Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:5336

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-04-2014
Datum publicatie
30-04-2014
Zaaknummer
443291 HA ZA 13-584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersaansprakelijkheid. Causaal verband tussen ongeval en schade wegens overlijden paard? Verzekeraar heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en schade in verband met borst- en wervelletsel als gevolg van ongeval vergoed. Artikel 6:98 BW en minimumvereiste van conditie sine qua non verband. In geschil of de tussenpeesblessure die aan het linkervoorbeen is geconstateerd nadat het paard (beperkt) in wedstrijden is uitgekomen en de daaruit voortkomende avulsiefractuur met als gevolg dat het paard geëuthanaseerd moest worden ongevalsgevolg is. Bestaan conditie sine qua non-verband wordt aangenomen. Eigen schuld van 20% in verband met nalaten onderzoek om tussenpeesblessure aan linkervoorbeen uit te sluiten. Niet aan schadebeperkingsverplichting voldaan. Taxateur benoemen om schade vast te stellen (verlies waarde paard).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/443291 / HA ZA 13-584

Vonnis van 9 april 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap

TACX STABLES B.V.,

gevestigd te Wassenaar,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.J. de Groen te Sassenheim, gemeente Teylingen,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

2. [A],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

advocaat mr. M.P. Vink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Tacx en Allianz c.s. (meervoud) genoemd worden en gedaagden ook afzonderlijk Allianz en [A].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen van 7 en 17 mei 2013, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van 24 juli 2013, met productie;

  • -

    het tussenvonnis van 7 augustus 2013 waarin tevens een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte vermeerdering van eis van 24 oktober 2013, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 oktober 2013 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Bij afzonderlijke brieven van 11 november 2013 hebben Tacx en Allianz c.s. gereageerd op het proces-verbaal. De brieven zijn aan het procesdossier toegevoegd. De rechtbank leest het proces-verbaal met inachtneming van de gemaakte opmerkingen.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tacx, een familiebedrijf, drijft een paardenfokkerij voor dravers. Het bedrijf bezit voorts sportpaarden die op nationaal en internationaal niveau uitkomen in wedstrijden. In 2008 heeft het bedrijf een merrie, hierna “het paard” of “Uchenna” (haar sportnaam) genoemd, geboren in 2001 en bij KWPN geregistreerd onder nummer 01.07343 onder de naam Us Mera, gekocht voor de prijs van € 85.000,-. Uchenna is in de dressuur uitgebracht en heeft als hoogste stand Z2+39 winstpunten en nationaal/internationaal in de topsport ZZ licht + 10 winstpunten.

2.2.

Op 24 november 2009 heeft op de A44 (richting Wassenaar/Den Haag) nabij afrit Noordwijk/Voorhout, een aanrijding plaatsgevonden tussen een voertuig met paardentrailer - met in de paardentrailer Uchenna - van Tacx, en een auto, bestuurd door [A] (hierna: het ongeval). De auto van Tacx (met daarin mevrouw Tacx en haar zoon Gregor Tacx) reed op de rechterrijbaan van de snelweg. [A] is vanaf de in-/uitvoegstrook naast de rechterrijbaan ingevoegd voor het voertuig van Tacx. Op datzelfde moment wilde de bestuurder van een derde voertuig vanaf de linkerrijbaan van de snelweg voor het voertuig van Tacx langs uitvoegen naar de in- en uitvoegstrook. Aangezien het verkeer op deze in- en uitvoegstrook stilstond, moesten de bestuurder van het derde voertuig, [A] en Tacx een noodstop maken, waardoor het ongeval plaatsvond. Uchenna is in de paardentrailer over de stang naar voren geschoten.

2.3.

[A] was ten tijde van het ongeval voor wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij Allianz. Allianz heeft de aansprakelijkheid voor het ongeval erkend.

2.4.

Na het ongeval is op verzoek van Allianz een tweetal expertiserapporten opgesteld door A. Reijneveld, agrarisch expert. De rapporten dateren van 3 september 2010 en 8 november 2011. Laatstgenoemd rapport is onder meer opgesteld aan de hand van een behandelverslag van 13 juni 2011 van de behandelend dierenarts van Uchenna, de heer drs. [dierenarts] van Paardenkliniek Raaphorst. Blijkens de rapporten van Reijneveld en voormeld behandelverslag en gelet op het verhandelde ter comparitie is - samengevat en zakelijk weergegeven - de ziektegeschiedenis van Uchenna als volgt.

- Op 25 september 2009 is Uchenna voorafgaand aan het binnenseizoen (uitvoerig) onderzocht door dierenarts [dierenarts]. Er was geen zichtbare kreupelheid en de buigproeven waren negatief. Er is een scan van het linkervoorbeen gemaakt. De aanleiding was een zwelling als gevolg van irritatie door een peesbeschermer.

- Op 30 november 2009 is bij Uchenna in het kader van de sportbegeleiding bloedonderzoek verricht.

