Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:4300

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-04-2014
Datum publicatie
03-06-2014
Zaaknummer
C-09-450508 - JE RK 13-2320
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 13-2320

Zaaknummer: C/09/450508

Datum beschikking: 1 april 2014

Machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg

Beschikking op de op 11 september 2013 en 25 maart 2014 ingekomen verzoekschriften van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (verder: de Raad),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

kind van:

[A],

de moeder,

wonende te [plaats],

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.

De minderjarige verblijft feitelijk in het[X] te[plaats], een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Procedure

Bij beschikking d.d. 9 december 2013, waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd, heeft de kinderrechter in deze rechtbank de minderjarige onder toezicht gesteld van 9 december 2013 tot 11 september 2014 alsmede aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden (verder: Bureau Jeugdzorg) machtiging verleend de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 11 december 2013 tot 11 april 2014 en de behandeling voor het overige aangehouden.

De kinderrechter heeft tevens kennisgenomen van:

- de verzoekschriften met bijlage(n) met daarin vervat de verklaring van de Stichting

Bureau Jeugdzorg Haaglanden (verder: Bureau Jeugdzorg) dat een situatie als bedoeld in

artikel 29b, derde lid, van de Wet op de Jeugdzorg zich voordoet;

- de instemmingsverklaring d.d. 1 april 2014 van een gedragswetenschapper als bedoeld in

artikel 29b, vijfde lid, van de Wet op de Jeugdzorg, die de jeugdige met het oog daarop

kort tevoren heeft onderzocht;

- het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg d.d. 25 maart 2014.

Op 1 april 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank opnieuw met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- mevrouw[B], namens de Raad;

- mevrouw [C], namens Bureau Jeugdzorg;

- de moeder;

- de minderjarige, bijgestaan door zijn advocaat, mr. B. van Elst te Utrecht.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt thans tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de periode van zes maanden. Daartoe heeft de Raad gesteld dat de minderjarige in de afgelopen periode manipulatief-, zelfbepalend- en wegloopgedrag heeft laten zien waardoor niet anders geconcludeerd kan worden dan dat de minderjarige nog niet toe is aan een meer open setting.

Bureau Jeugdzorg heeft naar voren gebracht dat de minderjarige nog aan een aantal doelen moet werken, dat hij op de wachtlijst staat voor overplaatsing naar[Y] en dat er een trajectplan wordt gemaakt om de minderjarige over zes maanden door te plaatsen naar een open instelling van Jeugdformaat.

De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

De minderjarige heeft verweer gevoerd. Zijn advocaat heeft naar voren gebracht dat de thuissituatie bij de moeder ertoe heeft geleid dat de minderjarige is weggelopen. Hij meent dat het niet aan de minderjarige te wijten is dat het mis is gegaan. De minderjarige heeft structuur gekregen in de gesloten setting en is niet agressief geweest. De minderjarige wil geholpen en behandeld worden. Hij acht echter een termijn van zes maanden te lang en hij heeft verzocht de duur van de machtiging te bekorten, ook als toetsingsmoment, waarbij ook gekeken kan worden naar een mogelijke plaatsing bij zijn grootmoeder. Hij meent dat een langdurig verblijf demotiverend zal werken bij de minderjarige.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de minderjarige manipulatief gedrag vertoont, twee keer is weggelopen, zich niet aan de afspraken houdt en in aanraking is gekomen met de politie. De kinderrechter overweegt voorts dat de minderjarige zal moeten leren omgaan met tegenslagen en met gezag. De minderjarige heeft in de laatste periode zijn best gedaan, heeft veel geleerd en hij is in rapporten positief beoordeeld. Evenwel heeft hij, gezien zijn wegloopgedrag en het zich niet houden aan afspraken en regels, nog niet alle doelen behaald om naar een meer open setting te gaan. De kinderrechter acht het derhalve aangewezen dat de minderjarige verdere behandeling krijgt, doch hij meent dat er ook een toetsingsmoment moet zijn om te kunnen bepalen of een langdurig verblijf in een gesloten setting aangewezen is. De kinderrechter zal derhalve de machtiging voor de duur van drie maanden verlenen en de behandeling van de verzoeken voor het overige aanhouden. De kinderrechter verwacht van oftewel de Raad dan wel Bureau Jeugdzorg dat zij de kinderrechter en de belanghebbenden ruimschoots voor de nader te bepalen zitting schriftelijk zal informeren omtrent de voortgang van de behandeling van de minderjarige, het plan van aanpak en wat de vooruitzichten zijn. Tevens gaat de kinderrechter ervanuit dat Bureau Jeugdzorg onderzoek zal doen naar een mogelijke verlofadres van de minderjarige bij zijn grootmoeder.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 11 april 2014 tot 8 juli 2014, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 25 maart 2014;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de zitting van

7 juli 2014 te 13:00 uur;

gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

- de Raad voor de Kinderbescherming;

- de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden;
- de moeder;
- de minderjarige;
- de advocaat van de minderjarige, mr. B. van Elst te Utrecht.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.G.J. Brink, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2014 in tegenwoordigheid van A.U. Hatuina als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag..