Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:2619

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
30-01-2015
Zaaknummer
09-920174-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak, het witwassen van drie dure horloges, belediging van een ambtenaar en overtreding van een gebiedsverbod.

De verdachte is reeds meerdere malen veroordeeld, onder meer voor vermogensdelicten. De onderhavige feiten zijn gepleegd terwijl verdachte in een proeftijd liep. Daarbij komt dat jarenlange begeleiding door de Jeugdreclassering verdachte evenmin heeft weerhouden van het plegen van nieuwe feiten. Onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/920174-12

Datum uitspraak: 27 februari 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1994 te[geboorteplaats],

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen met gesloten deuren van 17 juli 2013,

7 oktober 2013 en 10 februari tot en met 13 februari 2014. (Laatstgenoemde zitting was openbaar met uitzondering van het deel waarin de zaken van verdachte werden behandeld.)

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie

mr. D.M. van Gosen en mr. S. van der Harg en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. M.G. Cantarella, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

(zaak [naam])

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 3 maart 2010 tot en met 25 mei 2012, te

's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (een) voorwerp(en), te weten meerdere, althans een horloge(s): een Cartier Pasha 2111-1 en/of een Breitling Chronomat automatic en/of een Breitling Navitimer en/of een laptop, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten vorenenoemd(e) horloge(s) en/of laptop, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

hij in of omstreeks de periode van 5 maart 2011 tot en met 7 maart 2011 te ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand aan de [adres] (Kringloop) heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1]/Kringloop, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door braak/verbreking/inklimming (te weten: het intikken van een ruit);

3.

hij op of omstreeks 24 mei 2012 te 's-Gravenhage opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [aangever 2] (HTM-controleur/Buitengewoon opsporingsambtnaar), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, namelijk als HTM-controleur/Buitengewoon

opsporingsambtenaar, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "HTM-kankerlijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4.

hij op of één of meer tijdstippen gelegen in de periode van 14 april 2012 tot en met 22 april 2012 te 's-Gravenhage (telkens) opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, kenmerk BENW/2012.627, zijnde een verwijderingsbevel voor de duur van 3 maand(en), welke is bevolen krachtens artikel 2:74C van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Den

Haag, gelet op het/de besluit(en) van de Gemeenteraad van Den Haag onder nummer ENW/2012.627 en gebiedsaanwijzing van de Burgemeester van Den Haag, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, inhoudende –zakelijk weergeven- een bevel zich voor een periode van 3 maand(en) (ingaande op 2 april 2012 te 12.00 uur) niet op te houden in het in bovenbedoeld besluit aangegeven gebied, gedaan door of vanwege de Burgemeester van Den Haag, uitgereikt door politie Haaglanden, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers bevond verdachte zich op of één of meer tijdstippen in de periode van 14 april 2012 tot en met 22 april 2012 te 's-Gravenhage, (telkens) opzettelijk (in strijd met met voornoemd(e) bevel en/of vordering) op het Lorentzplein (op 14 april 2012) en in de Kneppelhoutstraat en/of Potgieterstraat (op 22 april 2012), althans op een openbare weg of plaats, gelegen in voornoemd(e) gebied(en);

5.

hij op of omstreeks 25 mei 2012 te 's-Gravenhage (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten Wenzhou Swordfish lighter Co. Ltd (Swordfish Lighter, WZ 020-12), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte feit 1, met uitzondering van het witwassen van de laptop, en de feiten 2 tot en met 4 heeft begaan en de verdachte zal vrijspreken van feit 5.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de feiten 1 tot en met 5 bepleit.