- Op 3 december 2009 is Uchenna naar aanleiding van klinische klachten als gevolg van de aanrijding (uitvoerig) onderzocht. Het paard wilde niet meer lopen, was linksvoor gevoelig, zowel rechtuit als op de volte. Het paard vertoonde forse problemen met de wervelkolom en zij had zeer pijnlijke rugspieren. Er zijn scanbeelden van onderzoek, gedateerd 3 december 2009 en 4 januari 2010. Met name is de wervelkolom in beeld gebracht. Er zijn geen opnamen van de tussenpees. Het paard is intensief behandeld, inclusief het gebruik van pijnstillers en revalidatieprogramma, waarbij onder meer gebruik is gemaakt van een aquatrainer.

- Eind januari 2010 is Uchenna fit genoeg bevonden om weer deel te nemen aan wedstrijden. Het paard is uitgekomen in dressuurwedstrijden op 30 januari 2010, 7 februari 2010, 21 februari 2010, 6 maart 2010 en 13 maart 2010.

- Op 12 februari 2010 is het paard gecontroleerd in het kader van de sportbegeleiding. Daarin is geen negatieve reactie op de wedstrijden geconstateerd.

- Op 18 maart 2010 is tijdens een klinisch onderzoek op stal een recidive geconstateerd met een opvallende kreupelheid vanuit het linkervoorbeen. Linksvoor was duidelijk drukpijnlijk ter hoogte van de aanhechting van de tussenpees en er was een reactie op het aanspannen van deze pees. In de periode daarna bestond de behandeling uit rust, in combinatie met ontstekingsremmers en pijnstillers en de voor het paard bekende aquatraining.

- Op de eerstvolgende scanbeelden, gedateerd 4 april 2010, is geen afwijking van de tussenpees waarneembaar.

- Op 12 mei 2010 is klinisch onderzoek verricht. Daaruit bleek het paard linksvoor gevoelig te zijn op de buigproef. Er was sprake van een verminderde kootvering.

- Op 14 mei 2010 zijn scanbeelden gemaakt, waarop duidelijke afwijkingen zichtbaar zijn.

- Op 21 juni 2010 is een langere periode van rust/gecontroleerde beweging geadviseerd.

- Op 13 september 2010 is het paard behandeld aan de wervelkolom. Een deel van de recidiverende problemen met het linkervoorbeen werd gecorreleerd aan de afwijkende stand van de hals- en borstwervels. Vervolgens is het paard meerdere keren gecontroleerd en zijn bewegingsadviezen en trainingsschema’s verstrekt.

- Medio januari 2011 was er onvoldoende verbetering en is onder meer geconstateerd dat er een probleem was met de tussenpees.

- In februari 2011 is besloten een MRI-scan linksvoor te laten maken van het kootgewricht en de aanhechting van de tussenpees. Het paard is daartoe opgenomen in een kliniek te Emmeloord. Het is niet gelukt een MRI-scan te maken.

- In maart 2011 is bij kliniek De Lingehoeve een scintigrafie uitgevoerd en is een CT-scan van het linkervoorbeen gemaakt. Ter hoogte van de tussenpees was een avulsiefractuur van het pijpbeen te zien.

2.5.

Op 3 mei 2011 is Uchenna geëuthanaseerd.

2.6.

Allianz heeft op 1 april 2010 aan Tacx behandelingskosten vergoed. Op 6 oktober 2011 en 12 oktober 2011 zijn aan Tacx voorschotten verstrekt van € 40.000,- en € 20.000,-. Op 15 oktober 2010 is ten slotte een bedrag van € 1.750,- voldaan.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Tacx vordert na vermeerdering van eis en samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Allianz en [A] hoofdelijk zal veroordelen, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Tacx van € 168.222,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met hoofdelijke veroordeling van Allianz en [A], des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de (na)kosten.

3.2.

Ter onderbouwing van de vordering stelt Tacx - verkort weergegeven - dat Uchenna, naast borst- en wervelkolomletsel, ten gevolge van het ongeval tevens letsel aan het linkervoorbeen heeft opgelopen in de vorm van een avulsiefractuur. Aangezien de klachten verergerden, waarbij de kosten opliepen zonder enig uitzicht op herstel, is - na overleg met Allianz - besloten Uchenna te euthanaseren, aldus Tacx. Gezien de aansprakelijkheid van Allianz c.s. voor de gevolgen van het ongeval, is Allianz volgens Tacx ook gehouden tot vergoeding van de door Tacx geleden schade in verband met de ontstane avulsiefractuur en de daarop volgende euthanasie.

3.3.

De door Tacx geleden schade bestaat volgens Tacx uit de waardedaling van het paard van € 200.000,-, behandelingskosten van in totaal € 15.839,73 exclusief BTW, reiskosten van € 334,40 en buitengerechtelijke incassokosten van € 7.975,84. Volgens Tacx bedraagt de wettelijke rente gerekend vanaf de gemiddelde datum van de besteding van de kosten tot 6 november 2011 in ieder geval € 4.027,69. Dat betekent dat Allianz vanaf 7 oktober 2011 aan hoofdsom en wettelijke rente € 228.222,66 aan Tacx verschuldigd was. Verminderd met het door Allianz betaalde voorschot van € 60.000,- bedraagt de schadevergoedingsvordering volgens Tacx in totaal het gevorderde bedrag van € 168.222,66.

3.4.

Allianz c.s. voeren gemotiveerd verweer. Het verweer van Allianz c.s. is gelijkluidend aan de stellingen die zij hebben betrokken ter onderbouwing van hun vorderingen in reconventie.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.6.

