deze kosten in de inschrijvingsstaat zijn meegenomen. De voorzieningenrechter ziet aanleiding het laatste onderdeel van dit geschilpunt als eerste te beoordelen.

5.2.

De combinatie Strabag heeft toegelicht dat zij veel maatregelen, acties en kwaliteitsaspecten in een plan van aanpak heeft verwerkt en daarmee aan de gemeente heeft aangetoond de meerwaarde te leveren, waar de gemeente om heeft verzocht. Daarmee was immers een aanzienlijke fictieve korting te behalen. De kosten van deze maatregelen en acties, waarvan ter zitting enkele voorbeelden zijn genoemd, zijn door de combinatie Strabag vervolgens zelf toegedeeld aan een van de beide onderdelen van de opdracht en opgenomen bij die onderdelen in de staartkosten onder de post eenmalige kosten. De post eenmalige kosten plan van aanpak in het onderdeel Haagweg/Tramlijn bedraagt bij de combinatie Strabag € 1.850.000,- en de post eenmalige kosten plan van aanpak in het onderdeel Hoornbrug ongeveer € 450.000.000,-.

5.3.

Volgens de gemeente is voormelde inschrijvingswijze van de combinatie Strabag correct. In het licht van de gemotiveerde betwisting van de combinatie [BC] kan dat standpunt echter niet worden gevolgd. De combinatie [BC] heeft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht op gewezen dat de kosten betreffende de verschillende maatregelen en acties uit het plan van aanpak op de inschrijvingsstaat hadden moeten worden vermeld op de pagina van de integrale projectkosten. De stelling van de gemeente dat integrale projectkosten alleen die kosten betreffen die nergens anders thuishoren, zoals de kosten van een projectleider, kan gezien de opzet en inhoud van de inschrijvingsstaat niet worden gevolgd. De inschrijvingsstaat bevat immers een aparte pagina voor de weergave van de integrale projectkosten, waarin deze kosten nader worden gespecificeerd naar kostensoort met bij elke kostensoort een verwijzing naar een werkpakket. De stelling van de combinatie Strabag dat de projectkosten enkel zien op de kosten voor het schrijven van plannen en niet op de kosten voor uitvoering van die plannen kan evenmin worden gevolgd. In de werkpakketten, waarnaar bij de verschillende kostensoorten wordt verwezen, staan onder andere vermeld: maatregelen die moeten worden getroffen, corrigerende maatregelen die moeten worden uitgevoerd, zaken die moeten worden geregistreerd en personen die moeten worden aangesteld. Dat zijn onmiskenbaar uitvoeringswerkzaamheden. De door de combinatie Strabag ter zitting genoemde voorbeelden van maatregelen die zij wil treffen, zoals een tijdelijke verbreding van de rijbaan, een altijd betegeld voetpad, een fietscorridor en ondersteuning van de bevoorrading van winkeliers betreffen naar het oordeel van de voorzieningenrechter maatregelen die aansluiten op de maatregelen als genoemd in het werkpakket verkeer (P26). Daarin is immers bepaald dat de opdrachtnemer maatregelen dient te treffen ter voorkoming van een negatieve beïnvloeding van de veiligheid, dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en voorzieningen gewaarborgd dient te blijven en dat er steeds fietspaden beschikbaar dienen te zijn. De kosten voor deze werkzaamheden dienen dan ook bij dat onderdeel te worden ingevuld. De omstandigheid dat sommige maatregelen wellicht meer – of alleen – betrekking hebben op een van de beide onderdelen van de opdracht, zoals de combinatie Strabag heeft gesteld, maakt het vorenstaande niet anders. De gemeente heeft immers voor de methodiek gekozen waarbij alle projectkosten voor beide onderdelen naar rato over die onderdelen worden verdeeld. Die methodiek is ook niet onbegrijpelijk, nu er sprake is van één samenhangend werk, zoals de gemeente ook heeft verklaard. Overigens kan de voorzieningenrechter de stelling van de combinatie Strabag dat de post eenmalige kosten dé aangewezen post is om al deze kosten op te voeren ook niet volgen, gelet op de zeer gedetailleerde wijze waarop de gemeente haar eisen en wensen heeft beschreven en de wijze waarop alle kosten, gespecificeerd en uitgesplitst, moeten worden opgegeven. Bij een dergelijke uitvraag ligt het naar voorshands oordeel niet voor de hand dat deze zeer verschillende kosten tezamen bij één algemene post eenmalige kosten moeten worden vermeld.

5.4.