Hij heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat de verbalisanten verkeerd hebben verstaan dat de verdachte gezegd zou hebben dat het Cartier horloge van hem was. Het horloge was niet van hem. Ten aanzien van de twee Breitling horloges heeft hij aangevoerd dat het enkel voorhanden hebben van een voorwerp blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad niet op één lijn kan worden gesteld met het verhullen van de herkomst van het voorwerp zodat er derhalve geen sprake is van witwassen. De laptop was niet van de verdachte.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat de verdachte destijds een werkstraf heeft verricht in de kringloopwinkel en dat diens vingerafdruk op de gevonden tape daar in die periode terecht kan zijn gekomen. Verder is volgens de raadsman niet duidelijk op welk stuk tape de vingerafdruk precies is aangetroffen en of het, zoals de officier van justitie stelt, hier de tape betrof waarmee de bewegingssensor was afgeplakt.

Ten aanzien van feit 3, de belediging van de HTM-controleur, meent de raadsman dat niet vastgesteld kan worden dat het de verdachte was die iets vervelends uit de auto heeft geroepen; er zaten ook nog anderen in die auto.

Ten aanzien van feit 4, de overtreding van het gebiedsverbod, kan het zo zijn dat de verbalisanten dachten dat zij de verdachte zagen, maar nu de verdachte daarbij niet is aangehouden, kunnen zij zich daarin vergist hebben. Het zou ook de broer van de verdachte of iemand anders geweest kunnen zijn.

Ten aanzien van feit 5, het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, komt de raadsman met de officier van justitie tot een vrijspraak.

3.3

De beoordeling van de tenlastelegging. 1

De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden. Deze feiten en omstandigheden vinden hun oorsprong in de bewijsmiddelen die in de voetnoten staan genoemd.

3.3.1

Feiten 1 en 3 (zaak [naam]; witwassen van 3 horloges en een laptop en belediging HTM-controleur)

Op 24 mei 2012 werd tijdens een gecombineerde controle van de politie en medewerkers van de HTM uit een voorbijrijdende auto geroepen “HTM kankerlijers” of woorden van gelijke strekking. Daarop werd de betreffende auto, waarin de verdachte zich als bijrijder bevond, op het Leeghwaterplein te Den Haag gestopt.2

Een van de controleurs van de HTM, [aangever 2], heeft aangifte van belediging3 gedaan en daarbij verklaard dat hij zag en hoorde dat de bijrijder, de hem ambtshalve bekende [verdachte], geboren op [geboortedag] 1994, de woorden had geroepen en dat hij hoorde dat twee passagiers die op de halte stonden daarop hard begonnen te lachen. Hij voelde zich door de uitlating beledigd. Aspirant [getuige] heeft verklaard dat hij eveneens heeft waargenomen dat het verdachte was die op de bijrijdersstoel zat en “Kankerlijers” riep4.

De verdachte is aangehouden op verdenking van belediging van een HTM-controleur.

Tijdens de aanhouding werd gezien dat hij in de auto iets zwarts in zijn hand had dat hij aan verdachte [medeverdachte] (eveneens inzittende van de auto) probeerde te geven.

Vervolgens werd gezien dat de bestuurder van het voertuig een goudkleurig horloge met zwarte band onder de rechtervoorstoel probeerde te leggen. Daarop verklaarde verdachte [verdachte] dat het zijn horloge was en dat hij het net had afgedaan omdat zijn vriend het om wilde doen. Het horloge betrof een Cartier, automatic 2111 1 en is in beslag genomen5. Ook de dag na zijn aanhouding heeft de verdachte nog verklaard: “Het is mijn horloge, maar het is een nepper”6.

Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het ging om een Cartier, Pasha, automatic 2111-1, die was weggenomen bij een woninginbraak op 14 september 2011 te Eindhoven.7

Op 25 mei 2012 is de woning van de verdachte doorzocht. Daarbij zijn onder meer twee Breitling horloges, een laptop en een aansteker gelijkend op een vuurwapen (in de vorm van een revolver) in beslag genomen.8

De verdachte heeft verklaard dat hij de twee Breitling horloges heeft gekregen en dat ze van hem waren. Hij wilde niet verklaren van wie hij ze heeft gekregen. Hij heeft afstand van de horloges gedaan.9 Een van deze horloges bleek te zijn gestolen bij een woninginbraak op 17 oktober 2010.10

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde belediging van HTM-controleur [aangever 2]. Zowel de aangever zelf als in ieder geval één politie-verbalisant hebben het roepen van de beledigende woorden gehoord en beiden identificeren zij de (hun ambtshalve bekende) verdachte als de roeper. Daarnaast staat vast dat dit is geschied ten overstaan van (meerdere) omstanders, waardoor de eer en goede naam van aangever in het geding was.