Allianz vordert samengevat - veroordeling van Tacx tot betaling van € 51.912,76, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Tacx in de (na)kosten in conventie en in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.7.

Allianz legt aan haar vordering in reconventie - zakelijk weergegeven - primair ten grondslag dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen het ongeval en de door Uchenna opgelopen avulsiefractuur. Subsidiair stelt zij dat sprake is van eigen schuld aan de zijde van Tacx. Daardoor dient het waardeverlies ten gevolge van de euthanasie van Uchenna niet voor haar rekening te komen, aldus Allianz. De kosten van behandeling belopen volgens Allianz in totaal € 11.913,75. Aangezien zij specifieke betalingen heeft verricht van in totaal € 3.826,51 en voorschotten van in totaal € 60.000,-, vordert Allianz terugbetaling van het teveel betaalde, te weten € 51.912,76.

3.8.

Tacx voert gemotiveerd verweer. Het verweer van Tacx is gelijkluidend aan de stellingen die zij heeft betrokken ter onderbouwing van haar vorderingen in conventie.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Allianz heeft aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Niet in geschil is dat het paard als gevolg van het ongeval in ieder geval letsel heeft opgelopen aan borst- en wervelkolom en dat Tacx daardoor schade heeft geleden. Het is om die reden dat Allianz is overgegaan tot vergoeding van de kosten van behandeling van het paard en voorschotten heeft verstrekt. Nu de aansprakelijkheid van Allianz vaststaat, is zij in beginsel gehouden tot volledige vergoeding van de schade die Tacx c.s. als gevolg van het ongeval heeft geleden.

Avulsiefractuur ongevalsgerelateerd?

4.2.

In geschil is allereerst of de in 2011 bij Uchenna geconstateerde avulsiefractuur ongevalsgevolg is. Allianz c.s. verweren zich met de stelling dat causaal verband ontbreekt. Zij stellen dat eerst vanaf medio maart 2010 (na de dubbele start van het paard) sprake is geweest van klachten aan het linkervoorbeen en voeren, met een beroep op het rapport van Reijneveld van 8 november 2011, aan dat de blessure van de tussenpees veroorzaakt kan zijn door een acuut trauma, maar ook door overbelasting. Volgens Allianz c.s. is niet aannemelijk dat direct na het ongeval sprake was van een blessure aan het linkervoorbeen, mede nu een dergelijke blessure pas maanden na het ongeval voor het eerst is waargenomen en er in de tussenliggende periode verschillende onderzoeken hebben plaatsgevonden.

4.3.

Op grond van het bepaalde in artikel 6:98 BW dient beoordeeld te worden of de avulsiefractuur in zodanig verband staat met het ongeval, dat zij Allianz c.s., mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en de schade, als een gevolg van het ongeval kan worden toegerekend. De erkenning van Allianz van aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval is beperkt tot hetgeen ook daadwerkelijk als ongevalsgevolg moet worden aangemerkt. Ook in het kader van de beoordeling of de schade als gevolg van de avulsiefractuur in de zin van artikel 6:98 BW aan het ongeval toegerekend kan worden, geldt derhalve dat in beginsel vereist is dat tussen het ongeval en die schade conditio sine qua non-verband bestaat. De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat het ongeval een noodzakelijke voorwaarde is voor het ontstaan van de avulsiefractuur rust op Tacx.

4.4.

Niet in geschil is dat de avulsiefractuur voortkomt uit een blessure van de tussenpees aan het linkervoorbeen van het paard. Evenmin is in geschil dat voor het eerst in maart 2010 kreupelheid vanuit het linkervoorbeen is geconstateerd. Voordien, in december 2009, was sprake van een gevoeligheid aan dat been, zoals Allianz c.s. ook ter comparitie naar voren hebben gebracht, maar is geen probleem met de tussenpees vastgesteld. Met betrekking tot de oorzaak van de kreupelheid volgens [dierenarts] zoals in maart 2010 door hem geconstateerd heeft Reijneveld in zijn rapport van 3 september 2010 het volgende vermeld:

Overleg met dierenarts

(…)

Dierenarts [dierenarts] vertelde mij het volgende m.b.t. het letsel van het paard. T.g.v. van het

plotseling remmen was de merrie in de trailer min of meer over de stang geschoven en had

borst en hals beschadigd. M.n. waren de wervels in de hals wat verschoven en later bleek ook dat het paard in de rug, m.n. het gedeelte onder het zadel, zeer pijnlijk was. Aanvankelijk was ze niet echt kreupel maar later bleek ze dat linksvoor wel te zijn en die kreupelheid is beslist gerelateerd aan de problemen in de wervelkolom. Zowel het kogelgewricht linksvoor als de tussenpees waren verdikt. (…)”

Met betrekking tot de oorzaak van de avulsiefractuur volgens [dierenarts] heeft Reijneveld vervolgens in zijn rapport van 8 november 2011 vermeld:
(...)

