Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:7228

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-06-2014
Datum publicatie
31-07-2014
Zaaknummer
C-09-463403 - KG ZA 14-407
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; aanbestedingsrecht; beoordeling kwalitatief criterium; motivering. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat (motivering van) de beoordeling van de inschrijvingen niet voldoet aan de de daaraan te stellen eisen.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/732
JAAN 2014/153 met annotatie van mr. drs. T.H. Chen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank dEN haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/463403 / KG ZA 14-407

Vonnis in kort geding van 6 juni 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Morpho B.V.,

gevestigd te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. L. de Kok te Amsterdam,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Dienst Wegverkeer,

zetelende te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. A. Fischer-Braams te Rijswijk,

waarin is tussengekomen:

de vennootschap naar Fins recht

Gemalto OY,

gevestigd te Vantaa (Finland),

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Morpho’, ‘RDW’ en ‘Gemalto’.

1 Het incident tot tussenkomst en procesverloop

Gemalto heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Morpho en RDW. Ter zitting van 27 mei 2014 hebben Morpho en RDW verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Gemalto is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen. Aan het einde van de zitting heeft Gemalto haar vordering, voor zover gericht tegen RDW, ingetrokken, waardoor aan het resterende deel van haar vordering geen zelfstandige betekenis meer toekomt.

Op verzoek van partijen heeft de behandeling van de zaak in verband met de vertrouwelijkheid van de veiligheidskenmerken van de nieuwe rijbewijskaart achter gesloten deuren plaatsgevonden. Het vonnis – dat in het openbaar wordt uitgesproken – is bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Op 11 juli 2013 heeft RDW de aankondiging gedaan voor de niet-openbare aanbestedingsprocedure voor de opdracht ‘Halffabricaten ten behoeve van Rijbewijskaarten Dienst Wegverkeer’ (hierna ‘de Opdracht’). Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw) van toepassing. Het gunningscriterium is de ‘economisch meest voordelige inschrijving’.

2.2.

De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in onder meer de ‘Offerteaanvraag 2e fase niet openbare procedure RDW – contractnummer 3348’ van 25 november 2013 (hierna ‘de Offerteaanvraag’).

2.3.

Met de aanbestedingsprocedure beoogt RDW een overeenkomst te sluiten voor de ontwikkeling, productie en leverantie van (halffabricaten van) rijbewijskaarten die vervolgens door RDW worden gepersonaliseerd en gedistribueerd.

2.4.

Tussen RDW en de geselecteerde inschrijvers is een geheimhoudingsovereenkomst gesloten op grond waarvan RDW heeft toegezegd dat hij de in de offerte van de inschrijvers opgenomen informatie enkel zal gebruiken ten behoeve van de aanbesteding en de beoordeling van de offerte.

2.5.

In de aanbestedingsprocedure worden naast het (sub)gunningscriterium ‘prijs’ drie kwaliteitscriteria onderscheiden: (i) ‘security design’, (ii) ‘veiligheidskenmerken’ en (iii) ‘grafisch ontwerp’ (de esthetiek). In paragraaf 2.4.2 van de Offerteaanvraag staat met betrekking tot het zogenoemde security design en de veiligheidskenmerken het volgende vermeld:

1) Het security design c.q. het samenspel en samenstel van ontwerp en veiligheidskenmerken.

Het Rijbewijs moet een samenhangend geheel vormen. Het grafisch ontwerp, de in de Rijbewijskaart geïntegreerde veiligheidskenmerken (extra en al dan niet gepatenteerde), de (toekomstige) Chip en de lay-out moeten zodanig op elkaar zijn afgestemd zodat de genoemde onderdelen elkaar versterken en elkaar niet verzwakken. Tevens moet dit samenhangende geheel fraude en vervalsing tegen gaan en/of handhaving faciliteren. Hoe beter dit wordt uitgevoerd en in welke mate fraude en vervalsing worden tegengegaan, hoe hoger de beoordeling.

