Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:6160

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-05-2014
Datum publicatie
06-06-2014
Zaaknummer
C-09-440690 - HA RK 13-180
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rijkswet op het Nederlanderschap (artikel 4 lid 1). Togoleese uitspraak waarin is vastgesteld dat verzoeker de vader is van de minderjarige wordt in Nederland erkend. Minderjarige daardoor in bezit gekomen van de Nederlandse nationaliteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/440690 / HA RK 13-180

Beschikking van 15 mei 2014

in de zaak van

1 [A],

verder te noemen ‘[A]’,

2. [B],

verder te noemen ‘[B]’,

in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige

[C],

verder te noemen ‘[C]’,

wonende te [woonplaats], Togo,

verzoekers,

advocaat mr. B.H. Werink te Groningen,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN

(Ministerie van Veiligheid en Justitie,

Immigratie- en Naturalisatiedienst),

verder te noemen ‘de IND’,

zetelende te Den Haag,

vertegenwoordigd door mr. Y.J. Kern.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 9 april 2013 ingekomen verzoekschrift,

  • -

    de brieven van mr. Werink van 11 juli 2013, 20 november 2013, 5 december 2013 en

17 maart 2014,

- de brieven van de IND van 28 mei 2013, 11 oktober 2013, 23 januari 2014 en

12 februari 2014,

- de brief van de officier van justitie van 20 maart 2014.

1.2.

Partijen hebben te kennen gegeven af te zien van een mondelinge behandeling van het verzoekschrift.

2 Het verzoek

2.1.

Verzoekers verzoeken de rechtbank vast te stellen dat tussen [B] en [A] een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen en/of dat tussen [C] en [B] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Tevens verzoeken zij de rechtbank vast te stellen dat [C] door erkenning op 17 september 2010 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.

2.2.

Zij voeren daartoe het volgende aan. [C] is op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] (Togo) geboren als zoon van de ongehuwde [A]. [B] is de biologische vader van [C]. Ten tijde van de geboorte van [C] was [B] gehuwd met [D]. Dit huwelijk is door overlijden van [D] op 21 januari 2012 ontbonden. De rechtbank in Lomé heeft op 17 september 2010 bepaald dat [B] de vader is van [C]. Op dat moment bestond tussen [B] en [A] een band die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. Bovendien bestond er tussen [C] en [B] een nauwe persoonlijke betrekking. Hieruit volgt dat [B], ondanks de omstandigheid dat hij op dat moment gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van [C], over kon gaan tot erkenning van [C]. Op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) is [C] door de erkenning op 17 september 2010 in het bezit gekomen van de Nederlandse nationaliteit, aldus verzoekers.

3 Het standpunt van de IND en van de officier van justitie

3.1.

De IND gaat ervan uit dat naar Togolees recht gerechtelijk is vastgesteld dat [B] de vader is van [C] en dat de Togoleese uitspraak van 17 september 2010 naar Nederlands recht kan worden erkend. Op grond van artikel 4 lid 1 RWN (2003) heeft [C] het Nederlanderschap verkregen.

3.2.

Uit de mededeling van de officier van justitie dat er geen behoefte bestaat aan het bijwonen van een zitting leidt de rechtbank af dat de officier van justitie zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.

4 De beoordeling

4.1.

De IND heeft een aantal van de door verzoekers overgelegde documenten laten beoordelen door de documentdeskundige van de unit Nationaliteit en Naturalisatie. Deze deskundige is tot de conclusie gekomen dat er geen twijfel bestaat over de echtheid van de geboorteregistratie en van de overgelegde brondocumenten. Ook wordt niet betwijfeld dat de documenten zijn afgegeven door de daartoe bevoegde instanties en dat zij zijn gelegaliseerd door de Nederlandse vertegenwoordiging in Accra.

4.2.

De rechtbank is niet gebleken van enige reden waarom aan de conclusie van voormelde deskundige getwijfeld zou moeten worden. Dit heeft tot gevolg dat voldoende vast is komen te staan dat [C] op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] is geboren uit een relatie van de ongehuwde [A] met de gehuwde [B], van Nederlandse nationaliteit.

4.3.

Ten tijde van de geboorte van [C] luidde artikel 4 lid 1 RWN:

In afwijking van artikel 3 wordt Nederlander het kind van een persoon wiens vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld, indien het kind op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was en de vader op de in de volgende zin bedoelde dag Nederlander is,(…). Betreft het een buitenlandse rechterlijke uitspraak dan verkrijgt het kind het Nederlanderschap op de dag waarop deze uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen.

4.4.

Bij uitspraak van 17 september 2010 heeft het Tribunal de premiere instance de Lomé chambre civile et commerciale, onder meer vastgesteld dat [B] de vader is van [C]. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De griffier van genoemd Tribunal heeft op 22 november 2013 een verklaring afgegeven waaruit blijkt dat geen bezwaar of beroep is ingesteld tegen de uitspraak van 17 september 2010.

4.5.

Artikel 10:100 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een in het buitenland tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijk beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd, in Nederland van rechtswege wordt erkend. Het artikel noemt verder enkele gronden waarop erkenning achterwege dient te blijven. De rechtbank is gebleken dat aan de voorwaarden van artikel 10:100 BW is voldaan en dat geen van de uitzonderingsgronden van toepassing is.

4.6.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de Togoleese uitspraak waarin is vastgesteld dat [B] de vader is van [C] in Nederland wordt erkend en dat [C] daardoor op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 RWN (2003) in het bezit is gekomen van de Nederlandse nationaliteit. Niet is duidelijk wanneer de Togoleese uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen. Nu echter de griffier van het betreffende Tribunal heeft verklaard dat tegen de uitspraak van 17 september 2010 geen beroep is ingesteld en de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zal de rechtbank bepalen dat [C] vanaf 17 september 2010 in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

4.7.

Nu reeds op voormelde grond wordt vastgesteld dat [C] in het bezit is gekomen van de Nederlandse nationaliteit behoeft in het kader van deze op artikel 17 RWN gegronde procedure geen beslissing meer te worden genomen op hetgeen meer of anders is verzocht.

5 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat [C], geboren op [geboortedag] 2009 te [geboortedag] in Togo, vanaf 17 september 2010 in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit,

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2014.1

1 type: 206coll: