Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:4529

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-04-2014
Datum publicatie
14-04-2014
Zaaknummer
09/852061-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor ontucht met dochter en bezit kinderpornografie

De rechtbank kan op grond van het dossier niet uitsluiten dat de man de hem ten laste gelegde ontuchtige handelingen tijdens zijn slaap, en dus niet bij bewustzijn, heeft verricht.

De 15 afbeeldingen van kinderpornografische aard op de computer van de man waren zogenoemde ‘thumbnails’ die in een voor verdachte verborgen map stonden. De rechtbank kan niet uitsluiten dat deze afbeeldingen als preview automatisch door een downloadprogramma zijn binnengehaald. Niet kan worden vastgesteld dat de man wist van de (mogelijke) aanwezigheid van die afbeeldingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/852061-13

Datum uitspraak: 14 april 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]

[adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 31 maart 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Berton en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. J. Hemelaar, advocaat te Leiden, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De wettelijke vertegenwoordiger van [dochter van verdachte], zijnde haar moeder [moeder], heeft gebruik gemaakt van het spreekrecht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2012 tot en met 27 juli 2012, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 augustus 2012, te Alphen aan den Rijn ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig dochter, genaamd[dochter van verdachte], geboren op [geboortedag] 2000, bestaande die ontucht hierin dat verdachte de hand van die [dochter van verdachte] op zijn penis heeft geplaatst en/of die [dochter van verdachte] met die hand heen en weergaande bewegingen heeft laten maken, althans zijn penis door die [dochter van verdachte] heeft laten betasten;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29 oktober 2011 tot en met 5 februari 2013 te Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland, een gegevensdrager, te weten een notebook/laptop, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer)

- het vasthouden van een stijve penis van een vermoedelijk volwassen man door een meisje (geschatte leeftijd 10-12 jaar) en/of

- het naakt en wijdbeens liggen op een (op een) bed (gelijkend voorwerp) door een meisje (geschatte leeftijd 10-12 jaar). In/bij haar vagina wordt door een persoon een voorwerp gebracht/gehouden (en/of)

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door 4 meisjes (geschatte leeftijd 10-14 jaar) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) borsten en/of vagina in beeld gebracht worden;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Op 22 augustus 2012 heeft [moeder] een informatief gesprek gehad met de politie over mogelijke ontuchtige handelingen gepleegd bij haar minderjarige dochter [dochter van verdachte] door de vader van [dochter van verdachte], zijnde verdachte (de ex-man van [moeder]). Nadat zij in eerste instantie afzag van het doen van aangifte, heeft [moeder] op 2 november 2012 alsnog aangifte gedaan tegen verdachte wegens voornoemde ontucht. Op 4 februari 2013 is verdachte aangehouden op verdenking van het plegen van ontucht met [dochter van verdachte]. De volgende dag heeft de politie de laptop van verdachte in beslaggenomen. Daarop zijn in totaal 15 afbeeldingen aangetroffen van kinderpornografische aard.

Verdachte wordt verweten dat hij ontuchtige handelingen bij zijn dochter heeft gepleegd (feit 1) en dat hij kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en in bezit heeft gehad (feit 2).

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide feiten.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het eerste feit op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet op de handelingen gepleegd bij zijn dochter. Daartoe is aangevoerd dat verdachte de handelingen bij zijn dochter heeft gepleegd terwijl hij sliep. Verdachte werd zich, aldus de verdediging, pas bewust van zijn ‘handelen’ toen hij wakker werd doordat zijn dochter hem waarschuwde. Dat verdachte wel eens in zijn slaap ‘aan personen zit’ volgt volgens de verdediging uit de verklaring van verdachte en uit de verklaringen van zijn ex-vrouwen en ex-vriendinnen. Ten aanzien van het tweede feit heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hij zich niet bewust was van de aanwezigheid van het kinderpornografisch materiaal op zijn laptop. Daartoe is aangevoerd dat verdachte een back-up had gemaakt van gegevens afkomstig van zijn oude computer en dat die back-up was geplaatst op een tweedehands harde schijf die hij van iemand had overgenomen. Blijkbaar stond genoemd kinderpornografisch materiaal al op die tweedehands harde schijf en heeft verdachte dit bij het terugzetten van zijn backup naar zijn nieuwe computer per ongeluk mee gekopieerd, aldus de verdediging.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

3.4.1

Feit 1: Ontucht

De handelingen

De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de handelingen die zijn opgenomen in de tenlastelegging – te weten: dat verdachte de hand van die [dochter van verdachte] op zijn penis heeft geplaatst en/of die [dochter van verdachte] met die hand heen en weergaande bewegingen heeft laten maken, althans zijn penis door die [dochter van verdachte] heeft laten betasten – hebben plaatsgevonden. Zij overweegt hiertoe het volgende.

De moeder van [dochter van verdachte],[moeder], heeft onder meer verklaard dat haar dochter het volgende aan haar heeft verteld.

[dochter van verdachte] had, samen met haar broertje [broertje] en met [andere dochter] (een dochter van verdachte uit een andere relatie), bij haar vader, verdachte, gelogeerd. Op een gegeven moment waren [broertje] en [andere dochter] uit bed gegaan en naar de woonkamer gegaan. [dochter van verdachte] bleef achter in het bed met verdachte. Verdachte kroop op enig moment tegen haar aan. [dochter van verdachte] voelde dat verdachte naakt was. Verdachte pakte haar hand vast en legde die op zijn geslachtsdeel. Vervolgens moest [dochter van verdachte] heen en weer gaande bewegingen maken, waarna zij uit bed sprong. Verdachte zei nog tegen haar dat ze terug moest komen in bed, omdat hij het zo miste. Hij miste een vrouw in zijn leven.

Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat [andere dochter] en [broertje] het bed hadden verlaten, achterbleef met [dochter van verdachte] in zijn bed. Het volgende dat hij zich kan herinneren is, aldus verdachte, dat hij wakker werd toen hij [dochter van verdachte] hoorde zeggen: “Pap, dit gaat te ver”. Hij merkte dat de hand van [dochter van verdachte] op zijn geslachtsdeel lag. Vervolgens sprong zijn dochter het bed uit. Volgens de verklaring van verdachte had hij een onderbroek aan.

Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank is van oordeel dat, gelet op de verklaring van de moeder van [dochter van verdachte] en die van verdachte, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de handelingen zoals deze staan opgesomd in de tenlastelegging hebben plaatsgevonden.

Had verdachte opzet op het plegen van de ontuchtige handelingen?

Voorts ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verdachte de ontuchtige handelingen opzettelijk, dat wil zeggen willens en wetens, heeft verricht. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank sluiten de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet uit dat verdachte, zoals hij heeft verklaard, zich ten tijde van het plegen van de ontuchtige handelingen in een toestand van slaap bevond en dat hij niet bewust heeft gehandeld. Uit de verklaring van de moeder van [dochter van verdachte] volgt niet dat door [dochter van verdachte] is geconstateerd dat haar vader wakker was toen hij de handelingen verrichtte. Uit de in het dossier aanwezige getuigenverklaringen volgt dit evenmin. Dat verdachte weleens onbewust seksuele handelingen heeft verricht in een slaaptoestand volgt, naast zijn eigen verklaring, ook uit de verklaring van getuige [getuige] (een ex-vrouw van verdachte). Zij heeft verklaard dat een ex-vriendin van verdachte ([ex-vriendin]) wel eens aan haar heeft verteld dat verdachte

’s nachts lag te mompelen en te friemelen aan haar lichaam, dat zij hem dan een por gaf en dat hij zich vervolgens omdraaide in bed.

Gelet op het voorgaande, kan uit de handelingen van verdachte niet worden afgeleid dat hij deze willens en wetens bij [dochter van verdachte] verrichtte. Weliswaar heeft de moeder van [dochter van verdachte] verklaard dat [dochter van verdachte] heeft verteld dat verdachte haar, toen zij uit zijn bed sprong, smeekte om in bed terug te komen en dat hij toen heeft gezegd dat hij een vrouw in zijn leven miste en haar heeft gevraagd of zij zijn kindjes wilde baren (hetgeen een contra-indicatie zou kunnen zijn voor de verklaring van verdachte dat hij in een slaaptoestand verkeerde), echter dit onderdeel van de verklaring van de moeder van [dochter van verdachte] brengt de rechtbank niet tot een andere conclusie omtrent het al dan niet aanwezig zijn van opzet aan de zijde van verdachte. Het betreft een verklaring “van horen zeggen”; [dochter van verdachte] is de (enige) bron en zij zelf heeft geen verklaring willen afleggen. Voor zover de in deze zaak gehoorde getuigen over de door de moeder van [dochter van verdachte] aangehaalde opmerkingen van verdachte hebben verklaard, is de bron van die verklaringen dezelfde, namelijk (de moeder van) [dochter van verdachte]. Er is dus sprake van onvoldoende (steun)bewijs. Daarbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat verdachte ter zitting stellig heeft ontkend deze uitlatingen gedaan te hebben. Voorts is van belang dat het incident en de daarop volgende verklaring van [dochter van verdachte] aan haar moeder dateren van eind juli 2012 en dat de aangifte van [moeder] dateert van 2 november 2012, derhalve ruim drie maanden later. Uit het reclasseringsrapport blijkt verder dat verdachte, ten gevolge van het incident, zijn kinderen sinds eind augustus 2012 niet meer heeft gezien. Naar zijn zeggen is ‘alles afgekapt’, zo vermeldt het rapport. Gelet voorts op de aard en strekking van de beweerdelijke uitlatingen (“of zij zijn kindjes wilde baren”), het tijdsverloop tussen deze beweerdelijke uitlatingen en de aangifte, alsmede de ernstig verstoorde relatie tussen verdachte en [moeder] sinds augustus 2012, acht de rechtbank het niet uitgesloten dat deze uitlatingen niet [dochter van verdachte] als bron hebben, maar veeleer voortkomen uit de relationele problematiek tussen de ex-partners.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat bij verdachte opzet heeft bestaan op het plegen van ontuchtige handelingen met [dochter van verdachte]. De rechtbank zal verdachten dan ook vrijspreken van feit 1.