2) De toe te passen veiligheidskenmerken en de mate waarin deze op zich zelf genomen, fraude en vervalsing tegengaan en/of handhaving faciliteren. Hoe beter dit wordt uitgevoerd, hoe hoger de beoordeling.

Dit houdt dus in dat extra (al dan niet gepatenteerde) beveiligingskenmerken toegepast mogen worden op/in het Halffabricaat.

2.6.

In de Offerteaanvraag is bepaald dat de beoordeling van de kwaliteitsaspecten geschiedt door een speciale beoordelingscommissie aan de hand van de geanonimiseerde inschrijvingen, waarbij de wegingsfactor van security design ten opzichte van de overige kwaliteitsaspecten 50% is. Voorts is bepaald dat de beoordeling van de kwaliteitscriteria van een inschrijving wordt verkregen door een relatieve beoordeling. De gunning vindt vervolgens plaats op basis van de methode van prijscorrectie, waarbij de inschrijfprijs aan de hand van de behaalde kwaliteitsscore volgens de in de Offerteaanvraag beschreven formule wordt gecorrigeerd tot een fictieve inschrijvingsprijs.

2.7.

Na de selectiefase heeft Morpho zich met drie schetsontwerpen (A, Den Bosch, B, Lelystad, C, Zwolle) en Gemalto zich met één schetsontwerp (B, Haarlem) ingeschreven voor de opdracht. De schetsontwerpen van zowel Morpho als Gemalto bevatten als veiligheidskenmerken onder meer een UV-beeld, een MLI (een voelbare lensstructuur) en een OVI (Optisch Variabele Inkt). Als bijzonderheid bevatten de ontwerpen van Morpho (onder meer) een zogenoemd TLN (een nummer in microperforatie van de voorzijde tot de achterzijde van de kaart) en dat van Gemalto (onder meer) een zogenoemd ‘clear window’ (een doorschijnend venster dat eveneens de voor- en achterzijde van de kaart met elkaar verbindt).

2.8.

Bij brief van 17 maart 2014 heeft RDW aan Morpho te kennen gegeven dat Gemalto de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan en dat hij voornemens is de opdracht aan Gemalto te gunnen. De brief bevat een tabel met daarin de scores van de ontwerpen van Morpho en Gemalto op de subgunningscriteria en de uitkomst van de beoordeling door de Beoordelingscommissie. Uit de tabel en de motivering van de Beoordelingscommissie volgt dat de veiligheidskenmerken en het grafisch design van de drie schetsontwerpen van Morpho even hoog of (iets) hoger zijn beoordeeld dan de veiligheidskenmerken en het grafisch design van het ontwerp van Gemalto, maar dat het security design van het ontwerp van Gemalto hoger is beoordeeld dan het security design van de drie ontwerpen van Morpho. De brief vermeldt met betrekking tot de beoordeling van het security design het volgende:

Ontwerp A, Den Bosch

Security design:

“Haarlem is meer intuïtief te controleren door de 1e lijn wat de handhaving beter faciliteert.

Het UV beeld is beter uitgevoerd doordat dit intuïtiever te controleren is.

De achterzijde van het document waarop een dubbele OVI wordt gecombineerd met een 0.0 kinegram is slechter in balans dan Haarlem. Dit verzwakt dit schetsontwerp.

De MLI op de voorzijde van het document wordt minder sterk beveiligd dan schetsontwerp Haarlem.

(…)

Ontwerp B, Lelystad

Security design:

Haarlem is meer intuïtief te controleren door de 1e lijn.

Het UV beeld is beter uitgevoerd doordat dit intuïtiever te controleren is. In dit design is het UV te druk.

De achterzijde van het document waarop een dubbele OVI wordt gecombineerd met een 0.0 kinegram is slechter in balans dan Haarlem. Dit verzwakt dit schetsontwerp.

De MLI op de voorzijde van het document wordt minder sterk beveiligd dan schetsontwerp Haarlem.

Ontwerp C, Zwolle

Security design:

Haarlem is meer intuïtief te controleren door de 1e lijn.

