Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:2501

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-02-2014
Datum publicatie
27-02-2014
Zaaknummer
09/711798-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Den Haag heeft een groep jongemannen veroordeeld voor het al of niet gezamenlijk plegen van een groot aantal inbraken. De straffen lopen uiteen van taakstraffen tot celstraffen oplopend tot dertig maanden voor een 21-jarige man. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan vier inbraken, een poging tot inbraak en aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid goederen ten bedrage van bijna € 12.000, vooral sieraden.

De mannen pleegden vele woninginbraken in de Haagse Spoorwijk. In een van die woningen is door de inbrekers zelfs gegeten en geslapen. Dit gaat volgens de rechtbank verder dan enkel een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. Het toont een totale minachting voor de privéomgeving van een ander.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/711798-12

Datum uitspraak: 27 februari 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag]1992 te [geboorteplaats] (Turkije),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [locatie]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 17 juli 2013, 7 oktober 2013,

2 december 2013 en van 11 tot en met 13 februari 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mr. S. van der Harg en mr. D.M. van Gosen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.T. de Vaal, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1. zaaksdossier 1 Olt 89)

hij in of omstreeks de periode van 29 juni 2012 tot en met 3 juli 2012 te ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [a-straat]) heeft weggenomen meerdere stukken gereedschap en/of

kledingstukken en/of tassen en/of schoenen en/of televisies en/of spelcomputers en/of sieraden en/of cosmetica en/of een laptop en/of een fiets en/of een geldbedrag (van ongeveer 4.100 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door een balkondeur van voornoemde woning open te breken/forceren;

2. ( zaaksdossier 7 Guido 82)

hij op of omstreeks 13 december 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [b-straat]) heeft weggenomen een kluis en/of meerdere sieraden en/of paspoorten en/of

cosmetica en/of een tablet en/of een fotocamera en/of een autosleutel en/of een microfoon en/of een ontvanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door een deur van voornoemde

woning open te breken/forceren;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij in of omstreeks de periode van 13 december 2012 tot en met 5 januari 2013 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, een microfoon (merk: Shure) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die microfoon wist,

althans rederlijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3. ( zaaksdossier 8 Jona 53)

hij op of omstreeks 14 december 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [c-straat]) heeft weggenomen een Ipad en/of meerdere sieraden en/of een geldbedrag (van ongeveer 1.800 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C.] en/of [slachtoffer D.] en/of [slachtoffer E.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door een ruit van voornoemde woning open te breken/forceren en/of (vervolgens) die woning binnen te klimmen;

4. ( zaaksdossier witwassen [verdachte])

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 mei 2012 tot en met 17 maart 2013, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) voorwerpen, te weten sieraden en/of een schaal en/of een fles en/of zilveren goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, te weten:

• op 12 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 183,08 euro en/of

• op 15 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 110,28 euro en/of

• op 24 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 2.065,94 euro en/of

• op 13 juni 2012 een sieraad met een tegenwaarde van 207,71 euro en/of

• op 28 juni 2012 zilveren goederen met een tegenwaarde van 67,67 euro en/of

een schaal en/of een fles met een tegenwaarde van 110 euro en/of

• op 21 juli 2012 sieraden met een tegenwaarde van 270 euro en/of

• op 4 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 200,70 euro

• op 14 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 7.965,00 euro

• op 27 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 136,00 euro en/of

• op 11 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 350,00 euro en/of

• op 12 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 56,82 euro en/of sieraden met een tegenwaarde van 972,62 euro en/of

• op 14 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 33,40 euro en/of

• op 17 maart 2013 voorwerpen met een tegenwaarde van 50 euro;

terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen -onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

5. ( zaaksdossier 2 Beets 189)

hij op of omstreeks 13 juni 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [d-straat]) heeft weggenomen een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door met een breekvoorwerp de achterdeur te forceren;

6. ( zaaksdossier 3 Vos 41)

hij in of omstreeks de periode van 7 juli 2012 tot en met 27 juli 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [e-straat]) heeft weggenomen twee, althans een spelcomputer(s) (Nintendo DS en/of Playstation 3) en/of een laptop (Toshiba) en/of een of meer computerspel(len) en/of twee, althans een fototoestel(len) (Kodak), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door met een stuk gereedschap de profielcilinder uit het slot van de achterdeur te verwijderen;

7. ( zaaksdossier 4 Beets 119)

hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2012 tot en met 27 juli 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [f-straat]) heeft weggenomen een laptop (Apple) en/of twee, althans een afstandsbediening(en) en/of een of meer sleutel(s) en/of meerdere gouden sieraden en/of een saffier en/of een fles whisky, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer H.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door met een stuk gereedschap de profielcilinder uit de voordeur te verwijderen;

8. ( zaaksdossier 5 Busk 11)

hij op of omstreeks 13 juli 2012 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [g-straat]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer I.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot

voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met één of meer van zijn mededader(s)

- over een muur en/of een hek is geklommen en/of

- ( vervolgens) getracht heeft een raam van die woning met een stuk gereedschap te forceren,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9. ( zaaksdossier 6 Bart 3)

hij op of omstreeks 26 juli 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [h-straat]) heeft weggenomen drie ringen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer J.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door met een stuk gereedschap de cilinder uit de zijdeur te verwijderen;

10. ( zaaksdossier 21 Zeg 355)

hij op of omstreeks 3 augustus 2012 te ’s-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen[i-straat]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer K.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de

toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn/hun mededader(s), althans alleen, met een stuk gereedschap een slot van de voordeur heeft/hebben geforceerd, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid,

11. ( zaaksdossier 22 Rob 11)