Of de handelwijze van de combinatie Strabag ertoe heeft geleid dat zij het plafondbedrag heeft omzeild en/of heeft willen omzeilen, kan in het midden blijven. Nu gebleken is dat de combinatie Strabag bepaalde kosten bij andere posten heeft opgenomen dan waar deze kosten op zien, leidt dat reeds tot de conclusie dat er door de combinatie Strabag een ongeldige inschrijving is gedaan. Voor zover de gemeente dit heeft willen betwisten met haar stelling dat er in de aanbestedingsstukken geen expliciet verbod is opgenomen op het schuiven met kosten, gaat de voorzieningenrechter aan die betwisting voorbij. Zoals de gemeente terecht in haar pleitnota heeft vermeld, heeft een inschrijver de vrijheid om zijn inschrijving naar eigen inzicht op te stellen, maar dient hij hierbij wel te blijven binnen de door de aanbestedende dienst gestelde grenzen. De wijze waarop de inschrijvingsstaat is vormgegeven, in die zin dat kosten in een tabel moeten worden vermeld bij bepaalde posten, leidt reeds tot een duidelijk gestelde grens, namelijk dat de inschrijvingsstaat ook op die aangegeven wijze en dus correct moet worden ingevuld. Het opnemen van een expliciet verbod op het vermelden van kosten bij een andere post dan waar deze kosten volgens de inschrijvingsstaat thuis horen, is daarvoor niet noodzakelijk. Overigens kunnen ook de door de gemeente in de nota’s van inlichtingen weergegeven voorschriften, dat de inschrijvingsstaat moet worden ingevuld en dat er geen posten mogen worden toegevoegd, niet anders worden begrepen dan dat de kosten in de inschrijvingsstaat moeten worden ingevuld bij de post waar deze thuishoren.

5.5.

Het vorenstaande leidt er toe dat de vordering van de combinatie [BC], voor zover die ziet op het verbod aan de gemeente om over te gaan tot gunning van de opdracht aan de combinatie Strabag, voor toewijzing vatbaar is. Een bespreking van de overige stellingen van de combinatie [BC] en de weren van de gemeente en de combinatie Strabag daartegen kan derhalve achterwege blijven. Voor zover de vordering ziet op heraanbesteding, is deze niet toewijsbaar. Er zijn immers nog twee inschrijvers, die volgens de gemeente een geldige inschrijving hebben gedaan, die niet in deze procedure zijn betrokken. De stelling van de combinatie [BC] dat de inschrijfsommen waarmee de drie inschrijvers hebben ingeschreven reeds bevestigen dat zij met kosten hebben geschoven, kan overigens ook niet zonder meer worden gevolgd. Deze inschrijvers kunnen derhalve in beginsel aanspraak maken op gunning, in welk geval er geen noodzaak is voor een heraanbesteding.

5.6.

Nu de gemeente ter zitting heeft toegezegd de te geven beslissing na te leven, bestaat geen reden voor oplegging van een dwangsom.

5.7.

De gemeente zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten van de combinatie [BC]. De beslissing aangaande de vorderingen van de combinatie [BC] brengt mee dat de vorderingen van de combinatie Strabag zullen worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal de combinatie Strabag worden veroordeeld in de proceskosten, welke kosten aan de zijde van de combinatie [BC] en de gemeente worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat zij als gevolg van deze vorderingen extra kosten hebben moeten maken.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verbiedt de gemeente over te gaan tot gunning van de opdracht aan de combinatie Strabag;

- veroordeelt de gemeente om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de proceskosten van de combinatie [BC] aan de combinatie [BC] te betalen, tot dusverre aan de zijde van de combinatie [BC] begroot op € 1.501,52, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 608,-- aan griffierecht en € 77,52 aan dagvaardingskosten;

- bepaalt dat de gemeente bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is;

- veroordeelt de gemeente tevens in de nakosten van de combinatie [BC], forfaitair begroot op € 131,- aan salaris advocaat en bepaalt dat, indien deze kosten niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan, wettelijke rente daarover verschuldigd is;

- bepaalt dat, indien en voor zover de gemeente niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis om die reden door de combinatie [BC] aan de gemeente is betekend, de nakosten worden vermeerderd met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na voormelde aanschrijving tot de dag van algehele voldoening, en met de explootkosten van de betekening van dit vonnis;

- veroordeelt de combinatie Strabag voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen in de kosten van de combinatie [BC] en de gemeente, tot dusverre begroot op nihil;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2014.

ts