Voorts acht de rechtbank op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van het Cartier horloge en de twee Breitling horloges. Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte van alle drie de horloges heeft verklaard dat ze van hem waren.

Zowel het Cartier horloge als één van de Breitling horloges kan rechtstreeks in verband worden gebracht met inbraak in woningen, terwijl de verdachte geen enkele min of meer verifieerbare verklaring geeft voor het voorhanden hebben van deze gestolen horloges, hetgeen onder de gegeven omstandigheden zonder meer van hem verlangd mocht worden. Dit laatste geldt ook voor het andere Breitling horloge: hoewel dit niet rechtstreeks met een specifiek misdrijf in verband kan worden gebracht, is het een feit van algemene bekendheid dat het hier gaat om een kostbaar horloge. De verdachte heeft geen werk of eigen inkomsten, en geeft geen enkele min of meer verifieerbare verklaring voor de herkomst van het horloge, hetgeen onder de gegeven omstandigheden wel van hem verlangd mocht worden. Op grond van deze feiten en omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat ook dit horloge middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dit redelijkerwijs moest vermoeden.

De rechtbank is, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het witwassen van de laptop. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het de verdachte was die deze voorhanden had.

3.3.2

Feit 2 (inbraak in het pand van de kringloopwinkel van de [adres] te Den Haag)

Op maandag 7 maart 2011 is aangifte gedaan van inbraak in het bedrijfspand van de Kringloop Den Haag aan de [adres]. Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij de winkel zelf de zaterdagmiddag daarvoor had afgesloten en het alarm had ingeschakeld. Op maandag heeft hij gezien dat de bewegingssensor achter de toegangsdeur was afgeplakt met tape en dat er beneden bij de trap ook een bewegingssensor was afgeplakt met tape. Er was een ruit ingetikt en het alarm was niet afgegaan. De kluis bleek geforceerd te zijn en er was €.125,- weggenomen11.

Uit beelden van camera’s in de nabije omgeving is gebleken dat op 5 maart 2011 tussen ongeveer 23:52 en 23:59 uur meerdere personen zich hebben opgehouden rond de personeelsingang. Een van hen droeg een op een breekijzer gelijkend voorwerp. Op 6 maart 2011 om 00:30 uur liepen meerdere personen uit de richting van de personeelsingang van de kringloopwinkel in de richting van de [adres].12

Op 7 maart 2011 heeft een sporenonderzoek plaatsgevonden in bovengenoemd bedrijfspand.

Een stuk tape dat op de (zijkant van de) bewegingssensor in de kelder werd aangetroffen is voor nader technisch forensisch onderzoek veilig gesteld en gekenmerkt met het spooridentificatienummer (SIN) AACW2738NL.13 Op dit SVO werd aan de plakzijde een dactyloscopisch spoor aangetroffen: SVO AAAF3981NL14, waarmee een zoeking is verricht in het geautomatiseerde bestand van de landelijke vingerafdrukkencollectie. Het spoor is geïdentificeerd als een vingerafdruk van de verdachte.15

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde bedrijfsinbraak in vereniging. De rechtbank gaat ervanuit dat de bewegingssensor was afgeplakt om de inbraak te vergemakkelijken. Het alternatieve scenario dat het niet de verdachte was die was betrokken bij het afplakken van de bewegingssensor, maar dat zijn vingerafdruk toen reeds op het gebruikte tape aanwezig was, acht de rechtbank niet aannemelijk, te meer nu de vingerafdruk van de verdachte werd aangetroffen op de plakzijde van de tape. De verdachte heeft zich op zijn zwijgrecht beroepen en hiervoor derhalve geen andere verklaring gegeven.

