Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:17277

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-11-2014
Datum publicatie
26-01-2017
Zaaknummer
UTL-I-2013036269 (advies)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De uitleveringskamer van de rechtbank Den Haag heeft de uitlevering van een man aan Bosnië en Herzegovina toelaatbaar verklaard en daarbij dit advies uitgebracht aan de minister. De opgeëiste persoon wordt in Bosnië en Herzegovina verdacht van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven in augustus 1992.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Uitleveringskamer

Kenmerk UTL-I-2013036269

Raadkamernummer 14/2226

Advies d.d. 24 november 2014

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in uitleveringszaken, heeft bij de uitspraak van heden,

24 november 2014, de verzochte uitlevering aan Bosnië en Herzegovina van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats] (Joegoslavië),

zoon van [vader] (vader) en [moeder] (moeder),

wonende te Malden,

thans gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Den Haag,

toelaatbaar verklaard. Een gewaarmerkt afschrift van de uitspraak wordt u hierbij toegezonden.

De rechtbank heeft gelet op artikel 4, eerste lid van de Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven juncto artikel 30, tweede lid van de Uitleveringswet.

Zij adviseert u in uw overwegingen bij de beslissing of de uitlevering daadwerkelijk kan worden toegestaan het navolgende te betrekken.

1 Uitleveringsdetentie.

De rechtbank geeft u in overweging bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina te bedingen dat de tijd die de opgeëiste persoon in Nederland in uitleveringsdetentie heeft doorgebracht, zal worden afgetrokken in geval hij voor een of meer van de feiten waarop het verzoek betrekking heeft tot een tijdelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld.

2 Terugkeergarantie

De opgeëiste persoon heeft in elk geval de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank vraagt daarom uw aandacht voor het bepaalde in artikel 4, tweede lid, Uitleveringswet.

3 Discriminatieverbod

De raadsman heeft gewezen op artikel 33 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, New York, 28 juli 1951, (Trb. 1954, 88), hetgeen de rechtbank opvat als een beroep op het in artikel 10 van de Uitleveringswet vervatte verbod om uit te leveren indien naar uw oordeel het gegronde vermoeden bestaat dat, bij inwilliging van het verzoek, de opgeëiste persoon zal worden vervolgd, gestraft of op andere wijze zal worden getroffen in verband met zijn godsdienstige of politieke overtuiging, of de bevolkingsgroep waartoe hij behoort. De rechtbank ziet geen aanleiding u te adviseren nader onderzoek te doen omdat naar haar oordeel op geen enkele wijze aannemelijk is geworden, laat staan dat sprake is van een gegrond vermoeden, dat het uitleveringsverzoek is ingegeven door het feit dat de opgeëiste persoon een Bosnische moslim is.

4 Specialiteitsbeginsel

De rechtbank geeft u in overweging om toepassing van het in artikel 12 van de Uitleveringswet vervatte specialiteitsbeginsel en het beginsel van niet verderlevering te bedingen.

5 Dreigende schending artikel 3 EVRM

De opgeëiste persoon lijdt (vermoedelijk) aan PTSS. De rechtbank heeft geconstateerd dat het aanhoudingsbevel van de opgeëiste persoon is afgegeven door de rechtbank te Banja Luka, zodat de rechtbank aanneemt dat de opgeëiste persoon ook daar gehoord en berecht zal worden. De European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment

(hierna: CPT) van de Raad van Europa heeft in haar jaarrapport over 2012 kritische geluiden laten horen over de bejegening van verdachten in de Republiek Srpska en met name over de manier van verhoren op het Centrale Politiebureau in Banja Luka, over de detentieomstandigheden op dat bureau en over het detentieregime voor niet onherroepelijk veroordeelden in de gevangenis van Banja Luka, alsmede over gebrekkig onderzoek naar klachten dienaangaande. Voorts worden opmerkingen gemaakt over het tekort aan medisch personeel in de gevangenis van Banja Luka.1

De rechtbank geeft u, gelet op de medische/psychische conditie van de opgeëiste persoon en voornoemd rapport, in overweging nader onderzoek te doen verrichten naar de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon, de noodzakelijke behandeling en de beschikbaarheid daarvan in de verzoekende staat alsmede om garanties van de verzoekende staat te vragen dat de opgeëiste persoon zowel tijdens zijn verhoren als in detentie fatsoenlijk zal worden behandeld.

De rechtbank heeft weliswaar door uw tussenkomst een bericht d.d. 9 september 2014 van de rechtbank te Banja Luka ontvangen waarin garanties worden gegeven met betrekking tot de behandeling van de opgeëiste persoon in detentie, maar het is de rechtbank niet duidelijk of genoemde rechtbank bevoegd is dergelijke garanties te geven en of deze de verzoekende staat binden. De rechtbank acht het daarom aangewezen u te attenderen - naar zij aanneemt: ten overvloede - op hetgeen het EHRM in de zaak Othman (Abu Qatada) tegen het Verenigd Koninkrijk heeft overwogen over de aan garanties te stellen eisen en het aan gegeven garanties al dan niet te hechten vertrouwen.2

6 Artikel 6 EVRM

In genoemd bericht van de rechtbank te Banja Luka worden eveneens garanties gegeven met betrekking tot een eerlijk proces. Ook ten aanzien van deze garanties geldt hetgeen de rechtbank aan het slot van de vorige paragraaf onder uw aandacht heeft gebracht.

Dit advies is gegeven op 24 november 2014 door mrs. M.T. Renckens, voorzitter, E.J. van As en

M.M. Meessen, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. M.R. Ekkart en A.D. van Zeeland, griffiers.

Mr. Renckens is buiten staat dit advies te ondertekenen.

1 Report to the Government of Bosnia and Herzegovina on the visit carried out by the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment d.d. 13 september 2013, paras 12, 13, 14, 16, 20, 23, 34, 41 en 45.

2 EHRM, 17 januari 2012, nr. 8139/09, paras. 185-189; Johannes Silvis, ‘Extradition and Human Rights: Diplomatic Assurances and Human Rights in the Extradition Context’, 20 mei 2014.