Het UV beeld is beter uitgevoerd doordat dit intuïtiever te controleren is. In dit design is het UV te simplistisch.

De achterzijde van het document waarop een dubbele OVI wordt gecombineerd met een 0.0 kinegram is slechter in balans dan Haarlem. Dit verzwakt dit schetsontwerp.

De MLI op de voorzijde van het document wordt minder sterk beveiligd dan schetsontwerp Haarlem.

2.9.

Naar aanleiding van door Morpho gemaakte bezwaren tegen de gunningsbeslissing heeft op 26 maart 2014 een bespreking plaatsgevonden tussen RDW en Morpho.

2.10.

Bij brief 31 maart 2014 heeft RDW aan Morpho een nadere toelichting verschaft op de gunningsbeslissing. In deze brief schrijft RDW – voor zover hier relevant – het volgende:

De drie subgunningscriteria van par. 2.4.2 van de Offerteaanvraag zijn elk op zich zelf beoordeeld door de externe, onafhankelijke beoordelingscommissie. In die zin is er dus geen relatie tussen de drie subgunningscriteria en hoeft die relatie dus ook niet terug te komen in de beoordeling van het security design. (…)

Daarbij is er op meer aspecten acht geslagen bij het subgunningscriterium ‘security design’ dan bij de subgunningscriteria ‘grafisch ontwerp’ en ‘veiligheidskenmerken’.

(…)

Als voorbeeld: bij het gunningscriterium ‘veiligheidskenmerken’ is niet meegenomen of dit veiligheidskenmerk op de voorzijde of achterzijde van de kaart geplaatst is. Dit is een aspect van het gunningscriterium ‘security design’, verwoord als het aspect ‘lay-out’ in de (…) beschrijving van security design in de Offerteaanvraag.

Naar aanleiding van ons gesprek van 26 maart jl. is aan de externe beoordelingscommissie gevraagd of zij haar motivering nog verder kan toelichten.

De externe beoordelingscommissie heeft hierop beraad gehad en geeft u hierbij een aantal aspecten mee, die als leerpunten kunnen worden gezien.

In de schetsontwerpen van Morpho wordt de pasfoto beschermd door een TLN (Tilted Laser Number). Om te kunnen controleren of er een TLN in het document aanwezig is moet de kaart voor een lichtbron worden gehouden en vervolgens worden gekanteld om de volledige TLN te kunnen lezen. Deze extra handeling is door de externe beoordelingscommissie als minder intuïtief beoordeeld dan bijvoorbeeld het gebruik van een kinegram dat eveneens de pasfoto beschermt, maar waarbij het document alleen maar gekanteld hoeft te worden.

In de schetsontwerpen van Morpho is de MLI (tweede foto in een lensstructuur) beschermd door een Moving Print. Beide (MLI en Moving Print) zijn sterke kenmerken maar beide worden met het oog gecontroleerd. Het winnende schetsontwerp heeft eveneens een tweede foto in de MLI, maar deze wordt beschermd door voelbaar reliëf, waardoor het kenmerk niet alleen op zicht (visueel) maar ook op gevoel (tactiel) kan worden gecontroleerd. De externe beoordelingscommissie heeft dit als sterker beoordeeld. Dit voordeel spreekt temeer als de handhaving moet plaatsvinden in de avond of nachtelijke uren.

Op de keerzijde van de schetsontwerpen heeft Morpho een combinatie van een OVI (inkt die bij beweging van kleur verandert) en een Zero.Zero kinegram gebruikt.

Onder deze combinatie bevindt zich op de schetsontwerpen het logo van de RDW waarbij het beeldmerkgedeelte is aangebracht in OVI. In de schetsontwerpen zijn dus twee OVI’s beoogd die direct boven elkaar zijn gepositioneerd. Hoewel één daarvan nog eens is beveiligd door een Zero.Zero kinegram heeft de externe beoordelingscommissie twee OVI’s als een doublure beoordeeld en daardoor minder goed in balans dan het schetsontwerp ‘Haarlem. Volgens de externe beoordelingscommissie dienen beide veiligheidskenmerken hetzelfde doel en worden ze op vergelijkbare wijze gecontroleerd.

