Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:4537

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-04-2014
Datum publicatie
19-05-2014
Zaaknummer
C-09-463457 - FA RK 14-2488
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

machtiging tot voortzetting inbewaringstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 14-2488

Zaaknummer: C/09/463457

Datum beschikking: 8 april 2014

P- nummer: 1062614

Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling

Beschikking op het op 4 april 2014 ingekomen verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Den Haag, met betrekking tot:

[naam], gehuwd (geweest) met [naam],

de betrokkene,

geboren op [geboortedatum],

wonende te [adres],

doch verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis Rivierduinen, locatie GGZ Rijnaarde, te Alphen aan den Rijn,

advocaat: mr. J. Kreumer te Den Haag.

Procedure

Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken – voor zover van belang – overgelegd:

  • -

    een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Alphen aan den Rijn waarbij op 2 april 2014 de inbewaringstelling van de betrokkene is gelast;

  • -

    een geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).

De rechtbank heeft de betrokkene op 8 april 2014 gehoord. De betrokkene werd bijgestaan

door haar advocaat.

De rechtbank heeft zich in aanwezigheid van de betrokkene en haar advocaat laten voorlichten door de behandelend psychiater Q. Samim en de echtgenoot van de betrokkene.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis van betrokkene.

De betrokkene voert verweer. Zij wil het liefst naar huis. Haar echtgenoot heeft nog naar voren gebracht zij meer zien in een vrijwillige behandeling waarbij de betrokkene overdag thuis bij de kinderen verblijft en ’s-avonds terugkeert naar het psychiatrisch ziekenhuis.

Beoordeling

Op het verzoek zijn van toepassing de artikelen 20, 27, 29 en 30 van de Wet Bopz.

De rechtbank stelt voorop dat de verzochte machtiging slechts mag worden verleend wanneer de betrokkene gevaar veroorzaakt, het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene het gevaar doet veroorzaken, het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat een voorlopige machtiging tot het doen opnemen of doen verblijven of tot het doen voortduren van het verblijf van de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis niet kan worden afgewacht en het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.

De rechtbank is van oordeel dat het ernstige vermoeden bestaat dat bij de betrokkene sprake is van een stoornis van de geestvermogens als bedoeld in de Wet Bopz.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het hiervoor genoemde gevaar zich voordoet. De betrokkene levert door haar ziekte een gevaar op voor zichzelf en een of meer anderen.

De rechtbank is ten slotte van oordeel dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.

De advocaat heeft kenbaar gemaakt dat de betrokkene vrijwillig in het ziekenhuis wil blijven zodat het onderhavige verzoek dient te worden afgewezen. De psychiater heeft echter verklaard dat de betrokkene onvoldoende is opgeknapt en dat de kwetsbaarheid in de thuissituatie nog immer aanwezig is. Hij heeft er weinig vertrouwen in dat een verblijf op vrijwillige basis succesvol zal zijn.

Op grond van vorenstaand betoog van de psychiater –aan de juistheid waarvan de rechtbank geen reden heeft te twijfelen– acht de rechtbank onvoldoende aannemelijk dat bij betrokkene de bestendige bereidheid aanwezig is en derhalve een vrijwillig verblijf van betrokkene geen kans van slagen heeft.

Beslissing

De rechtbank:

verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis, van:

[naam], gehuwd met [naam],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

uiterlijk tot en met 29 april 2014 .

Deze beschikking is gegeven door mr. B. Hagendoorn, bijgestaan door A.U. Hatuina als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2014.