Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:6050

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-05-2014
Datum publicatie
28-08-2014
Zaaknummer
09-993012-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op zeer geraffineerde en gewiekste wijze fraude gepleegd met SCC- en VCA-veiligheidscertificaten. Op deze manier kregen personen veiligheidscertificaten uitgereikt terwijl zij niet over de vereiste kennis beschikten. Verdachte heeft door zijn handelen het systeem dat erop gericht is om gevaarlijke situaties en ongelukken op de werkvloer terug te dringen, ernstig ondermijnd. Verdachtes opvatting dat er te veel eisen worden gesteld aan bepaalde soorten werknemers en dat hij juist die werknemers tegen betaling ‘hielp’ aan een veiligheidscertificaat, geeft blijk van het ontbreken van enig inzicht in de verwerpelijkheid van zijn veiligheidsondermijnende gedrag.

Gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/993012-11

Datum uitspraak: 16 mei 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag]1957 te [geboorteplaats],

opgegeven adres: [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 20 februari 2013 en 2 mei 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. van de Kerkhof en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Breda, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 2 mei 2014 - ten laste gelegd dat:

1.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009,

in ieder geval op of omstreeks 28 maart 2009 en/of 29 maart 2009 en/of 4 april 2009 en/of 11 april 2009 en/of 18 april 2009,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meerdere antwoordformulier(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)'

waaronder (onder meer)

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon C.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 69-246);

en/of

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon D.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 71-246);

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

(zakelijk weegegeven) op/in die/het antwoordformulier(en) de door de kandida(a)t(en) onjuist gegeven antwoord(en) doorgehaald en/of doen doorhalen en/of (een) krui(s)(zen) in het juiste antwoordvakje neergezet en/of doen neerzetten,

(terwijl de kandida(a)t(en) in werkelijkheid de op het/die antwoordformulier(en) onjuist gegeven antwoord(en) had(den) ingevuld, waarvan als gevolg de kandida(a)t(en) het certificaat van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' niet zou(den) behalen)

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009,

in ieder geval op of omstreeks 28 maart 2009 en/of 29 maart 2009 en/of 4 april 2009 en/of 11 april 2009 en/of 18 april 2009,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA.,

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) of meer certifica(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)'

in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of mededader(s),

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven –

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

op/in de door de kandida(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' ingevulde(n) antwoordformulier(en) onjuist gegeven antwoord(en) doorgehaald en/of doen doorhalen en/of (een) krui(s)(zen) in het juiste antwoordvakje neergezet en/of doen neerzetten,

waaronder op (onder meer)

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon C.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 69-246);

en/of

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon D.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 71-246);

en/of

gezonden naar TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA.,

waardoor (telkens) ((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA. werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

2.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 januari 2011,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA en/of Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) of meer certifica(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' en/of van het 'Basisveiligheid VCA Diploma',

in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of mededader(s),

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan de kandida(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' en/of van het 'Basisveiligheid VCA Diploma',

waaronder onder meer aan [persoon A.] (D/061),

de juiste antwoorden voorgezegd via een portofoon, welke in verbinding stond met (meerdere) (een) oortje(s) met een ontvanger, die verstopt zat(en) in een portemonnee, die de kandida(a)t(en) uitgereikt kregen;

en/of

de juiste antwoorden doorgegeven via een beamerscherm met ledverlichting, waar bij elke vraag een lampje ging branden, die symbool stond voor een van de antwoordmogelijkheden;

en/of (vervolgens) de/het aldus tot stand gekomen antwoord(en)/antwoordformulier(en) naar/bij TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland) gezonden/bezorgd en/of doen zenden/bezorgen,

en/of (vervolgens) de/het aldus tot stand gekomen antwoord(en)/antwoordformulier(en) naar/bij TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland) gezonden/bezorgd en/of doen zenden/bezorgen,

waardoor (telkens) ((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland), werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

3.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 december 2009,

in ieder geval op of omstreeks 29 maart 2009 en/of 7 november 2009 en/of 13 november 2009 en/of 21 november 2009 en/of 19 december 2009,

te 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meerdere door TÜV SÜD Akademie uitgegeven certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' en/of 'Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern';

waaronder (onder meer)

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon B.], geboren am 06-02-1970 in Watbrzych' met examendatum 29-03-2009 te 's-Gravenhage (D/001 14-246) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon C.], geboren am 30-10-1986 in Rotterdam' met examendatum 29-03-2009 te 's-Gravenhage (D/001 16-246) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon E.], geboren am 11-08-1979 in Izmir' met examendatum 07-11-2009 te Rotterdam (D/008 48-50) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon F.], geboren am 06-12-1981 in Bielawa' met examendatum 13-11-2009 te 's-Gravenhage (D/023-17) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon G.], geboren am 18-01-1968 in Sapes' met examendatum 21-11-2009 te Rotterdam (D/008 30-50) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon H.], geboren am 08-08-1984 in 's-Gravenhage' met examendatum 19-12-2009 te Rotterdam (D/008 24-50);

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) valselijk

- immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

(zakelijk weegegeven) op/in die/het certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) vermeld dat de/het certifica(a)t(en) zijn uitgegeven door TÜV SÜD Akademie aan bovengenoemde kandida(a)t(en) op bovengenoemde examendata,

(terwijl in werkelijkheid TÜV SÜD Akademie bovengenoemde certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) niet heeft uitgegeven aan bovengenoemde kandida(a)t(en) en/of op bovengenoemde examendata

en/of door TÜV SÜD Akademie geen certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) na 4 april 2009 meer heeft uitgegeven aan kandidaten

en/of terwijl er sprake is van een geheel nagemaakt(en) certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) )

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding1

Verdachte had de leiding bij VOTA Advies B.V. en VOTA Opleidingen B.V.2 (hierna: VOTA). VOTA bood opleidingen aan waarmee diploma’s dan wel certificaten van het Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers (VCA) systeem en de Duitse equivalent Sicherheit Certificat Contractor (SCC) konden worden behaald.

Het VCA-systeem is ontwikkeld door en voor de (petrochemische) industrie om op een verantwoorde wijze te werken en om ongevallen te voorkomen. De VCA-examens zijn erop gericht kandidaten bewust te maken van de gevaren waar ze mee te maken krijgen of die ze zelf kunnen veroorzaken dan wel voorkomen.

Nadat een SCC-examen met goed gevolg is afgelegd worden (door tussenkomst van TÜV SÜD Benelux BVBA) SCC-certificaten van de Duitse TÜV SÜD Akademie GmbH afgegeven (beide instellingen hierna ook aangeduid als ‘TÜV’ en ‘TÜV SÜD’). Nadat een VCA-examen met goed gevolg is afgelegd worden door - onder meer - de Algemene Exameninstelling Holland VCA-diploma’s namens het Examencentrum VCA afgegeven.3

Verdachte wordt er – kort gezegd – onder feit 1 van verdacht dat hij samen met een medeverdachte (examinator [getuige]) antwoordformulieren heeft aangepast waardoor kandidaten die anders niet zouden zijn geslaagd, toch zijn geslaagd en een certificaat hebben ontvangen. Onder feit 2 wordt verdachte ervan verdacht dat hij tijdens examens door middel van technische hulpmiddelen juiste antwoorden heeft doorgegeven aan kandidaten. Onder feit 3 bestaat de verdenking jegens verdachte erin dat hij SCC-certificaten heeft vervalst.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging primair vrijspraak bepleit. Op het moment dat de antwoordformulieren zouden zijn gemanipuleerd, werden er door TÜV al geen certificaten meer afgegeven aan VOTA. De eventueel gemanipuleerde antwoordformulieren konden dus niet leiden tot de afgifte van een certificaat. Subsidiair heeft de verdediging zich wat betreft het antwoordformulier van [persoon C.] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en ten aanzien van het antwoordformulier van [persoon D.] vrijspraak bepleit, nu verdachte bij het vervalsen daarvan geen rol heeft gehad; medeverdachte [medeverdachte] heeft zijn rol kleiner willen maken door de schuld gedeeltelijk op verdachte af te schuiven.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Meerdere personen hebben de beschikking gehad over de antwoordformulieren en hebben de certificaten kunnen vervalsen. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met een ander ([medeverdachte]) of anderen certificaten heeft vervalst.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Feit 1

Antwoordformulier op naam van [persoon C.]

In het dossier bevindt zich een antwoordformulier op naam van [persoon C.]. De rechtbank constateert dat op dit antwoordformulier met pen antwoorden zijn aangekruist. Er zijn geen kruizen bij de antwoorden op dit formulier doorgehaald. Ook zijn er geen tekenen van dat er eerst antwoorden met potlood zijn ingevuld en later zijn uitgegumd. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden vastgesteld dat dit antwoordformulier is vervalst. Dat verdachte tijdens een verhoor heeft verklaard dat hij het antwoordformulier herkent als hem het antwoordformulier van [persoon C.] wordt voorgehouden, vat de rechtbank zo op dat verdachte toen in algemene zin sprak en het antwoordformulier als zodanig herkende als het type antwoordformulier waarover hij eerder in het verhoor sprak en waarover hij heeft verklaard dat hij dat samen met medeverdachte [medeverdachte] vervalste. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.

Antwoordformulier op naam van [persoon D.]

Ter verkrijging van een SCC-certificaat van TÜV SÜD diende een kandidaat 18 van de 25 examenvragen juist te beantwoorden.4 Op het antwoordformulier van het SCC-examen ‘Examen conform SCC [Sicherheit-Certificat-Contractor]’ van [persoon D.] van 11 april 2009, afgelegd te Den Haag en beoordeeld op 11 april 2009, staat vermeld dat er 18 juiste en 7 foute antwoorden zijn gegeven. Op voornoemd antwoordformulier is te zien dat er bij de antwoordmogelijkheden van de vragen 21, 22 en 24 kruizen zijn doorgehaald en dat er kruizen zijn gezet in andere antwoordvakjes. Achter deze antwoorden staat in een kolom met de letter ‘F’ [de rechtbank begrijpt: ‘Fout’] niets vermeld. In deze kolom staan in totaal zeven streepjes vermeld.5

Medeverdachte [medeverdachte] heeft het volgende verklaard. “Alle formulieren waren met balpen ingevuld. Daar waar ook ik een correctie heb toegepast werd een foutief antwoord doorgehaald en verbeterd. Ik deed dat. U toont mij D/71-246 zijnde een antwoordformulier van [persoon D.]. Ik zie dat hierop bij de antwoorden 21, 22 en 24 doorhalingen staan en vervolgens een kruis bij het juiste antwoord. Deze doorhalingen heb ik gedaan.