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2012 tot en met 27 juli 2012 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [j-straat]) heeft weggenomen een of meerdere siera(a)d(en) en/of een of meerdere jas(sen) en/of schoenen en/of cosmetica en/of een of meerdere laptop(s) en/of een televisie en/of een dvd-speler en/of een blue ray speler en/of een of meerdere telefoon(s) en/of een navigatiesysteem en/of een autoradio en/of een geldbedrag (ongeveer 1.500 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer L.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door één of meerdere sloten van (een) deur(en) van voornoemde woning los te trekken/te forceren;

12. ( zaaksdossier 23 Hilde 72)

hij in of omstreeks de periode van 29 december 2012 tot en met 30 december 2012 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [m-straat]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer M.] en/of Vestia, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming,

- een slot van de/een schuur heeft geforceerd en/of verwijderd en/of

- ( vervolgens) met een zogenaamde slotentrekker, althans met een hard en/of

puntig voorwerp het/een slot van de (achter)deur van genoemde woning heeft

geforceerd en/of

- een gat in het slot van de (achter)deur heeft geboord,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

13. ( zaaksdossier 24, Beets 127)

hij op of omstreeks 17 november 2012 te ’s-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen [l-straat]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer N.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een slot van de schuifpui van voornoemde woning heeft losgetrokken/geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

In verband met een lichte stijging van het aantal woninginbraken in het verzorgingsgebied van politiebureau Laak te Den Haag is in 2012 een onderzoek gestart, specifiek gericht op woninginbraken. Er werd met dit doel een rechercheteam geformeerd met de naam ‘North Dakota’. Het onderhavige deelonderzoek daarvan, ‘Bismarck’, betrof uiteindelijk 56 dossiers en 20 verdachten. Het merendeel van deze zaken is van 10 tot en met 13 februari 2014 door de rechtbank behandeld.

In dit deelonderzoek is verdachte meermalen als mogelijke dader van woninginbraken en pogingen daartoe naar voren gekomen.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

Officier van justitie mr. Van der Harg heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte alle hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de feiten 2 en 5 tot en met 13. De verklaringen van verdachte [medeverdachte A.] acht hij niet bruikbaar voor het bewijs tegen zijn cliënt, omdat die tegenstrijdig zijn en [medeverdachte A.] slechts bezig is de schuld in de schoenen van cliënt te schuiven.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Feit 1, zaaksdossier 1, Olt 89

[slachtoffer A.] heeft aangifte gedaan van een inbraak in haar woning, gelegen aan de [a-straat] te Den Haag. Dit was gebeurd tijdens haar afwezigheid, tussen 29 juni en 3 juli 2012. De dieven waren binnengekomen door de balkondeur open te breken. Ze hadden zelfs spaghetti gekookt en er leek te zijn geslapen op de bank in de woonkamer2. Aangeefster miste onder meer gereedschappen, veel kleding, tassen, schoenen, twee televisies, twee spelcomputers, sieraden, cosmetica (parfum) een laptop, een fiets en een bedrag van in totaal € 41003.

Verdachte, van wie een DNA-spoor op een pak drinken is aangetroffen dat in de koelkast van de woning stond, heeft verklaard dat hij deze inbraak samen met verdachte [medeverdachte A.] heeft gepleegd. Ze hebben met schroevendraaiers de balkondeur opengebroken. Hij heeft uitvoerig verklaard over de spullen die ze hebben weggenomen. Ze hebben daar ook spaghetti gekookt4.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte deze inbraak (in vereniging met een ander) heeft gepleegd.

Feit 2, zaaksdossier 7, Guido 82

[slachtoffer B.] heeft aangifte gedaan van een inbraak in zijn woning aan de [b-straat] te Den Haag, gepleegd op 13 december 2012. Daarbij is onder meer een microfoon gestolen van het merk Shure met kabel en ontvanger. Uit een schriftelijke weergave van een afgeluisterd telefoongesprek blijkt, dat verdachte [medeverdachte B] op

4 januari 2013 een dergelijke microfoon te koop heeft aangeboden. Deze [medeverdachte B] heeft verklaard dat hij heeft gehoord dat de inbraak in de [b-straat] door verdachte en twee anderen is gepleegd en dat hij zelf de microfoon voor verdachte probeerde te verkopen. Hij hoorde pas achteraf, dat de microfoon gestolen was.

Nog afgezien van het feit dat niet duidelijk is of [medeverdachte B] zijn informatie van [verdachte] heeft, is de enkele, niet door ander bewijs ondersteunde verklaring van één getuige op grond van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering onvoldoende om bewezen te verklaren dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Namens het openbaar ministerie is betoogd, dat alle feiten in onderlinge samenhang bezien voldoende (schakel)bewijs opleveren om alle ten laste gelegde feiten bewezen te verklaren. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.

Volgens de doctrine en de jurisprudentie van de Hoge Raad is het gebruik van aan andere, bewezen geachte, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakel-, ketting- of ketenbewijs) toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van de verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen.

In de onderhavige zaken valt zo’n patroon niet aan te wijzen. De inbraken zijn gepleegd met schroevendraaiers en slotentrekkers. Geen van deze beide methoden, die overigens afwisselend zijn gebruikt, is aan te merken als specifiek kenmerkend voor de betreffende verdachte; het zijn beide gangbare methoden bij inbraak. Er werd in wisselende samenstellingen ingebroken. De buit bestond niet altijd (alleen) uit sieraden. Er was geen vaste methode om de buit van de hand te doen. De daders lijken ad hoc te zijn opgetreden.

De rechtbank volgt het openbaar ministerie dan ook niet in deze redenering.