De scintigrafie en het onderzoek middel CT-scan gaven als uitslag dat er sprake was van een avulsie fractuur. Dat is een afscheurbreuk en die ontstaat wanneer er grote trekkracht van een pees plaatsvindt op het bot. Volgens de heer [dierenarts] is die waarschijnlijk ontstaan als gevolg van de zeer plotselinge, ernstige en assymetrische overbelasting welke is opgetreden bij het ongeval. De kans dat een dergelijk trauma is opgelopen bij het lopen van dressuurwedstrijden acht de heer [dierenarts] minimaal. De combinatie van het halstrauma, beide voorbenen bot activiteit t.h.v. de aanhechting van de tussenpees aan het bot van het pijpbeen, de reactie in de beide S.I.-gewrichten en de blessure van rechtsachter passen volgens de dierenarts bij het onderuitgaan in de trailer na een noodstop en niet bij het verstappen tijdens de wedstrijd.
(…)
In het gesprek dat ik met dierenarts [dierenarts] had op 16 september 2011 is m.n. ook aan de orde geweest het moment waarop de problemen met de tussenpees zijn ontstaan dan wel geconstateerd. Op 03.09.2009 is het paard uitvoerig onderzocht en wanneer er op dat moment sprake was geweest van een avulsie fractuur dan had men wel iets moeten merken, zo gaf ook dierenarts [dierenarts] aan. Maar ook uit het verdere verslag blijkt nergens dat er voor medio 2010 een probleem met de tussenpees is vastgesteld. In zijn verslag van 13 juni 2011 geeft dierenarts [dierenarts] op bladzijde 4 aan dat er reeds begin maart 2010 het vermoeden bestond dat er sprake was van een avulsie fractuur. Maar in het gesprek dat ik in augustus 2010 met hem had is dat nooit gemeld of op enigerlei wijze ter sprake gekomen. Op mijn vraag wanneer deze avulsiefractuur dan is ontstaan, kon dierenarts [dierenarts] mij geen duidelijk antwoord geven. Mogelijk was het botvlies bij de aanrijding losgescheurd en is daardoor de fractuur ontstaan als gevolg van een slechte doorbloeding, zo gaf de heer [dierenarts] aan.
(…)

Beoordeling

(…) Uit het verslag en uit de beelden is duidelijk dat het ongeval van november 2009 gevolgen heeft gehad. Een probleem voor de borst en rug en dan m.n. ook de wervelkolom. Het paard is daarvoor behandeld en ik kan mij goed voorstellen dat het belangrijk was dat een paard met die problemen in beweging blijft. De causaliteit tussen die problemen en het ongeval zijn duidelijk.

Dat is anders m.b.t. de blessure van de tussenpees. Deze blessure kan worden veroorzaakt

door bijvoorbeeld een acuut trauma maar ook door overbelasting. Het is de meest voorkomende ernstige en problematische blessure bij dressuurpaarden en dan m.n. bij paarden die op hoog niveau in wedstrijden uitkomen. De kans dat deze blessure is ontstaan door de training en wedstrijden is reëel en zeker niet minder groot dan de kans dat het ontstaan is ten gevolge van het ongeval. Temeer daar in de eerste maanden na het ongeval deze blessure niet is waargenomen. Of dat komt omdat de blessure er niet was of omdat de blessure niet is geconsulteerd is niet volledig aan te geven, maar er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat er in de maanden direct na het ongeval sprake was van een tussenpeesblessure. De latere waargenomen avulsie fractuur kan ook ontstaan door de voortdurende overbelasting van deze tussenpees.

Uit het verslag van dierenarts [dierenarts] en uit de beelden die beschikbaar zijn blijkt nergens dat deze blessure een direct gevolg is van een trauma opgelopen bij het ongeval. Het zou kunnen, maar het wordt nergens bewezen en de kans dat het op een andere wijze is ontstaan is zeker zo groot.
(…)
De kans dat de tussenpeesblessure later is ontstaan en vervolgens ook de avulsiefractuur is mijns inziens heel reëel.
(…)”

4.5.

De rechtbank stelt voorop dat - als onvoldoende weersproken vaststaat dat - een avulsiefractuur een fractuur is als gevolg van een grote trekkracht van een pees aan het bot. Uitgangspunt is - dit is (ook) niet in geschil - dat deze fractuur veroorzaakt kan zijn door een acuut trauma zoals het ongeval. Onderwerp van geschil is of de fractuur, los van het ongeval, veroorzaakt is of kan zijn door een andere gebeurtenis, waaronder overbelasting tijdens trainingen en wedstrijden. Naar het oordeel van de rechtbank hebben Allianz c.s. tegenover de gemotiveerde stelling van Tacx dat de avulsiefractuur is ontstaan als gevolg van het ongeval onvoldoende feiten en omstandigheden ter betwisting gesteld. De rechtbank neemt gelet hierop als vaststaand aan dat de avulsiefractuur is veroorzaakt door het ongeval. Daartoe overweegt zij als volgt.

4.6.

De rechtbank neemt als vaststaand aan dat het paard vóór het ongeval niets mankeerde. Voor zover Allianz c.s. in hun brief van 11 november 2013 (na de comparitie) hun uitspraken ter comparitie op dit punt hebben genuanceerd en het verweer voeren dat de gevoeligheid van het linkervoorbeen na het ongeval geen ongevalsgevolg is, maar voortkomt uit de zwelling vóór ongeval, verwerpt de rechtbank dit verweer. Blijkens het rapport van Reijneveld van 8 november 2011 was de aanleiding voor het onderzoek op 3 september 2009 een zwelling als gevolg van irritatie door een peesbeschermer, zoals ook in het verslag van [dierenarts] van 13 juni 2011 is vermeld. Reijneveld vermeldt in dit verband voorts: “op de door mij ontvangen scanbeelden is de tussenpees niet zichtbaar maar wel is er een beeld dat duidt op een hematoom. Door dierenarts [dierenarts] is overigens reeds aangegeven dat scanbeelden waarop geen afwijking zichtbaar is niet worden bewaard en daar kan ik mij iets bij voorstellen.