3.4.2

Feit 2: Kinderpornografie

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen opzettelijk heeft verworven en/of in bezit heeft gehad.

Uit het dossier volgt dat er 15 afbeeldingen van kinderpornografische aard zijn aangetroffen op één van de harde schijven in de laptop van verdachte. Mede gelet op de omvang (elk 2 tot 20kb) van de aangetroffen bestanden, stelt de rechtbank vast dat deze afbeeldingen zogenoemde ‘thumbnails’ betreffen (kleine afbeeldingen die gebruikt worden als preview van een ander bestand). De afbeeldingen zijn aangetroffen in de map “\[naam map]”. De map “[naam map]”, onder welke map-structuur de bestanden zijn aangetroffen, betreft een standaard verborgen map van het besturingssysteem Windows 7 Home Premium, gebruikt voor de “user” (gebruiker). In een dergelijke verborgen map worden (al dan niet tijdelijk) door programma’s (applicaties, ook wel afgekort met ‘App’) bestanden (‘Data’) opgeslagen zonder dat de gebruiker daar enige invloed op heeft. Een gebruiker van het besturingssysteem zal daar doorgaans ook niets in (kunnen, vanwege het verborgen zijn) opslaan. Voorts is gebleken dat het peer-to-peer (p2p) downloadprogramma Shareaza op 29 oktober 2011 te 00.24 uur op de computer is geïnstalleerd. De kinderpornografische afbeeldingen zijn alle kort na dit tijdstip in voornoemde map aangemaakt, te weten tussen 29 oktober 2011 te 00:24:47 uur en 30 oktober 2011 te 07:54:18 uur. Op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen kan voorts niet worden vastgesteld dat verdachte de thumbnails (middels het programma Shareaza of op een andere wijze) heeft bekeken. Evenmin kan worden vastgesteld dat de thumbnails behoorden bij daadwerkelijk door verdachte gedownloade videobestanden, laat staan dat vastgesteld kan worden dat verdachte die videobestanden heeft bekeken.

Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat niet aannemelijk is te achten dat de bestanden door verdachte op actieve wijze in voornoemde verborgen map zijn geplaatst. Aannemelijker is dat zij daar automatisch door het programma Shareaza zijn geplaatst om als preview te dienen van bestanden die met dat programma (kunnen) worden gedownload. Niet kan worden uitgesloten dat het programma Shareaza deze bestanden automatisch heeft gedownload – bij het downloaden van een ander bestand of andere bestanden – na een niet nader bekend geworden zoekvraag door verdachte in genoemd programma. Zelfs indien verdachte op de hoogte zou zijn geweest van de bestandsnamen van de thumbnails in de verborgen map, bevatten deze namen geen duidelijke aanwijzing dat het kinderpornografie betreft. De gebruikte termen in de bestandsnamen van de thumbnails als “[bestandsnaam]”, “[bestandsnaam]”, “[bestandsnaam]” en de extensie “pt” duiden daar op zich niet op.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, op het verwerven en het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Omdat de woorden “verwerven” en “in bezit hebben” volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad1 een opzetvereiste impliceren zal de rechtbank wegens het ontbreken van dit vereiste verdachte vrijspreken van feit 2.

4 De inbeslaggenomen goederen

4.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage C aan dit vonnis is gehecht) met 1 genummerde voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien het beslag.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst met 1 genummerde laptop-computer onttrekken aan het verkeer. Deze computer is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien op de harde schijven van deze aan verdachte toebehorende computer, welke is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten, waarvan verdachte werd verdacht, kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Door de aanwezigheid van dat materiaal op de harde schijven kan de computer dienen tot het begaan van soortgelijke feiten. Het ongecontroleerde bezit van de computer is dan ook in strijd met het algemeen belang.

5 De vordering van de benadeelde partij

[dochter van verdachte], heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, groot € 1.000,-.

5.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet kan worden toegewezen omdat verdachte van het aan hem tenlastegelegde feit 1 moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag de geleden schade niet zal herstellen en dat de vordering op die grond evenmin kan worden toegewezen. Meer subsidiair heeft de verdediging betoogd dat de strafzaak waarop de omvang van de vordering is gebaseerd zich niet laat vergelijken met onderhavige zaak.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

6 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:

- 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zijn golden ten tijde van de inbeslagneming.

7 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart onttrokken aan het verkeer 1 lap-top computer Asus K73s die op de beslaglijst onder 1 staat vermeld;

bepaalt dat de benadeelde partij niet‑ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.E. Bierling, voorzitter,

mrs. A.L. Frenkel en C.W. de Wit, rechters

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2014.

1 ECLI:NL:HR:2006:AU9104