3.3.3

Feit 4 (overtreding gebiedsverbod)

Bij besluit van 20 maart 2012 is door de Burgemeester van Den Haag aan de verdachte op grond van artikel 172a, eerste lid, van de Gemeentewet een gebiedsverbod opgelegd van 2 april 2012, 12.00 uur, tot 2 juli 2012, 12.00 uur. Dit verbod gold voor het gebied dat wordt omgeven door, alsmede op, de straten Hildebrandstraat, Hildebrandplein, Van Oosterwijk Bruynstraat, Capadosestraat, De Genestetlaan, Jonckbloetplein, Haverschmidtstraat, Antheunisstraat, Oudemansstraat, Goeverneurlaan, Lorentzplein, Oudermansstraat, Linnaeusstraat, De Genestetlaan, Jan van Beerstraat, Sinjeur Semeynsweg en de Schimmelweg.16

Op 14 april 201217 en op 22 april 201218 is de verdachte binnen dit gebied gesignaleerd.

De verdachte was op de hoogte van dit gebiedsverbod.19

De rechtbank stelt vast dat de Burgemeester op grond van artikel 172a bevoegd is tot het bevelen/opleggen van een gebiedsverbod als het onderhavige. Op grond van de op ambtseed opgemaakte verklaringen van de politie stelt de rechtbank tevens vast dat verdachte door op 14 april 2012 aanwezig te zijn op het Lorentzplein en op 22 april 2012 (in een auto) in achtereenvolgens de Kneppelhoutstraat en de Potgieterstraat, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel krachtens artikel 172a van de Gemeentewet gedaan door de Burgemeester van de gemeente Den Haag, die was belast met de uitoefening van enig toezicht. Immers, voornoemde locaties bevinden zich binnen het gebied waarvoor het verbod gold.

De rechtbank acht derhalve dit feit wettig en overtuigend bewezen.

3.3.4

Feit 5 (voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp)

De rechtbank is, overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het de verdachte was die dit voorwerp voorhanden heeft gehad.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op een of meer tijdstippen in de periode van 17 oktober 2010 tot en met 25 mei 2012, te

's-Gravenhage, voorwerpen, te weten horloges: een Cartier Pasha 2111-1 en een Breitling Chronomat automatic en een Breitling Navitimer voorhanden heeft gehad, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

2.

in de periode van 5 maart 2011 tot en met 6 maart 2011 te ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een pand aan de [adres] (Kringloop) heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan Kringloop, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door braak (te weten: het intikken van een ruit);

3.

op 24 mei 2012 te 's-Gravenhage opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [aangever 2] (HTM-controleur/Buitengewoon opsporingsambtenaar), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, namelijk als HTM-controleur/Buitengewoon opsporingsambtenaar, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "HTM-kankerlijers";

4.

op tijdstippen gelegen in de periode van 14 april 2012 tot en met 22 april 2012 te 's-Gravenhage telkens opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, kenmerk BENW/2012.627, zijnde een verwijderingsbevel voor de duur van 3 maanden, gelet op de gebiedsaanwijzing van de Burgemeester van Den Haag, inhoudende –zakelijk weergeven- een bevel zich voor een periode van 3 maanden (ingaande op 2 april 2012 te 12.00 uur) niet op te houden in het in bovenbedoeld besluit aangegeven gebied, gedaan door de burgemeester van Den Haag, die was belast met de uitoefening van enig toezicht, immers bevond verdachte zich op tijdstippen in de periode van 14 april 2012 tot en met 22 april 2012 te 's-Gravenhage, telkens opzettelijk (in strijd met voornoemd bevel) op het Lorentzplein (op 14 april 2012) en in de Kneppelhoutstraat en Potgieterstraat (op 22 april 2012), gelegen in voornoemd gebied.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van de hem ten laste gelegde feiten 1, 2, 3 en 4 wordt veroordeeld tot jeugddetentie van drie maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat, bij bewezenverklaring van een of meer feiten, de op te leggen straf gelijk dient te zijn aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak, het witwassen van drie dure horloges, belediging van een ambtenaar en overtreding van een gebiedsverbod. Het gaat om totaal verschillende feiten, waaruit duidelijk naar voren komt dat verdachte geen enkel respect heeft voor andermans eigendommen noch voor de overheid. De rechtbank rekent verdachte met name de inbraak bij de Kringloop ernstig aan, aangezien hij daar een taakstraf verrichtte en van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt daar in te breken.