4.7.

Voorts staat vast dat direct na het ongeval problemen zijn geconstateerd aan de borst- en wervelkolom, waarvoor het paard een intensieve revalidatiebehandeling onderging. Daarnaast was reeds vóórdat weer wedstrijden werden gereden, in december 2009, sprake van een gevoeligheid aan het linkervoorbeen. In de periode november 2009 - maart 2010 is Uchenna gerevalideerd en ingezet op een beperkt aantal wedstrijden. Na deelname aan de wedstrijden is in maart 2010 kreupelheid aan het linkerbeen ontdekt.

4.8.

De rechtbank laat in het midden of een avulsiefractuur kan ontstaan door overbelasting alleen, zoals Reijneveld in zijn rapport van 8 november 2011 lijkt te suggereren en [dierenarts] bestrijdt. Zelfs als van de juistheid van de zienswijze van Reijneveld wordt uitgegaan, blijkt uit niets dat de blessure aan het linkerbeen uitsluitend is ontstaan als gevolg van overbelasting van het paard door de trainingen en wedstrijden in de periode na het ongeval en derhalve ook zónder het ongeval zou zijn ontstaan. Allianz c.s. hebben op dit punt tegenover de gemotiveerde stelling van Tacx dat de avulsiefractuur is ontstaan als gevolg van het ongeval onvoldoende feiten en omstandigheden ter betwisting gesteld. Volgens Reijneveld kan de avulsie fractuur ook zijn ontstaan door de voortdurende belasting van de tussenpees. Zonder feitelijke onderbouwing, die ontbreekt, volgt daaruit evenwel niet dat het causaal verband tussen het ongeval en de avulsiefractuur ontbreekt. Er zijn geen feiten gesteld of gebleken die, het ongeval weggedacht, erop duiden dat de trainingen en wedstrijden waarvan in de periode november 2009-maart 2010 sprake is geweest op zichzelf (los van het ongeval) een te grote belasting zouden zijn geweest voor een wedstrijdpaard als Uchenna. Mogelijk zijn de trainingen en de wedstrijden een te grote belasting geweest vanwege het ongeval en de direct nadien geconstateerde problemen aan de borst- en wervelkolom met als gevolg dat een blessure aan het linkervoorbeen heeft kunnen ontstaan. Mogelijk is ook dat de trainingen en wedstrijden een te grote belasting zijn geweest omdat reeds direct na het ongeval sprake is geweest van een blessure aan de tussenpees van het linkervoorbeen, die pas later, na deelname aan de wedstrijden, is waargenomen. Beide mogelijkheden laten evenwel onverlet dat die blessure (en daarmee tevens de avulsiefractuur) zonder het ongeval niet zou(den) zijn ontstaan. Of de omstandigheid dat de blessure aan het linkervoorbeen niet eerder is waargenomen en het paard is ingezet op wedstrijden, meebrengen dat sprake is van eigen schuld van Tacx, zal de rechtbank hierna beoordelen.

4.9.

De rechtbank verwerpt ten slotte bij gebrek aan enig feitelijk aanknopingspunt de suggestie van Allianz c.s. dat het paard zich verstapt kan hebben bij de wedstrijden met als gevolg een blessure aan het linkerbeen en avulsiefractuur. Daarvoor acht de rechtbank van belang dat het paard voortdurend onder begeleiding heeft gestaan, door de jury tijdens de wedstrijden is waargenomen en dat in de juryrapporten van de wedstrijden waaraan Uchenna in maart 2010 heeft deelgenomen niets is opgenomen met betrekking tot een verstapping.

4.10.

Het vorenstaande leidt dan ook tot de conclusie dat Allianz in beginsel niet alleen verplicht is tot vergoeding van de schade die Tacx heeft geleden in verband met het ontstaan van borst- en wervelkolomletsel, maar ook in verband met het ontstaan van de avulsiefractuur.

Eigen schuld

4.11.

Een vervolgvraag is of sprake is van eigen schuld, zoals Allianz c.s. stellen en Tacx betwist. Volgens Allianz c.s. had Tacx een langdurige rust- en herstelperiode voor Uchenna in acht moeten nemen, hetgeen zij heeft nagelaten. Tacx heeft in strijd gehandeld met haar schadebeperkingsverplichting door het paard al na verloop van twee maanden weer te laten participeren in wedstrijden. Daarom dient de schade als gevolg van de avulsiefractuur voor rekening van Tacx te blijven.

4.12.

Ingevolge het bepaalde in artikel 6:101 BW geldt dat wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die Tacx kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht van Allianz c.s. wordt verminderd, in beginsel door een verdeling naar evenredigheid van de schade over Tacx en Allianz c.s. met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Bij de beoordeling van het beroep van Allianz c.s. op eigen schuld, heeft, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot het bestaan van causaal verband, als uitgangspunt te gelden dat tussen het ongeval en de avulsiefractuur conditio sine qua non-verband bestaat. De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die leiden tot een geslaagd beroep op eigen schuld rust op Allianz c.s.