Feit 3 zaaksdossier 8 Jona 53

[slachtoffer D.] heeft aangifte gedaan van inbraak in de woning [c-straat] te Den Haag, waar hij woont met zijn ouders [slachtoffer C.] en [slachtoffer E.], gepleegd op 14 december 20125. Gestolen zijn een iPad, sieraden (drie kettingen, een hanger, twee oorsieraden, een armband en vijf ringen) en ongeveer € 18006. Men was de woning binnengekomen door een ruit aan de achterkant van het huis te verbreken7.

Verdachte heeft zowel tegenover de politie als ter zitting8 bekend dat hij dit feit heeft gepleegd. Hij heeft verklaard dat hij door[bijnaam B.] (dit is de bijnaam van [medeverdachte B]) werd gebeld en van hem te horen kreeg dat hij snel moest komen en die twee dingen mee moest nemen. Verdachte wist, dat daarmee schroevendraaiers bedoeld werden. [medeverdachte B] had hem gezegd dat hij via het raampje aan de achterkant moest inbreken. Dat heeft verdachte gedaan. Het goud lag open en bloot, dus hij hoefde niet te zoeken. Hij is die middag naar juwelier Marhe gegaan; daar is het goud geteld en het bleek € 7800 of € 7900 waard.[bijnaam B.] heeft een deel van de buit en van de opbrengst gekregen9.

De rechtbank acht op basis van de aangifte en de bekentenis van verdachte wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd.

Feit 4 zaaksdossier witwassen [verdachte]

De rechtbank zal hier allereerst ingaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen die zijn afgelegd door verdachte [medeverdachte A.], aangezien zij deze hier voor het eerst zal bezigen tot het bewijs.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat de verklaringen van verdachte [medeverdachte A.] niet betrouwbaar zijn en daarom niet gebruikt kunnen worden voor het bewijs dat [verdachte] de hem verweten feiten heeft gepleegd. [medeverdachte A.] verzwijgt of bagatelliseert volgens de raadsman zijn eigen aandeel en schuift de schuld in de schoenen van verdachte. Zijn daderkennis kan voortkomen uit het feit dat hij zelf de dader is; mogelijk is het zijn doel verdachte zo lang mogelijk achter de tralies te laten verdwijnen na het conflict dat zij (volgens [verdachte] mededeling ter terechtzitting van 11 februari 2014) hebben gehad, omdat [medeverdachte A.] zich dan veilig voelt.

De rechtbank deelt niet het standpunt van de raadsman dat de verklaringen van [medeverdachte A.] in hun algemeenheid onbetrouwbaar zijn. Dikwijls staan deze namelijk niet op zichzelf, maar worden ze door andere bewijsmiddelen ondersteund.

[medeverdachte A.] heeft over verdachte onder meer het volgende gezegd.

[medeverdachte A.] verklaarde in 2012 al dat [verdachte] erg vaak inbrak en dat hij een speciale slotentrekker van 400 euro had gekocht, waarmee hij binnen 30 seconden een voordeur kon openen. Dit deed [verdachte] volgens [medeverdachte A.] vooral in Spoorwijk. [medeverdachte A.] heeft toen enkele adressen genoemd waar verdachte zou hebben ingebroken, waaronder de [h-straat], de [e-straat] en de [d-straat], waarvoor verdachte thans vervolgd wordt10. [medeverdachte A.] verklaarde dit drie maanden voor het incident in december 2012, waarvan [verdachte] ter zitting van 11 februari 2014 melding maakte, waarna [medeverdachte A.] en [verdachte] volgens laatstgenoemde vijanden van elkaar zijn geworden. Als dat incident inderdaad heeft plaatsgehad, kan het in elk geval geen rol hebben gespeeld bij deze verklaring.

Volgens [medeverdachte A.] heeft verdachte wel 100 inbraken gepleegd en vroeg hij [medeverdachte A.] als ze elkaar tegenkwamen of die een tip voor hem had, een adres waar hij in kon breken11. Hiervan is verdachte [medeverdachte C.] blijkens diens verklaring een keer getuige geweest12.

Ook verdachte [medeverdachte B] heeft verklaard dat hij weet dat [verdachte] een woninginbreker is en dat hij Spoorwijk kapot heeft gemaakt. [verdachte] vroeg (ook) hem om adressen waar hij kon inbreken. Van zo’n tip is de al besproken inbraak op de [c-straat] het resultaat13.

Verdachte zelf heeft verklaard, dat hij als hij in Nederland kwam geen geld had en ging inbreken14.

Voor de hiervoor vermelde verklaringen van [medeverdachte A.] is dus op meerdere punten voldoende steunbewijs aanwezig.

In meerdere latere verhoren is [medeverdachte A.] gebleven bij zijn standpunt dat verdachte op grote schaal heeft ingebroken en heeft hij behalve de eerder genoemde adressen ook andere genoemd en daar bijzonderheden over verteld. Zijn verklaringen worden - behalve door de voornoemde verklaringen van verdachte en andere verdachten- ook ondersteund door vele aangiften. [medeverdachte A.] is echter inderdaad niet altijd consequent. Zo blijkt dat hij twee van de drie adressen op de [d-straat] waar volgens hem is ingebroken, met elkaar verwart. Gezien het tijdsverloop en het aantal feiten waarover hij heeft verklaard, is dit te verwachten. Dergelijke onjuistheden doen aan de waarde die in het algemeen aan zijn verklaringen mag worden gehecht niet af, maar de rechtbank zal daaruit de consequenties trekken die haar geraden voorkomen. Ook is het feit dat [medeverdachte A.] er belang bij heeft zijn eigen rol zo klein mogelijk voor te stellen, reden om zijn verklaringen kritisch te bezien.

Uit diverse processen-verbaal van bevindingen en kopieën van kwitanties die zich in het dossier bevinden, blijkt dat verdachte op de volgende data bij juweliers sieraden en andere voorwerpen heeft ingeleverd, waarvoor hem de volgende bedragen zijn uitbetaald:

op 12 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 183,08 euro15;

op 15 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 110,28 euro16;

op 24 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 2.065,94 euro17;

op 13 juni 2012 een sieraad met een tegenwaarde van 207,71 euro18;

op 28 juni 2012 zilveren goederen met een tegenwaarde van 67,67 euro19;

en een schaal en een fles met een tegenwaarde van 110 euro20;

op 21 juli 2012 sieraden met een tegenwaarde van 270 euro21;

op 4 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 200,70 euro22;

op 14 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 7.965,00 euro23;

op 27 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 136,00 euro24;

op 11 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 350,00 euro25;

op 12 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 56,82 euro26;

op 12 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 972,62 euro27;

op 14 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 33,40 euro28;

en tenslotte op 17 maart 2013 voorwerpen met een tegenwaarde van 50 euro29.

Verdachte heeft niet betwist dat hij deze spullen op de vermelde data heeft ingeleverd en daar de genoemde bedragen voor heeft ontvangen. Hij heeft zich daarbij telkens gelegitimeerd. Hij heeft met betrekking tot de herkomst van de sieraden verklaard dat het bedrag van € 7965,- de opbrengst was van de buit van de inbraak op [c-straat] te Den Haag op dezelfde dag. De rechtbank stelt vast dat bij die inbraak blijkens de aangifte drie kettingen, een hanger, twee oorsieraden, een armband en vijf ringen zijn gestolen. Blijkens de bon van 14 december 2012 heeft verdachte toen onder meer vier kettingen, acht ringen, negen hangers en 18 oorbellen bij de juwelier ingeleverd. Dit kan dus niet slechts de buit van die ene inbraak zijn geweest. Ter zitting heeft verdachte volgehouden dat dat wel zo was. De rechtbank houdt het ervoor dat ook de andere sieraden van diefstal afkomstig zijn, nu verdachte niet anders heeft verklaard. Ook de ketting die verdachte op 13 juni 2012 heeft verkocht, is naar het oordeel van de rechtbank van een door verdachte gepleegde diefstal afkomstig (zie feit 5). In zoverre heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetwitwassen.

Verdachte heeft geen kenbare legale middelen van bestaan. Hij stelt weliswaar dat hij (af en toe) in België bij zijn vader in de bakkerij werkte en daar geld mee verdiende, maar van enig inkomen hieruit is niet gebleken. De rechtbank wijst verder op de hiervoor vermelde verklaringen van [medeverdachte B] en [medeverdachte A.], inhoudende dat verdachte op grote schaal inbraken pleegde en hen regelmatig om tips vroeg, en op de eigen verklaring van verdachte hieromtrent.

Voor een hoeveelheid door hem verkochte voorwerpen (vooral sieraden) ten bedrage van bijna € 4000,- heeft verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare verklaring gegeven, hoewel die naar het oordeel van de rechtbank gezien de hoeveelheid goederen en alle voornoemde omstandigheden wel van hem mocht worden verlangd. Bij de politie heeft hij zich ten aanzien van dit feit grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen en pas ter zitting van

11 februari 2014 heeft hij verklaard dat hij de ketting van zijn grootmoeder had gekregen en dat hij een keer goud inleverde voor jongens die nog minderjarig waren en geld nodig hadden om te blowen.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ter zitting ongeloofwaardig en onvoldoende concreet.

Het vorenstaande overziende kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat alle door verdachte ingeleverde goederen afkomstig waren van enig misdrijf. De rechtbank is van oordeel dat verdachte dat ten aanzien van de goederen met een tegenwaarde van € 4000,- op zijn minst heeft moeten vermoeden. De rechtbank is van oordeel, dat deels kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk heeft witgewassen en deels slechts, dat hij zich aan de schuldvariant van dit misdrijf heeft schuldig gemaakt. Aangezien het om vele losse feiten gaat, die in één tenlastelegging zijn opgenomen, zal zij bewezen verklaren dat verdachte van de criminele herkomst van deze goederen wist, althans dit had moeten beseffen.

Feit 5 zaaksdossier 2 Beets 18930

[slachtoffer F.] heeft aangifte gedaan van inbraak in haar woning, gelegen aan de [d-straat] te Den Haag, gepleegd op 13 juni 2012 door met een voorwerp de achterdeur open te breken. De woning was geheel doorzocht. Hoewel er elektronica (namelijk een laptop, een videocamera en een digitale camera) voor het grijpen lag, miste de aangeefster alleen een gouden schakelketting31.

[medeverdachte A.] heeft in september 2012 al verklaard, dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd32. In een latere verklaring bleef hij er bij dat verdachte hier had ingebroken33. Verdachte had hem daarover verteld34.

Bij bestudering van de inkoopregisters bleek, dat [verdachte] op de dag van de inbraak een 14 karaats gouden collier aan juwelier Mahre heeft verkocht35.

[medeverdachte A.] verklaarde in 2013 dat verdachte de inbraak samen met anderen had gepleegd en dat ze volgens hem de cilinder hadden getrokken. Uit zijn woorden blijkt al, dat hij niet zeker was van de toegepaste methode. De rechtbank vindt de verklaring van [medeverdachte A.] in combinatie met de aangifte en de verkoop van een ketting door verdachte op dezelfde dag voldoende bewijs dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat die ketting van zijn oma was; de rechtbank acht dit, gezien het late stadium waarin deze op zichzelf eenvoudig te verifiëren mededeling is gedaan en de reactie van verdachte dat dit toch niet te verifiëren was (omdat zijn grootmoeder in het ziekenhuis lag), ongeloofwaardig.