Met betrekking tot de persoon van verdachte overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 13 januari 2014. Daaruit komt naar voren dat verdachte reeds meerdere malen is veroordeeld, onder meer voor vermogensdelicten. Hem zijn eerder al voorwaardelijke en onvoorwaardelijke taakstraffen en jeugddetenties opgelegd. Verder is reeds een aantal voorwaardelijk opgelegde straffen tenuitvoergelegd, aangezien verdachte zich niet aan de voorwaarden hield. Ook de onderhavige feiten zijn gepleegd terwijl verdachte in een proeftijd liep van een voorwaardelijke straf. Daarbij komt dat jarenlange begeleiding door de Jeugdreclassering verdachte evenmin heeft weerhouden van het plegen van nieuwe feiten.

Inmiddels is verdachte gezien zijn leeftijd overgedragen aan de Reclassering Nederland.

C. van Kesteren, werkzaam als reclasseringsmedewerker, heeft op 12 juli 2013 een adviesrapport over verdachte opgesteld. Hieruit komt het volgende naar voren.

Verdachte is reeds op jonge leeftijd in aanraking gekomen met politie en justitie. Hij is van school gestuurd, heeft geen enkele opleiding afgemaakt, heeft nooit betaald werk gedaan en heeft geen dagbesteding. Hij gaat om met jongens die overlast veroorzaken en toont geen probleembesef of –inzicht, noch inzicht in zijn delictgedrag. Hij legt de schuld bij anderen. Hij woont bij zijn ouders, maar die hebben weinig grip op hem. Hij is overtuigd van zijn eigen keuzes, handelt impulsief en gedraagt zich dominant. Verdachte is niet veranderingsgezind en ongrijpbaar voor de begeleiding. De kans op recidive wordt dan ook hoog ingeschat.

Geadviseerd wordt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Gezien met name de eerdere veroordelingen van verdachte en de daarbij opgelegde, deels voorwaardelijke, straffen in combinatie met het feit dat eerdere hulpverlening niet heeft mogen baten, aangezien verdachte niet veranderingsgezind is, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie van de gevorderde duur passend en geboden is.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

77a, 77g, 77h, 77i, 77gg, 184, 266, 267, 311 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

schuldwitwassen;

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 3:

eenvoudige belediging , terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

ten aanzien van feit 4:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

jeugddetentie voor de duur van 3 (DRIE) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Eisses, kinderrechter, voorzitter,

mr. M. Kramer, kinderrechter,

en mr. drs. J.E.M.G. van Wezel, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. Sepmeijer-Kovacevic, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 februari 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL 1531 2012109889 (doorgenummerd 1-124) en PL 1524 2012109889 (doorgenummerd 125-208);

2 Proces-verbaal van aanhouding, pagina 10;

3 Proces-verbaal bevindingen en aangifte belediging, pagina 19;

4 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 23;

5 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 21;

6 Proces-verbaal van inverzekeringstelling, pagina 15;

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 24;

8 Lijst met inbeslaggenomen goederen, pagina 65;

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 148;

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 203;

11 Proces-verbaal van aangifte, pagina 33;

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 88-90;

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 91-93;

14 Proces-verbaal van laboratoriumonderzoek, pagina 94;

15 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 112;

16 Geschrift, zijnde een gebiedsverbod opgelegd aan verdachte, pagina 184-185;

17 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 121;

18 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 122;

19 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 41.