Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:2621

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
30-01-2015
Zaaknummer
09/711994-12, 09/797234-13, 09/797236-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier woninginbraken en een poging daartoe, aan een diefstal uit een auto en aan het witwassen van een grote hoeveelheid sieraden.

De verdachte heeft slechts enkele oude feiten op zijn strafblad staan. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf met reclasseringstoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/711994-12 (dagvaarding I); 09/797234-13 (dagvaarding II) en 09/797236-13 (dagvaarding III)

Datum uitspraak: 27 februari 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

adres: [adres ] te [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 17 juli 2013, 7 oktober 2013,

2 december 2013, 12 februari 2014 en 13 februari 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. S. van der Harg en mr. D.M. van Gosen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. H.L. Heemskerk, advocaat te Rotterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na uitbreiding van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 09/711994-12 (dagvaarding I):

feit 1 (zaaksdossier [naam])

hij op of omstreeks 20 februari 2013 te ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een of meerdere laptop(s) en/of een tablet en/of een of meerdere horloge(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door (met een schroevendraaier en/of breekijzer) een ruit van voornoemde woning open te breken/te forceren en/of (vervolgens) door de aldus ontstane opening binnen te klimmen;

feit 2 (zaaksdossier [naam])

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2012 tot en met 27 juli 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een of meerdere siera(a)d(en) en/of een of meerdere jas(sen) en/of schoenen en/of cosmetica en/of een of meerdere laptop(s) en/of een televisie en/of een dvd-speler en/of een blue ray speler en/of een of meerdere telefoon(s) en/of een navigatiesysteem en/of een autoradio en/of een geldbedrag (ongeveer 1.500 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door één of meerdere sloten van (een) deur(en) van voornoemde woning los te trekken/te forceren;

feit 3 (zaaksdossier [naam])

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 mei 2012 tot en met 15 februari 2013, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) voorwerpen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, te weten:

• op 22 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 756, 51 euro en/of

• op 23 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 446, 35 euro en/of

• op 25 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 641, 00 euro en/of

• op 6 juni 2012 sieraden en/of een horloge met een tegenwaarde van 860, 41 euro en/of

• op 14 juni 2012 sieraden en/of horloges met een tegenwaarde van 3.957, 30 euro en/of

• op 16 juni 2012 sieraden en/of munten en/of een horloge met een tegenwaarde van 3.867, 41 euro en/of

• op 2 oktober 2012 sieraden met een tegenwaarde van 615 euro en/of

• op 4 oktober 2012 sieraden met een tegenwaarde van 2.005, 00 euro en/of

• op 15 februari 2013 sieraden en/of horlogekasten met een tegenwaarde van 5.125 euro, terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 4 (zaaksdossier [naam])

hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2013 tot en met 29 januari 2013 te Hazerswoude-Rijndijk, gemeente Rijnwoude, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfsbus (kenteken [kentekennummer]) heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschappen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden (alleen [medeverdachte 1])

hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2013 tot en met 29 januari 2013 te Hazerswoude-Rijndijk, gemeente Rijnwoude en/of Rijswijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid gereedschappen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die gereedschappen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

feit 5 (zaaksdossier [naam])

hij op of omstreeks 13 juni 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door met een breekvoorwerp de achterdeur te forceren;

feit 6 (zaaksdossier [naam])

hij op of omstreeks 1 maart 2013 te Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een stuk gereedschap, althans een hard voorwerp, de achterdeur heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 7 (zaaksdossier [naam])

hij op of omstreeks 12 maart 2013 te Nijkerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading (te weten een laptop en/of een kussensloop), geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een stuk gereedschap een raam heeft geforceerd en/of vervolgens door dat raam naar binnen is gegaan en/of vervolgens een laptop in een kussensloop heeft gedaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 8 (zaaksdossier[naam])

hij op of omstreeks 8 mei 2008 te Katwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een televisie en/of een spelcomputer (Nintendo Gameboy) en/of een of meerdere SCART-kabel(s) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door een uitzetraam open te wrikken en/of een tussendeur in de woning open te wrikken;

feit 9 (zaaksdossier [naam])

hij op of omstreeks 22 mei 2009 te Woudenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een kluis (onder meer inhoudende diverse (antieke) sieraden), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 5] en/of [aangever 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door de achterdeur van die woning te forceren en/of vervolgens in voornoemde woning een tussendeur van de bijkeuken/garage te forceren;

ten aanzien van parketnummer 09/797234-13 (dagvaarding II):

hij op of omstreeks 18 maart 2013 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 55 euro) en/of een kussensloop en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door het forceren/openbreken van (het slot van) een deur van voornoemde woning;

ten aanzien van parketnummer 09/797236-13 (dagvaarding III):

hij op of omstreeks 11 oktober 2012 te Uitgeest tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een kussensloop en/of geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door inklimming, te weten door over een schutting te klimmen en/of (vervolgens) (via een raam) voornoemde woning binnen te klimmen.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

In verband met een lichte stijging van het aantal woninginbraken in het verzorgingsgebied van politiebureau Laak te Den Haag is in 2012 een onderzoek gestart, specifiek gericht op woninginbraken. Er werd met dit doel een rechercheteam geformeerd met de naam ‘North Dakota’. Een deelonderzoek daarvan, ‘Bismarck’, betrof uiteindelijk 56 dossiers en 20 verdachten. Het merendeel daarvan is in de periode van 10 tot en met 13 februari 2014 door de rechtbank behandeld.

In dit deelonderzoek is verdachte bij meerdere feiten in beeld gekomen. Tevens zijn enkele andere hem betreffende openstaande zaken behandeld. Het gaat om totaal 11 feiten, betreffende woninginbraken, pogingen daartoe, witwassen en diefstal uit een auto.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

Officier van justitie Van der Harg heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte alle hem ten laste gelegde feiten heeft (mede)gepleegd, met uitzondering van de zaken betreffende de zaaksdossiers [naam] (feit 1) en [naam] (feit 7). Met betrekking tot deze twee feiten heeft zij gerekwireerd tot vrijspraak.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1,2, 3, 4 primair, 5, 6 en 7. Met betrekking tot de feiten 8 en 9 heeft hij opgemerkt dat dit oude feiten zijn en dat cliënt ten tijde van feit 8 nog minderjarig was. Ten aanzien van het feit op tenlastelegging II heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft verder gemotiveerd aangevoerd, dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] onbetrouwbaar zijn en daarom niet bruikbaar voor het bewijs, dan wel zeer kritisch dienen te worden bezien.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Feit 1, zaaksdossier [naam]:

De rechtbank stelt vast dat [aangever 1] aangifte heeft gedaan van diefstal uit zijn woning, gelegen aan het [adres ], die is gepleegd op 20 februari 2013. Naast de aangifte bevindt zich in het dossier een verklaring van de getuige [getuige 2], inhoudende dat hij op 20 februari 2013 zijn woning op het [adres ] verliet en op dat moment twee mannen de woning [adres ] uit zag komen met in totaal drie plastic tassen. Zij gedroegen zich volgens de getuige vreemd en leken te zijn geschrokken. De getuige omschreef de twee mannen als 25-30 jaar oud, respectievelijk 1.86- 1.88 en 1.80 m lang, met een slank postuur, donkere negroïde huidskleur en donkere kleding. De getuige verklaarde dat één van de mannen vermoedelijk woonachtig was op het [adres ]. Op dit adres woonde verdachte toentertijd en hij voldoet ongeveer aan het vermelde signalement.

Uit onderzoek bij perceel [adres ] bleek, dat de percelen 65 en 68 allebei over een uitbouw beschikken en dat deze tegen elkaar zijn aangebouwd, alsmede dat er zich geen uitweg, brandgang of steeg aan de achterzijde van de woningen bevindt. De enige mogelijkheid om in de tuin van perceel 65 te komen is via een achtertuin van een van de belendende percelen, waaronder [adres ].

De rechtbank concludeert dat vorenstaande aanwijzingen, ook in onderlinge samenhang bezien, geen wettig en overtuigend bewijs opleveren dat verdachte dit feit heeft (mede)gepleegd. Zij zal verdachte van dit feit vrijspreken.

Feit 2, zaaksdossier [naam]

De rechtbank stelt voorop dat zij het standpunt van de raadsman, dat de verklaringen van [medeverdachte 1] onbetrouwbaar zijn en niet bruikbaar voor het bewijs, niet deelt. [medeverdachte 1] heeft in de loop van het Bismarckonderzoek (en zelfs daarvoor) vele verklaringen afgelegd, waarin hij (in het algemeen) consequent over zijn eigen en andermans aandeel in vele feiten heeft verklaard. Dikwijls worden deze verklaringen ondersteund door ander bewijs. Dat hij zelf verdachte is in de betreffende zaken, hoeft aan de waarheid van zijn verklaringen niet af te doen, maar noopt wel tot voorzichtigheid. Ook is duidelijk dat [medeverdachte 1] zich een enkele keer vergist.

De verklaringen van [medeverdachte 1] zijn dan ook niet van dien aard, dat zij op zichzelf voldoende aantonen dat verdachte een bepaald feit heeft begaan en dit zou ook in strijd zijn met de wet. Wel zou zijn verklaring de doorslag kunnen geven, wanneer die wordt ondersteund door ander bewijs.

Ook ten aanzien van feit 2 stelt de rechtbank echter vast dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte [verdachte] dit feit heeft (mede)gepleegd. Naast de aangifte van [medeverdachte 2] ter zake diefstal door middel van braak uit haar woning aan de [adres ] te Den Haag bevindt zich in het dossier alleen een verklaring van verdachte [medeverdachte 1]. Zoals hiervoor overwogen, is deze bruikbaar voor het bewijs. [medeverdachte 1] had op dit adres, verklaarde hij, samen met iemand anders een paar keer aangebeld. Toen daarop niet werd gereageerd hadden ze [medeverdachte 3] gebeld. Hierop waren[medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [verdachte] gekomen en die zouden vervolgens de inbraak hebben gepleegd.

Uit het dossier wordt evenwel niet duidelijk of sprake is van eigen waarneming van [medeverdachte 1] dan wel hoe hij anders aan deze informatie komt. Gelet hierop zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken van dit feit.

Feit 3, zaaksdossier 11, Witwassen [verdachte]

Niet in geschil is en ook voor de rechtbank staat vast, dat verdachte [verdachte] in de periode van 22 mei 2012 tot en met 15 februari 2013 voor een bedrag van in totaal € 18.273,98 aan sieraden heeft verkocht aan verschillende juweliers, conform hetgeen hem onder feit 3 ten laste is gelegd. Bij het inleveren van de spullen legitimeerde Winklaar zich steeds met zijn paspoort.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat hij ‘via via’, voor iemand die hij niet kende, sloopgoud heeft ingeleverd. Dat is niet strafbaar. Hij liet dan zijn paspoort zien en dan kreeg hij geld. Hij kreeg daar als beloning één keer € 300,-- voor. Hij schrok nu wel van alle bedragen2.

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] vrijwel steeds op betrekkelijk kort achter elkaar liggende data (22, 23 en 25 mei 2012; 6, 14 en 16 juni 2012; 2 en 4 oktober 2012 en nog een keer in februari 2013) voor aanzienlijke bedragen aan sieraden en dergelijke bij de juweliers [betrokkene 1] en[betrokkene 2] heeft ingeleverd, terwijl hij geen concrete, min of meer verifieerbare verklaring heeft gegeven over de herkomst van deze goederen, hoewel dit wel van hem mag worden verlangd. De lezing van [verdachte] dat hij de goederen voor een hem onbekende derde zou hebben ingeleverd en daarvoor eenmalig € 300,-- zou hebben ontvangen, terwijl het gaat om 9 transacties met een gigantische opbrengst, acht de rechtbank ongeloofwaardig, maar zelfs dan is zij van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ten minste schuldwitwassen van de in de tenlastelegging genoemde sieraden en goederen, nu hij op zijn minst redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren.

Feit 4, zaaksdossier [naam]

[verdachte] is op 29 januari 2013 omstreeks 05.00 uur te Rijswijk staande gehouden in een auto die eigendom was van en werd bestuurd door [betrokkene 3]. Bijrijder was [betrokkene 4]. [verdachte] werd achter in de auto aangetroffen. Naast hem lag op de achterbank een gereedschapskoffer waarvan hij verklaarde dat deze zijn eigendom was. De koffer bleek een accuboormachine, een zaag, een schroevendraaier, stanleymessen, beitels, een kniptang, een rolmaat en metaalknippers te bevatten. [verdachte] verklaarde dat hij deze koffer zojuist bij zijn vriendin [vriendin verdachte] had opgehaald op de [adres ] te Den Haag, hetgeen bij navraag op het door hem genoemde adres niet juist bleek te zijn. In de kofferbak van de auto werd nog veel meer gereedschap aangetroffen, waaronder meerdere boormachines en zaagmachines. [betrokkene 3] verklaarde dat dit gereedschap eveneens van [verdachte] was. Van het gereedschap zijn foto’s genomen3.

Verdachte blijkt op 11 oktober 2012 in een verhoor te hebben verklaard dat hij een relatie heeft gehad met [vriendin verdachte] die op de[adres ] in Den Haag woonde. De relatie was (toen) echter al ongeveer zes maanden verbroken en verdachte verklaarde dat er geen spullen van hem meer bij haar lagen4.

Op woensdag 22 mei 2013 deed [aangever 9] aangifte ter zake diefstal van gereedschappen uit zijn auto, voorzien van kenteken [kentekennummer]. Aangever verklaarde op 28 januari 2013 omstreeks 17:15 uur zijn bedrijfsauto met daarin al zijn gereedschappen aan de [adres ] te Hazerswoude-Rijndijk te hebben geparkeerd en zoals gewoonlijk met de sleutel rondom af te hebben gesloten. Hij heeft zijn gereedschappen zoals altijd in de auto achtergelaten. Bij aankomst op zijn werk in Zoetermeer op 29 januari 2013 zag hij dat zijn auto helemaal leeg was. Dit was enkele weken eerder ook al eens gebeurd. Aangever omschreef vervolgens de weggenomen gereedschappen. Hij herkende die op de foto’s die hem werden getoond van de op 29 januari 2013 in de auto van [betrokkene 3] aangetroffen gereedschappen.5

Tegenover de politie heeft verdachte verklaard dat het gereedschap zijn eigendom is en ontkende hij het te hebben gestolen. Hij heeft niet willen verklaren hoe hij eraan is gekomen6. Ter zitting beriep hij zich op zijn zwijgrecht.

De rechtbank stelt vast dat verdachte [verdachte] op 29 januari 2013 om 5.00 uur te Rijswijk met het gereedschap is aangehouden, terwijl dit, zoals uit de aangifte blijkt, tussen 28 januari 17.30 uur en het moment van aanhouding uit de bedrijfsauto van aangever [aangever 9] moet zijn gestolen. De rechtbank acht, gelet op de aangifte, het geringe tijdsverloop tussen de ontvreemding van het gereedschap en het tijdstip waarop [verdachte] met het gereedschap is aangetroffen en gezien het feit dat hij heeft gelogen over het ophalen van het gereedschap bij zijn vriendin, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het gereedschap te Hazerswoude-Rijndijk uit de bedrijfsauto van [aangever 9] heeft weggenomen.

Feit 5, zaaksdossier [naam]

Op woensdag 13 juni 2012 deed [aangever 3] aangifte ter zake diefstal door middel van braak uit haar woning op de [adres ] te Den Haag. Zij miste een gouden schakelketting.

Verdachte [medeverdachte 1] heeft hierover verklaard, dat [medeverdachte 3] daar heeft ingebroken met verdachte [verdachte] en verdachte [medeverdachte 4]. Onduidelijk is hoe hij aan deze wetenschap komt en ander bewijs voor de betrokkenheid van verdachte [verdachte] bij dit feit is er niet. De rechtbank acht dat onvoldoende om tot wettig bewijs te komen dat verdachte [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Zij zal Winklaar vrijspreken van dit feit.

Feit 6 zaaksdossier [naam]

[aangever 5] heeft aangifte gedaan van poging tot inbraak in zijn woning, gelegen aan de [adres ] te Apeldoorn, welk feit werd gepleegd op 1 maart 2013. Aangever verklaarde dat het houtwerk van de keukendeur beschadigd was en dat hij, gezien de schade, vermoedde dat men een breekwerktuig had gebruikt om de keukendeur van zijn woning te forceren.7

Getuige [getuige 1], de buurman van aangever, heeft het volgende verklaard.8

Op 1 maart 2013 omstreeks 13:15 uur bevond getuige zich in zijn woning toen hij gebonk hoorde bij de buren. Getuige verklaarde dat hij hierop zijn tuin in liep en op een tuinstoel ging staan om in de tuin van zijn buren te kunnen kijken. Getuige verklaarde dat hij drie mannen in de tuin van zijn buren zag met een heel donkere huidskleur; een van de mannen droeg een donkere broek en een donker jack met bontkraag en de andere mannen waren ook geheel in het donker gekleed. Eén van hen droeg een blauwe schaatsmuts of capuchon. Toen de getuige naar de achterdeur van de woning van zijn buren keek zag hij dat de deur beschadigd was. Na aanroepen klommen de drie mannen over een hek en gingen ervandoor.

Omstreeks 13.35 uur werden vervolgens drie personen op circa 1 kilometer van de [adres ] te Apeldoorn staande gehouden.9 Zij werden als volgt omschreven:

persoon 1: man, donkere huidskleur, donkere kleding, zwarte jas voorzien van capuchon met bontkraag;

persoon 2: man, donkere huidskleur, donkere kleding, zwarte jas, blauwe pet;

persoon 3: man, donkere huidskleur, met witte capuchon over het hoofd, kennelijk van een trui die onder de jas gedragen werd, zwarte jas, bruine broek.

De personen bleken bij staandehouding respectievelijk [verdachte],[medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] te zijn.

Gelet op de aangifte, de verklaring van getuige [getuige 1] en de omstandigheid dat verdachte [verdachte] vlak na de melding van de poging inbraak met twee anderen in de directe omgeving van de [adres ] te Apeldoorn is aangehouden en hij met de andere aangehouden personen voldoet aan het door de getuige[getuige 1] opgegeven signalement, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op 1 maart 2013 met anderen heeft gepoogd in te breken in de woning aan de [adres ] te Apeldoorn.

Feit 7 zaaksdossier [naam]

Op 15 maart 2013 deed [aangever 6] aangifte ter zake een inbraak in zijn woning aan de [adres ] te Nijkerk, gepleegd op 12 maart 2013.

Door een omwonende werden in de directe omgeving een drietal jongens waargenomen, die hard hollend het fietspad kwamen uitrennen. Het drietal was in het donker gekleed en hadden ook allen een donkere muts op. Zij waren respectievelijk 2 m, 1.75m en 1.70m lang, hadden een zeer donkere huidskleur en een slank postuur.

Verder bleek dat een monteur van [bedrijfsnaam], die in de straat aan het werk was in de buurt van het station, drie jongens van vermoedelijk Antilliaanse afkomst hard hollend voorbij had zien komen. Eén van de jongens had daarbij gezegd dat als ze door zouden lopen, ze de trein nog zouden kunnen halen. Verdachte,[medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zijn die dag gedrieën in de trein aangehouden wegens zwartrijden.

Verdachte heeft zowel in de verhoren bij de politie als ter terechtzitting ontkend dat hij dit feit heeft gepleegd. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel, dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] dit feit heeft gepleegd.

Feit 8, zaaksdossier [naam]

Op 14 mei 2008 deed [aangever 4] aangifte ter zake een inbraak in zijn woning aan de [adres ] te Katwijk, die was gepleegd tussen 5 en 8 mei 2008.10 Men had zich de toegang tot de woning verschaft door een raam in de bijkeuken van de woning te verbreken. Ook was er de deur tussen de bijkeuken en de keuken opengebroken. Daarbij waren een flatscreen televisie, een Nintendo Gameboy en de SCART-kabels van de video en de televisie uit de woning weggenomen.

Op donderdag 8 mei 2008 werd de getuige [getuige 3] gehoord.11 Hij verklaarde diezelfde dag omstreeks 18.10 uur voetstappen in de tuin bij de buren, [adres ] te hebben gehoord, gevolgd door een klap. Daarna hoorde hij de poortdeur van de achtertuin van de buren dichtklappen. De Mol zag vervolgens dat de kastjes in de buurwoning open stonden, dat er papierwerk op de grond lag en dat er een sleutelbos aan de binnenzijde van de tuinpoort hing. De tussendeur van de bijkeuken bleek geforceerd en de flatscreen televisie was weggenomen.

Op vrijdag 9 mei 2008 werd op aanwijzen van aangever [aangever 4] een bloedspoor aangetroffen op de kopse kant van de deur van de ouderslaapkamer op de eerste etage van de [adres ] te Katwijk. Dit spoor werd in beslag genomen en veiliggesteld. Een DNA-profiel van het bloedspoor werd opgeslagen12.

Na de aanhouding van de verdachte [verdachte] op 18 maart 2013 werd met zijn toestemming DNA van hem afgenomen en vergeleken met de DNA-profielen in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut. Zijn DNA-profiel bleek overeen te komen met dat van het bloedspoor dat werd aangetroffen bij de onderhavige woninginbraak.13

Verdachte [verdachte] heeft zich ter zitting op zijn zwijgrecht beroepen. De rechtbank acht dit feit gezien het aangetroffen DNA wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte ten tijde van het plegen van dit feit nog minderjarig was. Dit feit is tezamen met acht andere feiten op een tenlastelegging geplaatst. De andere feiten betreffen data waarop verdachte al meerderjarig was. De rechtbank zal volstaan met het wijzen van één vonnis voor alle zaken en daarbij gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan het volwassenenstrafrecht toepassen. Wel zal zij er bij het bepalen van de strafmaat rekening mee houden dat verdachte ten tijde van het begaan van dit feit nog minderjarig was.

Feit 9, zaaksdossier [naam]

[aangever 7] heeft namens [betrokkene 5] aangifte gedaan ter zake diefstal door middel van braak uit de woning [adres ] te Woudenberg, gepleegd op 22 mei 2009.14 De achterdeur van de bijkeuken/garage was opengebroken, alsmede de tussendeur die toegang gaf tot de keuken. Op de eerste verdieping was een kluis weggenomen. Uit de woonkamer was een tafellaken weggenomen.

In de weggenomen kluis bevonden zich onder meer diverse antieke gouden sieraden.

Het tafellaken werd met bloedsporen erop achter de woning teruggevonden en is voor nader onderzoek bemonsterd15.

Het DNA-profiel van [verdachte] bleek overeen te komen met het DNA van het bloedspoor dat werd aangetroffen op het tafelkleed.16

Op 22 mei 2009 werd getuige Van Woudenberg gehoord. Hij verklaarde dat hij ten tijde van de inbraak twee mannen had gezien die aan kwamen rennen met een grijze ijzeren kubus, die in de kofferbak van een Opel werd gelegd. Hierna stapten de twee mannen in de Opel en reed het voertuig weg17.

Op dezelfde dag werd ook getuige[getuige 4] gehoord. Hij verklaarde dat hij twee negroïde mannen had gezien, die richting een huis aan de Vermeerlaan liepen en even later terugkwamen rennen met een kluis. [getuige 4] vermoedde dat de kluis uit de bosschages aldaar was gepakt. De kluis was verpakt in een wit tafelkleed met kant. Dit tafelkleed bleef na een struikelpartij waarbij de kluis viel achter op de straat. De mannen liepen verder naar de[adres ], naar een auto18.

Verdachte [verdachte] heeft ook dit feit ter terechtzitting ontkend19.

De rechtbank acht op basis van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak in vereniging.

Dagvaarding II, zaakdossier 14 Riet 401

[aangeefster 8] heeft aangifte gedaan ter zake diefstal door middel van braak uit haar woning aan de [adres ] te Apeldoorn, gepleegd op 18 maart 2013. De achterdeur van haar woning bleek te zijn opengebroken. Het slot was volledig vernield en een groot stuk hout eromheen was vernield. Uit de woning waren handschoenen, een kussensloop met roosjes erop en sieraden weggenomen. Er was ook geld (€ 55,--) uit de portemonnee van aangeefster weggenomen20.

[getuige 5] heeft verklaard, dat zij op 18 maart 2013 omstreeks 9.40 uur via een kier in de schutting twee mannen zag inbreken bij haar buren aan de [adres ] te Apeldoorn. Een van de mannen droeg een blauwe jas en had een zwarte capuchon over zijn hoofd. Hij was donker getint. De andere man was licht getint, had gemillimeterd haar en droeg een grijze jas. Terwijl de getuige 112 belde, zag ze de mannen wegrennen in de richting van de [adres ].21

Getuige [getuige 6], wonend op [adres ], heeft verklaard dat zij op 18 maart 2012 om 9.45 uur heeft gezien dat een man in een grijs jack via de achterdeur van nummer 401 naar buiten kwam en kort erna een man in een blauw jack en met een capuchon over zijn hoofd. De mannen renden weg langs de zijkant van nummer 401.22

Getuige[getuige 7] heeft verklaard dat hij zich rond 9.50 uur langs het [adres ] bevond en zag dat twee donkere jongens kwamen aanrennen vanuit [adres ]. Na enkele seconden pauze renden ze verder in de richting van de [adres ] en vervolgens gingen ze het kanaal over. Ze verdwenen achter het gebouw van [bedrijfsnaam]. De jongens waren beiden donker gekleurd en ongeveer 20 jaar oud. De een had een zwarte jas aan en had heel kort geschoren haar, de ander had een blauwe jas aan en een petje op.23

[getuige 8], heeft verklaard dat hij werkt bij [bedrijfsnaam] aan [adres ] te Apeldoorn en op 18 maart 2013 omstreeks 09.55 uur zag dat twee jongens met een Afrikaans uiterlijk over de parkeerplaats achter het bedrijf renden en linksom achter het fietsenhok gingen. Gelijk daarna zag hij ze rennen aan de andere kant van het hekwerk achter het fietsenhok, over het grasveld in de richting van de Praxis. Bij de parkeerplaats van de Praxis klommen ze weer over het hek24.

[getuige 9], eveneens werkzaam aan Kanaal Zuid 106, heeft de verklaring van [getuige 8] bevestigd en gezegd dat het ging om twee donkergekleurde jongens, waarvan er een gekleed was in een blauwe jas en de ander in een donkere jas25.

[getuige 10], medewerkster Praxis, heeft verklaard dat zij op 18 maart 2013 omstreeks 09.55 uur twee mannen op de parkeerplaats van de Praxis zag, die druk met elkaar aan het praten waren. Een ervan leek te struikelen over een soort doek, die hij vervolgens wegschopte onder een geparkeerde auto. Ze zag dat beiden de Praxis ingingen. Toen de politie even later met twee mannen naar buiten kwam, herkende ze hen als de door haar genoemde jongens. Het door de politie opgepakte doek herkende ze als het weggeschopte doek26.

De doek bleek een kussensloop met een bloemenmotief te zijn met daarin meerdere gouden sieraden en zilveren munten27.De artikelen zijn geretourneerd aan aangeefster28 , waaruit de rechtbank mede opmaakt dat dit de buit van de inbraak betrof.

De verdachten [verdachte] en [medeverdachte 4] zijn op 18 maart 2013 om 10.05 uur in de Praxisvestiging aan de [adres ] te Apeldoorn aangehouden.29 Verdachte [medeverdachte 4] was in het bezit van een pet en een blauwe jas en Winklaar had een grijs T-shirt en een donkere jas30.

De rechtbank stelt vast dat de inbrekers vanaf het moment van de constatering van de inbraak door getuige [getuige 5] vrijwel onafgebroken in beeld zijn geweest bij de diverse getuigen. Niet alleen klopt hun signalement met het uiterlijk van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 4], ook is gezien dat een van hen beiden het kussensloop met de buit van de inbraak op het parkeerterrein van de Praxis onder een auto schopte. De rechtbank stelt dan ook vast dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] en [medeverdachte 4] dit feit hebben (mede-)gepleegd.

Dagvaarding III , Zaaksdossier 48 Uitgeest

[aangever 10] heeft aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit haar woning gelegen aan de [adres ] te Uitgeest, gepleegd op 11 oktober 2012 omstreeks 13.30 uur31. Zij verklaarde haar woning te hebben verlaten om de hond uit te laten. Na ongeveer 10 a 15 minuten, kwam zij terug en zag zij een schim de trap oprennen. Zij heeft 112 gebeld. Zij zag op dat moment dat twee negroïde mannen over de schutting klommen. Zij heeft een signalement van de verdachten doorgegeven en zij zag dat de ene man iets wits in zijn handen had en de andere man had iets zwarts in zijn hand. Aangeefster vermoedt dat de daders over de schutting zijn geklommen, waarna zij via een rolcontainer op het balkon van de eerste verdieping zijn geklommen en vervolgens via het badkamerraam de woning binnen gegaan zijn. Aangeefster verklaarde dat er bij de woninginbraak een kussensloop en diverse sieraden waaronder een zakhorloge en een gewoon horloge werden weggenomen32.