4.13.

Allianz c.s. benadrukken dat Tacx voorafgaand aan het rapport van Reijneveld van 3 september 2010 in eerste instantie heeft meegedeeld dat het paard niet is gestart op wedstrijden, terwijl dat later wel het geval bleek te zijn, alsmede dat dierenarts [dierenarts] Reijneveld op 23 augustus 2010 telefonisch heeft meegedeeld dat het paard meerdere keren in de periode januari-maart 2010 in wedstrijden was uitgekomen, terwijl hij in zijn behandelverslag van 13 juni 2011 heeft vermeld dat dit is gebeurd in overleg en onder controle van hem. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen die wisselende verklaringen niet de conclusie dat sprake is van eigen schuld van Tacx. Weliswaar is dit opmerkelijk, zoals ook Reijneveld constateert, maar daaruit volgt op zichzelf niet, dat die deelname heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade in verband met de avulsiefractuur.

4.14.

Het verweer van Tacx, kort gezegd inhoudende dat het paard steeds onder medische controle en behandeling is geweest en dat het uitbrengen van het paard op wedstrijden verantwoord is geweest, vormt naar het oordeel van de rechtbank in het licht van de rapporten van Reijneveld een onvoldoende gemotiveerde betwisting van de gemotiveerde stelling van Allianz c.s. dat sprake is van eigen schuld. De rechtbank neemt dan ook als vaststaand aan dat de omstandigheid dat Tacx Uchenna vanaf januari 2010 aan (een beperkt aantal) wedstrijden heeft laten deelnemen, heeft bijgedragen aan het ontstaan van de door haar geleden schade in verband met de avulsiefractuur. Zij overweegt daartoe als volgt.

4.15.

Niet in geschil is dat voor het borst- en wervelkolomletsel bij het paard een andere behandeling geïndiceerd is dan voor een tussenpeesblessure en avulsiefractuur, namelijk in het ene geval (voornamelijk) gecontroleerde beweging en in het andere geval (voornamelijk) rust. In het rapport van Reijneveld van 8 november 2011 is op dit punt het volgende vermeld, hetgeen Tacx niet, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft weersproken:

Blessure paard Uchenna

(…)

Bij het onderhoud op 16.09.2011 gaf dierenarts [dierenarts] aan dat er sprake was van min of

meer tegengestelde belangen. Voor de wervelkolom was er beslist de noodzaak dat het paard moest bewegen; maar bij een tussenpeesblessure kan rust noodzakelijk zijn.

(…)

Beoordeling

(…)

Uit het verslag en uit de beelden is duidelijk dat het ongeval van november 2009 gevolgen

heeft gehad. Een probleem voor de borst en rug en dan m.n. ook de wervelkolom. Het paard is daarvoor behandeld en ik kan mij goed voorstellen dat het belangrijk was dat een paard met die problemen in beweging blijft.

(…)
De beste behandeling van een tussenpees blessure verschilt van geval tot geval. Maar volgens deskundigen is een lange rustperiode steeds noodzakelijk waarbij men predisponerende factoren moet proberen uit te schakelen. De prognose van de genezing van een tussenpees blessure varieert naargelang de situatie van goed tot infaust.

Wanneer er vanaf het ongeval steeds sprake is geweest van een tussenpees blessure, dan is het paard ten onrechte uitgebracht in wedstrijden. Maar uit de beschikbare informatie blijkt m.n. dat er een ernstige rugprobleem was en ik kan mij voorstellen dat er dan gekozen is voor beweging.
(…)”

4.16.

Voorts moet er naar het oordeel van worden uitgegaan, gelet op de niet, althans onvoldoende door Allianz c.s. weersproken, zienswijze van [dierenarts] blijkens het rapport van Reijneveld van 3 september 2010, dat het bestaande borst- en wervelkolomletsel op zichzelf niet in de weg heeft hoeven staan aan (beperkte) deelname van het paard aan wedstrijden:

“(…)
Omdat het een zeer enthousiast paard is dat graag wil werken is boxrust veelal een probleem en om die reden heeft men geprobeerd om het paard toch wat in training te houden, Op mijn vraag aan de dierenarts [dierenarts] of men niet te snel was gestart in wedstrijden gaf hij aan dat een wedstrijd meestal minder belastend is dan een training.
(…)”

4.17.