Tevens werd door Morpho aangegeven dat het Zero.Zero kinegram de data op de achterzijde zou beschermen tegen afslijpen en veranderen van data. De externe beoordelingscommissie ziet dit anders omdat het kinegram niet, zoals bij de pasfoto vaak gebeurt, over de data heen werd gepositioneerd, maar alleen in het door Morpho aangegeven kader. Hierdoor is het nog steeds denkbaar dat de tabel met categorieën aangepast wordt door fraudeurs, bijvoorbeeld door partieel afslijpen.

Ten aanzien van de UV bedrukking wordt door de externe beoordelingscommissie aangegeven dat in de schetsontwerpen van Morpho weliswaar een UV bedrukking aanwezig was, maar dat deze in uitvoering van elkaar, verschillen, waardoor de toegekende scores op het gunningscriterium security design verschillend uitvallen.

3 Het geschil

3.1.

Morpho vordert, zakelijk weergegeven:

(a) RDW te gebieden haar voornemen tot gunning aan Gemalto in te trekken;

(b) primair: RDW te gebieden een herbeoordeling te doen plaatsvinden en daarbij een nieuwe beoordelingscommissie aan te stellen, dan wel subsidiair: RDW te gebieden de lopende aanbestedingsprocedure af te breken en, indien zij de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot heraanbesteding;

(c) RDW te gebieden een eventueel door Morpho in te stellen hoger beroep af te wachten alvorens zij tot definitieve gunning overgaat;

(d) RDW te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Daartoe stelt Morpho het volgende. Hoewel Morpho beter dan Gemalto heeft gescoord op de subgunningscriteria ‘veiligheidskenmerken’ en ‘grafisch design’ zijn de schetsontwerpen van Morpho op het subgunningscriterium ‘security design’, en daardoor ook in het eindresultaat, lager beoordeeld dan dat van Gemalto. De motivering van de gunningsbeslissing maakt onvoldoende inzichtelijk hoe de score van Morpho op ‘security design’ tot stand is gekomen. Ook uit de aanvullende motivering, die RDW heeft gegeven in zijn brief van 31 maart 2014, valt onvoldoende te herleiden hoe de in paragraaf 2.4.2 van de Offerteaanvraag vermelde subsubgunningscriteria van ‘security design’ zijn beoordeeld en hoe deze beoordelingen zijn meegewogen in de uiteindelijk voor ‘security design’ toegekende score. Uit de aanvullende motivering blijkt voorts dat de Beoordelingscommissie op onderdelen is uitgegaan van een aantal verkeerde aannames en dat zij op basis hiervan onjuiste conclusies heeft getrokken over de schetsontwerpen van Morpho en Gemalto en de verschillen daartussen.

Gelet op het voorgaande kan de gunningsbeslissing niet in stand blijven en dient RDW, indien zij de opdracht nog wenst te gunnen, over te gaan tot herbeoordeling dan wel heraanbesteding. Aangezien Morpho een groot belang heeft bij het verkrijgen van de opdracht, heeft zij er recht op en belang bij dat RDW de uitkomst van een eventueel door Morpho tegen dit vonnis in te stellen hoger beroep afwacht, alvorens zij tot definitieve gunning van de opdracht overgaat.

3.3.

RDW en Gemalto voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de (voorlopige) gunningsbeslissing van RDW ten gunste van Gemalto in stand kan blijven. Hierbij komt het in de eerste plaats aan op het antwoord op de vraag of de motivering van de gunningsbeslissing, met name op het subgunningscriterium ‘security design’ voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

4.2.