Door de politie is in de nabije omgeving gezocht naar de voortvluchtige daders. Daarbij is de verdachte [medeverdachte 4] aangehouden. Kort hierna werd [verdachte] in de achtertuin van de woning [adres ] te Uitgeest aangehouden33, waar hij zich achter een konijnenhok had verstopt.

In de buurt waar de verdachten in eerste instantie waren gezien werd een onderzoek ingesteld en werd in een prullenbak een wit kussensloop aangetroffen met daarin diverse goudkleurige sieraden en muntgeld34. Aangeefster herkende het sloop en de sieraden als zijnde haar eigendom. Het weggenomen muntgeld bleek afkomstig te zijn uit de spaarpot van haar dochter35.

[getuige 11] heeft verklaard dat er op 11 oktober 2012 omstreeks 11.55 uur, een blauwe Ford Escort voorzien van het kenteken [kentekennummer] langzaam voorbij zijn woning reed. In de auto zaten drie negroïde mannen die opvallend veel belangstelling toonden voor de woningen36. De auto viel op omdat hij stapvoets op de openbare weg reed, terwijl daar normaliter hard gereden wordt.

De auto met dit kenteken is vervolgens door de politie aangehouden bij station Uitgeest. De chauffeur was [medeverdachte 6]37.

[medeverdachte 6] is in deze zaak als verdachte gehoord.38 Hij heeft verklaard dat hij de verdachten [medeverdachte 4] en [verdachte] op verzoek van [medeverdachte 4] op 11 oktober 2012 heeft opgehaald en met hen, op aanwijzingen van [medeverdachte 4], naar Uitgeest is gereden. Hij moest de auto op enig moment parkeren, waarna [medeverdachte 4] en [verdachte] zijn uitgestapt. Hij is na een half uur te hebben gewacht weggereden, ook omdat hij geen contact met [medeverdachte 4] kon krijgen.

[medeverdachte 4] is op 11 oktober 2012 als verdachte gehoord. Hij heeft verklaard dat hij samen met [verdachte] en [medeverdachte 6] was. [medeverdachte 6] had hem en [verdachte] in Den Haag opgehaald en heeft hen op zijn aanwijzingen naar Uitgeest gereden. Verdachte [medeverdachte 4] wilde niet praten over het eventuele aandeel van [verdachte], maar heeft bekend dat hij de woninginbraak heeft gepleegd door via de Kliko een open raam binnen te klimmen en dat hij sieraden en muntgeld had weggenomen en in een kussensloop gestopt39.

Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [medeverdachte 6] en[medeverdachte 4] met de auto naar Uitgeest is gereden.40 Hij ontkende bij de inbraak betrokken te zijn geweest. Hij is, verklaarde hij, met [medeverdachte 4] uit de auto gestapt en zij zijn vervolgens samen gaan wandelen. Hij is steeds bij [medeverdachte 4] in de buurt gebleven en werd toen voor een inbreker aangezien. Hij is weggerend omdat hij niet met de politie in aanraking wilde komen.

Ter terechtzitting heeft [verdachte] zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Nu [verdachte] volgens eigen zeggen steeds in de buurt van [medeverdachte 4] is gebleven, [medeverdachte 4] de inbraak heeft bekend en [verdachte] in de onmiddellijke omgeving van de betreffende woning en van de weggestopte buit in een achtertuin achter een konijnenhok is aangehouden, kan het niet anders dan dat hij als mededader bij de inbraak betrokken is geweest. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] deze inbraak heeft (mede-)gepleegd.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

ten aanzien van parketnummer 09/711994-12 (dagvaarding I):

feit 3 (zaaksdossier 11 Witwassen [verdachte])

in de periode van 22 mei 2012 tot en met 15 februari 2013, te 's-Gravenhage, voorwerpen heeft verworven, heeft overgedragen en omgezet, te weten:

• op 22 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 756, 51 euro en

• op 23 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 446, 35 euro en

• op 25 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 641, 00 euro en

• op 6 juni 2012 sieraden en een horloge met een tegenwaarde van 860, 41 euro en

• op 14 juni 2012 sieraden en horloges met een tegenwaarde van 3.957, 30 euro en

• op 16 juni 2012 sieraden en munten en een horloge met een tegenwaarde van 3.867, 41 euro en

• op 2 oktober 2012 sieraden met een tegenwaarde van 615 euro en

• op 4 oktober 2012 sieraden met een tegenwaarde van 2.005, 00 euro en

• op 15 februari 2013 sieraden en horlogekasten met een tegenwaarde van 5.125 euro, terwijl hij telkens redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 4 (primair)

in de periode van 28 januari 2013 tot en met 29 januari 2013 te Hazerswoude-Rijndijk, gemeente Rijnwoude, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfsbus (kenteken [kentekennummer] heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschappen, toebehorende aan [aangever 9];

feit 6

op 1 maart 2013 te Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (gelegen [adres ]) weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [aangever 5], en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen door middel van braak, met een hard voorwerp de achterdeur heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 8

op 8 mei 2008 te Katwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (gelegen [adres ] heeft weggenomen een televisie en een spelcomputer (Nintendo Gameboy) en SCART-kabels, toehorende aan[aangever 4] zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak, te weten door een uitzetraam open te wrikken en een tussendeur in de woning open te wrikken;

feit 9

op 22 mei 2009 te Woudenberg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (gelegen [adres ]) heeft weggenomen een kluis (onder meer inhoudende diverse antieke sieraden), toebehorende aan [betrokkene 5], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak, te weten door de achterdeur van die woning te forceren en vervolgens in voornoemde woning een tussendeur van de bijkeuken te forceren;

ten aanzien van parketnummer 09/797234-13 (dagvaarding II):

hij op 18 maart 2013 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (gelegen[adres ]) heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 55 euro) en een kussensloop en sieraden, toebehorende aan [aangeefster 8], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak, te weten door het forceren van het slot van een deur van voornoemde woning;

ten aanzien van parketnummer 09/797236-13 (dagvaarding III):

hij op 11 oktober 2012 te Uitgeest tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (gelegen[adres ]) heeft weggenomen een kussensloop en geld en sieraden, toebehorende aan [aangever 10], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door inklimming, te weten door over een schutting te klimmen en vervolgens via een raam voornoemde woning binnen te klimmen.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feit uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

