Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:6049

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16-05-2014
Datum publicatie
21-08-2014
Zaaknummer
09-997102-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen valsheid in geschrift

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/997102-11

Datum uitspraak: 16 mei 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats],

opgegeven adres: [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 20 februari 2013 en 2 mei 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P. van de Kerkhof en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 2 mei 2014 - ten laste gelegd dat:

1.

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009,

in ieder geval op of omstreeks 28 maart 2009 en/of 29 maart 2009 en/of 4 april 2009 en/of 11 april 2009 en/of 18 april 2009,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meerdere antwoordformulier(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)'

waaronder (onder meer)

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon A.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 69-246);

en/of

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon B.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 71-246);

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

(zakelijk weegegeven) op/in die/het antwoordformulier(en) de door de kandida(a)t(en) onjuist gegeven antwoord(en) doorgehaald en/of doen doorhalen en/of (een) krui(s)(zen) in het juiste antwoordvakje neergezet en/of doen neerzetten,

(terwijl de kandida(a)t(en) in werkelijkheid de op het/die antwoordformulier(en) onjuist gegeven antwoord(en) had(den) ingevuld, waarvan als gevolg de kandida(a)t(en) het certificaat van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' niet zou(den) behalen)

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009,

in ieder geval op of omstreeks 28 maart 2009 en/of 29 maart 2009 en/of 4 april 2009 en/of 11 april 2009 en/of 18 april 2009,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA.,

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (een) of meer certifica(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)'

in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of mededader(s),

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven –

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

op/in de door de kandida(a)t(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' ingevulde(n) antwoordformulier(en) onjuist gegeven antwoord(en) doorgehaald en/of doen doorhalen en/of (een) krui(s)(zen) in het juiste antwoordvakje neergezet en/of doen neerzetten,

waaronder op (onder meer)

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon A.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 69-246);

en/of

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon B.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 71-246);

en/of

gezonden naar TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA.,

waardoor (telkens) ((een) medewerk(st)er(s) van) TÜV SÜD Akademie GmbH en/of TÜV SÜD Benelux BVBA. werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n).

3 Getuigenverzoek

De rechtbank zal afzien van een hernieuwde poging tot oproeping van de door de verdediging verzochte en eerder toegewezen getuige [getuige], van welke getuige de verdediging ter terechtzitting geen afstand heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank is het onaannemelijk dat deze getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen. Daartoe overweegt de rechtbank dat tot op heden geen verblijfplaats van deze persoon bekend is geworden, zoals ook volgt uit het op 14 februari 2014 gedateerde proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding1

Door VOTA Advies B.V. en VOTA Opleidingen B.V. (hierna tezamen: VOTA) werden opleidingen aangeboden waarmee diploma’s dan wel certificaten van het Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers (VCA) systeem en de Duitse equivalent Sicherheit Certificat Contractor (SCC) konden worden behaald. Nadat een SCC-examen met goed gevolg was afgelegd, werden (door tussenkomst van TÜV SÜD Benelux BVBA) SCC-certificaten van de Duitse TÜV SÜD Akademie GmbH afgegeven (beide instellingen hierna ook aangeduid als ‘TÜV’ en ‘TÜV SÜD’).

Verdachte heeft gedurende een periode van vier weken, tot eind april 2009, voor TÜV SÜD examens voor SCC-certificaten afgenomen bij VOTA.2

Verdachte wordt er – kort gezegd – van verdacht dat hij samen met de medeverdachte [medeverdachte], de eigenaar van VOTA, antwoordformulieren heeft aangepast waardoor kandidaten die anders niet zouden zijn geslaagd, toch zijn geslaagd en een certificaat hebben ontvangen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Op het moment dat de antwoordformulieren zouden zijn gemanipuleerd, werden er door TÜV al geen certificaten meer afgegeven aan VOTA. De eventueel gemanipuleerde antwoordformulieren konden dus niet leiden tot de afgifte van een certificaat.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Antwoordformulier op naam van [persoon A.]

In het dossier bevindt zich een antwoordformulier op naam van [persoon A.]. De rechtbank constateert dat op dit antwoordformulier met pen antwoorden zijn aangekruist. Er zijn geen kruizen bij de antwoorden op dit formulier doorgehaald. Ook zijn er geen tekenen van dat er eerst antwoorden met potlood zijn ingevuld en later zijn uitgegumd. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden vastgesteld dat dit antwoordformulier is vervalst. Dat medeverdachte [medeverdachte] tijdens een verhoor heeft verklaard dat hij het antwoordformulier herkent als hem het antwoordformulier van [persoon A.] wordt voorgehouden, vat de rechtbank zo op dat verdachte toen in algemene zin sprak en het antwoordformulier als zodanig herkende als het antwoordformulier waarover hij eerder in het verhoor sprak en waarover hij heeft verklaard dat hij dat samen met verdachte vervalste. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.

Antwoordformulier op naam van [persoon B.]

Ter verkrijging van een SCC-certificaat van TÜV SÜD diende een kandidaat 18 van de 25 examenvragen juist te beantwoorden.3 Op het antwoordformulier van het SCC-examen ‘Examen conform SCC [Sicherheit-Certificat-Contractor]’ van [persoon B.] van 11 april 2009, afgelegd te Den Haag en beoordeeld op 11 april 2009, staat vermeld dat er 18 juiste en 7 foute antwoorden zijn gegeven. Op voornoemd antwoordformulier is te zien dat bij de antwoordmogelijkheden van de vragen 21, 22 en 24 er kruizen zijn doorgehaald en dat er kruizen zijn gezet in een andere antwoordvakjes. Achter deze antwoorden staat in een kolom met de letter ‘F’ [de rechtbank begrijpt: ‘Fout’] niets vermeld. In deze kolom staan in totaal zeven streepjes vermeld.4

Verdachte heeft het volgende verklaard. “Alle formulieren waren met balpen ingevuld. Daar waar ook ik een correctie heb toegepast werd een foutief antwoord doorgehaald en verbeterd. Ik deed dat. U toont mij D/71-246 zijnde een antwoordformulier van [persoon B.]. Ik zie dat hierop bij de antwoorden 21, 22 en 24 doorhalingen staan en vervolgens een kruis bij het juiste antwoord. Deze doorhalingen heb ik gedaan.

Ik moest onder bedreiging van [medeverdachte] zorgen dat deze kandidaten zouden slagen.5

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 26 januari 2011 het volgende verklaard. “Chris [de rechtbank begrijpt: verdachte] was bij deze 5 examens degene die, namens TÜV SÜD, het examen afnam. Er namen op zaterdag maximaal 20 mensen deel aan zo’n examen. Nadat we ongeveer 4 keer een examen hadden afgenomen, wisten we hoe een en ander liep. Bij de examens daarna hebben we voor de mensen die bij het examen zakten, achteraf het examenformulier aangepast. Ik en [verdachte] pasten de antwoorden dusdanig aan dat degenen die in eerste instantie gezakt waren, in ieder geval voldoende goede antwoorden hadden, zodat ze alsnog geslaagd waren. Ik schat dat door deze werkwijze er in totaal ongeveer 40 mensen een certificaat van SCC van TÜV SÜD hebben behaald, terwijl ze eigenlijk gezien hun antwoorden gezakt zouden zijn.6

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte, tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte], met het oog op de afgifte van een SCC-certificaat het antwoordformulier voor het SCC-examen van [persoon B.] heeft vervalst waardoor er 18 juiste antwoorden op het formulier stonden vermeld in plaats van 15 juiste antwoorden. Als zij dit niet hadden gedaan, dan had [persoon B.] geen certificaat van TÜV SÜD ontvangen omdat hij zelf onvoldoende juiste antwoorden had ingevuld.

Dat TÜV SÜD – naar later bleek – in het geheel geen certificaten meer afgaf aan kandidaten die op 11 april 2009 bij VOTA een examen hadden afgelegd in verband met het vermoeden van fraude, doet aan de valsheid in geschrift en het oogmerk om daarmee te bewerkstelligen dat een SCC-certificaat zou worden afgegeven niet af. Immers verdachte en zijn medeverdachte koesterden op 11 april 2009, de dag van de beoordeling, de reële verwachting dat als gevolg van hun vervalsing een certificaat zou worden afgegeven. Eerst op 20 april 2009 is, blijkens de verklaring van S.A.F. Pelgrims (G/016-01, p. 427 en 428), de samenwerking tussen TÜV SÜD en verdachte (en VOTA) beëindigd, met als gevolg dat er geen certificaten voor kandidaten die op 11 april 2009 examen hadden afgelegd meer zijn afgegeven. Het door de verdediging gevoerde verweer wordt daarom verworpen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen (zulks met verbetering van in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad) dat:

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 30 april 2009,

in ieder geval op of omstreeks 28 maart 2009 en/of 29 maart 2009 en/of 4 april 2009 en/of 11 april 2009 en/of 18 april 2009,

te 's-Gravenhage en/of München en/of (elders) in Nederland en/of (elders) in Duitsland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (rechts)perso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) één of meerdere antwoordformulier(en) van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)'

waaronder (onder meer) te weten

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon A.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 69-246);

en/of

- het antwoordformulier van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' op naam van [persoon B.], beoordeling d.d. 11 april 2009 (D/001 71-246);

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben voornoemde verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

(zakelijk weergegeven) op/in die/het antwoordformulier(en) de door de kandida(a)t(en) onjuist gegeven antwoord(en) doorgehaald en/of doen doorhalen en/of (een) krui(s)(zen) in het juiste antwoordvakje neergezet en/of doen neerzetten,

(terwijl de kandida(a)t(en) in werkelijkheid de op het/die antwoordformulier(en) onjuist gegeven antwoord(en) had(den) ingevuld, waarvan als gevolg de kandida(a)t(en) het certificaat van het 'Examen conform SCC (Sicherheit Certificat-Contractor)' niet zou(den) behalen)

zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.

5 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de oplegging van een (deels) voorwaardelijke werkstraf bepleit. Daartoe heeft de raadsman onder meer gewezen op de kleine rol van verdachte ten opzichte van de medeverdachte [medeverdachte], en voorts op de omstandigheden dat verdachte geen voordeel heeft genoten, dat hij werk heeft, dat zijn kind ernstig ziek is, dat hij een blanco strafblad heeft en dat de redelijke termijn fors is overschreden.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, nota bene als examinator, een antwoordformulier van een door hem afgenomen SCC-examen vervalst met het oog op verstrekking van een SCC-veiligheidscertificaat aan een examenkandidaat. Het is niet aan verdachte te danken dat dit certificaat niet is afgegeven, maar aan de uitgevende instantie die fraude vermoedde. Verdachte heeft door zijn handelen het systeem dat erop gericht is om gevaarlijke situaties en ongelukken op de werkvloer terug te dringen, ondermijnd.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 maart 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest in verband met fraude. Nu dit echter al langer geleden heeft plaatsgevonden (in de jaren ’90 van de vorige eeuw), zal de rechtbank dit niet ten nadele van verdachte laten meewegen.

De rechtbank heeft er bij de strafoplegging rekening mee gehouden dat de redelijke termijn is overschreden.

Nu het bewezenverklaarde feit slechts betrekking heeft op één formulier en de valsheid in geschrift in zoverre niet meermalen is gepleegd, kan de rechtbank niet in de straf verdisconteren dat er meer antwoordformulieren zijn vervalst, zoals uit het dossier volgt. De rechtbank komt dan ook, mede in het licht van de overige feiten en omstandigheden, tot een aanzienlijk lagere straf en een andere strafmodaliteit dan door de officier van justitie is geëist. Voor een deels voorwaardelijke straf ziet de rechtbank geen aanleiding.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 47 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het bij dagvaarding primair tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

medeplegen van valsheid in geschrift;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 24 (vierentwintig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 12 (twaalf) DAGEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op twee uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.L. Ruiter, voorzitter,

mrs. Chr.A.J.F.M. Hensen en M. Enthoven, rechters

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 mei 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 6640/2009/302, van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, met bijlagen (hierna: pv-I, doorgenummerd p. 1 t/m 1059) en het aanvullend proces-verbaal met het nummer 6640/2009/302, van de SIOD, met bijlagen (hierna: pv-II, doorgenummerd p. 1 t/m 475)

2 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 26 januari 2011, V01-03, p. 99 (pv-I).

3 Proces-verbaal van relaas met nummer 6640/2009/302-210 van 6 juli 2011 p. 52 (pv-I).

4 Een geschrift zijnde een antwoordformulier Examen conform SCC op 11 april 2009 van kandidaat [persoon B.], D/001 71-246, p. 579 (pv-I).

5 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 27 januari 2011, V01-05, p. 108 (pv-I).

6 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte[medeverdachte] van 26 januari 2011, V02-05, p. 142 en 143 (pv-I).