Feit 6 zaaksdossier 3 Vos 41

[slachtoffer G.] heeft aangifte gedaan van een inbraak uit haar woning, gelegen aan de [e-straat] te Den Haag, die is gepleegd in juli 2012. Het bewijs dat verdachte deze inbraak zou hebben gepleegd, berust uitsluitend op verklaringen van [medeverdachte A.], die van verdachte zou hebben gehoord dat hij daar heeft ingebroken. Aangezien het bewijs dat verdachte het feit begaan heeft op grond van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, niet mag berusten op de verklaring van één enkele getuige, zal de rechtbank hem van dit feit vrijspreken.

Feit 7 zaaksdossier 4 Beets 119

[slachtoffer H.] heeft aangifte gedaan van inbraak uit zijn woning, gelegen aan de [f-straat] te Den Haag, gepleegd tussen 20 en 27 juli 2012, tijdens zijn vakantie.

De rechtbank stelt vast, dat verdachte [medeverdachte A.] gedetailleerd over deze inbraak heeft verklaard. Dat [verdachte] bij de inbraak betrokken is, valt echter slechts uit zijn verklaringen (zowel tegenover de politie als tegenover [medeverdachte C.]) af te leiden. Op 21 juli 2012 heeft verdachte weliswaar sieraden ingeleverd bij een juwelier, maar uit het dossier wordt niet duidelijk dat het om de juwelen van aangever gaat. De enkele verklaring van [medeverdachte A.], hoe gedetailleerd ook, is onvoldoende om bewezen te verklaren dat verdachte dit feit heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken.

Feit 8 zaaksdossier 5 Busk 11

[slachtoffer I.] heeft aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar woning, gelegen aan de [g-straat] te Den Haag, gepleegd op 13 juli 2012. Verdachte [medeverdachte A.] heeft verklaard, dat [verdachte] dit feit heeft gepleegd samen met verdachte [medeverdachte D.]. Twee getuigen hebben de beide daders beschreven. De rechtbank stelt vast dat er behalve de verklaring van [medeverdachte A.] geen bewijs is dat verdachte dit feit heeft begaan, aangezien het signalement van de Marokkaanse dader evengoed [medeverdachte A.] zelf kan betreffen, zoals ook door de politie is geconstateerd. Zij zal verdachte van dit feit vrijspreken.

Feit 9 zaaksdossier 6, Bart 3

[slachtoffer J.] heeft aangifte gedaan van inbraak in haar woning, gelegen aan de [h-straat] te Den Haag, gepleegd in de periode van 25 juli 2012 op 26 juli 2012. Zij verklaarde dat de hele woning was doorzocht36. Er waren drie ringen gestolen37. De woning was betreden via een zijdeur, waar de cilinder uit het slot was getrokken38.

Getuige [getuige A.], woonachtig aan de [h-straat] te Den Haag, heeft verklaard, dat zij op 26 juli 2012 om 2.30 uur twee jongens zag lopen op het pleintje voor haar woning. Na enkele minuten hoorde ze een deur dichtslaan, waarop ze de jongens aansprak. Die renden weg. Vervolgens zag ze een derde jongen uit de woning gelegen aan het [h-straat] rennen39.

Verdachte [medeverdachte A.] heeft verklaard, dat hij op verzoek van [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) met [medeverdachte] bij de [h-straat] op de uitkijk stond. [verdachte] heeft daar de cilinder getrokken. Toen ze daar stonden, kwam er een overbuurvrouw naar buiten gerend, waarop zij zijn weggehold. Even later zag hij [verdachte] ook de woning uit rennen40.

In een later verhoor heeft verdachte [medeverdachte A.] gezegd, dat hij daar had aangebeld, maar dat de bewoners niet thuis waren. Later op de dag kwamen ze [verdachte] tegen die vroeg ‘of ze wat hadden’ en toen hadden ze verteld dat er in de [h-straat] niemand thuis was41.

[medeverdachte] heeft bevestigd dat hij met [medeverdachte A.] op het [h-straat] aanwezig was en dat er toen een vrouw naar buiten kwam die riep: “Politie, politie!”42

De rechtbank constateert dat de verklaring van [medeverdachte A.] vrijwel geheel wordt ondersteund door de verklaringen van getuige [getuige A.] en [medeverdachte]. Er is geen sprake van dat [medeverdachte A.] de feitelijke dader is geweest van deze inbraak. Hoewel er geen ander bewijs is dat [verdachte] dat wel was dan de verklaring van [medeverdachte A.], is de rechtbank van oordeel dat nu deze verklaring op andere punten wordt ondersteund, hij ook ten aanzien van het daderschap van [verdachte] voldoende geloofwaardig is. Dit te meer nu [medeverdachte A.] al in september 2012, dus voor het conflict dat volgens [verdachte] tussen hen is ontstaan, heeft verklaard, dat verdachte dit feit heeft gepleegd.

Feit 10 zaaksdossier 21 Zeg 355

[slachtoffer K.] heeft aangifte gedaan van een poging tot diefstal uit zijn woning, gelegen aan de[i-straat] te Den Haag, gepleegd tussen 3 en 5 augustus 2012.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken, aangezien niet bewezen kan worden dat dit feit, zoals wel ten laste gelegd, op of omstreeks 3 augustus 2012 is gepleegd.