Mr. Van der Harg heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd voor de duur van drie jaar. Zij heeft ook gevorderd dat de rechtbank de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis zal bevelen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier woninginbraken en een poging daartoe, aan een diefstal uit een auto en aan het witwassen van een grote hoeveelheid sieraden. Inbraken bezorgen de getroffen bewoners niet alleen veel overlast, maar leiden ook tot een gevoel van onveiligheid in het eigen huis, waar men zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Het lijkt erop dat verdachte, al of niet samen met anderen, overal waar hij kwam uitkeek naar een gelegenheid om in te breken. Ook het witwassen is een zeer vervelend en omvangrijk feit. Met de officier van justitie concludeert de rechtbank, dat uit de frequentie en het gemak waarmee verdachte te werk ging gewetenloosheid en een volstrekt gebrek aan respect voor andermans eigendommen en privacy blijkt.

De rechtbank houdt er in het voordeel van verdachte rekening mee dat hij slechts enkele, oude feiten op zijn strafblad heeft staan.

De rechtbank heeft kennis genomen van het advies van Reclassering Nederland van 3 juli 2013. Hierin schrijft de reclassering, dat er sprake is van een delictpatroon op het gebied van vermogensdelicten. Verdachte heeft zijn werkzaamheden als matroos moeten afbreken nadat hij psychotische verschijnselen ontwikkelde. Er wordt gedacht aan een schizofrene ontwikkeling. Er is sprake van een negatief sociaal netwerk, aangezien verdachte de delicten heeft gepleegd nadat hij weer in contact was gekomen met jeugdvrienden met justitiecontacten, door de reclassering aangeduid als een straatbende.

De reclassering adviseert de rechtbank een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling van de psychische problematiek en een drugsverbod.

Aanvullend op dit rapport is een verslag uitgebracht, gedateerd 28 november 2013, waarin het vorenstaande werd geconcretiseerd en naar aanleiding waarvan de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte heeft geschorst.

Uit een Voortgangsverslag toezicht van 4 februari 2014 bleek, dat verdachte is gestopt met zijn medicatie (een antipsychoticum) en begin januari weer als matroos op een binnenvaartschip aan het werk is gegaan. Hij was daardoor niet bereikbaar voor de reclassering.

De aard en de frequentie van de door verdachte gepleegde strafbare feiten rechtvaardigen zonder meer een gevangenisstraf van langere duur, zij het niet voor de periode als door de officier van justitie geëist, aangezien de rechtbank minder feiten bewezen verklaart dan zij heeft gevorderd. Verdachte heeft echter al ruim acht maanden in voorarrest gezeten en heeft de schorsing daarvan aangegrepen om zijn leven weer op de rit te krijgen. Hij is inmiddels weer aan het werk. In de periode dat hij eerder als matroos werkzaam was, is hij niet met justitie in aanraking gekomen. De rechtbank is van oordeel dat zowel de maatschappij als verdachte erbij gebaat zijn dat verdachte op de nu ingeslagen weg voort kan gaan. Zij zal dus niet overgaan tot het opleggen van een langere gevangenisstraf dan verdachte al in voorarrest heeft uitgezeten, zodat hij niet terug hoeft naar de gevangenis. Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanvullend nog een flinke werkstraf zal moeten verrichten. Hoewel hij drie weken achter elkaar van huis is, kan worden geregeld dat hij deze straf verricht in de week die hij vervolgens verlof heeft. De rechtbank zal verder een proeftijd van drie jaar opleggen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar met reclasseringstoezicht. Zij hoopt zo te bereiken dat verdachte wordt afgehouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten, waaraan het reclasseringstoezicht met de behandelverplichting een belangrijke bijdrage kan leveren.

De rechtbank wijst verdachte er voor de goede orde op, dat hij afspraken met de reclassering zal moeten maken over zijn bereikbaarheid, ook als hij in het buitenland aan het werk is, en dat hij zich heeft te houden aan de voorschriften van de reclassering, inclusief een behandelverplichting en een verbod om te blowen.

7 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 10] tot een bedrag van € 350,=.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,=, subsidiair 7 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 10].

Tot slot heeft de officier van justitie geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partijen [aangever 1], [aangever 2] en [aangever 6].

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen[aangever 2] en [aangever 1] dienen te worden afgewezen dan wel dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 10] heeft de raadsman gesteld dat de vordering toewijsbaar is tot een bedrag dat gebruikelijk is.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 6] heeft de verdediging geen standpunt ingenomen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

[aangever 10] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 350,=.

De vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder dagvaarding III bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 350,=.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder dagvaarding III bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 10].

[aangever 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.659,=.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

[aangever 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.250,=.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

[aangever 6] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 482,74.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

8 De in beslag genomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van de bij verdachte aangetroffen motorfiets en van het sloopgoud. Van de drie gouden sieraden vordert de officier bewaring ten behoeve van de rechthebbende.