Ik moest onder bedreiging van [verdachte] zorgen dat deze kandidaten zouden slagen.6

Verdachte heeft op 26 januari 2011 het volgende verklaard. “Chris [de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte]] was bij deze 5 examens degene die, namens TÜV SÜD, het examen afnam. Er namen op zaterdag maximaal 20 mensen deel aan zo’n examen. Nadat we ongeveer 4 keer een examen hadden afgenomen, wisten we hoe een en ander liep. Bij de examens daarna hebben we voor de mensen die bij het examen zakten, achteraf het examenformulier aangepast. Ik en[medeverdachte] pasten de antwoorden dusdanig aan dat degenen die in eerste instantie gezakt waren, in ieder geval voldoende goede antwoorden hadden, zodat ze alsnog geslaagd waren. Ik schat dat door deze werkwijze er in totaal ongeveer 40 mensen een certificaat van SCC van TÜV SÜD hebben behaald, terwijl ze eigenlijk gezien hun antwoorden gezakt zouden zijn.7

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte] het antwoordformulier voor het SCC-examen van [persoon D.] heeft vervalst waardoor er 18 juiste antwoorden op het formulier stonden vermeld in plaats van 15 juiste antwoorden.

De rechtbank is op grond van het voorgaande tevens van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte] dat in nauwe en bewuste samenwerking met verdachte heeft gedaan. Verdachte was ervan op de hoogte dat examenformulieren werden vervalst en werkte daar – volgens zijn eigen verklaring en de verklaring van [medeverdachte] – actief aan mee. Dat in dit specifieke geval medeverdachte [medeverdachte] de antwoorden heeft vervalst doet aan de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] niet af. Dat verdachte ter terechtzitting heeft ontkend dat hij antwoordformulieren heeft aangepast en dat hij er niet van op de hoogte was dat [medeverdachte] dat deed, acht de rechtbank gelet op zijn eigen eerdere gedetailleerde verklaring en de ondersteunende verklaring van medeverdachte [medeverdachte] niet geloofwaardig.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] met het oog op de afgifte van een SCC-certificaat het antwoordformulier van [persoon D.] heeft vervalst, zoals onder 1 primair is ten laste gelegd. Als verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dit niet hadden gedaan, dan had [persoon D.] geen certificaat van TÜV SÜD ontvangen omdat hij zelf onvoldoende juiste antwoorden had ingevuld.

Dat TÜV SÜD – naar later bleek – in het geheel geen certificaten meer afgaf aan kandidaten die op 11 april 2009 bij VOTA een examen hadden afgelegd in verband met het vermoeden van fraude, doet aan de valsheid in geschrift en het oogmerk om daarmee te bewerkstelligen dat een SCC-certificaat zou worden afgegeven niet af. Immers verdachte en zijn medeverdachte koesterden op 11 april 2009, de dag van de beoordeling, de reële verwachting dat als gevolg van hun vervalsing een certificaat zou worden afgegeven. Eerst op 20 april 2009 is, blijkens de verklaring van S.A.F. Pelgrims (G/016-01, p. 427 en 428), de samenwerking tussen TÜV SÜD en medeverdachte [medeverdachte] (en VOTA) beëindigd, met als gevolg dat er geen certificaten voor kandidaten die op 11 april 2009 examen hadden afgelegd meer zijn afgegeven. Het door de verdediging gevoerde verweer wordt daarom verworpen.

Feit 2

De rechtbank overweegt dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft bekend. Nu verdachte nadien niet anders heeft verklaard en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, kan de rechtbank met betrekking tot genoemd feit ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

(1) een proces-verbaal van verhoor van getuige [persoon A.] van 20 april 2011 (G/032-01, p. 472 en 473), inhoudende de verklaring van kandidaat [persoon A.] - zakelijk weergegeven - dat hij bij VOTA een VCA-examen heeft afgelegd en dat hij de antwoorden heeft ingevuld met gebruikmaking van oplichtende lampjes op een scherm en dat hij een diploma heeft gekregen;

(2) een geschrift, te weten een Diploma Basisveiligheid VCA op naam van [persoon A.] (D/061, p. 980);

(3) een proces-verbaal van verhoor van verdachte van 25 januari 2011 (V02/02, p. 135 tot en met 137), inhoudende de verklaring van verdachte - zakelijk weergegeven - dat hij tijdens VCA-examens antwoorden aan kandidaten heeft gegeven door middel van een door hem aan kandidaten uitgereikt ‘oortje’ en door middel van door hem bediende en voor kandidaten zichtbare oplichtende lampjes. Verdachte schat dat hij maximaal 200 personen op deze wijze heeft geholpen bij het behalen van een VCA-diploma;

(4) een proces-verbaal van getuige [getuige] van 12 mei 2011, G/033-01, p. 474 tot en met 476, inhoudende de verklaring van de directeur van examenbureau Algemene Exameninstelling Holland - zakelijk weergegeven - dat de diploma’s die naar aanleiding van de bij VOTA afgenomen examens niet hadden mogen worden verstrekt gelet op de gang van zaken tijdens de examens;

(5) de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 mei 2014.

Feit 3

Valsheid certificaten

Certificaat ten name van [persoon B.]

Op naam van [persoon B.] is een document afgegeven waarop het volgende staat vermeld:8

ZERTIFIKAT

[persoon B.],

geboren am 06.02.1970 in Watbrzych

hat am 29.03.2009 in s-Gravenhage an einer

Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern

gemäβ Dokument 018 des Unter-Sektorkomitees SCC der TGA teilgenommen
und bestanden.

Sicherheits

Certifikat

Contraktoren

TÜV SÜD Akademie SCC-Zertifikatsnummer 0912#310965959

(…)

s’-Gravenhage, 29.03.2009

Uit een deelnemerslijst9 en het door [persoon B.] ingevulde examenformulier10, die door TÜV SÜD ter beschikking zijn gesteld11, volgt dat [persoon B.] op 18 april 2009 in Den Haag een SCC-examen van TÜV SÜD heeft afgelegd. Haar naam komt niet voor op de deelnemerslijst van 29 maart 2009.12 Gelet hierop en nu het certificaat is gedateerd vóór de examendatum, is de rechtbank van oordeel dat het certificaat vals is.

Certificaat ten name van [persoon C.]

Op naam van [persoon C.] is een document afgegeven waarop het volgende staat vermeld:13

ZERTIFIKAT

[persoon C.],

geboren am 30.10.1986 in Rotterdam

hat am 29.03.2009 in s-Gravenhage an einer

Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern

gemäβ Dokument 018 des Unter-Sektorkomitees SCC der TGA teilgenommen
und bestanden.

Sicherheits

Certifikat

Contraktoren

TÜV SÜD Akademie SCC-Zertifikatsnummer 0912#310966116

(…)

s’-Gravenhage, 29.03.2009

Uit een deelnemerslijst14 en het door [persoon C.] ingevulde examenformulier15 die door TÜV SÜD ter beschikking zijn gesteld16 volgt dat [persoon C.] op 11 april 2009 in Den Haag een SCC examen van TÜV SÜD heeft afgelegd. Zijn naam komt niet voor de deelnemerslijst van 29 maart 2009.17 Gelet hierop en nu het certificaat is gedateerd vóór de examendatum, is de rechtbank van oordeel dat het certificaat vals is.

Certificaat ten name van [persoon E.]

Op naam van [persoon E.] is een document afgegeven waarop het volgende staat vermeld:18

ZERTIFIKAT

[persoon E.],

geboren am 11.08.1979 in Izmir

hat am 07.11.2009 in Rotterdam an einer

Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern

gemäβ Dokument 018 des Unter-Sektorkomitees SCC der TGA teilgenommen
und bestanden.

Sicherheits

Certifikat

Contraktoren

TÜV SÜD Akademie SCC-Zertifikatsnummer 0912#3502358

(…)

Rotterdam, 07.11.2009

TÜV SÜD heeft geen certificaat ten name van [persoon E.] afgegeven.19 De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat het certificaat vals is.

Certificaat ten name van [persoon F.]

Op naam van [persoon F.] is een document afgegeven waarop het volgende staat vermeld:20

ZERTIFIKAT

[persoon F.],

geboren am 06.12.1981 in Bielawa

hat am 13.11.2009 in s-Gravenhage an einer

Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern

gemäβ Dokument 018 des Unter-Sektorkomitees SCC der TGA teilgenommen
und bestanden.

Sicherheits

Certifikat

Contraktoren

TÜV SÜD Akademie SCC-Zertifikatsnummer 0912#310969296

(…)

s'-Gravenhage, 13.11.2009

TÜV SÜD heeft geen certificaat ten name van [persoon F.] afgegeven.21 De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat het certificaat vals is.

Certificaat ten name van [persoon G.]

Op naam van [persoon G.] is een document afgegeven waarop het volgende staat vermeld:22

ZERTIFIKAT

[persoon G.],

geboren am 18.01.1968 in Sapes

hat am 21.11.2009 in Rotterdam an einer

Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern

gemäβ Dokument 018 des Unter-Sektorkomitees SCC der TGA teilgenommen
und bestanden.

Sicherheits

Certifikat

Contraktoren

TÜV SÜD Akademie SCC-Zertifikatsnummer 0912#3705045

(…)

Rotterdam, 21.11.2009

TÜV SÜD heeft geen certificaat ten name van [persoon G.] afgegeven.23 De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat het certificaat vals is.

Certificaat ten name van [persoon H.]

Op naam van [persoon H.] is een document afgegeven waarop het volgende staat vermeld:24

ZERTIFIKAT

[persoon H.],

geboren am 08.08.1984 in ‘s-Gravenhage

hat am 19.12.2009 in Rotterdam an einer

Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern

gemäβ Dokument 018 des Unter-Sektorkomitees SCC der TGA teilgenommen
und bestanden.

Sicherheits

Certifikat

Contraktoren

TÜV SÜD Akademie SCC-Zertifikatsnummer 0912#40030223

(…)

Rotterdam, 19.12.2009

TÜV SÜD heeft geen certificaat ten name van [persoon H.] afgegeven.25 De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat het certificaat vals is.

Heeft verdachte de certificaten vervalst of doen vervalsen?

[persoon C.] heeft verklaard dat hij op 11 april 2009 in Den Haag de cursus Basisveiligheid VCA heeft behaald en dat hij in afwachting van het diploma een formulier van VOTA Advies B.V. meekreeg, waarop stond vermeld dat hij voornoemde cursus met goed gevolg had afgerond.26 De werkgever van [persoon C.], [getuige], heeft verklaard dat VOTA de certificaten per post toestuurde en dat hij met verdachte heeft gebeld toen hij had begrepen dat er iets mis was met de certificaten, waarop verdachte heeft voorgesteld om [persoon C.] opnieuw examen te laten doen.27

M. Yasar heeft verklaard dat hij teamleider is bij Teamwork Infra B.V. en dat in 2007, 2008 en 2009 37 werknemers een VCA-cursus bij VOTA Advies B.V. hebben gevolgd. Toen er begin maart 2009 meer dan de helft van de (voornamelijk Turkse) werknemers zakte voor het examen, heeft Yasar contact opgenomen met verdachte. Verdachte stelde toen voor om een SCC-certificaat, af te geven door TÜV SÜD, te laten behalen door de werknemers. Vervolgens hebben 33 werknemers op 27, 28 en 29 maart 2009 een opleiding bij VOTA gehad en examen gedaan. Medeverdachte [medeverdachte] nam de examens af. Vervolgens hebben groepen werknemers in november 2009 en december 2009 bij VOTA Advies B.V. een SCC-opleiding gevolgd en examen afgelegd. Alle 58 werknemers zijn geslaagd en hebben een SCC-certificaat, afgegeven door TÜV SÜD, ontvangen.28 Yasar heeft met verdachte afgesproken dat de SCC-certificaten per post zouden worden opgestuurd. Hij heeft SCC-certificaten vervolgens telkens ontvangen in een envelop waarop het logo van VOTA stond.29

[persoon H.] heeft verklaard dat hij werkzaam is voor Teamwork Infra B.V. en dat hij in opdracht van Yasar een Nederlandse veiligheidscursus heeft gevolgd en aansluitend een examen heeft afgelegd in Rotterdam.30

[aangever], directeur van TÜV SÜD Benelux BVBA, heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] namens TÜV SÜD SCC-examens zou afnemen bij VOTA Advies B.V. in Den Haag. Er zijn vijf examendata aan TÜV SÜD doorgegeven: 28 maart, 29 maart, 4 april, 11 april en 18 april 2009. Tot en met 4 april 2009 zijn er certificaten afgegeven. Daarna niet meer omdat TÜV SÜD geen betalingen van VOTA had ontvangen en een vermoeden had dat er iets niet helemaal klopte. Medeverdachte [medeverdachte] heeft erkend dat er gerommeld was met de examenformulieren. Vervolgens heeft Michiels met verdachte afgesproken dat als de certificaten van 28 en 29 maart 2009 zouden worden betaald, de certificaten met betrekking tot de examens van 11 april en 18 april 2009 zouden worden afgegeven. TÜV SÜD Benelux BVBA heeft geen betalingen van VOTA ontvangen.31

Door B. Hanemann, werkzaam bij TÜV SÜD Akademie, is verklaard dat het laatste in Nederland afgenomen SCC-examen plaatsvond op 4 april 2009. Als er na die datum SCC-certificaten door VOTA zijn uitgereikt, dan kan het alleen maar om vervalsingen gaan.32

De rechtbank overweegt naar aanleiding van deze bewijsmiddelen als volgt.

De examendata die op de certificaten zijn vermeld, zijn alle van na 4 april, de datum waarop in Nederland het laatste SCC-examen is afgenomen en na welke datum TÜV SÜD geen SCC-certificaten meer heeft afgegeven. Van die laatste omstandigheid was verdachte op de hoogte; hij is immers zelf naar TÜV SÜD Benelux BVBA afgereisd voor een - in zijn ogen teleurstellend verlopen - gesprek over de beëindiging van de samenwerking.33 Uit de verklaringen van de werkgevers van [persoon C.] en [persoon H.] volgt voorts dat zij met verdachte contact over de SCC-certificaten hadden, ook over de gebreken daaraan, en dat, in samenspraak met verdachte, de certificaten per post (in een envelop van VOTA) werden verstuurd.

Uit dit alles volgt dat verdachte nauw betrokken is geweest bij het (doen) opmaken van de valse SCC-certificaten en de afgifte daarvan. Het verweer dat de valsheid ook elders in de keten kan zijn gepleegd, stuit reeds hierop af, nog daargelaten dat hiervoor in het dossier geen concrete aanknopingspunten zijn te vinden. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 3 vermelde SCC-certificaten heeft vervalst. Hoewel de rechtbank het niet onaannemelijk acht dat verdachte dit tezamen in vereniging met een ander of anderen heeft gedaan, bevat het dossier hiervoor onvoldoende concreet bewijs, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen (zulks met verbetering van in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad) dat:

1.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009,

in ieder geval op of omstreeks 28 maart 2009 en/of 29 maart 2009 en/of 4 april 2009 en/of 11 april 2009 en/of 18 april 2009,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meerdere antwoordformulier(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)'

waaronder (onder meer) te weten

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon C.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 69-246);

en/of

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon D.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 71-246);

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

(zakelijk weergegeven) op/in die/het antwoordformulier(en) de door de kandida(a)t(en) onjuist gegeven antwoord(en) doorgehaald en/of doen doorhalen en/of (een) krui(s)(zen) in het juiste antwoordvakje neergezet en/of doen neerzetten,

(terwijl de kandida(a)t(en) in werkelijkheid de op het/die antwoordformulier(en) onjuist gegeven antwoord(en) had(den) ingevuld, waarvan als gevolg de kandida(a)t(en) het certificaat van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' niet zou(den) behalen)

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

2.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 januari 2011,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA en/of Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland), heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) of meer certifica(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' en/of van het 'Basisveiligheid VCA Diploma',

in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of mededader(s),

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

aan de kandida(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' en/of van het 'Basisveiligheid VCA Diploma',

onder wie onder meer aan [persoon A.] (D/061),

de juiste antwoorden voorgezegd via een portofoon, welke in verbinding stond met (meerdere) (een) oortje(s) met een ontvanger, die verstopt zat(en) in een portemonnee, die de kandida(a)t(en) uitgereikt kregen;

en/of

de juiste antwoorden doorgegeven via een beamerscherm met ledverlichting, waar bij elke vraag een lampje ging branden, die symbool stond voor een van de antwoordmogelijkheden;

en/of (vervolgens) de/het aldus tot stand gekomen antwoord(en)/antwoordformulier(en) naar/bij TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland) gezonden/bezorgd en/of doen zenden/bezorgen,

waardoor (telkens) ((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA Examencentrum VCA en/of A.E.H. (Algemene exameninstelling Holland), werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

3.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 december 2009,

in ieder geval op of omstreeks 29 maart 2009 en/of 7 november 2009 en/of 13 november 2009 en/of 21 november 2009 en/of 19 december 2009,

te 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meerdere door TÜV SÜD Akademie uitgegeven certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' en/of 'Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern';

waaronder (onder meer) te weten:

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon B.], geboren am 06-02-1970 in Watbrzych' met examendatum 29-03-2009 te 's-Gravenhage (D/001 14-246) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon C.], geboren am 30-10-1986 in Rotterdam' met examendatum 29-03-2009 te 's-Gravenhage (D/001 16-246) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon E.], geboren am 11-08-1979 in Izmir' met examendatum 07-11-2009 te Rotterdam (D/008 48-50) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon F.], geboren am 06-12-1981 in Bielawa' met examendatum 13-11-2009 te 's-Gravenhage (D/023-17) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon G.], geboren am 18-01-1968 in Sapes' met examendatum 21-11-2009 te Rotterdam (D/008 30-50) en/of

- ' zertifikat Prüfung von operativ tätigen Mitarbeitern', op naam van '[persoon H.], geboren am 08-08-1984 in 's-Gravenhage' met examendatum 19-12-2009 te Rotterdam (D/008 24-50);

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) valselijk

- immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

(zakelijk weergegeven) op/in die/het certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) vermeld dat de/het zertifika(a)t(en) zijn uitgegeven door TÜV SÜD Akademie aan bovengenoemde kandida(a)t(en) op bovengenoemde examendata,

(terwijl in werkelijkheid TÜV SÜD Akademie bovengenoemde certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) niet heeft uitgegeven aan bovengenoemde kandida(a)t(en) en/of op bovengenoemde examendata

en/of door TÜV SÜD Akademie geen certifica(a)t(en) en/of zertifikat(en) na 4

april 2009 meer heeft uitgegeven aan kandidaten

en/of terwijl er sprake is van een geheel nagemaakt(en) certifica(a)t(en)

en/of zertifikat(en) )

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de oplegging van een werkstraf bepleit. Daartoe heeft de raadsman er onder meer op gewezen dat verdachte arbeidsmigranten heeft trachten te helpen, schulden heeft en inmiddels een bedrijf in een andere sector is begonnen, en voorts dat de redelijke termijn fors is overschreden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op zeer geraffineerde en gewiekste wijze fraude gepleegd met SCC- en VCA-veiligheidscertificaten. Op deze manier kregen personen veiligheidscertificaten uitgereikt terwijl zij niet over de vereiste kennis beschikten. Verdachte heeft door zijn handelen het systeem dat erop gericht is om gevaarlijke situaties en ongelukken op de werkvloer terug te dringen, ernstig ondermijnd. Verdachtes opvatting dat er te veel eisen worden gesteld aan bepaalde soorten werknemers en dat hij juist die werknemers tegen betaling ‘hielp’ aan een veiligheidscertificaat, geeft blijk van het ontbreken van enig inzicht in de verwerpelijkheid van zijn veiligheidsondermijnende gedrag.

De rechtbank rekent het verdachte ook zwaar aan dat hij, toen werd ontdekt dat er bij zijn bedrijf met antwoordformulieren werd gefraudeerd, niet gestopt is met frauderen, maar andere, uiterst listige manieren van frauderen heeft ontwikkeld en uitgevoerd.

Nu het onder 1 primair bewezenverklaarde feit slechts betrekking heeft op één formulier en de valsheid in geschrift in zoverre niet meermalen is gepleegd, kan de rechtbank niet in de straf verdisconteren dat er meer antwoordformulieren zijn vervalst, zoals uit het dossier volgt.

Ten aanzien van feit 2 laat de rechtbank wel meewegen dat de fraude een groot bereik heeft gehad. Niet alleen hebben vele kandidaten - volgens verdachte zelf zo’n 200 - ten onrechte een veiligheidscertificaat ontvangen, maar ook heeft verdachtes handelen ertoe geleid dat 1661 VCA-diploma’s ongeldig zijn verklaard.

Ten aanzien van feit 3 neemt de rechtbank in aanmerking dat, hoewel de bewezenverklaring uitgaat van ‘slechts’ zes valse certificaten, de fraude op grotere schaal heeft plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld volgt uit de verklaring van[getuige] van Teamwork Infra B.V. dat er in 2009 58 werknemers voor de bij VOTA gevolgde SCC-opleiding zijn geslaagd, maar dat slechts drie certificaten daadwerkelijk waren geregistreerd.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 maart 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare feiten.

De rechtbank heeft er bij de strafoplegging rekening mee gehouden dat de redelijke termijn is overschreden.

Naar het oordeel van de rechtbank doet alleen een gevangenisstraf recht aan de ernst van de feiten en de omvang daarvan. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich thans wederom professioneel bezighoudt met certificeringen en naar eigen zeggen in een penibele financiële positie verkeert. Dit alles leidt tot de slotsom dat de rechtbank een gevangenisstraf van langere duur zal opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, maar dat de helft daarvan voorwaardelijk wordt opgelegd, teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw frauduleuze praktijken op te starten.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder 1 tot en met 3 en 5 tot en met 12 genummerde voorwerpen worden verbeurdverklaard en dat het onder 4 genummerde voorwerp wordt teruggegeven aan verdachte.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de inbeslaggenomen goederen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 tot en met 3 en 5 tot en met 12 genummerde voorwerpen verbeurd verklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het op de beslaglijst onder 4 genummerde voorwerp, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave daarvan.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 24, 33, 33a, 47, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

medeplegen van valsheid in geschrift;

ten aanzien van feit 2:

oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (zes) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 (twee) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1 tot en 3 en 5 tot en met 12 genummerde voorwerpen, te weten:

1. A-01, 02.03.01 14 portemonnees+batterijen

2. A-49, leslokaal White Board inclusief ledje’s

3. A-50,02.05 webcam (veiligheidscamera) + bedrading etc.

5. A-54,magazijn bedieningspaneel

6. A-59, 02.02.10 pen+doosje

7. A-59/A 02.05.00 Klokje Quartz fuoa

8. A-60 02.02.10 5 X portofoon pu guang

9. A-6102.02.10 div. modules/zenders

10. A-62 02.02.14 5 X portofoon th-808 at

11. A-63 02.01.02 Koffertje inwendig voorzien van 3 deurbellen, code a, b of c

12. Wireless Camera CS82C merk Elro 18 oortjes in doosje.

gelast de teruggave aan verdachte van het op de beslaglijst onder 4 genummerde voorwerp, te weten:

4. A-53,magazijn tv samsung

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.L. Ruiter, voorzitter,

mrs. Chr.A.J.F.M. Hensen en M. Enthoven, rechters

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2014.

Bijlage bij het vonnis van 16 mei 2014 inzake [verdachte]

Beslaglijst

1. A-01, 02.03.01 14 portemonnees+batterijen

2. A-49, leslokaal White Board inclusief ledje’s

3. A-50,02.05 webcam (veiligheidscamera) + bedrading etc.

4. A-53,magazijn tv samsung

5. A-54,magazijn bedieningspaneel

6. A-59, 02.02.10 pen+doosje

7. A-59/A 02.05.00 Klokje Quartz fuoa

8. A-60 02.02.10 5 X portofoon pu guang

9. A-6102.02.10 div. modules/zenders

10. A-62 02.02.14 5 X portofoon th-808 at

11. A-63 02.01.02 Koffertje inwendig voorzien van 3 deurbellen, code a, b of c

12. Wireless Camera CS82C merk Elro 18 oortjes in doosje.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 6640/2009/302, van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, met bijlagen (hierna: pv-I, doorgenummerd p. 1 t/m 1059) en het aanvullend proces-verbaal met het nummer 6640/2009/302, van de SIOD, met bijlagen (hierna: pv-II, doorgenummerd p. 1 t/m 475)

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 mei 2014.