Gelet op het ongeval in november 2009 en de in december 2009 geconstateerde gevoeligheid aan het linkervoorbeen, had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van Tacx gelegen nader onderzoek te verrichten en in december 2009 óók scanbeelden te laten maken van het been om eventuele andere blessures, zoals een tussenpeesblessure, uit te sluiten. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat het paard uitkwam op hoog niveau en grote potentie had, zoals Tacx ter comparitie naar voren heeft gebracht en de gevolgen van een eventuele blessure aan het linkervoorbeen potentieel groot konden zijn. De omstandigheid dat het paard in december 2009 met name grote rugproblemen had en dat om die reden gekozen is voor gecontroleerde beweging, hetgeen ook Reijneveld voorstelbaar acht, doet hier niet aan af. Niet beslissend is naar het oordeel van de rechtbank of Tacx bij de behandeling van Uchenna na het ongeval steeds de maatstaven in acht heeft genomen die in de sector gebruikelijk zijn. De rechtbank heeft op basis van de beschikbare informatie geen aanwijzingen dat de dierenarts een beroepsfout heeft gemaakt. Het gaat er om dat Tacx in haar verhouding tot Allianz c.s. niet heeft voldaan aan de op haar rustende schadebeperkingsverplichting en er om die reden sprake is van eigen schuld. Nu Tacx geen verder onderzoek heeft verricht naar de gevoeligheid aan het linkerbeen en zij het paard bovendien vanaf januari 2010 heeft laten deelnemen aan wedstrijden, waardoor, achteraf bezien, niet kan worden uitgesloten dat de blessure aan het linkervoorbeen en daarmee de avulsiefractuur mede het gevolg is geweest van overbelasting vanwege de deelname van het paard aan wedstrijden, moet er naar het oordeel van de rechtbank van worden uitgegaan dat deze schade mede is toe te rekenen aan Tacx.

4.18.

Anders dan Allianz c.s. hebben betoogd, stuit de vordering in conventie van Tacx hier niet op af. De rechtbank bepaalt de mate waarin Tacx heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade op 20%. Bepalend acht de rechtbank of en zo ja in hoeverre ervan moet worden uitgegaan dat verder onderzoek in december 2009 tot een andere behandeling zou hebben geleid dan waarvan thans sprake is geweest en dat alsdan geen sprake zou zijn geweest van euthanasie van het paard vanwege de avulsiefractuur aan het linkervoorbeen. De rechtbank acht van belang dat op de foto’s die op 4 april 2010 zijn genomen, nadat het paard had deelgenomen aan de wedstrijden en kreupelheid was geconstateerd, (nog) geen afwijking van de tussenpees te zien is. Gelet hierop acht de rechtbank onzeker dat verder onderzoek in december 2009 naar aanleiding van de bestaande gevoeligheid aan het linkervoorbeen tot een diagnose en behandeladvies had geleid op grond waarvan deelname van het paard aan wedstrijden niet verantwoord zou zijn geacht. Daarbij moet ook worden bedacht - zoals hiervoor overwogen - dat beweging van het paard in verband met de behandeling van de problemen aan de borst- en wervelkolom nodig was en dat in dat verband deelname aan een wedstrijd als minder intensief dan een training en daarmee op zichzelf als verantwoord dient te worden beschouwd. Voorts acht de rechtbank van belang dat ook bij eerdere ontdekking van de blessure van de tussenpees aan het linkervoorbeen, behandeling van de problemen met borst- en wervelkolom noodzakelijk zou zijn geweest. Gelet op de ernst van die problemen, waarbij onder meer is gerevalideerd met aquatraining, en de aard van de behandeling die daarvoor is vereist, namelijk beweging, acht de rechtbank evenzeer onzeker dat bij eerdere ontdekking sprake zou zijn geweest van een zodanig herstel van het paard dat geen euthanasie had hoeven plaatsvinden. Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een beperkte mate van eigen schuld van Tacx. Niettemin heeft de omstandigheid dat verder onderzoek is nagelaten en het paard heeft deelgenomen aan wedstrijden wel in enige mate bijgedragen aan de ontstane schade. Naar het oordeel van de rechtbank moet ervan worden uitgegaan dat bij eerdere ontdekking van een tussenpeesblessure in ieder geval méér rust in acht zou zijn genomen dan thans het geval is geweest nu het paard heeft deelgenomen aan een, hoewel beperkt, aantal wedstrijden. Daarmee zou het risico van een avulsiefractuur en het als gevolg daarvan overlijden van het paard zijn beperkt.

4.19.

Het voorgaande betekent dat Allianz gehouden is 80% van de door Tacx geleden schade ten gevolge van het onderhavige ongeval te vergoeden.

Schade; waarde van het paard

4.20.

Tussen partijen is in geschil welke waarde Uchenna in het economisch verkeer vertegenwoordigde ten tijde van het ongeval, nu Tacx dit bedrag aan schade heeft geleden door het uiteindelijke verlies Uchenna. Volgens Tacx bedraagt dit waardeverlies € 200.000,. Allianz beroept zich op de waardevaststelling door Reijneveld van € 110.000,.

4.21.

Voor de begroting van deze schadepost is naar het oordeel van de rechtbank een deskundigenbericht noodzakelijk, waarbij benoeming van een paardentaxateur in de rede ligt. De rechtbank zal partijen de mogelijkheid bieden zich bij akte uit te laten - bij voorkeur na onderling overleg - over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze deskundige te stellen vragen. De kosten voor het deskundigenbericht zullen voorshands door Allianz betaald moeten te worden gegeven haar aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval. De rechtbank is voornemens aan de deskundige in ieder geval de volgende vragen voor te leggen:

  1. Kunt u aangeven welke waarde Uchenna als dressuurpaard omstreeks 24 november 2009 in het economisch verkeer vertegenwoordigde?

  2. Welke andere feiten of omstandigheden, voortvloeiend uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

4.22.