Feit 11 zaaksdossier Rob 11

[slachtoffer L.] heeft aangifte gedaan van een inbraak in haar woning, gelegen aan de [j-straat] te Den Haag, tijdens haar afwezigheid van 3 tot 27 juli 2012. Het cilinderslot bleek los in de voordeur te zitten.

Verdachte [medeverdachte A.] heeft verklaard dat [medeverdachte] en hij langsliepen en zagen dat de lichten op dit adres uit waren. Ze hebben toen allebei een paar keer aangebeld en er kwam niemand. Ze hebben [verdachte] toen gebeld met de telefoon van [medeverdachte] en hij kwam toen met twee anderen, [medeverdachte D.] en [medeverdachte E.], inbreken. De politie heeft M. [verdachte], [medeverdachte D.] en [medeverdachte E.] verhoord, maar zij hebben iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend.

Het bewijs dat verdachte dit feit zou hebben gepleegd berust uitsluitend op de verklaring van [medeverdachte A.], waarvoor geen enkel steunbewijs aanwezig is. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

Feit 12, zaaksdossier Hilde 72

[slachtoffer M.] heeft aangifte gedaan van een poging tot inbraak in haar woning, gelegen aan de[m-straat] te Den Haag, gepleegd in de periode van 29-30 december 2012. Bij thuiskomst zag ze de schuurdeur openstaan, maar ze kon de achterdeur niet uit aangezien het slot bleef ronddraaien43. In de cilinder van dit slot werd een boorgat aangetroffen44.

Over dit feit heeft verdachte [medeverdachte A.] verteld, dat [medeverdachte O.] tegen [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) had gezegd dat die mensen goud en geld in huis hadden omdat ze gingen trouwen45. [verdachte] ging met de boor te werk, maar die ging leeg, volgens [O.]. Verdachte [medeverdachte A.] was aanwezig bij een gesprek waarin [verdachte] aan [O.] en [R.] vroeg om op de uitkijk te gaan staan. Zelf heeft hij zijn raam opengezet. Hij had zicht op [R.] en [O.]. Hij hoorde dat [verdachte] op dat moment bezig was met inbreken46.

[medeverdachte R.]heeft verklaard, dat [medeverdachte A.] hem vroeg of hij op de uitkijk wilde staan voor de politie omdat ‘True’ (dit is de bijnaam van [verdachte]) iets ging doen. [R.] zag True vervolgens over een hek aan de achterkant van de [m-straat] heen klimmen. [O.] en [medeverdachte A.] stonden op dat moment op de galerij van hun flat en konden van boven ook alles zien. De volgende dag had [R.] gehoord dat het niet gelukt was, omdat de accu van de boormachine leeg was47.

[medeverdachte O.] heeft verklaard, dat [medeverdachte A.] hem vroeg om op de uitkijk te staan bij de inbraak. Hij zou er nog twee jongens bijhalen om de inbraak te plegen. Hij zag [medeverdachte A.] naar beneden gaan en zag [R.] ook op de uitkijk staan48.

De rechtbank acht op basis van het relaas van verdachte [medeverdachte A.], dat wordt ondersteund door [O.], in combinatie met dat van [R.] bewezen, dat verdachte deze poging tot inbraak heeft gepleegd.

Feit 13 zaaksdossier 24, Beets 127

[slachtoffer N.] heeft aangifte gedaan van een poging tot inbraak in zijn woning, gelegen aan de [l-straat] te Den Haag, gepleegd op 17 november 2012. Verdachte [medeverdachte A.] heeft aanvankelijk verklaard dat hij een tip aan [verdachte] had gegeven dat die daar in kon breken. Vervolgens zei hij dat [medeverdachte] die tip had gegeven en tijdens dat verhoor bleek, dat hij de adressen [l-straat] en [f-straat] met elkaar verwarde.

Ook wanneer dit feit wordt bezien in samenhang met andere feiten en in aanmerking wordt genomen dat [medeverdachte A.] en [verdachte] op 17 november 2012 twee keer met elkaar hebben gebeld, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij deze poging tot inbraak. Zij zal hem daarvan vrijspreken.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 29 juni 2012 tot en met 3 juli 2012 te ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (gelegen [a-straat]) heeft weggenomen meerdere stukken gereedschap en kledingstukken en tassen en schoenen en televisies en spelcomputers en sieraden en cosmetica en een laptop en een fiets en een geldbedrag van 4.100 euro, toebehorende aan [slachtoffer A.], zulks na zich de toegang tot de van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak;

3.

op 14 december 2012 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (gelegen [c-straat]) heeft weggenomen een Ipad en sieraden en een geldbedrag van ongeveer 1.800 euro, toebehorende aan [slachtoffer C.] en/of [slachtoffer D.] en/of [slachtoffer E.], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak, te weten door een ruit van voornoemde woning open te breken en vervolgens die woning binnen te klimmen;

4.

in de periode van 12 mei 2012 tot en met 17 maart 2013, te 's-Gravenhage, sieraden en zilveren goederen voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en omgezet, te weten:

• op 12 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 183,08 euro en

• op 15 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 110,28 euro en

• op 24 mei 2012 sieraden met een tegenwaarde van 2.065,94 euro en

• op 13 juni 2012 een sieraad met een tegenwaarde van 207,71 euro en

• op 28 juni 2012 zilveren goederen met een tegenwaarde van 67,67 euro en

een schaal en een fles met een tegenwaarde van 110 euro en

• op 21 juli 2012 sieraden met een tegenwaarde van 270 euro en

• op 4 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 200,70 euro en

• op 14 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 7.965,00 euro en

• op 27 december 2012 sieraden met een tegenwaarde van 136,00 euro en

• op 11 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 350,00 euro en

• op 12 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 56,82 euro en sieraden met een tegenwaarde van 972,62 euro en

• op 14 maart 2013 sieraden met een tegenwaarde van 33,40 euro en

• op 17 maart 2013 voorwerpen met een tegenwaarde van 50 euro;

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerpen -onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

5.

op 13 juni 2012 te ’s-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (gelegen [d-straat]) heeft weggenomen een gouden ketting, toebehorende aan [slachtoffer F.], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak, te weten door met een breekvoorwerp de achterdeur te forceren;

9.

op 26 juli 2012 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (gelegen [h-straat]) heeft weggenomen drie ringen, toebehorende aan [slachtoffer J.], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak, te weten door met een stuk gereedschap de cilinder uit de zijdeur te verwijderen;

12.

in de periode van 29 december 2012 tot en met 30 december 2012 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (gelegen [m-straat]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer M.] en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen door middel van braak,

- met een hard en/of puntig voorwerp het slot van de achterdeur van genoemde woning heeft geforceerd en

- een gat in het slot van de achterdeur heeft geboord,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

Mr. van der Harg heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf met aftrek van de tijd die hij reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd, dat zijn cliënt zijn aandeel in twee feiten heeft bekend en dat hij inzicht in zijn handelen heeft getoond. Hij verzoekt de rechtbank daar rekening mee te houden bij het bepalen van de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier inbraken, een poging tot inbraak en aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid goederen, vooral sieraden. Inbraken bezorgen de getroffen bewoners niet alleen veel overlast, maar leiden ook tot een gevoel van onveiligheid in het eigen huis, waar men zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Meerdere inbraken in één wijk dragen er bovendien aan bij, dat ook mensen die daardoor niet rechtstreeks worden getroffen zich niet meer veilig voelen in hun buurt. Verdachte heeft het bovendien in de Oltmansstraat niet bij een inbraak gelaten. Hij heeft daar zelfs gegeten en geslapen. Dit gaat verder dan enkel een gebrek aan respect voor andermans eigendommen; verdachte toont hiermee zijn totale minachting voor de privéomgeving van een ander.

Sieraden, die verdachte vaak stal, hebben voor de eigenaren vaak een waarde die met de winkelwaarde niet veel te maken heeft, omdat het een cadeau betreft of een aandenken aan een overleden dierbare. Ter zitting heeft [slachtoffer F.] treffend verwoord hoe diep het gemis van zo’n sieraad de eigenaar kan raken. De raadsvrouw van [slachtoffer A.], mr. Van den Brûhle, heeft met haar verhaal duidelijk gemaakt hoe wantrouwend de verzekering reageert na twee inbraken, waardoor de benadeelde het risico loopt dat hij zelf voor de schade opdraait.

Verdachte heeft zich aan dit alles volstrekt niets gelegen laten liggen. Voor hem is inbreken, stelen en witwassen een manier om in zijn onderhoud te voorzien. Hij heeft bovendien alleen feiten bekend, waarin zijn aandeel eenvoudig te bewijzen was. Uit zijn houding spreekt geen inzicht in wat hij heeft aangericht, maar hooguit inzicht in het strafproces. Verdachte heeft bovendien al een aanzienlijk strafblad waarop meerdere recente vermogensdelicten staan. Dit alles weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.

De rechtbank heeft kennis genomen van de reclasseringsrapportage van GGZ Palier van

25 juni 2013. Omdat verdachte alleen mee wilde werken als dat positief voor hem zou uitpakken en te kennen gaf liever een gevangenisstraf uit te zitten dan reclasseringstoezicht opgelegd te krijgen, is dit rapport gebaseerd op andere bronnen. Hieruit rijst een zorgelijk beeld van verdachte op. Er is sprake van een duidelijk patroon van verwervingscriminaliteit. De cannabisverslaving van betrokkene lijkt hardnekkig en hij staat niet open voor enige vorm van hulpverlening hierbij. In combinatie met een gokverslaving en persoonlijke problematiek lijkt dit de oorzaak te zijn voor het afglijden van verdachte in criminaliteit. Er is in het verleden al veel hulp aangeboden, maar verdachte heeft zich daaraan steeds onttrokken. De kansen op verbetering worden gering tot nihil geacht. Verdachte wekt de indruk zijn problematiek te bagatelliseren en zichzelf te overschatten. Zijn probleeminzicht is gebrekkig. Gedwongen hulpverlening zal echter contraproductief werken.

De rechtbank deelt deze conclusies en maakt ze tot de hare. Hoewel de reclassering zich daarover niet uitlaat, is de rechtbank van mening dat het gevaar voor herhaling groot moet worden geacht.

De opstelling van verdachte en de straffen die gewoonlijk voor dergelijke feiten worden opgelegd in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel, dat alleen een gevangenisstraf passend en geboden is. Aangezien zij minder feiten bewezen acht dan de officieren van justitie, valt de straf lager uit dan de eis. Als strafverzwarend heeft de rechtbank de brutaliteit meegewogen die verdachte heeft tentoongespreid door zich in de [a-straat], waar hij had ingebroken, als heer en meester te gedragen door daar eten klaar te maken en op de bank te gaan liggen slapen. Ook heeft de rechtbank de vanzelfsprekendheid en de routine waarmee verdachte de inbraken pleegde in zijn nadeel meegewogen.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer A.].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer B.] tot een bedrag van € 5.185,=.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 5.185,=, subsidiair 103 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer B.].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke en hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer G.] tot een bedrag van € 189,21 en tot niet-ontvankelijk verklaring voor het overige.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 189,21, subsidiair 3 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer G.].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer J.] tot een bedrag van € 225,=.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 225,=, subsidiair 4 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer J.].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [slachtoffer L.] in verband met onvoldoende onderbouwing.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer J.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 225,=.

De vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 9 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 225,=.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 9 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 225,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer J.].

[slachtoffer A.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 14.215,19.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij is nog in gesprek met zijn verzekeringsmaatschappij over vergoeding van de schade. Thans is nog niet bekend of er iets vergoed wordt en zo ja, wat. De benadeelde kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[slachtoffer A.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 5.185,=.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

[slachtoffer G.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 289,21.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

[slachtoffer A.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.250,=.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, wordt vrijgesproken.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 45, 57, 311, 420 bis, 420 quater van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 6, 7, 8, 10, 11 en 13 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 3, 4, 5, 9 en 12 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 3, feit 5 en feit 9:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4:

witwassen en schuldwitwassen;

ten aanzien van feit 12:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer J.] hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 225,=, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 26 juli 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

met bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 225,= ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer J.];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer A.], [slachtoffer A.], [slachtoffer G.] en [slachtoffer A.] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partijen tevens in de proceskosten door de verdachte ten behoeve van deze vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Eisses, voorzitter,

mrs. M. Kramer en W.N.L. Donker, rechters

in tegenwoordigheid van mr. M. Sepmeijer-Kovacevic, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en);

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A.] van 3 juli 2012, zaaksdossier 1, Olt 89, pagina 7-9;

3 Geschrift, bijlage weggenomen goederen, 23 juli 2012, zaaksdossier 1, Olt 89, pagina 11-18;

4 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], 13 juni 2013, zaaksdossier 1, Olt 89, pagina 64-66;

5 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer D.] van 14 december 2012, zaaksdossier 8 Jona 53, pagina 11-14;

6 Geschrift, bijlage weggenomen goederen, zaaksdossier 8 Jona 53, pagina 16-18;

7 Proces-verbaal sporenonderzoek van 14 december 2012, zaaksdossier 8 Jona 53, pagina 24;

8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2014;

9 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] van 9 april 2013, zaaksdossier 8 Jona 53, pagina 131-132;

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 16 september 2012, zaaksdossier 1, Olt 89, pagina 40;

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 10 april 2013, verdachtendossier [medeverdachte A.], pagina 29;

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C.] van 18 juni 2013, zaaksdossier1, Olt 89, pagina 70;

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte B], zaaksdossier 8, Jona 53, pagina 100-101;

14 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 11 februari 2014;

15 Proces-verbaal van bevindingen van 10 mei 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 26 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 27;

16 Proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2012, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 8 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 9;

17 Proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2012, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina14 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 15;

18 Proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2012, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 8 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 16;

19 Proces-verbaal van bevindingen van 6 november 2012, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 8 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 9;

20 Proces-verbaal van bevindingen van 9 april 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 11 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 12;

21 Proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 30 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 31;

22 Proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 17 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 18;

23 Proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 17 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 19;

24 Proces-verbaal van bevindingen van 22 januari 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 17 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 20;

25 Proces-verbaal van bevindingen van 9 januari 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 24 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 25;

26 Proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 21 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 23;

27 Proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 21 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 23;

28 Proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 21 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 23;

29 Proces-verbaal van bevindingen van 16 mei 2013, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 28 en geschrift, afrekening juwelier, zaaksdossier witwassen [verdachte] pagina 29;

30 Dit onderzoek betreft een woning gelegen aan de [d-straat];

31 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer F.] van 13 juni 2012, zaaksdossier 2, Beets 189, pagina 6-7;

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 16 september 2012, zaaksdossier 2, Beets 189, pagina 35;

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 10 april 2013, zaaksdossier 2, Beets 189, pagina 41;

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 13 april 2013, zaaksdossier 2, Beets 189, pagina 48;

35 Proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2012, zaaksdossier 2, Beets 189, pagina 36-37, in combinatie met een geschrift, verkoopbewijs, pagina 38;

36 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer J.] van 26 juli 2012, zaaksdossier 6, Bart 3, pagina 24-25;

37 Geschrift, bijlage weggenomen goederen, 7 augustus 2012, zaaksdossier 6, Bart 3, pagina 13;

38 Proces-verbaal sporenonderzoek van 26 juli 2012, zaaksdossier 6, Bart 3, pagina 16;

39 Proces-verbaal van verhoor getuige N. [getuige A.] van 26 juli 2012, zaaksdossier 6, Bart 3, pagina 14-15;

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.], 16 september 2012, zaaksdossier 6, Bart 3, pagina 50;

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.], 18 april 2013, zaaksdossier 6, Bart 3, pagina 69;

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 15 augustus 2012, zaaksdossier Bart 3, pagina 39-40;

43 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer M.] van 2 januari 2013, zaaksdossier 23, Hilde 72, pagina 9-10;

44 Proces-verbaal sporenonderzoek 5 januari 2013, zaaksdossier 23, Hilde 72, pagina 13;

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 13 april 2013, zaaksdossier 23, Hilde 72, pagina 30;

46 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A.] van 18 april 2013, zaaksdossier 23, Hilde 72, pagina 42 en 63;

47 Proces-verbaal van verhoor getuige/verdachte [R.] van 3 mei 2013, zaaksdossier 23, Hilde 72, pagina 56;

48 Proces-verbaal van verhoor[medeverdachte O.] van 1 juli 2012, zaaksdossier 23, Hilde 72, pagina 72-73.