3 Een proces-verbaal verbaal van verhoor getuige [getuige] van 12 mei 2011, G/033-01, p. 474 e.v. (pv-I); een geschrift, te weten een Diploma Basisveiligheid VCA op naam van [persoon A.], D/061, p. 980 (pv-I).

4 Proces-verbaal van relaas met nummer 6640/2009/302-210 van 6 juli 2011 p. 52 (pv-I).

5 Een geschrift zijnde een antwoordformulier Examen conform SCC op 11 april 2009 van kandidaat [persoon D.], D/001 71-246, p. 579 (pv-I).

6 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige] van 27 januari 2011, V01-05, p. 108 (pv-I).

7 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 26 januari 2011, V02-05, p. 142 en 143 (pv-I).

8 Een geschrift, zijnde een ‘Zertifikat’ ten name van [persoon B.] van 29 maart 2009, D/001 14-246 p. 522 (pv-I).

9 Een geschrift zijnde een ‘Participants list of examination’ van 18 april 2009 van TÜV SÜD, D/001 199-246, p. 707 (pv-I).

10 Een geschrift zijnde een ‘exam SCC’ van 18 april 2009 van [persoon B.], D/001 221-246, p. 729 (pv-I).

11 Proces-verbaal van bevindingen van 12 juni 2010, AMB/005, p. 209 (pv-I).

12 Proces-verbaal van bevindingen RHV TÜV SÜD van 11 mei 2012, AMB-19 (pagina 4 van 6) (pv-II), en bijlage 9, p. 130 e.v. (pv-II).

13 Een geschrift zijnde een ‘Zertifikat’ ten name van [persoon C.] van 29 maart 2009, D/001 16-246, p. 524 (pv-I).

14 Een geschrift zijnde een ‘Examen deelnemerslijst’ van 11 april 2009 van TÜV SÜD, D/001 51-246, p. 559 (pv-I).

15 Een geschrift zijnde een ‘Examen conform SCC’ van 11 april 2009 van [persoon C.], D/001 69-246, p. 577 (pv-I).

16 Proces-verbaal van bevindingen van 12 juni 2010, AMB/005, p. 209 (pv-I).

17 Proces-verbaal van bevindingen RHV TÜV SÜD van 11 mei 2012, AMB-19 (pagina 4 van 6) (pv-II), en bijlage 9, p. 130 e.v. (pv-II).

18 Een geschrift zijnde een ‘Zertifikat’ ten name van [persoon E.] van 7 november 2009, D/008 48/50 p. 819 (pv-I).

19 Proces-verbaal van bevindingen RHV TÜV SÜD van 11 mei 2012, AMB-19 (pagina 3 van 6) (pv-II), en bijlage 10, p. 138 (pv-II).

20 Een geschrift zijnde een certificaat ten name van [persoon F.] van 11 november 2009, D/023-17 p. 862 (pv-I).

21 Proces-verbaal van bevindingen RHV TÜV SÜD van 11 mei 2012, AMB-19(pagina 3 van 6) (pv-II), en bijlage 10, p. 138 (pv-II).

22 Een geschrift zijnde een ‘Zertifikat’ ten name van [persoon G.] van 21 november 2009, D/008 30/50 p. 801 (pv-I).

23 Proces-verbaal van bevindingen RHV TÜV SÜD van 11 mei 2012, AMB-19 (pagina 3 van 6) (pv-II), en bijlage 10, p. 138 (pv-II).

24 Een geschrift zijnde een certificaat ten name van [persoon H.] van 21 november 2009, D/008 24/50 p. 792 (pv-I).

25 Proces-verbaal van bevindingen RHV TÜV SÜD van 11 mei 2012, AMB-19 (pagina 3 van 6) (pv-II), en bijlage 10, p. 138 (pv-II).

26 Een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon C.] van 28 februari 2011, G/011-01, p. 415 (pv-I).

27 Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 5 juli 2011, G/42-01, p. 504 (pv-I).

28 Een proces-verbaal van verhoor getuige[getuige] van 25 mei 2010, G/01-01, p. 388 e.v. (pv-I).

29 Een proces-verbaal van verhoor getuige[getuige] van 4 juli 2011, G/01-02, p. 391 (pv-I).

30 Een proces-verbaal van verhoor getuige [persoon H.] van 24 februari 2011, G/10-01, p. 411 (pv-I).

31 Een proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 9 oktober 2009, AAN/01-01. p. 373 e.v. (pv-I).

32 Een geschrift, zijnde een ‘Vervolg van het getuigenverhoor’ van 25 mei 2011, G/36-01, p. 488 e.v. (pv-I).

33 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 mei 2014.