Zoals de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer heeft overwogen in een vonnis van 6 maart 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:2761) is enige mate van subjectiviteit inherent aan de beoordeling van een kwalitatief criterium. Weliswaar staat dat (enigszins) op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar dat behoeft – op zichzelf – nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht c.q. die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een kandidaat-inschrijver volstrekt duidelijk is wat van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van en overeenkomstig een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt de rechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief criterium. Ook in de onderhavige aanbesteding moet aan de aangewezen beoordelaars – van wie de deskundigheid in het betreffende veld niet ter discussie staat – dienaangaande de nodige vrijheid worden gegund. Dat klemt te meer nu van de rechter niet kan worden verlangd dat hij specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Slechts indien sprake is van – procedurele dan wel inhoudelijke – onjuistheden c.q. onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de (voorlopige) gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter. Dit vormt op zichzelf ook geen punt van discussie.

4.3.

Het betoog van Morpho valt in drie delen uiteen. In de eerste plaats heeft zij betoogd dat RDW bij de beoordeling niet op alle deelaspecten van het subgunningscriterium ‘security design’ is ingegaan, in de tweede plaats heeft zij betoogd dat de gegeven motivering niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en in de derde plaats dat de Beoordelingscommissie is uitgegaan van verkeerde aannames. Deze kwesties komen hierna achtereenvolgens aan de orde.

4.4.

De stelling van Morpho dat de Beoordelingscommissie ten onrechte niet alle in paragraaf 2.4.2 van de Offerteaanvraag vermelde aspecten in haar motivering heeft opgenomen moet worden verworpen. Anders dan Morpho kennelijk meent, zijn de in die paragraaf vermelde aspecten (zoals ‘samenhangend geheel’, ‘fraudepreventie’ en ‘handhaving’) niet aan te merken als (sub)subgunningscriteria. Deze en de andere door Morpho onderscheiden deelaspecten van ‘security design’ behoefden dan ook niet afzonderlijk door de Beoordelingscommissie te worden beoordeeld of gemotiveerd.

4.5.

Uit de omstandigheid dat de schetsontwerpen van Morpho op de kwaliteitscriteria ‘veiligheidskenmerken’ en ‘grafisch design’ hoger zijn beoordeeld dan het schetsontwerp van Gemalto volgt niet zonder meer dat de schetsontwerpen van Morpho dan ook op het (zwaarwegende) kwaliteitscriterium ‘security design’ hoger moeten scoren dan dat van Gemalto. Een objectieve uitleg van de in paragraaf 2.4.2 van de Offerteaanvraag gegeven omschrijving van ‘security design’ brengt mee dat de score op ‘security design’ hoger uitvalt naar mate het samenhangend geheel van het ontwerp en de onderlinge veiligheidskenmerken fraude en vervalsing tegengaan en/of handhaving faciliteren. Dit impliceert dat een ontwerp dat ten opzichte van een ander ontwerp hoger scoort op de afzonderlijke veiligheidskenmerken en het grafisch design, door de samenhang tussen die veiligheidskenmerken en het design lager kan scoren op het onderdeel security design en daardoor een lagere totaalscore behaalt. Dit behoeft dan wel enige motivering. Anders dan Morpho heeft betoogd, kan bij de beoordeling ook betekenis worden toegekend aan de mate waarin een ontwerp intuïtief controleerbaar is of waarin een ontwerp “in balans” is. Een ontwerp dat intuïtief controleerbaar is, zal fraude en vervalsing tegengaan en handhaving faciliteren. Indien een ontwerp “in balans is”, zegt dat iets over het samenstel en samenspel van de veiligheidskenmerken en het design van het ontwerp.

4.6.

