Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:6532

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-05-2014
Datum publicatie
27-08-2015
Zaaknummer
C-09-466320 - KG ZA 14-599
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering van persfotograaf om foto's te maken van het (eigenlijke) vergassen van ganzen bij Schiphol afgewezen, wegens gebrek aan belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/466320 / KG ZA 14-599

Vonnis in kort geding van 21 mei 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. M. Herens te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(ministerie van Infrastructuur en Milieu),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. S.M. Kingma te Den Haag.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als ' [eiser] ' en 'de Staat'.

1 Het procesverloop

Op basis van een concept-dagvaarding zijn partijen vrijwillig verschenen op de zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 21 mei 2014 te 16.30 uur. Na afloop van de behandeling van de zaak heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 21 mei 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

[eiser] is freelance journalist en persfotograaf en als zodanig lid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

2.2.

Met het oog op de veiligheid van het vliegverkeer van en naar Schiphol worden op een bepaald moment van ieder jaar ganzen die zich in de nabijheid van Schiphol bevinden vergast. De procedure is aldus dat de ganzen groepsgewijs worden bijeengedreven in allereerst een 'kraal' en vervolgens een afgesloten vergassingsbak, waarin de vergassing plaatsvindt. Vervolgens worden de - overleden - ganzen naar een poelier gebracht, waarna ze ter consumptie worden aangeboden.

2.3.

In 2014 begint de vergassing van de ganzen op 22 mei. Daartoe heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu (hierna 'het Ministerie') een opdracht verstrekt aan Duke Faunabeheer (hierna 'Duke').

2.4.

[eiser] is voornemens om ten behoeve van NRC Handelsblad en Hollandse Hoogte een fotoreportage te maken van de vergassingsprocedure. Daarvan wil hij onderdeel laten uitmaken het moment dat de ganzen daadwerkelijk worden vergast in de speciaal daarvoor ingerichte bak. In verband daarmee wenst hij in de bak een camera te plaatsen, die door hem van buitenaf wordt bediend.

2.5.

[eiser] heeft op 1 en 23 april 2014 aan het Ministerie verzocht om in 2014 als persfotograaf aanwezig te mogen zijn bij het vergassen van de ganzen rondom Schiphol.

2.6.

Bij e-mailbericht van 29 april 2014 heeft (een persvoorlichtster van) het Ministerie het volgende bericht aan [eiser] :

"Zoals ook besproken in ons telefoongesprek heb je verzocht om net als vorig jaar aanwezig te zijn op de eerste dag van de vangacties en mee te lopen met het bedrijf Duke Faunabeheer. Onze toestemming betreft het mogen maken van foto's. Duke Faunabeheer heeft geen bezwaar tegen het maken van beelden maar het ministerie gevraagd om jou daarvoor toestemming te geven. Op de betreffende dag kun je de ganzen van dichtbij fotograferen mits dit het werk van Duke Faunabeheer niet belemmert. Hierover dienen werkbare afspraken te worden gemaakt met Duke Faunabeheer en eventueel de beheerder van de locatie met het oog op de veiligheid en gezondheid van aanwezigen, bezoekers en werknemers. (…)"

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert de Staat, op straffe van verbeurte van een dwangsom:

I. te bevelen [eiser] onmiddellijk toe te staan de - door Duke uit te voeren - vergassing van ganzen rondom Schiphol te fotograferen door het plaatsen van een fotocamera in de vergassingsbak die door [eiser] van buitenaf wordt bediend;

II. te veroordelen om de instructie aan Duke om [eiser] niet toe te staan de vergassing te fotograferen in te trekken;

een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

3.2.

Samengevat voert [eiser] daartoe het volgende aan.

Aanvankelijk had [eiser] toestemming van het Ministerie om de vergassing van de ganzen te fotograferen. Op 21 mei 2014 is die toestemming echter ingetrokken, omdat het Ministerie het op beeld vastleggen van de vergassing onsmakelijk en shockerend vindt. [eiser] heeft over de fotoreportage ook contact gehad met Duke. Zij heeft daartegen geen bezwaar, maar stelt zich op het standpunt dat het fotograferen van de ganzen in de vergassingsbak slechts kan worden toegestaan indien haar opdrachtgever - het Ministerie - ermee instemt, wat niet het geval is. Door het onthouden van toestemming aan het maken van foto's in de vergassingsbak, handelt het Ministerie onrechtmatig jegens [eiser] . Daarmee worden immers de persvrijheid en het recht op vrije nieuwsgaring geschonden.

3.3.

De Staat heeft de vorderingen van [eiser] gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Vooropgesteld wordt dat deze procedure enkel betrekking heeft op het fotograferen van het eigenlijke vergassen van de ganzen door middel van een - van buitenaf bedienbare - camera in de vergassingsbak. De aanwezigheid van [eiser] bij het vergassingsproces en het op beeld vastleggen van alle andere onderdelen die daarvan deel uitmaken zijn niet in geschil.

4.2.

De Staat heeft gemotiveerd weersproken dat hij geen toestemming geeft voor het fotograferen van de ganzen in de vergassingsbak. Hij stelt dat hij daartegen - voor zover het hem zelf aangaat - geen bezwaar heeft, maar dat de beslissingsbevoegdheid daarover uitsluitend bij Duke ligt. De Staat vindt dat de vergassing van de ganzen zo zorgvuldig mogelijk moet plaatsvinden en heeft (mede) om die reden Duke, als professional, ingeschakeld. Volgens de Staat heeft het Ministerie verschillende malen overleg gehad met Duke over de wens van [eiser] en gaf Duke daarbij steeds aan daartegen bezwaar te hebben. Duke is van mening dat het fotograferen in de vergassingsbak extra leed en letsel kan toebrengen aan de ganzen, aldus de Staat.

4.3.

Op grond van het voorgaande kan in het beperkte bestek van de onderhavige procedure niet worden aangenomen dat (de opstelling van) het Ministerie in de weg staat aan het fotograferen door [eiser] van de ganzen in de vergassingsbak. De in 3.1 onder I vermelde vordering strekt er in feite toe om de Staat tot iets te bewegen of te dwingen wat - volgens diens eigen stellingen - reeds zijn instemming heeft. Vooralsnog is er geen aanleiding te twijfelen aan de oprechtheid van de Staat, waar hij stelt zelf geen beletsel op te (zullen) werpen tegen het maken van de betreffende foto's. Daar komt bij dat toewijzing van de vordering niet behoeft te leiden tot het door [eiser] beoogde gevolg. Het gevorderde bevel richt zich immers enkel tot de Staat, terwijl partijen het op zichzelf erover eens zijn dat het uiteindelijk van Duke afhangt of de foto's mogen worden gemaakt. In die omstandigheid brengt juistheid van de stelling van de Staat dat Duke niet instemt met het fotograferen in de vergassingsbak - wat in dit kort geding niet kan worden uitgesloten - dus nog niet mee dat na toewijzing van de vordering de foto's ook kunnen worden gemaakt. Bij die stand van zaken moet worden geconcludeerd dat [eiser] geen belang heeft bij toewijzing van de hier besproken vordering.

4.4.

Gelet op het voorgaande en op het beperkte karakter van dit kort geding, kan ook niet worden aangenomen dat het Ministerie aan Duke de instructie heeft verstrekt om het fotograferen door [eiser] van de eigenlijke vergassing te verbieden. Daarmee is ook de onder 3.1 onder II vermelde vordering niet toewijsbaar.

4.5.

De slotsom is dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.

4.6.

[eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van [eiser] af;

- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van de Staat begroot op € 1.424,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 608,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2014.

jvl