De rechtbank neemt als vaststaand aan dat de door Tacx gestelde behandelingskosten van in totaal (€ 15.227,87 + € 611,50 =) € 15.839,73 exclusief BTW daadwerkelijk zijn gemaakt, gelet op de onderbouwing van die kosten met bewijsstukken en nu deze kosten onvoldoende door Allianz c.s. zijn bestreden. De rechtbank verwerpt het verweer van Allianz c.s. dat twee van de in het overzicht van Tacx opgenomen facturen niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat Reijneveld deze niet heeft beoordeeld. Dat deze niet zijn beoordeeld, doet niet terzake, nu ervan moet worden uitgegaan dat deze kosten wel zijn gemaakt. Volledigheidshalve merkt de rechtbank nog op dat uit het door Tacx als productie 9 bij dagvaarding bijgevoegde overzicht en de facturen evenals het overzicht onder punt 26 van de akte vermeerdering eis van 24 oktober 2013 volgt dat in de dagvaarding een typefout is geslopen. De totale rekening van dierenarts [dierenarts] bedraagt niet € 7.891,59, maar € 7.891,23.

4.23.

Allianz c.s. maken geen bezwaar tegen de gevorderde reiskosten van € 334,40, zodat dit bedrag in de berekening van het totale schadebedrag zal worden betrokken.

4.24.

Tacx vordert primair € 7.975,84 aan buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien zij subsidiair aanspraak maakt op een forfaitaire vergoeding conform het Besluit voor vergoeding buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit), begrijpt de rechtbank dat Tacx bedoelt te stellen dat dit besluit van toepassing is. De rechtbank stelt vast dat de onderhavige vordering geen betrekking heeft op één van de situaties waarvoor het genoemde besluit geldt, zodat zij de eventuele verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten zal toetsen aan rapport Voorwerk II. Tacx heeft de door haar raadsman verrichte werkzaamheden gespecificeerd conform de vereisten zoals opgenomen in rapport Voorwerk II. Dat wil zeggen dat zij een overzicht heeft overgelegd (productie 10 bij dagvaarding) waarin omschrijvingen van alle verrichte werkzaamheden zijn opgenomen, het daarmee gemoeide aantal uren (c.q. de minuten) en het gehanteerde uurtarief. Voorts heeft Tacx slechts de kosten gevorderd die volgens het overzicht gemaakt zijn voordat aan de voorbereiding van de onderhavige procedure is begonnen (tot en met 27 oktober 2011), zodat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Vervolgens is de vraag aan de orde of de gemaakte kosten de dubbele redelijkheidstoets kunnen doorstaan, dat wil zeggen dat de kosten redelijk zijn en de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. Met Allianz is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde daadwerkelijke kosten deze dubbele redelijkheidstoets niet kunnen doorstaan, nu de kosten ten dele zien op communicatie tussen Tacx, haar raadsman en [dierenarts]. Deze kosten zijn gemaakt ter instructie van de zaak en komen op grond van artikel 241 Rv niet voor vergoeding in aanmerking. Anderzijds heeft Tacx aangetoond dat een deel van de gemaakte kosten ziet op buitengerechtelijke werkzaamheden, zodat de rechtbank het bedrag aan buitengerechtelijke kosten bij wijze van schatting zal vaststellen op twee punten van het toepasselijke liquidatietarief (tarief V), derhalve op een bedrag van € 2.842,-. De rechtbank hanteert de tarieven van het rapport Voorwerk II aangezien Allianz c.s. in verzuim zijn geraakt vóór 1 juli 2012. Daarmee zijn de tarieven conform het besluit niet van toepassing.

4.25.

Bij de vaststelling van het door nog te betalen bedrag aan schadevergoeding dient rekening te worden gehouden met de door Allianz reeds betaalde bedragen. Bij dagvaarding stelt Tacx dat zij op 1 april 2010 van Allianz een vergoeding heeft ontvangen van € 2.090,16. De rechtbank houdt het ervoor dat dit een verschrijving is. Uit het rapport van Reijneveld van 3 september 2010 (pagina 4) volgt dat Allianz een bedrag van € 2.076,51 heeft voldaan. Tezamen met het voorschot van € 1.750,- van 15 oktober 2010 heeft Allianz daarmee € 3.826,51 betaald, zoals Allianz c.s. in hun conclusie van antwoord in conventie hebben bevestigd. Dat betekent dat Allianz van de door Tacx geleden schade in totaal (€ 3.826,51 + € 20.000,- + € 40.000,- =) € 63.826,51 heeft vergoed.



Proceskosten

4.26.

Allianz c.s. zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen in de kosten van de procedure aan de zijde van Tacx worden veroordeeld.

in reconventie

4.27.

Gelet op de beslissingen in conventie ligt de onderhavige vordering voor afwijzing gereed.

4.28.

Allianz c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de kosten van de procedure aan de zijde van Tacx worden veroordeeld.

In conventie en in reconventie

4.29.

Ter voorkoming van een deelvonnis zal de rechtbank behoudens haar beslissing in conventie dat partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten zoals hiervoor onder r.o. 4.21. vermeld iedere verdere beslissing aanhouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 mei 2014 voor het nemen van een akte door Tacx en Allianz c.s. over hetgeen is vermeld onder r.o. 4.21.,

in conventie en in reconventie

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 type: 1555