De door RDW bij de gunningsbeslissing gegeven toelichting, waarin wordt verwezen naar de beoordeling door de Beoordelingscommissie van de schetsontwerpen van Morpho ten opzichte van die van Gemalto, bevat vier elementen op grond waarvan het security design van de ontwerpen van Morpho lager is beoordeeld dan dat van Gemalto. Naar het oordeel van de Beoordelingscommissie is het ontwerp van Gemalto intuïtiever te controleren in de eerste lijn en is het UV beeld beter uitgevoerd en intuïtiever te controleren, terwijl de dubbele OVI op de ontwerpen van Morpho te beschouwen is als een doublure en de MLI op de voorzijde van die ontwerpen minder sterk beveiligd zou zijn dan dat van Gemalto. Deze uitleg wordt nader uitgewerkt in de in de brief van 31 maart 2014 gegeven nadere motivering, zoals weergegeven in 2.10. Uit die nadere uitleg volgt dat de Beoordelingscommissie bij haar beoordeling onder meer in aanmerking heeft genomen dat:

  • -

    voor de controle van het TLN het nodig is om het ontwerp te kantelen en in een lichtbron te houden, terwijl voor de controle van, bijvoorbeeld, een kinegram het enkel nodig is om een ontwerp te kantelen;

  • -

    de MLI met daaromheen een voelbaar reliëf van het winnend ontwerp van Gemalto hoger wordt beoordeeld dan het MLI met Moving Print van Morpho;

  • -

    de dubbele OVI, waarvan een beschermd met een Zero.Zero kinegram “minder in balans is” dan het ontwerp van Gemalto.

4.7.

Aan Morpho moet worden toegegeven dat de door RDW aan Morpho gegeven toelichting (in ieder geval voor zover deze op schrift is gesteld) – wellicht ingegeven door de geheimhoudingsovereenkomst – op het eerste gezicht wat summier overkomt. Hoewel het een relatieve beoordeling betreft, wordt uit de motivering niet steeds duidelijk met welke elementen van het ontwerp van Gemalto de elementen van de ontwerpen van Morpho zijn vergeleken. Daaruit volgt evenwel nog niet dat de motivering niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Aangezien Gemalto ter zitting een toelichting heeft gegeven op haar schetsontwerp, zal dat ontwerp worden betrokken bij de beoordeling van de door Morpho tegen de motivering van de Beoordelingscommissie aangevoerde bezwaren.

4.8.

Het bezwaar van Morpho dat volgens de geldende normen een TLN beter beschermt dan een transparant kinegram en dat de controleurs in Nederland vertrouwd zijn met het TLN, zodat een TLN wel intuïtief te controleren is, moet worden verworpen. In de eerste plaats heeft Gemalto onweersproken aangevoerd dat zij niet heeft ingeschreven met een transparant kinegram maar met een zogenoemd “clear window”, zodat Morpho bij haar bezwaar van een onjuiste veronderstelling uitgaat. In de tweede plaats heeft Morpho erkend dat voor de controle van het TLN twee handelingen (kantelen en het houden voor een lichtbron) nodig zijn. Ter zitting heeft Gemalto onweersproken gesteld dat haar “clear window” zonder lichtbron te controleren is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is

de beoordeling van de Beoordelingscommissie dat het TLN minder intuïtief is, dan ook niet onbegrijpelijk.

4.9.

Ook het bezwaar van Morpho dat zij, net als Gemalto, op haar schetsontwerpen een voelbaar reliëf heeft aangebracht, moet worden gepasseerd. De Beoordelingscommissie heeft het MLI van Gemalto sterker beoordeeld omdat het is omgeven door een reliëf. Dat een MLI sowieso voelbaar is en dat Morpho haar ontwerpen op een andere plaats ook heeft voorzien van een reliëf, doet aan dat oordeel niet af. Het oordeel dat het samenstel van een MLI en een reliëf sterker wordt beoordeeld dan een MLI (met Moving Print), is binnen het kader van de beoordelingsvrijheid van de Beoordelingscommissie niet onbegrijpelijk.

4.10.

Hetzelfde geldt met betrekking tot het bezwaar dat Morpho naar voren heeft gebracht met betrekking tot de (al dan niet dubbele) OVI. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het niet onbegrijpelijk dat het tweemaal aanwenden van hetzelfde veiligheidskenmerk (een OVI met RDW-logo en een OVI met Zero.Zero kinegram) wordt beschouwd als een doublure, aangezien deze kenmerken – voor zover het de OVI betreft – logischerwijs dezelfde veiligheid bieden en zich op dezelfde wijze laten controleren. Dat deze gedeeltelijke doublure als minder sterk wordt beoordeeld, acht de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk. Dit geldt temeer nu Gemalto onweersproken heeft gesteld dat haar ontwerp ook een OVI bevat en niet aannemelijk is geworden dat de (al dan niet dubbele) OVI, in combinatie met het Zero.Zero kinegram van Morpho evident beter is dan het samenstel van veiligheidskenmerken op het ontwerp van Gemalto.

4.11.

Ook het bezwaar met betrekking tot het UV-beeld moet worden verworpen. Ter zitting is aannemelijk geworden dat het door Morpho gebruikte UV-beeld (althans op één van haar kaarten) bestaat uit een wirwar van pijlen, terwijl het door Gemalto gebruikte UV-beeld een soort verkeerslicht weergeeft. In dat licht bezien, is het oordeel van de Beoordelingscommissie dat het UV-beeld van Gemalto zich intuïtiever laat controleren begrijpelijk. Bij controle is de juistheid van het (eenvoudigere) UV-beeld van Gemalto immers makkelijker vast te stellen dan van dat van Morpho. Of deze controle nu moet worden aangemerkt als tweedelijns controle (omdat er een UV-lamp voor nodig is) of als eerstelijnscontrole (omdat een UV-lamp in toenemende mate in de eerste lijn wordt gebruikt) is daarbij niet relevant.

4.12.

RDW heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de ter zitting bij repliek nog door Morpho tegen het ontwerp van Gemalto aangevoerde bezwaren met betrekking tot de edge sealer en de tactiele onderdelen in de gepersonaliseerde omgeving van het ontwerp. Op basis van het beperkte, in het kader van dit kort geding gevoerde debat, is onvoldoende aannemelijk geworden dat het schetsontwerp van Gemalto niet voldoet aan de door RDW gestelde eisen en dat de gunningsbeslissing daarom niet in stand zou kunnen blijven.

4.13.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van Morpho tot intrekking van de gunningsbeslissing en de herbeoordeling dan wel heraanbesteding moeten worden afgewezen. Voor toewijzing van het door Morpho gevorderde gebod aan RDW om de definitieve gunning uit te stellen in afwachting van de uitkomst van een door Morpho in te stellen hoger beroep bestaat geen grond. Niet valt in te zien op welke grond de thans verworpen bezwaren van Morpho ertoe zouden moeten leiden dat de definitieve gunning van de opdracht wordt uitgesteld. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat RDW onweersproken heeft gesteld dat hij er belang bij heeft dat de productie en uitgifte van de Rijbewijskaarten volgens planning zullen verlopen, terwijl Morpho ook na de gunning nog altijd de mogelijkheid heeft om voor de door haar geleden schade in een bodemprocedure verhaal te zoeken.

4.14.

Slotsom van het voorgaande is dat de vorderingen van Morpho moeten worden afgewezen. Zij zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt Morpho in de proceskosten, aan de zijde van zowel RDW als Gemalto tot dusver telkens begroot op € 1.424,-, waarvan € 608,- aan griffierecht en € 816,- aan salaris advocaat;

- veroordeelt Morpho tevens in de nakosten, forfaitair begroot op € 131,- aan salaris advocaat aan de zijde van zowel RDW als Gemalto;

- bepaalt dat, indien niet binnen veertien dagen na heden aan voormelde proceskosten-veroordeling(en) is voldaan, wettelijke rente daarover verschuldigd is;

- bepaalt dat, indien en voor zover Morpho niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis om die reden door RDW en/of Gemalto aan Morpho is betekend, de nakosten worden vermeerderd met een bedrag van € 68,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na voormelde aanschrijving tot de dag van algehele voldoening, en met de explootkosten van de betekening van dit vonnis;

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken door mr. G.P. van Ham op 6 juni 2014.

wj