Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:4168

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-04-2014
Datum publicatie
04-04-2014
Zaaknummer
C/09/435688 / HA RK 13-27
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking voorlopig getuigenverhoor schietdrama Alphen, beslissing op vragen, te stellen door advocaat eisende partijen aan psychiater en psycholoog van schutter alphen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/230

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

C/09/435688 / HA RK 13-27[datum_beslissing]

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/435688 / HA RK 13-27

beschikking van 19 februari 2014

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats 2],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 3]

verzoekers,

advocaat: mr. L.M. Lalji te Haarlem,

TEGEN

1 DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE),

zetelende te Den Haag,

advocaat: mr. W. Heemskerk te Den Haag,

2a. [gedaagde 1],

2b. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats 1],

advocaat: mr. P Meijer te Rotterdam,

3. [gedaagde 3],

directeur van [ggz-instelling] te [plaats 1],

advocaat: F. Westenberg te Hoorn,

4. [gedaagde 4],

Bij gebrek aan gegevens aangeschreven op het adres van [mr.],

advocaat: S. Marjanovi te Den Haag,

5. [gedaagde 5],

voorzitter van [schuttersvereniging],

gevestigd te [plaats 2],

advocaat: mr. W.F. Roelink te Hoofddorp,

6. [gedaagde 6],

Korpschef van Politie Hollands-Midden,

gevestigd te Leiderdorp,

advocaat: mr. A.T. Bolt te Arnhem,

7. REGIONALE AMBULANCE VOORZIENING HOLLANDS-MIDDEN,

gevestigd te Leiden,

advocaat mr. D.J.G. Timmermans te Leiden,

gerekestreerden.

1 Het verzoek en de beoordeling daarvan

1.1

Op 1 oktober 2013 is besloten dat de psychiater [psychiater] (hierna: de psychiater) en de psychiatrisch verpleegkundige [psychiatrisch verpleegkundige] (hierna: de psychiatrische verpleegkundige) in dit voorlopig getuigenverhoor over de schietpartij in het winkelcentrum De Ridderhof te Alphen aan den Rijn op 9 april 2011 als getuige zullen worden gehoord in de zaken tegen de Staat, de (rechtsopvolger van) het politiekorps Hollands-Midden, [gedaagde 1], [gedaagde 4], GGZ en de schietvereniging over wat de getuige [gedaagde 1] (hierna: de vader) heeft verklaard over het gedrag/de gezondheidstoestand van [schutter Alphen] (hierna: [schutter Alphen]) en verder over (het verloop van) de behandeling van [schutter Alphen] en de gesprekken die in dat verband hebben plaatsgehad.

1.2

Bij beschikking van 18 december 2013 is naar aanleiding van het beroep op het verschoningsrecht van de getuigen geoordeeld dat de bewijsthema’s vallen binnen de reikwijdte van het verschoningsrecht en dat het aan redelijke twijfel onderhevig is of beantwoording van de vragen over deze bewijsthema’s naar waarheid zou kunnen geschieden zonder dat geopenbaard wordt wat verborgen moet blijven.

1.3

Verzoekers, die te kennen hadden gegeven dat zij - ook bij het slagen van het beroep op het verschoningsrecht van de getuigen - vragen hebben voor deze getuigen waar geen verschoningsrecht voor geldt, zijn in de gelegenheid gesteld om een lijst met de concrete vragen waar zij op doelen in het geding te brengen.

1.4

Verzoekers hebben te kennen gegeven dat zij de volgende vragen willen stellen aan de getuigen:

1. Heeft u bemoeienissen gehad met de persoon [schutter Alphen] ?

2. Wat kunt u vertellen over deze bemoeienissen ?

3. Hoe lang kent u [schutter Alphen] ?

4. Was u op de hoogte dat [schutter Alphen] in 2006 gedwongen was opgenomen ?

5. Weet u waarom deze opname plaatsvond ?

6. Heeft u ooit contact gehad met de ouders van [schutter Alphen] ?

7. Kunt u vertellen wat deze contacten inhielden ?

8. Kunt u aangeven waarom u in deze zaak uw beroepsgeheim van groter belang acht dan de waarheidsvinding ?

9. Kunt u zich indenken dat mijn cliënten dit niet begrijpen ?

10. Heeft u ooit aanleiding gezien om naar aanleiding van datgene wat u over [schutter Alphen] wist Justitie in te lichten ?

11. Had [schutter Alphen] tijdens contacten met u een wapen bij zich of wist u dat hij over wapens beschikte ?

12. Wist u dat [schutter Alphen] over een wapenvergunning beschikte ?

13. Bent u indertijd door de voormalige werkgever van [schutter Alphen] ([bedrijf]) of door [schutter Alphen] zelf om informatie gevraagd over de persoon van [schutter Alphen] ?

14. Heeft u van de werkgever van [schutter Alphen] een rapport ontvangen over zijn gedragingen bij zijn werkgever ?

15. Wat schreef de werkgever in dit rapport over de gedragingen van [schutter Alphen] ?

16. Is er bij GGZ een richtlijn over mensen met een persoonlijkheidsstoornis die over een wapen beschikken ?

17. Kunt u aangeven of het wenselijk dan wel onwenselijk is om aan iemand met een

persoonlijkheidsstoornis een wapenverlof af te geven ?

18. Zou u het gepast vinden als in de onderhavige zaken een uitzondering op het wettelijk beroepsgeheim van artsen werd gemaakt ?

19. Bij wie bent u in dienst ?

20. Wie betaalt uw salaris ?

21. U heeft in mei 2010 de behandeling van [schutter Alphen] afgesloten. Waarom deed u dit ?

22. a) Hebben de ouders van [schutter Alphen] hun bezorgdheid over de aanvraag en

verlofverlening van de wapenvergunning aan [schutter Alphen] aan u overgebracht ?

b) Wat heeft u hiermee gedaan ?

23. Vanaf wanneer bent u behandelaar van [schutter Alphen] ?

24. a) Heeft u op 3 september 2006 de politie geholpen bij de gedwongen opname van

[schutter Alphen] in een psychiatrisch ziekenhuis ?

b) Maakt GGZ een rapport op als zij te maken heeft met conflict van plichten ?

25. Is er een intern rapport opgemaakt over hoe om te gaan met conflict van plichten

inzake [schutter Alphen] ?

26. Is er een extern rapport opgemaakt over hoe om te gaan met conflict van plichten

inzake [schutter Alphen] ?

27. De IGZ stelt in haar onderzoek d.d. 29 september 2011 dat zij ziet dat er zowel een

intern als een extern onderzoek naar conflict van plichten is opgesteld, maar dat beide rapporten ontbraken in het onderzoeksdossier van het IGZ. Welke redenen waren ten grondslag om deze rapporten niet aan de IGZ te overleggen ?

28. Heeft u of iemand anders van (namens) GGZ de politie gewaarschuwd dat [schutter Alphen] over wapens beschikte ?

29. Zo ja, is Politie Hollands-Midden gewaarschuwd en op welke datum en met welke

agent van politie is toen gesproken ? Is hiervan een proces-verbaal opgemaakt ?

30. Heeft u of een van uw collega’s [schutter Alphen] ooit met een wapen gezien in

Alphen aan de Rijn, in de omgeving van Alphen aan den Rijn of bij een

Schietvereniging ?

31. [schutter Alphen] is in 2010 ontslagen bij zijn toenmalige werkgever. Er bestaat een medisch dossier over zijn ontslag bij zijn voormalige werkgever [bedrijf]. Heeft u of een collega van u gerapporteerd althans correspondentie aan de werkgever verzonden inzake [schutter Alphen] ?

32. Hoeveel contacten zijn er na mei 2010 (de officiële uitschrijving was in oktober 2010) geweest tussen [schutter Alphen] en u of uw collega’s ?

33. Hoe kunt u verklaren dat na de officiële uitschrijving van [schutter Alphen] er in december 2010 een recept is uitgeschreven ?

34. Heeft u dat recept uitgeschreven of heeft een collega van u dit recept

uitgeschreven ?

35. Welke medicatie stond op dit recept ?

36. Was deze medicatie tevens bedoeld om het gevoel dat men wordt aangetikt door

mensen tegen te gaan ?

37. Welke contacten had de GGZ cognitieve gedragstherapeut, [cognitive gedragstheapeut], met [schutter Alphen] ?

38. Wat kunt u vertellen over het contact tussen [cognitive gedragstheapeut] en [schutter Alphen] in februari

2011 ?

39. Wat is de volledige naam van [cognitive gedragstheapeut] en is deze persoon nog steeds werkzaam in uw GGZ instelling ?

40. Is er een protocol bij GGZ dat ondanks de behandeling van een patiënt is afgesloten en deze als patiënt is uitgeschreven, een cognitieve gedragstherapeut van GGZ nog contacten mag onderhouden met een gewezen patiënt ?

41. Wist u dat [schutter Alphen] naar websites over spree-shooting, in het bijzonder Columbine High School, keek ?

42. Wist u dat [schutter Alphen] een EVP-recorder had aangeschaft ?

43. Weet u dat gebruikers van zo’n EVP-recorder met overleden personen proberen te communiceren ?

44. In de stukken staat dat [schutter Alphen] in 2008 een suïcidale poging deed door veel pillen in te nemen. De GGZ zag het als een slaapprobleem en heeft [schutter Alphen] ook als zodanig

behandeld. Wat schrijft het GGZ protocol of handboek met symptomen voor in het

geval dat er sprake kan zijn van een suïcidale poging en in het geval dat er moet zijn van een slaapprobleem ?

45. Bent u nog werkzaam bij GGZ ?

46. Klopt het dat mevrouw [gedaagde 2] u een anonieme brief van een persoon die zich

Amerika noemt, heeft laten lezen ?

47. Waarom u heeft na het lezen van de anonieme brief van een persoon die zich Amerika noemt geen aangifte gedaan bij de politie ?

48. Heeft GGZ een protocol betreffende contacten tussen GGZ behandelaren en de

huisarts van een gezamenlijke patiënt ?

49. Wist u dat [schutter Alphen] zijn broek zakte en zich naakt liet fotograferen in de loods op zijn werk ?

50. Wist u dat [schutter Alphen] een collega met een aardappelmesje had bedreigd ?

51. Wist u dat [schutter Alphen] tegen een goederenstelling aan zat te praten ?

52. Wist u dat [schutter Alphen] pakken zeepbiokken tegen een goederenstelling had gegooid ?

53. Wist u dat [schutter Alphen] volgens collega’s van hem zou hebben gezegd dat hij iedereen zou neerschieten ?

54. Vindt u een wapenverlof een bedreiging voor een patiënt die reeds eerder een suïcide poging deed om zichzelf met een wapen van zijn leven te beroven ?

55. Wat betekent het als een patiënt bij GGZ, waar u werkzaam bent, wordt ingedeeld in het eerste psychose-team ?

56. Heeft u een verklaring bij de politie moeten afleggen naar aanleiding van het

schietdrama d.d. 9 april 2011 ?

57. Wanneer heeft u deze verklaring afgelegd en wat heeft u hierin verklaard ?

1.5

Tijdens de zitting van 28 januari 2014 is afgesproken dat de reactie van verweerders op de vragenlijst van verzoekers zich zou beperken tot a) het al dan niet binnen de reikwijdte van het verschoningsrecht vallen van deze vragen en b) het al dan niet binnen het kader van de bewijsthema’s passen van deze vragen.

Verweerders sub 2 en 3 hebben te kennen gegeven dat de vragen hetzij binnen de reikwijdte van het verschoningsrecht van de getuigen vallen hetzij geen verband houden met de bewijsthema’s. Verweerder sub 5 heeft zich hierbij aangesloten. Verweerders sub 1 en 6 hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechter-commissaris.

1.6

De vragen 8, 9, 17, 18, 24b tot en met 27, 39, 54, 56 en 57 vallen buiten de reikwijdte van de bewijsthema’s voor deze getuigen. De vragen 1 tot en met 7, 10 tot en met 15, 21 tot en met 24 a, 28 tot en met 38 en 41 tot en met 43, 46 en 47, 49 tot en met 53

vallen binnen de reikwijdte van het verschoningsrecht van de getuigen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, voor zover de getuigen uit eigen wetenschap kunnen verklaren in antwoord op deze vragen, zij deze wetenschap in het kader van hun behandelrelatie met [schutter Alphen] zullen hebben verkregen, zodat het aan redelijke twijfel onderhevig is of beantwoording van deze vragen naar waarheid zou kunnen geschieden zonder dat geopenbaard wordt wat verborgen moet blijven.

1.7

De vragen 16, 40, 44 (laatste volzin), 48 en 55 vallen binnen de reikwijdte van de bewijsthema’s en buiten de reikwijdte van het verschoningsrecht. De vragen 19, 20 en 45 hebben betrekking op de krachtens artikel 177 lid 1 Rv te stellen vraag aan de getuige zij in dienstverband staan tot partijen of een van hen.

1.8

Partijen dienen uiterlijk op 26 februari 2014 hun verhinderdata voor de maanden maart, april en mei door te geven met het oog op het verhoor van de getuigen over deze vragen.

2 De beslissing

De rechter-commissaris,

- bepaalt dat de getuigen kunnen worden gehoord over de vragen 16, 40, 44 (laatste volzin), 48 en 55;

- bepaalt dat partijen uiterlijk op 26 februari 2014 hun verhinderdata dienen door te geven voor de maanden maart, april en mei 2014.

Deze beschikking is gegeven door de rechter-commissaris mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2014.