8.2

Het standpunt van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij de motor terug wil hebben en dat hij afstand doet van het goud.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de drie gouden sieraden en de verbeurdverklaring van het sloopgoud (aangezien dit afkomstig is uit misdrijf en onbekend is wie de rechthebbende is). Wat de motor betreft heeft de rechtbank begrip voor het standpunt van de officier, omdat alle identificerende gegevens van deze motor zijn weggevijld en er dus vraagtekens zijn over de herkomst. De wet biedt echter geen ruimte voor (onttrekking aan het verkeer of) verbeurdverklaring, aangezien artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht dit alleen toestaat bij voorwerpen die kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van ‘soortgelijke feiten’. Dat is hier niet aan de orde.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 24c, 33, 33a, 36f, 45, 57, 77b, 311en 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I (parketnummer 09/711994-12) onder 1, 2, 5 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding I (parketnummer 09/711994-12) onder 3, 4 primair, 6, 8 en 9 en de bij dagvaarding II (parketnummer 09/797234-13) en bij dagvaarding III (parketnummer 09/797236-13) ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

dagvaarding I (parketnummer 09/711994-12)

ten aanzien van feit 3:

schuldwitwassen;

ten aanzien van feit 4 primair:

diefstal;

ten aanzien van feit 6:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 8:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 9 van dagvaarding I en dagvaarding II (parketnummer 09/797234-13):

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

dagvaarding III (parketnummer 09/797236-13

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 619 dagen;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot een jaar (360 dagen) niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt verdachte tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 180 uren, bij niet of niet behoorlijk verrichten daarvan te vervangen door hechtenis voor de duur van 90 dagen;

onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht te verlenen door de Stichting Reclassering Nederland;

en onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarden:

dat veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen, hem te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een meldplicht, behandeling door het Topteam van Parnassia of een soortgelijke instelling en een verbod om cannabis te gebruiken;

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever 10] hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 350,=, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 11 oktober 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

met bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 350,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 10];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partijen [aangever 1], [aangever 2] en [aangever 6]

niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

bepaalt dat deze benadeelden worden veroordeeld in de kosten die verdachte in verband met hun vorderingen tot aan deze uitspraak heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil,

gelaste teruggave aan verdachte van het op de beslaglijst onder 1 vermelde voorwerp, te weten: 1.00 STK Motor Kl. Paars, GILERA RUNNER;

beveelt de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 2 vermelde voorwerpen, te weten: 3.00 STK Goud (Goudkleurig sieraad/Parel oorbel/varken met muntje);

gelast verbeurdverklaring van de op de beslaglijst onder 3 genoemde post, te weten: 1.00 STK Goud (Sloopgoud t.w.v. 5125,00 euro)

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Eisses, voorzitter,

mrs. M. Kramer en W.N.L. Donker, rechters

in tegenwoordigheid van mr. M. Sepmeijer-Kovacevic, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en);

2 verhoor van verdachte ter terechtzitting van 12 februari 2014;

3 proces-verbaal van staandehouding van 29 januari 2013, zaaksdossier [naam], pagina 9 en 10;

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 11 oktober 2012, zaaksdossier 48, Uitgeest, pagina 232;

5 Proces-verbaal van aangifte [aangever 9] van 22 mei 2013, zaaksdossier[naam], pagina 7;

6 proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 23 mei 2013, zaaksdossier [naam], pagina 32;

7 Proces-verbaal van aangifte [aangever 5] van 1 maart 2013, zaaksdossier13, [naam], pagina 8;

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 5 maart 2013, zaaksdossier13,[naam], pagina 10;

9 Proces-verbaal van bevindingen, zaaksdossier 13, [naam], pagina 10-11, in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van 22 maart 2013, zaaksdossier 13,[naam], pagina 14;

10 Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] van 14 mei 2008, zaaksdossier[naam] pagina 7;

11 proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 8 mei 2008, zaaksdossier [naam], pagina 12;

12 Proces-verbaal technisch sporenonderzoek, zaaksdossier [naam], pagina 14;

13 Geschrift, Rapport NFI, zaaksdossier [naam] pagina 20;

14 Proces-verbaal van aangifte [aangever 7] van 22 mei 2009, zaaksdossier [naam], pagina 7-9;

15 Proces-verbaal regionale technische recherche van 28 augustus 2009, zaaksdossier[naam], pagina 27-28;

16 Geschrift, rapport DNA-onderzoek aan een referentieminster van een verdachte van 19 juni 2013, zaaksdossier[naam], pagina 29-30;

17 Proces-verbaal van verhoor getuige[getuige 12] van 22 mei 2009, zaaksdossier[naam], pagina 16-17;

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 22 mei 2009, zaaksdossier [naam], pagina 18-19;

19 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 februari 2014;

20 Proces-verbaal aangifte [aangeefster 8] van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 93;

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 109;

22 proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 111;

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 116;

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 117;

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 9] van 19 maart 2013, zaaksdossier [naam] 401, pagina 121;

26 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10]van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam] 401, pagina 119-120;

27 Proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 125;

28 Geschrift, bewijs van ontvangst van 18 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 163-164;

29 Proces-verbaal van aanhouding verdachte [verdachte] van 18 maart 2013 zaaksdossier [naam], pagina 68-70 , idem ten aanzien van verdachte [medeverdachte 4], pagina 39-40;

30 Proces-verbaal van bevindingen van 23 maart 2013, zaaksdossier [naam], pagina 137-138;

31 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [aangever 10] van 11 oktober 2012, zaaksdossier 48, Uitgeest, pagina 81-82;

32 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [aangever 10] van 15 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest pagina 84;

33 Proces-verbaal van bevindingen van 11 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 120 en 122;

34 Proces-verbaal van bevindingen van 11 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 122;

35 Proces-verbaal van bevindingen van 18 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 180-181;

36 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 11] van 12 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 89;

37 Proces-verbaal van bevindingen van 12 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 127, in combinatie met het proces-verbaal woninginbraak [adres ] Uitgeest, pagina 238;

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] van 12 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 210-212;

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] van 13 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 197-200;

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 14 oktober 2012, zaaksdossier 48 Uitgeest, pagina 235.